2017 FAROER EILANDEN

 

    


 31 mei

Omstreeks 04.30 uur vertrokken uit Bergen op Zoom. Alexander heeft tot circa 100 kilometer in Duitsland gereden. Daarna Carola tot voorbij Hamburg. Toen heb ik het stuur overgenomen tot voorbij de Deense grens, omdat met een grijsaard aan het stuur de kans het kleinst was dat wij er uitgepikt zouden worden en we vertraging op zouden lopen. Carola heeft daarna weer tot het sleuteladres gereden. Tot twee keer toe ging ze helemaal los met de KA. Op Duitse wegen mag je hier en daar zo hard als je wilt. Maar de KA heeft iets wat wij niet wisten. Een piep en het bericht: “u hebt de snelheidslimiet overschreden” rond de 158 op de teller. Ze zal het nooit meer doen! We hebben weinig files gehad. Alleen rond Hamburg iets.

In Silkeborg hebben we bij het Dancenter de sleutel opgehaald, wat niet zo eenvoudig bleek. De sleutel bevond zich in een kastje dat met een code geopend moest worden. Dat werkte niet. Terwijl wij er stonden verscheen er een Hollands gezin met hetzelfde doel. In eerste instantie lukte het hen ook niet. Maar ineens opende het deurtje zich wel en bleken er meerdere boeken met sleutels te zijn. We vonden uiteindelijk het voor ons bestemde. Het huisje in Mossø (Skanderborg) is mooi en gelegen aan het meer van Mossø met een prachtig uitzicht. De verwarming werkte maar matig en je moet volgens het boek wel geduld hebben, tot 24 uur toe, voordat de gewenste temperatuur bereikt is. Na installatie hebben we boodschappen gedaan in Skanderborg en gegeten in Restaurant Sørens. Een bescheiden kaart maar met gerechten van hoge kwaliteit en voor onze begrippen aan de prijs. Carola artisjokken soep en daarna een tapas tableau. Ze genoot van alles. Alexander nam eerst een zeebarbeel gerecht en daarna een pepersteak. Ik ging voor een pate gerecht waarvan ik dacht dat er mossels bij zouden zitten en daarna voor een uitgebreide kipburger. Bij het serveren van alle gerechten werd er uitgelegd wat het was. Bij thuiskomst werden plannen gemaakt voor de komende twee dagen en rende/wandelde Carola 30 minuten door Mossø, 4 km over onze weg heen en weer langs het meer van Mossø.

Uitzicht vanuit ons huis in Mossø

1 juni
Omstreeks 5 uur ben ik opgestaan en probeerde ik de laptop aan te sluiten op het netwerk. Tevergeefs. Ook met de Ipad, waarop ik nu het verslag van 31 mei heb geschreven, bleek ik geen verbinding met wifi te krijgen. Hopelijk is dit manco tijdelijk, want typen op de Ipad is niet mijn hobby. Alexander stond omstreeks 9 uur op. Van echt uitslapen was nog geen sprake. Schone slaapster Carola kwam omstreeks 10.30 uur haar mandje uit. Omstreeks 12.15 uur gingen we via een toeristische route naar de Unesco site Jelling. Onderweg zagen we langs de kant twee chique pilaren staan, waardoor we vermoedden dat het een boer met geld was. Vlak erna zag Alexander een kerkje waar hij wel even een kijkje wilde nemen. Toen wij van onze navigatieroute afweken zagen we in de herberekeningen dat we langs de straat van de boer terug konden. Dit deden we dan ook, na het bezoek aan het kerkje. Ver aan het einde van de weg stond een prachtig landhuis. Iemand die in die tijd echt wilde laten zien dat hij geld en macht had. Nu was het in beheer van een natuur/cultuur bescherm- en behoud stichting.

Het landhuis Vorbjerggard

Hierna vervolgden we onze toeristische route. Unesco site Jelling is een monumentale plek waar de, naar verluid, ‘eerste’ koning van Denemarken zijn residentie bouwde. De plek bestond en deels bestaat uit twee opgeworpen grafheuvels, rune stenen, een kerk, een scheepsprofiel (waar binnen een deel van de monumenten zich bevindt) en een palisade. Veel informatie is te vinden op https://en.natmus.dk/  en op https://www.jellingkirke.dk/

Plattegrond van de Unesco site Jelling

In het kerkje hadden we geluk dat er net een groep langs was geweest en we ook in normaal afgesloten delen even een kijkje konden nemen.

Hierna gingen Carola en Louis in snel tempo de trap op om op de grafheuvels te beklimmen. Ik kwam als eerste boven, dat was voor Carola een wat vreemde gewaarwording was. Maar ik had gesmokkeld (ik nam twee treden tegelijk en zij ging per trede).

Eén van de grafheuvels

En nog een grafheuvel

Het is een prachtig en goed onderhouden complex waar Denemarken laat zien dat ze trots is op haar geschiedenis.

Panoramafoto van het Jelling complex. Klik op de foto voor een vergroting

Onderdeel van het complex maakt ook deel uit Kongernes Jelling. Een museum, dat net als de Unesco site, gratis is te bezoeken met een mooie informatieve tentoonstelling met veel multi mediale elementen. Naar mijn beleving ook voor kinderen fantastisch om te bezoeken. We werden door een gastvrouw welkom geheten. Ik schat dat we alleen al in het museum drie uur hebben doorgebracht. Alexander kocht twee boeken, ondanks de taal (Deens). Een boek over de schatten uit de Deense grond en een boek over de opgravingen ter plaatse.

Na een korte wandeling door Jelling besloten we te eten in Byens cafe dat onderdeel uitmaakt van een gemeenschapsgebouw (voor informatie www.byenshus.com), een cafe/restaurant met een eigen brouwerij. We namen alle drie tomatensoep als voorgerecht. Dat beviel goed, hoewel later Alexander spijt had want de soep bleek bij het hoofdgerecht zijn maag al goed gevuld te hebben. Carola nam een salade met een “oksefilet”. Ondanks dat het vlees wat doorbakken was, smaakte het haar uitstekend. Ik ging voor een salade met zalm. Het bleek een gigantisch stuk zalm. Vel en een stukje zalm verdwenen uiteindelijk in de maag van Carola. Voor mij was het allemaal wat veel. De smaak en bereiding waren wel goed. Alexander ging voor ” enchiladas met kylling” het smaakte hem zo goed dat hij spijt had van het voorgerecht. Carola ontfermde zich over de restanten. Bij ons alle drie bleef salade over. Het was gewoon teveel! Wat mij verder opviel was dat Carola van de overdaad aan zout consumptie af is. Onze jarenlange adviezen blijken vrucht afgeworpen te hebben. De andere bezoekers waren dorpelingen die elkaar allemaal leken te kennen. Pas toen wij gingen vertrekken kwamen er vier Nederlandse mannen binnen die in Denemarken een week op fietstocht waren.

Na de maaltijd, tijdens de wandeling naar de auto, ontdekten wij dat de automatische grasmaaiers die ons steeds hadden verbaasd namen hadden, te weten: Gorm (de eerste koning van Denemarken), Thyra (zijn vrouw), Harald Blauwtand (hun oudste zoon) en Basse (een naam die is aangetroffen op een in Jelling gevonden runesteen). Bij het nazoeken van de apparaten hebben Carola en Alexander nog even kunnen genieten van een kroelende grijze kater. Op de terugweg hebben we nog even in onze straat gestopt bij een informatiehuisje met informatieborden over de lokale natuur en over archeologisch onderzoek in de regio. Carola had dit gisteren tijdens het rennen gezien. Echter waren we te moe en besloten later nog een keer terug te gaan. Al had ik daar niet zo’n last van, want ik rende het laatste stuk naar huis in een poging Carola in de auto bij te houden. Omstreeks 21.00 uur waren we weer thuis na een dagje Jelling, een plek die we iedereen aan kunnen bevelen met gevoel voor geschiedenis.

Later hebben Alexander en Carola nog een kleine wandeling gemaakt langs het meer.

2 juni
Vandaag zijn we naar een neef van Carola geweest in Blenstrup bij Aalborg. Hij was verrukt met het bezoek uit Nederland. We werden rondgeleid in zijn grote huis en hij praatte honderd uit. We spraken vooral over hun familie, wonen en werken in Denemarken. Carola en neef Shannon hadden elkaar in geen jaren gezien. Dat werd in een paar uur ingehaald. We aten met zijn vieren in een Japans buffetrestaurant (Sanya) in Aalborg. Dat was vooral groot, van redelijke kwaliteit en voor Deense begrippen niet duur. Carola reed ons weer naar ons huisje.

3 juni
Omstreeks 9.00 uur melden we ons tevergeefs bij het DanCenter in Silkeborg. Volgens het boekje in het huisje zou het om 9.00 uur open gaan. Dat bleek pas om 12.00 uur te zijn. We schreven een briefje dat we doorreden naar Hirtshals, omdat we ons daar om 12.00 uur werden geacht te melden om in te schepen op de Norröna. 180 kilometer kan je nu éénmaal niet in een minuut afleggen. In het briefje gaven we aan dat we, na de ontvangst van een factuur, graag de openstaande kosten (elektra, schoonmaken en  beddengoed) snel zullen overmaken. Alexander reed ons naar Hirtshals. De reis naar Hirtshals verliep voorspoedig. Bij aankomst stond er op het informatiebord niet de bestemming Faeroer eilanden. Nadat ik constateerde dat het informatiebord was aangepast zette ik de auto dwars door de andere lijnen in de juiste opstellijn. Na het melden gingen Carola en Ik aan boord. Alexander reed uiteindelijk de auto aan boord van de Norröna. Het schip vertrok enkele uren te laat. Omdat bij het boeken in december er geen cabins meer te boeken waren, hadden we couchettes geboekt. Die bleken zonder beddengoed en vooral gehorig, warm en met veel geluid van de machines en het gesnurk van de medepassagiers. Het beddengoed werd geregeld via de receptie. Ik besloot in een stoel de nacht door te brengen.

4 juni
We kwamen de nacht door. De dag kom je door met wachten, hangen en een babbeltje. Uit eindelijk trokken we de dag grotendeels op met een Duitse motorrijdster en een Duits/Oostenrijkse motorrijder die onderweg naar IJsland waren (geen koppeltje), waar we later een Duitse fotografe https://www.nicole-nerger.de aan toevoegden die naar de Faeroer eilanden ging op zoek naar te fotograferen objecten en voornemens was dat met de bus en wandelend te doen. Ik bood haar aan om één dag dat samen met ons te doen. Alexander zocht moe zijn mandje op en Carola en ik volgden wat later.

5 juni
We kwamen de nacht weer door. De Norröna kwam omstreeks 6.30 uur in Thorshavn aan. Snel gingen Carola en Alexander van boord. Omdat er in de rij voor mij een probleem was, duurde het behoorlijk lang voordat ik van boord kon. Maar uiteindelijk lukte dat en vond ik de jongelui snel. In Thorshavn was alles dicht vanwege tweede pinksterdag. We reden gelijk door richting ons huis in Leynar. Onderweg konden we het nodige inslaan bij een benzinestation, waar het heerlijk rook naar versgebakken brood. Thuis bleek dat ook lekker te smaken.  Het werd echt een dag om bij te komen van de reis. Alexander heeft overdag misschien wel 6 uur slaap ingehaald. Carola ook gauw 3 uur en ook ik ben regelmatig in slaap gedommeld. Carola en Alexander hebben wel een wandeling over ‘ons’ strand gemaakt en een vermoedelijk tinnen kruisje aan een touwtje gevonden.

Aankomst in Thorshavn

6 juni
Er is door de jongelui weer uitgeslapen. Er is een poging gedaan om de hiking routes, uitgegeven door https://www.visitfaroeislands.com op kaart en google maps te reconstrueren. Dat lukte niet echt. Het routeboekje lijkt geschreven door een Faroerees en niet door iemand die met de ogen van een toerist kijkt naar een voor hem onbekend gebied. Uiteindelijk zijn Carola en Alexander gaan wandelen door Leynar zelf en hebben met navragen vermoedelijk een begin van een route ontdekt.  Later zijn we via de bergweg richting Thorshavn gereden. Onderweg hebben we wederom geprobeerd een begin en een kruising van een route en de weg te vinden. Weer tevergeefs. Eén ding is duidelijk bij deze route, die aangeduid wordt als easy en geschikt voor kinderen, is onze conclusie zeker niet easy en ik zou eventuele kleine kinderen er niet op hikingtocht meenemen. We hebben op de route genoten van de vele vergezichten.

klik op foto voor vergroting

Twee keer, als we stopten met gevaarlichten aan, stopte er een Faroereese automobilist om te vragen of alles OK was. Daarna hebben we boodschappen gedaan en geld getapt. We hebben bij de haven de auto geparkeerd en daarna rond het havengebied gewandeld. Er is best veel veranderd. Het CD winkeltje is nu een Turkse pizzabakker. De Ierse Pub was er nog wel. Gebouw en inrichting waren nog hetzelfde. De bediening was vrouwelijker geworden en deels oriëntaals. Het eten (steaks van bief en lam) was nog steeds goed en relatief niet duur. Ierse drank was er ook te koop, maar als je voor de muziek naar een Ierse Pub gaat, kom je bedrogen uit. We hebben geen enkel Iers nummer gehoord! Carola was vandaag onze betrouwbare chauffeur. Wel is ze nog niet richting vast. De weg vinden is nu eenmaal lastig in den vreemde. Over het weer hebben we de afgelopen dagen niet te klagen. Op de aankomstdag wat spettertjes aan het begin en later droog met een enkele zonnestraal. Vandaag prachtig zonnig weer. Ik heb zelfs buiten op ons terras van de zon kunnen genieten. Niet alleen wij genoten van het mooie weer. Ook een groep kajakkers zal er van genoten hebben. Zij gebruikten ‘ons’ strand om een kajaktocht te starten en te beëindigen.  

7 juni
Weer een dag met zonnig weer. Hoewel de temperatuur nu niet boven de 10 graden uit kwam, was het voor Faroereese begrippen prachtig weer met veel zon en veel wind vanuit het noorden. Voor Alexander en Carola een reden de wandeling, die we gisteren probeerden te verkennen, uit te proberen. Ik bleef achter op mijn zonnig terras. Ze vertrokken omstreeks 12.00 uur. Ik begon aan de “Faroe Business Report”( www.faroebusinessreport.com), een mooi inkijkje in wat er zakelijk gebeurt op de Faeroer eilanden. Er blijkt ten opzichte van 2011 (ons laatste bezoek) het nodige veranderd. De sterke punten: toerisme, visserij en transport zijn nadrukkelijk uitgebouwd en dat vooral op eigen kracht. Wel valt op dat er nieuwe markten zijn gezocht voor visserijproducten en de export naar Rusland fors is gegroeid. De Faeroer eilanden hebben zelfs een eigen diplomatieke vertegenwoordiging in Rusland. Ook de Chinese ICT gigant Huawei is betrokken bij de ontwikkeling van de mobiele internetverbindingen (4G LTE). Soms kan een piepklein landje veel grote landen voor zijn. Onderstaande eigen ervaring bevestigen dat. In Nederland kampen grote delen van het buitengebied met langzaam of nauwelijks internet. Hier in een piepklein landje in het midden van de Atlantische Oceaan boven op een berghelling perfect internet. Mijn petje af voor een overheid die wel weet wat belangrijk is om het bedrijfsleven en de burgers te faciliteren.   

Al snel bleek tijdens de wandeling bergop dat Alexander en Carola met de telefoon geen verbinding meer hadden, maar dat internet via dezelfde telefoon wel werkte op de eenzame hoogte van 300 à 400 meter in de middle of nowhere (bizar). Via facebook werd ik op de hoogte gehouden. Uiteindelijk deden ze een poging de berg Sátan te beklimmen, die hoog uit torent (ruim 620 meter) boven ons huisje aan zijn voet.

Tijdens de beklimming van de berg kwamen Alexander en Carola de drinkwatervoorziening van Leynar, en dus ook ons huis, tegen. Even een kleine stop gemaakt om een heerlijk ‘vers’ slokje te nemen.

Ze hebben zijn top op pakweg 50 meter kunnen benaderen, toen werd het te steil. Die duivel bleek te sterk, te steil en te weerbarstig. Omstreeks 15.45 uur kreeg ik de melding dat ik hen omstreeks 16.30  uur op kon gaan halen bij een benzinestation aan de andere kant van de berg. Ze dachten een veilige daalroute gevonden te hebben. Daar aangekomen kon ik ze op de bergwand niet ontdekken. Zij zagen mij en de blauwe KA wel. Ik kon hen echter (ondanks de heldere kleuren van hun jacks) niet ontdekken. We kregen telefonisch contact en ik werd gedirigeerd naar een andere oppikplaats aan de bergweg naar Tórshavn.  Verwachte ontmoetingstijd een uur later. Daar aangekomen kon ik ze weer niet ontdekken. Dan maar zelf de berg op. Net toen ik de plek bereikte, waarvan ik dacht dat ik ze in het vizier zou kunnen krijgen hoorde ik de stem van Carola. Ze kwamen uit een andere hoek dan ik ze verwachtte. Geluid reikt ver in de schone/stille lucht van de Faeroer. Ik was blij ze te zien en begon al vast aan mijn eigen afdaling. Ze stapten moe in de Ka en ik reed ze opgelucht naar huis, waar Carola snel in de luie stoel met het mooie uitzicht in slaap viel. En Alexander begon de opgebruikte energie te compenseren met een tussendoortje van tonijn. Later gingen we naar Tórshavn om bij de Ierse pub op herhaling te gaan.

Uitzicht vanaf de Sátan, klik op foto voor vergroting

Uitzicht vanaf de Sátan, klik op foto voor vergroting

Ze waren te moe en Alexander zijn voeten te pijnlijk om door Tórshavn te wandelen. Ik had de avond daarvoor een boothuis ontdekt met de traditionele Faeroereese roeiboten, die ik op de foto wilde zetten. Na voetbal is roeien met hun eigen roeiboten de tweede nationale sport, die met groot fanatisme beoefend wordt en voor de dorpen dé kans is om hun eer hoog te houden.

Carola reed ons naar huis. Thuis gekomen kon ik constateren dat haar koontjes en oren nog net zo rood waren als toen ik ze thuis bracht na hun bezoek aan Sátan, de duivelse berg. Hierna heeft Carola nog een paar kilometers getraind door het plaatsje hier, nog even de berg omhoog gerend. 

8 juni
Het was vandaag een prachtige zonnige dag die geheel helder begon. Dat was ook doorgedrongen tot het lerarenbestand van de Faeröer eilanden. Dat merkten we toen ineens vanuit het niets veel kinderen met hun onderwijzers ‘ons’ strandje bevolkten. Navraag bij de leraressen leverde op dat met dergelijk mooi weer (10 graden met zon) de kinderen recht hadden om van een dergelijk uitzonderlijke weersgesteldheid te genieten. Naar buiten dus. Ons strandje was het eindpunt van een lange wandeling over de bergen en ophaalpunt voor de bus uit Tórshavn. 

Omstreeks 12.00 uur zijn we vertrokken voor een wandeling van Saksun richting de zee, langs de verzande uitmonding van een beek, die komt vanuit de Saksunardalur vallei.  Tijdens de wandeling hebben we ook bekeken of we het begin/eindpunt konden vinden van de wandelroute naar Tjornuvik. De rit van Hvalvik naar Saksun door deze vallei is een zogenoemde boterbloem route.

Na de wandeling en een zonnebad op het strandje bij de monding van de beek in zee, zijn wij via Kollafjørður naar Tjørnuvik gereden om het andere eind/beginpunt van een wandelroute te bekijken. In Tjørnuvik aten we een heerlijke wafel en dronken Carola en Alexander thee bij een hele vriendelijke Faeröerees, die een slim handeltje had opgezet voor zijn huis bij het start/eindpunt van de wandelroute. Ondanks dat hij geen Engels sprak, deed hij zijn best ons goed te verzorgen zodat we niks te kort kwamen. Daar spraken we een echtpaar uit Australië/USA, die de wandeling vanaf Saksun hadden gemaakt en nu terug moesten naar hun auto. We besloten ze een lift te geven naar Hvalvik vanwaar ze verder wilden liften naar Saksun. Ze vonden dat ze voldoende van onze gastvrijheid in de propvolle KA gebruik hadden gemaakt. Wij reden door naar Tórshavn waar we hebben gegeten in café Natur. Carola een club sandwich en Alexander en ik een tortilla. Beiden goed en goedkoop. Ik sprak in café Natur drie mannen die onder het genot van pinten bier keer op keer luid voor ons onverstaanbare liederen zongen. Navraag door mij leverde op dat het socialistisch klassestrijdliederen waren van een IJslandse dichter. Voor mij als sociaal-democraat prachtig. Het bestaat nog. Mannen die, zij het onder invloed, kond doen van hun solidariteit en klasse bewustzijn en dat laten horen in een café gevuld met mannen en één vrouw (Carola).

Onderstaand een impressie van onze dag:

Zeer apart gevormde rots. Het lijken verschillende stenen maar het zit allemaal aan elkaar

klik op foto voor vergroting

We verwonderden ons over het grote aantal Zwitsers in Tórshavn. Alexander vond snel uit dat  morgen (9 juni) er een WK kwalificatie voetbalwedstrijd is, Faeröer eilanden tegen Zwitserland. We besloten morgen maar niet in Tórshavn te gaan eten, want nu kostte het al enige moeite een eetplek te vinden. We hopen op een overwinning van de dappere Vikingen.

Toen we thuis kwamen was er nog een punt van verwondering. Op ‘ons’ strandje bevonden zich een zestal tienermeisjes die wat (warms) dronken en op een vuurtje marshmallows roosterden. Wat later deden ze een spelletje met houten plankjes. Ik zie het bij ons in Bergen op Zoom niet zo snel gebeuren dat op een totaal verlaten strandje zes meisjes uren lang al keuvelend en in alle rust met eenvoudige houten plankjes een spelletje doen. Een samenleving als hier op de Faeröer lijkt soms zo simpel, maar ik ben er jaloers op. Zij hebben nog iets wat wij zijn kwijtgeraakt. Je hebt geen luxe of mobieltjes nodig om als mannen onder elkaar te zingen over het (harde) leven of als meiden/ vriendinnen onder elkaar op een strandje in de buurt de avond door te brengen.

