RESERVAAT

 

    


| 23-06-2020 |

 

Er ontstaat de behoefte aan een reservaat.

Er ontstaat de behoefte aan een reservaat. Een reservaat voor ‘foute’ beelden, ‘foute’ schilderijen, ‘foute’ boeken, ‘foute’ koeken, ‘foute’ televisie programma’s, ‘foute’ series, ‘foute’ kunst enz. Waar zwarte Piet gewoon zwart mag zijn. Waar musea, bibliotheken en boekwinkels niet ‘opgeschoond’ worden. Waar Nederlandse tradities in ere mogen worden gehouden. Waar ‘foute’ straatnamen gewoon mogen blijven omdat ze deel uit maken van onze geschiedenis. Waar de erfzonde niet opnieuw is ingevoerd. Waar vadertje Drees nog steeds deel uit maakt van de canon. Waar politieambtenaren en militairen geen mening hebben en gewoon de wetten van het land/reservaat handhaven. Waar de ‘kleur’ van Jesus of de Madonna niet relevant is. Waar een gewoon mens die geheel toevallig als blanke geboren is niet een gevoel krijgt aangesmeerd, achtergesteld te worden en hij of zij gewoon Nederlander mag zijn en zijn geboorterecht ten volle mag ervaren.

Beelden bekladden, beelden omtrekken, boek verbrandingen/verbanningen, gebouwen vandaliseren, kunst ‘fout’ verklaren, oproepen dat een overheid leerprogramma’s gaat opleggen, andersdenkenden demoniseren en tot racist verklaren roept bij mij beelden op van de bruin/zwarthemden met een nazi-ideologie. Die vijf jaren van onvrijheid en totale terreur brachten.

Is de VS ons voorland? Met een polarisatie die geen grenzen kent. De bakermat van genocide en een georganiseerde etnische zuivering die alleen geëvenaard wordt door een volk die in mijn jeugd gewoon de moffen genoemd werden.

Mijn eigen taal wordt gedemoniseerd. Ik lees op dit moment een boek dat vast binnenkort fout verklaard gaat worden. Het “Spreekwoordenboek der Nederlandse taal” samengesteld in 1861 door Harrebomée. In dat boek met tienduizenden spreekwoorden en gezegden barst het van de ‘foute’. Daar komen massa’s Joden, Moffen, Fransozen, Spanjolen, Papen, Moren en Moriaantjes in voor. Het is wel de geschiedenis van de taal die mijn moeder mij geleerd heeft! De meesten van die gezegden zijn allang en volkomen terecht in onbruikgeraakt. Taal, tradities en gewoonten veranderen vanzelf. Mensen denken na. Vergeten en tijden veranderen. Alles leeft en veranderd. Laat, het leven en veranderen in het eigen tempo. Afdwingen leidt tot polarisatie en tot een ‘no passarán’ (zij komen er niet door, de strijdkreet in de Spaanse Burgeroorlog).

Ik heb mij altijd een wereldburger gevoeld, maar wel met gevoel voor mijn cultuur, taal en geschiedenis van mijn voorouders. Met de ogen van nu zie ik welke fouten er in het verleden gemaakt zijn. Maar ik veroordeel ze niet, want de tijden van Piet Hein, Jan Pieterszoon Coen, Jan van Riebeeck, Paul Kruger en vele andere roemruchte volksgenoten waren geheel anders dan nu. Geïnspireerd door religies, die op zijn minst zo onverdraagzaam waren als sommige islamstromingen nu, hebben zij daden verricht die nu volstrekt ondenkbaar en onacceptabel zouden zijn, maar in hun tijd als ‘heldendaden’ werden gezien. Nederlanders van toen waren in hun tijd niet beter of slechter dan de volkshelden van andere, wel of niet gekleurde volkeren.

