EEN JALOERSE LUDDIET

 

    


| 12-11-2020 |

 

Ik ben jaloers op een oud raadslid van Oudenbosch, en wel op J.J. van Steen. Die kreeg in 1895 nog een met vulpen geschreven agenda/brief van zijn Burgemeester J.J.B. de Klijn ter oproeping tot eene vergadering der gemeenteraad ten stadhuize. Dat zou ik nu ook wel willen!!

Tegenwoordig krijgt een raadslid/fractievoorzitter een mail met een link om digitaal in te loggen, die niet altijd naar genoegen werkt. Vier november heb ik meer dan een half uur geprobeerd de digitale vergadering van de fractievoorzitters bij te wonen. De link werkte wel maar verder dan de mededeling ‘u wordt zo dadelijk toegelaten’ kwam ik niet. Niemand liet mij toe. Als digibeet vraag ik mij vaak af: kan het niet simpeler? Waarom vergader ik bij de gemeente de ene keer via Zoom, dan via Teams en dan via Pexip?

Buiten het feit dat ik niks heb met digitale vergaderingen vind ik dit frustrerend. En eigenlijk ook niet kunnen. Soms beslis ik zelf om niet deel te nemen. Maar soms – zoals in bovenstaand voorbeeld – sluit het systeem mij uit. Dit werkt dus niet. Een raadslid is door de bevolking ingehuurd om niet alleen besluiten mede te nemen maar ook om aan het debat deel te nemen en daarmee de meningen en besluiten proberen te beïnvloeden.

Ook nu gebeurt het weleens dat het systeem niet optimaal werkt en een raadslid of burgerlid even wegvalt en opnieuw moet inloggen. De voorzitter is dan bijna altijd in staat de vergadering zo te leiden dat het raadslid toch nog zijn of haar ‘woordje’ kan doen.

Mocht ik ooit – door niet in te kunnen loggen – een besluitvormende vergadering van de raad missen, zou ik dat een schending vinden van mijn door de kiezer en de wet gegeven bevoegdheden en mandaat. Ik ben dan immers feitelijk belemmerd in mijn rechten en plichten als raadslid. Ook al is dat niet opzettelijk, dan nog zou ik overwegen de besluiten genomen in die vergadering ter vernietiging aan de Kroon aan te bieden en wel wegens belemmering (kneveling) van een raadslid.

Ik ben nu 34 jaar raadslid en heb nog nooit meegemaakt dat ik belemmerd ben in het bijwonen van een vergadering. Ik heb wel eens voor een gesloten deur gestaan en ben toen via een raam van het toenmalige ‘praathuis’ toch doorgedrongen in het stadhuis. Toen bleek dat de vergadering afgelast was en ik een brief die dat vermeldde had gemist. Met een onwillige computer of computer programma is het slechter eieren eten. Toch wel iets om goed over na te denken. Want ik zou het er niet bij laten zitten. Een stemming verliezen is democratie maar buitengesloten worden door een computersysteem is de ‘dictatuur’ van een machine. En als recht geaarde Luddiet kan ik dat nooit accepteren.

 

Louis van der Kallen.


    

BERGEN (IN DE TOEKOMST)?

 

    


| 29-09-2020 |

 

Soms vraag ik mij af, of wij we in het verleden inspiratie zouden kunnen vinden voor de bestuurlijke toekomst van Bergen op Zoom. Toen de heerlijkheid Bergen op Zoom eind 13e  eeuw ontstond, waren er een fors aantal verbonden ambtsgebieden. Grofweg bestond de heerlijkheid uit: De Poorterij van Bergen op Zoom, Halsteren, Rubeere, Noordland, Noordgeest, Zuidland, Moerstrate, Wouw, Zegge, Rucphen, Voornseinde, Zuidgeest en Putte. In deze gebieden had de Heer van Bergen op Zoom de rechtsmacht in alle graden. Ook vielen de woeste, niet ontgonnen gronden onder zijn macht en volledige bevoegdheden. Beperkt onder zijn rechtsmacht vielen de gebieden waar een leenheer functioneerde, zoals de Heren van Boudenspolder, Beijmoeren, Hildernisse, Woensdrecht, Hoogerheide en Ossendrecht. Huijbergen werd kerkelijk bestuurd.    

In daaropvolgende eeuwen breidde de macht van de Heren van Bergen op Zoom zich geleidelijk uit. Vooral door aankopen, ontginningen en inpolderingen. De leengoederen werden met uitzondering van Ossendrecht en Hoogerheide opgeheven en vielen eind achttiende eeuw volledig onder de bevoegdheden van de Heren van Bergen op Zoom. Door ontwikkelingen en inpolderingen waren  eind achttiende eeuw de volgende gebieden deel gaan uitmaken van de heerlijkheid: Oud- en Nieuw Beijmoer, Auvergne en Oud Glymes, Heijningen, Fijnaart, Standaardbuiten, Oudenbosch, Nieuw en Oud Gastel.  Huijbergen, de St Maartenspolder en Hoeven werden deels kerkelijk bestuurd.

Van het westelijke deel van Noord-Brabant vielen alleen Willemstad, Prinsenland, Steenbergen, Vossemeer en Roosendaal niet in het Markizaat.

Met gebieden buiten de heerlijkheid bestonden wel relaties; zo was Woensdrecht gekocht van de Heren van Kruiningen. Er werden leenrechten afgekocht die onder het Zeeuwse leenrecht vielen (Hildernisse, de heer Boudenspolder, Oud- en Nieuw Beijmoer). Ook werden regelingen getroffen rond Hertogelijke enclaves zoals onder Wouw, Heerle en Borgvliet.

In de zeventiende eeuw kende de heerlijkheid in haar rechtsgebieden een tiental rentmeesterschappen: Halsteren, stad en Vierschaar, Wouw, Zuidkwartier (globaal wat nu de gemeente Woensdrecht is), Oostkwartier (globaal de gebieden Oud-Gastel, Oudenbosch, Rucphen, Voornseinde, Hoeven en de St Maartenspolder), Heer Jansland (Nieuw Gastel), Standaardbuiten, Fijnaart, Ruigenhil (Willemstad) en Heijningen.

Geld en gewenste bestuurskracht waren de drijvende kracht achter de uitbreidingen. Zaken gingen gewoon beter als ze centraal en éénduidig worden aangestuurd.

Ten tijden van de Bataafse Republiek (1795-1806) vervielen de feodale bestuursvormen en werden dorpen en steden – naar Frans voorbeeld –  gelijkgesteld in de nieuwe bestuursvorm van gemeenten. In de Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1 mei 1798 werd bepaald dat deze gemeenten administratieve eenheden waren met uitvoerende taken. In de Staatsregeling (1801) werd de zelfstandigheid van gemeenten erkend en kregen ze de bevoegdheden om zelf het plaatselijke bestuur in te richten. Alle dorpen die deel uitmaakten van de Heerlijkheid werden zelfstandig. Bestuurlijk een enorme versnippering. Misschien wordt het tijd om oude tijden te laten herleven. Maar nu wel met de gebieden die er buiten vielen zoals o.a. Steenbergen en Roosendaal. Breda als buur lijkt mij wel wat. Dan zijn we ook van een heleboel gemeenschappelijke regelingen af.

Ik ben benieuwd wat Jan metten Lippen ( Jan II van Glymes) van mijn gedachtespinsels gevonden zou hebben.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-bergen-in-de-toekomst/

 

Louis van der Kallen.