BERGEN (IN DE TOEKOMST)?

 

    


| 29-09-2020 |

 

Soms vraag ik mij af, of wij we in het verleden inspiratie zouden kunnen vinden voor de bestuurlijke toekomst van Bergen op Zoom. Toen de heerlijkheid Bergen op Zoom eind 13e  eeuw ontstond, waren er een fors aantal verbonden ambtsgebieden. Grofweg bestond de heerlijkheid uit: De Poorterij van Bergen op Zoom, Halsteren, Rubeere, Noordland, Noordgeest, Zuidland, Moerstrate, Wouw, Zegge, Rucphen, Voornseinde, Zuidgeest en Putte. In deze gebieden had de Heer van Bergen op Zoom de rechtsmacht in alle graden. Ook vielen de woeste, niet ontgonnen gronden onder zijn macht en volledige bevoegdheden. Beperkt onder zijn rechtsmacht vielen de gebieden waar een leenheer functioneerde, zoals de Heren van Boudenspolder, Beijmoeren, Hildernisse, Woensdrecht, Hoogerheide en Ossendrecht. Huijbergen werd kerkelijk bestuurd.    

In daaropvolgende eeuwen breidde de macht van de Heren van Bergen op Zoom zich geleidelijk uit. Vooral door aankopen, ontginningen en inpolderingen. De leengoederen werden met uitzondering van Ossendrecht en Hoogerheide opgeheven en vielen eind achttiende eeuw volledig onder de bevoegdheden van de Heren van Bergen op Zoom. Door ontwikkelingen en inpolderingen waren  eind achttiende eeuw de volgende gebieden deel gaan uitmaken van de heerlijkheid: Oud- en Nieuw Beijmoer, Auvergne en Oud Glymes, Heijningen, Fijnaart, Standaardbuiten, Oudenbosch, Nieuw en Oud Gastel.  Huijbergen, de St Maartenspolder en Hoeven werden deels kerkelijk bestuurd.

Van het westelijke deel van Noord-Brabant vielen alleen Willemstad, Prinsenland, Steenbergen, Vossemeer en Roosendaal niet in het Markizaat.

Met gebieden buiten de heerlijkheid bestonden wel relaties; zo was Woensdrecht gekocht van de Heren van Kruiningen. Er werden leenrechten afgekocht die onder het Zeeuwse leenrecht vielen (Hildernisse, de heer Boudenspolder, Oud- en Nieuw Beijmoer). Ook werden regelingen getroffen rond Hertogelijke enclaves zoals onder Wouw, Heerle en Borgvliet.

In de zeventiende eeuw kende de heerlijkheid in haar rechtsgebieden een tiental rentmeesterschappen: Halsteren, stad en Vierschaar, Wouw, Zuidkwartier (globaal wat nu de gemeente Woensdrecht is), Oostkwartier (globaal de gebieden Oud-Gastel, Oudenbosch, Rucphen, Voornseinde, Hoeven en de St Maartenspolder), Heer Jansland (Nieuw Gastel), Standaardbuiten, Fijnaart, Ruigenhil (Willemstad) en Heijningen.

Geld en gewenste bestuurskracht waren de drijvende kracht achter de uitbreidingen. Zaken gingen gewoon beter als ze centraal en éénduidig worden aangestuurd.

Ten tijden van de Bataafse Republiek (1795-1806) vervielen de feodale bestuursvormen en werden dorpen en steden – naar Frans voorbeeld –  gelijkgesteld in de nieuwe bestuursvorm van gemeenten. In de Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1 mei 1798 werd bepaald dat deze gemeenten administratieve eenheden waren met uitvoerende taken. In de Staatsregeling (1801) werd de zelfstandigheid van gemeenten erkend en kregen ze de bevoegdheden om zelf het plaatselijke bestuur in te richten. Alle dorpen die deel uitmaakten van de Heerlijkheid werden zelfstandig. Bestuurlijk een enorme versnippering. Misschien wordt het tijd om oude tijden te laten herleven. Maar nu wel met de gebieden die er buiten vielen zoals o.a. Steenbergen en Roosendaal. Breda als buur lijkt mij wel wat. Dan zijn we ook van een heleboel gemeenschappelijke regelingen af.

Ik ben benieuwd wat Jan metten Lippen ( Jan II van Glymes) van mijn gedachtespinsels gevonden zou hebben.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-bergen-in-de-toekomst/

 

Louis van der Kallen.


    

MOEILIJK, MOEILIJK

 

    


| 04-07-2020 |

 

Het ‘probleem’ van ons mooie Berge is het jarenlange falen van het openbaar bestuur. Een falen dat uiteindelijk is ingebouwd in de keuzes die kiezers maken en hebben gemaakt. Hoe je het ook wendt of keert: de ‘kiezer’ was en is de baas. Zijn of haar stem hebben Bergen op Zoom mede gebracht waar het nu staat.

We hebben een hopeloos versplinterde raad en een raad met weinig kwaliteit. De raad kent veel alfa’s en leden met narcistische trekjes. Wordt dit artikel er een van zelfbevuiling? Als het nodig is wel.

