QUO VADIS?

 

    


| 13-04-2020 |

 

In april 2018 schreef ik eerder een stukje met deze titel met daarin de vraag: Gaan we de richting uit van een slaapstad? Voor mij is dat nu geen vraag meer. Dat zijn we snel aan het worden. Hoewel we in moderne bestuurderstaal dat tegenwoordig een ‘woonstad’ noemen. In het proces wat we nu met de reset mogelijk ingaan is dat ons (onvermijdelijke) lot. De industriestad Bergen op Zoom is aan het verdwijnen in de nevelen van de tijd. Het gevolg van het keer op keer uitstellen van een ontwikkeling van de Auvergnepolder. Zelfs als we nu wel nieuwe industrieterreinen zouden willen kan het niet meer. We hebben het geld niet om dit soort investeringen te doen. De daaraan verbonden risico’s zijn simpelweg te groot. Tegelijkertijd zullen we tal van stedelijke functies zoals; werkgelegenheid, koopcentrum, ziekenhuis, schouwburg, sportaccommodaties steeds meer gaan verliezen.

Hoe langer ik er over nadenkt hoe somberder ik ben geworden over de toekomst van Bergen op Zoom als zelfstandige gemeente. De ontwikkeling naar ‘woonstad’ maak ons straks feitelijk een voorstad/woonwijk van de (stad) Roosendaal.

Zelf denk ik echt dat de lokale politiek het inmiddels stuurloze schip niet meer, zonder hulp van buiten, op koers kan brengen. De problemen zijn te groot en te lang door een raadsmeerderheid onvoldoende onderkend. Zelfs met hulp van buiten is een totale reset in een bestek van zeker zes jaar een immense opgave. Waarbij financieel gezond worden minimaal 15 jaar gaat duren.

Het probleem is ook dat door de aankomende recessie er een impuls zal zijn tot bestuurlijke schaalvergroting. Waarbij de armlastige gemeente Bergen op Zoom het muurbloempje zal zijn die niemand wil. De provincie Noord-Brabant heeft als financiële toezichthouder langs alle kanten gefaald. Zij is al vele jaren te ‘lief’ voor de gemeente Bergen op Zoom en haar bestuurders. De provincie Noord-Brabant heeft alleen oog gehad voor de B5 gemeenten. Bergen op Zoom was te ver weg en lag duidelijk aan de achterste mem. De gemeente Bergen op Zoom heeft wat mij betreft behoefte aan protestante (Zeeuwse) financiële zuinigheid en doortastendheid.

Als kind van een koorzanger in de Sint Jan in Den Bosch (diep katholiek) en een zonneschooljuffrouw uit Overflakkee (diep gereformeerd) ken ik het verschil. Genieten van het nu of zorgen voor de toekomst? Is nu de vraag niet meer. Nu komt het aan op werken voor de toekomst. Een Brabantse toekomst gecombineerd met een grootschalige opschaling en of een overgang naar de provincie Zeeland? Zodat dit Brabantse ‘stadje’ blijvend kennis maakt met Zeeuwse nuchterheid als het gaat over haar eigen mogelijkheden.

Is deze dagdroom een vlucht uit de financiële nachtmerrie? Mogelijk! Het Zeeuwse Vlissingen zit in een artikel 12 achtige situatie en doe dat niet slecht. Zij zijn nuchter tot de conclusie gekomen we kunnen niet anders, als we ons zelf willen blijven. Nu wij nog. Misschien moet de raad eens gaan praten met de raad van Vlissingen. Daar kunnen ze veel van leren. Anders is de kans dat we een ‘Delfzijl aan de Schelde’ worden groot. Ga daar aan de Dollard maar eens kijken. Is dat ons voorland?

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-quo-vadis/

 

Louis van der Kallen.


    

FRACTIES PROVINCIALE STATEN INZ. CRISIS – D034

 


 

Bergen op Zoom, 18 februari 2009

 

Aan de fracties van Provinciale Staten van

Noord-Brabant

per e-mail

 

Geachte Statenleden, 

Nu de financieel/economische crisis zich van haar slechtste kant laat zien, voelen veel volksvertegenwoordigers, op alle niveaus in onze democratie, zich geroepen om ook de inzet te vragen van hun bestuursorgaan om zich in te zetten voor aanvullende activiteiten ten behoeve van het behoud van de bedrijven en de daarmee verbonden werkgelegenheid.

Voor gemeenten en waterschappen zijn de mogelijkheden vrijwel nul, omdat zij dienen te blijven binnen de wet en regelgeving die bepaalt dat zij sluitende begrotingen dienen na te streven. Dit betekent dat extra uitgaven nu onherroepelijk leiden tot stijging van de door hen gehanteerde (belasting)tarieven, terwijl de economische theorieën aangeven dat in tijden van economische crises het verhogen van belastingen onwenselijk is. De spagaat van de waterschappen is nog erger. De afgelopen jaren is er een stortvloed van regelgeving tot stand gekomen (o.a. kaderrichtlijn water (KRW), provinciale waterhuishoudingsplannen (WHP), nationaal bestuursakkoord water (NBW)) die hebben geleid tot tal van plannen die nu uitgevoerd moeten worden. Voor de meeste waterschappen betekent dit dat de komende vier tot tien jaren bij uitvoering van die plannen de gemiddelde tarieven 2 tot 4 % meer moeten stijgen dan de inflatie. Gezien de huidige financieel/economische crisis lijkt dat onwenselijk. 

