ANDERE BESTUURSCULTUUR

 

    


| 11-05-2022 |

 

Ik draai al vele jaren mee in bestuurlijk Nederland. Ik heb ervaring in het provinciebestuur (1991/2003), in gemeenteland, (Bergen op Zoom 1986-heden), in rekenkamercommissies bij meer dan 20 gemeenten (2005-2020) en in 9 waterschappen (1993-heden). Ik heb gewerkt in monistische besturen en in duale besturen. Ik denk dus enige kennis te hebben van wat er in bestuursculturenland te koop is.

In Bergen op Zoom roept men van alles vóór de verkiezingen en daarna verandert er niets!

Ook nu was de stemming we gaan het anders doen. Samen! Echt? Maar niet heus.

De college-onderhandelingen werden coalitieonderhandelingen. Een bestuursakkoord is vrijwel klaar. Op 16 mei zal het klaar zijn en mag de goegemeente er kennis van nemen en op 18 mei mag de rest van de raad er hun plasje over doen. GroenLinks, PvdA, D66, CDA/V-BOZ en de VVD inclusief hun kloon, Lokaal Realisme, hebben na rijp beraad een bestuursakkoord. Mooi zeg ik dan. Na weken overleg over formuleringen, punten en komma’s, mag de rest (voor de vorm) er nog iets over roepen. Ik bedank voor de eer. Als je werkelijk een andere bestuurscultuur had gewild, hadden de onderhandelaars meer gebruik kunnen maken van de kennis van anderen en kunnen streven naar een raadsakkoord in plaats van een bestuursakkoord. Als je het niet nodeloos ingewikkeld wilt maken, want praten met in feite 7 partijen is al ingewikkeld genoeg, had je kunnen proberen gebruik te maken van specifieke kennis, die er is, bij de niet beoogde coalitiepartners. Niets van dat al! Mij hebben ze niet gebeld. Hoewel dat, bijvoorbeeld over water, iets had kunnen betekenen. Nee achteraf, wanneer de pap gestort is, mogen de anderen hun zegje doen. Wat mij betreft DOEI!

Het, “Daarna krijgt iedere fractie de gelegenheid om opmerkingen te plaatsen, suggesties te doen en vragen te stellen aan de fractievoorzitters van de formerende partijen”  is te laat en te zielloos. De formerende partijen hebben gekozen voor een duale aanpak. Dat is sinds 2003 ook de regelgeving, toen bij wet geregeld.

Voor mij helpt een ‘heidag’ hier niet meer. Verloren tijd en moeite. Wat mij dan opvalt in de aankondiging van de ‘heidag’ voor de raad zijn mooie omfloerste zinnen zoals, “Waar in de verkiezingsperiode de aandacht vooral gericht was op profilering, betekent de start van de bestuursperiode ook een omschakeling naar een andere balans”. In andere woorden: bij de verkiezingen roepen we die dingen die de stemmen binnenhalen. Daarna gaan we weer over tot ons gewone gedrag. Oftewel; de daden zijn anders dan de woorden! Als geboren Feyenoorder hecht ik aan de daden en niet aan de vaak loze woorden.

Ik ben een monist in hart en nieren, een samen-werker op inhoud en geen dualist. Maar Louis is na deze verkiezingen mentaal om. Samenwerken op basis van de inhoud is in Bergen op Zoom niet mogelijk gebleken, want er is geen inhoud meer. Het gaat alleen over geld en ambten voor politici. Het focusakkoord ging helaas alleen over geld en niet over de inhoud: ‘het HOE’. Aan ‘het HOE’ wilden de focusakkoord-partners zich niet binden. Dat lieten ze over aan een stel ‘professionals’. Die uiteindelijk precies deden wat hun opdracht was; inhoudsloos/zielloos bezuinigen!

Het gevolg is, dat het verloop onder onze ambtenaren gigantisch werd. Bij een gemeente werken waar ‘niets’ kan, waar het ambtenarenkorps als een citroen werd uitgeperst (gemiddeld meer dan één functieschaal minder dan elders) is niet aangenaam. Zij die bleven, konden niet weg of bonden hun ware liefde voor de stad en haar gemeenschap nog even vast aan hun geliefde plek. Maar als je arbeidsvreugde wordt ontnomen door oplopende werkstress wegens gebrek aan collega’s, en de nieuwelingen die wel komen hun arbeidsplek meer zien als een verlenging van hun stageperiode (tegen een betere vergoeding dan als stagiair) dan is van werkgever wisselen in een overspannen arbeidsmarkt wel heel aantrekkelijk. De enkeling de binnenkwam was zo weer weg.