Laat ik de raad eens schetsen. De grootste fractie was direct na de verkiezingen op één persoon na volledig met voorkeursstemmen gekozen. En bevatte twee generalisten (de fractievoorzitter en de politiek leider die snel wethouder werd) en verder niemand die zichtbaar uitblonk in een specialisme.

De tweede partij in grootte is één van de twee partijen die een gewogen samenstelling had. Van generalisten en specialisten. Zij kregen van mij qua kwaliteit een echte voldoende. Maar al snel veranderde de partij van karakter toen de enige echte liberaal in de hoek werd gezet. En de partij veranderde in een conservatieve club die nu met het focusakkoord een puur conservatieve koers kan gaan varen van een kleine op privatisering gerichte overheid. De echte liberaal behoort nu tot de vijf kleine fracties (waaronder ook mijn BSD) die feitelijk slechts dienen als omlijsting. Getalsmatig volstrekt onbetekenend en inhoudelijk niet op alle fronten van betekenis.

De op twee na grootste partij komt door het gedrag van haar partijleider niet meer uit de marges van de Bergse politiek. Daar kan en wil vermoedelijk niemand meer mee samenwerken omdat afspraken lijken te gelden tot de deur van de kamer waar ze zijn gemaakt. Het politieke spel van de partijleider bevindt zich grotendeels ondergronds, daar waar het ruikt.
Twee eens bestuurlijke partijen zijn tot schimmen geworden van wat ze eens waren. Vast nog vol goede bedoelingen maar de een is in de leerfase en de ander is inhoudelijk een vervagende schim uit een eens bestuurlijk luisterrijk en geestelijk rijk verleden.

Een zogenaamd links liberale partij spreekt een taal die alleen mensen van een hoog ‘intellectueel’ niveau kunnen volgen.
En dan is er nog één club met een hoog, niet altijd realistisch, ideologisch karakter die probeert de oude idealen hoog te houden.

Elf van de voornoemde clubjes hebben geprobeerd iets constructiefs tot stand te brengen met het ‘heilige’ ideaal Berge van de financiële afgrond te redden. Tien hebben zich met een handtekening daaraan verbonden. Mijn BSD heeft niet getekend omdat naar ons gevoelen een wezenlijk onderdeel, namelijk het ‘HOE’ ontbrak. De twaalfde partij met de partijleider met de grootste mond heeft zich op Mount Olympus teruggetrokken. Om vanaf de zijlijn te kunnen roepen naar de elf, die het HOE vorm wensten te gaan geven, en kont te doen van zijn ‘goddelijke wijsheden’.

Wat het samenwerken ook bemoeilijkt, is een reeds jaren durende moeizame relatie tussen de twee grootste partijen die al meer dan twintig jaar tot elkaar veroordeeld zijn.

Onderdeel van het focusakkoord waarvoor de tien tekenden was dat twee ‘wijze’ mannen het college, de raad en het ambtelijk apparaat zouden gaan begeleiden naar een betere, meer monistische, samenwerking. Tot twee partijen alsnog op hun schreden terugkeerden.

In de mail van D66 en de PvdA waarin zij afstand nemen van de inzet van één der wijze oliemannetjes is te lezen: “Tot slot nog dit: wij hanteren nu in Bergen op Zoom een consensusmodel, het behoort tot de aard van een consensusmodel dat deelnemende partijen zich de oprechte kritiek van twee van hen gelegen laten liggen. Een consensusmodel mag geen meerderheidslogica volgen.” Hoe waar deze opmerking van de twee ook is, het omgekeerde geldt ook. Een consensusmodel mag geen minderheidslogica worden. Ook de houding van de andere acht of negen is oprecht en zij hebben ook het beste voor met Berge.

De vraag is: waar zit mogelijk de pijn van D66 en de PvdA? En is die pijn wijder verspreid? Wat ik uit de achterban van beide partijen hoor zijn twee zaken.

Er is een diep wantrouwen tegen de vertegenwoordiger(s) van GBWP. Dat wantrouwen is gebaseerd op een totaal onbegrip over de keuze van de GBWP bij het stemmen voor de twee blijvende wethouders. Negen stemmen op de ‘groot smoel’ van de raad! Wat was daar de GBWP motivatie? De tweede reden is gelegen in het feit dat leden van D66 en de PvdA veel vragen kregen van landelijke partijgenoten. Zij zijn opgevoed in het duale stelsel, en zien dat er in Bergen op Zoom door het focusakkoord en de insteek van het college – in het licht van de uitzonderlijke situatie – monistisch samengewerkt gaat worden. Die samenwerking toetsen aan duale integriteitsnormen en waarden leidt tot onbegrip bij de landelijke collega’s van D66 en PvdA raadsleden.

Uitleggen dat de bijzondere situatie in Bergen op Zoom vraagt om een meer monistische aanpak is dan moeilijk. Zeker als jij je zelf graag carrière wil zien maken in de landelijke partijrangen.

