GOED VOORBEELD OP DE LOCATIE VAN KAAM

 

    


| 10-05-2021 |

 

 

Soms is een bouwplan een voorbeeld voor de bouwsector en laat het zien hoe – in een veranderende wereld waar het klimaat andere eisen stelt – vernieuwende ondernemers daarmee om kunnen gaan en met een relatief detail het verschil kunnen maken.

Op de locatie Laan van Borgvliet waar vroeger Van Kaam gevestigd was, komt een vijftal woningen waarvan één levensloopbestendig. Het nieuwe is een hemelwatersysteem dat uitloopt in de kruipruimte van de woningen. Deze kruipruimte wordt zodanig ingericht dat zij kan dienen als waterbuffer om het hemelwater in de bodem te laten infiltreren. Dit is een bijdrage aan de aanpak van de verdroging van de bodem in plaats van het water snel af te voeren. Naar mijn kennis is het in Bergen op Zoom en de regio voor het eerst dat dit systeem op deze wijze wordt toegepast.

Aannemingsbedrijf Deurloo uit Tholen verdient wat mij betreft een compliment en ik hoop op navolging bij andere bouwprojecten.

 

Louis van der Kallen.


LOPEN WE VOOR- OF ACHTERAAN?


| 08-04-2021 |

 

Terwijl in Bergen op Zoom het onderwijs steeds meer op afstand van de overheid wordt gezet en de schoolgebouwen aan de schoolbesturen worden overgedragen, klinken elders andere geluiden. Bij het op afstand zetten wordt de financiering daarvan geregeld via een ‘lumpsum’ (een betaling die in een keer wordt gedaan en niet in delen). In feite een vrij te besteden bedrag. Gevolg meer vrijheid voor de schoolbesturen en naar het inzicht van veel oudere leraren (die zien de verschillen met vroeger) meer hobby’s en hogere vergoedingen van en aan schoolbesturen.

In een artikel in de Volkskrant stelt economiedocentdocent Ton van Haperen: “Het Nederlandse onderwijs heeft geen geldprobleem, maar een organisatieprobleem.” Hij wil de ontmanteling van de schoolbesturen, afschaffing van de vrijheid van onderwijs en het beheer en programma weer terug bij de overheid.

Volgens het Programme for International Student Assessment (PISA) dalen de prestaties van de 15 -jarigen in Nederland al vanaf 2003 en de daling gaat steeds harder. Nu (laatste onderzoek 2018) staan we op de 26e plek op de OESO lijst. In 2015 was dat nog de 15e.

Wat schrikbarend is, zijn de verslechterende cijfers van de ‘zwakke leerlingen’. In 2003 was het percentage ‘zwakke leerlingen’ op het gebied van lezen 11,5 %, in 2018 was dat gegroeid naar 24,1 %. Op het gebied van wiskunde vielen in 2003 10,9 % van de Nederlandse 15-jarigen in de categorie ‘zwakke leerlingen’, in 2018 was dat 15,8 %. Bij natuurwetenschappen was dat in 2003 13,0 % en in 2018 20,0 %! Uiteindelijk behoort onderwijs tot doel te hebben kinderen op te leiden. Het zou primair moeten gaan om ze met kennis voor te bereiden op een toekomst waarin zij zelf hun brood en beleg kunnen verdienen alsmede een volwaardige plek in de samenleving.

Volgens een UvA onderzoek weten steeds minder jongvolwassenen hoe onze samenleving in elkaar zit, wat het parlement doet, wat een rechter of een regering doet. Ze hebben als ze 18 zijn wel stemrecht maar velen zijn er feitelijk niet op voorbereid.

De scholen hebben steeds meer zorgtaken op hun bordje gekregen die intern meer status hebben gekregen dan feitelijk lesgeven. De stelling van Ton van Haperen is: “De school is verworden tot een jeugdhonk waar kinderen het goed hebben, zich veilig voelen en waar de tekortkomingen van de maatschappij moeten worden weggemasseerd, maar waar kennisoverdracht in het gedrang komt.”

De bovenmeester is directeur geworden met een managementteam dat beleid ontwikkelt. Met geld dat bedoeld was voor het primaire onderwijsbudget en het redelijk betalen van leraren en het verkleinen van klassen werden er tal van begeleiders aangesteld en besturen – die als maar meer taken kregen – werden van vrijwilligers omgeturnd naar professionele, goedbetaalde krachten.

