BERGEN (IN DE TOEKOMST)?

 

    


| 29-09-2020 |

 

Soms vraag ik mij af, of wij we in het verleden inspiratie zouden kunnen vinden voor de bestuurlijke toekomst van Bergen op Zoom. Toen de heerlijkheid Bergen op Zoom eind 13e  eeuw ontstond, waren er een fors aantal verbonden ambtsgebieden. Grofweg bestond de heerlijkheid uit: De Poorterij van Bergen op Zoom, Halsteren, Rubeere, Noordland, Noordgeest, Zuidland, Moerstrate, Wouw, Zegge, Rucphen, Voornseinde, Zuidgeest en Putte. In deze gebieden had de Heer van Bergen op Zoom de rechtsmacht in alle graden. Ook vielen de woeste, niet ontgonnen gronden onder zijn macht en volledige bevoegdheden. Beperkt onder zijn rechtsmacht vielen de gebieden waar een leenheer functioneerde, zoals de Heren van Boudenspolder, Beijmoeren, Hildernisse, Woensdrecht, Hoogerheide en Ossendrecht. Huijbergen werd kerkelijk bestuurd.    

In daaropvolgende eeuwen breidde de macht van de Heren van Bergen op Zoom zich geleidelijk uit. Vooral door aankopen, ontginningen en inpolderingen. De leengoederen werden met uitzondering van Ossendrecht en Hoogerheide opgeheven en vielen eind achttiende eeuw volledig onder de bevoegdheden van de Heren van Bergen op Zoom. Door ontwikkelingen en inpolderingen waren  eind achttiende eeuw de volgende gebieden deel gaan uitmaken van de heerlijkheid: Oud- en Nieuw Beijmoer, Auvergne en Oud Glymes, Heijningen, Fijnaart, Standaardbuiten, Oudenbosch, Nieuw en Oud Gastel.  Huijbergen, de St Maartenspolder en Hoeven werden deels kerkelijk bestuurd.

Van het westelijke deel van Noord-Brabant vielen alleen Willemstad, Prinsenland, Steenbergen, Vossemeer en Roosendaal niet in het Markizaat.

Met gebieden buiten de heerlijkheid bestonden wel relaties; zo was Woensdrecht gekocht van de Heren van Kruiningen. Er werden leenrechten afgekocht die onder het Zeeuwse leenrecht vielen (Hildernisse, de heer Boudenspolder, Oud- en Nieuw Beijmoer). Ook werden regelingen getroffen rond Hertogelijke enclaves zoals onder Wouw, Heerle en Borgvliet.

In de zeventiende eeuw kende de heerlijkheid in haar rechtsgebieden een tiental rentmeesterschappen: Halsteren, stad en Vierschaar, Wouw, Zuidkwartier (globaal wat nu de gemeente Woensdrecht is), Oostkwartier (globaal de gebieden Oud-Gastel, Oudenbosch, Rucphen, Voornseinde, Hoeven en de St Maartenspolder), Heer Jansland (Nieuw Gastel), Standaardbuiten, Fijnaart, Ruigenhil (Willemstad) en Heijningen.

Geld en gewenste bestuurskracht waren de drijvende kracht achter de uitbreidingen. Zaken gingen gewoon beter als ze centraal en éénduidig worden aangestuurd.

Ten tijden van de Bataafse Republiek (1795-1806) vervielen de feodale bestuursvormen en werden dorpen en steden – naar Frans voorbeeld –  gelijkgesteld in de nieuwe bestuursvorm van gemeenten. In de Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1 mei 1798 werd bepaald dat deze gemeenten administratieve eenheden waren met uitvoerende taken. In de Staatsregeling (1801) werd de zelfstandigheid van gemeenten erkend en kregen ze de bevoegdheden om zelf het plaatselijke bestuur in te richten. Alle dorpen die deel uitmaakten van de Heerlijkheid werden zelfstandig. Bestuurlijk een enorme versnippering. Misschien wordt het tijd om oude tijden te laten herleven. Maar nu wel met de gebieden die er buiten vielen zoals o.a. Steenbergen en Roosendaal. Breda als buur lijkt mij wel wat. Dan zijn we ook van een heleboel gemeenschappelijke regelingen af.