Ben ik benepen of nationalistisch of zelfs racistisch als ik vast wil houden aan de cultuur van mijn vader of moeder of de stad waar ik ben geboren en opgegroeid? Ik schaam mij niet als men kan horen dat ik in Rotterdam ben geboren. Ik schaam mij niet dat ik de verengelsing van mijn taal, het Nederlands, verafschuw. Ik schaam mij niet dat ik producten, waarvoor onnodig met Engelse woorden reclame wordt gemaakt, probeer te vermijden. Ik wil niet langs de maatlat van de globalisering worden gelegd. Laat staan dat ik langs de Amerikaanse maatlat van zwarte Piet als ‘blackface’ (een stijlfiguur uit het Amerikaanse vaudevilletheater van de 19e en de vroege 20e eeuw, waarbij een blanke zich zwart schminkte om zwarten te vernederen en belachelijk te maken), gelegd wil worden. Zwarte Piet is geen vorm van blackfacing in de Amerikaanse traditie die nu in Amerika veroordeeld wordt. Zwarte Piet is geen symbool van racisme! Zwarte Piet bekijken vanuit, een mede door de sociale media veroorzaakt, Anglo-Amerikaans oogpunt is niet alleen een ontkenning van mijn cultuur en geschiedenis, het is een vorm van Amerikaanse cultuurdominantie die ik niet wens te accepteren. De aanval op Zwarte Piet is naar mijn gevoel een onbeschaamd cultureel imperialisme van de Anglo-Amerikaanse culturele opvattingen en schaamte voor hun eigen verleden. Ik wens mijn eigen cultuur te behouden en verwacht van anderen, die hier wonen, dat ze dit accepteren. Net zozeer dat ik accepteer dat de religie, cultuur en geschiedenis van nieuwe landgenoten anders is dan de mijne. Als we willen dat de multiculturele samenleving leefbaar blijft of weer wordt, is het geboden elkaar en elkaars cultuur en geschiedenis te accepteren, waarbij de wet en regelgeving van dit kleine volle landje de basis is waaraan iedereen zich heeft te houden. Hierbij zijn Nederlands en Fries de taal uitgangspunten. Als je een andere taal wilt spreken of lezen zijn daar de media en territoriale eenheden waar die taal standaard geschreven, gesproken en beschermd wordt. Nederland en daarin Friesland zijn die territoriale eenheden waar het Nederlands en het Fries recht hebben op bescherming. Er is geen andere plek op deze aarde waarop wij onze taal en cultuur kunnen behouden. Gun ons die bescherming van onze taal en cultuur.

Recent leeft de discussie over roofkunst/oorlogsbuit weer op. Nu is oorlogsbuit niet iets exclusiefs voor de koloniale oorlogen. Piet Hein haalde voor de Republiek der verenigde Nederlanden de zilvervloot binnen. Tal van schatten/kunstwerken werden ook bij Europese oorlogen geroofd en sieren nadien de paleizen van vorsten en de adellijke veldheren die als overwinnaars geëerd werden. Ook in de bodem van de Scandinavische landen worden met regelmaat Vikingschatten gevonden, die geroofd zijn uit de rest van Europa. Moeten ook die terug? Het is een moeilijke discussie. Waar zijn de objecten het meest op hun plaats? Ze maken deel uit van meerdere geschiedenissen. Van de verliezers en de overwinnaars. Wie is nu de ‘rechtmatige’ eigenaar en wie is de morele eigenaar? Waar is een object, dat ook deel uitmaakt van de universele geschiedenis van de mensheid, het meest op zijn plaats? Als het architectonische elementen zijn, is het antwoord, voor mij, simpel. In het oorspronkelijke bouwwerk waar het uit gesloopt is. Maar als het om kunst gaat is het veel minder helder, zeker als de verblijfs/eigendomsgeschiedenis van het object niet gereconstrueerd kan worden. Ook de vraag of het object op enig moment is aangekocht, verkregen als gift of geroofd is kan relevant zijn.

Er is zelfs een pepernotendiscussie. Te gek voor woorden. Die pepernoten en die gebruikte kruiden maken deel uit van mijn geschiedenis en cultuur! Blijf er vanaf.

Voor mij is helder dat de aard en toon van het debat vaak het karakter heeft van een opeenstapeling van verwijten, waarbij de ‘witte’ geschiedenis, literatuur, politie of maatschappelijke inbreng ‘zwart’ wordt gemaakt en neer komt op morele chantage. Jammer, want dan gaan de hakken van velen in het zand. Mensen worden de discussies en aantijgingen van schuld en de eis van boete zat. Femke Halsema zei het eens in Buitenhof heel treffend: “Je geschiedenis tors je als natie”. Ik krijg het gevoel dat velen dit torsen zat worden en dat de acties zoals een aantal jaren geleden bij Dokkum hier het gevolg van is. De ‘racismebestrijders’ zijn, naar mijn gevoel, hard op weg racisme op te wekken door de steeds oplevende schuldvraag. Terwijl de tegenbeweging de morele chantage en zwartmakerij simpelweg zat is.