Mijn angst is, dat nu de uitstroom op gang gaat komen van hen die wel makkelijk weg kunnen (in gemeenteland zoeken veel gemeenten naar gekwalificeerd, gepokt, en gemazeld personeel), maar bleven uit liefde voor hun werk en stad, nu alsnog aan de kuierlatten trekken. Waarom? De VVD-kloon (Lokaal Realisme) die van ambtenaren kraken hun handelsmerk heeft gemaakt! Je zal zo’n ‘baas’ maar krijgen. Nu ook de andere beoogde coalitiepartijen daarmee samen gaan werken blijken ze uit hetzelfde hout gesneden!

In mijn voorspelling 6 ben ik uitgebreid ingegaan op geloofwaardigheid. Deze Feyenoorder (geen woorden maar daden) concludeert op basis van de daden, dat de woorden ‘samenwerken’ en ‘andere bestuurscultuur’ leeg zijn. Ongeloofwaardig! De verkiezingsuitslag was voor mij reden om in rouw te gaan. Rouw omdat de gemeente, de stad, de gemeenschap waar van ik deel uit maak en waarvan ik hou, stervende is of in coma is geraakt. Verkiezingswinst werd gemaakt door de ambtenarenkrakers door de weggummers van cultuur, de egaliseerders.

Ik twijfel er niet aan dat alle, straks voor te stellen, wethouders enthousiast zijn en aan de slag willen om een positieve rol te vervullen bij het tot stand brengen van een beter en mooier Bergen op Zoom. Maar ik voorzie een afglijden. Want om werkelijk dat betere en mooier Bergen op Zoom tot stand te brengen, heb je een ambtenarenkorps nodig dat met ziel en zaligheid daarvoor gaat. De afgelopen jaren zijn veel van die ambtenaren weggejaagd en het feit dat nu een anti-ambtenaren VVD-kloon met goedkeurring van de andere coalitiepartijen deel gaat uitmaken van het nieuwe college zal de uitstroom versnellen.

Bergen op Zoom heeft een droevig werkgeversimago. In het forum in Halsteren verwees ik er al naar. Als droevig recent voorbeeld is het vertrek van een veel belovende jonge ambtenares op erfgoed. Ze vertrok bij de stad die zijn erfgoed zegt te koesteren! We trekken geen blijvers aan. Maar wel mensen die ervaring op komen doen in de ‘leeuwenkuil’ en daarna met die ervaring naar een beter betalende gemeente gaan en waar het werk leuker kan zijn, omdat hun goede ideeën, ook als ze geld kosten, tot uitvoer kunnen komen. Gemeenten waar het nog om de inhoud gaat en niet alleen over geld.

Bij de recente presentatie/ introductie van de ambtelijke top waren de meesten net in dienst. Heel weinig vertrouwde gezichten, veel ingehuurden, stuk voor stuk professionals die een job kwamen doen. Soms om de zoveelste reorganisatie vorm te geven.

Bergen op Zoom is een in coma geraakte schone slaapster. Met zo dadelijk een college dat als enige continuïteit kent een burgemeester, wiens gezondheid te wensen overlaat. De schone slaapster gaat met een college met deze (partij)samenstelling de volgende fase in van de palliatieve sedatie.

Gelukkig kan een gemeente niet overlijden. Ik blijf in rouw. Als politieke splinter is mijn daadkracht beperkt. Ik ben al jaren de politieke linksbuiten op de bank. Die denkt, trouwblijvend aan zijn geweten, aan de zijlijn het allemaal te weten. Wat mij betreft is het nu wachten op een regeringscommissaris. Zodat het vertrouwen en het werkgeversimago hersteld kan worden.

 

Louis van der Kallen.



RECORDS?

 

    


| 30-04-2022 |

 

Ik word met regelmaat aangesproken op het feit dat ik al heel lang in de gemeenteraad zit. Is dat een record is soms de vraag. 36 jaar is lang maar zeker geen record. Of 36 jaar factievoorzitter een record is weet ik niet. In de sport zie je soms combinatieklassementen.

Ik sluit niet uit dat ik op gemeentelijk niveau wel het record heb van het aantal gemeenten waar ik in gemeentelijke rekenkamers/rekenkamercommissies heb gezeten. 22 gemeenten!

In de moderne tijd kan het ook een record zijn dat ik in 8 waterschappen bestuurlijke functies heb bekleed.

Ik weet heel zeker dat 12 jaar statenlidmaatschap zeker geen record is.

Lang een bestuurlijke functie bekleden lijkt iets van deze tijd omdat mensen gemiddeld ouder worden dan vroeger. Toch ken ik een aantal langzitters uit vervlogen tijden waarbij ik een snotneus ben die net komt kijken. Natuurlijk kan het komen omdat ze de woonden en werkten op gezonde grond: De Emiliapolder nabij mooie stad Geertruidenberg.

Enkelen opmerkelijk feiten van deze polder:

  • Twee dijkgraven, beklede die ambten erg lang. Gerard Pijll (56 jaar, 1686-1742) en Herman Adolph Slooterdijck (51 jaar, 1742-1793)
  • Een secretaris van dit waterschap vervulde dat ambt voor maar liefs 66 jaar. Wouter Francken 1668-1734.
  • Van 1742 tot 1782, dus 40 jaar, was Johan van Doorn de Penningmeester van deze de Emiliapolder.
  • Van 1865 tot 1912, dus 47 jaren, was Nicolaas J. Meijers in die polder de secretaris/penningmeester.

