BERGEN (IN DE TOEKOMST)?

 

    


| 29-09-2020 |

 

Soms vraag ik mij af, of wij we in het verleden inspiratie zouden kunnen vinden voor de bestuurlijke toekomst van Bergen op Zoom. Toen de heerlijkheid Bergen op Zoom eind 13e  eeuw ontstond, waren er een fors aantal verbonden ambtsgebieden. Grofweg bestond de heerlijkheid uit: De Poorterij van Bergen op Zoom, Halsteren, Rubeere, Noordland, Noordgeest, Zuidland, Moerstrate, Wouw, Zegge, Rucphen, Voornseinde, Zuidgeest en Putte. In deze gebieden had de Heer van Bergen op Zoom de rechtsmacht in alle graden. Ook vielen de woeste, niet ontgonnen gronden onder zijn macht en volledige bevoegdheden. Beperkt onder zijn rechtsmacht vielen de gebieden waar een leenheer functioneerde, zoals de Heren van Boudenspolder, Beijmoeren, Hildernisse, Woensdrecht, Hoogerheide en Ossendrecht. Huijbergen werd kerkelijk bestuurd.    

In daaropvolgende eeuwen breidde de macht van de Heren van Bergen op Zoom zich geleidelijk uit. Vooral door aankopen, ontginningen en inpolderingen. De leengoederen werden met uitzondering van Ossendrecht en Hoogerheide opgeheven en vielen eind achttiende eeuw volledig onder de bevoegdheden van de Heren van Bergen op Zoom. Door ontwikkelingen en inpolderingen waren  eind achttiende eeuw de volgende gebieden deel gaan uitmaken van de heerlijkheid: Oud- en Nieuw Beijmoer, Auvergne en Oud Glymes, Heijningen, Fijnaart, Standaardbuiten, Oudenbosch, Nieuw en Oud Gastel.  Huijbergen, de St Maartenspolder en Hoeven werden deels kerkelijk bestuurd.

Van het westelijke deel van Noord-Brabant vielen alleen Willemstad, Prinsenland, Steenbergen, Vossemeer en Roosendaal niet in het Markizaat.

Met gebieden buiten de heerlijkheid bestonden wel relaties; zo was Woensdrecht gekocht van de Heren van Kruiningen. Er werden leenrechten afgekocht die onder het Zeeuwse leenrecht vielen (Hildernisse, de heer Boudenspolder, Oud- en Nieuw Beijmoer). Ook werden regelingen getroffen rond Hertogelijke enclaves zoals onder Wouw, Heerle en Borgvliet.

In de zeventiende eeuw kende de heerlijkheid in haar rechtsgebieden een tiental rentmeesterschappen: Halsteren, stad en Vierschaar, Wouw, Zuidkwartier (globaal wat nu de gemeente Woensdrecht is), Oostkwartier (globaal de gebieden Oud-Gastel, Oudenbosch, Rucphen, Voornseinde, Hoeven en de St Maartenspolder), Heer Jansland (Nieuw Gastel), Standaardbuiten, Fijnaart, Ruigenhil (Willemstad) en Heijningen.

Geld en gewenste bestuurskracht waren de drijvende kracht achter de uitbreidingen. Zaken gingen gewoon beter als ze centraal en éénduidig worden aangestuurd.

Ten tijden van de Bataafse Republiek (1795-1806) vervielen de feodale bestuursvormen en werden dorpen en steden – naar Frans voorbeeld –  gelijkgesteld in de nieuwe bestuursvorm van gemeenten. In de Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1 mei 1798 werd bepaald dat deze gemeenten administratieve eenheden waren met uitvoerende taken. In de Staatsregeling (1801) werd de zelfstandigheid van gemeenten erkend en kregen ze de bevoegdheden om zelf het plaatselijke bestuur in te richten. Alle dorpen die deel uitmaakten van de Heerlijkheid werden zelfstandig. Bestuurlijk een enorme versnippering. Misschien wordt het tijd om oude tijden te laten herleven. Maar nu wel met de gebieden die er buiten vielen zoals o.a. Steenbergen en Roosendaal. Breda als buur lijkt mij wel wat. Dan zijn we ook van een heleboel gemeenschappelijke regelingen af.