Terwijl men elders gaat inzien dat het anders moet en mensen als de economiedocent van Haperen oproepen tot een onderwijsrevolutie met als doel terug naar de echte onderwijs taak zit Bergen op Zoom nog op de route naar verzelfstandiging en het op afstand zetten van het onderwijs en de overdracht van de gebouwen aan de besturen. De liberalisering moet immers doorgaan! Of toch niet? Zelf denk ik dat het op afstand zetten het creëren van functies is voor vooral de beter opgeleide VVD- en D66-stemmers. Dat het belang van ‘zwakke leerlingen’ hier niet mee gediend is. Stiekem denk ik dat ze van mening zijn: die gaan straks toch niet stemmen en als ze gaan stemmen gaan ze voor de mooie praatjes van onze rap pratende lijstrekkers in de strakke kostuums, te blitse schoenen en mantelpakjes.

Ik ben geneigd, in het belang van onze ‘zwakke leerlingen’ Ton van Haperen gelijk te geven. Het kan en moet anders in Nederland. Die ‘liberale’ privatiseringsagenda moet teruggedraaid worden, te beginnen bij het onderwijs. Ook de ‘zwakke leerlingen’ verdienen goed onderwijs en dat behoort te zijn de overdracht van kennis en vaardigheden binnen een door de overheid opgesteld leerprogramma, gericht op die kennisoverdracht. Daar horen leraren met passie bij die zich kunnen concentreren op waar toe ze zijn opgeleid. En maatschappelijke problemen moeten niet weggemasseerd worden maar opgelost. Dit alles zodat we op de PISA lijstjes weer vooraan komen in plaats van achteraan en onze leerlingen krijgen waar ze recht op hebben: goed onderwijs.

 

Louis van der Kallen.


EEN VISIE VAN EEN BURGER

 

    


| 25-02-2021 |

 

 

De stad is gebaat bij een duidelijke visie t.a.v. de invulling van ons winkelcentrum.

Het eerste wat nodig is overleg.

Overleg vanuit een visie op samenwerking. Samenwerking tussen de eigenaren van de winkelpanden en de ondernemers met een bemiddelende rol van het stadsbestuur.

De overlegvisie is: Komen tot een gezamenlijk beleid, waarbij het belang van alle partijen voor de LANGERE TERMIJN in ogenschouw wordt gehouden.

Mijns inziens betekent dat de eigenaren bereid moeten zijn hun huurtarieven te matigen om ondernemers de kans te geven met optimale zuurstof hun idealen te verwezenlijken m.a.w. een gezond ondernemersklimaat.

Ten tweede moeten ondernemers bereid zijn naar elkaars drijfveren te luisteren en elkaar op te zoeken ter versterking van elkaars belangen met andere woorden gezonde concurrentie.

Ten derde moeten onze manager – wethouders bereid zijn te luisteren naar wat de bezieling is van onze ondernemers en met hun hart een visie te ontwikkelen, waarbij het streven naar een breed draagvlak het doel mag zijn.

Nu concreet: Let wel op de langere termijn! Uiteindelijke is dat een duurzame en blijvende impuls voor de economie.

  • De stad is gebaat met inkrimping van het winkelcentrum.

  • Ontwikkelen van thema straten:

    • een kunstzinnige straat met ateliers, lijstenmakers, theaterkleding, muziekinstrumentenwinkel, noem verder maar op.

    • Een snuffelstraat : met allerlei snuffelwinkeltjes. ( zijn niet per sé online afhankelijke winkels).

    • Een straat met kleine horeca: van koffietent, ijssalon, bruin café met lichte menukaart. Enz.

    • Een straat met modezaken. ( geen landelijke ketens).

    • Straat met winkelbedrijven van landelijke ketens. Divers met dus ook opticiens en telefoonzaken.

  • Aanvullen met hoogwaardige, sfeervolle woningbouw.

  • De aantrekkingskracht van de themastraten koppelen aan de historie, cultuur en diversiteit van de natuur die onze stad en omgeving te bieden heeft. Dat kan aan de toerist en omgeving van de stad kenbaar gemaakt worden. De stad kan hierdoor iedere toerist meerdere dagen aan zich binden goed voor hotelwezen, campings en horeca.

  • Dit promoten met de rijkdom van de Brabantse Wal. Devies: SAMEN met onze buurgemeenten.

Voetnoot: Als je Deventer bezoekt, kan je enorm genieten van het aantal bijzondere snuffelwinkels en kom je na enkele uren daaruit, krijg je in de hoofdstraat een klap in het gezicht door de landelijke, fantasieloze ketens. Bovendien het toerisme met de grijze haren groeit nog steeds en die vinden hier de tijd voor. De jongere generatie gaat leren van deze Coronatijd en de kans is groot dat ze deze aantrekkelijke rust ook gaan ontdekken.