Deze cijfers komen uit het archief van het waterschap de Emiliapolder verzameld en bewerkt door Willem A. van Ham.

Met mijn 36 jaar fractievoorzitter/raadslid ben ik nog maar een beginner. Dus mij past enige bescheidenheid.      

 

Louis van der Kallen.



DE EED 2

 

    


| 28-04-2022 |

 

Naar aanleiding van de ‘heibel’ over de eedaflegging in Bergen op Zoom schreef ik een artikeltje over de doelstelling van de eed en op wat voor de eedaflegger het meest heilig is.

Ik heb in mijn leven heel wat keren de eed afgelegd bij de aanvaarding van menig ambt. Ik denk, mijn CV bekijkende, misschien wel meer dan 40 keer. Terugkijkend concludeer ik dat het veelal routineus gebeurde. De eerste keer is het spannend en ook de keer bij de rechtbank (ambtenaar van de burgerlijke stand (trouwambtenaar) was het spannend. Daarna was het iets dat erbij hoorde. Zo begon een nieuwe periode als raadslid, statenlid of waterschapbestuurder en soms als lid van een gemeentelijke rekenkamer of rekenkamercommissie.

De eed en de eedaflegging is sinds 1798 opgenomen in de Grondwet en was vanaf het begin gericht op de uitvoerders van de besluiten van de Kroon. Trouw aan de Kroon en de wetten des lands. Eerst gericht op de Agenten (Ministers) van de Kroon. Vanaf dat moment begon de opname van de eed in tal van wetten en reglementen. Steeds meer ambtsdragers en ambtenaren kregen, met het aanvaarden van hun functie, met de eedaflegging te maken. Bij de start was de doelstelling vooral het borgen van trouw aan de Kroon. Nu is de achterliggende hoofdgedachte dat de eedaflegger hiermee uitspreekt zich bewust te zijn van zijn of haar bijzondere positie in de samenleving. Hoewel de oorspronkelijke motieven ‘trouw te zijn aan de Kroon’ nog steeds een belangrijk element is waar bij de ‘Kroon’ (het hogere gezag) is omgevormd tot getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten des lands.

De eed, bij de aanvaarding van het raadslidmaatschap, is wettelijk verwoord in artikel 14 van de Gemeentewet. De eerste twee elementen:

  • “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.”

  • “Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.”

Zijn zuiverende elementen, in simpele taal; ik heb niks verkeerds gedaan om verkozen te worden en ik zal niks verkeerds gaan doen in deze functie. Ik denk dat ieder raadslid snapt wat hij of zij zweert of verklaard en beloofd!

Bij het derde element;

  • “Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.”

Al heb ik niet het idee dat het eerste deel van de zin op het feitelijk functioneren van raadsleden ook maar enige invloed heeft. Bij het tweede deel van de zin zullen de meeste raadsleden vol goede moed en inzet zijn om hun plichten naar eer en geweten te vervullen.

De oorspronkelijke bedoeling van dit derde element van de eed is om de nieuwe raadsleden te doen beseffen dat zij uitvoerders zijn van wat er aan wetten door de Kroon en haar medewetgevers in Den Haag en elders wordt gemaakt. Ook geratificeerde verdragen hebben kracht van wet. In toenemende mate heb ik gezien, in de 36 jaar dat ik raadslid mag zijn, dat raadsleden geen boodschap meer hebben aan wet en regelgeving. Als ze het met de inhoud van een wet, regeling of de afspraken in een verdrag niet eens zijn dan is men in toenemende mate geneigd uitvoering te traineren of wegen te zoeken die te blokkeren. Of het nu de huisvesting van statushouders betreft, milieuregelingen of een bio-centrale men probeert parlementje te spelen, onder het motto: ‘wij zijn het hoogste orgaan’, niet beseffend dat het slechts van een lagere overheid, de gemeente is. Ook is er een gebrekkig besef van de betekenis van de ambtstitel wethouder.

Wij hebben, in tegenstelling tot het grootste deel van de wereld een door de Kroon benoemde burgemeester. En die is net als de Commissaris van de Koning formeel geen dienaar van de Raad maar van de Kroon, een ‘zetbaas’ van de Kroon. Waarbij de Kroon in feite de minister van binnenlandse zaken is en die zetbaas wordt geacht erop toe te zien of wij (de raad) ons wel aan de regels houden. Ook de burgemeesters in dit land hebben allang hun rol geminimaliseerd. Het voordragen voor vernietiging van raadsbesluiten door deze ‘zetbazen’ lijkt uit hun taakbeschrijving te zijn verdwenen. Met als gevolg dat de dames en heren raadsleden werkelijk zijn gaan denken dat zij het hoogste orgaan zijn en vrijwel onbeperkt hun gang kunnen gaan in het blokkeren of tegenwerken van de uitvoering van wetten en verdragen. Getrouw zijn aan heeft dan feitelijk aan betekenis verloren.