Ik ben benieuwd wat Jan metten Lippen ( Jan II van Glymes) van mijn gedachtespinsels gevonden zou hebben.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-bergen-in-de-toekomst/

 

Louis van der Kallen.


    

GEWETEN

 

    


| 21-09-2020 |

 

Ik verbaas mij steeds vaker over wat ik allemaal waarneem in deze wereld. Het lijkt wel of logische normen en waarden er niet meer toe doen. Ik schreef eerder (2017) over de veranderingen bij bondgenoten en wat dat zou kunnen betekenen voor onze bondgenootschappelijke relaties met hen. Van dankbaarheid voor de bevrijding tot bewustwording van de manco’s in hun normen en waarden. Ik schreef in april 2019 over het gebrek aan moreel leiderschap en in datzelfde jaar schreef ik over de moderne wereld die welvaart en materieel bezit boven welzijn stelt.  In juli van dit jaar schreef ik over de veranderende normen en hoe de oude Grieken bij de morele beoordeling van  een regime keken naar de waarde van moraliteit en de balans tussen volk en regerende klasse.

De afgelopen weken viel mij een drietal zaken op dat de vraag opriep: welke rol speelt het eigen geweten nog,  is er in de (politieke) samenleving nog een zedelijk bewustzijn?

  • De leugenachtigheid van een ‘wereldleider’;
  • De populariteit van een nu overleden lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof (the ‘notorious’). In Nederland vermoed ik dat nog geen 1% van de bevolking een naam zou kunnen noemen van een lid van onze Hoge Raad. Voor mij kan een Hooggerechtshof alleen haar, in mijn ogen, noodzakelijke morele gezag handhaven als zij volstrekt apolitiek is. Daar past bekendheid en populariteit niet bij!;
  • In eigen land trof mij de krantenkop “Kan een officier van justitie vrijwilligerswerk doen?”. Ik vond het een rare vraag. Natuurlijk kan dat en het is zelfs gewenst om een goed contact en begrip te hebben met de samenleving. De krantenkop had kunnen luiden “Kan een officier van justitie een zaak doen waarbij hij of zij persoonlijke betrokkenheid ervaart?”. Mijn antwoord; nee dan kan niet! Zelfs de schijn van belangenverstrengeling dient vermeden te worden. Dat schrijft ieder integriteitsprotocol, dat ik ken, voor!

Als ik twijfel ervaar over de betekenis van woorden of begrippen pak ik graag terug op oude, niet door de moderne tijd of door andere culturen bedorven boeken. Langgeleden hebben Ank en Ik het “Woordenboek der Nederlandsche taal” (WNT) gekocht. Samengesteld tussen 1871 en 1887 en gepresenteerd in 1887 op het 20ste Taal- en Letterkundig congres te Amsterdam. Bijna twee meter verklaringen van Nederlandse woorden.   

Daaruit leer ik dat, er een verwantschap is tussen geweten en weten waarvan het voltooide deelwoord ook: geweten is. Maar geweten in de betekenis van: bewustzijn van goed en kwaad is niet hetzelfde als het voltooide deelwoord. “Het spreekt echter van zelf, dat geweten den invloed van conscientia (bewustzijn) heeft ondergaan met geweten in den zin van met medeweten (WNT)”. De betekenis met betrekking van de kennis van goed en kwaad is relatief jong vermoedelijk ontstaan in de 17e eeuw. Geweten blijkt ook een meer Noordnederlands woord te zijn. Vlaamse en Zeeuwse schrijvers gebruik(t)en vaker het woord gewisse dat ook in Vondel’s Gijsbrecht nog voorkomt “ick heb een rein gewisse”.