Dat monistisch willen gaan opereren in een verder duaal ingerichte overheid waar bevoegdheden in het licht van het duale stelsel zijn toebedeeld is moeilijk. Ook de burgemeester en de wethouders moeten hun wettelijke bevoegdheden op een andere manier gaan gebruiken en ook ambtenaren moeten zich weer openstellen voor ‘bemoeizuchtige’ raadsleden en oliemannetjes. Kortom wat je de laatste achttien jaar heb afgeleerd moeten zij zich weer eigen gaan maken. Moeilijk, moeilijk!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-moeilijk-moeilijk/

 

Louis van der Kallen.


    

ROOD, ROOD, ROOD

 

    


| 17-06-2020 |

 

De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via het gemeentefonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2022 anders verdeeld. Hoe gaat bepaald worden wat Bergen op Zoom daarvan mag verwachten?

Op 2 juni stuurde de verantwoordelijk minister Ollongren het eindrapport met gevolgen van de herijking in het sociaal domein van onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) naar de Tweede Kamer. Hoewel de uiteindelijke verdeling nog kan veranderen, is al wel een globaal beeld te geven.

Het valt op dat de nieuwe omvang van het sociaal domein als geheel 285 miljoen euro kleiner is. In het gemeentefonds-nieuwe-stijl gaat er in het sociaal domein ruim 800 miljoen euro minder naar de Wmo en 500 miljoen euro meer naar de jeugd. Bij jeugd zijn al langer geluiden over tekorten en bij Wmo hangt de verschuiving volgens de AEF-onderzoekers vooral samen met het subcluster dat in de oude verdeling gerelateerd is aan hulpmiddelen. De omvang van dat cluster wordt fors kleiner.

Als gevolg van de herverdeling zal het bedrag wat gemeenten krijgen fors kunnen verschillen met de uitkering uit het gemeentefonds nu, van +16 tot -27 procent van het budget. Als geheel gaan de kleinste gemeenten (tot 20.000 inwoners) er het hardst op achteruit: – 58 euro per inwoner. Ook de categorie 20.000 tot 50.000 inwoners moet een flinke veer laten: – 33 euro per inwoner. Gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners krijgen te maken met een min van gemiddeld 9 euro per inwoner. Grotere gemeenten hebben de meeste voordelen van de herijking oplopend tot plus 106 euro per inwoner voor gemeenten boven de 250.000 inwoners. Dit zijn gemiddelden en daarmee een grove maat.

Op basis van gemiddelden komt Bergen op Zoom er niet positief uit. Als er niets veranderd wordt per 2022 uitkeringsdeel voor het sociaal domein voor Bergen op Zoom dan met circa 600.000 euro verlaagd en dat terwijl de verliezen op dat onderdeel van de gemeentelijke begroting in 2019 al bijna 9 miljoen waren. De rode kleur van het rood staan van de gemeente Bergen op Zoom wordt steeds dieper. De tekorten in het sociaal domein wegen bij veel gemeenten zwaar en dragen er aan bij dat meer dan tweehonderd gemeenten in het rood staan.

De resultaten van het onderzoek naar de effecten in de andere gemeentelijke domeinen worden na de zomer verwacht. De tussenrapportage over de andere gemeentelijke domeinen geeft aan dat het (nieuwe) model onvoldoende toekomstbestendig is en dat er sprake is van nog te veel onlogische en onverklaarbare uitkomsten en niet uitlegbare herverdeeleffecten.

In de begeleidende Kamerbrief geeft de minister aan dat het haar voorkeur heeft het gemeentefonds in de volle breedte te herijken en de uitgavenclusters in hun onderlinge samenhang te bekijken. Daarna zal ze de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies vragen. Voor het einde van dit jaar wil ze de Tweede Kamer een definitief voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds voorleggen.

Nu lijkt het erop dat bij grotere gemeenten de kassa bij de herijking van het gemeentefonds harder gaat rinkelen en Bergen op Zoom aan de achterste mem komt te hangen. Werk aan de winkel voor het nieuwe college (richting VNG) en de landelijke politieke partijen (richting Tweede Kamer) of is het een extra argument voor een gemeentelijke herindeling?

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-rood-rood-rood/

 

Louis van der Kallen.


    

NU DE UITVOERING

 

    


| 10-06-2020 |

 

Het focusakkoord is afgelopen week in de Raad besproken. 10 fracties tekenden er voor. Lijst Linssen (LL) niet! De raadsleden van LL kwamen bij die vergadering ook niet opdagen. De BSD tekende niet maar steunt in grote lijnen wel wat er in het focusakkoord staat. Wat de BSD mist, en het daarom niet tekende is het; hoe de 10 fracties denken al die ‘mooie’ voornemens te realiseren.

Bergen op Zoom gaat met dit gedepolitiseerde college, zonder formele politieke binding en met 3 wethouders op basis van ‘deskundigheid’ en daarmee in theorie een meer onafhankelijk, een nieuwe fase in. Deze zogenoemde ‘reset’ zou voor Bergen op Zoom een stap zijn om aan de politieke wanorde een eind te maken. Bestuur op basis van ‘deskundigheid’. Ik vraag mij dan af hoe zouden de andere (blijvende) wethouders zich voelen? Dat zijn nog ‘politieke’ wethouders! Niet gekozen op deskundigheid.