Een gemeenteraad is slechts heel beperkt beleidmaker. Bijna al onze wettelijke taken zijn uitvoerend. Het beleid dat er aan vooraf gaat wordt elders geformuleerd. In Den Haag, Brussel of in Den Bosch.

Ik wijt het afkalven van het vertrouwen in ‘de politiek’ deels aan de verwording van het politieksysteem. Zelfs als er beloofd wordt, getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten des lands, is er niemand, zelfs de ‘zetbaas’ van de Kroon niet, die hen terechtwijst. En die enkele dwaas (ik) in de raad die daar op wijst, ‘ach die stamt uit een ander tijdperk, waarom zouden we daar naar luisteren, wij zijn het hoogste orgaan!’ Dat zegt zelfs de ‘zetbaas’, de burgemeester!

De eed of de belofte is slechts een artikel in de gemeentewet. Een formaliteit, een relict uit vroeger jaren, een raar symbool. We doen het wel, want anders zijn we nog geen raadslid, schijnen de meesten te denken.

 

Louis van der Kallen.



DE EED

 

    


| 05-04-2022 |

 

Met verbijstering neem ik kennis van de stampij over de eedaflegging in Bergen op Zoom.

De bedoeling van de zuiveringseed is, in mijn beleving, een belofte op wat voor de eedaflegger het meest heilig is. In de traditionele tekst is “God” opgenomen. Die tekst is gebaseerd op de christelijke tradities in ons land. Feitelijk is ons land religieus de afgelopen 60 jaar meer divers geworden. Helder is dat in alle godsdiensten van ‘het boek’ (het oude testament) spreken en schrijven over dezelfde God. Of we die God, God noemen zoals in alle vormen van het christendom (van protestant tot katholiek of orthodox of koptisch waar God ⲡⲛⲟⲩⲧⲉ wordt genoemd) of Allah (islam) of Jahwe (Jodendom) Maakt mij niet uit. Het is één en dezelfde!

Ik heb dan ook geen enkele moeite met de handelswijze van burgemeester Petter. Integendeel! Het getuigd van een diep besef dat onze samenleving veranderd is en de essentie van de eed een ‘heilige’ belofte is zich aan het gestelde te houden en de verklaring zich daaraan te hebben gehouden. Ik ben niet voor eventuele toevoegingen zoals; ‘de almachtige’, dat kan een onderscheid scheppen die niet gewenst is.

In eerdere discussies bijvoorbeeld over het ambtsgebed zoals dat vroeger in de raad werd uitgesproken heb ik steeds gesteld dat ik voorstander was van behoud van het gebed. Niet omdat ik daar zelf kracht en inspiratie in vond, maar zolang er ook maar één lid van de raad er kracht en inspiratie in vond, het van respect getuigde die minuut eraan te besteden.

Ik ben dan ook van mening dat de eed afgelegd kan worden zoals die in Bergen op Zoom is afgelegd. Volstrekt passend in de doelstellingen van de wetgever en het meest krachtig en bindend voor de eedaflegger.

 

Louis van der Kallen.



VOORSPELLING 4

 

    


| 16-04-2022 |

 

De verkiezingen zijn nu zo’n beetje een maand geleden. Terugkijkend is het altijd verbazend hoe politici en de media de uitslagen uitleggen en vertalen naar hun handelen. De ‘grote’ winnaar volgens iedereen is in Bergen op Zoom Lokaal Realisme. Ze begonnen met 3 zetels en kwamen met 3 zetels uit de strijd. WINNAAR! Zo voelen zij zich en ook de media bliezen dat ook hoog van de toren. De BSD ging 0,6 % vooruit, kwamen 70 stemmen tekort voor een derde zetel, hielden de 2 zetels. VERLIEZER! Althans zo voelt het. Maar voor de BSD maakt de uitslag niet uit. Ook toen we 2 keer achter elkaar verdubbelden was er geen rol weggelegd bij de collegeonderhandelingen voor de BSD.

Afgelopen week is men begonnen met het inhoud geven aan de adviezen van de informateurs. De kleintjes zijn bij elkaar geweest om te kijken of ze tot allianties kunnen komen. Ik kreeg niet de indruk, dat het ondanks de bemiddelende inzet van de informateurs, echt succesvol zal zijn. Alleen de BSD zal de samenwerking met de SP die er al was verder voortzetten en verder inhoud proberen te geven. Beide clubs willen dat ook.

GBWP praat met iedereen om het ‘oud zeer’ weg te poetsen. En wat mij betreft is de wil er, over en weer, ook. Ook het zeer van de VVD-scheiding, met als gevolg de geboorte van de VVD kloon Lokaal Realisme, zal best lukken. Het pluche lokt immers.