Soms zou ik de ‘leiders’ van deze wereld om met Vondel te spreken; “zoo strafwaerdigh zy, als vernuftelozen, onder schijn van hun bezwaert geweten t’ ontlasten, haer uitroocken”.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-geweten/

 

Louis van der Kallen.


    

RECHTVAARDIG?

 

    


| 16-09-2020 |

 

De bijstand wordt geacht een vangnet te zijn van waaruit de ontvangers geacht worden zich weer uit omhoog te trekken naar een positie dat zij – ook financieel – weer voor zichzelf kunnen zorgen. Daartoe zijn er allerlei plannen bedacht om de bijstandtrekkers te helpen weer financieel zelfstandig te worden.

Zo worden en werden uitkeringstrekkers gestimuleerd ondernemingen op te zetten en maatschappelijk te participeren bijvoorbeeld met behulp van een stichting structuur. Dat klinkt logisch, rechtvaardig en verstandig. Helder is ook dat de weg van uitkeringstrekker naar succesvol ondernemerschap lang en grillig kan zijn. Niet ieder ondernemingsplan of ideaal leidt snel tot het zo gewenste succes. Zeker in een tijd van razendsnel oplopende werkloosheidscijfers en toenemende armoede is het mooi als mensen een start proberen te maken met een (nieuwe) onderneming of stichting om daarmee iets te betekenen voor zichzelf en de samenleving.  

Het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (BBZ) is voor menig beginnend ondernemer een mijnenveld. Zo blijkt een marginale zelfstandige geen zelfstandige als bedoeld in het BBZ. Marginaal zelfstandigen zijn zelfstandigen die slechts een bescheiden inkomen genereren uit hun bedrijfje. Feitelijk kan een sociale dienst je op enig moment en soms zelfs al bij de start tot marginaal zelfstandige verklaren. De gevolgen zijn groot en buitengewoon ontmoedigend als je probeert je financieel en mentaal uit de armoede van de bijstand te verheffen. Sterker nog: je wordt verder in de armoede gedrukt.

Dat het netto inkomen wat een zelfstandige genereert geheel of grotendeels gekort wordt op de uitkering snapt iedereen en vindt iedereen logisch. Als je tot marginaal zelfstandige door de sociale dienst wordt verklaard wordt niet je netto inkomen verkregen uit je bedrijfje gekort op je uitkering, maar het gehele inkomen. “Bij de vaststelling van het in aanmerking te nemen inkomen is geen ruimte voor verrekening van verwervingskosten. Directe en indirecte bedrijfskosten blijven in beginsel dus buiten beschouwing en worden niet op de inkomsten in mindering gebracht.” “Alle eigen inkomsten van bijstandsgerechtigden, waaronder begrepen worden de inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten dienen in beginsel voor 100% in mindering te worden gebracht op de van toepassing zijnde bijstandsnorm.” Aldus Centrale Raad van Beroep uitspraken.

Dit betekent concreet dat als je tot een marginale zelfstandige wordt verklaard door de sociale dienst je kosten als inkoop, porto, verpakking en bankkosten vaak niet verrekend kunnen worden om te komen tot het netto inkomen. Je wordt dan voor de volle 100 % van de omzet gekort op je uitkering. Hoe ‘geweldig’ helpt de wetgever de uitkeringstrekker om uit de armoede te komen. Je wordt er feitelijk als marginale zelfstandige verder in gedrukt. Tijd voor verandering. Tijd voor echte hulp. Tijd voor rechtvaardigheid!  

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-rechtvaardig/

 

Louis van der Kallen.