Laat de ‘witte’ Nederlanders hun eigen cultuur houden en beleven. Net zo goed als de nieuwe landgenoten hun eigen cultuur moeten kunnen blijven beleven.

 

   
Louis van der Kallen.


    

VERDRAAGZAAMHEID

 


 

VERDRAAGZAAMHEID

 

Pieter Jelles Troelstra

Ik verbaas mij al een aantal jaren over de toenemende onverdraagzaamheid in de samenleving, tussen religies, de politiek en in maatschappelijke debatten over tal van onderwerpen. Zowel nationaal als internationaal. De nationale Zwarte Piet discussie is daar een ultiem voorbeeld van.  De tegenstanders en welk debat dan ook worden haast per definitie verketterd. De ‘sociale media’ zijn daarbij verre van sociaal. Het wordt tijd voor een ode aan de verdraagzaamheid. Hoewel niet in dichtvorm hebben sommigen in roerige tijden daartoe een poging gedaan.

Het meest vermaard in deze is Edward Morgan Forster die in 1941 voor de BBC beschouwingen hield over de democratie “Two cheers for democracy”. Hij verdient in dit stukje twee citaten: “verdraagzaamheid is een zeer saaie deugd, maar wel de meest onmisbare, dus de meest wezenlijke waarvan de democratie afhangt” en “verdraagzaamheid is een heel vervelende eigenschap, maar zonder die eigenschap overleven we niet”. Beide uit 1941 op het hoogtepunt van the Battle of Britain.

Van eigen bodem wil ik een betoog aanhalen van Pieter Jelles Troelstra in de kamerdebatten van september 1916 over de invoering van het algemeen kiesrecht. Zijn devies was: de vooruitstrevende en de conservatieven hebben elkaar nodig in het belang van een evenwichtige maatschappelijke vooruitgang. Zonder het woord verdraagzaamheid uit te spreken verwoordde Troelstra de betekenis ervan, wat mij betreft, perfect in dat debat. De tekst heb ik uit TROELSTRA, P. J.. GEDENKSCHRIFTEN:

“Als men vecht voor het tot stand komen van een hervorming, is men geneigd in hen, die zich daartegen uit conservatisme verzetten, slechts vijanden en dwarsdrijvers te zien. Zo eenvoudig echter is de zaak niet. De vooruitstrevende en de behoudende elementen in de maatschappij, de voorstanders van het nieuwe en die van het oude, staan zeker in de bedoeling tegenover elkaar en het ligt dus voor de hand, dat zij elkaar met de uiterste inspanning bestrijden, maar zij vormen toch een geheel van krachten voor de maatschappelijke ontwikkeling, waarbij de ene kracht even noodzakelijk is als de andere. Van algemeen historisch standpunt bezien heeft ook de tegenstand zijn belang voor het door ons nagestreefde doel en vindt daarin zijn rechtvaardiging. Die tegenstand dwingt ons, ons rekenschap te geven van onze ideeën van de plichten, die op ons rusten bij het bekleden van functies, zowel in het politiek als in het economisch leven en van de bekwaamheden, die vereist worden om die plichten te vervullen.”

Woorden van meer dan honderd jaar geleden. Toch zou het goed zijn als de echo blijft galmen, zodat zij ook de oren bereiken van hen die nu in kijven, in ruzie zoeken, in verwijten en in te grote woorden het hoogste goed zien, met als verdediging de ‘vrijheid van meningsuiting’. Terwijl de samenleving en de realisering van hun doelstellingen meer gebaat zouden zijn met respect en verdraagzaamheid.

Bovenstaande is, net als mijn stukjes “beeldenstorm” (augustus 2017) en “morele-chantage” (december 2017), een uiting van mijn frustratie over de lopende discussies die ons als mensen eerder van elkaar afdrijven dan naar elkaar toe. Waar zijn de Edward Morgan Forster’s van deze tijd? We hebben hen zo hard nodig!