 

Henk Witjes.

 

 


GELDNOOD

 

    


| 14-01-2021 |

 

Bergen op Zoom is net als veel van haar burgers in ‘geldnood’. Wetenschappers denken al vele eeuwen na over hoe komt het toch dat wij mensen en vaak ook overheden zo slecht met ons geld, ons inkomen en onze bestedingen om gaan? Overwegend komen ze tot min of meer soortgelijke conclusies die samen te vaten zijn in het volgende: een ingebakken ‘overdreven optimisme’ en “eenmaal in geldnood” maken onze hersenen rare sprongen. We bereiden ons overwegend slecht voor op economisch slechtere tijden. Waarom? Omdat we denken: “dat overkomt mij niet!” Ik ben beter, slimmer, handiger enzovoorts. En soms: “ik leef nu!” We lijden aan zelfoverschatting. 95 % van de automobilisten denkt bijvoorbeeld dat ze beter rijden dan gemiddeld.

Als politicus neem ik al jaren waar dat VVD’ers oprecht geloven dat het in de toekomst beter gaat. Dat de problemen of opgaven van nu ‘straks’ makkelijker opgelost zullen worden. Dat er ‘straks’ slimme oplossingen gevonden worden waardoor nu nog niet aan een oplossing gewerkt hoeft te worden. “Straks kan het vast goedkoper en beter. Dus waarom nu de belastingen verhogen om de problemen van nu op te lossen?”

Veel mensen en politici vermijden bij voorkeur onzekerheid. De ‘kop in het zand’ is dan een voorlopige strategie. Gewoon ontkennen is dan het politieke adagium, daar win je immers verkiezingen mee! Dan kan het gebeuren dat een VVD wethouder financiën in 2018 na 8 jaar ‘saneren’ durf te beweren dat nu alle financiële problemen in Bergen op Zoom opgelost zijn en Bergen op Zoom nu weer vooruit kan kijken, en twee jaar later blijkt dan de ‘beerput’ nog steeds vol te zitten en harder te stinken dan in 2008.

Uit gegevens van de branchevereniging van schuldhulpverleners blijkt dat het gemiddeld vijf jaar duurt voordat mensen hulp zoeken voor hun financiële problemen en dat dan de gemiddelde schuld is opgelopen tot 43.000 euro. Nu zijn als gevolg van corona veel inloopuren van schuldhulpverleners gesloten. Dat maakt (toekomstige) problemen groter. Er is grote schaamte om over geldgebrek en geldstress hulp te zoeken. Maar ook als er hulp wordt gezocht, blijkt het heel moeilijk om als gewoontedier de tering naar de nering te zetten. We streven naar ‘gemak’ en veranderen is ongemakkelijk en pijnlijk. Zeker als de geldstress al jaren heeft geleid tot slechter slapen en piekeren en de zorgen onze geestelijke gezondheid heeft ondermijnd. Bij schaarste aan geld richten mensen en bestuurders zich meer en meer op de korte termijn en juist dat is belemmerend voor een echte oplossing. Als een mens of een overheid zich uitsluitend richt op overleven worden kansen gemist die belangrijk zijn voor de toekomst van het individu of de betrokken overheid zoals de gemeente Bergen op Zoom.

Politici moeten nu zorgen dat individuele burgers hulp krijgen om grotere problemen zo veel mogelijk te voorkomen. Dat moet ook betekenen kansen bieden. Met de juiste en flexibele regelgeving rond de bijstand en de routes uit de bijstand door individueel ondernemerschap te stimuleren. En niet deze routes door tal van maatregelen te belemmeren c.q. te frustreren. Tegelijkertijd dient een gemeentelijke overheid in geldnood zichzelf gedisciplineerd te gedragen en zichzelf desnoods aan de haren uit het moeras te trekken. En ja, daar past erkenning van het probleem en de oorzaken bij en het aanvaarden van hulp van anderen. Daar past bijvoorbeeld ook het aanvragen van artikel 12 bij en helaas ook de daaraan verbonden gevolgen zoals extra toezicht van hogere overheden en een (tijdelijke) belastingverhoging die best wel eens tien of twaalf jaar kan duren.

Wie zijn achterste brand zal op de blaren moeten zitten!

 

Louis van der Kallen.


    

DE ZOTHEID

 

    


| 23-12-2020 |

 

Recent heb ik “De eeuw van de Zotheid” van Herman Pleij gelezen, een boek waarin ik veel Bergse wetenswaardigheden tegenkwam. Zoals het gilde van de Blauwe Schuyt en de stelling dat de knotsen van de wildemannen van Bergen op Zoom voorlopers waren van de marot, de zotskolf van de nar.