    

DE ÉÉN ZIJN DOOD

 

    


| 25-08-2020 |

 

Als iemand overlijdt, is dat een verlies voor zijn omgeving en een verlies aan alles wat in zijn of haar brein is opgeslagen. Maar het betekent ook vaak dat zijn nalatenschap anderen inspireert. Soms is het omdat in een in memoriam zijn of haar werk weer wordt belicht en soms is het omdat de feitelijke, materiële nalatenschap een ‘nieuw leven’ krijgt. Zo hebben vanuit de nalatenschap van de oud-archivaris van Bergen op Zoom Willem van Ham mij een aantal documenten en boeken bereikt die mij aanzetten tot nader onderzoek en beschouwingen naar de waterschapgeschiedenis van onze West-Brabantse regio.
In de stukken die ik uit de nalatenschap ‘Van Ham’ heb mogen ontvangen zaten twee A’4-tjes, vermoedelijk in de jaren vijftig zestig van de vorige eeuw met de typemachine aan beide zijden beschreven en aangevuld met de vulpen. De A’4-tjes bevatten gegevens omtrent de ontwikkeling van de tarieven van meer dan 150 regionale waterschappen over de periode 1914- 1955.
 
Bij de ruim 150 waterschappen op de “Van Ham A’4-tjes” zaten veel namen die ik niet direct kon thuisbrengen. De tarieven verschilden enorm. In 1955 kwam je tarieven tegen van 54 cent per hectare (Brabantse Biesbosch) tot 65 gulden per hectare (Hogerwaard, op de grens van Noord-Brabant en Zeeland). Ook binnen gemeenten konden de tarieven per hectare enorm verschillen. Als voorbeeld de gemeente Bergen op Zoom. Voor waterschap De Zoom 66 cent, voor waterschap De Augusta 12,88 gulden en voor waterschap De Gertruidapolder 50 gulden per hectare.
 
Niet altijd is nu goed te duiden wat dit soort verschillen veroorzaakte. In 1955 waren de meeste waterschappen echte polders. Het grootste deel van de hoge zandgronden waren nog niet gebracht onder waterschapbeheer.
 
Wat ook verbaasde, is het verloop van de tarieven tussen 1914 en 1955. We komen stijgingen tegen van circa 2200 procent (van 0,12 naar 2,63 gulden per hectare) bij het waterschap de Bovenmark. Maar ook een prijsdalingen zoals van bijvoorbeeld 10 % bij het waterschap Vliert en Ertveld (van 22,53 naar 20,45 gulden per hectare). In 40 jaar een daling van het tarief.
 
Wat nieuwsgierig maakt, is hoe bij fusies de prijsverschillen werden verwerkt. Wat ik graag zou weten, is hoe dat bijvoorbeeld is gegaan bij de vorming van het waterschap de Agger in 1988 waar 13 waterschappen werden samengevoegd tot één nieuw De Agger. De tarieven verschilden in 1955 nog enorm van 0,66 (de Zoom) en 1,00 gulden ( Noordkil van Ossendrecht) als twee laagste tot de 11 andere waterschappen die tarieven hadden tussen de 12,88 (de Augusta) tot 45,25 gulden per hectare (De Zuidpolder onder Ossendrecht). Natuurlijk waren de tarieven in 1988 tijdens de fusie vast anders dan in 1955. Maar de verschillen zullen in 1988 nog steeds groot geweest zijn.
 
Als raadslid maak ik met regelmaat discussies mee over de verschillende tarieven bij verschillende gemeenten. Zeker als bijvoorbeeld weer een vergelijkend onderzoek de media heeft gehaald. Dan wordt over een verschil van 20 % al politiek kabaal gemaakt. In de wereld van de waterschappen is sinds de jaren vijftig het aantal waterschappen door fusies verminderd van circa 2500 (1950) naar 21 nu. Daarbij halveerden soms de tarieven van samengevoegde waterschappen. De desbetreffende boeren en burgers waren blij, maar tegelijkertijd verveelvoudigden voor anderen bij die fusie de tarieven.
 
Ik denk dat toen het waterschap de Zoom en het waterschap de Noordkil opgingen in De Agger in 1988, de boeren en grondeigenaren in het waterschap de Zoom misschien wel tien keer meer gingen betalen terwijl die van Waterschap de Zuidpolder hun tarieven zagen halveren. Destijds zagen we geen tractors oprukken naar de gemeentehuizen of het provinciehuis.
 