9 juni
In de morgen werd ‘ons’ strand overgenomen door enkele vissers die met vliegvissen hoopten een visje te verschalken. Er wordt regelmatig gevist vanaf ons strand maar we hebben nog niemand iets zien vangen. Vandaag zijn we relatief laat vertrokken omdat Alexander graag zijn foto’s wilde plaatsen op facebook. Het is inmiddels een mooie collectie geworden die een mooi beeld geeft van onze vakantie. Carola reed ons naar Eiðy aan de noord-west kust van Eysturoy waarna ik het stuur overnam. Het eerst deel was over de bergweg naar Gjógv aan de noord-oost kust van Eysturoy. Deze bergweg is de hoogste passage op de Faeröer eilanden (circa 400/500 meter). Wat ons opviel was een grote groep meeuwen die iets oppikten of dronken vanuit het gras.

Het is een route met veel scherpe bochten en gelukkig veel passeerplekken en prachtige vergezichten. Bij de afdaling naar Gjógv kwamen we vijf bussen tegen die Gjógv hadden bezocht. Mogelijk Zwitsers die van de gelegenheid gebruik maakten om een rondrit over de eilanden te maken. Na Gjógv volgden de plaatsjes Funninger, Funningsfjørur en Oyndarfjørðdur, waar Alexander en Carola in een beek een muntje vonden met cyrillische letters en een adelaar. Rara hoe komt het daar. Misschien een offer aan de goden van de berg of de beek? Daarna reden we door naar Fuglajørður waar we aten in restaurant Muntra. De bediening was vriendelijk. De inrichting huiskamerachtig. Het eten goed. Alexander en ik namen als voorgerecht een Noorse garnalen salade en Carola een zalmsalade met een ei Benedict. Het smaakte allemaal uitstekend en het ei Benedict ‘liep’ bij aansnijden. Voor de hoofdmaaltijd koos Carola voor ‘varken’. Het bleek een gigantisch groot en dik stuk schnitzel. Het smaakte haar uitstekend. Alexander koos voor lam. Het bleek geen steak te zijn maar plakjes met relatief veel vet. De delen met vet werden met Carola geruild voor delen van de verrukkelijke schnitzel. Mijn zalmgerecht bestond niet alleen uit een forse moot zalm, maar ook uit een stuk kabeljauw, gerookte zalm en Noorse garnalen. Iets minder dan de helft van de zalmmoot ging naar Alexander en Carola ontfermde zich over de huid van het beestje waar zij dol op is.  De gerechten waren stuk voor stuk goed bereid en mooi aangekleed. Dit is een restaurant dat ik warm aanbeveel. Naar de ingang moet je wel zoeken. Deze bevindt zich aan de achterkant van het gebouw waarna je de trap moet nemen naar de bovenste verdieping. Daar aangekomen moet je wat de keuken lijkt instappen en dan zie je pas de ingang van het restaurant. Na de maaltijd hebben we boodschappen gedaan in supermarkt Haraldsen, die van buiten ook niet echt herkenbaar is. Daar kocht ik ook een pakje servetten bedrukt met de vlag van de eilanden.

In mijn eerst vakantie verslag over de Faeröer eilanden (2009) schreef ik al over de passie voor voetbal die je overal ervaart op de eilanden. Je treft ook bij vrijwel ieder dorp met meer dan 500 inwoners een goed onderhouden (kunst)grasveld aan met tribune en in de kleinere dorpen een Pannaveldje. Eerder in dit verslag schreef ik over de roeitraditie en wedstrijden waarin ieder dorp aan mee wil doen om te laten zijn dat Vikingtradities hier nog steeds leven. Er is nog één passie die het vermelden waard is. Maar dan één van de lokale overheid! Tunnels boren! Op een bevolking van nog geen 50.000 zielen hebben ze door de jaren heen 20 tunnels aangelegd. Totaal meer dan 41 kilometer. Waarvan ruim 25 kilometer tweebaans en ruim 16 kilometer enkelbaans. De afgelopen jaren hebben ze sommige verbreed en veel zijn er nu ook verlicht.  Twee zijn toltunnels, waarvoor je 100 kr (ca. 13,50) betaald voor een retour. Nu staan er weer twee mega projecten op stapel en deels in uitvoering genomen. De Eysturoy tunnel, een Y-vorming tunnelconstructie met drie ingangen (van Rókini/Saltnes, van Sjógv/Strendur en van Tórshavn) en een onderzeese rotonde waar de drie wegen bij elkaar komen. Totale lengte 11.240 meter waarvan het laagste punt 187 meter onder het zeeniveau ligt. Constructie tijd 3 à 4 jaar. Gereed 2020. Een 11 kilometer lange tunnel met een rotonde! Ik weet geen andere plek in Europa waar ze dit doen en dat in een landje met circa 50.000 inwoners.  Een tweede project is de Sandoy tunnel. Tussen de eilanden Streymoy en Sandoy. 10,6 kilometer lang en maximaal 155 meter onder zee niveau. Constructie tijd circa 5 jaar en gereed in 2023. Men denkt dat van de Sandoy tunnel circa 310 voertuigen per dag gebruik zullen gaan maken. Een miljoenen project voor circa 300 voertuigen per dag. In Nederland ondenkbaar! Rare jongens die Faröeresen! Of hebben ze alleen rare hobby’s ?

10 juni
Steeds meer vissers op ons strandje en zelfs een keer een ruiter te paard. Van de buurman hoorde ik dat de vissers komen voor de zalmen die nu ieder moment kunnen arriveren om de beek op te trekken om zich voort te planten. Omdat het nog steeds mooi weer is, dachten we vandaag naar Kirkjubøur te gaan om de voormalige bisschopszetel locatie, inclusief de ruïne van de kathedraal, te bezoeken. Er loopt ook een wandelroute van Kirkjubøur naar Argir, die Alexander en Carola willen gaan lopen. Het liep anders. Halverwege de bergweg naar Tórshavn reden we in een mistbank en dat werd alleen maar erger. De mist werd regen én mist en bleek bij Tórshavn niet alleen te hangen op pakweg 250 meter hoogte, maar ook veel lager. We besloten toch naar Kirkjubøur te gaan. Toen wij aankwamen stond er slechts één auto op de parkeerplaats. De kerk bleek tot ons genoegen open en buiten ons leeg. Keer op keer verbazen we ons dat kerkelijke schatten zo voor het oprapen liggen. In de kerk lag een bijbel uit de zestiende eeuw op het altaar.

Wat ook open bleek was een gedeelte van de voormalige bisschopszetel, waaronder een grote zaal met tal van oude en nieuwe gebruiksvoorwerpen. We keken onze ogen uit. Ik zette Carola op de foto met een grote ketel in haar handen.

Ook de andere kamers waren een bezoek of een blik door een kijkgaatje zeker waard. Daarna bekeken we de nog deels ingepakte ruïne van de kathedraal. Deze wordt gerestaureerd en er is nog veel te doen om de resten te behouden voor de toekomst.

We vonden het startpunt van de wandeling, maar gezien de weersomstandigheden is de wandeling uitgesteld tot betere tijden. We vertrokken naar het centrum van Tórshavn waar we een bezoek brachten aan het winkelcentrum SMS waar ik een fotoboek kocht voor Ank waarmee ze de sfeer kan proeven van de eilanden en als het ware zelf, op de bank, op vakantie kan gaan naar de plaatsen die wij mochten aanschouwen. Daarna zochten we het toeristenbureau op. Dat was verplaatst en gemoderniseerd maar ook minder gezellig dan op de oude locatie. Maar de verleende service was er niet minder om geworden. De verkouden baliemedewerkster liep zelfs even naar buiten om te constateren of het winkeltje waar zij ons naar verwees wel open was. We waren op zoek naar een CD winkel. De ons bekende aan de haven bleek namelijk gesloten. In het winkeltje werden we allervriendelijkst ontvangen door een jonge dame die zowel in de CD bakken als op de computer de weg wist om ons te helpen. Alexander vertrok met een fors bedrag aan Tyr CD’s, mede bestemd voor een vriend. Ik kocht een CD van Elin en Kári met onder andere het nummer wat Ank zo mooi vindt: Eitt dýpi av dýrari tiđ. Ik kocht ook een medaille van een protest groep 200 (punkband) met een oproep tot echte onafhankelijkheid van Denemarken en een dikke vinger naar de lokale machthebber (met als symbool een ram) door deze op zijn rug af te beelden. In een ander winkeltje kocht ik twee vlagspeldjes en bezochten we een onbemand Rode Kruis boekwinkeltje, waar de betaling op een wijze geregeld is die bij ons in Nederland niet zo effectief zou blijken.

Daarna warmden we ons zelf op aan de haven bij een café aan de haven, waar ik op de vloer een aansprekend gedicht aantrof. Na opgewarmd te zijn maakten we door de regen een wandeling door het oude centrum van Tórshavn waar we ons verwonderden over een kerkhofpark.

Op onze wandeling zagen we ook deze schitterende ‘broekentuin’

We aten bij restaurant Marco Pollo. Alexander nam als voorgerecht een verse Noorse garnalen cocktail en als hoofdgerecht lam in bladerdeeg, ik een peppersteak  en Carola een pasta gerecht. Carola ontfermde zich graag over de restanten van mijn peppersteak. Het smaakte allemaal goed. We waren relatief vroeg thuis. Alexander en ik dommelden snel wat weg. Carola, energiek als ze is, ging nog wat kilometers (hard)lopen. Hopelijk is het weer morgen wat beter.       

11 juni
In de morgen leek het definitief gedaan met het mooie weer. Regen, mist en wind was ons deel. Tegen de middag toch een zeldzaam zonnestraaltje. Er werd uitgeslapen en gewassen. We hadden gisteren al besloten naar het museum te gaan. Dat leverde veel herkenbaars op, maar ook informatie die ten opzichte van ons eerdere bezoek (2009) nieuw was.

Daarna net als gisteren iets warms gedronken met iets erbij in Kaffi Hüsid en een wandeling langs het havenfront en opnieuw gegeten bij Marco Polo. Alexander en Carola namen lam in bladerdeeg en ik ging voor een tagliatelle zalm. Het smaakte heerlijk en de bediening was vriendelijk. Alleen werd er een vergissing gemaakt. Het voorgerecht van Alexander (kreeftensoep) kwam na navragen door mij als dessert. Het smaakte er niet minder om. Alexander was deze dag onze chauffeur. Bij thuiskomst bleek de zee, bij het hoog water wel heel hoog te komen en ook de branding was aanzienlijk woester dan de aflopen week. Alexander werd weer even kind en testte al snel het koude water. Carola had meer moeite met de kou. Water van pakweg 6 of 7 graden is nu eenmaal niet wat wij gewend zijn. Het leverde mooie plaatjes op. Ook ik genoot, als vader, om Alexander en Carola uitgelaten te zien rennen over het strand en door het water van de kreek en de branding.

Ik heb deze dagen ook eens uitgezocht hoe de Faeröer toch in staat is al die dure tunnels te realiseren. Een belangrijke factor is de relatie met moeder Denemarken. Ze hoeven aan Denemarken geen belastingen af te dragen en ze krijgen al meer dan 25  jaar jaarlijks een subsidie van Denemarken van circa 14 á 15 % van het Faeröereese Bruto Nationaal Product.  Daar kan je nog eens iets van doen! Zoals het versterken van je economische infrastructuur (wegen, tunnels, havens).

12 juni
Vandaag omstreeks 11.00 uur vertrokken om de noordelijke eilanden Kunoy, Boroy en Viðoy te bekijken en een boottocht te maken vanuit Hvannasund naar Svínoy en Fugloy. 

Het weer was Faeröerees. Het lijkt redelijk, maar kan ineens omslaan. We reden eerst naar Klaksvík waar we het bureau voor toerisme bezochten en ik twee vlagspeldjes kocht en Carola een cadeautje. Daarna de plaatselijke winkel van Sinkel met een uitgebreide collectie boeken. En toen door naar Kunoy en het gelijknamige plaatsje door de eerste éénbaanstunnel. Hier nam Alexander een foto  van een gebouwtje dat wel op een heel bijzondere manier werd behoed voor instorten of weggeblazen worden.

Via 2 éénbaanstunnels door richting Viðareiði waarbij er plotseling een niet op de kaart staande tunnel opdook. We kozen voor de oude weg langs de kust die nog open was. Viðareiði heeft een mooi kerkje met leien dakbedekking.

Ik zelf deed daar wat oefeningen met wat kleuters in de locale dagopvang die de rare man achter het hek wel machtig interessant vonden. We wisselden namen uit en we maakten gezamenlijk vliegbewegingen. Zelfs een juffrouw deed mee. Toen op zoek naar de weg door de tunnel. Dit bleek een luxe verlichte tweebaansweg/tunnel. We waren ruim op tijd in Hvannasund voor de MS Ritan, waarmee wij ook in 2011 dit tochtje hadden gemaakt. De MS Ritan bleek een Nederlandse boot te zijn die hier in 2010 als veerboot in gebruik is genomen.

Voor 120 kronen waren wij met zijn drieën ruim 2 uur onderweg en meerden we aan op Svínoy en op Fugloy (Kirkja en Hattarvik). Terwijl wij op de terugtocht vertrokken uit Kirkja verslechterde het weer rap. Guur, nat en een toenemende wind vielen ons ten deel. Het belette ons niet om te genieten van de oceaandeining, de vogels en de vergezichten op de eilanden. Bij aankomst in Hvannasund zochten we snel de warmte op van de KA.

Geleerd van de tunnelervaring in 2011 besloten we niet als bijna iedereen de tunnels naar Klaksvík in te duiken, maar op zoek te gaan naar Múli, een naar wat het boekje vertelde onbewoond dorp. De weg er naar toe was een ramp (maar wel een boterbloemroute) met als het niet grotendeels mistig zou zijn mooie vergezichten. Het dorp (vier woningen), bij wat eens een watermolen was, bleek niet helemaal verlaten. Op zijn minst één woning werd nog wel gebruikt als zomerhuis en vader en zoon deden als timmermannen wat van hen verwacht werd om het familiehuis te behoeden voor verval. En ze hielden er met de ‘dorpelingen’ samen nog hun kuddes schapen. We spraken met de zoon die vertelde dat sinds de boterbloemroute werd geopend hij bijna wekelijks wel aan de bak moest om auto’s van toeristen uit de greppels te halen. Ik begon extra voorzichtig aan de terugtocht naar Norðdapíl. De twee tunnels naar Klaksvik bleken nu goed te doen met een beperkt aantal, voorrang hebbende, tegenliggers. We tankten in Klaksvík en betaalde de tol voor de toltunnel tussen Leirvík en Klaksvík en gingen op zoek naar het restaurant waar we graag wilden gaan eten. Het bleek volgeboekt. Uiteindelijk besloten we op herhaling te gaan bij Muntra in Fuglafjørður. Daar waren we welkom. Alexander ging voor de Noorse garnalen als voorgerecht. Carola en ik kozen voor de soep van de dag (aspergesoep). We hadden echt wel trek in iets warms! De voorgerechten waren heerlijk. Er werd in ons uitzicht druk geoefend in het roeien met de Faeröereese roeiboten. De man die ons bediende vertelde dat er komende zaterdag in Hósvík de regionale roeiwedstrijden zouden zijn. Als hoofdgerecht kozen Alexander en ik voor de zalmschotel en Carola voor biefstuk. We bestelden er ook frietjes bij. Het smaakte allemaal zo als verwacht. Alexander, die ons eerder die dag naar Klaksvík had gereden, reed ons naar huis.

13 juni
De dag begon met regen en mist en eigenlijk bleef het daarbij. Soms iets, wat leek op een flauw zonnetje. Ik ben buiten brood en andere dagelijkse boodschappen halen niet weg geweest. Het uitzicht biedt mij dan voldoende afleiding en inspiratie voor de nodige bespiegelingen. Wel laat Vágar (het eiland in mijn uitzicht) zich keer op keer op een andere manier zien.

Alexander en Carola zijn boodschappen gaan doen in Tórshavn. Op de terugweg hebben ze ook Norradalur aangedaan en zijn ze gaan kijken in Kvívík, waar de ‘iglo’s’, waarin we verbleven tijdens onze vakantie in 2009, nu in verregaande staat van verval waren. Daarna hebben ze Vestmanna bekeken. Bij terugkomst gingen ze gelijk aan de slag om het avondeten (spaghetti) te bereiden. Mijn koks deden goed werk. Ze hadden zelfs voor mijn dagelijkse cider gezorgd. Het smaakte allemaal goed. Terwijl ik naar de verhoren in de Amerikaanse senaat keek, gingen zij een eind wandelen. Leynar en Skaelingur werden bewandeld.

Bij Norradalur

Vestmanna

14 juni
Regen, regen, regen. We besloten naar Sandoy te gaan en namen de ferry van 13.15 uur uit Gamlaraett. Na de aankomst in Skopun zijn we gelijk doorgereden naar Dalur het dorp het verst verwijderd van Skopun om vandaaruit ieder dorp met een bezoek te vereren. Dalur is een klein maar super kindvriendelijk ingericht dorp. Het viel op dat bij veel huizen beschilderde stenen stonden en ook hingen er aan enkele hekjes gebreide lappen met voorstellingen. Wat keer op keer verbaast is dat scholen, hoe klein ook, beschikken over sportfaciliteiten zoals een voetbal of handbalkooi, vaak gecombineerd met basketbal.

Daarna was Húsavík aan de beurt waar de kerk open bleek. Met onder andere een doopvont uit de 18e eeuw. Daarna werd Skálavík bezocht. Hier was de kerk gesloten, maar deze kerk had wel een heel bijzondere sleutelgatafsluiter.

Hierna werd Skarvanes aangedaan, een klein dorp met  negen huizen. De weg was voor de chauffeur (Alexander) en de auto een uitdaging die goed werd doorstaan. Dit keer troffen we in tegenstelling tot 2009 en 2011 geen loslopende paarden op de weg naar Skarvanes aan. Daarna werd Sandur bezocht. Helaas bleek het toeristenkantoortje, waar we de vorige keer zo fantastisch waren geholpen, niet meer te bestaan. Carola maakte hier een wandeling door de duinen en kwam doorweekt terug. Je moet maar een hobby hebben! Daarna was Skopun aan de beurt. Hier deden we een rondje dorp. Daar troffen we wel een heel bijzondere brievenbus aan. Hier gaan ze niet opzij voor een ‘beetje’ post.

Terug op de MS Testin genoot Alexander, net als op de heenweg, van een hotdog. Die smaken hier uitstekend, zo had ik op de heenweg ervaren. We aten in de Ierse pub. Alexander en Carola de lamsschotel en ik een Ierse kipburger. Het ging er goed in. Onderweg terug naar ons warme huisje werd genoten van de vele watervallen langs de route. Die, nu het zoveel regende,  veel water voerden. Thuis aangekomen gingen Alexander en Carola nog even kijken bij de beek met zalmtrappen, vlak bij ons huisje. Daarna deed Carola nog haar avondtraining. Resultaat? Een huis vol drogende natte kleding!

15 juni
Vanwege de regen zijn we naar Tórshavn gegaan. Eerst naar de buiten locatie van het museum. In het bureau van het museum daar kreeg Alexander de telefoonnummers en het mailadres van de archeoloog van de eilanden. Toen naar het aquarium met veel vissen uit de zee rond de eilanden. Een bezoek zeker waard.

Daarna iets gegeten en gedronken aan de haven in het café  waar we vaker komen. Daarna een wandeling naar het 17e eeuwse fort van Tórshavn alwaar een kanon uit de tweede wereldoorlog aan een diepgaand onderzoek werd onderworpen en uiteindelijk hebben we gegeten in Marco Polo.

16 juni
In de morgen de kinderen vroeg wakker gemaakt omdat het weerbeeld een tocht naar Mykines mogelijk leek te maken. Het lukte echter niet te boeken. De boot was vol geboekt. Klaarblijkelijk hadden meer mensen het zelfde idee. Later bleek het een geluk bij een ongeluk. Het weer rond Mykines veranderde zodanig dat de ferry werd stilgelegd en degenen die in de morgen met de ferry naar het eiland waren vertrokken zaten daar dus vast. Circa 80 bezoekers op een eiland met 14 inwoners! Uiteindelijk waren we alsnog blij dat we niet waren gegaan. Uiteindelijk besloten we naar Suduroy, het meest zuidelijke eiland te gaan. Met de Smyril vertrokken we omstreeks 13.00 uur uit Tórshavn richting Tvøroyri. Onderweg deed ik op het toilet een ontdekking en begreep ik waarom de Faeröer eilanden met slechts 50.000 inwoners het met voetbal toch best aardig deden. Ze worden tot op het toilet in richten getraind! 

Aangekomen in Tvøroyri gingen we op zoek naar het toeristenkantoortje. We vonden het snel en deden de ontdekking dat het sloot toen de eerste ferry (de onze) aankwam uit Tórshavn. Dicht gaan als je klanten aankomen is niet echt bezoekersvriendelijk! We namen de oude kustweg naar Hov, dit keer geen schaap met zelfmoordneigingen, zoals in 2011. Wel een gans die de blauwe KA als een ernstige bedreiging zag voor zijn familie en een fanatieke aanval uitvoerde. De  weg was nog even rustig als in 2011. Daarna reden we naar Porkeri en toen naar Vágur, waar we bij de kerk aankwamen toen de koster net wegging en naar de parkeerplek wandelde waar wij onze KA net geparkeerd hadden. Hij vroeg ons of we de kerk wilde bezoeken. Dat wilden wij graag en speciaal voor ons liep hij terug om voor ons de kerk weer te openen. Dat kan en gebeurt daar nog. De betonnen kerk in Vágur was het bezoek zeker waard.

Via de ’toeristische’ route gingen we naar Lopra  en Hamrabyrgi (het dorp dat uit twee dorpen bestaat met totaal drie huizen) en daarna middels een ‘iets’ minder ’toeristische’ route naar Sumba. Deze routes zijn niet voor bangerikken wel voor mensen met een grote liefde voor kuilen, weinig passeerplekken en veel slecht zicht en soms dichte mist. We kwamen uiteindelijk op de plekken waar we wilden komen en genoten ook van vele vergezichten, nieuwsgierige schapen en een enkel opvallend waarschuwingsbord.

Daarna gingen we naar Akraberg een plek met een Friese connectie en geschiedenis, die mogelijk zelfs terug gaat tot voor de Noormannen kwamen. Vanaf Sumba ging het terug richting ferry over de gewone route. We aten een paar hotdogs bij een benzinestation, waar Carola van het privé toilet mocht gebruik maken dat gelegen was in de kelder waar alle voorraad van het benzinestation annex supermarkt, annex cafetaria lag opgeslagen. Ik zie dat in Nederland nog niet zo snel gebeuren. Vlakbij de ferry namen we de afslag naar Fámjin om een kerkje te bezoeken met een aantal bijzonderheden. Het kerkje bleek helaas gesloten. We kwamen ruim op tijd voor het vertrek van de laatste ferry-afvaart om 21.00 uur aan. Na een boottocht door mist met veel misthoorngeluid bereikten we veilig Tórshavn en bereikten we omstreeks 23.30 uur ons huis in Leynar.  