Wat is de ideale situatie? Wie heeft het antwoord?

Plato heeft zich zijn hele leven bezig gehouden met hoe een ideale staat eruit zou moeten zien. De ideale staat van Plato is verdeeld in drie standen. De laagste stand bestaat uit de boeren. De taak van deze laagste stand zou moeten zijn het zorgen voor de voedselvoorziening. De tweede stand bestond, in zijn denken, uit soldaten (of wachters). De soldaten moesten zorgen voor de verdediging van de staat. De eerste stand bestond uit een verstandig bestuur. Volgens Plato, moeten dit filosofen zijn die de vormen (of ideeën) hebben aanschouwd. Volgens Plato hebben goede bestuurders geen privé bezit en geen gezin en zijn zij vooral wijs. De bovenste twee klassen (de soldaten en de bestuurders) moeten in absolute soberheid en in gemeenschappelijkheid leven. Deze regels zorgden, in het denken van Plato, ervoor dat er geen wanorde ontstaat. Zijn uitgangspunt was ook dat de meeste kunstenaars uit de stad weggestuurd moesten worden. Kunst zou, volgens Plato, kunnen zorgen voor wanorde in de staat omdat kunst wordt voortgebracht uit het begerende deel van de ziel. Kunst is, in Plato’s denken erotisch, gewelddadig of beiden en zou zo kunnen leiden tot wanorde.

Kunt u het zich indenken: politici die in absolute soberheid leven. Onze vijf wethouders gaan genieten van een redelijk dik salaris. Drie hebben geen privé bezit in Bergen op Zoom, maar zou Plato dat bedoeld hebben? Hoe mooi is de gedachte aan een verstandig bestuur? Hoe weinig realistisch ook? De komende periode moet niet alleen gaan over bezuinigen maar ook over een toekomstvisie waarin de bezuinigingen passen. Wat te denken van Plato’s opvattingen over kunstenaars? Ik ben bang dat in de praktijk dat element van Plato’s denken wel wordt overgenomen. Sommige raadsleden willen stevig gaan bezuinigen op kunst en cultuur. Zeker nu de provincie dat ook gaat doen. Wat blijft er dan van de Bergse identiteit over?

Plato geloofde in het lerend vermogen van de mens. De vraag is dan: hoeveel mens zit er in de ziel van een raadslid of wethouder? Helaas is Plato er niet meer om over deze vraag nog eens in discussie te gaan. Zijn er Bergse ‘Plato’s’ die met mij de discussie aan willen gaan over de ideale Bergse ‘staat’ van uw gemeentebestuur? Stuur mij een mail ([email protected]) en we spreken af.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-nu-de-uitvoering/

 

Louis van der Kallen.


    

POEN

 

    


| 20-05-2020 |

 

Poen, poen, poen, poen was een liedje van Wim Sonneveld.

Het refrein heb ik de laatste jaren wel eens gezongen in een filmpje om de politiek in Bergen op Zoom wat meer ‘poen’ bewust te laten worden bij het maken van haar keuzes

Geld maken lijkt nog nooit zo makkelijk te zijn geweest. De ECB is er een ster in. Er komt zelfs geen drukpers meer aan te pas. Nu lijkt het Duitse Constitutionele Hof een steen in die vijver gegooid te hebben. Die Duitsers hebben geleerd van hun geschiedenis en hebben een grondwet waaraan dat Hof zaken mogen toetsen. Na de eerste wereldoorlog gingen de Duitse geldpersen op enig moment draaien en werden Duitse bankbiljetten minder waard dan het toiletpapier waarmee de Fransen hun kont afveegden. Met een schoenendoos vol bankbiljetten naar de bakker voor een halfje brood. De Duitsers hebben een financiële waakhond die Europa node mist.

Bergen op Zoom had ook een soort van geldpers. Ze leenden gewoon bij de bank. Als overheid kan dat makkelijk, je kan als gemeente niet echt failliet. De financiële waakhond die er formeel wel is, de provincie, was niet meer dan een erfhond aan de ketting die met een enkele beloofde kluif (toegezegde bezuinigingen) al gauw tevreden was. Ook een raadslid als ik was niet meer dan een irritant keffertje. Zolang de jarenlange college partijen (GBWP, VVD) zo nu een dan wat andere konden verleiden met wat afgekloven kluifjes. Lieten ze zien ‘wat je allemaal met poen ken doen’. Ze kochten het geluk en de stemmen van hun kiezers met geleend geld. Nu het ‘feest’ over is krijgen niet de foute beslissingen de schuld, zoals de plannen van de Bergse Haven, maar de nu oplopende te korten van het sociaal domein. Zo mochten we in Het BN lezen. De laatste druppels doen immers de emmer overlopen. De liters die er al inzaten van verspild geld en mooie onbetaalbare beloften om kiezers te paaien willen ze zo snel mogelijk vergeten.