Ik ben benieuwd hoe de burgers en bedrijven van Steenbergen en Woensdrecht zullen reageren als er een gemeentelijke herindeling komt waarbij bijvoorbeeld de gemeenten Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht samengevoegd worden en zij de aanslagbiljetten zien van de nieuwe Brabantse Wal-gemeente. Van die van Bergen weet ik het wel. Die trekken dan een fleske open. Boeren en grondeigenaren zijn vermoedelijk anders dan burgers! Of zou het komen dat in 1988 de waterschappen nog boerenrepublieken waren en het bestuur hooguit een enkele politicus zoals ik bevatte? Of waren de boeren van toen solidair met elkaar en zouden burgers daar nog iets van kunnen leren?
 
Interesse in de stamboom (meer dan 230 rechtsvoorgangers) van het waterschap Brabantse Delta er uit zie. Kijk dan eens op: Stamboom
Probeer eens de in dit stuk genoemde waterschappen te lokaliseren. Bij drie gaat dat niet lukken want die liggen buiten het werkgebied van de Brabantse Delta.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-de-een-zijn-dood/

 

Louis van der Kallen.


    

DE TOEKOMST VAN ONS ZOETWATER

 

    


| 15-08-2020 |

 

De afgelopen 18 jaar heb ik veel geschreven over de (voorgenomen) verzilting van het Volkerak/Zoommeer. Voor de liefhebber kijk het dossier maar eens door (www.onswater.com). Wat politici zeker eens zouden moeten lezen, is mijn afscheidsrede in de Staten van Brabant over dit onderwerp d.d. 23 juni 2003 over de toen geagendeerde Integrale Visie Deltawateren. Veel van wat ik toen zei, is reeds uitgekomen. De toenemende droogteperiodes, de zoetwatertekorten, de toenemende verzilting, het lijkt allemaal nieuw maar is het niet. Het is voorspeld en het zal verder toenemen. Het is tijd voor een gedegen heroverweging van het totale waterbeleid in onze delta.
 
Zoete Zeeuwse meren vormden de gouden belofte van de Deltawerken voor de zoetwatervoorziening van Zeeland en West-Brabant. De plannen werden aangepast toen werd besloten de stormvloedkering in de Oosterschelde aan te leggen. Door de slechte waterkwaliteit van de Rijn werd de verzoeting van het Grevelingenmeer uitgesteld en uiteindelijk afgeblazen. Zo werden de Zeeuwse wateren – die altijd de doorvoer van zoet rivierwater kenden – zouter dan ooit.
 
De Grevelingen kan nog altijd verzoet worden. Door de voortschrijdende verzilting en de steeds drogere zomers wordt de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland als maar kleiner. Het kan anders! Het Grevelingenmeer is in te richten als zoetwaterbuffer. Nu is het de tijd voor een heroverweging van de totale herinrichting van de Delta.
 
Een andere inrichting van het gebied, te beginnen met herstel van de afvoer van rivierwater door Volkerak/Zoommeer/Grevelingensysteem, kan de kwaliteitsproblemen (blauwalgen, zuurstofloosheid in de diepere delen) grotendeels oplossen. De verbinding maken door de Grevelingendam is in strijd met de Natura 2000-status van het Grevelingenmeer. Gezien de zeer slechte kwaliteit van het Grevelingenmeer is deze Natura 2000-status feitelijk zonder betekenis. Het Grevelingenmeer is geen natuur van een ‘buitengewoon Europees belang’. De aan de status verbonden instandhoudingsdoelen zijn volstrekt onhaalbaar! Tijd dus voor een aanpassing.
 
Dus terug naar natuurlijke processen en naar maatregelen voor klimaatbestendigheid en naar het benutten van kansen om te komen tot zoet/zoutovergangen en een meer estuariën milieu.
 
