LIEGEN

 


 

LIEGEN

 

In december 2014 schreef ik over liegende en dromende politici. In november 2016 schreef ik onomwonden over politici die liegen. En recent was dat liegen voor mij ondermijning van de democratie geworden. Na “Je mag niet liegen, dat is een zonde. Maar ik vond het in deze kwestie geen doodzonde” van Rutte, is het mij echt helder. Wie nu verkiezingsprogramma’s van de VVD nog gelooft, mankeert iets aan zijn ‘bovenkamer’. De democratie wordt ondermijnd en niet alleen door criminelen die veroordeeld worden, maar door het morele verval van de politiek met onze VVD minister-president voor op.

Louis van der Kallen

 


 

 

ONDERMIJNING VAN DE DEMOCRATIE

 


 

ONDERMIJNING VAN DE DEMOCRATIE

 

In december 2014 in de aanloop naar de waterschapsverkiezingen schreef ik over politici die steeds meer ‘liegen’. Soms in de vorm van aperte onwaarheden en vaker door het wekken van volstrekt onhaalbare verwachtingen in verkiezingsprogramma’s en verkiezingsleuzen. Het is de gewoonte geworden van politici op deze manier de kiezers te benaderen. Liegen lijkt steeds vaker een volkomen geaccepteerd gedrag te zijn van politici. Ik vroeg mij toen af hoe dat kwam. In mijn herinnering lijkt het de laatste 10/20 jaar er langzaam ingeslopen te zijn, met als hoogtepunt de VVD verkiezingsbelofte bij alle verkiezingen van de laatste jaren van belastingverlagingen. Nu is mij duidelijk hoe dat komt! 

Toen werd er voor de waterschapsverkiezingen een kieskompas gemaakt door een ‘onafhankelijke organisatie’ die zichzelf een wetenschappelijk imago aangemeten had met als directeur politicoloog André Krouwel, als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling politicologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 2014 werd op het kantoor van het waterschap Brabantse Delta een stellingenconferentie gehouden om stellingen te bespreken die door de deelnemende partijen bij het ‘kieskompas’ waren ingebracht. Velen werden door André Krouwel snel en vaardig afgeserveerd. “Te vaag”, “te moeilijke taal”, “te genuanceerd”, enzovoort. Stellingen die een onjuiste voorstelling van zaken waren werden echter wel goedgekeurd, zelfs als ze in strijd met de wet waren. Ook stellingen, zoals bijvoorbeeld: “boeren moeten verplicht worden mee te werken aan waterveiligheid”, die al lang wet zijn en gewoon al jaren als uitgevoerd beleid worden geaccepteerd. Tegenstrijdigheden in het goedkeurgedrag van partijen, zoals gaan voor belastingverlaging en tegelijkertijd gaan voor allerlei voor de kiezer ‘leuke’ dingen (alsof ze geen geld kosten) waren geen aanleiding dat te benoemen. Nee, partijen mogen gewoon bij hun invulling van hun positie ten aanzien van een stelling dit soort tegenstrijdigheden aan hun laars lappen. Waar ik mij toen het meest aan ergerde was dat partijen stellingen in mochten brengen die volstrekt in strijd waren met de taken en bevoegdheden van het waterschap. Toen ik dat ter discussie bracht was het ‘wetenschappelijke’ antwoord van de politicoloog Krouwel “dat partijen en politici mogen dromen”.

Ik zie nu precies het zelfde gebeuren!

Als voorbeeld de stellingen kieswijzer van dagblad BNdeStem voor Bergen op Zoom:

  • Bergen op Zoom moet van de Auvergnepolder een industrieterrein maken
  • De gemeente moet ervoor zorgen dat de Kaai weer een haven wordt
  • Alle fietspaden in de gemeente Bergen op Zoom moeten verlichting krijgen die aan gaat zodra fietsers hier langs fietsen
  • Langs de A4 tussen Bergen op Zoom en Steenbergen moet een parkeerterrein komen voor vrachtwagenchauffeurs met eet- en toiletvoorzieningen
  • De gemeente moet voor een centraal punt in de wijk zorgen waar bewoners hun restafval kunnen inleveren
  • De gemeente moet ervoor zorgen dat mensen met recht op een uitkering het onkruid in de gemeente weghalen
  • De gemeente moet mountainbikers weghouden uit de bossen van Bergen op Zoom
  • Het water in de Binnenschelde moet worden vervangen door zout water
  • In de binnenstad van Bergen op Zoom moeten gratis openbare toiletten komen.
  • Het verbouwen van huizen of schuren voor familie of vrienden die extra hulp nodig hebben, moet altijd mogen
  • De gemeente moet het Suikerinstituut aan de Van Konijnenburgweg verbouwen tot veilige plek voor jongeren
  • Iedere wijk moet een eigen winkel krijgen die verse producten verkoopt.
  • Bergen op Zoom moet per wijk drie wijkagenten krijgen
  • Er moeten meer parkeerplaatsen komen in en om het centrum van Bergen op Zoom
  • De gemeente moet de boetes verhogen voor het storten van afval en drugs in Bergen op Zoom
  • Er moet dagelijks worden gecontroleerd op de snelheid van voertuigen in het centrum van Bergen op Zoom
  • De gemeente moet de Scheldeflat verbouwen tot woningen voor jongeren
  • De gemeente moet strijden voor de sluiting van de kerncentrale in Doel
  • De gemeente moet het betaald parkeren in het centrum van Bergen op Zoom afschaffen
  • De gemeente moet het voormalige V&D-pand ombouwen tot een winkel van Action

Op geen enkele wijze wordt bij deze stellingen betrokken dat deze geld, soms veel geld kosten en dat alleen daarom die mooie wensen voor een armlastige gemeente als Bergen op Zoom onhaalbaar zijn. Ook is er voor een enkele een wetswijziging nodig om deze stelling effectief en blijvend tot uitvoer te kunnen brengen. Bij andere gaat de gemeente er simpel weg niet over of is het onderhavige object geen gemeentelijk eigendom. Hier wordt wederom wat af gedroomd! Gelukkig zijn er ook die wel vallen onder de gemeentelijke bevoegdheden. 

Ik erken dat wetten veranderbaar zijn. Maar ze zijn dat niet door een waterschap of gemeente. Lagere overheden zoals een gemeente moeten binnen de gegeven wettelijke kaders functioneren. Dromen over een betere wereld, waarin alles gratis is, kan in de kroeg maar niet als er een gemeente, waterschap, provincie of land bestuurd moet worden. De indruk wekken dat de gemeente over bepaalde zaken gaat, terwijl dat niet zo is, is in mijn ogen simpelweg kiezersbedrog! Als je werkelijk de kiezer wilt helpen zijn keus te maken, zoals bij het kieskompas of kies- of stemwijzer wordt beweerd, dan is dat in mijn visie niet het geval met stellingen die grotendeels een onware of weinig realistische voorstelling van zaken geven. Een dergelijke kieswijzer lokt, door het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, manipulatie door partijen uit. Om in het gevlei van de kiezer te komen kunnen partijen bij het invullen van hun antwoorden straffeloos liegen of tegenstrijdige uitspraken doen en dat onder het voorwendsel van een toeziend ‘onafhankelijk wetenschappelijk’ oog.

Deze week was er de stellingenbijeenkomst van de gemeente Bergen op Zoom, ten behoeve van de “Kieshulp Mijn Stem”, geleid door Paul Guldemond (D66 raadslid in Amsterdam). Hij was zich in tegenstelling tot André Krouwel wel bewust van het belang dat stellingen zouden moeten gaan over zaken waar de gemeenteraad op zijn minst enige invloed op uit zou kunnen oefenen. Waaraan stellingen in de visie van Paul Guldemond zouden moeten voldoen? Zij bevatten “geen mitsen, maren of nuances”, “dwingen tot één keuze”, hebben maximaal 8 woorden en vatten de “complexe werkelijkheid samen”. Simplificeren is dan de opdracht! Dat zou de kiezer, volgen Paul Guldemond, het meest helpen.

