EENZAAM 5

 

    


| 26-11-2020 |

 

Wij zelf

In het boek “de eenzame eeuw” gaat Noreena Hertz in op de rol van de politiek en samenleving op de toename van eenzaamheidsgevoelens. Maar de vraag is: wat draagt ons eigen handelen bij aan de toename van de eenzaamheidsgevoelens van onszelf en anderen?

Onderzoek levert op dat onze eigen smartphone en het gebruik van ‘sociale media’ aan de eenzaamheidsgevoelens van onszelf en anderen een forse bijdrage leveren. Het gebruik leidt de aandacht af van de mensen om ons heen en dat gebruik haalt vaak het slechtste in ons boven in de polariserende stammenstrijd zoals uit veel ‘discussies’ op Facebook blijkt. We zijn steeds meer gericht op scoren en de jacht op dopamine middels onder andere het najagen van likes en retweets; tegelijkertijd wordt ons vermogen om effectief of empathisch te communiceren met echte mensen uitgehold.

We denken dat scoren erbij hoort. We laten ons ook verleiden door tal van ‘kwaliteitsonderzoeken’ waartoe we na een bezoek aan een website, de garage of een telefoontje naar een callcenter van een bedrijf worden uitgenodigd. Wie wordt daar gelukkig van? De opgejaagde medewerkers van die callcenters – met tijdelijke dienstverbanden tegen hongerloontjes – zeker niet!

In een haat zaaiende, racistische samenleving vol met complottheorieën worden maar heel weinig mensen gelukkig. We trekken bijna allemaal dan wel ergens aan het kortste rietje.

Hoe vaak bestellen we bij de “Bol.commen” en “Amazons” van deze wereld in plaats van bij een lokale winkel met een praatje met een echt mens? We zijn ook steeds meer in de steden gaan wonen. Met alle eenzaamheidgevoelens en op- afstand-relaties met ouders en grootouders als gevolg. Voor onszelf en voor hen. Hoeveel groepsactiviteiten hebben we ingeruild voor een app? Denk aan yoga, afvallen en afkickbijeenkomsten die we nu via een app ‘bezoeken’. Hoeveel gemeenschapsruimten zijn de afgelopen jaren gesloten waar we elkaar konden treffen zoals dependances van de bibliotheek, en jeugd- en buurtcentra.

Eenzaamheid is een sluipend monster dat velen van ons zelf voeden. We hebben onze arbeid laten flexibiliseren. Met als gevolg minder contacten met bekende collega’s. Van onze overgrootvaders was ruim 10 % lid van een politieke partij; niet alleen betaalden zij de contributie maar ze bezochten ook de wekelijkse of maandelijkse bijeenkomsten op zijn vrije zaterdagmiddag na een werkweek van 45 tot 52 uur. Want men was betrokken bij de directe omgeving. Van onze grootouders was vlak na de oorlog meer dan 60 % lid van een vakbond. Nu minder dan 15 %! Zij bereikten dat de werkweek 40 uur werd en de gehele zaterdag een vrije dag. Ook de loonkloof werd door hun inspanningen gedeeltelijk gedicht. De afgelopen 30 jaar is de loonkloof verbreed tot absurde proporties met volgens onderzoek ook meer eenzaamheidsgevoelens tot gevolg.

Kijk naar onze taal. Het gebruik van woorden als toekomen, plicht, delen, gemeenschappelijk en samen zijn steeds meer verdrongen door bezitten, bereiken, persoonlijk, privé en speciaal. De privacy is zelfs door gedrongen in wettelijke regels. Het ‘wij’ is ‘ik’ geworden.

In de jaren zeventig waren We Are the Champions (Queen) en We Could Be Heroes (David Bowie) nog de maatgevende liedjes; dat was 40 jaar later over. Met in 2013 I Am a God (Kanye West), in 2018 Thank You. Next (Ariana Grande) was een liefdeslied aan haarzelf!

Uit een onderzoek van de Academie van Wetenschappen en de Nanyang Business School in Singapore bleek dat van 1970 tot 2010 het gebruik van voornaamwoorden van de eerste persoon als ‘ik’, ‘mij’ en ‘mijn’ steeds vaker werden gebruikt in liedjes en dat gebruik van ‘wij’, ‘ons’ en ‘onze’ afnam. Zelfs in een land als China was dat het geval, een land dat zich er op voorstaat collectivistisch te zijn.