De geleidelijke verzoeting van het Grevelingenmeer is van groot belang in de strijd tegen de verzilting waarbij het meer zich kan ontwikkelen naar het oorspronkelijke doel van de Deltawerken: een zoet milieu. De landbouw op Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee kan daarvan profijt hebben. Nu de voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer op een route ligt naar afstel wordt het tijd verzoeting van het Grevelingenmeer te overwegen. Zeker nu er ook steeds meer geluiden komen om ook de toekomst van de Oosterschelde te gaan bekijken in het licht van de mogelijke gevolgen van de zeespiegelstijging en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de stormvloedkering. Misschien wordt dat tussen nu en 50 tot 75 jaar wel een vaste dam.
 
In het licht van de waterveiligheid, riviernoodberging, waterkwaliteit, verzilting en de zoetwatervoorziening is het nu de tijd om met andere ogen naar onze delta te gaan kijken.

https://kijkopbergenopzoom.nlhttps://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-nadenken-over-onze-zoetwatertoekomst//opinie-terug-naar-de-middeleeuwen/

 

Louis van der Kallen.


    

TERUG NAAR DE MIDDELEEUWEN

 

    


| 07-08-2020 |

 

In de middeleeuwen werden onze straten door veel mensen gebruikt als beerputten. Afval, pispot inhouden wel of niet gevuld met vaste bestanddelen werden op straat gedumpt. Nu lijkt het vaak niet anders. Veel klachten die mij als raadslid bereiken gaan over zwerfafval, hondenuitwerpselen en slecht (groen) onderhoud/onkruid.

In het boekje “Bestuur en Rechtspraak” in 1976 uitgegeven door de gemeente Bergen op Zoom geschreven door onze oud-gemeentearchivaris Willem van Ham is te vinden dat in 1314 eenieder verplicht werd de straat voor zijn huis schoon te houden. Gezien de huidige bezuinigingen en het verpauperende staatbeeld lijkt het mij geen slecht idee dat opnieuw in te voeren waarbij buren verplicht worden het over te nemen als mensen wegens lichamelijke beperkingen in gebreke blijven. Of moet het per straat, via een aan te wijzen straatmeester, geregeld worden (de Chinese methode). Afval en onkruiden en straatmest waren toen de punten van zorg. Straatmest ophalen werd in 1479 geregeld. Hoewel straatmest nu overwegend door honden wordt gedeponeerd blijkt de daardoor veroorzaakte ergernis nog steeds een reden om gemeenteraadsleden er voor te benaderen.

Wat omstreeks die tijd ook door de lokale overheid geregeld werd was de gegarandeerde aanwezigheid van een ‘medische’ voorziening. Ook daar begint er pijn te ontstaan. De afgelopen vier jaren ben ik, als raadslid, door 11 burgers benaderd die geen huisarts konden vinden die hen in zijn of haar praktijk wilde inschrijven. In de middeleeuwen nam de gemeente Bergen op Zoom een eigen medicus in dienst. “Hij had de verplichting om ieder zonder uitstel te helpen.” Niks geen wachtlijst dus! Om de functie, het ambt, aantrekkelijk te maken kreeg hij “een tabbaardlaken van dezelfde kwaliteit als de heren magistraat”. De taak van deze geleerde heer was uitsluitend de diagnose.

Het vuile medische werk werd gedaan door chirurgijns of heelmeesters (barbiers en/of caféhouders). Ook de versterking van geneesmiddelen was gereglementeerd via het gilde van de ‘Meerse’ de kleinhandelaars waarin de kruideniers voor de middelen zorgden.

Ook konden gemeenten vanwege allerlei ziekten lokale beperkingen opleggen en afdwingen. “De registers wemelden van de bepalingen om ziekten te voorkomen of de verspreiding daarvan te beperken.” Zo kon er ook een pestmeester of een speciale vroedvrouw voor besmette vrouwen benoemd worden.

Qua straatbeeld beginnen we langzaam de middeleeuwen te benaderen. Als het over de noodzaak gaat regels te stellen en te handhaven ook. Nu nog de bevoegdheden terug en het geld (of de rechten om gepaste belastingen te heffen) om zaken medisch eigentijds maar procedureel zoals in de middeleeuwen te regelen. Waar is de ‘heer van Berge’ om de passende bevoegdheden bij de ‘landheer’ te regelen?