Het voorgaande lijkt de ideale wereld! De (gematigde) politieke werkelijkheid behoort in mijn beleving anders te zijn. In een coalitieland als het onze behoren politieke stellingnames te barsten van de mitsen, maren en nuances. Want na de verkiezingen wacht het proces van coalitievorming. Het positie kiezen bij ongenuanceerde stellingen, zonder mitsen en maren, heeft er mijn inziens toe geleid dat politieke partijen en politici zich steeds extremer en confronterender naar elkaar en burgers zijn gaan opstellen. We zijn van een redelijk verdraagzaam land verworden tot een land dat barst van de tegenstellingen. Ik denk dat het simplificeren en het bewust oproepen van tegenstellingen bij het formuleren van stellingen in kieswijzers in hoge mate heeft bijgedragen aan het opwerpen van grenzen en tegenstellingen tussen partijen en politici. Eerst de tegenstellingen opblazen en deze daarna haarscherp in beeld brengen is niet behulpzaam bij het formeren van coalities en voor de kiezer nauwelijks begrijpelijk. Dat is voor mij het ondermijnen van het politiek systeem waar dit kleine landje mee is opgebouwd. Verdraagzaamheid en consensus waren de uitgangspunten in de politiek, in de vakbeweging en samenleving. Die verdraagzaamheid en het streven naar consensus is, naar mijn gevoel, verloren gegaan door zonder enige terughoudendheid het beroepen op het eigen gelijk. Geholpen door tal van soorten kieswijzers en stemhulpen.      

Als gevolg van de stemwijzer/kieskompas-ontwikkelingen zijn veel verkiezingsprogramma’s opsommingen geworden van deelbelangen en harde stellingen en zelfs uitsluitingen. Politieke partijen dienen, in de visie van de BSD, geen doorgeefluik te zijn van deelbelangen, want dan raken de niet-georganiseerde/algemene belangen uit het oog en betalen die uiteindelijk het gelag. Daarom is het BSD programma geen opsomming van specifieke te realiseren doelen of objecten, maar algemene uitgangspunten.

De uitkomst van door kiezers ingevulde stemwijzer of kieskompas is feitelijk niet meer dan een rekenkundige optelsom van vooral korte termijn deelbelangen. Een optelsom, waarbij op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de financiële of wettelijke realiseerbaarheid of met de bevoegdheden van het bestuur dat gekozen moet worden. Wat geheel ontbreekt is de (ideologische) basis van de partijen die als uitkomst van de invuloefening komen boven drijven.

Als partij moet je wel meewerken aan het kieskompas. Anders kom je niet onder de aandacht van de zoekende kiezer. Maar of de kiezer zich werkelijk geholpen kan voelen met een kieswijzer is voor mij niet echt een vraag meer. Hij of zij wordt grotendeels misleid met stellingen die niet reëel hoeven te zijn. Er mag immers gedroomd en gelogen worden! Wat mij betreft horen de stellingen in een kieswijzer voor de gemeenteraadsverkiezingen enkel en alleen te gaan over zaken waar een gemeente over gaat. En geen ‘dromen’ te bevatten maar haalbare en realiseerbare beleidsopties. Je kan in het echte leven ook geen ‘droomkeuzes’ maken. Als “dromen mag” wordt gepropageerd door ‘onafhankelijke politicologen’ als André Krouwel, is er voor politici, die deelnemen aan een stellingenconferentie voor een kieskompas of stemwijzer voor hun partij die bij de stellingen hun positie weergeven op een kieskompas, geen enkele rem meer om niet te dromen en hun dromen worden dan al snel hun waarheid, ook al weten zij allemaal, diep in hun hart, dat de meeste dromen gewoon bedrog zijn. In het geval van een door een politicus dromend ingevuld kieskompas of stemwijzer: kiezersbedrog! De binding van (ideologische) partijen met de kiezer wordt op deze wijze volledig ondermijnd. De kiezer hoeft niet meer de politiek te volgen om tot een keuze te komen. De kiezer is gaan geloven dat het beantwoorden van een aantal stellingen hem tot een verantwoorde keuze kan brengen. Waarom zou hij nog jaar in jaar uit de (lokale) politiek volgen?   

De politiek en de democratie wordt door de ontwikkeling van kieskompassen of stemwijzers tot in het diepst van haar wezen ondermijnd. Media, zoals van de Persgroep en politicologen als André Krouwel, werken hier van harte aan mee en blijken niet aanspreekbaar. De colofons van de media bevatten van (hoofd)redacteuren vaak geen contactgegevens en in het enkele geval dat dit wel het geval was, bijvoorbeeld van de hoofdredactrice van BNdeStem, krijg je als schrijver van een mail over dit onderwerp geen enkele reactie. De media blijken doof voor de gevolgen van hun handelen. Een ‘kieswijzer’ is veel geraadpleegde bladvulling en een trekker voor hun websites en ook dat levert advertentiegeld op. Dat maakt duidelijk wie er wijzer van wordt! Niet de kiezer. Wel de ondermijnende media en de liegende/ondermijnende politici.   