En toch is samenwerken nog steeds het beste om te komen tot de beste prestaties. Eenzaamheid is te bestrijden. Dat kan als WIJ dat echt willen door ONS gedrag aan te passen.

 

Louis van der Kallen.


    

EENZAAM 2

 

    


| 26-10-2020 |

 

In een eerder opiniestuk schreef ik over de inspiratie die het boek  “De eenzame eeuw” van Noreena Hertz mij gaf. De subtitel van het boek is: “Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt”.

Ook mijn wereld is steeds verder ‘ontrafeld’. Steeds meer sociale verbanden zijn de afgelopen decennia ontrafeld, van elkaar losgeraakt.

In mijn jeugd had vermoedelijk niemand in mijn straat een bankrekening. De huisbaas, de man van de begrafenispolis, de melkboer, de schillenboer, de ijscoman (de zomer) en vele anderen gingen langs de deuren. De salarissen – toen nog gewoon weekloon geheten –  werden nog in pergamijn zakjes in baar geld op vrijdag of zaterdagmiddag door de werkgever uitbetaald. Vrijwel niemand had een telefoon. Als de huisarts gebeld moest worden, betaalde je een duppie aan de trotse eigenaar. Waar je in zijn of haar gang belde. In de straat of de buurt kende men elkaar en als iemand overleden was, kleurde de straat wit. Iedereen hing witte lakens voor de ramen. Thuiszorg als organisatie bestond nog niet. ‘Thuiszorg’, dat deden de buren. Als mijn moeder voor de zoveelste keer opgenomen werd in het Delta Ziekenhuis of in het Zuiderziekenhuis zorgde de buurvrouw voor mij. Mijn natje en droogje werden verzorgd inclusief het op tijd naar bed sturen. Tante Truus die geen tante was maar een buurvrouw vond dat vanzelfsprekend. De buurmannen namen dat jochie wiens vader zo vroeg was overleden mee naar de ‘voetbal’ of de Kuip waar toen nog een sintelbaan in lag voor de speedway. Er waren in bijna iedere straat buurtwinkeltjes, vaak was dat een kruidenier die ook waterstoker was. Op maandagmorgen nog voor de schoolgang haalden de jongens daar de emmers warm water voor moeders was.

De sociale verbanden waren sterk. Terugdenkend aan de ‘goede oude tijd’ denk ik dat het woord eenzaam nog moest worden uitgevonden. De girodienst was vermoedelijk één van de eerste stappen naar de sluipende vereenzaming. De  werkgevers namen het initiatief. Al snel kwam de huisbaas en de premieophalers niet meer langs de deur. En ook de gang naar de spaarbank met het spaarboekje of met de metalen spaarpot waarvan het sleuteltje beheerd werd door de meneer achter de balie van de spaarbank kwam teneinde. Toen kwam de supermarkt. Simon de Wit, de Gruyter, de Vivo en de Végé  en vele anderen begonnen de kleine buurtkruideniers, de groenteboeren, de melkboeren, de slagers en de tabakshandelaren op te ruimen. Waarna zij zelf in ijltempo opgegeten werden de AH’s en recenter door de Jumbo’s van deze wereld. Het aantal sociale contacten nam af. Het ‘kastje’ kwam in ieder huis. Vertier kwam daarmee steeds meer van de straat naar binnen. Ook de vakbonden veranderden van karakter. De bonden fuseerden en de plaatselijke kantoortjes/vakbondswinkeltjes en de lokale partijkantoortjes verdwenen.

Werden we bewust stapje voor stapje, sluipenderwijs geïsoleerd? Vervreemd van onze sociale basis! Was er van den beginnen een neoliberale agenda van vervreemding en individualisering om een einde te maken aan het eendracht maakt macht-principe van de vakbeweging en het socialisme?

In volgende opiniestukken zal ik de ontrafeling verder duiden en aangeven hoe we stappen kunnen zetten naar herstel van het menselijke contact dat wij mensen zo nodig hebben. Soms met nieuwe bindingsvormen zoals de gele hesjes en de witte marsen.   

 

Louis van der Kallen.