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-terug-naar-de-middeleeuwen/

 

Louis van der Kallen.


    

GENERALITEITSLAND

 

    


| 03-08-2020 |

 

Veel van wat vandaag de dag gebeurt, kent vaak oude parallellen. Mijn analyse over de plannen met bijvoorbeeld het Volkerak-Zoommeer van de regering is dat Den Haag wel zijn oren laat hangen naar de Zeeuwse belangen maar dat de West-Brabantse belangen onderbelicht blijven omdat West-Brabant lang een Generaliteitsland was dat toen bestuurd werd vanuit Den Haag door de Generale Staten van de Zeven Provinciën. En nu gebeurt dit vaak door bestuurders afkomstig uit het dominante westen van ons land of door eigen bestuurders die de gedweeheid van hun voorgeslacht nog niet hebben afgeworpen. E. Härtel omschreef het in “Bergen op Zoom, proeve van een sociaalgeografische stadsanalyse” als volgt: “Het resultaat van de vorming van grotere politieke eenheden en het optreden van de scheuring in de Nederlanden was er mede oorzaak van, dat Bergen op Zoom aan de periferie van het vrije noordelijke deel kwam te liggen en dat Bergen op Zoom als vestingstad belangrijk werd. Bovendien was Bergen op Zoom en haar omgeving een deel geworden van het Generaliteitsland, het door de Republiek geëxploiteerde gebied, dat van veel rechten verstoken was en zware lasten moest dragen.”

Het gegeven Generaliteitsland te zijn speelde keer op keer op bij conflicten over rechten. Als voorbeeld de eeuwen durende discussies over de visrechten tussen Thoolse en Bergse vissers in het gebied van het verdronken land van Reymerswael. Een deel van de vissers die de overstromingen op Reymerswael overleefde, had zich in Tholen gevestigd en een ander deel in Bergen op Zoom. Wie had de visrechten geërfd Bergen op Zoom of Tholen was de vraag? Tholen beschikte als stemhebbende in de Staten van Zeeland, één der belangrijkste en rijkste gewesten in de Republiek, uiteindelijk over meer macht dan een stad in het Generaliteitsland. “Het resultaat was, dat Zeeland Bergen op Zoom, “van veele visserijen” beroofde, zoals het in 1778 heette“, aldus E. Härtel.

Met de val van Antwerpen in 1585 kam er een einde aan de Brabantse inspraak in het landsbestuur. Er werden ondanks herhaalde verzoeken geen Brabantse vertegenwoordigers meer toegelaten tot de Staten-Generaal. We werden formeel bezet gebied. Bezet door het militair gezag van de stadhouder en de Raad van State. Dat Breda zich bij de Unie van Utrecht had aangesloten en Bergen op Zoom keer op keer voor de zeven provinciën de Spaanse Furie doorstond, was voor de Republiek relevant genoeg. Staats Brabant mocht zich zelf niet regeren en werd vanuit Den Haag geregeerd. Meer dan 200 jaar bezetting. Recht op compensatie? Pas in 1796 mochten Brabanders weer aansluiten met een eigen vertegenwoordiging in de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. De Fransen die ons in 1747 nog met de grond gelijk maakten, werden feitelijk in 1796 de bevrijders van Noord-Brabant.

Hoewel Noord-Brabant zich sinds ruim twee eeuwen formeel zelf mag besturen, heb ik vaak het gevoel dat onze belangen nog steeds ondergeschikt zijn aan die van de Randstad en soms ook aan die van Zeeland. Zeeland dreigt weer het beste weg te komen met een Rijksbesluit over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Zij krijgen met de verzilting vooral de baten, zoals de uitbreiding van de schelpdierteelt en de toeristisch uitbreidingen in de vorm van jachthavens. West-Brabant betaalt als het doorgaat de hoofdprijs: dit gebied verdwijnt achter de sluizen, verliest veel zoetwaterinlaten, gaat verzilten en dient het water te bergen om de Randstad droog te houden. Voor mijn gevoel denken ze in Zeeland en de Randstad dat West-Brabant er alleen is om doorheen te rijden. De geest van de oude Staten Generaal, die ons als Generaliteitsland bestuurde, waart nog steeds rond in de bestuurskamers van Den Haag.