Zoals Europa nog niet af is van het Duitse Constitutionele Hof is Bergen op Zoom nog niet af van zijn oplopende schulden noch van een politieke en ambtelijke cultuur van kop in het zand.

De formateur van het nieuwe college vindt het bizar dat de stad zo fors moet bezuinigen ‘voor iets dat je niet zelf hebt veroorzaakt’, aldus BN. De smeltende boter op het hoofd verhinderd nog steeds een goede werking van de grijze cellen denk ik dan. Wat ik bizar vind is dat aan “de vrijheid om zelf keuzes te maken” nog zo gehecht wordt, terwijl toch duidelijk is dat GBWP/VVD colleges heel slecht zijn gebleken in het maken van de eigen keuzes. Nu nog geen artikel 12 willen met extra geld van het Rijk! Zij zijn de Labarlot!

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-poen/

 

Louis van der Kallen.


    

DE LABARLOT?

 

    


| 09-05-2020 |

 

Een column gaat over een boodschap verpakt in ‘taal’. Nu is de taal voor een man van 71 iets anders dan voor de ‘moderne’ mens. Ik ben opgegroeid in Rotterdam in een tijd dat vaderlandse geschiedenis nog belangrijk was en een vleugje nationalisme mocht. Ik wou altijd de eerste zijn en ging op school altijd voor de beloningsknikker voor het eerste goede antwoord. Ik was nooit de Labarlot! Degene die altijd te laat was. De spreekwijze was vermoedelijk naar de Spaanse bevelhebber Claude La Barlotte die altijd ‘te laat’ was omdat prins Maurits hem meestal te vlug af was. In Berrege is deze uitdrukking vermoedelijk onbekend.

De vraag is nu, met de totstandkoming van het nieuwe college, zijn we te laat? In een stad met een biertraditie en kelders is vermoedelijk “het is al te laat, het vat te verkuipen, als het bier in de kelder zwemt” een eerder gebruikt spreekwoord. Hoewel ik het hier nog nooit gehoord heb.

Sommige van mijn collega’s wekken de indruk dat nu zelfs een artikel 12 achtige procedure tot de mogelijkheden behoort. Ik zelf vermoed dat we daarvoor mogelijk te laat zijn. Toen ik voor het eerst in 2009 sprak over artikel 12 waren er maar enkele gemeenten die daar op een beroep deden. Nu is een gemeente in grote financiële nood geen uitzondering meer. In de laatste twee weken zijn aan de financiële nood van gemeenten nogal wat artikelen gewijd. De NRC schat dat 90 gemeenten (25%), waaronder Bergen op Zoom, een ernstig risico lopen insolvabel te worden. Volgens de Volkskrant gaat driekwart van de gemeenten bezuinigen omdat de tekorten hen daartoe dwingen.

Bergen op Zoom heeft in het verleden menige kans gemist om extra geld binnen te harken. Meestal omdat ze ‘zuinig’ was. Geen gebruik maken van subsidies omdat er eigen geld bij moest was het adagium. Bijvoorbeeld voor het saneren van riooloverstorten of de aanleg van riolering in het buitengebied. Later moesten de maatregelen alsnog genomen worden maar dan zonder de 50 % of 75 % subsidie. We waren de Labarlot. Of in plat Nederlands: we waren te laat. Daarom zijn onze riooltarieven zo hoog.

Als je met enkelen in problemen bent is het aantal aanwezige reddingsboeien (geld) van de rijks of provinciale overheid voldoende. Als er velen een financieel probleem hebben wordt de spoeling al snel te dun om nog echt te helpen.

Ik hoop dat de leden van het nieuwe college Bergen op Zoom aan zijn haren het moeras uit kunnen trekken. Geloof ik er in? Niet echt. Maar ik geef ze bij gebrek aan een echt alternatief graag de kans. Als raadslid zal ik ze volgen waarbij ik hoop dat het college en de collega-raadsleden niet alleen hun heil zoeken in bezuinigen. Bergen op Zoom, Halsteren en Lepelstraat moeten wel zichzelf kunnen blijven. Bergen moet meer zijn dan een ‘woonstad’. De cultuur, geschiedenis en het karakter van de kernen verdienen met liefde behandeld en behouden te blijven. Het gaat om meer dan geld! Anderzijds besef ik heel goed dat zelfs de beste dierenartsen een dood paard niet kunnen doen herrijzen. Laat ons Berrege niet de Labarlot zijn.

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-de-labarlot/

 

Louis van der Kallen.


    

WAT IS ER AAN DE HAND?