Wat te doen? Plannen niet uitvoeren om de tarieven minder hard te laten stijgen? Dan handelen de waterschappen mogelijk deels in strijd met het huidige door hogere overheden gestelde beleid c.q. worden de doelen (KRW) mogelijk niet tijdig bereikt. De plannen versneld uitvoeren met als gevolg een enorme stijging van de tarieven? 

Ten aanzien van deze afweging doet ondergetekende een beroep op de politieke vindingrijkheid van onze Statent. Hierbij neem ik de vrijheid een aantal opties te noemen.

–         Verander de uw wetgeving en streef de wijzigingen na op nationaal niveau zodat ook de lagere overheden (incidenteel of tijdelijk) met een begrotingstekort mogen werken. Dan wordt anticyclisch investeren ook voor de lagere overheden haalbaar.

–         Maak temporisering van de uitvoering van mede uw wet en regelgeving (b.v. KRW, NBW, WHP) mogelijk c.q. toelaatbaar.

–         Stel, in tijden zoals nu, extra middelen ter beschikking van gemeenten en waterschappen middels 100% subsidies om versneld die werken uit te voeren die de (regionale)werkgelegenheid overeind houden, de waterdoelen sneller realiseren en de lokale economie, b.v. toerisme en recreatie bevorderen. 

Hopende op uw inzet en vertrouwende op uw inzichten, 

met de meeste hoogachting, 

L.H. van der Kallen

 


 

 

LEDEN TWEEDE KAMER INZ. CRISIS – D035

 


 

Bergen op Zoom, 18 februari 2009

 

Aan de leden van de Tweede Kamer

per email

 

Geachte leden van het parlement, 

Nu de financieel/economische crisis zich van haar slechtste kant laat zien, voelen veel volksvertegenwoordigers, op alle niveaus in onze democratie, zich geroepen om ook de inzet te vragen van hun bestuursorgaan om zich in te zetten voor aanvullende activiteiten ten behoeve van het behoud van de bedrijven en de daarmee verbonden werkgelegenheid.

Voor gemeenten en waterschappen zijn de mogelijkheden vrijwel nul, omdat zij dienen te blijven binnen de wet en regelgeving die bepaalt dat zij sluitende begrotingen dienen na te streven. Dit betekent dat extra uitgaven nu onherroepelijk leiden tot stijging van de door hen gehanteerde (belasting)tarieven, terwijl de economische theorieën aangeven dat in tijden van economische crises het verhogen van belastingen onwenselijk is. De spagaat van de waterschappen is nog erger. De afgelopen jaren is er een stortvloed van regelgeving tot stand gekomen (o.a. kaderrichtlijn water (KRW), provinciale waterhuishoudingsplannen (WHP), nationaal bestuursakkoord water (NBW)) die hebben geleid tot tal van plannen die nu uitgevoerd moeten worden. Voor de meeste waterschappen betekent dit dat de komende vier tot tien jaren bij uitvoering van die plannen de gemiddelde tarieven 2 tot 4 % meer moeten stijgen dan de inflatie. Gezien de huidige financieel/economische crisis lijkt dat onwenselijk. 

Wat te doen? Plannen niet uitvoeren om de tarieven minder hard te laten stijgen? Dan handelen de waterschappen mogelijk deels in strijd met het huidige door hogere overheden gestelde beleid c.q. worden de doelen (KRW) mogelijk niet tijdig bereikt. De plannen versneld uitvoeren met als gevolg een enorme stijging van de tarieven? 

Ten aanzien van deze afweging doet ondergetekende een beroep op de politieke vindingrijkheid van ons parlement. Hierbij neem ik de vrijheid een aantal opties te noemen.

–         Verander de wetgeving zodat ook de lagere overheden (incidenteel of tijdelijk) met een begrotingstekort mogen werken. Dan wordt anticyclisch investeren ook voor de lagere overheden haalbaar.

–         Maak temporisering van de uitvoering van wet en regelgeving (b.v. KRW, NBW, WHP) mogelijk c.q. toelaatbaar.

–         Stel, in tijden zoals nu, extra middelen ter beschikking van de lagere overheden middels 100% subsidies om versneld die werken uit te voeren die de (regionale)werkgelegenheid overeind houden, de waterdoelen sneller realiseren en de lokale economie, b.v. toerisme en recreatie bevorderen. 

Hopende op uw inzet en vertrouwende op uw inzichten, 

met de meeste hoogachting, 

L.H. van der Kallen

Lid van het dagelijks bestuur waterschap Brabantse Delta en de gemeenteraad van Bergen op Zoom