17 juni
Vandaag is er uitgeslapen en zijn we omstreeks 13.30 uur vertrokken naar Hósvík, waar een roeiwedstrijd zou worden gehouden met de Faeröereese roeiboten. Toen we aankwamen waren er al tientallen aanwezig. Uiteindelijk telden we er omstreeks veertig in 6, 8 en 10 persoonsuitvoering. Veel boten kenden zowel een mannen als een vrouwen team. Alleen de sekse van de stuurman of vrouw is onbepaald.  Buiten de wind, en zo nu en dan een buitje, was de sfeer fantastisch. Veel dorpen of eilanden kennen hun eigen team. Nog meer dan met voetbal is dit de manier om de competitie met de andere dorpen aan te gaan. Mij verbaast het in wat voor sfeer dat gebeurt. Gemoedelijk en tegelijkertijd competitie gericht. De boten worden gekoesterd en met liefde omringd. Een enkele keer zag ik dat het voorste uiteinde van de boeg voor de te waterlating werd omarmd en soms gekust. De boten worden door het eigen team naar het water gedragen. Soms ondersteund door leden van het andere team dat tot de boot behoort. De schepen zijn van hout en zwaar. Het roer wordt na de te waterlating bevestigd en met twee touwtjes bediend. De boten werden eerst naar de startlijn geroeid, mijn inschatting circa 900 meter. Nadat zeker twintig boten te water waren gelaten werd de eerste race gestart. Het werd een puinhoop. Door de sterke stormachtige wind konden de boten niet in hun lijn worden gehouden en werden door de wind gedreven naar één kant. De wedstrijd werd afgeblazen. Het viel mij op dat dit gebeurde zonder wanklank of protesten. De boten werden aan de kant gehaald en uit het water en gingen weer op de trailers. Wij als bezoekers konden ons geld terug krijgen. Ik zag daar vanaf want dit organiseren kost veel geld. Voor de kinderen waren er springkussens en schminken. Er waren ‘koek en zoopie’ voorzieningen die voor weinig geld de lekkerste zaken verkochten. Zelf genoten we van wafels met slagroom en jam voor 15 kronen per stuk, die meer dan uitstekend smaakten. Mogelijk als de wind gaat liggen wordt er morgen vanaf 10.00 uur wel gevaren.

Dit soort bijeenkomsten getuigen van een gemeenschapszin waar ik jaloers op ben. Ik had hier best geboren willen worden!

We besloten de zuidoost hoek van Eysturoy (van Skipanes tot Aeðuvík) te gaan bekijken. Voor het eten eindigden we op ons bekende adres in Fuglafjørður. Alexander nam de hem bekende Noorse garnalen salade en de zalmschotel. Carola de haar bekende zalmsalade en de varkensfilet schotel. Het smaakte hen weer goed. Ik nam een zalmsoep en een kabeljauw schotel. De zalmsoep was uitmuntend. Vol met gekookte zalm. Ook de gestoomde kabeljauw voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Tijdens het eten zagen we dat de teams van Fuglafjørður, ondanks het wedstrijdroeien eerder die dag, toch weer, net al de andere keren dat we er aten, trainden in de baai. Zaterdag of niet ze wilden vast klaar zijn voor welke wedstrijd dan ook.

Thuis gekomen begonnen we aan het voorbereiden op ons vertrek morgen.

18 juni
Vandaag de laatste dag op de Føroyar. We besloten eerst te gaan kijken of de roeiwedstrijden vandaag wel door zouden gaan. Omstreeks 9.45 uur vertrokken we naar Hósvík. Behalve de kerkgang viel er geen activiteit te bespeuren. We besloten naar Vágar te gaan. Na door de toltunnel van circa 7 kilometer te zijn gereden, sloegen we af naar rechts om Oyrargjógv, de oude ferryhaven te bezoeken die voor de komst van de tunnel Vágar verbond met Vestmanna op Streymoy. Daar verwonderden we ons dat 3 huizen in de buurt slechts bereikbaar waren via een klauterpartij en het te voet kruisen van een beek. Op de weg terug naar de doorgaande route ontdekten we nog een bruggetje (met een naam) in wat ooit een voetpad moest zijn geweest. Na terugkeer op de doorgaande route kwamen we door Midvágur, Sørvágur en Bøur. In Bøur konden we het kerkje bezichtigen dat open bleek.

Tussen Bøur en Gásadalur werden er veel foto’s gemaakt  van het prachtige uitzicht waarin Tindhólmur (eiland met de scherpe klif), Gáshólmur en Mykines de hoofdrol speelden.

Na het uitkomen van de tunnel naar Gásadalur werden er foto’s gemaakt van de hoge waterval in zee.

De kinderen maakten daar een wandeling die al snel werd opgevrolijkt door een speelse hond die twee nieuwe speelkameraden had gevonden, die maar al te graag zijn stenen weggooiden waarna hij ze weer vond en het spel zich kon herhalen.

Daarna dronken we thee/warme chocolademelk en reden we weer langs de eerder genoemde dorpen en Vatnsoyrar. De kerken bleken allen gesloten. Nabij Midvágur bezochten wij het oorlogsmuseum van de eilanden. Met tal van objecten die achter waren gebleven na de Engelse bezetting, die vooral plaatsvond om de eilanden te gebruiken als uitvalsbasis voor de bestrijding van Duitse duikboten. Ook waren er veel verhalen opgetekend van de verliezen aan vooral vissersschepen en hun bemanningen die gezonken waren door de oorlogshandelingen en de door de Engelsen gelegde zeemijnen. Na aankomst in Tórshavn hebben we in afwachting van de ferry gegeten in de Ierse pub. Dit keer was dat geen succes. Het voorgerecht van Alexander kwam te laat en het hoofdgerecht liet lang op zich wachten en toen het verscheen bleek het koud en niet smakelijk meer. Alleen de frieten waren warm, maar duidelijk opnieuw gebakken. Dit keer wel een klacht en geen tip. Mijn conclusie: het systeem met bestellen aan de bar en middels een electronisch piepje afhalen aan de bar is geen succes in geval van meer dan één gang! De Norröna kwam op tijd, maar het laden en lossen liep fors uit. 

19 juni
Afscheid van weer een prachtig verblijf op de Faroer Eilanden.

Klik op de foto voor een vergroting

De Norröna vertrok meer dan 2 uur te laat. Onze ervaringen met de Smyril Line zijn: dat de Norröna zelden op tijd vertrekt, maar meestal wel op tijd aankomt. Mijn suggestie aan de Smyril Line is dat, als het laden zo lang duurt, sluit dan niet de horeca voorzieningen als de mensen na uren in hun auto gewacht te hebben eindelijk aan boord komen. Zij kunnen dan niets meer eten of drinken en dat is niet klantvriendelijk. Zeker niet als het sluiten gebeurt vlak voor dat men aan boord komt. Ik wil niet klagen, want over het algemeen is de service aan boord goed tot uitstekend en als het schip niet volgeboekt is, zoals bij deze overtocht, wordt een kajuit geboekt met ‘beperkt uitzicht’ een kajuit met uitzicht en een éénpersoons kajuit een driepersoons die alleen, in dit geval, door mij gebruikt wordt. De zee was rustig. Ik heb overwegend TV gekeken in mijn kajuit en alleen een wandeling gemaakt toen het schip Unst passeerde, het meest noordoostelijke van de Shetland eilanden. De lunch gebruikten we in het cafetaria en de avondmaaltijd in het voortreffelijke buffetrestaurant. 

20 juni
De ferry kwam ondanks het te late vertrek keurig op tijd aan. Na de ontscheping in de haven van Hirtshals konden we omstreeks 10.00 uur Denemarken weer met onze Ka onveilig maken en gingen we richting Sleeswijk. We deden inkopen bij maar liefst twee Deense supermarkten in Duitsland. De één mocht een bepaald merk cider niet verkopen aan mensen uit andere dan Scandinavische landen en de andere mocht dat wel. Raar maar waar. Alexander kon toch naar huis met zijn geliefde dranken. We melden ons daarna, net als vorige keren, in hotel Waldschlösschen in Sleeswijk. Het eten was net als de vorige keren perfect. De krabsoep en de runderbouillon “Royal” smaakte royaal. Ik ging voor een regionale visschotel met garnalen, kabeljauw, zalm en snoekbaars. Alexander en Carola gingen voor de Olearius steak en filetstukjes van diverse oorsprong. Het smaakte allemaal heerlijk. Carola nam als nagerecht een ijscoupe en Alexander koos er voor het voorgerecht, de runderbouillon “Royal”, nog een keer tot zich te nemen. Het kan maar lekker zijn.  Moe zochten we daarna onze kamer op.

21 juni
Deze dag verliep anders dan we gedacht hadden.  Carola meldde zich omstreeks 7.45 uur bij mijn kamer. Alexander had erge buikpijn. Ik ging gelijk kijken en dacht, gezien de pijn en zijn ineen gedoken houding, dat kan wel eens een blindedarm zijn. Na overleg met de hotelreceptie zochten we het regionale ziekenhuis op. Ook de noodhulp arts nam de maatregelen die eventueel nodig zijn voor een operatie. De internist onderzocht Alexander uitgebreid en stelde vele vragen. De taal was wel soms een probleem. Haar Engels was niet optimaal. Zo vaak kwamen er geen buitenlanders en ons Duits was zeker ook niet het je van het. Nadat ze met een echoapparaat aan de slag was gegaan, kwam er een chirurg bij die het Engels goed beheerste en werd onder andere vastgesteld dat Alexander niet zwanger was (grapje) en dat nieren en diverse andere organen eruit zagen zoals behoorde. De bloeduitslagen gaven wel een ontstekingspiekje. Wat te doen? De pijn was ver gezakt, maar nog wel aanwezig. Na het advies van de internist besloten we dat een thuisreis wel verantwoord was. En gingen we anders dan eerst de bedoeling om circa 12.00 uur richting Nederland en niet meer naar een museum. Alexander kreeg wel op het hart gedrukt de volgende dag in Nederland naar een arts te gaan en opnieuw zijn bloedwaarden te laten bepalen en om nader te laten onderzoeken wat er aan de hand was geweest.

Omstreeks 19.30 uur passeerden we de gemeentegrens van Bergen op Zoom en kon Ank ons weer liefdevol in de armen sluiten. Een rare dag was het einde van een heerlijke vakantie. 

Met vriendelijke groet,

 

Louis van der Kallen.


    

2016 DENEMARKEN – RIBE

 

    


14 oktober 2016
ribe-000
Omstreeks tien over vier in de morgen vertrokken we, uitgezwaaid door Ank, met zijn drieën voor een korte vakantie richting Ribe. Alexander was de eerste bestuurder. Hij rijdt helemaal op de Tom-Tom. Ik ben een bestuurder die geheel de route bepaalt op de plaatsen op de borden die ik in mijn hoofd heb. Voor Ribe is dat: Dordrecht/Utrecht/Amersfoort/Apeldoorn/Hengelo/Osnabrück/Bremen/Hamburg/Kiel/Kolding/Ribe. Nabij Hengelo was de eerste stop. Even de benen strekken en naar de WC. Omstreeks 6.30 uur gingen we de eerste grens over. Tussen Osnabrück en Bremen nam de verkeersintensiteit snel toe en verschenen de eerste stukken met wegwerkzaamheden. Bij het benzinestation waar we tankten nam ik het stuur over. Alexander had ons 345 kilometer op weg gebracht. Carola werd op de achterbank onder haar oranje dekentje ook even wakker. Ik reed nog geen 10 minuten toen Alexander  ook naar dromenland vertrok. Tot Bremen geen enkele file. Ook de vele wegwerkzaamheden betekenden geen echte vertragingen. Pas bij Hamburg ging het echt fout. Meer dan een halfuur vertraging door een file. Op de Tom-Tom verschijnen dan alternatieve routes.  inclusief de berekende tijd die met het gebruik ervan bespaard zou kunnen worden. Alexander, de ervaren Tom-Tom rijder is dan geneigd er gebruik van te maken, ook als dat betekent je storten in de verkeersdrukte van een stad als Hamburg. Ik heb die neiging totaal niet. Ik geef mij niet graag over aan een machine of computer. Ik blijf liever op voor mij bekend terrein ( de route naar Ribe of omgeving heb ik reeds twee keer eerder gereden). Zolang de vertraging te overzien is en het verkeer niet echt stilvalt, hou ik vast aan bekend terrein. De vertraging was te wijten aan zeer omvangrijke werkzaamheden. Na de hectiek van de wegen om Hamburg stopten we op een pleisterplaats waar we, tot onze verrassing, ook op onze tochten naar de Faröer eilanden, eerder waren gestopt om de benen te bewegen en even naar de WC te gaan. Op de grens met Denemarken was een grenscontrole door bewapende soldaten. Het verkeer werd getrechterd en een enkele auto werd er uitgepikt. Wij werden al rijdend gemonsterd. Maar een Ford KA met drie inzittenden en een hoop troep biedt op het oog niet zoveel plaats voor personen die Denemarken buiten wenst te houden. We mochten door. Al snel kwam de afslag Ribe. De laatste circa 70 kilometer reden we over een provinciale weg en genoten van het landschap en al snel kwam van Alexander de verzuchting: ” wat voor vikingschatten liggen hier nog verborgen?”. Ik moest lachen, want op het zelfde moment had ik de gedachte: “wat zou Alexander hier graag zoeken in die  mooie net gefreesde akker”.

Het Ribe Byferie Resort was snel gevonden. Het complex heeft het karakter van een gewoon woonwijkje. Het ligt tegen het centrum van Ribe aangeplakt. We waren te vroeg. Pas om drie uur ging de receptie open. Twee uur wachten is niet zo zinvol. We besloten dan ook naar het centrum te wandelen en wat te gaan drinken en eten. Ik was toe aan een warme kop chocolademelk. Alexander en ik herkenden veel. Bij onze laatste reis naar de Faröer eilanden hadden we Ribe op de heenreis ook al bezocht. Het was een wandeling vol herkenning. Voor Carola was het allemaal nieuw. Ze verwonderde zich over de vele mooie en in haar ogen bijzondere huizen, waaronder vakwerkhuizen. Wat opvalt is de zorg en oog voor details die hier nog aan de huizen wordt besteed. Veel ijzer en smeedwerk is het bekijken waard.

ribe-001

De eerste stop was de kerk en het klooster van Sint Catharina. Het is de derde kerk op die plek en dateert uit de vijftiende eeuw. De kerk en de kloostergang zijn een bezoek meer dan waard. 

ribe-002

ribe-003

ribe-004

Daarna bracht de wandeling ons bij een pinautomaat en bewonderde we een poortplafond waarop iemand zijn playmobiel collectie had ingezet om mensen met verwondering omhoog te laten kijken.

ribe-005 ribe-006

Het Deense geld is voor een archeoloog als Alex iets bijzonders. En laat zien hoe trots het Deense volk is op haar geschiedenis. Ieder biljet bevat een archeologisch voorwerp en is met enig speurwerk zelfs de vindplaats op het biljet te vinden.

ribe-007

Na een bezoek aan het toeristenbureau. Kwam onze maag aan de buurt. Carola stuurde onze keus naar een bijzondere herberg de Weis Stue, gelegen vlak bij de kathedraal van Ribe. Een herberg waar de inrichting sinds 1704 niet veranderd zou zijn. Deze gelegenheid is een bezoek zeker waard. Het gebouw, de inrichting en het eten maken een bezoek tot een belevenis. Zeker voor mensen zoals wij. Alexander was jaloers! Aan de muur hing een Hollandse faience plooischotel. Op wat schilfertjes na, inclusief voet, geheel gaaf. Hij had met al zijn opgravingen alleen scherven mogen beroeren.ribe-009We lieten het Deense donkerbier (Alexander) en de warme chocolade melk met slagroom (Carola en ik) goed smaken. Het eten ( Carola een zalmsalade met brood en Alexander en ik een wel heel ruim aangeklede burger met friet), was het geld, 600 kronen, zeker waard. Ik weet ook al wat Carola bij een volgend bezoek zeker met smaak zal nuttigen. Terwijl we op de bestelling wachtten, had ze de taarten op tafel eens goed bekeken. We komen zeker terug, al was het maar voor het gebak. Alexander zette de herberg eens goed op de foto. De eigenaar vond het allemaal goed. Zelfs als we een deel van zijn inventaris even verplaatste om mooie foto’s te maken van de vele prachtige Hollandse en Friese tegels uit de zeventiende en achttiende eeuw.

ribe-008

ribe-010

Daarna brachten we een bezoek aan de kathedraal van Ribe. Een gebouw grotendeels uit de twaalfde eeuw, waar eeuw na eeuw zaken aan zijn toegevoegd en men niet bang is om dat ook nu nog te doen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw nog een aantal kleurrijke en moderne muurschilderingen. Zowel in de bezochte kerk als in de kathedraal is de maritieme geschiedenis herkenbaar in aan het plafond hangende schepen.

ribe-011 ribe-012 ribe-013 ribe-014 ribe-015

Omstreeks vier uur betraden we doodmoe het appartement. Al gauw was Alexander op de bank onder zeil gegaan. Carola ging daarna een uiltje knappen en ook ik dommelde zittend en lezend met regelmaat in slaap. We besloten, zo moe als we waren, niet uit eten te gaan. Maar even een supermarkt, de Føtex, te bezoeken. Carola reed ons heen en weer. We aten thuis gekomen brood, kaas, salade en de met liefde door Carola bereidde soep. Om circa negen uur zocht ik na een vermoeiende maar mooie dag, met zelfs een beetje zon, mijn bed op.

15 oktober 2016
Vandaag is er uitgeslapen. Na het wakker worden hebben Carola en Alexander mijn verslag van 14 oktober gelezen. Natuurlijk was ik het meest opzienbarende vergeten. Carola vond iets zodanig zout dat ze de frieten, die ze van mijn bord en het bord van Alexander at eerst ontdeed van de zeezout korrels. Vandaag stond in het kader van het vinden van viking bloed (een mede wijn). De tocht langs de via google aan ons bekende slijters leverde niets op, behalve een locatie die gespecialiseerd zou zijn in de beste mede van Esbjerg. Het bleek een ‘ Engelse ‘ spraakverwarring. Het bleek een slager. Navraag in het naast gelegen Britannia Hotel leverde van de receptioniste de gouden tip op. Het was een eind lopen maar hosanna, zes flessen werden ingeslagen. Ook pa kreeg een bevlieging en kocht twee cadeaus, die nog even ‘geheim’ blijven. Het mag wat kosten! Helaas was de gezochte Deense cider ook hier niet verkrijgbaar de zoektocht naar Tempt gaat voort, hopelijk wordt ook die Deense ‘ viking’  schat in deze vakantie nog gevonden. Dan kan Alexander met een goed gevoel de thuisreis op enig moment aanvaarden. Gewapend met dozen drank trotseerden wij de elementen. Het waaide stevig en onder dreigende wolken,  maar met een rijke buit, bereikten we veilig de auto. Op de heenreis naar Esbjerg was het aan de andere kant van de weg bijna filerijden. Er moest een ferry aangekomen zijn. Zou het de Norröna zijn? Pas op de  terugweg werd het duidelijk. Het was niet die mooie dame, maar een blauwe ferry die op Harwich Engeland vaart.

ribe-016

Die zoektocht bracht ons bij de witte mannen op de oever, die naar de einder staren. Daar maakten we een wandeling over het strand. Richting het noorden ging het letterlijk voor de wind. De terugtocht met, voor mijn gevoel een koude zuiderstorm, viel mij veel zwaarder.

ribe-017

Daarna de supermarkt Kvickly bezocht. Veel lekkers ingekocht, maar ook hier niet de gezochte cider. Vervolgens met Carola aan het stuur de richting naar Ribe weer ingeslagen. Het werd een slingertocht door een aantal dorpjes met kerkjes. Stora Darum (reformatorisch) en Vislev (rooms katholiek). Beide kerkjes waren open. In het kerkje in Darum was een vrouw aan het stofzuigen en ze was zeker bereid onze vragen te beantwoorden. Het kerkhof zag er niet alleen tot in de puntjes verzorgd uit, het was door de grafmarkeringen in onze ogen ook heel bijzonder. Vroeger waren de meeste grafkavels familiekavels. Maar de families werden kleiner en verhuisden deels. Nu hebben mensen ook vaak minder te besteden en worden dan meer bij elkaar, zonder familiebinding, in een rij begraven.

ribe-018 ribe-019 ribe-020 ribe-021Het kerkje in Vislev leek wel ontworpen door dezelfde architect. Maar dat bleek niet waar. Het was een kerkje uit de 15e eeuw op een plaats waar al in de dertiende eeuw een kerkgebouw stond. Op het oudste deel van het kerkje was circa 100 jaar geleden bij werkzaamheden een oude schildering bloot gelegd. 

ribe-022

Na enig beraad (iedereen (te)moe) toch besloten uit eten te gaan. Er bleek geen plek in de Weis Stue. Ook hotel Dagmar bleek geen plek te hebben voor drie personen. Maar gelukkig had Carola door dat onder het hotel nog een restaurant zat: Vaegterkaeldere. Er bleek nog een tafel vrij. Als voorgerecht koos Carola voor een zalmmousse. Het was niet lekker, hij was naar haar zeggen heerlijk! Alexander en ik kozen voor de gegrilde ossencarpaccio. Het bleek een carpaccio van rosbief. Het smaakte ons goed. Als hoofdgerecht koos Carola voor een burger. Hij was groot en machtig maar viel na de heerlijke zalmmousse toch een beetje tegen. Alex ander en ik kozen voor een schol, met wat fileerwerk was dat een heerlijk visje. Met de drankjes mee kostte het 870 dkk. De bediening was vriendelijk. Ook hier in een kelderrestaurant veel Hollandse en Friese tegels. 

ribe-023

16 oktober
Vandaag hebben we circa 4 uur doorgebracht in het Ribes Vikinger museum. in 2011 waren we er al eerder geweest, maar toen was de tijd die we hadden te kort om alles te zien. Nu was de collectie ook nog meer gericht op de Vikingen, omdat een deel van de oude collectie was vervangen door meer gedetailleerde informatie over de christelijke Viking periode. Alexander en Carola genoten. Daarna werden er inkopen gedaan in de museum winkel. We besteden er bijna 1700 Dkk. We kregen zelfs gratis een mooie tas om alles in te doen. Er zat ook iets bij voor bij de kerstdis. Vervolgens vertrokken we, met Carola aan het stuur, voor een tocht door het gebied ten zuiden van Ribe. We hebben bij Gram een stop gemaakt om het Gram Slot te bezoeken, waarbij we  ‘met gevaar voor eigen leven’ een houten brug passeerden die bewoog onder onze stappen. Het houten brugdek had betere tijden gekend. Daarna hebben we een deel van het slot van binnen bekeken, waarbij de oude keuken met grote kookkachel en de wijnkelder de nodige indruk maakten. Nabij het slot was ook een opstelling van het skelet van een complete potvis.  

ribe-024 ribe-025 ribe-026We stopten voor diverse kerkjes, om uiteindelijk af te koersen op het eiland Rømø waar op het zuidelijkste puntje een wandeling werd gemaakt over de ‘boulevard’.  Alexander en ik zochten al snel een gebied op met minder wind, maar Carola begon aan een nieuwe carrière: het fotograferen van ganzen, eenden en ander gevogelte in een door Alexander en mij ervaren vliegende koude storm. Uiteindelijk startten we wel een zoekexpeditie toen zij, gezien de barre en nevelige omstandigheden, voor ons onverklaarbaar lang wegbleef. Gelukkig werd deerne Carola snel in verwaaide toestand aangetroffen en konden de magen gevuld gaan worden.

ribe-027Na enig zoekwerk werd, ondanks dat de kaart slechts in het Duits en Deens was, gekozen voor restaurant Landgangen. Als voorgerechten werden gekozen: zalmsalade (Carola), kipsalade (Louis) en krabsalade (bleek een garnalensalade) (Alexander). De voorgerechten voldeden aan de verwachtingen. Carola was heel tevreden. Mijn geroosterde kip werd ook door iedereen gewaardeerd. Als hoofdgerecht ging Carola voor de Husets steak. Die ging er vlot in en smaakte uitstekend. Alexander en ik gingen voor een pepersteak. Het vlees was uitstekend en Alex genoot, langzaam steeds roder wordend, van de wel zeer gepeperde steak. Voor mij was de steak té gepeperd. Carola constateerde dat ze mij nog nooit zo snel mijn drankje had zien drinken. Toen zij mijn bord voor de saus en de frieten en salade overnam begon zij ook roder te worden en dronk eerst de cola van Alexander op en bestelde daarna maar snel nog een cola. De ober was een oudere man die soms als een Joop Doderer in “Dinner for One” voorover dreigde te vallen door een loopgebrek en zo snel en zo voorover gebogen deed hij zijn werk. In tegenstelling tot de butler uit “Dinner for One” was hij wel nuchter. Met rode konen en gloeiend genoten we van de maaltijd. Ik bracht de familie in het donker weer veilig thuis in Ribe.