De afgelopen weken heb ik vaak het gevoel gehad terechtgekomen te zijn in een landjuweel der zotten georganiseerd door een Rederijkerskamer, met als thema: Dwaasheid der Redelozen inclusief een eigen lokale Sint Reinout.

Wat ik alleen miste was de reïncarnatie van Klaartje, de zottin die in 1509 nog een nieuwe outfit kreeg op kosten van het Bergse gemeentebestuur, in een damborddesign in een zwart-wit- uitvoering. Zij vertolkte met regelmaat een leugenrefrein (een gedicht op rijm met de meest wonderbaarlijke vertellingen). Maar het bleek geen droom, geen teruggang naar de middeleeuwen, maar gemeenteraadsbijeenkomsten. Mijn hier geschetste ervaringen zullen wel komen door het boek van Herman Pleij en mijn dromerij achter de IPad.

 

Louis van der Kallen.


    

DE SLEUTEL OP DE DOODKIST LEGGEN

 

    


| 14-12-2020 |

 

“De sleutel op de doodkist leggen” is een oud gebruik om aan te geven dat de erfenis van de overledene niet wordt aanvaard door de erfgenamen.

Carolus Tuinman (1659-1728) omschreef de herkomst als volgt:

Toen graaf Albrecht van Beijeren, in 1404, overleed, liet hij, door zijn slecht bestuur der geldmiddelen, zoveel schulden na, dat zijne weduwe Margaretha van Kleef zijnen boedel met den voet stiet. Zij ging, naar de gewoonte van dien tijd, in geleende kleederen vóór de lijkbaar uit, eenen stroohalm wegwerpende; waarmede zij te kennen gaf, de nalatenschap haars gemaals te verzaken. Het is opmerkelijk, dat ook, in datzelfde jaar, de weduwe van Filips van Bourgondië, schoonvader van Albrechts zoon, graaf van Oostervant, den boedel haars mans verstiet. Haren gordel afdoende, legde zij deze, nevens beurs en sleutels, op de doodkist. Zulke voorbeelden toonen gewis, dat de vorsten, zoowel als de onderdanen, aan ’s lands wetten en gewoonten onderworpen waren; maar tevens, dat die vorsten door weinig van hunne onderdanen werden bemind, daar deze hen anders voor zulken hoon zouden hebben weten te bewaren. Dit zijn de eerste voorbeelden van dien aard, waarvan de geschiedenis gewaagt, waarom men het spreekwoord van toen af mag dagtekenen. Ook thans gebruikt men dit spreekwoord, om berooide boedels aan te wijzen.”

Het gewone volk verzuchtte in dergelijke tijden eerder met: “ ’t Is schrale fop, ’t geld is op”. Aldus Harrebomée.

De vraag is nu: wanneer wordt door wie de sleutel (artikel 12) gelegd op de doodskist ener gemeente? En in hoeverre zijn de onderdanen (de Bergenaren) bereid de ‘beminde’ vorsten en hunner nazaten (politieke opvolgers) de hoon te besparen van de berooide Bergse boedel?

 

Louis van der Kallen.


    

BRIEF AAN MINISTER OF SLECHT FUNCTIONERENDE DEMOCRATIE

 

    


| 27-11-2020 |

 

Excellentie,

Al vele jaren ga ik mee in het openbaar bestuur. Vanaf het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw ben ik politiek actief. Ik heb bij tal overheden vele jaren bestuurlijke functies vervuld: 34 jaar raadslid, twaalf jaar statenlid, bijna 50 “bestuursjaren” bij tien verschillende waterschappen over de volle breedte van het land (van Domburg tot Winterswijk, zeg ik weleens). Verder ben ik bij meer dan twintig gemeenten actief geweest in rekenkamercommissies en rekenkamers. Ik hecht zeer aan mijn rechten als volksvertegenwoordiger, aan het goed functioneren van de democratie en aan de rol van de gekozene daarin.