Louis van der Kallen
raadslid/fractievoorzitter BSD Bergen op Zoom

 


 

 

VERTROUWEN – 2

 


 

VERTROUWEN – 2

 

De afg1elopen weken heb ik met het oplopen van de temperatuur en met het krachtiger worden van de zon weer een aantal keren buiten gestaan met mijn praatpaal. Hoewel ik dat vooral doe uit hoofde van mijn raadslidmaatschap, gingen de gesprekken eigenlijk maar over drie onderwerpen: het referendum, vertrouwen (wantrouwen) en de gevolgen van de Panama Papers.

Voor het referendum vroegen nogal wat mensen mij ‘wat ik ging stemmen en waarom?’ Ik legde dan uit dat ik voor zou gaan stemmen. De reden vergde veel meer woorden, maar ik nam er wel steeds de tijd voor. Oekraïne is een jong land, dat in zijn voorgeschiedenis als Sovjet Republiek na de oorlog is uitgebreid met delen van Polen en Roemenië. Die delen werden, als oorlogsbuit grotendeels ontvolkt door Stalin, toegevoegd aan de Oekraïne. In 1954 werd de Krim er als cadeautje aan toegevoegd. Het oosten van de Oekraïne (Donetsbekken) wordt overwegend bewoond door etnische Russen. Een dergelijk jong land, met een grotendeels communistische geschiedenis, is haast per definitie instabiel en corrupt. Daar is een hele lange weg te gaan naar stabiliteit en het bestrijden van de mede door het communisme ingevreten corruptie. De stabiliteit van het land wordt ook nog actief bedreigd door de Russische inmenging en door de energie-afhankelijkheid van Rusland. Misschien zou het zelfs beter zijn als het land afstand zou doen van het Donetsbekken of deze regio een hoge mate van autonomie zou geven. Het door de Russen bezette schiereiland is een verloren zaak, maar emotioneel zwaar beladen. Eigenlijk zou de Krim een onafhankelijke staat van de Krim Tartaren moeten zijn. Maar Stalin heeft die kaarten, door een bijna volledige deportatie van de Tartaren in 1944 (omdat zij met de Duitsers zouden hebben samengewerkt), uit het spel gehaald. Voor Rusland heeft de Krim een grote symbolische betekenis. Leningrad (nu Sint-Petersburg), Stalingrad (nu Wolgograd) en Sebastopol waren de weerstandspunten in de strijd tegen de Duitsers. Voor de Russen hoort de Krim, met de marinebasis Sebastopol, bij het Russische Rijk. De Oekraïne moet een uitweg vinden uit de territoriale geschillen en een regeling treffen met haar Russische minderheid. Tegelijkertijd moet het land immense economische problemen het hoofd bieden, de corruptie aanpakken en haar eigen nationaliteit vormgeven zonder nationalistisch te worden. In meerderheid wil de bevolking meer betrokken raken bij Europa en ook economisch onafhankelijker worden van Rusland. Het associatieverdrag is daar een hulpmiddel bij. Het probleem is dat de hele discussie over het verdrag eigenlijk geen discussie is over de inhoud van het verdrag, maar de tegenstem voor een belangrijk deel gemotiveerd blijkt door een breed gedragen ongenoegen over de Europese Unie. Dat deel ik. Dat ongenoegen is voor een belangrijk deel gebaseerd op onzekerheden die leven onder grote delen van de bevolking. Gebrek aan toekomstperspectief, globalisering, robotisering en een chronisch wantrouwen tegen de Europese en nationale politici. Liegen (bij verkiezingscampagnes) lijkt gewoon geworden (ik schreef er eerder over). Er zijn nauwelijks nog politici die echt hun werkzame leven in dienst stellen van het openbaar belang. De voorbeelden van ministers die de politiek gebruikt hebben als opstap naar het grote geld, zoals banen bij banken, zijn legio. Hierbij lijkt het soms of de later verkregen functie een cadeautje is van het bedrijfsleven voor diensten verleend in de tijd van het ministerschap. Ik heb aan mijn praatpaal heel wat opmerkingen gehoord in termen van: de dames en heren in den Haag liegen over van alles, waarom zou ik ze nu moeten geloven over de inhoud van het verdrag of wat er in de toekomst zou gebeuren, zoals het wel of geen toekomstig lidmaatschap EU van de Oekraïne.