17 oktober
Vandaag zijn we naar Kolding geweest. Een mooie middeleeuwse stad met een kasteel dat in de vorige eeuw vanuit een ruïne is herbouwd. Grotendeels is binnen de muren van de ruïne een gebouw in het gebouw gerealiseerd, maar wel op een bijzondere manier.

ribe-028 ribe-029 ribe-030 ribe-031

Hierbij was  niet alleen oog voor de constructiedoelstellingen, maar ook voor schoonheid. Dat mocht duidelijk extra geld kosten. Tijdens ons bezoek was het een drukte van belang met honderden kinderen die stuk voor stuk tot prinsen, prinsessen en ridders werden omgedoopt en met houten zwaarden en schilden die zij zelf van heraldisch kentekenen hadden voorzien en die gevechten aangingen. Ook was er oog voor middeleeuws eten en de bereidingswijzen. Van de geuren kregen wij zelfs trek.

ribe-032 ribe-033 ribe-034 ribe-035 ribe-036

Daarna werd de reis naar Flensburg ondernomen om bij een soort van Makro, maar dan belastingvrij, vooral dranken in te slaan voor Alexander. Daarna hebben we hotel Waldschlösschen in Schleswig opgezocht. De kamers zijn mooi en de bediening in het restaurant was zoals in 2011. Wel was er enige teleurstelling dat de lamschotel van toen niet meer op de kaart stond. Maar de keuze was er niet minder om. Carola koos als voorgerecht voor een vleesbouillon. Alexander en ik voor een carpaccio. De voorgerechten voldeden aan de verwachtingen. Als hoofdgerecht volgde Carola het dagadvies van de ober. Een gerecht met vlees van de rug van het rund en van de wang. Ze had er geen spijt van. Alexander koos voor filetpuntjes van het kalf en ik koos voor filet van een snoekbaars. Carola en Alexander wilden hier ook wel van proeven. Alles viel in goede aarde. Alleen de geroosterde koolraappuree, die  bij de snoekbaars geserveerd werd, viel niet in de smaak bij Carola. Mijn bord werd dus niet volledig door haar geplunderd. Als dessert nam Alexander een 21 jaar oude Jamaicaanse rum en Carola een ijscoupe. Beide genoten. Dit alles met de drankjes voor 160 euro. Tijdens de maaltijd werd besloten morgen na het ontbijt (8.30 uur) via de hanzestad Lübeck naar huis te rijden. Wij gaan morgen dus nog wat extra kilometers maken. Maar Alexander zag uit naar het kennisnemen van wat de oude stad Lübeck voor moois te bieden had.

18 oktober
Voor het eerst in een vakantie met Alex en Carola een overnachting in een hotel. Dat betekent Carola aan het ontbijt. Ik ken Carola’s eetvermogens bij een diner of lunch, maar ik mocht dat niet eerder aanschouwen bij een ontbijtbuffet. Het werd geen teleurstelling. Bijna alles werd geproefd/gegeten, zo leek het. Zelfs Duitse worst. Die viel haar tegen, maar de gebakken bacon bleef verdwijnen. Zelfs toen we de ontbijtzaal verlieten, lopende langs het buffet, verdween er nog een plakje. De ontbijtkosten werden er dik uitgehaald. Aan klant Carola werd met de 7.50 euro per persoon niets verdiend. Het ontbijtbuffet was in kwaliteit en kwantiteit gewoon goed. Wel bleek dat de kinderen, toen ik al op één oor lag, de dag ervoor nog genoten hadden van de hotel spa en in het bubbelbad besloten hadden dat we via Lübeck de thuisreis zouden aanvaarden. In het bubbelbad hadden ze goede adviezen gekregen om de achterhuizen van Lübeck eens goed te bekijken. Via Kiel zijn we over provinciale wegen van Schleswig naar Lübeck gereden en vonden een parkeerplek in het westelijk stadsdeel op ongeveer 10 minuten lopen van de historische binnenstad. In de ruim vijf uur dat we door de stad liepen hebben we hooguit een vijfde van de binnenstad bekeken. Hoogtepunten waren de Sankt Marien kathedraal en de daarin aanwezige elementen, zoals een kosmische klok, een veertiende eeuws doopvont en voor mij de 14 gebroken kruizen, een kunst/herdenkingsporject 14-18 van Günther Uecker.

ribe-037 ribe-038 ribe-039 ribe-040 ribe-041

Ook het poortgebouw aan de Holstenplatz is bijzonder.

ribe-042

Ook beklommen wij de toren van de Petrikkirche. Hoewel ‘beklimmen’ misschien iets te veel is gezegd aangezien zeker 80 % van de klim per lift ging. Het uitzicht was prachtig. 

ribe-043 ribe-044

Het meest opvallende (tip van de bubbelbad liefhebber) waren de steegjes/hofjes achter de huizen langs de hoofdstraten., die gebouwd zijn op de achter de huizen aan de doorgaande straten gelegen percelen. Dit zijn kleine huisjes die alleen bereikbaar zijn via poortjes in de huizen aan de doorgaande straten. Veel van deze steegjes zijn door hekken en deuren afgesloten. Maar die wel een openbaar karakter hebben, zijn zeker de moeite waard. 

ribe-045 ribe-046 ribe-047 ribe-048

Ook de moeite waard was de ervaring in Café Erdapfel. Een gelegenheid waar allerlei varianten (allemaal vegerarisch) van een gepofte aardappel , gevuld met allerlei zaken, werden verkocht. In de praktijk een volledige maaltijd. Een restaurantformule die ik nog nooit ergens had gezien. Maar om half drie was de tent nog steeds met ruim dertig personen afgeladen. Mocht een horeca ondernemer interesse hebben? Ik heb een spijskaart met een afbeelding, geïnspireerd door van Gogh’s aardappeleters,  meegenomen. Zou er in ons Bergen op Zoom zo’n gelegenheid zijn, dan zou ik er zeker vaste klant worden. Voor vijf en halve euro per persoon aten Carola, Alexander en ik onze vingers er haast bij op. Omstreeks 5 uur in de middag aanvaardden we de reis naar huis, waar Ank ons  weer in de armen sloot.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen.


    

2015 ORKNEY EILANDEN

 

    


6 juni

Vandaag om twee uur opgestaan. Omstreeks drie uur Alexander en Carola in Halsteren opgepikt en afscheid genomen van Ank. De rit naar Schiphol verliep OK. Geen vertragingen. Op P3 de auto op de bekende plek gezet, zodat ik hem zeker makkelijk terug kan vinden. Het is iets verder lopen maar het scheelt stress. De koffers waren we zo kwijt aan de balie van British Airways. Het van te voren met de computer inchecken was zeker behulpzaam geweest om snel klaar te zijn en stoelen te hebben naast elkaar. Het was een vriendelijke jongedame die ons verzekerde dat de koffers door gelabeld konden worden en dat het ondanks onze eerdere ervaringen nu wel goed zou werken. Nu was het wachten op onze eerste vlucht naar Heathrow Londen.  We vertrokken met de Airbus A320 ongeveer 15 minuten te laat. Het landen op Heathrow werd door de drukte vertraagd. We cirkelden drie keer over Londen voordat we landden. Daarna met de bus naar terminal 5. Onze koffers verschenen niet op de band, zodat we mochten aannemen dat het wel goed zou zitten. We hoefden niet echt te wachten op de vlucht naar Edinburgh. Terminal 5 op Heathrow biedt genoeg te bekijken om je even bezig te houden en voor Alexander was er genoeg te zien op het gebied van whiskey’s. De vlucht naar Edinburgh met een Airbus 321 verliep zoals het moet. De landing was met een stevige zijwind, maar dat is voor de piloten van BA niet echt bijzonder. Ook hier verschenen onze koffers niet op de band. Wel bleven enkele mensen tevergeefs op hun koffers wachten. Ook hier vergaapte Alexander zich weer aan het bijzondere wat op het gebied van whiskey te verkrijgen was. Maar kopen en terug in de koffer was ‘nog’ geen optie. Kopen op de terugweg misschien wel maar die reis gaat over Glasgow.

Na een paar uur wachten konden we aan boord gaan van de SAAB F 340 die ons naar Kirkwall zou brengen. Achter mij kwam een verontruste oude dame te zitten die ernstig bezorgd was over het slechte weer met windsnelheden boven de 50 mijl. De stewardess probeerde haar gerust te stellen met: ” ach mevrouw we zijn met dit toestel net heen en weer naar de Shetlands geweest en dat is ook goed gegaan.” Mijn buurvrouw zei tegen mij: “ze komt van Stromness en het is zaterdag ze wil haar afspraakje vast niet missen. Maar wees gerust ze weten echt wel wat ze doen.”. Het vertrek liep forse vertraging op. Bij het inladen van de koffers, dat in dit relatief kleine toestel nog echt handwerk was, ging iets niet goed. Ineens stopte het inladen. Onze koffers bleven met nog twee andere op het karretje staan en er ontstond een stevige discussie tussen de laders. Ik spoedde mij naar de stewardess om mijn zorgen te uiten en helder te maken dat ik onze koffers graag ingeladen zag. Wat me opviel was dat, in tegenstelling tot de andere keren dat we op de eilanden vlogen, er nu geen werkers, zonder bagage, in het toestel zaten maar mensen van de eilanden die terugkeerden van een vakantie. Maar de hoeveelheid van de bagage bleek niet het probleem. Er was iets niet goed gegaan en er waren mogelijk verkeerde koffers reeds ingeladen. Uitladen en controleren was het devies. Enkele koffers gingen terug naar de terminal en onze koffers verdwenen alsnog in het toestel. De wind was geen belemmering om te vertrekken, maar het landen van drie andere toestellen wel. Uiteindelijk vertrokken we en verliep de reis voorspoedig. Flybe/Loganair had zijn werk goed gedaan.

Orkney 2015 (2)

Het vliegveld van London Heathrow in zicht

Kirkwall was nat en winderig. Terwijl Alexander en Carola op de koffers wachtten ging ik bij het autoverhuurbedrijf Tullock langs en werden de formulieren ingevuld. Carola gaf ik op als tweede chauffeur. Een olijfgroene (op het formulier bruine Ford Fiesta) stond voor ons klaar. We gingen snel op weg naar ons huisje in Finstown. Onze huisbaas meldde zich toen we ons al aan het installeren waren. Het was het huisje naast het huisje van vorig jaar. We wisten dus hoe en waar. Het was dan ook een bezoekje van enkele minuten. Na het broodnodige bijkomen en voor Alexander en Carola een bak thee, gingen we op weg naar Stromness. We deden onderweg de boodschappen in het buurtwinkeltje in Finstown. In Hotel Stromness was bijna alles zoals het vorig jaar was. Niet zo verwonderlijk want in onze beleving was er in de honderd jaar daarvoor ook niets veranderd. Maar dat bleek niet helemaal waar. Het menu bleek veranderd! De dienstdoende serveersters waren er grotendeels vorig jaar ook al. Maar nu was er een jongen bij die wij niet eerder hadden gezien.

De zeevruchtenschotel stond tot Alexanders vreugde nog wel op het menu, zij het aangepast, de zeeduivel was vervangen door schelvis en zalm. De kreeft en de coquilles waren gelukkig wel gebleven. Na de linzensoep smaakte hem dit zeebanket uitstekend. Carola ging voor de Piri Piri chicken en als hoofdgerecht voor de filletsteak. Ook haar beviel het meer dan goed. Omdat mijn darmen en maag de laatste dagen onrustig waren, beperkte ik mij tot een lemon sole. Ook die smaakte uitstekend. Toen we de kok zagen wisten we waar het aan lag. Ook hij was er nog. Goede dingen moet je nu eenmaal niet veranderen. In tegenstelling tot vorig jaar was ik gelukkig op de eerste dag van onze vakantie op de been gebleven. Eenmaal terug in ons huisje ben ik vrijwel gelijk naar bed gegaan. Ik was op. Terwijl het niet koud was. Ging ik rillend onder het dekbed. Zo’n reis met opstaan om twee uur is voor een oude baas als ik toch vermoeiender dan je zou denken. 

7 juni
Vandaag was het een dag van uitslapen en bijkomen van gisteren. Ik zelf stond omstreeks zes uur op. De storm was wat geluwd. Het was grauw en grijs en het wolkendek was gesloten. Tegen twaalf uur vielen de eerste gaten in de bewolking en was de zon soms even te zien tussen de steeds witter wordende wolken. Na twee uur was het overwegend zonnig. Alexander was omstreeks acht uur op en Carola tegen tienen. Alexander had de slaap nog niet echt achter zich gelaten en knapte tussen twaalf en twee nog een extra uiltje.

De jongelui maakten in de tweede helft van de middag een wandeling rond Finstown. Omstreeks half zes besloten we weer naar Stromness te gaan om bij de plaatselijk supermarkt, een coöperatie, de voorraden aan te vullen. Daarna gingen we eten bij ons bekende adres Stromness Hotel. Alexander ging voor de piri piri kip, de filet steak en als dessert voor een homemade cheesecake. Carola, ons onverzadigbare eetmonster, besloot tot onze verbazing geen voorgerecht te nemen want ze dacht het anders niet allemaal op te kunnen wat ze ging bestellen. Haar hoofdgerecht werd de geroosterde lamfilets en als nagerecht een homemade gerecht, wat later uit uit appelschijfjes, brood/koek kruimels en custard te bestaan. Het werd kokend heet opgediend. Het smaakte allemaal opperbest. Alleen de steak van Alexander was niet echt medium. Die had wat korter in de pan gemogen. Ik had als voorgerecht een vissoep genomen die goed gevuld bleek met vis en zeer romig was. Hij vulde goed. Misschien voor een voorgerecht wel te goed. Ook ik had de filetsteak genomen  en ik was gegaan voor rare. Hij was tussen rare en medium in. Na iets meer dan de helft gegeten te hebben had ik genoeg. De kinderen verdeelden de buit zodat niets achter bleef. Bij de hoofdgerechten worden naar keuze frites of aardappeltjes geserveerd en een groentenschaal met twee of drie groenten. Na het eten besloten we op zoek te gaan naar het uitzichtpunt waar we vorig jaar ook geweest waren. Nu gingen we te voet. We besloten langs de kust te lopen. Na de voormalige kanonopstelling gevonden te hebben, genoten we van het winderige uitzicht en zagen een veerboot van Nordlink binnenkomen. Dan besef je hoe goed de locatie voor de geschutsopstelling in WW II gekozen was.

Orkney 2015 (8)

Net aangekomen en al heerlijk genietend van het schitterende uitzicht

De terugtocht naar de auto was veel korter in afstand. In tijd niet echt, er was enig oponthoud omdat er nu toch een aaibare poes opdook. Op de heenweg hadden de wel zichtbare katachtigen aan ons geen enkele aandacht geschonken.

Tot haar verbazing mocht Carola naar huis rijden. Met de opmerking: ” heb je even tijd” installeerde zij zich op de bestuurdersstoel en keek hoe alles werkte. Met gemak stak ze de voor mij grote auto uit en zocht de linker rijbaan. Tot de eerste, en op deze route enige, rotonde ging alles goed. Direct na de rotonde was een ingrijpen van Alexander “waar ga jij heen?” voldoende om haar weer op de in Schotland juiste baan te brengen. De rest van de weg was geen probleem en kwamen we veilig thuis en dat is het belangrijkste. Ank werd per telefoon van alles op de hoogte gebracht en voor mij was het om half elf bedtijd. 

8 juni
Vandaag was het voor Orkney begrippen mooi weer. Overwegend scheen de zon tot ongeveer vier uur. Pas na vieren vielen er wat buitjes. Maar die waren niet meer dan wat spetters. In de morgen heb ik zelfs op het bankje bij ons huisje in de zon zitten lezen. Omstreeks 1 uur vertrokken we richting het gebied Tankerness, dat ligt ten noord-oosten van Kirkwall Airport. Buiten een klein wandelingetje langs het ‘strandje’ Mill Sand was er niet veel te zien. Helaas was de archeologische locatie Mine Howe, net als vorig jaar, dicht en uitgestorven. Voor Alexander een teleurstelling. Daarna hebben we de A960 gevolgd richting het gebied Deerness. Carola en Alexander hebben over het strandje aan de Taracliff Bay gezocht naar de restanten van de Dingy’s Howe Broch. Die vielen tegen! Omdat de middag vorderde, hebben we het gebied niet helemaal verkend maar zijn we via de A960 en de B 9050 doorgereden naar wat heet The Gloup. Een diepe ondergrondse doorsnijding van de kustlijn.

Orkney 2015 (21)

The Gloup

Vlak bij het parkeerterreintje bevindt zich een informatieruimte met veel foto’s en opstellingen die iets vertellen over de natuur en archeologische waarden die in het gebied te vinden zijn. Ook is er nadere informatie te vinden over een aantal wandelroutes door het nabij gelegen natuurreservaat. Na de wandeling naar The Gloup besloten we te wandelen naar de Brough of Deerness. Een rotsformatie voor de kust die steil vanaf zeeniveau op rijst.

Orkney 2015 (26)

De wandeling naar de Brough of Deerness

Op de Brough bevinden zich de resten van een nederzetting en een kapel. De laatste is nog goed zichtbaar inclusief het altaar, waarop ik na de zware klim omhoog even heb uitgerust. Op de heenweg hebben we een route gevolgd dicht bij de kustlijn. Een route die begaanbaar was en soms leek op een pad. Op de terugweg kozen we bewust voor de wat hoger gelegen vermoedelijke officiële route.

Orkney 2015 (30)

Resten van een nederzetting en een kapel, waar het even rustig vertoeven was

Orkney 2015 (34)

Op de terugweg

We besloten te rijden naar een bistro met een bijzondere eigenaar die we vorig jaar hadden ontmoet. De Skerries Bistro  ligt aan de zuidkust van South Ronaldsay en dat is een heel eind rijden vanaf ons huisje en vanaf Deerness. Gelukkig gingen ze precies open toen wij aankwamen en bleek Hamish in de buurt. Hij herkende ons niet direct, maar gedurende het gesprek ging het hem dagen en vulde hij onze herinneringen aan met de zijne. We hadden voor Hamish het boek “Opgravingen in Bergen op Zoom” meegenomen. Hamish vroeg om er een handtekening in te zetten wat Alexander met tekst met liefde deed. Alexander en ik bestelden als voorgerecht de garnalensalade. Carola koos voor het ’trio Orkney Salmon’ dat bleek zalm op drie manieren. De voorgerechten gingen er goed in. Wat er ook goed in ging waren de zachte en toch compacte broodjes. Het smaakte net als vorig jaar: allemaal uitstekend. Met de goede herinneringen aan de scallops van vorige jaar koos Alexander ook nu voor de met de hand opgedoken coquilles. Ze waren zoals vorig jaar: nergens beter! Carola koos de vlees lasagne. Ook dat was geen teleurstelling het verdween in een rap tempo. Ook de aardappelbrokjes van mij en Alexander vormden een welkome energiebron voor onze Carol. Ik was gegaan voor de salmon patties het gerecht wat Carola vorig jaar had gegeten en dat haar goed was bevallen. Ik kon dat oordeel bevestigen. Als nagerecht koos Alexander voor de ‘Orkney fudge cheesecake’. Zijn commentaar: nergens zo goed als in Engeland.

Voldaan gingen we op huis aan. Onderweg deden we in Kirkwall nog even boodschappen bij Tesco. Helaas hadden ze geen Aleve of Midalgan. Ik zal het nog even moeten uitzingen met de paar Aleve tabletten die ik heb meegenomen. Het is jaren geleden dat ik zo’n pijn had in mijn benen. Morgen toch maar even op zoek naar een apotheek. 

9 juni
Vandaag sluierbewolking met geregeld de zon die tegen 6 uur in de middag steeds vaker achter de bewolking verdween. Vandaag een dagje Kirkwall. Aan het begin van de middag zijn we vertrokken richting Kirkwall. De eerste bestemming was de locatie van Highland Park, één van de in Kirkwall gevestigde whisky producenten. Alexander ging de excursie bespreken. Hij met een uitgebreide proeverij. Carola en ik zijn niet zo van de whisky, dus proeven, laat staan uitgebreid proeven laten we graag aan de expert over. We reden daarna naar de Tesco en parkeerden daar de auto. Dat is makkelijk te vinden en ik hoef dan met de auto het centrum niet in. Maar niet onbelangrijk, we zijn immers zuinige Hollanders, het is gratis. Niet dat parkeren in Kirkwall duur is. Aan de rand van het centrum, kun je ‘bewaakt’ ( het terrein ligt voor het politiebureau), voor het kapitale bedrag van £ 1 een hele dag parkeren. Het starttarief is 40 pence voor het eerste uur. Dat is centrum bezoek bevorderen! Wethouder Linssen zou er een voorbeeld aan kunnen nemen!

