DISPENSATIE VERZOEK

 

    


| 14-02-2020 |

 

Aan Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden

p/a Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Postbus 20011

2500 EA Den Haag

Ondergetekende:
 
L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat nr. 4 
verzoekt dispensatie van het bepaalde in artikel 31 lid 2 in de Waterschapswet.

De gemeente Bergen op Zoom waarin ik sinds 1986 mag functioneren als raadslid bevind zich in bestuurlijk en financiële woelige wateren. Recent is een informateur aangewezen met als oogmerk te onderzoeken hoe te komen tot een bestuurlijk breder samengesteld college van B&W om de grote problemen en uitdagingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet op te pakken. In dat kader wordt mij steeds vaker de vraag gesteld een wethouderschap te overwegen. De Gemeentewet artikel 36b is daarvoor geen belemmering. Anders is het, door mijn lidmaatschap van het Algemeen Bestuur (AB) van het waterschap Brabantse Delta met de, Waterschapswet artikel 31 lid 2. Een lid van het AB mag volgens artikel 31 lid 2 van de Waterschapswet niet tevens wethouder zijn.

Ik ben 71 en ambieer, bij verstand, geen wethouderschap en zeker geen voltijds wethouderschap. Het klimmen der jaren en mijn private omstandigheden alsmede mijn aard vergen realiteitszin. Ik verlang van mijzelf volledige inzet voor de taken waarvoor ik gesteld zou kunnen worden, dan is een deeltijd wethouderschap van 50 a 60 % voor mij fysiek en mentaal het hoogst haalbare. Mocht een wethouderschap in het belang van mijn geliefde Bergen op Zoom noodzakelijk zijn voor het in beeld krijgen van een bestuurlijke samenstelling die de uitdagingen waarvoor Bergen op Zoom staat, met enig succes kan op pakken, dan voel ik mij genoodzaakt een wethouderschap, in een uiterst geval, te overwegen. Ik zou een eventueel wethouderschap dan graag combineren met het bestuurlijk werk voor het waterschap Brabantse Delta wat ik nu doe.

Uit mijn bijgevoegd CV blijkt mijn decennia lange betrokkenheid bij het bestuur van waterschappen. In negen verschillende waterschappen in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland ben ik bestuurlijk actief geweest. Ik combineer daar tot op de dag van vandaag mijn vele jaren bestuurlijke ervaringen op gemeentelijk, provinciaal en waterschapniveau met mijn inhoudelijke kennis van waterproblemen en ervaringen in het bedrijfsleven om waterbeheer mede vorm te geven. Ik zou het node missen, maar ik denk oprecht dat voortzetting van mijn bedrage ook in het waterschapsbestuur van de Brabantse Delta van nut kan zijn bij de opgaven waarvoor dit waterschap gesteld staat. Voor informatie verwijs ik graag naar de huidige en voormalige dijkgraven van dit waterschap.

Voor informatie over de bestuurlijke situatie in Bergen op Zoom verwijs ik naar de burgemeester van mijn gemeente.

Nu om dispensatie vragen lijkt, tot op zekere hoogte, voor de muziek uitlopen. Een besluit waarbij ik mijn AB positie moet opgeven is voor mij een groot dilemma. Doet ik recht aan de Bergse kiezer en het gemeentelijk belang of doe ik recht aan de waterschapkiezer die mij een fors mandaat heeft gegeven? Ik wil graag beide door de kiezer gegeven mandaten rechtdoen.
Waarbij ik durf te erkennen: dat ik een waterschapper in hart en nieren ben. Het waterschapwerk zit in mijn botten. Kijk eens op de website www.onswater.com of kijk eens op www.louisvanderkallen.nl om te weten wie ik ben en kom tot een oordeel of een eventuele dispensatie hier op zijn plek zou zijn. Waarbij het van belang is te weten dat bij een eventuele wethouderportefeuille zoals financiën de kans op belangenverstrengeling nihil is te achten.
Ik zou graag weten of dispensatie in dit bijzondere geval tot de mogelijkheden behoor.

 
Met de meeste hoogachting,
Uw dw. dienaar,

  
L.H. van der Kallen
Raadslid Gemeente Bergen op Zoom
Lid AB Waterschap Brabantse Delta


    

INVOERHEFFINGEN

 


 

INVOERHEFFINGEN

 

In de media lijkt het iedere dag te gaan over heffingen op de invoer. Trump is er mee begonnen, zo lijkt het, en China, Canada en de EU reageren. Het lijkt wel oorlog. Zo noemen ze het ook, een handelsoorlog. Maar heffingen zijn er altijd geweest en echt niet alleen om de eigen fabrikanten te beschermen. Als gewoon burger kocht een bekende recent een Bergse beloningspenning en bracht deze waar die penning hoort: THUIS in Bergen op Zoom. Dat thuisbrengen had wel een prijs. Invoerrechten 86,68 euro plus 17,50 euro afhandelingskosten. Na eeuwen is de penning weer waar hij hoort. Maar buiten de aankoopsom wenste de staat toch ook ruim 104 euro en dat was echt niet om de eigen markt te beschermen. Dit product was lang geleden op Nederlandse bodem en door gewone Nederlanders gemaakt en op één of andere manier in Brooklyn NY in de USA van Trump terecht gekomen. De penning is gelukkig bevrijd en teruggebracht naar Trumpvrij gebied.      