We hebben ondertussen ook wat vergaderingen gehad. Die geven voor hen die het willen zien een mogelijk voorproefje van wat komen gaat. Zeker voor hen die door de bijdragen en reacties van anderen daarover willen heen kijken. Hans Peter Verroen van het CDA sorteerde goed voor bij de behandeling van de “Verordening voorzingen maatschappelijke ondersteuning” (WMO). ‘Er is nog veel te doen om tot een echte omgekeerde verordening te komen’. De huidige portefeuillehouder wees die opdracht toe aan haar opvolger. Hans Peter leek klaar te staan om de klus op te pakken! Past ook bij de nieuwe positie van het CDA. Met slechts 2 zetels krijg je de moeilijkste en lastigste klusjes waar vermoedelijk in bezuinigingstijd, D66, VVD en de VVD kloon verder gaan met bezuinigen op het Sociaal Domein. Maar als wethouder in spé blijf je uitstralen het een geweldige klus te vinden.

Dan de bijdrage van GBWP in dat debat. Een debat met alleen voorstanders! Hoewel Betsy de Kock de woordvoerder was hoorde ik toch het nadrukkelijke geluid van Arjan van der Weegen. Kritisch over de kosten en bekostiging van de WMO en een voorsorteren op ‘noodzakelijke’ beleidsveranderingen (hoor/lees bezuinigen). GBWP gaat ervan uit dat er samen met D66, VVD en hun kloon er ook een meerderheid is die met wat kleintjes tot een alternatief kan komen voor als Hans Peter samen met een eventuele GrL/PvdA wethouder te voortvarend aan de slag zou gaan met de ‘omgekeerde’ WMO-verordening. Het GBWP-devies lijkt: voorbereiden op de oppositierol maar ook goed laten zien dat je in de coulissen klaar staat om het alternatief te vormen.

 

Louis van der Kallen.



VOORSPELLING 1

 

    


| 25-03-2022 |

 

Ik ben van plan iedere vrijdag een voorspelling te doen wat de uitkomst van de collegevorming zal zijn. Nu (25 maart) is, mijn vast premature, verwachting: 2 wethouders van GBWP (6 zetels), 2 wethouders van de VVD (5 zetels), 2 wethouders van Lokaal Realisme die binnen kort ‘versterkt’ is met de 2 Lijst Linssen verlaters (dus dan ook bestaat uit 5 zetels bestaat) en 1 wethouder van D66 huize. 7 wethouders, 6 formatieplaatsen. Kunnen de veroorzakers van de financiële puinhoop zelf “orde op zaken stellen”!!!!! Volgende week een volgende aflevering in de voorspellingsreeks!

 

Louis van der Kallen.



FAKKELMYSTERIE

 

    


| 12-01-2022 |

 

 

Ik ben misschien een oude dwaze man die hecht aan tradities en het gebruik van symbolen. Eén van de symbolen is de fakkel, toorts of flambouw als brenger van het (goddelijk) licht in een duistere wereld.

Ik ben al vele jaren een volksvertegenwoordiger en heb openbare ambten bekleed op waterschappelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het rare is dat veel van degenen die zeggen een volksvertegenwoordiger te zijn eigenlijk niet geconfronteerd willen worden met het ‘volk’. Toen ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw voor het eerst geroepen werd tot een openbaar ambt stonden van alle raadsleden; het adres en telefoonnummer gewoon in de gemeentegids. En toen er emailadressen kwamen, stonden ook de emailadressen in die gids en op gemeentelijke websites. Ga nu eens kijken op een gemeentelijke website van wie u nog een adres, telefoonnummer of eigen mailadres kunt vinden. Veel raadsleden verstoppen zich achter het adres van een griffie.

Toen gemeenten en waterschappen nog kleinschalig waren kenden velen hun raadsleden, wethouders, burgermeesters en waterschapbestuurders bij naam en kwamen ze die gewoon in het dorp of stad tegen. Ook die mensen kochten gewoon brood bij de bakker en was het gemeentehuis nog een gemeenschapshuis op een centrale plaats in dorp of stad. Kijk eens rond waar nu gemeentekantoren zich bevinden? Vaak niet meer in het centrum van de gemeenschap.

Of het nu aan de opschaling ligt of aan iets anders, maar veel bekleders van openbare ambten en volksvertegenwoordigers duiken in de anonimiteit. Ze vinden het eng als iemand weet waar hij of zij woont. Sommigen worden zelfs boos als er iemand voor de deur op duikt en een gesprek wil of op andere wijze zijn of haar gedachten tot uitdrukking brengt. Als voorbeeld de fakkeldrager voor het huis van een minister.    