Orkney 2015 (83)

We starten met een bezoek aan de restanten van het kasteel/paleis van de Earls. Ik maakte nog een foto van een hoog geëerd gezelschap dat zich vanuit een prominent raam op de eerste verdieping liet vereeuwigen aanschouw de adellijke houding en welwillendheid.

Orkney 2015 (62)

hooggeëerd gezelschap

Daarna bezochten we het voormalige paleis van de bisschop. Daar lukte het Alexander om een wel heel hoog verheven (kerktoren niveau) jonkvrouwe vast te leggen op de gevoelige plaat.

Orkney 2015 (78)

jonkvrouwe op kerktorenniveau

Onderstaand nog foto’s die een aardige indruk geven van de restanten van het kasteel/paleis van de Earls en het voormalige paleis van de bisschop.

Orkney 2015 (40)

kasteel/paleis van de earls

Orkney 2015 (42)

Galerij in het kasteel/paleis van de Earls

Orkney 2015 (43)

Keuken van het paleis/kasteel van de Earls

Orkney 2015 (49)

Ontvangstzaal van het kasteel/paleis van de Earls

Orkney 2015 (56)

Vrouwelijk schoon

Orkney 2015 (69)

Grote zaal Paleis van de Bisschop

Orkney 2015 (58)

Vanuit het Paleis van de Bisschop hadden we een mooi uitzicht op de Kathedraal en de begraafplaats. Aan de kathedraal hebben we vorig jaar een bezoek gebracht, dus die sloegen we nu over.

Orkney 2015 (74)

Uitzicht op de kathedraal en de begraafplaats

Orkney 2015 (82)

imposante toegang tot de Kathedraal

Toen togen wij richting de winkelstraat. Waar we op een achterplaatsje een winkeltje ontdekte waar we kaas in pepertjes kochten, koekjes van meel van de Orkney’s die we vorig jaar lekker vonden en hadden gekocht bij een molenaar, een plak “apple crumble chocolate” (Carola’s idee van lekker!) en Alexander whisky miniatuurtjes.  Verderop in de straat vonden we een apotheker. Geen Aleve of Midalgan maar wel zaken die mogelijk qua werking in de buurt zouden kunnen komen. We kochten ook een middeltje wat misschien zou kunnen helpen tegen het ontstoken tandvlees van Alexander. Onderwijl kocht Alexander het eerste archeologische boek van deze reis.

Toen begon de speurtocht naar een winkeltje waar Alexander een jaar geleden miniatuur Dalecs (machines uit de Doctor Who serie) gezien had. In zijn herinnering was het een winkeltje nabij een steegje waarin vorig jaar gewerkt werd. Na vele omzwervingen dachten we het steegje gevonden te hebben. Maar geen winkeltje laat staan Dalecs! We begonnen te twijfelen aan onze herinnering. Was het dan misschien ergens anders?  Daarna vereerden wij de plaatselijk VVV met een bezoek. Op zoek naar informatie over de veerdiensten. Wat was het eerste wat wij vonden? Dalecs! Ze waren te koop bij Harray Potter in Stromness! We verlieten de VVV met de veerdienst informatie en met een aantal inkopen. Mijn benen vertelden mij dat we klaar waren met lopen en ter plekke of in Stromness gingen eten. Het werd op verzoek van mijn gezelschap ter plekke. Het Albert Hotel.

Carola ging voor de tomatensoep. Die bleek met een vork te eten. Machtig, vullend en lekker. Alexander ging voor de ‘crispy chicken goujons’, crispy en lekker. Carola had spijt van haar keuze. Ik denk dat ik wel weet wat ze daar een volgende keer zal bestellen. Ik ging voor een garnalencocktail. Die kon er mee door. Het erbij geserveerde beboterde brood vond Carola wel lekker. Als hoofdgerecht koos ik de homemade lasagne. Daar was niets mis mee. Het smaakte goed. Carola bestelde de ‘Hunter’s chicken sizzler’ die ging er tot het allerlaatste vastgebakken kruimeltje in. Het smaakte! Alexander bestelde een Cajun gespijsde zalmfilet. Het smaakte goed maar de tandvleesproblemen ontnam veel van het genoegen. Na een bezoek voor wat boodschappen aan Tesco togen we huiswaarts waar we tegen achten de bank op zochten. 

10 juni
De dag begon bewolkt. In de loop van de dag brak de bewolking en tegen vier uur was het bijna helemaal helder en zonnig. Vandaag vertrokken we omstreeks half twee richting Stromness. We parkeerden zoals gebruikelijk op het parkeerterreintje voor de Ferry Inn. Overdag is het daar tot vijf uur betaald parkeren voor maximaal 3 uur parkeertijd. Vlak nadat we aan de wandeling begonnen zag ik ineens fier, boven alle masten in de haven uit, de Nederlandse vlag wapperen aan een prachtige driemaster. Het bleek de Thalasse. We liepen een pier op om dit prachtige schip te fotograferen.

Orkney 2015 (97) Orkney 2015 (98)

Daarna togen we naar de Harray Potter shop op zoek naar Dalec’s en mogelijk ander aardewerk. Het was een piepklein winkeltje met een praatgrage, tree huggende, TV loze, circa vijftigjarige verkoopster die alle ambachtslieden en kunstenaars van het eiland trachtte te promoten. Ze verkocht toch mooi voor ruim £ 70 aan Alexander. De kans is groot dat we ook aan de echte Harray Potter, Andrew J. Appleby te Harray een bezoek brengen om te kijken of hij ook replica’s kan maken. Carola en Alexander brachten de aankopen terug naar de auto, terwijl ik vast doorliep naar het Stromness museum. Onderweg wist ik al dat ik lang op ze zou moeten wachten. Het winkeltje catprotection was open met als hoofdattractie de rode kater Moxie en ik kwam op de route ook nog een prachtige lapjes poes tegen die zich door mij graag liet aaien. Ik kon inderdaad wachten. Een oude man is geen partij voor naar later bleek drie poezenbeesten.

Orkney 2015 (91)

Moxie

Uiteindelijk werd het museum bereikt. Zoals op de eilanden gebruikelijk, is een plaatselijk museum een allegaartje van allerlei spullen die verhalen over de eigen helden en geschiedenis vertellen. In dit geval vooral scheepvaart, een ontdekkingsreiziger in het hoge noorden van Canada, visserij en walvisvaart, het afzinken van de Duitse vloot in 1919 in Scapa Flow en natuurlijk archeologie. In de resterende openingstijd werd de benedenverdieping al niet helemaal bekeken, laat staan de bovenverdieping. We zullen terug moeten keren. Dat is geen probleem want onze kaartjes blijven een week geldig. Misschien een idee voor het Markiezenhof?

Na het sluiten van het museum liepen we naar de haven en gaf Alexander zich geheel over aan zijn gave, fotografie in opdracht. Een kreeft in een steen, een hotel en een wat stijve blote dame.

Orkney 2015 (103)

Hotel Stromness

Orkney 2015 (92)

Niet alleen kreeft voor het avondeten!

Orkney 2015 (100)

Voor het avondeten kozen we dit keer niet voor Hotel Stromness, dat was al op de foto gezet. We kozen voor de Ferry Inn. Carola koos als voorgerecht de Orkney Grimbster cheese (gefrituurde kaas met een gepaneerd korstje). Het smaakte haar wel. Alexander ging voor een krab en garnalen cocktail. De echte krab en de garnalen smaakten hem goed. Ik ging voor een chowder, een gerecht dat ik in dat restaurant ook vorig jaar een keer genomen had. Het is een soort gebonden vissoep en bevat allerlei soorten vis en aardappelen. Ik at ongeveer de helft en Alexander en Carola maakten de rest soldaat. De niet visliefhebber Carola keek wel even vreemd op toen ze kauwde op iets taais, het was een stukje inktvis. Nu weet ze hoe dat proeft.  Als hoofdgerecht ging Carola voor een 8 oz. sirloin steak met pepersaus. De steak smaakte goed maar koelde wel snel af. De pepersaus ging na proeven voor haar gelijk in de ban. Veel te heet. Alexander ontfermde zich er snel over, hij houdt wel van gepeperd. Alexander had een plateau zeevruchten. Een mooi bord met tal van lekkers wat de zee voortbrengt. Maar nadat hij de kreeft bij Hamish in de Skerries bistro heeft gezien is iedere andere kreeft te klein.  Hoewel ik een gegrilde zalm had besteld kreeg ik een gegrilde haddock. De schelvis smaakte goed. Op de terugweg reed Carola en inclusief de boodschappen doen bracht ze ons omstreeks  acht uur veilig thuis. 

11 juni
Het weer viel tegen. Er was mooi weer voorspeld maar het bleef alleen tot pakweg half elf zonnig. Daarna betrok het en dat bleef bijna de hele dag zo. De bewolking werd wel zo nu en dan wat dunner. Omstreeks half acht kwam min of meer permanent een bleek, maar voor het rijden lastig, zonnetje door. Laag staand en soms recht voor onze rijroute.

De eerste stop was Harray Potter. Alexander wilde graag aan de heer Appleby, de pottenbakker, vragen of hij misschien iemand wist, wie in staat was replica’s te maken van een soort van bewerkte ballen gevonden bij Skara Brae en elders in Schotland. Helaas de heer Appleby was afwezig. Hij was bier aan het regelen voor zijn boekpresentatie. Onze conclusie was dan gaan we daar binnenkort maar naar toe. Daar zou hij immers wel aanwezig zijn. Alexander kocht er nog wel twee zwarte Dalec’s. De tweede stop was de Tingwall ferryhaven waar we de ferry naar Rousay boekten. Met maar negen autoplaatsen en weinig afvaarten was het een beetje puzzelen, maar zaterdag gaan we. Qua weer misschien niet de mooiste dag maar voor een echte liefhebber mag dat de pret niet drukken.

Daarna richting Kirkwall om te pinnen en dan naar de plek waar ik Alexander en Carola af ging zetten voor een mooie wandeling. Hun startplek was de parkeerplaats bij een lokatie die op de kaart aangegeven staat als Springfield. De wandeling ging eerst naar het Covenanters Memorial en daarna langs de kustlijn naar het noorden naar Mull Head en dan weer langs de kustlijn naar het zuiden langs de Brough of Deerness en The Gloup naar een parkeerplek bij het informatie centrum voor het Mull Head reservaat. Het werd een bijzondere tocht. Niet alleen vanwege het landschap en de vele vergezichten, maar voor het eerst, en mogelijk voor het laatst, van hun leven zagen ze een groepje Orka’s. Zeker twee volwassenen en minimaal twee jongere. Wilma (mijn nicht) en haar man Andre reizen al jaren de wereld rond onder andere op zoek naar walvisachtigen en hen was het nog nooit gelukt ze te spotten. Bij de Brough, waar ik ze opwachtte, kwamen ze vol van wat ze gezien hadden aan. Ik had het helaas gemist. Maar was blij met hun ervaring. Zien van Orca’s in de natuur is een ervaring om nooit te vergeten.

Orkney 2015 (139)

Ook zeehonden lagen op hun gemak de wandelaars te bestuderen

 Orkney 2015 (126) Orkney 2015 (145)

 

 

Orkney 2015 (164)Orkney 2015 (167)Orkney 2015 (168)Orkney 2015 (170)

 

Op de afzetplek was nog iets bijzonders. Gelegen in de middle of nowhere parkeerde vlak na onze aankomst een bus, een mobile bibliotheek. De chauffeur vertelde dat dit een plek was waar mensen naar toe kwamen. Ik vond het een raar verhaal. Maar toen ik wegreed kwam er wel een auto de parkeerplek op gereden.

Orkney 2015 (104)

De volgende stop was het restaurant van Hamish. We waren weer de eerste klanten. Carola en ik namen een groentesoep. Het bleek een gebonden wortelsoep. Voor een wortelsoep vast niet slecht, maar onze verwachting was anders. Alexander nam de ons wel bekende garnalensalade, die was goed. Als hoofdgerecht nam Alexander een halve kreeft. Kijk naar de foto en oordeel zelf! Hij zag er niet alleen fantastisch uit hij smaakte Alexander ook fantastisch en dat voor £ 20!!

Orkney 2015 (182) Orkney 2015 (183) Orkney 2015 (184)

Carola die, op zalm na, niet houdt van vis ging voor de zalmkoekjes, net als vorig jaar smaakten ze uitstekend. Ik ging voor de heilbot. Een prachtig en heerlijk gerecht. Alexander nam als nagerecht de Orkney fudge cheese die hij in dit restaurant al eerder nuttigde. Het was geen teleurstelling. Carola nam een fruitcake. Hij smaakte fris en lekker. Ik nam ook een paar happen en deelde haar oordeel. Inclusief de drankjes kostte deze maaltijd £ 81.50 geen geld voor het gebodene van hoge kwaliteit. Ik kan de Skerries Bistro op South Ronaldsay van harte aanbevelen.

Orkney 2015 (185) Orkney 2015 (186)

Net op de terug weg naar ons huisje ontdekte Alexander de vermissing van zijn gekochte Dalec’s. Had dr. Who ze geëlimineerd of had vader ze, in een vlaag van verveling, onoplettendheid en opruimwoede, per ongeluk met het opruimen van de auto in de afvalbak op het parkeerterrein bij The Gloup weggegooid? Na een grondig leeghalen van die afvalbak bleek het laatste. Na veel afval van onbekende herkomst dook het verfrommelde zakje met de twee mini Dalec’s, tot grote opluchting op. Waarna we de afvalbak weer vulden.

Eind goed al goed. Omstreeks tien uur, Engelse tijd, vleide ik mijn pijnlijke benen op de bank en keek naar het Schotse journaal. 

Orkney 2015 (188)

Na het eten konden we op de terugweg nog genieten van een mooie zonsondergang

12 juni
Vandaag was het weer redelijk. In de vroege morgen heel helder en zonnig. Maar om acht uur was het geheel bewolkt en viel er een buitje. Verder bleef het gesloten wolkendek bijna de gehele dag.

Vroeg in de middag gingen we naar Stromness. Er werden wat presentjes gekocht en wat boeken. En heel veel poezen geaaid en met snoepjes verleidt.

Orkney 2015 (196)

Uiteindelijk bereikten we toch het museum en werd de tentoonstelling op de eerste verdieping bekeken. Op de terugweg naar de auto werden wederom veel poezen geaaid en gevoederd.

Orkney 2015 (201)

Omstreeks half zes richting Kirkwall voor de boekpresentatie van Andrew Appleby, die Alexander zou bezoeken. Bij het uitrijden van de oprit van ons complex verbaasden we ons over de file van gauw 300 meter vanwege wegwerkzaamheden. Wij gingen de goede kant op. Terwijl Alexander de boekpresentatie bezocht deed ik boodschappen bij Tesco. Omstreeks acht uur was hij vol met verhalen terug bij de auto. Op de terugweg naar Finstown werd getankt.

Bij thuiskomst was Carola begonnen met het bereiden van een pastamaaltijd en bleek er een wasje in het gangetje te hangen. De maaltijd werd in twee gangen genuttigd en smaakte wonderwel. We gingen vroeg naar bed zodat we goed voorbereid aan de dag van morgen zouden kunnen beginnen. 

13 juni
Vandaag was iedereen vroeg uit de veren omdat de boot naar Rousay niet op ons zou wachten. Het weer zou de hele dag wisselvallig blijven met mooie luchten en relatief veel zon. Met weinig wind en zo nu en dan een spatje regen. We vertrokken omstreeks acht uur om op tijd te zijn in Tingwall voor de ferry. Bij aankomst lag de Eynhallow, genoemd naar een klein eilandje tussen Mainland en Rousay, al klaar. Mijn bange vermoeden werd bewaarheid. Het is een schip dat je achteruitrijdend op moet. Ik ben daar geen ster in en ook Carola dacht: dat moet snel en goed, doe mij maar even niet. Van het schip kwam een jonge vrouwelijke dekhulp die bereid bleek de voor mij grote Ford Fiesta aan boord te rijden. Bijkomend voordeel: onze auto kwam als laatste aan boord, dus ik mocht als eerste wegrijden. Ze was verguld met de £ 5 tip. Hoewel ze bleef zeggen dat het teveel was. Maar het was een kleine prijs voor mijn opluchting. Circa 30 minuten later liepen we het haventje van Rousay, Brinian, binnen. Ons eerste bezoek was het Heritage Centre. Daar was veel informatie over het eiland en de opgravingen te lezen. Daarna begon onze tocht langs tal van opgravingen.

Orkney 2015 (206)

De ferry naar Rousay

De eerste was Taversoe Tuick. Een tombe in twee verdiepingen. Toen Blackhammer en daarna Knowe of Yarso, dat we bereikten na een steile klim. Alexander zijn enthousiasme groeide met iedere tombe. Alexander en Carola besloten nog twee hooggelegen tombes te zoeken die wel op de kaart stonden, maar waar geen richtingbordjes van waren te vinden. Ik besloot terug te keren naar de auto en hen via de weg te volgen. Nabij het gehucht Hullion spotte ik hen weer. Ze waren op zoek naar de Knowe of Lairo, die ze uiteindelijk vonden. Ik probeerde hen ook te bereiken maar dat lukte niet direct. Toen een vrouw mij over een hek zag klimmen wees ze mij een makkelijker weg en kon ik de kinderen bereiken en hen de route naar de auto duiden.

Orkney 2015 (214)

De tombe van Taversoe Tuick

Orkney 2015 (229) Orkney 2015 (234)

Orkney 2015 (238)

Op de weg naar de twee hooggelegen tombes hadden Alexander en Carola nog een mooie ontmoeting

De tombe Knowe of Lairo bleek een heel bijzondere. Ik ben er zelf wel bij geweest maar niet in. De tombe ingang was heel laag en circa drie meter lang. Alexander kon alleen maar tijgerend en ontdaan van jas en trui zich er door wurmen. De tombe is bijzonder omdat hij in tegenstelling tot de anderen van binnen lang, smal en hoog is. Omdat bordjes ontbreken en je hem van de weg niet snel als zodanig herkent zullen slechts weinig mensen er van kunnen genieten zoals Alexander en Carola.

Orkney 2015 (244) Orkney 2015 (245) Orkney 2015 (246) Orkney 2015 (251)

Nabij het gehucht Hullion wasten de kinderen hun handen en armen in een beek. De blubber op hun broeken droogde in de loop van de dag op.

De volgende stop was Mid Howe. Broch en tombe.

Orkney 2015 (257)

Broche of Mid Howe

Deze tombe is afgedekt ter bescherming tegen weer en wind. Vanaf de weg zagen we een groot gebouw, veel groter dan welke tot nu toe bezichtigde tombe. Toen we het gebouw betraden waren we met stomheid geslagen. De tombe vulde dit gebouw. De tombe is volgens Historic Scotland 32,5 meter lang met muren tot wel 5 meter dik, opgebouwd met stenen die grotendeels niet uit de directe omgeving kwamen vulden vrijwel het gehele vloeroppervlak. Middels een loopbrug was de onderliggende tombe (zonder dak) te bekijken. Het bouwen moet een enorm werk zijn geweest.

Orkney 2015 (260)

Tombe van Mid Howe

Orkney 2015 (271)

Tombe van Mid Howe

Daarna werd de broch met bijgebouwen bekeken.  Ik besloot terug te keren naar de auto wat een hele klim was.

Orkney 2015 (274)

Broch van Mid Howe

Orkney 2015 (285)

Broch van Mid Howe

Orkney 2015 (295)

Broch van Mid Howe

Alexander en Carola besloten de op de kaart staande wandelroute langs nog enkele interessant lijkende locaties te nemen. Dat bleek een teleurstelling, geen bordjes en feitelijk geen wandelpaden. Na een uur kwamen ook zij bij de auto aan. Wel veel zeehonden gezien maar weinig zaken die wel op de kaart stonden. Hoewel een dag van ruim acht uur lang lijkt, vlogen de uren om. 

We besloten de ‘rondweg’ verder te volgen. We genoten van een aantal vergezichten en stopten bij Nousty Sand. Een strandje met veel stinkend rottend zeewier. Nabij Faraclett wilden Carola en Alexander nog een wandeling door een natuurgebied maken, maar dat strandde op een wei met stieren. We besloten richting de haven te gaan en daar wat te drinken.

Onderweg kwamen we bij de locatie Bellona, circa 800 meter landinwaards gelegen, wel heel bijzondere zaken tegen. Een vuurtoren en omhoogstekende walvisstaart en onze ferry gestrand op een berg.

Orkney 2015 (330) Orkney 2015 (331) Orkney 2015 (332)

Bij de haven dronken we wat in een bar/restaurant zoals alleen de Britten ze kennen met roddelende lokalo’s aan de bar. Circa 4 procent van de lokale populatie van 200 bewoners zat om vijf uur in de middag binnen. De warme choco smaakte mij uitstekend en terwijl Alexander nagenoot van een Scapa whisky besloten Carola en ik nog even het dorp Brinian te bezichtigen. We bekeken het oorlogsmonument en een winkeltje met lokaal gemaakte ambachtelijke ‘kunst’. We kochten een door lokale schoolkinderen gemaakte sleutel hanger. De vriendelijk dame vertelde honderduit en verpakte de hanger in een zelfgemaakt zakje van uit een vogeltijdschrift geknipte plaatjes. Carola vond nog een rode kater die onze harten stal. Er werd een spurt gemaakt naar de auto om ook deze allemansvriend te voeden. Maar al snel riep de Eynhallow ons weer. Zij zou niet wachten en het was de laatste afvaart. De jonge dekhulp zette de auto weer veilig aan boord en was blij met de tip. Hoewel ze steeds benadrukte dat het niet nodig was. En weer konden we als eerste auto van boord. Op de vaart terug genoot Carola op het bovendek/op de brug van de zon en de zeewind. Ondanks de bemodderde kleding, die al wat toonbaarder was geworden door wat afkloppen, besloten we rechtstreeks naar Stromness Hotel te gaan. We hadden honger na zo’n dag in de buitenlucht.