Die rechten zijn in het afgelopen jaar 2020 buitengewoon uitgehold door de manier waarop de overheden menen om te moeten gaan met de uitdagingen die de pandemie ons geeft bij de invulling van haar bestuurlijke taken. Ik ben de afgelopen drie weken twee keer feitelijk buitengesloten (vermoedelijk door falende techniek) bij een vergadering van de fractievoorzitters. Vele malen heb ik delen van een (besloten) vergadering gemist door ‘technische problemen’. Eerder heb ik daar op mijn website over geschreven. https://www.louisvanderkallen.nl/2020/11/12/een-jaloerse-luddiet/

Ik zie velen van mij oudere collega’s worstelen met de ‘techniek’ en de daaraan verbonden procedures. Maar wat nog erger is: de democratie wordt uitgehold, een echt debat en daarmee een goede uitwisseling van argumenten wordt ernstig bemoeilijkt en is grotendeels onmogelijk. Dit tast de kwaliteit aan van het openbaar bestuur en daarmee van de ervaren legitimiteit daarvan. Er ontstaat een verschil in de feitelijke deelname aan het debat en het bestuur. Ook burgers worden ernstig belemmerd in hun participatie aan de menings- en oordeelsvorming door het openbaar bestuur.

Het is, mijn inziens verbijsterend dat overheden ieder voor zich een weg zoeken in de technische ‘mogelijkheden’. In mijn functioneren in dat openbaar bestuur en als volksvertegenwoordiger kom ik minimaal vier systemen geregeld tegen. Als (halve) digibeet vraag ik mij vaak af: kan het niet simpeler? Waarom vergader ik bij mijn gemeente de ene keer via Zoom, dan via Teams en dan via Pexip? Een enkele keer kom ik bestuurlijk ook GoToMeeting tegen. Bij webinars gericht op overheidsdeelname zie ik weer andere systemen.

Het gebeurt met regelmaat dat systemen niet optimaal werken en een raadslid of burgerlid even wegvalt en opnieuw moet inloggen. De voorzitter is dan bijna altijd in staat de vergadering zo te leiden dat het raadslid toch nog zijn of haar ‘woordje’ kan doen. Maar het ‘gemiste’ deel van het ‘debat’ is niet meer goed te maken. Hooguit later te beluisteren.

De twee keren dat ik feitelijk geheel ben buitengesloten zijn voor mijn gevoel een schending van mijn door de kiezer en de wet gegeven bevoegdheden en mandaat. Ik ben dan immers feitelijk belemmerd in mijn rechten en plichten als raadslid en fractievoorzitter. Ook al is dat niet opzettelijk, feitelijk is er dan sprake van belemmering (kneveling) van een raadslid.

De gemeente Bergen op Zoom nadert c.q. zweeft boven de financiële afgrond. De gemeenteraad en het college van B&W proberen te komen tot maatregelen om het tij te keren.

Op donderdagavond was er een beeldvormende bijeenkomst waarin burgers en organisaties hun gedachten konden uiten over de enorme bezuinigingsplannen. Zo’n bijeenkomst behoort feitelijk en qua verordening openbaar te zijn. De techniek liet ons in de steek.

Het is uw taak toe te zien op het functioneren van de democratie, ook in tijden van een voortdurende pandemie, en vooral in tijden dat het functioneren van onderdelen van die democratie zoals nu bij de gemeente Bergen op Zoom buitengewoon belangrijk is.

Dit reikt verder dan vergaderingen van de gemeenteraad. Ook de contacten van het politieke en ambtelijke systeem met de burgerij lijden enorm onder de huidige wijze van functioneren. Feitelijk functioneert het niet of nauwelijks. Nu de pandemie een chronisch karakter heeft, verwacht ik van een hogere overheid een ingrijpen dat leidt tot een herstel van de kwaliteit van het democratisch gehalte van het openbaar bestuur. In mijn beleving is het de taak van uw ministerie en van u als minister dat het democratisch functioneren van organen als gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen is geborgd.

Een stemming verliezen is democratie, maar buitengesloten worden door een computersysteem is de ‘dictatuur’ van een machine. En als recht geaarde Luddiet kan ik dat nooit accepteren.

Het huidige (digitale) functioneren van gemeenteraden doet – mijn inziens – geen recht aan de wettelijk regelgeving omtrent het functioneren van het openbaar bestuur. Het verlangt uw ingrijpen. Help de gemeenten en waterschappen dit snel en goed te regelen want het werkt niet en vervreemt de burger verder van haar of zijn overheid. Wees een hoeder van ons hoogste goed, de democratie.

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom

cc Fracties Tweede Kamer

Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president


    

DE GROTE STRIJD!

 

    


| 25-11-2020 |

 

Om te bepalen hoe ik dingen ga aanpakken of hoe ik ze moet bekijken, grijp ik graag terug op de boekenkast van mijn moeder en naar wat ik in mijn jeugd (tot mijn zestiende jaar) daaruit opstak aan kennis en inspiratie voor de rest van mijn leven. Eén van de boeken die mij bij is gebleven, is Lente aan de Oder – oorspronkelijke titel Wjesna na Odere – van de schrijver Ėmmanuil Kazakewitsj. Het was een boek van de Arbeiders Pers of van uitgeverij Pegasus.