De fakkel, toorts of flambouw kennen een lange geschiedenis. Fakkeldragers brengen licht in de duisternis. Soms is dat licht of de boodschap (mede) symbolisch bedoeld. Voorbeelden zijn; de 4/5 mei vrijheidsfakkel, de olympische vlam/fakkel (in Nederland in 1928 heringevoerd) de fakkelparade van de KMA, de fakkels voor de vrede in de kersttijd in Tilburg, fakkeltradities in veel berggebieden bij zonnewende momenten, de fakkel als seinmiddel in het donker (hier is het licht, dit is de boodschap), ‘de Fakkel’ als naam voor een tijdschrift of instelling (wij brengen licht in de duisternis), bijvoorbeeld dat van een tijdschrift wat in 1940 in Batavia werd opgericht als voortzetting van de Gids nadat Nederland bezet werd, met een boodschap van ‘vrijheid’, ook ‘de Fakkel’ als naam van een vereniging (zoals een landarbeidersbond opgericht in 1900). Kortom gedragen fakkels kunnen een heel andere betekenis hebben dan een bedreiging. Het dragen van een fakkel kan de uit te dragen boodschap versterken en beklemtonen deze boodschap verdiend aandacht.

Ik kan niet kijken in het binnenste van de fakkeldrager voor het huis van een minister. Maar wat zijn de feiten. Er droeg iemand een fakkel op de openbare weg en riep wat leuzen. Op zich lijkt mij dat niet strafbaar. De fakkeldrager filmde zijn ‘optreden’ wat zegt dat over zijn motieven? Mensen mogen mijns inziens kont doen van hun mening. Als iemand zich dan bedreigd voelt wat zegt dat dan over de situatie en over die persoon? En wat zegt alle media-aandacht voor deze fakkeldrager over onze samenleving?

Bij mij als lokaal politicus komen soms mensen aan de deur. Soms is dat een aangenaam gesprek soms ook niet. Vaak laat ik iemand gewoon binnen, soms ook niet. Je maak een inschatting. Voel ik mij wel eens ongemakkelijk? Soms, maar dat hoort er mijns inziens gewoon bij het volksvertegenwoordiger zijn. Als politicus maak je deel uit van een besluitvormend systeem. En niet iedereen wordt blij van de besluiten die genomen worden.

De fakkel als lichtbrenger waardeer ik. Het is gebaseerd op eeuwen oude tradities. Soms doorontwikkeld tot iets moois als een flambouw (een mobiele godslamp) die voorafgaat aan een priester bijvoorbeeld in een prossessie of bij een bezoek aan een stervende. De fakkel een toorts of een flambouw brengen licht en dat licht symboliseert de kwaliteit van de boodschap, of zoals bij de fakkeldrager voor het huis van de minister, het protest.  

Volksvertegenwoordigers en dragers van een openbaar ambt ga terug op het pad van de vaak gekozen anonimiteit. Volksvertegenwoordiger of bekleder zijn van een openbaar ambt is geen anoniem beroep maar hoort een roeping te zijn. Een roeping die zegt hier ben ik en dit is mijn boodschap. Kan je de hitte niet verdragen ga dan uit de keuken!

Ik begeef mij al jaren met regelmaat met een ‘praatpaal’ op straat om ook buiten verkiezingstijd het gesprek met burgers in alle openbaarheid aan te gaan. En dat kan ook zonder beveiligers. Maar vermoedelijk ben ik een oude dwaas die de tekenen des tijds niet begrijpt en is Bergen op Zoom een heel andere plek dan waar de minister woont. Ik wil best erkennen dat tijden en omstandigheden veranderen en veranderd kunnen zijn. Dan geef ik personen als de minister in overweging eens te overdenken hoe dat komt? Misschien wel om dat steeds meer mensen die ‘volksvertegenwoordiger’ willen zijn zich verschuilen achter anderen en voor gewone burgers niet meer benaderbaar zijn. Geen adres, geen telefoonnummer, geen eigen emailadres. Geen stad- of gemeentehuizen meer op de centrale markt maar gemeentekantoren met poortjes en beveiligers aan de randen van de bebouwde kom en een leger aan PR-mensen. Misschien is dat wel de oorzaak van de huidige fakkelhysterie. Misschien is het wel tijd voor sommige politici, in het kader van verandering van de bestuurscultuur, de fakkel over te dragen!

 

 

Louis van der Kallen.



DE PEST

 

    


| 25-12-2021 |

 

 

Michael Ignatieff wijdt in zijn boek Troost (als licht in donkere tijden) ook een hoofdstuk aan Albert Camus en belicht de totstandkoming van zijn boek “De Pest” (1947). Voor een groot deel geschreven in de bezettingsjaren in Frankrijk. De roman heeft het karakter van een allegorie omdat het verhaal symbool lijkt te staan voor de bezetting. Diverse uitspraken van de hoofdpersonen zou je ook in het licht kunnen plaatsen van de bezetting en hoe je als mens reageert op zoiets als een bezetting door een wreed regime?