Het menu bleek veranderd en dat maakte kiezen wat moeilijker. Alexander ging voor de sesam chicken. Geen slecht gerecht maar hij vond de smaak van de sesamzaadjes te overheersend. De chicken sizzler ging er ondanks, naar de mening van Alexander, te weinig saus in als koek. Zijn nu bijna traditionele nagerecht cheesecake verdween rap. Carola ging voor de heldere groentesoep. Na alle gebonden soepen was dit bijna Nederlandse recept meer dan welkom. Daarna ging ze voor een steak pie. Een stoofpotje met een bladerdeeg broodje dat warm opgediend wordt en goed smaakte. Ik at een garnalencocktail en een gegrilde zee schotel. De vis smaakte goed maar de coquilles zijn aan mij niet besteed. Na boodschappen doen bij The Co-operative kwamen we tegen negenen, met Carola aan het stuur weer veilig thuis.  

14 juni 
De hele dag was het wisselend bewolkt met zo nu en dan een buitje en wat zon. Na de vermoeiende dag van gisteren was iedereen lui en niet vooruit te branden. Carola had gisteren tot over twaalven in bad gelegen en was de laatste die opstond. Tegen vijven besloten Carola en Alexander in de buurt een wandeling te maken en ontdekten een park, dat op kosten van een privé persoon was aangelegd, voor de gemeenschap van Finstown. Een fors park voor een klein plaatsje. Ik zie dat in Bergen niet zo gauw gebeuren. Tegen zevenen reed Carola ons naar Stromness voor het avondeten.

Alexander en Carola namen een gezamenlijk 2-persoons voorgerecht. Een schaal gevuld met kleine gerechtjes van kip, vis, gekruide groenten. Het beviel. Ik was gegaan voor de groentesoep die goed smaakte en Carola die een deel opat deelde die mening. Ook het bijgevoegde broodje was heerlijk. Alexander en ik gingen voor de filet steak het smaakte goed, maar rare en medium zijn hier toch wat anders dan bij ons. Wederom was de medium van Alexander te ver door gebakken. De rare van mij had ook wat minder door gebakken mogen zijn. Carola ging voor de chicken haggis. De haggis was lekker, maar de kip was wat droog. Alexander nam als nagerecht, even nadenken… Cheese cake! Hij zal in Bergen af moeten kicken. Na een bezoek aan de supermarkt voor onder andere Strepsils voor mijn keelpijn bracht Carola ons weer veilig thuis.  

15 juni 
Vandaag gingen we omstreeks half een naar Kirkwall in de verwachting dat de excursie bij Highland Park om half twee was. We hadden ons vergist, het was half drie. We gingen toen maar naar de haven om onze vaartocht naar North Ronaldsay en Papa Westray te bespreken. De twee meest noordelijke eilanden. We varen met de ferry en vertrekken voor de terugtocht als de passagiers en vracht zijn uitgeladen en de nieuwe lading passagiers en vracht weer is ingeladen. Daarna zijn we medicijn voor Alexander zijn tandvlees op voorraad gaan kopen. Eindelijk hebben we iets gevonden dat net als het niet meer verkrijgbare Bocasan helpt. Het is echter in Nederland vermoedelijk niet verkrijgbaar dus kochten we de gehele voorraad (drie doosjes gel) op. Het is immers tot 2017/2018 goed en in de koelkast vermoedelijk langer. Daarna nog een cadeautje voor mij zelf besteld. Een kilt speld. Een zilveren bijl met runen inscriptie. Morgen kunnen we hem op halen. Daarna gingen we terug naar Highland Park. De gids was een aardige man op leeftijd, die met liefde en passie sprak over het bedrijf maar vooral over de ambachtelijke manier van whisky bereiding.  Ik begrijp nu waarom deze whisky zo veel kost. Feitelijk is de bereiding nog hetzelfde als meer dan honderd jaar geleden. De nieuwste oven is meer dan honderd jaar oud. Het keren van de ontkiemende gerst gebeurt, net als bij het begin van hun productie (1798), nog met de hand. Alexander genoot. Het proeven ( Alexander zeven jaargangen) van 12 tot 30 jaar oude malts is een staaltje van promotie. Buiten ons was er een echtpaar van de Hebriden en twee mannen uit Zweden, de proever en een relatief jongeman die notities maakte en soms aan de discussie deelnam als met name de proever er om vroeg. Het proeflokaal was alleen al een bezoek waard. De inrichting was bijna museumwaardig. Maar ook verkoopgericht. De mannen kwamen goed over en namen de tijd. In mijn ogen kreeg Alexander een compliment toen hij in tegenstelling tot de anderen stelde dat de 21 jarige voor hem het lekkerst was. De proever reageerde daarop met de opmerking dat de Highland Park whisky vermoedelijk rond het 20ste jaar haar optimum bereikte.

Orkney 2015 (359)

De ontvangsthal van Highland Park

Orkney 2015 (360)

De gids die ons rondleidde had ook in Vlissingen gewerkt

Orkney 2015 (383)

De proeverij

Orkney 2015 (366) Orkney 2015 (368) Orkney 2015 (372)

Na de proeverij en de nodige aankopen, waaronder twee verjaardagscadeautjes voor Alexander, ging de reis naar de Skerries bistro van Hamish. Bij het wandelen naar de auto zweefde Alexander bijna. Totaal acht whisky’s proeven ( inclusief die van mij) kan ook bij Alexander in de benen gaan zitten.

Het weer was de hele dag min of meer als gisteren. Bewolkt met zo nu en dan een flauw of helder zonnetje. Voor het eten hebben we op verzoek van Carola eerst nog een ruim uur langs de meest zuidelijke kliffen van Orkney gewandeld.

Orkney 2015 (404)

Leuk foto effect: Carola staat gewoon rechtop, maar de rotsformatie was schuin

Orkney 2015 (387) Orkney 2015 (391) Orkney 2015 (408)

Alexander en ik gingen voor de seafood starter. Een koud visgerecht met zure haring, zalm (op twee manieren) makreel, krab en garnalen. Het smaakte goed. Mijn hoofdgerecht was heilbot. Een deel ging naar Alexander want die koos voor langoustines en wilde, zo had hij eerder aangekondigd, ook de heilbot proberen. Maar het bord langoustines dat hij een vorige keer zag had hem verleid. Hamish kwam speciaal uit de keuken om te zien welk bord voor Alexander was. Maar toen hij zag dat Alexander eerst een fors stuk van mijn heilbot at was hij tevreden. Zijn werk moest wel geproefd worden! De heilbot was heerlijk. Alexander verorberde de langoustines met het nodige gekraak. Het smaakte hem goed. Carola was wederom gegaan voor het trio van Orkney zalm en als hoofdgerecht de eend. Op de saus bij de eend na ( te zoet) vond ze alles heerlijk. Als nagerecht at Carola de vruchtencake die ze de vorige keer ook nam en Alexander smulde weer van de Orkney fudge cheese. We namen uitgebreid afscheid van Hamish. We hopen elkaar de komende jaren nog eens te zien.

De verre thuisreis deed Carola. En weer lukte het om veilig thuis te komen.

16 juni 
Het was mooi weer voor een vaartocht. Een gezonde bries en geregeld zon. Tot omstreeks drie uur, toen begon het te regenen en de Orkney’s werden mistig en nat. 

We vertrokken omstreeks 9.15 richting Kirkwall en haalde bij Aurora de door mij bestelde kiltspeld op. Daarna wandelden we naar de ferry die de hele dag ons ’thuis’ zou zijn, de Earl Thorfinn. Veel vracht werd aan boord gereden en een tiental passagiers en twee auto’s zouden de reis gaan maken. Hij vertrok ongeveer op tijd en het eerste deel van de reis begon. De route naar de haven van North Ronaldsay voerde ons langs de kusten van Mainland, Shapinsay, Gairsay, Wyre, Egilsay, Eday, Faray en Sanday (alleen de grotere eilanden zijn genoemd).

Orkney 2015 (418) Orkney 2015 (432) Orkney 2015 (446) Orkney 2015 (464)

De ‘haven’ van North Ronaldsay bestaat uit niet meer dan een pier waarlangs de Earl Thorfinn afmeerde. We gingen even van boord en Alexander en Carola maakten een wandelingetje. Alle vracht moest van en aan boord met een kraan geladen worden. We vertrokken redelijk volgens schema. Maar toen we buitengaats waren, keerde het schip plotseling. Iedereen inclusief een echtpaar dat op Papa Westray woonde was verbaasd en nieuwsgierig wat er aan de hand was. Ze bleken een mysterieus pakje vergeten te zijn, bestemd voor de supermarkt van Papa Westray. Kennis die we opdeden door de zoomkwaliteit van de camera van Alexander. Het pakje verdween in een koelkist en dat was het. We zullen de inhoud nooit te weten komen. 

Orkney 2015 (466)

Het geheimzinnige pakje

We begonnen aan de etappe naar Papa Westray. De wateren tussen Sanday, North Ronaldsay, Papa Westray en Westray staan onder een duidelijke invloed van de Atlantische Oceaan. Op de reis over die wateren mochten we dan ook een forse deining ervaren. De 771 ton wegende Earl Thorfinn deinde mee. Alexander genoot ervan. De haven van Papa Westray bestond ook uit niet meer dan een pier. Ook hier maakten de kinderen een wandeling. Ik bleef aan boord om naar het in- en uitladen te kijken. Het uitladen, inclusief een auto ging snel. Het inladen duurde en duurde. Er werd hard gewerkt, maar er was veel vracht, die voor een groot deel bestond uit spullen van een aannemer die een karwei had afgerond. Toen de zware graafmachine (JCB) werd getild door de kraan helde het schip behoorlijk over. Maar ook die vracht kwam veilig aan boord.

Orkney 2015 (480) Orkney 2015 (481) Orkney 2015 (482)

We vertrokken, met een zestal passagiers die net als wij de tocht maakten om te varen, ruim een uur te laat. Carola had uitgedokterd dat op de kusten van Papa Westray en Westray puffins broeden. Ze gingen op de uitkijk en zij zag, zij het op afstand, de puffins die ze graag wou zien. We vielen daarna op de bank in slaap. De buitenlucht en de zeelucht hadden ons geveld. We kwamen te laat in Kirkwall aan. Na wat boodschappen gehaald te hebben reden we naar huis. De griep had mij zodanig te pakken dat we besloten thuis te blijven. Carola bereidde een pasta maaltijd die we verorberden en we gingen vroeg naar bed. 

17 juni
Ik wekte de kinderen vroeg want de boot, de Hoy Head, naar Flotta en Hoy zou niet op ons wachten. Het weer was de hele dag buiig met zo nu en dan toch wat zon. We kwamen op tijd in de haven van Houton aan en vertrokken stipt op tijd naar Flotta. Daar gingen twee auto’s en wat werkers van boord. De reis naar Hoy verliep voorspoedig. Samen met Carola verkende ik het schip. In de passagiersruimte, die zich benedendeks bevond, suggereerden kindertekeningen patrijspoorten met uitzichten op zeeleven. Verder was de ruimte kaal en donker. Carola bleef aan dek om van de uitzichten en de wind te genieten. Ik voegde mij bij de slapende Alexander in de auto. Hoy bleek te groot om alles te kunnen zien wat Alexander in zijn hoofd had om te doen  en te zien in de ruim zeven uur tot de laatste afvaart ons zou roepen. We verkenden eerst South Walls, een schiereiland van Hoy, dat middels een dam (The Ayre) met Hoy verbonden is. We bezochten een kustbatterij (gebouwd 1813/1815) en de Martello Tower. Hier werd Carola op een aparte manier in uniform op de gevoelige plaat vastgelegde door Alexander. We werden door een gids rondgeleid. De man was blij een bezoek te hebben op deze eenzame buitenpost. Daarna maakten Carola en Alexander een wandeling naar de vuurtoren op Cantick Head.

Orkney 2015 (511)

Martello Tower

Orkney 2015 (512)

Martello Tower

Orkney 2015 (516)

Martello Tower

Orkney 2015 (517)

Martello Tower

Orkney 2015 (502) Orkney 2015 (504)

We reden terug naar Hoy. Met Carola aan het stuur en stopten op tal van plaatsen om van de uitzichten te genieten. Alexander en Carola brachten een bezoek aan een opvallend graf in de heidevelden van een vrouw, Betty Corrigall die vanwege haar zelfmoord in de achttiende eeuw niet op het kerkhof begraven mocht worden.

Orkney 2015 (544)

Het graf van Betty Corrigall

Daarna bezochten zij de Dwarfie Stone. Een tombe uitgehakt in een steen.

Orkney 2015 (550)

Dwarfie Stone

Orkney 2015 (559)

Dwarfie Stone

Bij Rackwick wandelden we naar een strandje waar we genoten van de uitzichten op spectaculaire kliffen.

Orkney 2015 (564) Orkney 2015 (573)

Hierna nam ik het stuur weer over en stopten we nog op een aantal punten met mooie uitzichten.

Orkney 2015 (585) Orkney 2015 (589a) (1)

We waren op tijd voor de ferry die afgeladen de thuisreis aanvaardde. We gingen even langs huis om omstreeks halfzeven weer richting Kirkwall te gaan, waar Alexander een boektekensessie graag wilde bijwonen. Het ‘boek’ viel wat tegen en bleek toch meer een uitgebreide reclamefolder voor een bezoek aan The Ness of Brodgar. Het gebouw waar de tekensessie plaats vond was de school voor voortgezet onderwijs in Kirkwall met een mooie theaterzaal. Een prachtig gebouw dat je niet zou verwachten op een eilandengroep met ongeveer 22.000 inwoners.  Alexander sprak, na een introductie door de pottenbakker Andrew Appleby, ook de dame die de replica’s had gemaakt die in de Tomb of the Eagles  te zien waren. Helaas was ze niet bereid die voor Alexander te maken. Alexander besloot de laatste “opgravingen in Bergen op Zoom ” cadeau te doen aan Andrew. Die was er mee verguld.

Toen was het tijd om te gaan eten in het restaurant van het Albert Hotel. De keuken bleek nog open. Ik nam als voorgerecht de ‘smoked Orkney salmon’ die mij goed smaakte. Carola at het bijbehorende brood met smaak op. Carola en Alexander gingen voor de ‘ crispy chicken goujons’. Alexander zelfs voor een dubbel portie. Ze smaakten net als de vorige keer heerlijk. Net als de vorige keer ging ik voor de lasagne die net zo lekker smaakte als ik mij herinnerde.  Alexander ging voor de ‘spicy bean enchildas’, ze smaakten goed maar zijn maag bleek toch iets kleiner dan zijn ogen. Carola was gegaan voor de ‘ lamb cutlets’ ze waren heerlijk. We waren toe aan een eind van een lange dag. Na wat boodschappen reed Carola ons naar huis. 

18 juni
Het weer is de gehele vakantie globaal het zelfde gebleven. Wisselend bewolkt en zo nu een dan een bui of stormpje. De maximum temperatuur is de afgelopen veertien dagen steeds gebleven tussen de 11 en 14 graden. Vandaag was niet anders. We hebben er een rustdag van gemaakt. Uitslapen en alleen naar Kirkwall om voor 19 juni de ferry naar Westray te boeken. Op zich keer op keer bijzonder. Je boekt een ferryplek. Die plek wordt voor jou gereserveerd en dat is nodig want soms is er anders geen plek voor jou en als je vooruit wilt betalen is het antwoord: ” liever niet, wij voelen ons dan bezwaard, want mocht u plotseling niet kunnen dan kunnen wij u niet terug betalen.” Waar maken wij een dergelijke op service ingestelde benadering van klanten in Nederland nog mee?

Het diner hebben we weer genoten in het Stromness Hotel. Deels voor het eten, maar vooral omdat Carola nog een keer door Stromness wilde wandelen. Voor het uitzicht? Voor de gezellige straatjes? Voor de winkeltjes? Voor de mensen? NEE niet voor dat alles. Hoewel met ‘dat alles’ niets mis is. Ze wilde dat voor alle mooie, lieve, aanhalige en goed doorvoede poezen die er rondlopen. Die wou ze nog een keer felix kattensnoepjes voeren en vooral aaien, terwijl haar geliefde Alexander de katten fotografeert. Er komt vast een speciale editie op zijn website: De katten van Stromness. Er zitten hele bijzondere bij met een eigen vaste plek in de straat maar soms ook met een eigen stoel of slaapplek in een winkel, genaamd cat protection. Over het eten valt niet veel te vertellen. We gingen volledig op herhaling en het was zoals gebruikelijk heerlijk. Hulde voor het personeel en vooral de kok van Stromness Hotel. Het was ook dit jaar een waar genoegen.  

19 juni
Wisselend bewolkt met zo nu en dan een buitje en zo nu een dan een beetje zon. De wind minimaal windkracht zes en de temperatuur was maximaal 13 graden Celsius. Globaal zoals de voorgaande 13 dagen van ons verblijf op de Orkney’s.

We vertrokken omstreeks tien uur naar de ferryhaven van Kirkwall, waar de Earl Thorfinn op ons wachtte. Voor ruim 81 pond zou hij de auto en de twee volwassenen en één oude van dagen, met korting naar Westray brengen. Een vaartocht van ongeveer 1,5 uur.

We hebben eerst langs de westkust van Shapinsay gevaren en toen langs de westkust van Faray en de bij laagwater aan Faray vastzittende Holm of Faray. Daarna volgde een scherpe wending naar de zuidelijke oostkust van Westray om aan te meren bij de pier bij Sulland, een paar huizen waaronder een B&B annex cafeetje. We namen de B 9066 om bij een bordje puffin’s (papegaaiduikers) richting de startplaats van een wandelroute te gaan.

Orkney 2015 (600 alternatief)

Op de aangegeven parkeerplaats werd geparkeerd en we begonnen aan de wandeling over het aangegeven pad over de steile kliffen naar Castle o’ Burrian. De beloofde puffin’s werden ook echt geleverd. Op en in de rots voor de kust en op en in de kliffen onder onze voeten barstte het van de nesten van deze koddige vogels en van tal van meeuwachtigen. Na een uurtje besloot ik terug te gaan. Carola en Alexander bleven langer om tal van foto’s te maken en een gedeelte van de aangegeven wandeling te maken. Ik pikte ze halverwege de wandeling weer op.

Orkney 2015 (609) Orkney 2015 (624) Orkney 2015 (628) Orkney 2015 (660) Orkney 2015 (691) Orkney 2015 (701) Orkney 2015 (712) Orkney 2015 (733)

Daarna vervolgde we de B 9066 tot in het dorp Pierowall waar het heritage centre werd bezocht. Hier lag in de tuin het skelet van een potvis. Het heritage centre is een bezoek zeker waard. De gids vertelde wat er te zien was en kon vertellen waar er op dat moment opgegraven werd. Alexander kocht een replica van een beeldje wat enkele jaren geleden was opgegraven.

Orkney 2015 (739) Orkney 2015 (740)

Vandaar gingen we naar de opgraving in de duinen ten noorden van Noltland Castle. Na enige aarzeling liepen we de site op, maar bleven staan buiten de eigenlijke site waar de werkzaamheden plaatsvonden. Na een paar minuten kwam een vrouw, die vermoedelijk de leiding bij de opgraving had, op ons af en vertelde honderduit over de lopende opgraving en de problemen met het zand en de zee die de site in feite bedreigde. Alexander was in zijn nopjes en mocht op de site alles fotograferen.

Orkney 2015 (745) Orkney 2015 (748)

Leuk was ook de wijze waarop de opgravers zelf overzichtfoto’s maakten. Dit gebeurde met een fotocamera aan een vlieger.  De archeologe kwam vermoedelijk van het eiland zelf en wees Alexander op een andere lopende opgraving iets verder de duinen in.

Orkney 2015 (749)

Ook daar werden wij welwillend te woord gestaan door een zeer snel pratende Ier. Ook hier mocht Alexander fotograferen wat hij maar wilde. Vlak bij de site lagen de resten van de broch Knowe of Queen o’ Howe. Ook deze werd door de kinderen bezocht.

Orkney 2015 (750)

Toen reden we naar de imposante resten van het kasteel Noltland dat nooit was afgebouwd. Dit kasteel is een bezoek zeker waard omdat het geheel anders was dan de andere kastelen die wij op de Orkney’s of de Shetland’s bezocht hebben. Het kasteel was vooral gebouwd op verdedigen.

Orkney 2015 (763) Orkney 2015 (764) Orkney 2015 (769) Orkney 2015 (777)

Daarna vertrokken we naar de pier waar de Varagan ons naar Kirkwall zou brengen. De boot was met auto’s afgeladen. We besloten wat broodjes te eten op de boot en de restjes in ons huis op te maken. Het was weer een lange vermoeiende dag geweest. 

20 juni
Vandaag de thuisreis. We zijn omstreeks 9.00 uur vertrokken uit ons huis in Finstown. Omstreeks 9.30 uur bereikten we het vliegveld, ruim voor het vertrek omstreeks 11.00 uur naar Glasgow. Ik moest nog bij de douane komen, maar het bleek loos alarm. Een gekocht cadeautje voor Alexander riep vragen op die tot genoegen van de douanedame beantwoord werden. We vertrokken op tijd en kwamen keurig op tijd aan. De aansluitende vlucht naar Londen vertrok ook op tijd. De vlucht van Londen naar Schiphol vertrok meer dan een half uur te laat. We haalden de koffers van de band. Het duurde veel langer dan op Kirkwall Airport, maar Schiphol is dan ook een maatje groter.

Het doorlabelen had goed gewerkt. Het moet gezegd worden: ons bevalt de service op de vliegvelden in Schotland beter. Aardige mensen die je te woord staan en laten merken dat ze blij zijn met je bezoek aan hun land. De rit naar huis en Ank verliep voorspoedig. De snelweg liet me snel weer wennen aan rechts rijden. Voor mij toch iets logischer dan links. 

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen.


    

2014 ORKNEY EILANDEN

 

    


16 mei

Vanmorgen om 05.30 uur met de KA vertrokken naar Schiphol. Het wordt anders dan anders. Voor het eerst ga ik niet alleen met Alexander op vakantie maar gaat zijn vriendin Carola ook mee. Dit wordt ook de eerste keer dat we naar de Orkney’s gaan. Net als voorgaande vakanties gaan we op een archeologische vakantie. We zakken langzaam af: na eerst IJsland, toen twee keer de Faröer eilanden en daarna twee keer naar de Shetlands, nu de eilandengroep die het dichtst voor de Schotse noordkust ligt de Orkney’s . Omstreeks 07.00 kwamen we bij P3 aan, de langparkeerplaats bij Schiphol. Ik heb nog nooit zoveel ruimte gezien. Het parkeerterrein biedt veel ruimte. Een gevolg van de crises? Ik parkeer de KA op dezelfde plek als altijd (bij het hek recht tegenover het AH ophaalpunt). Als je de auto altijd op dezelfde plek parkeert, heb je nooit moeite hem te vinden. Je loopt dan wel iets verder.