Het verhaal geeft de innerlijke, morele geschiedenis van het Russische volk dat zich verheft om een indringer van zich af te schudden. Het verhaal heeft veel elementen van ‘Oorlog en Vrede’ van Tolstoi. Het laat de lange weg en ontberingen zien van de vernedering van het eerst oorlogsjaar tot de uiteindelijke overwinning op de nazi’s. En de wens te komen tot een nieuwe tijd en ontwikkeling naar een beter leven. Het is geschreven in de eerste helft van de vijftiger jaren toen veel communisten nog geloofden in de socialistische heilstaat. Karaktervastheid, gemeenschapszin, mentale sterkte en de bindende kracht die moet leiden naar een betere toekomst maakten de weg mogelijk. Het is geschreven vanuit de beleving van een individu in dat grote krachtenveld van de ontwikkeling naar een ‘nieuwe’ samenleving. De oorlog, de veldtocht, de ontberingen waren overwonnen en overleefd.

Natuurlijk gaat een echte vergelijking mank. Tussen de Sovjet Unie (USSR) die in 1939 met Joachim von Ribbentrop een non-agressieverdrag afsloot en daarop vertrouwde, en Bergen op Zoom dat vertrouwde op de politici die ze kozen. Er een wereld van verschil. Toch zijn er gelijkenissen. Het is het geloof in de sprookjesvertellers dat tot de ellende van een invasie en een ramp voor de USSR leidde. De burgers van Bergen op Zoom hebben net als Stalin in 1939 de sprookjes geloofd van de eigen ‘sprookjes’-vertellers.

Ook Bergen op Zoom staat voor een grote lange mars vol met ‘ontberingen’ want de prijs moet onvermijdelijk betaald worden. Hoe je het ook went of keert, de kas is leeg. De burgers van Bergen op Zoom gaan een hoge prijs betalen voor hun naïeve goedgelovigheid in de vertelsels en sprookjes van de partijen die de colleges vormden in de periode 1990-2020. Veel van de ‘prachtige’ plannen bleken droombeelden die uitmondden in nachtmerries.

Wanbeleid, onbetaalbare plannen, verkeerde keuzes van politici, bestuurders en burgers die de sprookjes geloofden hebben de kas geleegd. Het wordt op de blaren zitten. Vele jaren lang. Ook ‘afrekenen’ bij de verkiezingen in 2022 maak de kas niet voller. Samen, politiek, ambtenarij en burgerij zullen we moeten beginnen aan de grote mars. Daarvoor is de wil nodig die mars aan te gaan en af te maken. Karaktervastheid, gemeenschapszin, mentale sterkte en de bindende kracht moet en kan leiden naar een betere toekomst voor ons Bergen op Zoom. Ook Bergen op Zoom kan zich weer verheffen. Maar het zal langer duren dan de vier jaar die het Russische volk nodig had om de nazi’s te verslaan.

Maar we worden wakker en gaan werken aan ‘een lente aan de Zoom’. Doet u mee? Ook als de tocht lang en moeizaam wordt?

 

Louis van der Kallen.


BERGEN (IN DE TOEKOMST)?

 

    


| 29-09-2020 |

 

Soms vraag ik mij af, of wij we in het verleden inspiratie zouden kunnen vinden voor de bestuurlijke toekomst van Bergen op Zoom. Toen de heerlijkheid Bergen op Zoom eind 13e  eeuw ontstond, waren er een fors aantal verbonden ambtsgebieden. Grofweg bestond de heerlijkheid uit: De Poorterij van Bergen op Zoom, Halsteren, Rubeere, Noordland, Noordgeest, Zuidland, Moerstrate, Wouw, Zegge, Rucphen, Voornseinde, Zuidgeest en Putte. In deze gebieden had de Heer van Bergen op Zoom de rechtsmacht in alle graden. Ook vielen de woeste, niet ontgonnen gronden onder zijn macht en volledige bevoegdheden. Beperkt onder zijn rechtsmacht vielen de gebieden waar een leenheer functioneerde, zoals de Heren van Boudenspolder, Beijmoeren, Hildernisse, Woensdrecht, Hoogerheide en Ossendrecht. Huijbergen werd kerkelijk bestuurd.    