”De meeste mensen lieten zich met de stroom meedrijven” (de meeste mensen komen niet in verzet). “De onredelijke stilte van de wereld” (waar blijft de bevrijding). “Een morele plaag, die iedereen isoleerde en tot wederzijdse achterdocht leidde” (collaborateur of verzetsstrijder, niemand is te vertrouwen). “Toeschouwer blijven was niet meer mogelijk” (het onrecht is zo groot, passief blijven is verraad aan de eigen ziel). “Sanitaire brigades” (verzetsgroepen). “De pestbacil sterft nooit of verdwijnt niet voorgoed, dat hij jarenlang een sluimerend bestaan kan leiden in meubels en linnenkasten, dat hij zijn tijd beidt in slaapkamers, kelders, koffers en boekenkasten en dat er misschien een dag zou komen waarop hij, voor de verdoemenis én verlichting van mensen, zijn ratten weer op hitst en laat doodgaan in een gelukkige stad.” Een foute demonische ideologie blijft onder ons en wacht zijn tijd af om te herrijzen en ons weer in het verderf te storten.“Niets weerhoudt een pandemie ervan om uit te breken en als een zeis door onze zekerheden te gaan.” De bezetting van Frankrijk in de meidagen van 1940 ging als een zeis door de zekerheden van de Fransen. Niets was meer wat het leek. Zelfs de held van Verdun, Henri Philippe Benoni Omer Joseph (Philippe) Pétain bleek een verrader, een collaborateur die een dictatoriaal staatshoofd werd van het Vichy-Frankrijk en collaboreerde met Nazi-Duitsland.

Velen kijken nu naar de Coronapandemie als een totale verstoring van onze samenleving en onze zekerheden en die leidt tot een voor ons ongekende polarisatie.

De roman van Camus, kan ook nu allegorische vergelijkingen oproepen. De tegenstellingen in de samenleving komen steeds meer bovendrijven. Ook nu weten velen niet meer wat is waar of wat is echt en wie is betrouwbaar? Angst en eigenbelang trekken diepe sporen, ten tijde van de pest, ten tijde van de bezetting en ook nu.

 

 

Louis van der Kallen.



RIMPELING

 

    


| 28-12-2012 |

 

 

Wanneer het leven naar het einde loopt en de dood onafwendbaar zich aandient is het goed als de focus van een behandeling mag verschuiven van behandelen gericht op genezing of vertraging naar een comfortabel en vredig afscheid nemen. Verzoenen met het leven, ook je eigen leven, past daarbij. Afsluiten wat niet af te sluiten leek. Helen van oude, nog open, geestelijke wonden. Ruzies, soms decennia oude vetes, uitpraten of simpel elkaar weer ontmoeten en ze bijleggen. Ook in de schaduw van de dood kunnen nog zaken afgemaakt of opgelost worden. Dit inzicht kan troost bieden.

Soms is het van belang dat anderen daarbij hulp bieden. Enkele weken voor de dood van de ex- echtgenote van mijn broer kon ik een rol spelen bij een vorm van verzoening. Ze had het leven van mijn broer in een vechtscheiding van tientallen jaren stevig vergalt. Op verzoek van mijn nicht heb ik haar, vlak voor haar dood, een vorm van vrede kunnen laten sluiten met mijn broer. Hoe diep soms de pijn zit, je hebt een groot deel van het leven gedeeld en gezamenlijk een pracht van een kind op de wereld gezet. Gun elkaar een vredig afscheid van dit leven! Maar misschien nog belangrijker, met het vredige afscheid wordt dat ook voor hen die achterblijven wat draaglijker. Iedereen wil dat degene die afscheid neemt dat kan doen in vrede met zichzelf en het leven. Vredig inslapen is ook van belang voor hen die het verlies een plek in hun leven moeten geven.

Praten, praten, praten, kortom inzicht krijgen in het leven kan helpen de stervende zichzelf en anderen te vergeven en zich te verzoenen met het naderende einde. Voor sommigen is het geloof een anker waar zij zich ook op hun sterfbed op verlaten en zich aan vasthouden.

Mijn moeder gaf mij de wijze lessen mee. “Zorg dat je, op je sterfbed niet zal moet zeggen ‘had ik maar’. Wat je denkt dat je moet doen moet je op zijn minst geprobeerd hebben! Als je sterft moet je het gevoel hebben geleefd te hebben. Laat een rimpeling achter.” Dat is één van de redenen van de rimpelingen op de grafsteen van mijn Ank. Zij liet wel meer dan één rimpeling achter!    

Soms bevat het leven een verrassing. Ik ben veel ouder dan ik dacht te worden. Geboren in een gezin waar de grootouders al waren gaan hemelen. Mijn vader overleed toen ik acht was en moeder toen ik 16 was. “Wij worden geen 60” zei mijn moeder altijd, 45-55 is al mooi, de lengte van je leven doet er niet toe het gaat er om wat je met je leven doet en met wie jij je leven deelt. De kwaliteit van je leven is wat werkelijk telt.” Ik moest er wat van maken.