 

    


| 18-04-2020 |

 

Wat is er aan de hand? Waarom doe je niet meer mee? Dit zijn vragen die mij de afgelopen dagen veel gesteld zijn. Het antwoord is gecompliceerd. Waarom iemand iets doet of niet doet zit vaak in zijn persoonlijkheid en wat hij in zijn leven heeft mee gemaakt. Een breukpunt in mijn politieke leven was 23 januari 2020. Het Schelpdebat. Ik schreef daarover op 25 januari het artikel “niets is meer het zelfde” wat te lezen is op mijn persoonlijke website. De kern was; de Bergse politiek en het college waren voor mij moreel finaal door het ijs gezakt. Bijna heel mijn werkzame leven heb ik gewerkt met gevaarlijke stoffen. Explosieve, brandbare, giftige of carcinogene stoffen. Veiligheidsvoorschriften waren heilig! Bewust de veiligheidsvoorschriften omzeilen of negeren was volstrekt onaanvaardbaar! Uit het ‘Schelpdossier’ bleek dat met de veiligheidsvoorschriften jaren lang de kont was afgeveegd. Allemaal vanwege het geld! In het debat bleek de totale onkunde of onwil om dat negeren serieus te nemen. Bagatelliseren was het politieke adagium van het college en de collegepartijen. De schuldvraag werd ook niet alleen onder het tapijt geschoven maar ook afgeschoven. Mijn vertrouwen in mijn collega’s verdween.

In het resetproces blijkt, naar mijn gevoelen, dat politieke/morele onbetrouwbaarheid endemisch is. Terwijl als er werkelijk de wil is tot samenwerken en van de beste man of vrouw op de juiste plaats, er geen spelletjes gespeeld zouden moeten worden. Als het resetproces werkelijk op basis van gelijkheid van de fracties gebaseerd zou zijn dan kom je niet met een stemprocedure waarbij de stemmen van 2 partijen bepalend zou kunnen zijn. Als je werkelijk voor de beste kandidaten zou gaan stem je niet op een persoon die voor een groot deel er de oorzaak van is dat veel goede en assertieve ambtenaren de afgelopen 25 jaar vertrokken zijn. Als je werkelijk de ambtelijke, bestuurlijke en politieke cultuur wilt veranderen dan ga je buiten kwaliteit ook voor draagvlak. Denkt men werkelijk dat draagvlak verkregen wordt door mensen voor te dragen die langdurig als wethouder of ambtenaar betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de ontstane financiële puinhoop en de ontwikkeling van een ambtelijke cultuur waarin het negeren van onveilige situaties ‘acceptabel’ is gebleken. Draagvlak moet nu verdient worden. Voor een grote politieke partij die tientallen jaren deel heeft uitgemaakt van colleges is draagvlak min of meer vanzelfsprekend. Ze kennen hun vertegenwoordiger(s). Voor een klein partijtje, niet betrokken bij de collegevorming, is draagvlak op iets heel anders gebaseerd. Vertrouwen! In een programma? Soms. Maar meestal op een enkel persoon in een college. Die als een herkenbaar baken wordt beschouwd. Omdat men die persoon als integer beschouwd of weet dat die persoon een dossier beheerst en een persoonlijkheid heeft die is gericht op samenwerking en het benutten van alle denkkracht die in de totale raad en ambtelijk apparaat zit. Vertrouwen is er zelden in de grote ego’s die denken het allemaal zelf te weten. Die notoir geringschattend doen over de inbreng van anderen. Als we werkelijk tot een college willen komen dat draagvlak heeft doe je dat niet met een stemprocedure die feitelijk de beslissingsmacht legt bij de grootste partijen. Het gaat uiteindelijk om een balans. Niet van politieke kleuren maar van menselijk kwaliteiten. Mijn vertrouwen, is na 23 januari niet hersteld. Dat zit deels in mij en deels in hoe anderen denken te moeten handelen. De Bergse politiek is kapot!

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-wat-is-er-aan-de-hand/

 

Louis van der Kallen.


    

QUO VADIS?

 

    


| 13-04-2020 |

 

In april 2018 schreef ik eerder een stukje met deze titel met daarin de vraag: Gaan we de richting uit van een slaapstad? Voor mij is dat nu geen vraag meer. Dat zijn we snel aan het worden. Hoewel we in moderne bestuurderstaal dat tegenwoordig een ‘woonstad’ noemen. In het proces wat we nu met de reset mogelijk ingaan is dat ons (onvermijdelijke) lot. De industriestad Bergen op Zoom is aan het verdwijnen in de nevelen van de tijd. Het gevolg van het keer op keer uitstellen van een ontwikkeling van de Auvergnepolder. Zelfs als we nu wel nieuwe industrieterreinen zouden willen kan het niet meer. We hebben het geld niet om dit soort investeringen te doen. De daaraan verbonden risico’s zijn simpelweg te groot. Tegelijkertijd zullen we tal van stedelijke functies zoals; werkgelegenheid, koopcentrum, ziekenhuis, schouwburg, sportaccommodaties steeds meer gaan verliezen.

Hoe langer ik er over nadenkt hoe somberder ik ben geworden over de toekomst van Bergen op Zoom als zelfstandige gemeente. De ontwikkeling naar ‘woonstad’ maak ons straks feitelijk een voorstad/woonwijk van de (stad) Roosendaal.

Zelf denk ik echt dat de lokale politiek het inmiddels stuurloze schip niet meer, zonder hulp van buiten, op koers kan brengen. De problemen zijn te groot en te lang door een raadsmeerderheid onvoldoende onderkend. Zelfs met hulp van buiten is een totale reset in een bestek van zeker zes jaar een immense opgave. Waarbij financieel gezond worden minimaal 15 jaar gaat duren.