Louis van der Kallen

 


 

 

ZOET/ZOUT

 


 

ZOET/ZOUT

volkerak zoommeerDe beslissing over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer komt steeds dichterbij. Als lid van de onafhankelijke Ons Water/West-Brabant Waterbreed fractie in het Algemeen Bestuur van het waterschap Brabantse Delta maak ik mij al jaren druk over de mogelijke gevolgen van een eventuele verzilting. Zo ook de gevolgen voor de land- en tuinbouw en de binnendijkse natuur die zeer afhankelijk is van de beschikbaarheid van zoet water. Tot op heden wordt in de aangegeven studies alleen maar uitgegaan van de huidige behoefte van de land- en tuinbouw van zoet water en de hoeveelheden zoet water die nu via het Volkerak-Zoommeer systeem worden ingelaten. 

Tot nu toe waren we voor kennis van die mogelijke gevolgen aangewezen op de door Rijkswaterstaat aangeleverde kennis/studies, die veelal de indruk geven: ‘de zoet water voorziening is oplosbaar’ en de boeren krijgen “eerst het zoet dan het zout”.

Mijn gedachte was: leuk die voorspellingen. Maar hoe was het vroeger, voor de aanleg van de compartimentering wat het Volkerak-Zoommeer zoet maakte? Wat was de zoutindringing in onze gebieden? Dat zou een mooie indicatie zijn voor wat er nu op termijn gaat gebeuren als het Volkerak-Zoommeer weer zout zou worden.

Recent kreeg in in handen het “Rapport van de centrale commissie voor de drinkwatervoorziening 1965” met de mooie titel: “De toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland.”, gedrukt door de Staatsdrukkerij in 1967. Ik zou zeggen een betrouwbare bron van informatie. En dat de opstellers wisten waarover ze schreven maakte voor mij de volgende zin al duidelijk (pagina 73): “Om bij de Parksluizen aan de Rotterdamse Waterweg bij vloed nog water in te kunnen laten met een relatief laag chloridegehalte zou ten minste een hoeveelheid van 700 m3/sec rivierwater langs de Waterweg moeten worden afgevoerd.” Dat stond in een rapport van bijna 50 jaar geleden! Nu met de kennis van de stijgende zeespiegel en de betere meetmethoden komen de geleerde dames en heren tot de conclusie dat 800 m3/sec. nodig is.

De commissie van toen onder voorzitterschap van Mr. E.H.J. Baron van Voorst tot Voorst waren geen domme jongens.

Uit deze rapportage blijkt dat in 1965 het boezemwater tot ongeveer de westelijke stadsgrens  van Steenbergen meer dan 5000 mg Cl/per liter bevatte. Tot een lijn die in een boog liep van Ossendrecht over Heerle, Kruisland, Stampersgat, Fijnaart en Willemstad bevatte het boezemwater 2000/5000 mg Cl/per liter. Tot een lijn die globaal liep van westelijk Roosendaal over Oud Gastel naar Klundert bevatte het boezemwater 500/1000 mg Cl/per liter. In het besef dat voor de land- en tuinbouw water nodig is met chloride gehaltes beneden de 300 mg per liter moge het duidelijk zijn dat verzilting van het Volkerak-Zoommeer de land- en tuinbouw potenties in het werkgebied van de Brabantse Delta aanzienlijk zal verslechteren en dat dit een veel grotere zoet water aanvoer nodig maakt dan tot op heden door Rijkswaterstaat wordt voorgesteld. 

Bezint eer gij verzilt! Is mijn conclusie. De zoet water voorraad in het Volkerak-Zoommeer werd ook in het advies  “Waterbeleid voor de 21e eeuw” van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw onder voorzitterschap van F. Tielrooij al van groot belang verklaard. Niet doen dus dat verzilten.  Ik kan het rapport voor iedereen aanbevelen. Het geeft een bijzondere kijk op de vernieuwingskracht van Rijkswaterstaat.

bellenschermDe laatste jaren valt met regelmaat het woord ‘innovatie’. Zo ook bij de ‘nieuwste’ kennis voor de zout terugdringing en het voorkomen van eventuele zoutlekkage door de sluizen naar het Haringvliet. Die ‘slimme’ technische jongens en meisjes hebben naar hun zeggen daar de modernste technieken voor ontwikkeld zoals een bellenscherm. Laat nu in het rapport uit 1965 al vermeld worden dat er onder andere een onderzoek loopt naar de toepassing van “luchtbel-schermen”! Hoezo zijn ze innovatief?  Hoezo zijn ze daadkrachtig? Een techniek die al 50 jaar bekend is wacht nog steeds op uitgebreide toepassing. Als straks bij verzilting de zout indringing veel ernstiger is dan uit de huidige rapporten blijkt, kunnen wij en onze boeren lang wachten en dan is het niet “eerst het zoet en dan het zout” maar zitten we gewoon met de gebakken peren.    

U kunt hier het rapport “Waterbeleid voor de 21 eeuw” lezen:  63858537-Waterbeleid-voor-de-21e-eeuw