‘RUIMTE IN REGELS’, BOOS MAKEND

 

| 04-11-2019 | 09:50 uur |


 

|  DÉDAIN EN MINACHTING  |

 

Het ministerie van BZK wil de behoefte aan ondersteuning en toerusting bij uitvoering van de Gemeentewet/Provinciewet beter in kaart brengen, daartoe worden in het land bijeenkomsten georganiseerd. Voor griffiers, gemeentesecretarissen, managers en bestuursadviseurs vier in de plaatsen Arnhem, Assen, ’s-‘s-Hertogenbosch en Utrecht. Voor de ruim negenduizend Raads- en staten leden gezamenlijk slechts één!

“Het versterken van de lokale democratie is een speerpunt voor het ministerie van BZK” zo is te lezen in een artikel in Binnenlands Bestuur. Als ik naar de feiten kijkt dan is het aantal Raads- en staten leden in Nederland snel een veelvoud van het aantal griffiers, gemeentesecretarissen, managers en bestuursadviseurs. Is er voor hen slechts één gelegenheid van drie uurtjes om hun inbreng te leveren. Ga ik er als raadslid heen? Natuurlijk niet. Ik wil als raadslid graag serieus genomen worden en een echte inbreng kunnen leveren mede door in debat te gaan met collega raadsleden. Dat kan niet in een massale bijeenkomst.

Het is goed dat het ministerie de ‘ruimte in regels’ in kaart wil brengen. Maar begin dan maar eens de ruimte te creëren voor een echte inbreng van Raads- en Statenleden. Eén bijeenkomst in Utrecht te beginnen om 18.00 uur (heen reis in spitsuur) is daarvoor gotspe en getuigend van minachting voor Raads- en Statenleden. Ik voel mij niet serieus genomen. Terwijl ik denk dat juist beleidsmakers als Raads- en Statenleden kunnen weten wat zij als beperkingen ervaren in de huidige Gemeentewet en Provinciewet.
Meepraten willen raadsleden en Statenleden wel. Maar voor 8619 raadsleden en 570 Statenleden één bijeenkomst van 3 uur, is niet meepraten. Dat is minachting van wat die ruim negenduizend mannen en vrouwen eventueel te zeggen hebben!

Louis van der Kallen

 

 


TWEEDE KAMER FRACTIES INZ. BOA’S – D017

 


 

Bergen op Zoom, 9 juli 2007

 

Aan de leden van de

Tweede Kamer 

 

Betreft:          bijzondere opsporingsambtenaren

 

Geachte heer/mevrouw, 

Ondergetekende is reeds 21 jaar gemeenteraadslid voor een lokale groepering in Bergen op Zoom. De afgelopen jaren sta ik zomer en winter, verkiezingen of niet, drie à vier keer per week op verschillende tijdstippen met mijn praatpaal op een centrale plaats in het voetgangersgebied van het winkelcentrum. Op rustige uren constateer ik binnen mijn gezichtsveld altijd meer dan 40 beboetbare overtredingen per uur. Op piekuren zelfs oplopend tot meer dan 100 beboetbare overtredingen per uur.

Dit laat zien hoe machteloos wetgevers als u en ik feitelijk zijn. Veel ge- en verbodsbepalingen zijn slechts papieren regels die niet of nauwelijks gehandhaafd worden.

In het besef dat mijn constateringen veelal het ‘kruimelwerk’ bevatten (fietsen/brommer rijden in voetgangersgebied, weggooien van afval op straat, storten van afvalwater in afgekoppelde rioolputten, scootmobielers die zich in voetgangersgebied niet gedragen als voetgangers, hondendrollen deponeren, enz.), zijn deze overtredingen toch de grote ergernissen van de gewone man of vrouw. 

Bij de behandeling van het beleidskader in onze gemeente maak ik er een gewoonte van de burgemeester en mijn collega’s deelgenoot te maken van mijn frustraties op dit punt. De meeste van de collega’s delen mijn waarnemingen en frustraties. Bij de laatste behandeling van het beleidskader had ik wel een soort van oplossing. Maak alle raadsleden BOA (bijzondere opsporingsambtenaar) en laat de gemeenteraadsleden groepsgewijs de eigen regelgeving handhaven. Er is echter één grote belemmering. De gemeentewet!

Gemeenteraadsleden mogen niet in een gezagsverhouding staan met de gemeente en als BOA’s zou dit wel het geval zijn.

De gemeentewet kent reeds één uitzondering. Leden van de vrijwillige brandweer mogen wel én lid zijn van de gemeenteraad én als vrijwilliger in een gezagsverhouding staan met de gemeente.

Volksvertegenwoordigende wetgever, overweeg een tweede uitzondering voor de lokale wetgever die als onbezoldigde BOA dan eindelijk zelf bijvoorbeeld in collectief verband de regels kan handhaven. De burger zal u dankbaar zijn. 

Ook veel scootmobielers zouden graag onbezoldigd BOA zijn om op te kunnen treden tegen de foutparkeerders die hen het leven zuur maken door direct te parkeren voor de voor veel geld aangelegde op- en afritjes voor scootmobielers nabij straathoeken. Bij mijn praatpaal hebben zich de nodige liefhebbers al gemeld. Hier zijn de eisen aan BOA’s een belemmering. Geef gewone belanghebbenden de mogelijkheid voor hun eigen belangen op te komen. Ze hebben er vaak de tijd voor en de zin in. Dit in tegenstelling tot de politie, die aan dit soort handhavingen geen prioriteit geeft. 

Hopelijk kunt u iets met de frustraties van een mede-wetgever. 

Met vriendelijke groet,

lid BSD-fractie, 

L.H. van der Kallen