Het probleem is ook dat door de aankomende recessie er een impuls zal zijn tot bestuurlijke schaalvergroting. Waarbij de armlastige gemeente Bergen op Zoom het muurbloempje zal zijn die niemand wil. De provincie Noord-Brabant heeft als financiële toezichthouder langs alle kanten gefaald. Zij is al vele jaren te ‘lief’ voor de gemeente Bergen op Zoom en haar bestuurders. De provincie Noord-Brabant heeft alleen oog gehad voor de B5 gemeenten. Bergen op Zoom was te ver weg en lag duidelijk aan de achterste mem. De gemeente Bergen op Zoom heeft wat mij betreft behoefte aan protestante (Zeeuwse) financiële zuinigheid en doortastendheid.

Als kind van een koorzanger in de Sint Jan in Den Bosch (diep katholiek) en een zonneschooljuffrouw uit Overflakkee (diep gereformeerd) ken ik het verschil. Genieten van het nu of zorgen voor de toekomst? Is nu de vraag niet meer. Nu komt het aan op werken voor de toekomst. Een Brabantse toekomst gecombineerd met een grootschalige opschaling en of een overgang naar de provincie Zeeland? Zodat dit Brabantse ‘stadje’ blijvend kennis maakt met Zeeuwse nuchterheid als het gaat over haar eigen mogelijkheden.

Is deze dagdroom een vlucht uit de financiële nachtmerrie? Mogelijk! Het Zeeuwse Vlissingen zit in een artikel 12 achtige situatie en doe dat niet slecht. Zij zijn nuchter tot de conclusie gekomen we kunnen niet anders, als we ons zelf willen blijven. Nu wij nog. Misschien moet de raad eens gaan praten met de raad van Vlissingen. Daar kunnen ze veel van leren. Anders is de kans dat we een ‘Delfzijl aan de Schelde’ worden groot. Ga daar aan de Dollard maar eens kijken. Is dat ons voorland?

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-quo-vadis/

 

Louis van der Kallen.


    

DISPENSATIE VERZOEK

 

    


| 14-02-2020 |

 

Aan Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden

p/a Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Postbus 20011

2500 EA Den Haag

Ondergetekende:
 
L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat nr. 4 
verzoekt dispensatie van het bepaalde in artikel 31 lid 2 in de Waterschapswet.

De gemeente Bergen op Zoom waarin ik sinds 1986 mag functioneren als raadslid bevind zich in bestuurlijk en financiële woelige wateren. Recent is een informateur aangewezen met als oogmerk te onderzoeken hoe te komen tot een bestuurlijk breder samengesteld college van B&W om de grote problemen en uitdagingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet op te pakken. In dat kader wordt mij steeds vaker de vraag gesteld een wethouderschap te overwegen. De Gemeentewet artikel 36b is daarvoor geen belemmering. Anders is het, door mijn lidmaatschap van het Algemeen Bestuur (AB) van het waterschap Brabantse Delta met de, Waterschapswet artikel 31 lid 2. Een lid van het AB mag volgens artikel 31 lid 2 van de Waterschapswet niet tevens wethouder zijn.

Ik ben 71 en ambieer, bij verstand, geen wethouderschap en zeker geen voltijds wethouderschap. Het klimmen der jaren en mijn private omstandigheden alsmede mijn aard vergen realiteitszin. Ik verlang van mijzelf volledige inzet voor de taken waarvoor ik gesteld zou kunnen worden, dan is een deeltijd wethouderschap van 50 a 60 % voor mij fysiek en mentaal het hoogst haalbare. Mocht een wethouderschap in het belang van mijn geliefde Bergen op Zoom noodzakelijk zijn voor het in beeld krijgen van een bestuurlijke samenstelling die de uitdagingen waarvoor Bergen op Zoom staat, met enig succes kan op pakken, dan voel ik mij genoodzaakt een wethouderschap, in een uiterst geval, te overwegen. Ik zou een eventueel wethouderschap dan graag combineren met het bestuurlijk werk voor het waterschap Brabantse Delta wat ik nu doe.

Uit mijn bijgevoegd CV blijkt mijn decennia lange betrokkenheid bij het bestuur van waterschappen. In negen verschillende waterschappen in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland ben ik bestuurlijk actief geweest. Ik combineer daar tot op de dag van vandaag mijn vele jaren bestuurlijke ervaringen op gemeentelijk, provinciaal en waterschapniveau met mijn inhoudelijke kennis van waterproblemen en ervaringen in het bedrijfsleven om waterbeheer mede vorm te geven. Ik zou het node missen, maar ik denk oprecht dat voortzetting van mijn bedrage ook in het waterschapsbestuur van de Brabantse Delta van nut kan zijn bij de opgaven waarvoor dit waterschap gesteld staat. Voor informatie verwijs ik graag naar de huidige en voormalige dijkgraven van dit waterschap.

Voor informatie over de bestuurlijke situatie in Bergen op Zoom verwijs ik naar de burgemeester van mijn gemeente.