Het inchecken met de automaat gaf de nodige problemen en wat gemopper van Alexander. Alexander en elektronica is niet altijd een gelukkige combinatie. Het apparaat weigerde zijn paspoort te lezen. Ook de vorige keer was dat het geval maar nu had hij pas een nieuw paspoort. Na enige tijd kwam er een papiertje uit dat ons verwees naar de balie. De vraag is dan welke balie? Ik sprak een jongedame in KLM uniform die ons, na enig overleg, naar een balie stuurde voor het inleveren van de koffers en daar werden we alsnog voorzien van de benodigde boarding pass. Na enig rondhangen, richting de douane. We mochten door. Daarna de controle op gevaarlijke zaken. Jas uit, riem af, alle metalen spullen uit je zakken, alle elektronica in een apart bakje  en alle tassen op de band. Alexander zijn rugzak trok bijzondere aandacht. De muntzakjes leken eerst de oorzaak maar daarna bleek ook zijn fototas een probleem. Hij was wat vergeten! In de tas bleken vier loodzware offset drukplaten te zitten die hij gebruikt voor het stabiel wegzetten van zijn statief. Het gaf voor ons het nodige oponthoud, zijn fototas werd wel drie keer doorgelicht. Onze 737-700 naar Glasgow vertrok te laat omdat “de security checks” zolang duurden. Die Alexander toch!

De vlucht naar Glasgow verliep voorspoedig. Onze koffers waren weliswaar doorgelabeld, maar de koffers kwamen toch van de band. Het opnieuw inchecken duurde lang, omdat de jongedame van Flybee een probleem constateerde en veel raad van andere medewerkers vroeg. Na enige tijd constateerde ik dat twee op elkaar lijkende namen (Alexander en ik hebben deels dezelfde voorletters en dezelfde achternaam), het probleem was. Met mijn paspoort in de hand was op haar beeldscherm de naam van Alexander opgedoken. Het werd haar na mijn opmerking allemaal duidelijk en we werden ingecheckt. Daarna kon de achter ons staande rij opgelucht ademhalen. Ook hier werden de spullen van Alexander goed doorzocht vanwege de stukken metaal. Carola moest hier haar schoenen uittrekken en in Amsterdam niet. Niet alle apparatuur kent dezelfde afstelling. Dan is de vraag waar moeten we zijn? Waar is onze gate? Ons gatenummer was veranderd in een sterretje. We gingen toch maar naar het originele gatenummer in de verwachting dat daar wel iemand zou verschijnen die ons de juiste plek zou kunnen wijzen. Het bleek dat op het zelfde tijdstip van dezelfde gate een ander toestel vertrok. Toen die weg was verscheen onze vlucht op het bord. De Saab F 340 bracht ons met veel geronk naar Kirkwall. De koffers waren er zo en we gingen de huurauto bij W.R. Tullock ophalen. Dat was geen probleem.

orkney 001

Vrouwelijk schoon aan ons gezelschap toegevoegd

De blauwe Ford Fiësta is toch wel wat groter dan de mij vertrouwde KA. Al bij de eerst bocht zat ik bijna in de struiken. Daarna ging alles OK en deden we inkopen bij Tesco. Vervolgens vonden we onze verblijflocatie bij Finstown zonder problemen. Het huisje was, zoals de website www.orkneyself-catering.com het beschreef.

Na wat gegeten te hebben en een dutje gingen Alexander en Carola wandelen. Ik liep een stukje mee, daarna vervolgden zij hun tocht om na thuiskomst  te vermelden dat zij hun eerste tombe hadden bezocht op de top van de Cuween Hill. De ondergronde graftombe is meer dan 4.500 jaar geleden gebouwd. 

orkney 002

De tombe van Cuween Hill

17 mei
Ik ben om 5.00 uur opgestaan. Het was prachtig weer. De zon was binnen ons uitzicht boven de zee en eilanden opgekomen. Tot 10.30 uur heb ik twee keer buiten in het zonnetje zitten lezen. Omdat het vrijwel windstil was, kreeg ik het niet snel koud. We hadden afgesproken dat ze mochten uitslapen. Dat deden ze. Pas tegen 11.00 uur werden ze wakker. Het weer was toen al aan het veranderen. Langzaam trok de lucht dicht en in de loop van de dag zou het gaan druppelen onder toenemende wind en tegen 17.00 uur was het echt regen. 

Omstreeks 12.30 uur zijn we op pad gegaan. De eerste stop was Tormiston Mill. Daar ontdekten we dat een bezoek aan Maeshowe alleen mag in een excursie met een gids en dat er niet gefotografeerd mag worden. Alexander is teleurgesteld. Hij geniet graag in alle rust van een dergelijk monument. Maeshowe is de grootste Neolitische (steentijd) graftombe van de eilanden.  Na enige tijd besluiten we toch maar met de excursie mee te gaan. De gids is een jonge dame die na iedere reactie van uit haar publiek, 13 in getal, reageert met “cool”! Ze vertelt al giechelend haar verhaal en plaatst Maeshowe in de context van de andere sites in de omgeving: The Stones of Stenness, Barnhouse village, waar Carola even aan de prehistorische haard heeft gezeten, en The Ring of Brodgar en the Ness of Brodgar. Al deze locaties hebben we vandaag bezocht.

orkney 003

De grootste Neolitische (steentijd) graftombe van de eilanden: Maeshowe!

orkney 004

Vlakbij de steencirkel van Stennes lag het uit de late steentijd daterende nederzettinkje Barnhouse village, genoemd naar de nabij gelegen boerderij. De nederzetting bestond uit tenminste 13 gebouwen. Wat opvalt is dat op al deze locaties bezoekers zijn. Dit is heel anders dan op de Shetlands waar we bijna zonder uitzondering in rust en alleen van dit soort sites konden genieten. Hier is het wachten tot zich een dergelijk moment voor doet. Alexander zal er even aan moeten wennen.

orkney 005

Eén van de stenen van de steencirkel van Stennes, niet bepaald kleine steentjes te noemen.

orkney 006

Vlakbij de steencirkel van Stennes lag het uit de late steentijd daterende nederzettinkje ‘barnhouse village’, genoemd naar de nabij gelegen boerderij. De nederzetting bestond uit tenminste 13 gebouwen waarvan hier op de foto de grootste te zien is.

orkney 007

Carola warmt haar handen aan de haard op deze koude, winderige dag.

orkney 008

De 5 overgebleven stenen van de steencirkel van Stennes. Toen de cirkel meer dan 5.000 jaar geleden werd aangelegd bestond deze uit 12 rechtopstaande stenen. Hoewel er geen geschreven bronnen bestaan, heeft onderzoek op de locatie uitgewezen dat deze cirkel vermoedelijk gewijd was aan het vieren van het leven. Dit in tegenstelling tot de nabij gelegen ring of Brodgar (ook een steencirkel) die geheel gewijd was aan de dood.

The Ring of Brodgar is indrukwekkend. 27 staande stenen, meters hoog en tonnen zwaar. De Ring heeft een doorsnede van 104 meter. Het geheel is nog eens omgeven door een ruim 10 meter brede en 3 meter diep in de steenbodem uitgehakte greppel. Een enorm werk van de prehistorische bewoners van de Orkney’s. Tijdens ons bezoek aan the Ring of Brodgar werd de locatie ook bezocht door een fotograaf met een bruidspaar. Een wat oudere man geheel in Orkney stijl, inclusief dolk in zijn kousen en zijn bruid die met blote armen de regen en koude wind trotseerde.

orkney 009

orkney 010

8 stenen die samen met de 19 andere nog overgebleven stenen de Ring of Brodgar vormen. Oorspronkelijk bestond de ring uit 60 stenen die gezamenlijk een vrijwel perfecte cirkel vormden met een diameter van ruim 104 meter! Het geheel is nog eens omgeven door een ruim 10 meter brede en 3 meter diep in de steenbodem uitgehakte greppel.

De Ness of Brodgar was een afgedekte lopende opgraving. Zeker iets voor een volgende vakantie. De opgraving gaat verder als wij al weg zijn. Toen om 17.00 uur de regen in intensiteit toenam, zijn we doorgereden naar Stromness op zoek naar een werkende pinautomaat en een restaurant. Daar maakte ik een lelijke val op de schouder die mij al weken laat afzien. Met behulp van Alexander ben ik overeind gekomen. Toen dachten Alexander en Carola dat ik even niet volledig bij bewustzijn was omdat ik niet op hen reageerde. Alexander is toen hulp gaan halen in een nabij gelegen café. Die kwamen onmiddellijk, maar ik was onder de goede zorgen van Carola weer geheel tot mijn positieven gekomen en had de trilling van mijn handen weer onder controle. Zelf had ik niet het idee dat ik even weg was geweest. Maar de pijnscheut was wel hevig geweest. Dan heb ik soms minuten nodig om alles weer op orde te krijgen. Ik maakte vermoedelijk een misstap op het gladde stoepje.

In het café met een warme beker chocolademelk ging het rap beter. Het verkleumde geradbraakte lijf had het nodig. Na een half uurtje zochten we in hetzelfde gebouw, het Hotel Stromness, het restaurant op. De bediening was vriendelijk. De dienstertjes zouden wel zusjes kunnen zijn. Het restaurant was op enig moment bijna volledig bezet. De tent draaide goed. Als voorgerecht namen Carola en ik de linzensoep (dik, warm en vullend). Alexander ging voor de “prawn bites” ze smaakten hem uitstekend. Als hoofdgerecht ging ik voor de gegrilde “haddock”. Ik koos bewust voor iets licht verteerbaars, ik had er geen spijt van. Carola ging voor de “sirlion steak”. Een stevig stuk vlees dat haar goed smaakte. Alexander ging voor de “seafood grill”. Het bleek een schotel te zijn met een halve kreeft, drie stukken zeeduivel, een drie coquilles.

orkney 011

Zo’n bordje uit zee gaat er wel in

Het smaakte hem meer dan uitstekend. Carola en Alexander namen ijs van de eilanden als toetje. Het bleek wel lekker maar niet zoals het romige Hertogs ijs dat ze in Nederland gewend zijn. Samen met de drankjes koste dit alles nog geen 80 pond. Dit restaurant is zeker een herhaald bezoek waard. Toen ik het adres zag, wist ik dat dit een reden had. Het adres was “Pier Head”! De naam van het restaurant in Lower Voe op de Shetlands waar we de twee laatste vakanties bijna alle keren aten. De reis naar ons huisje in Finstown verliep uitstekend. Buiten wat problemen met mijn linker schouder had ik geen problemen met autorijden.     

18 mei
De dag begon grauw met wat mist rond de heuveltoppen en wat motregen. Tegen tien uur werd het droog en in de loop van de dag werd het steeds lichter en tegen drie uur in de middag kregen we steeds vaker de zon te zien.

Tegen 12.00 uur vertrokken we over de A965 richting Stromness bij de afslag naar de A964 zagen we een bordje richting een chambered cairn (tombe) Unstan het was de wandeling zeker waard.

orkney 012

De binnenkant van de tombe van Unstan. De meeste van deze ondergrondse tombes zijn in de 19e eeuw opengebroken door het dak eraf te slopen. Soms is dit later hersteld maar vaak werd er, zoals ook hier, een cementen dak overheen geconstrueerd.

We vervolgden de A964 richting Houton op deze route en stopten bij de afslag (Ireland Road) waar Alexander en Carola een oude watermolen bekeken.

orkney 013

De oude watermolen van Eyrland Mill langs de weg naar Houton

orkney 014

Buitengewoon humoristisch bord, misschien een idee voor Bergen op Zoom?

Vlak na Houton stopten we om te genieten van het uitzicht over de baai Scapa Flow, die in beide wereldoorlogen zo belangrijk was als ‘veilige’ thuishaven voor grote delen van de Britse vloot. Via de Gyre Road bereikten we de Orphir Round Kirk de restanten van een ronde kerk die omstreeks 1120 gebouwd was. Daar bezochten we ook het bezoekerscentrum en verbaasden ons er weer eens over dat een dergelijke voorziening onbemand en goed ingericht  heel en schoon blijft en bij ons in no time leeg geroofd zou zijn.   

orkney 015

Het enige wat nog resteert van de oude kerk uit 1120

Bij Orphir kwamen we weer op de A964. Aan de zuidkant van de weg ter hoogte van Hobbister zette ik Carola en Alexander af. Zij maakten een mooie natuurwandeling door het National Nature Reserve naar de volgende parkeerplaats langs de A964. Waar ik, na een poosje wachten, ze een stukje tegemoet ben gelopen.

orkney 016

Het uitzicht op de kliffen van Hat, Starabir, Moo Cliff en Roo Point

Verder over de A964 tot de afslag Bloomfield Road. Deze weg vervolgden we tot de Old Finstown Road. We gingen links af en vrijwel direct weer rechtsaf een weg op die ons zou voeren naar de Wideford Hill tombe. We reden echter eerst door tot de top van de heuvel (225 meter hoog) om te genieten van het panorama en het mooie zicht op Kirkwall. Voor de vergezichten zeker aan te bevelen. Daarna maakten Alexander en Carola de wandeling over de hellingen naar de tombe van Wideford Hill. De berg met zand die ooit over de tombe heen lag, is in de veertiger jaren van de 19e eeuw, toen de tombe werd ontdekt, verwijderd.

orkney 017

Halverwege de helling van Wideford Hill ligt verscholen in het veen, de Wideford Hill tombe. De berg met zand die ooit over de tombe heen lag is in de veertiger jaren van de 19e eeuw verwijderd toen de tombe werd ontdekt

orkney 018

Omdat de originele ingang van de tombe eigenlijk te smal is, zit er tegenwoordig in het dak van de tombe een luik. Carola verdwijnt hier langzaamaan in de diepte.

Alexander had nog meer plannen maar mijn maag voert de boventoon en we reden naar Stromness naar het restaurant van gisteren. Ook de kinderen hadden honger. Alexander bestelde twee voorgerechten, de ingepakte garnalen van gisteren en een krabsalade. De krabsalade was heerlijk vers, maar Alexander is geen liefhebber van de schaaldelen die er ook in voorkwamen. Carola nam een soort champignonschotel die ze zich goed liet smaken. Ik nam de ingepakte garnalen die Alexander gisteren zo waardeerde. Ik was het met hem eens. Als hoofdgerecht nam Alexander een tongfilet en Carola een kipfilet, beiden voldeden aan de verwachtingen. Ik nam de sirloin steak en ook die smaakte goed. Nu geen nagerecht maar de kinderen namen een drank je na. Carola thee en Alexander een 25 jaar oude Highland Park whisky. Het geheel kwam op 85 pond. Na half negen ‘s avonds kwamen we weer thuis en belden Ank. 

19 mei
De dag begon wat heiig en met lichte regen. Tegen elven werd het lichter en vielen er zo nu en dan wat druppels. Om 14.00 uur was het geheel droog en kwam de zon definitief door. Het werd een voor de Orkney’s mooie dag. Omstreeks 12.00 uur vertrokken we om via de A965 richting centrum Finstown te gaan. Met een kerk, twee kappers en een kruidenierswinkeltje en een Take Away. In het centrum de afslag genomen naar de A966. Vanaf de A966 namen we de eerste afslag naar rechts. Door gereden tot North Wald en daarna terug naar de A966. Toen de tweede (verharde) afslag rechts genomen richting Gorseness. Op deze weg de eerste afslag naar rechts genomen om via een dicht bij de kust gelegen route uit te komen bij een boerderij genaamd South Aittit. Nabij die boerderij bevindt zich een begraafplaats met de restanten van een kerkje uit 1732.

orkney 020

Het nog steeds in gebruik zijnde kerkhofje met daarop de ruïne van de kerk van South Aittit uit 1732

orkney 021

De earl of de laird mocht via de poort het kerkhof op. Het gewone gepeupel moest echter gebruik maken van in de ommuring aangebrachte trapstenen. Ook wij vonden dat we beter op deze manier het kerkhof konden betreden.

Alexander en Carola gingen daarna op zoek naar de mogelijke restanten van de Knowe of Dishero, een broch die meer dan 2.000 jaar geleden werd gebouwd. Wel gevonden maar het stelde niet veel voor. De wandeling eindigde wel met natte schoenen en sokken want hun besluit via de kust terug te keren, liep niet geheel naar wens.

orkney 022

De resten van de Knowe of Dishero, een broch die meer dan 2.000 jaar geleden hier aan de kust is gebouwd. Helaas was er weinig meer van over, maar om de nog in de grond aanwezige resten tegen afkalving te beschermen is deze muur langs de rand gebouwd.

Daarna via Gorseness gereden naar de Hall of Rendall. Daar bevindt zich een dovecote (duiventil) gebouwd in 1648, een zeldzaamheid in Schotland. De binnenkant van de duiventil biedt plaats aan honderden duiven en getuige de enorme hoop duivenpoep op de vloer is deze nog steeds in gebruik. Een merkwaardig gebouw dat een bezoek zeker waard is.

orkney 023

Een enorme stenen duiventil uit 1648. Een zeldzaamheid in Schotland.

orkney 024

In de duiventil

Daarna zijn we doorgereden naar Tingwall, waar de ferry vertrekt naar Rousay, Egilsay en Wyre. Daar hebben we de loslopende kippen bewonderd, die zich van de nabijheid van een poezenbeest niets aantrokken.

Toen terug naar de A966 en verder naar het noorden doorgereden tot de afslag naar de Broch of Gurness en de daaromheen gelegen nederzetting uit het begin van onze jaartelling. Een locatie met een mooi uitzicht over de Eynhallow Sound met voor ons merkwaardig rotsformaties aan de kust. De rotsen eroderen daar als ware het plakken kaas die één voor één loslaten. Deze broch en de aangesloten bebouwing geven een mooie inkijk in de ontwikkelingen ter plaatse. Alexander genoot en maakte vele foto’s.

orkney 025

Broch of Gurness. De verdedigingsmuur en greppel rondom de nederzetting.

orkney 026

Toen de broch en het dorpje al lang verdwenen waren is op dezelfde plek een Viking vrouw begraven. De resten van haar bootvormig graf waren nog een beetje zichtbaar.

orkney 027

Resten van de vele huizen rondom de broch met een mooie haard in het midden.

orkney 028

Louis en Carola in de toegangspoort van het brochcomplex

orkney 029

De buitenste verdedigingsmuur en greppel rondom de nederzetting.

Leuk was een gesprek wat ik had met een Canadese die een archeologe bleek te zijn. Alexander nam met genoegen het gesprek over, toen bleek dat ze, nadat ik had vermeld dat hij archeoloog was, hem wilde adopteren. Ik was volgens haar een goede vader omdat ik jaar na jaar met hem op stap ging op archeologische vakanties. Ze kon leuk vertellen over haar archeologische werkzaamheden in Canada.

Het liep tegen zessen toen we ons over de A966 terug spoeden naar Finstown om boodschappen te doen bij de plaatselijke kruidenier. Toen door naar ons vertrouwde adres in Stromness. We gingen daar nog op zoek naar een brievenbus, die we niet vonden. Daarna de ansichtkaarten in het hotel waar we eten bij de receptie gepost. Zij zullen er voor zorgen dat ze afgegeven worden in het winkeltje dat klaarblijkelijk als postkantoor functioneert. Bij het eten gingen we deels op herhaling. Als voorgerecht aten Carola en ik een bosuitjessoep. Ik vond het best lekker. Carola liep niet over van enthousiasme. Alex nam een dubbel portie van de prawn bites. Ik mocht er ook één. Alex ging voor het hoofdgerecht voor de seafood grill die weer met groot enthousiasme werd genuttigd. De kreeft en de zeeduivel en de coquilles hadden niet voor niets hun leven gegeven. Carola ging voor een lamsgerecht wat haar tegen viel. Met name de muntsaus viel niet in de smaak. Ik nam de Orkney sole. Deze tong en saus smaakte uitstekend en dat allemaal voor ongeveer 75 pond. 

20 mei
Vandaag begon wat mistig. Tegen het eind van de morgen kwam de zon steeds vaker door. De wind werd in de loop van de dag stormachtig. Het was vrijwel de hele dag droog. We vertrokken omstreeks 11.00 uur over de A965 richting centrum Finstown. Daar namen we net als gisteren de A966. Ter hoogte van Georth gingen we rechtsaf richting de kust naar het strandje genaamd Sands of Evie. Carola en Alexander gingen wandelen richting de restanten van de Knowe of Stenso, een broch waarbij het op de luchtfoto leek of er mogelijk nog wat te zien was, maar die alleen via het strand en de rotsen bereikbaar was. Ze keerden terug met verhalen over waargenomen zeehonden, drie in getal, die tegen de wil van een aalscholver een eilandje in gebruik wensten te nemen en dat uiteindelijk ook deden.

orkney 031

Drie zeehonden die verwoede pogingen deden om een aalscholver te verjagen van het stukje rots waarop ze lagen.

Ik verbaasde mij over de aard van de kustverdediging ter plaatse. Oude en nieuwe staalkabels en kettingen waren tot een soort mat in elkaar gevlochten en over een afstand van meer dan 200 meter tegen de eroderende zanderige kust aangebracht om afkalving te voorkomen. Zelfs de strekdammen zijn gemaakt van lokale steenblokken.

orkney 030

Wat mij ook verbaasde was dat mensen met honden, ook in een buitengebied, de hondenuitwerpselen trouw opruimden. Ook hier vast geïnspireerd door een bordje, dat we een aantal dagen geleden ook al tegenkwamen, en dat opriep mensen te melden die zich niet aan die regels zouden houden met als beloning schone voeten!

Na de wandeling keerden we terug naar de A966 die we vervolgden en we stopten bij een melkveebedrijf genaamd Burgar. Daar achter lagen de restanten van een broch. Via het erf en de weilanden van een melkveehouderij bereikten Alexander en Carola de broch. Ook hier zagen ze twee zeehonden.