Cicely Saunders was een Engelse arts die van grote invloed is geweest op de totstandkoming van de moderne hospice. Eén van haar uitspraken was; “De deur van de hoop moet langzaam en voorzichtig worden dichtgedaan. Want valse hoop bied geen enkele troost.”

Ik onderschrijf die woorden. Mijn Ank kon in vrede afscheid nemen omdat ze wist dat ze van betekenis was geweest voor iedereen waarvan ze hield. Een betekenis die troost bood aan Ank en aan degenen die zij achterliet. Ik hoop dat meer stervenden zullen beseffen welke ‘rimpelingen’ zij achterlaten in de samenleving en bij hen die ze achterlaten. Aan toekomstige achterblijvers; laat ze dat weten, laat ze dat voelen!       

 

 

Louis van der Kallen.



OP NAAR DE ‘ROARING TWENTIES’

 

    


| 26-12-2012 |

 

 

In het boek Troost van Michael Ignatieff wordt ingegaan op Max Webers benadering van ‘de roeping’ als element van “Die Protestantische Ethik” en op Max Webers ontwikkeling in het denken over de ontwikkeling van de moderne wetenschap en wat dat betekende voor het denken van de moderne mens (anno circa 1919). Zo memoreerde hij in een lezing voor studenten dat hij het inmiddels eens was met Tolstoj dat ‘leven en dood voor een beschaafd mens al hun betekenis hebben verloren’. De moderne mens in onverzadigbaar. “Die laten zich een rad voor ogen draaien door de fabel van de vooruitgang en geloven daardoor dat het leven eindeloos kon worden verbeterd. In die zin hadden moderne mannen en vrouwen nooit ‘genoeg van het leven’”. Er was wel vooruitgang in kennis maar die had niet het vermogen te troosten. Maar dat was geen reden tot wanhoop: ze moesten in nederigheid hun wetenschappelijk werk doen en aanvaarden dat het geen blijvend nut had.

Met dit soort lezingen trok Weber volle zalen. Weber zwelgde in zijn sombere profetische uitspraken. Na de Duitse nederlaag in 1918 was Duitsland in chaos en wanhoop. Hij pleitte voor Sachligkeit (nuchter realisme en bescheidenheid).  Na de dood van Rosa Luxemburg en andere spartakisten tijdens de Spartacusopstand (januari 1919) was Weber van mening dat op allerlei fronten de op overtuigingen gebaseerde ethiek volledig was losgeslagen en verworden tot een zelfbegoocheling zonder oog voor de gevolgen of het verlies aan morele waarden. Er was naar zijn mening geen ethiek meer te vinden in de samenleving die uitging van verantwoordelijkheidsbesef of nuchtere gematigdheid of het vermogen de wereld te zien als die werkelijk was. 

In de donkere tijden van vlak na de Duitse nederlaag in 1918 sprak Weber zijn toehoorders moed in. Door te herhalen dat ook hij zijn ‘roeping’ had gevonden. Met een zekere opgetogenheid, gebaseerd op het idee van vooruitgang, wees hij hen er dan op dat: “Het mogelijke zou nooit zijn bereikt als niet mensen keer op keer hadden geprobeerd het onmogelijke te bereiken.”  Weber kwam tot het besef dat “elk mens het leven alleen aankan door zelf zijn doel in dat leven en ook [door] hoop te scheppen.” Dwing jezelf dus net als Weber je de vraag te stellen wat is mijn ‘roeping’ en hoe ben ik daartoe gekomen?

Webers bijna obsessieve belangstelling voor politiek kwam deels voort uit het feit dat hij zelf heel goed begreep welke verlokkingen daarbij speelden. Hang naar macht, ijdelheid, demagogie en zelfbegoocheling. Hij vond ook dat hij verantwoordelijkheid moest nemen om in die duistere tijden de jeugd te inspireren niet te vluchten in haat of te schuilen in illusies.

Ik zie nu ook duistere tijden. Ik zie dat velen zich laten verleiden tot demagogie om de macht te verkrijgen waarbij velen wel vluchten in haat en illusies. De korte termijn van het verkiezingsresultaat is belangrijker dan de langere termijneffecten op het geheel van de samenleving. Wat is dan de ‘roeping’ en het effect op het lot van gewone mensen. Bij steeds meer ‘politici’ zie ik een zelfbegoocheling van bijna olympische omvang. Ze zijn als goden op de Olympus en zijn vaak de echte meesters van de demagogie. Soms leidend tot een ‘massapsychose’ vaak gebaseerd op misinformatie. Hopelijk komen er na donkere tijden, net als die van na de eerste wereldoorlog, er weer ‘roaring twenties’ met vernieuwing en het vrolijke, genietende leven!     

 

 

Louis van der Kallen.