In de ogen van veel burgers is een referendum een manier om het ‘zootje’ in Den Haag en Brussel tot de orde te roepen. Ze eraan te herinneren dat het volk, dat zij zouden moeten vertegenwoordigen, er ook nog is en iets anders wil. De reacties op de uitslag van veel partijen is ronduit teleurstellend. Je kan wel roepen dat ‘je weet wat goed voor hen is’, maar de uitslag is een volkswil en daar zouden politici naar moeten luisteren en van moeten leren. Nu lijkt het erop dat veel politici een ander volk willen. Maar dat volk is een gegeven en het gromt. Misschien gebruikt het volk inderdaad Europa als kop van Jut, maar het “nee” is een herkenbare uiting van het ongenoegen en de volkswil waarnaar in een echte democratie geluisterd dient te worden. Vroeger was het makkelijk: je had links en rechts met heldere standpunten. Even leek het dat bij de laatste Tweede Kamer verkiezingen dit verschil helder werd geëtaleerd, maar het bleken slechts leugenachtige partijprogramma’s en verkiezingsleuzen. Links en rechts gingen niet met andere linkse of rechtse partijen regeren, maar met elkaar. Voor gewone mensen het ultieme negeren van de wensen van de kiezers. Het dreigt nu steeds meer een ‘wij tegen zij’ te worden of anders gezegd de (politieke) elite tegen het (onwetende) klootjesvolk. Den Haag: accepteer de wil van het volk of rot gewoon op! Met ‘oprotten’ hebben ze altijd al moeite. Als plaatselijk politicus (niet van de VVD) zou ik blij moeten zijn dat de niet capabele minister van der Steur (type arrogante korpsbal) mag blijven zitten. Als burger van dit land heb ik echter graag een minister die wel zijn dossiers kent en er werkelijk voor gaat zorgen dat zijn ministerie en zijn diensten gaan functioneren. En het klinkt misschien raar, maar ik ken wel capabele VVD’ers. Het land heeft juist in deze onzekere en onveilige tijden recht op functionerende veiligheidsdiensten en een minister die daar leiding aan geeft. Het laten zitten van een evident niet functionerende minister is een symptoom van een bestuurscultuur die ongelooflijk hardleers is en zich niets aantrekt van de opvattingen en belangen van het ‘klootjesvolk’. Dit wekt ook niet het hoognodige vertrouwen.

Het derde deel van de wantrouwen trilogie, gehoord aan mijn praatpaal, was de Panama Papers. Deze laten helder zien dat er veel verrot is in de wereld. Wat moreel verantwoord is lijkt niet de norm. De norm in de (politieke) reacties is: wat niet bij wet verboden is, mag en is dus moreel verantwoord. Sterker nog het wordt professioneel gevonden als banken, accountants, verzekeringsmaatschappijen, bedrijven etc. er aan meewerken om de winst te maximaliseren. Belasting betalen lijkt voor ‘de dommen’. Alleen zij die niet kunnen vluchten betalen de hoofdprijs. Voor mij is helder dat belasting betalen hoort op de plek waar je woont en/of werkt. Kortom waar je van de geneugten (gezondheidszorg, infrastructuur, vrijheid, veiligheid, enz. ) geniet die de overheid je levert. Zelfs een raadsheer, die deel uitmaakte van de belastingkamer van de Hoge Raad, wist via Panama zijn vermogen buiten de ogen van de belastingdienst te houden. Nu een deel van de wereldboekhouding van belastingontwijkers openbaar is geworden, blijkt hoe verrot het systeem is dat zelfs in een eerbiedwaardig instituut als de Hoge Raad, dat boven iedere twijfel verheven dient te zijn, rotte appels kunnen zitten. Weg vertrouwen!

Veel mensen willen af van de commerciële banken die feitelijk in hun ogen immoreel opereren en alles doen voor de winst van enkelen. Dus regering, maak dat mogelijk en laat een eenvoudige dienst, zoals vroeger de post/cheque en girodienst, herleven.

Er sluipt veel wantrouwen in de mensen en daarmee in wat eens een samenleving werd genoemd.