We vervolgden de A966 en stopten bij een wandelpad. De kinderen besloten het pad te volgen de Costa Hill (151 meter) op. Met op de top een object genaamd Ernie Tower, vermoedelijk de restanten van een radio- of radarpost uit de tweede wereldoorlog. Ze vonden het een fijne wandeling met prachtige uitzichten. Ze daalden buiten het pad, rechtstreeks door de veenhelling af.

orkney 032

Schitterende uitzichten met op de achtergrond de kliffen van Ramna Geo

We vervolgden de A966 en namen de afslag naar de A967. We stopten bij de Barony Mills, een in bedrijf zijnde watermolen. We werden hartelijk door de molenaar ontvangen die een goede verteller bleek. Hij legde alles uit over de granen die in Orkney verbouwd worden en door hem in zijn molen gemalen. Carola mocht de molen aanzetten en ik uiteindelijk weer uit. De molen en zijn molenaar zijn een bezoek zeker waard. Ik doneerde 10 pond, want dat was het bezoek zeker waard. De koekjes van Orkney meel smaakten uitstekend. Alexander deed ook wat kennis op over de waarde van sommige typen/kwaliteiten van oude uit Frankrijk afkomstige molenstenen. De waarde kan tot 200.000 euro op lopen.

orkney 033

De watermolen van Barony Mills

orkney 034

In de watermolen

We keerden terug naar de A966 en reden naar “Point of Buckquoy”. Daar parkeerden we onze auto. De Brough o’ Birsay een eilandje voor de kust, dat alleen met laag water bereikbaar is, was nog niet bereikbaar. We hebben ongeveer een uur gewacht. Toen waren Carola en Alexander de eersten die de overtocht waagden. Ik ging niet mee omdat het ‘pad’ grotendeels door zeewier was overwoekerd en het geheel heel glad maakte. Ik kon ze wel met de kijker lang volgen. Eenmaal aan de overkant werden de restanten van een Keltisch klooster, een Viking nederzetting, een kathedraal en een bisschoppelijk paleis bezocht. Op enig moment ging mijn telefoon en Alexander vroeg of ze ook nog naar de vuurtoren op het eiland mochten lopen op Brough Head. Ik gaf met de bemerking niet te treuzelen toestemming. De bereikbaarheid van het eiland is immers maar enkele uren en ik wou ze graag heel en droog weer in de auto hebben. Ik kon ze op 14 minuten na de gehele tijd middels de kijker in de gaten houden. Ze kwamen tegen 18.00 uur weer bij de auto. Ruim op tijd.

orkney 035

Het pad naar Brough o’ Birsay.

orkney 036

De resten van de kathedraal binnen het bisschoppelijk paleis.

orkney 037

orkney 038

Vanaf het eiland zijn duidelijk de kliffen van Marwick Head te zien met daarop het enorme Kitchener Monument

orkney 039

Het uitzicht vanaf de vuurtoren was adembenemend.

orkney 040

Onder deze diepe kloof zou zich een uitgebreid grottenstelsel bevinden.

We gingen weer op Stromness aan. Via de A967 en de A965 kwamen we omstreeks 18.45 uur  in Stromness aan. De kinderen bekeken de kaart van de Ferry Inn en wilden eigenlijk wel eens een ander restaurant bezoeken. Ik heb dat voor morgen toegezegd. Vandaag toch weer het vertrouwde Stromness Hotel. Ik ben niet zo van veranderen als het goed is. De kinderen gingen voor de kipsalade, ik voor de champignons Crostini. Wat opviel was dat de salade geen sla bevatte. We vroegen de bedienster een foto te maken, een taak die ze graag vervulde.

orkney 40a

Als hoofdgerecht ging ik voor de grilde kip, Alexander voor de biefstuk en Carola voor de “Steak Pie”. Carola vond het gestoofde gerecht, wat qua vlees op het Bergse stoofvlees leek, heerlijk. De biefstuk was heerlijk mals en Alexander genoot er van. Ook de gegrilde kip was lekker. Samen met de drank was het nog geen 70 pond. Omdat de kinderen het koud hadden, het vele lopen en de harde wind hadden hun tol geëist, werd er geen nagerecht of drankje meer genomen. Omdat ons dienstertje niet wist hoe de rekening werd opgemaakt, kwamen we er achter dat de altijd aanwezige dienster Barbara heette en ze ondanks onze vermoedens geen dochter was van de dame achter de bar.  

Vlak bij huis dacht Alexander een duikboot op een nabij ons huisje gelegen parkeerplaats gezien te hebben. Bij thuiskomst bedacht Alexander dat hij dat eerst wilde onderzoeken en ondanks zijn wens zijn schoenen snel uit te trekken besloten ze dat de ‘duikboot’ onderzocht moest worden. Ik geloofde het wel en zocht met een boek de makkelijke stoel op. Ze kwamen snel weer terug. De ‘duikboot’ bleek een deel van een windmolen op een oplegger. De schoenen konden uit. Alexander viel al snel op de bank in slaap. We besloten onze bedjes maar op te zoeken.  

21 mei
De hele dag regen en storm. Pas tegen de avond werd het droog maar de zon heeft zich niet laten zien. Dit keer aten we niet in het ons vertrouwde restaurant maar werd gekozen voor ‘The ferry inn’, ook in Stromness. De buitenkant van dit restaurant was weinig uitnodigend. De binnenkant verraste ons zeer. Het heeft de sfeer en inrichting die je verwacht in een restaurant in een jachthaven. Met veel zeilattributen, foto’s van schepen en veel bruin glanzend afgelakt hout. Zoals je dat zou verwachten in een luxe zeiljacht.

De bediening was vriendelijk. Ik koos voor een chowder een dikke vissoep met het karakter van een stoofpotje. Het smaakte uitstekend. Alexander koos voor “scallop medley” het was een klein weinig voedzaam voorgerecht. Een scallop in vieren gesneden in een nogal overdadige hoeveelheid knoflook met wat salade. Carola koos voor de “Grimbister Cheese”. Het best te omschrijven als kaas met een gepaneerd korstje met een salade. Het smaakte haar wel. Als hoofdgerecht koos Alexander voor de “Dijon chicken”. Een groot stuk malse kip, die hem goed smaakte. Carola had gekozen voor de “Orkney burger”. Wat een burger! Een bom vlees tussen een broodje omlijst met verse zelf gesneden frites en groenten. Zelfs Carola, een eetster die ons, qua te absorberen hoeveelheden steeds verbaasde, had er moeite mee. Maar uiteindelijk ging het buitengewoon smaakvolle stuk vlees er geheel in. Geen ‘burger’ is haar de baas! Ik koos voor de zeebaarsfilet. De vis smaakte uitstekend. Maar hij lag op een bedje van wat zurige fijn gekookte tomaten. Dat had van mij niet gehoeven. Wat ik in het gerecht niet begreep was de in lange reepjes gesneden groente. Ik denk het groen van bosuitjes. In je mond voelde dat als een graatje. En dat heb ik liever niet als je een vis eet. Dat alles voor nog geen zeventig pond.  

22 mei
Het weerbericht voorspelde tegen 16.00 uur regen. Buien zouden er de hele dag zijn, net als de stormachtige wind. Vandaag om circa 11.00 uur de A965 genomen richting Stenness. Daarna de afslag B9055 richting de Ring of Brodgar, waar Alex nog foto’s moest nemen van de publicatieborden. Toen doorgereden naar de Ring of Bookan. Dat bleek niet meer dan een grondwal. Na de ring of Bookan de afslag naar links genomen richting Voy. Toen via de A967 richting Birsay naar de ruïnes van het paleis van Earl Robert. Het is gebouwd tussen 1569 en 1574 en heeft maar kort gefunctioneerd, want rond 1700 was het reeds vervallen. Deze ruïnes werden bekeken.

orkney 041

De resten van het paleis van Earl Robert.

orkney 042

Mooi doorkijkje bij de resten van het paleis van Earl Robert.

Alexander en Carola zijn toen langs de kust naar het zuiden gewandeld langs Mount Misery. De ‘mount’ was niet meer dan een in het landschap nauwelijks waar te nemen heuveltje. Op een punt nabij de kust op de B9056 pikte ik ze weer op. Bij Cumlaquoy zette ik ze weer af waarna ze een heuvel beklommen naar Marwick Head waar zich het enorme Kitchener Memorial bevond. Dit is een monument ter ere van Lord Kitchener. Deze metershoge toren kijkt uit over de kliffen waar op 5 juni 1916 Lord Kitchener samen met 643 andere bemanningsleden van het schip HMS Hampshire verdronken, nadat het schip op een losgeslagen mijn was gelopen.

orkney 044

Het monument ter ere van Lord Kitchener boven op de klif.

 

orkney 043

Monument ter ere van Lord Kitchener.

Wij Nederlanders zien hem niet als een held maar als een oorlogsmisdadiger, omdat hij in de Boerenoorlog (rond 1900 in wat nu Zuid-Afrika heet maar toen Oranjevrijstaat) eigenlijk de uitvinder was van de tactiek van de verschroeide aarde en concentratiekampen. Hij brandde, omdat hij niet kon winnen, alle boerenhoeven, oogsten en dorpen plat en voerde de boeren en hun gezinnen af naar concentratiekampen waar velen van honger en uitputting stierven. Ik bleef in de auto en reed naar de parkeerplaats aan de kust bij Marwick. Alexander en Carola bezochten tijdens een flinke regenbui en een noordwester storm de kliffen van Marwick Head. Na een uur of twee zaten de kinderen weer in de warme auto. Toen reden we via de B9056 weer richting het zuiden. Alexander en Carola hebben op die route nog gezocht naar een tombe op de Hill of Cruaday, maar niet gevonden.

orkney 045

Alexander heeft zijn eigen ‘Standing Stone’ geplaatst. Voor de liefhebber: hij is terug te vinden op het strand van Marwick Choin.

We gingen op ons huisje aan om daar de voorspelde regen af te wachten. Deze kwam echter niet. Onderweg werd nog een foto gemaakt van een bijzondere zijgevel van Anvil Cottage.

orkney 046

Omstreeks 18.30 uur gingen we naar ons vertrouwde adres in Stromness. Het viel gelijk op dat de parkeerplaats overvol was en dat er iets aan de hand was. Het bleek een Folk Festival te zijn. Het restaurant was afgeladen en voor het eerste half uur was er geen plaats voor ons. We zakten af naar het café op de begane grond. Alexander dronk daar zijn eerste Scapa, een whiskey van de eilanden. Na een half uur was de beste tafel van het restaurant vrij een kregen we de kaart. Deze was vanwege de drukte van het vierdaagse festival fors ingekort. Ik nam geen voorgerecht. Alexander nam de linzensoep en Carola een (nieuw) kipgerecht. Wij allen proefden van haar bord en vonden het heerlijk. Alexander en ik gingen voor de forse fillet steak die, net als eerder, bij Alexander heerlijk smaakte. Carola ging voor de rump steak, die haar smaakte. Voor de steaks kregen we een juskom pepersaus. We hadden deze extra besteld. Alles was in het restaurant net wat anders. Ook de eters die waren anders, het werden steeds meer muzikanten. Ook de vertrouwde servetten hadden een kleur gekregen en waren van papier geworden.

Omstreeks 21.00 uur gingen we zonder de voorspelde regen gezien te hebben weer op huis aan. De kinderen verleidden mij wel met de auto een rondje te maken door de nauwe en steile straatjes van Stromness. Het lukte wonderwel. 

23 mei
De hele dag was het grauw en grijs met buien en motregen en soms even droog. Dit alles met de nodige wind. Het ziet er voor morgen beter uit. We besloten naar Kirkwall te gaan. We vertrokken omstreeks 13.00 uur. Parkeerden de auto nabij de haven en liepen naar het centrum. Bezochten eerst het toeristenbureau en kochten daar wat souvenirs. Kochten voor Alexander een goed jack en liepen door de winkelstraat. Kirkwall is een echt stadje met de nodige winkeltjes met soms, voor ons, vreemde producten te koop. Wat te denken van een balkrabber? Vreemde jongens de Schotten!

orkney 047

Wat we ook veel tegen kwamen waren take a way’s. Kirkwall heeft een aantal monumenten die een bezoek zeker waard zijn, waaronder een museum. Het was wel even opletten want aan de buitenkant wijst weinig er op dat hier iets is wat een bezoek waard is. Zoals in de UK gebruikelijk is, was de entree gratis. Het bleek een kruip-door-sluip-door gebouw met veel plekken waar op je op je hoofd moet letten. Maar de expositie gaf een mooi beeld van met name de bewoningsgeschiedenis van de eilanden. Met heel veel opgravingsvondsten. Een bezoek zeker waard.

Wat meer dan één bezoek waard is, is de Sint Magnus kathedraal. Gebouwd in de 12e eeuw. Zowel van binnen als van buiten een prachtig gebouw met heel veel glas in lood ramen en veel steenwerk en oude grafzerken.

orkney 048

De Sint Magnus kathedraal

orkney 052

Een doopvont in de Sint Magnus kathedraal met uit elke parochie een opgeraapte steen.

orkney 049 orkney 050 orkney 051

Het gebouw is grotendeels uit de lokale zandsteen opgetrokken. Een relatief zacht materiaal wat in wind en regen makkelijk erodeert. Een steenwerker is dan ook in vaste dienst om het gebouw te onderhouden. Tijdens ons bezoek was een dame in de kerk aanwezig die aanspreekbaar was voor alle vragen, die ze uitgebreid beantwoordde. Geen gids in de traditionele zin maar gewoon iemand die op een stoel als alle andere zat, maar die de uitstraling had van: heb je iets te vragen kom bij mij. Voor mij zou een bezoek aan dit gebouw al een bezoek aan Orkney waard zijn.

orkney 053

Overduidelijk is de erosie te zien

Ook restaurants hebben geen gillende uithangborden aan de gevels. We hadden moeite om iets te vinden dat meer in de aanbieding had dan snelle happen. Uiteindelijk besloten we te gaan eten in Dil Se. Een Indiaas restaurant. Als voorgerecht kozen we allemaal voor typisch Indiase gerechten. Hoewel niet naar ieders smaak was de kwaliteit goed. Voor het hoofdgerecht koos Alexander weer voor een Indiaas gerecht wat hem uitstekend beviel. Carola en ik kozen voor een vertrouwde steak. Dat was geen succes. Die van Carola was, hoewel mishandeld, nog wel acceptabel. Die van mij was nauwelijks eetbaar. Taai en te ver doorgebraden en de omlijsting (gebraden ui met champignons) deels aangebrand. Het advies ga daar vooral eten als je van gekruid Indiaas eten houdt, maar als je denkt: ‘ik doe wel mee met gewone kost’, bedenk je dan tweemaal of je wel voor de gezelligheid mee moet gaan.     

24 mei
Vandaag was een mooie dag. Geen regen en afnemende wind. Er was zelfs een moment dat we bij het buiten komen het warm vonden. Vermoedelijk was het wel 12 graden. Vandaag moesten we om uiterlijk om 10.00 uur ons huisje uit zijn. De verhuurster zal onze koffers verplaatsen naar onze appartementen. Waar we na 15.00 uur in kunnen.

Omstreeks 10.00 uur vertrokken we naar Skara Brae. Een neolithische nederzetting die tussen 3100 voor Christus en 2500 voor Christus bewoond was. Het is het oudste bekende dorp van Europa en bestond uit ongeveer 10 huisjes en een werkplaats gelegen aan een straatje. De restanten werden in 1850 ontdekt na een zware winterstorm die veel duinzand verplaatste. De Skara Brae locatie bestaat uit een bezoekerscentrum met een expositie, een nagebouwd neolithisch huisje en het opgegraven dorp. Skara Brae is een bezoek en de entreegelden zeker waard. Onderstaande foto’s geven een aardig beeld van Skara Brae.

orkney 054 orkney 055 orkney 056 orkney 057 orkney 058 orkney 059 orkney 060 orkney 061

orkney 062

Een fotogenieke mus in Skara Brae

Nabij de locatie ligt ook Skaill House. Het betreft een buitenplaats waarvan de bouw gestart is in de 17e eeuw en later steeds verder werd uitgebouwd. Het begon als een gebouw van het graafschap, maar ging in 1615 over naar de Bisschop en later op één van zijn zonen de eerste Laird van de buitenplaats. Ook dit huis, dat gedeeltelijk is opengesteld, is een bezoek waard.

orkney 063

Alexander kon geen genoeg krijgen van de vele historische boeken in de bibliotheek van Skaill House

Voor het eten gingen we naar ons bekende adres hotel Stromness. Onderweg tankten we en deden we inkopen bij een coöperatieve supermarkt.

Het centrum van Stromness was druk met veel muzikanten, die soms spontaan op straat muziek maakten. Het restaurant was afgeladen en vulde zich ook met de muziek van een jamsessie. Het was nu een gelukje dat we de dienstertjes goed kenden en zij ons. Toen er een plaatsje van twee vrijkwam kregen we de tafel en werd er een stoel bijgeschoven terwijl ik echt niet zeker weet of we wel aan de beurt waren. Maar wij waren blij met het plekje vlakbij de muziek waarvan Alexander makkelijk foto’s van kon maken. Alexander kon gaan genieten van de Folkmuziek die in allerlei varianten ten gehore werd gebracht. Carola en Alexander namen het voorgerecht tempura kip. Het smaakte ze uitstekend. Ik nam geen voorgerecht. Als hoofdgerecht namen Alexander en ik de filet steak. Het smaakte als vanouds. Carola nam een pastagerecht wat haar goed smaakte. Na afloop van het eten bleven we wat langer zitten en kon Alexander genieten van een 25 jaar oude lokale whisky.

orkney 064

Voor de nodige muziek tijdens het eten werd gezorgd

orkney 065

Avondmaal in een gezellige sfeer

Toen we het restaurant verlieten probeerden we te doorgronden hoe het festival qua kaartverkoop, locaties en tijden werkte. We konden het systeem (indien er sprake is van een systeem) niet doorgronden. Carola wilde het graag vragen aan de feestgangers ondanks, volgens eigen zeggen, haar beperkte Engelse taalkennis. Ze sprak een wat oudere man op een bankje aan die van een glaasje wijn zat te genieten. Deze bleek het allemaal niet te weten. Zijn excuus ‘I’m from Wales’. Later verzamelde zij al haar moed en sprak ze een als muzikant herkenbare jongeman aan onder het motto: hij zal toch wel weten hoe het werkt! Hij bleek afkomstig uit Noorwegen en had geen idee. Zij een ervaring rijker en met de wetenschap dat ze veel beter met Engels uit de voeten kan dan ze zelf dacht.

We zochten onze appartementen op en mochten ervaren wat het is om uit je huis te kijken terwijl de golven er tegenaan klotsen. Naar schatting drie a vier meter onder je raam ruiste de zee. Het zijn aardige appartementen. Alleen wifi werkt niet zoals we graag zouden willen. Maar dat hebben we op vakantie wel vaker moeten ervaren.  

25 mei
Vandaag was ons mooi zonnig weer voorspeld, het viel tegen. Het bleef wel droog maar het duurde tot omstreeks 16.00 uur voordat de zon echt doorbrak. Ook de harde wind maakte het niet echt aangenaam. We reden naar de Bay of Skaill voor een wandeling naar de Hole o’Row en Row Head. Ik ben tot de voet van de heuvel met Alexander en Carola mee gelopen en heb daar op ze gewacht. De wandeling duurde langer dan gedacht. Daarna zijn we naar het bezoekerscentrum van Skara Brae gelopen om met thee, warme chocolademelk en stevige chocolade cake weer op temperatuur te komen.

orkney 066

Bay of Skaill

orkney 067

Bay of Skaill

We vervolgden met een rit naar een parkeerterrein nabij Yesnaby van waar de kinderen liepen naar de Broch of Borwick. Op zich een interessante plek waar ik gelijk in het beton de oude kanonopstellingen zag, die daar gedurende WO II de kust en de toegang tot Scapa Flow (plek waar het grootste deel van de Engelse vloot lag en het slagschip de Royal Oak in 1939 door de Duitsers werd getorpedeerd en zonk) moesten beschermen.

orkney 068

Broch of Borwick

orkney 069

Konijnen in overvloed op de Orkney eilanden. Op het menu zijn we ze nog niet tegengekomen

Toen was de dag weer ver om en reden we naar Stromness naar ons vertrouwde adres het restaurant van Hotel Stromness. Het dorp was afgeladen en we moesten een eind van onze vertrouwde plek parkeren. Het Folk Festival was nog in volle gang. Ook in het restaurant was er weer een jamsessie waar soms tot 12 muzikanten aan meededen waaronder op enig moment zes strijkers. Het was genieten en Alexander maakte foto’s en filmpjes. Het eten was als van ouds en we probeerde geen nieuwe gerechten We bleven langer dan gebruikelijk. Daarna wilden Alexander en Carola de sfeer in het dorp verder proeven. We spraken af waar we elkaar weer zouden ontmoeten en ik ging een wandelingetje maken. Later bleken Carola en Alexander dat ook gedaan te hebben. 

26 mei
Hoewel de zon was beloofd, bleef het de hele dag somber en winderig weer. Het bleef wel droog. Je kon vanaf de kust zien dat boven zee, op pakweg een 500 meter afstand, de zon wel scheen. Het leek er op dat het land de (laaghangende) bewolking vasthield. Omstreeks 13.00 uur reden we naar het parkeerterrein nabij Yesnaby waar we gisteren ook geweest waren. Alexander en Carola wilden naar Outertown, een locatie nabij Stromness wandelen.

Volgens de borden een tocht van 4 mijl.

orkney 071

Ze deden er bijna 4 uur over. Of de aangegeven lengte klopt valt te betwijfelen. Toen ik ze over de laatste heuvel zag komen, ben ik ze tegemoet gelopen. Ze hadden genoten. Maar voelden hun benen. Onderstaande foto’s geven een aardige indruk van de wandeling.

orkney 072 orkney 073 orkney 074 orkney 075

Ondanks de natte blubberige broekpijpen waren ze in hotel Stromness welkom. Eerst wilden we gaan eten in de Ferry Inn, maar daar bleken alle tafels bezet. Omdat het nog geen zes uur was, wandelden we door Stromness en bleek de boekwinkel nog open. Alexander vond twee opgravingsrapporten en een boek over de zeldzame vogels in Nederland (deels in het Nederlands). Het boek bleek tweetalig. Dat verwacht je toch niet in een boekwinkeltje in Stromness!

De soep van de dag was tomaten/basilicum. Carola en ik gingen ervoor. Alexander had weliswaar een ander voorgerecht (prawn bites) maar een half bord soep van mij ging er ook wel in. Alle drie vonden we de soep heerlijk. Alexander en ik gingen qua hoofdgerecht op herhaling. Carola bestelde Chicken Haggis Crumble. Dat is een soort ovengerecht van kip, champignons, saus en de Haggis Crumble. Haggis is een schapenmaag of runderdarm, gevuld met stukjes hart, long, lever, niervet en havermout. Zo klinkt het niet aantrekkelijk, maar als crumble smaakte het Carola uitstekend. Alexander nam als nagerecht een ‘homemade’ cheese cake. Dit alles met de drank mee voor nog geen 65 pond.  

27 mei
Het was vandaag, qua weer, de mooiste dag tot nu toe. Het begon heiig, maar de zon brak al snel door, zij het wat bleek en dat is de hele dag zo gebleven.

Vandaag zijn we via de A965 richting Kirkwall gereden. Het eerste te bezoeken object was het “earth house Rennibister”, een onderaardse ruimte die via een luik op een boerenerf te bezichtigen was.