In daaropvolgende eeuwen breidde de macht van de Heren van Bergen op Zoom zich geleidelijk uit. Vooral door aankopen, ontginningen en inpolderingen. De leengoederen werden met uitzondering van Ossendrecht en Hoogerheide opgeheven en vielen eind achttiende eeuw volledig onder de bevoegdheden van de Heren van Bergen op Zoom. Door ontwikkelingen en inpolderingen waren  eind achttiende eeuw de volgende gebieden deel gaan uitmaken van de heerlijkheid: Oud- en Nieuw Beijmoer, Auvergne en Oud Glymes, Heijningen, Fijnaart, Standaardbuiten, Oudenbosch, Nieuw en Oud Gastel.  Huijbergen, de St Maartenspolder en Hoeven werden deels kerkelijk bestuurd.

Van het westelijke deel van Noord-Brabant vielen alleen Willemstad, Prinsenland, Steenbergen, Vossemeer en Roosendaal niet in het Markizaat.

Met gebieden buiten de heerlijkheid bestonden wel relaties; zo was Woensdrecht gekocht van de Heren van Kruiningen. Er werden leenrechten afgekocht die onder het Zeeuwse leenrecht vielen (Hildernisse, de heer Boudenspolder, Oud- en Nieuw Beijmoer). Ook werden regelingen getroffen rond Hertogelijke enclaves zoals onder Wouw, Heerle en Borgvliet.

In de zeventiende eeuw kende de heerlijkheid in haar rechtsgebieden een tiental rentmeesterschappen: Halsteren, stad en Vierschaar, Wouw, Zuidkwartier (globaal wat nu de gemeente Woensdrecht is), Oostkwartier (globaal de gebieden Oud-Gastel, Oudenbosch, Rucphen, Voornseinde, Hoeven en de St Maartenspolder), Heer Jansland (Nieuw Gastel), Standaardbuiten, Fijnaart, Ruigenhil (Willemstad) en Heijningen.

Geld en gewenste bestuurskracht waren de drijvende kracht achter de uitbreidingen. Zaken gingen gewoon beter als ze centraal en éénduidig worden aangestuurd.

Ten tijden van de Bataafse Republiek (1795-1806) vervielen de feodale bestuursvormen en werden dorpen en steden – naar Frans voorbeeld –  gelijkgesteld in de nieuwe bestuursvorm van gemeenten. In de Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1 mei 1798 werd bepaald dat deze gemeenten administratieve eenheden waren met uitvoerende taken. In de Staatsregeling (1801) werd de zelfstandigheid van gemeenten erkend en kregen ze de bevoegdheden om zelf het plaatselijke bestuur in te richten. Alle dorpen die deel uitmaakten van de Heerlijkheid werden zelfstandig. Bestuurlijk een enorme versnippering. Misschien wordt het tijd om oude tijden te laten herleven. Maar nu wel met de gebieden die er buiten vielen zoals o.a. Steenbergen en Roosendaal. Breda als buur lijkt mij wel wat. Dan zijn we ook van een heleboel gemeenschappelijke regelingen af.

Ik ben benieuwd wat Jan metten Lippen ( Jan II van Glymes) van mijn gedachtespinsels gevonden zou hebben.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-bergen-in-de-toekomst/

 

Louis van der Kallen.


    

MOEILIJK, MOEILIJK

 

    


| 04-07-2020 |

 

Het ‘probleem’ van ons mooie Berge is het jarenlange falen van het openbaar bestuur. Een falen dat uiteindelijk is ingebouwd in de keuzes die kiezers maken en hebben gemaakt. Hoe je het ook wendt of keert: de ‘kiezer’ was en is de baas. Zijn of haar stem hebben Bergen op Zoom mede gebracht waar het nu staat.

We hebben een hopeloos versplinterde raad en een raad met weinig kwaliteit. De raad kent veel alfa’s en leden met narcistische trekjes. Wordt dit artikel er een van zelfbevuiling? Als het nodig is wel.

Laat ik de raad eens schetsen. De grootste fractie was direct na de verkiezingen op één persoon na volledig met voorkeursstemmen gekozen. En bevatte twee generalisten (de fractievoorzitter en de politiek leider die snel wethouder werd) en verder niemand die zichtbaar uitblonk in een specialisme.

De tweede partij in grootte is één van de twee partijen die een gewogen samenstelling had. Van generalisten en specialisten. Zij kregen van mij qua kwaliteit een echte voldoende. Maar al snel veranderde de partij van karakter toen de enige echte liberaal in de hoek werd gezet. En de partij veranderde in een conservatieve club die nu met het focusakkoord een puur conservatieve koers kan gaan varen van een kleine op privatisering gerichte overheid. De echte liberaal behoort nu tot de vijf kleine fracties (waaronder ook mijn BSD) die feitelijk slechts dienen als omlijsting. Getalsmatig volstrekt onbetekenend en inhoudelijk niet op alle fronten van betekenis.