Nu om dispensatie vragen lijkt, tot op zekere hoogte, voor de muziek uitlopen. Een besluit waarbij ik mijn AB positie moet opgeven is voor mij een groot dilemma. Doet ik recht aan de Bergse kiezer en het gemeentelijk belang of doe ik recht aan de waterschapkiezer die mij een fors mandaat heeft gegeven? Ik wil graag beide door de kiezer gegeven mandaten rechtdoen.
Waarbij ik durf te erkennen: dat ik een waterschapper in hart en nieren ben. Het waterschapwerk zit in mijn botten. Kijk eens op de website www.onswater.com of kijk eens op www.louisvanderkallen.nl om te weten wie ik ben en kom tot een oordeel of een eventuele dispensatie hier op zijn plek zou zijn. Waarbij het van belang is te weten dat bij een eventuele wethouderportefeuille zoals financiën de kans op belangenverstrengeling nihil is te achten.
Ik zou graag weten of dispensatie in dit bijzondere geval tot de mogelijkheden behoor.

 
Met de meeste hoogachting,
Uw dw. dienaar,

  
L.H. van der Kallen
Raadslid Gemeente Bergen op Zoom
Lid AB Waterschap Brabantse Delta


    

VERTWIJFELING 2

 

    


| 30-03-2020 |

 

Quo vadis? Waarheen gaan we als gemeente? Dit waren de eerst zinnen in mijn eerste column. Ik schreef die op 27 februari. We zijn nu een dikke maand verder. Zijn de 12 fracties (we) opgeschoten? Niet echt. Waar politici goed in zijn is gebeurd. Wat we willen is in mooie volzinnen opgeschreven. Met hier een daar een beetje ‘waarom’. En zelfs die mooie volzinnen zijn niet in de groep besproken. Toen het ‘hoe’ in zicht kwam kregen de uitstellers de overhand. En na de vergaderaanwijzingen van de regering is het stilgevallen. De uitwerking van ‘wat we willen’ is zonder overleg schriftelijk gebeurd.

Voor mij is het ‘hoe’ van eminent belang. Want als het blijft bij ‘wat we willen’ zullen grote groepen raadsleden niet doorkrijgen wat die wensen betekenen en zal het blijven bij pappen en nathouden. Oftewel we blijven afglijden naar de afgrond. Ik wilde het ‘hoe’ invullen in een raadsbrede openbare takendiscussie. Dat kan ook op 1,5 meter van elkaar! Waarbij dan helder zou worden dat we zonder draconische maatregelen er op eigenkracht niet komen en de vraag is dan, willen we dat? Hoe zal onze gemeente er dan uit gaan zien? Sport, cultuur, vastenavend, verenigingsleven, onderhoud, het zal allemaal door de hoeven zakken. Bergen op Zoom, Halsteren en Lepelstraat zullen dan veranderen op een manier die wij niet willen. Mijn gedachte was dat dan zal blijken dat we het niet alleen kunnen en we hulp zullen moeten zoeken. Dat zal niet gemakkelijk zijn want we zullen dan misschien wel 15 jaar op de blaren moeten zitten en toch de belastingen fors moeten verhogen. Maar anderen (het rijk en de provincie) zullen dan mee betalen aan de artikel 12 achtige schuldsanering. Een takendiscussie ga ik niet digitaal doen. Ik wil mensen in de ogen kunnen kijken. Want na het Schelpdebat heb ik niet veel vertrouwen meer in mijn collega’s. Terwijl als we echt moeilijke beslissingen moeten nemen wil ik wel het gevoel hebben ze te kunnen vertrouwen want er komen moeilijke tijden. In mijn ogen is de ‘reset’, zo die er als doel echt was, tot stilstand gekomen. Deels door uitstelgedrag en deels door de coronaomstandigheden.

Het ontbrak bij veel collega’s aan urgentiegevoel. Mijn verwachting is dat de jaarrekening 2019 een buitengewoon groot tekort zal laten zien. Door een inzakkende economie zal de huizenverkoop stagneren en het grondbedrijf bij lange na niet die verkopen realiseren op basis waarvan de schuld relevant zou kunnen verminderen. Het college en de raad missen inhoudelijke kennis. Het inhoudelijke kennisniveau in de raad is armzalig. Financiële kennis is, in mijn beleving, maar in drie fracties aanwezig. Drie raadsleden die een beetje snappen hoe gemeentelijke financiën werken. Dat zijn tegelijkertijd ook de autisten in deze raad. Ze (mij zelf incluis) leven in hun eigen wereld. De rest zijn vooral alfa’s die geloven in de oneliners op basis waarvan ze gekozen zijn.

De Bergse kiezer heeft decennia lang keuzes gemaakt op basis van droombeelden. Ze zullen moeten ervaren dat Sinterklaas en de Kerstman echt niet bestaan. Resultaat van één maand praten en schijven? Ze blijven zitten en we doen er een paar bij. In de hoop dat straks alles beter wordt. Quo vadis?

https://kijkopbergenopzoom.nl/column-vertwijfeling-2/

 

Louis van der Kallen.