Ik ben benieuwd wat Jan metten Lippen ( Jan II van Glymes) van mijn gedachtespinsels gevonden zou hebben.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-bergen-in-de-toekomst/

 

Louis van der Kallen.


    

VERTWIJFELING

 

    


| 27-02-2020 |

 

Quo vadis? Waarheen gaan we als gemeente? In vertwijfeling zoeken de 12 fracties in de gemeenteraad een weg uit de bestuurscrisis die volgens de huidige collegeleden en collegepartijen geen crisis is. Het gemeentebestuur staat voor de opdracht een route te vinden naar een hernieuwde voorspoed. Met een grote schuld is dat een haast onmogelijke opgave.

In 2008 was het aanvragen van een artikel 12 status (gemeentelijke schuldsanering) een relatief eenvoudige procedure geweest. Maar toen was ik een roepende in de financiële woestijn. Als de collega’s van toen ‘ja’ hadden gezegd, hadden we vermoedelijk in de ruim tien jaar die nadien versteken zijn circa 50 à 60 miljoen euro meer uit het gemeentefonds getrokken en de burgers hadden circa 10 à 13 miljoen meer aan OZB moeten opbrengen. Toen was het adagium van de andere partijen: “we willen de belastingen niet verhogen.” Maar de tijd heelt niet altijd alle wonden. In de gemeentelijke praktijk zijn met al dat uitstellen de wonden alleen maar meer gaan stinken.

Nu de route uit de financiële ellende vinden kan haast niet zonder echt grote ingrepen. Dat zijn partijen ook ‘echt’ van plan. Ze noemen het een takendiscussie. Op basis van de cijfers van ‘waar staat je gemeente‘ denken ze de heilige graal gevonden te hebben. Maar het zijn in de praktijk appels met peren vergelijkingen. Benchmarken klinkt mooi maar gemeenten verschillen in de politieke, bestuurlijke, ambtelijke of financiële praktijk enorm. De boekhoudsystemen kunnen grote verschillen vertonen wat bij de één als ‘overhead’ geldt zit bij de ander in de uurtarieven. Wat bij de één in ‘vastgoed’ zit geldt bij de andere als cultuur. Wil je echt onderling goed kunnen vergelijken, moet je beginnen systemen onderling op elkaar af te stemmen. Dat duurt soms jaren en vergt politieke wil. Nu ben ik bang dat bezuinigd gaat worden op geldvergelijkingen die deels nergens op slaan en vergeten wordt waartoe gemeenten op aarde zijn. Laat staan dat gekeken wordt naar wat wil de bevolking. En geloof mij, Roosendaal is geen Berrege.
Er moet wat gebeuren. Ik geef al een paar jaar burgers die aangewezen zijn op WMO voorzieningen het advies verhuis naar Steenbergen. Want die hebben nauwelijks schuld en kunnen kiezen voor menselijke oplossingen voor uw WMO-probleem. Feitelijk een krankzinnige oplossing en voor een Bergs raadslid pijnlijk. Maar wel een advies ingegeven door vertwijfeling en het belang van de burger met een behoefte.

Is er dan geen oplossing? Wat mij betreft zijn er nog twee routes naar een oplossing maar die doe allebei veel pijn. De eerste oplossing: een fusie tussen de gemeenten Roosendaal, Steenbergen Woensdrecht en Bergen op Zoom. Voor een Krab haast ondenkbaar. Of: alsnog artikel 12 aanvragen met als uiterste consequentie meer geld van het Rijk om in circa 15 jaar de schuld fors af te bouwen en een forse OZB verhoging want voor niets gaat de zon op. Misschien wel circa 20% erbij. Een gruwel! Maar wat willen we? De voortgaande verpaupering of onze jeugd en gemeente weer een toekomst geven.

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-vertwijfeling/

 

Louis van der Kallen.