De op twee na grootste partij komt door het gedrag van haar partijleider niet meer uit de marges van de Bergse politiek. Daar kan en wil vermoedelijk niemand meer mee samenwerken omdat afspraken lijken te gelden tot de deur van de kamer waar ze zijn gemaakt. Het politieke spel van de partijleider bevindt zich grotendeels ondergronds, daar waar het ruikt.
Twee eens bestuurlijke partijen zijn tot schimmen geworden van wat ze eens waren. Vast nog vol goede bedoelingen maar de een is in de leerfase en de ander is inhoudelijk een vervagende schim uit een eens bestuurlijk luisterrijk en geestelijk rijk verleden.

Een zogenaamd links liberale partij spreekt een taal die alleen mensen van een hoog ‘intellectueel’ niveau kunnen volgen.
En dan is er nog één club met een hoog, niet altijd realistisch, ideologisch karakter die probeert de oude idealen hoog te houden.

Elf van de voornoemde clubjes hebben geprobeerd iets constructiefs tot stand te brengen met het ‘heilige’ ideaal Berge van de financiële afgrond te redden. Tien hebben zich met een handtekening daaraan verbonden. Mijn BSD heeft niet getekend omdat naar ons gevoelen een wezenlijk onderdeel, namelijk het ‘HOE’ ontbrak. De twaalfde partij met de partijleider met de grootste mond heeft zich op Mount Olympus teruggetrokken. Om vanaf de zijlijn te kunnen roepen naar de elf, die het HOE vorm wensten te gaan geven, en kont te doen van zijn ‘goddelijke wijsheden’.

Wat het samenwerken ook bemoeilijkt, is een reeds jaren durende moeizame relatie tussen de twee grootste partijen die al meer dan twintig jaar tot elkaar veroordeeld zijn.

Onderdeel van het focusakkoord waarvoor de tien tekenden was dat twee ‘wijze’ mannen het college, de raad en het ambtelijk apparaat zouden gaan begeleiden naar een betere, meer monistische, samenwerking. Tot twee partijen alsnog op hun schreden terugkeerden.

In de mail van D66 en de PvdA waarin zij afstand nemen van de inzet van één der wijze oliemannetjes is te lezen: “Tot slot nog dit: wij hanteren nu in Bergen op Zoom een consensusmodel, het behoort tot de aard van een consensusmodel dat deelnemende partijen zich de oprechte kritiek van twee van hen gelegen laten liggen. Een consensusmodel mag geen meerderheidslogica volgen.” Hoe waar deze opmerking van de twee ook is, het omgekeerde geldt ook. Een consensusmodel mag geen minderheidslogica worden. Ook de houding van de andere acht of negen is oprecht en zij hebben ook het beste voor met Berge.

De vraag is: waar zit mogelijk de pijn van D66 en de PvdA? En is die pijn wijder verspreid? Wat ik uit de achterban van beide partijen hoor zijn twee zaken.

Er is een diep wantrouwen tegen de vertegenwoordiger(s) van GBWP. Dat wantrouwen is gebaseerd op een totaal onbegrip over de keuze van de GBWP bij het stemmen voor de twee blijvende wethouders. Negen stemmen op de ‘groot smoel’ van de raad! Wat was daar de GBWP motivatie? De tweede reden is gelegen in het feit dat leden van D66 en de PvdA veel vragen kregen van landelijke partijgenoten. Zij zijn opgevoed in het duale stelsel, en zien dat er in Bergen op Zoom door het focusakkoord en de insteek van het college – in het licht van de uitzonderlijke situatie – monistisch samengewerkt gaat worden. Die samenwerking toetsen aan duale integriteitsnormen en waarden leidt tot onbegrip bij de landelijke collega’s van D66 en PvdA raadsleden.

Uitleggen dat de bijzondere situatie in Bergen op Zoom vraagt om een meer monistische aanpak is dan moeilijk. Zeker als jij je zelf graag carrière wil zien maken in de landelijke partijrangen.

Dat monistisch willen gaan opereren in een verder duaal ingerichte overheid waar bevoegdheden in het licht van het duale stelsel zijn toebedeeld is moeilijk. Ook de burgemeester en de wethouders moeten hun wettelijke bevoegdheden op een andere manier gaan gebruiken en ook ambtenaren moeten zich weer openstellen voor ‘bemoeizuchtige’ raadsleden en oliemannetjes. Kortom wat je de laatste achttien jaar heb afgeleerd moeten zij zich weer eigen gaan maken. Moeilijk, moeilijk!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-moeilijk-moeilijk/

 

Louis van der Kallen.