 


 

 

KLOOF

 


 

KLOOF

 

grof-vuilDe laatste tijd wordt er in de media veel geschreven over de ‘kloof’ tussen de gekozene en de kiezer. Ook in ‘sociale media’ wordt heel wat gediscussieerd over de politiek en de onbetrouwbaarheid van politici. Er lijkt veel rotte vis te zijn. Nu de lijsten voor de 2e Kamer in wording zijn, blijkt dat op de lijsten van de landelijke politieke partijen er ook geen plaats meer is voor dissidenten in de politiek.

Zo is het overbodig zoeken naar Ton Elias hij komt als ‘enfant terrible’ niet meer voor op de VVD kandidatenlijst. Jammer want zijn, niet mijn, rechtse geluid in de kamer ga ik zeker missen. Nee, lastig en daardoor herkenbaar, zijn in je fractie kost je in de politiek vaak de kop. Ik ben er trots op dat binnen de BSD en Ons Water, het afwijkende geluid wel een plaats krijgt. Want door verschillende meningen worden de voor of tegen argumenten wel verder en daardoor beter uitgediept. Voor mij is de ‘kloof’ verklaarbaar uit onbekendheid met elkaar. De massa van de zogenoemde volksvertegenwoordigers komt op de bagagedrager en als slippendrager van de lijsttrekker en de partij in de 2e Kamer. Hun eigen dorps- of stadsgenoten zullen die slippendragers nog wel kennen. Maar het grote publiek kent ze niet. Maar kennen die gekozenen het volk wel? Ik denk het niet. Ze kennen vaak hooguit hun partij- en studiegenoten. Martin Sommer schreef in de Volkskrant: ”Tegenwoordig gaat het alleen nog over rekrutering voor bestuursfuncties. Ideologie is een vage richting geworden met het keurmerk van de CPB doorrekening.” Ik ben het met hem eens.

Tot 2008 kende het waterschap een personenstelsel. Je stemde, als je stemde, op een persoon niet op een partij. Het gevolg was dat de opkomst onder stedelingen laag was. Onder boeren en buitenlui, die elkaar vaak veel beter kenden, wel hoog, tot bijna 100 % onder de boeren.  Het gevolg was dat er alleen mensen gekozen werden die ook echt zelf veel stemmen haalden. Er werden heldere persoonlijke campagnes gevoerd met als resultaat dat alle gekozenen konden bogen op een relevant en electoraal draagvlak. Het betekende ook dat de gekozenen vrijwel allemaal een groot belang stelden in het waterschapswerk en heel vaak herkozen werden op basis van hun ervaring en deskundigheid. Maar het moest allemaal anders, dachten ze in Den Haag. Er moesten meer politici in dat bestuursorgaan, dat vrijwel zonder politici naar mijn gevoel uitstekend functioneerde. Alleen had soms de voorzitter/dijkgraaf, omdat hij benoemd werd door de Kroon (Den Haag), een partijachtergrond. Er kwam een lijstenstelsel. Met als gevolg dat de landelijke politiek op ruime schaal zijn intrede deed en daarmee de bagagedragerzitters en slippendragers. Plotseling hadden we dus sociaal democratisch, christen democratisch en liberaal waterbeheer. Maar ook veel gekozenen, die ervaring hadden in gemeenteraden en vrijwel niets wisten van waterbeheer, maar alles van duale partijpolitiek bedrijven. Het formeel nog altijd monistische waterschap werd politiek en, geloof mij, dat is geen verbetering. Want waterbeheer moet wel zo goedkoop mogelijk maar vooral goed zijn, met oog voor de veiligheid en kwaliteit van het water.

Wat is de clou van dit verhaal?

Als we willen dat de gekozenen weer volksvertegenwoordigers worden, moeten we af van het lijstenstelsel bij al onze verkiezingen. Leve het personenstelsel. Of het een districtenstelsel moet worden? Is minder makkelijk te beantwoorden. Want dan komt de eenzijdige regionale belangbehartiging bovendrijven met alle onderlinge ‘deals’ als negatief gevolg. Voordeel van een personenstelsel is dat voor de eigenwijzen weer een plaats is. In het (lands)bestuur moet het weer gaan om de inhoud en kwaliteit en niet om vage partijprogramma’s die na de verkiezingen, wanneer de ‘buit’ verdeeld is het ‘ronde archief’ (de prullenbak) in gaan en net als de kiezers, met dank voor hun stem, met het grofvuil worden meegegeven.