De door het Rijk gebruikte symbolen van de staatsmacht bevestigen nog steeds de achterstelling van de (voormalige) Generaliteitslanden. Toen de Nederlanden in opstand kwamen tegen de Spaanse Kroon had de leeuw in het Rijkszegel zeventien gebundelde pijlen in de rechter voorklauw als symbolen voor de zeventien Verenigde Nederlanden. Het bij Koninklijk Besluit van 23 april 1980 hernieuwde Rijkswapen wordt in Artikel 1 als volgt omschreven:
“Het wapen, dat door het Koninkrijk der Nederlanden, zowel als door Ons en Onze opvolgers, Koningen der Nederlanden, zal worden gevoerd, is: in azuur, bezaaid met blokjes van goud, een leeuw van goud, gekroond met een kroon van drie bladeren en twee parelpunten van hetzelfde, getongd en genageld van keel, in de rechter voorklauw opgeheven houdende in schuinlinkse stand een zwaard van zilver met gevest van goud en in de linker- een bundel van zeven pijlen van zilver met punten van goud, de pijlen tezamen gebonden met een lint mede van goud.

Het is helder buiten de zeven “provinciën” van de Republiek is de rest in het Koninkrijk nog steeds van ondergeschikt belang! De ‘macht’ dat zijn de zeven!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-generaliteitsland/

 

Louis van der Kallen.


    

DE CORONAWET

 

    


| 21-07-2020 |

 

Ik ben een oude man die hecht aan tradities die wezenlijk zijn voor wie wij Nederlanders zijn. Nederland is vanaf zijn ontstaan een baken in de wereld geweest voor vrijheid en democratie. Het ‘Plakkaat van Verlatinge’ dat op 26 juli 1581 door de Staten-Generaal is bekrachtigd, heeft als bron gediend bij de totstandkoming van vele democratische constituties en onafhankelijkheidsverklaringen. Belangrijke elementen in de Amerikaanse Declaration of Independance (1776) en de Franse Déclaration des Droits de l’homme et de Citoyen (1789) zijn direct herleidbaar tot het ‘Plakkaat van Verlatinge’.

Voor mij is de kern van het ‘Plakkaat van Verlatinge’ de zin waarin, vrij vertaald, gesteld wordt dat de macht van de staat (toen een vorst) gericht is op het welzijn van zijn onderdanen zonder deze onderdanen tot zijn volgzame slaaf te maken.

Voor de liefhebber de originele tekst uit het ‘Plakkaat van Verlatinge’: “een Prince vanden Lande van God gestelt is hooft ouer zijne ondersaten, om de selue te bewaren ende beschermen van alle onghelijck, ouerlast ende ghewelt, gelijck een herder tot bewaernisse ende bescherminghe van zijne schapen: Ende dat d’ondersaten niet en zijn van God geschapen tot behoef vanden Prince, om hem in als wat hij beveelt, weder het godelyck oft ongodelyck, recht oft onrecht is, onderdanich te wesen, ende als slauen te dienen.” Of in hedendaags Nederlands: ‘een vorst is aangesteld tot hoofd van zijn onderdanen om hen onder zijn hoede te nemen en te beschermen, zoals een herder zijn schapen beschermt, en de onderdanen zijn niet geschapen ten behoeve van de vorst om hem in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en als slaaf te dienen.’

Het voorstel voor de nieuwe coronawet is wat mij betreft een buitengewoon en controversieel wetsontwerp waarvan de Raad van State in een ongebruikelijk harde reactie zegt nog altijd niet tevreden te zijn. De minister van volksgezondheid blijft in deze wet bevoegd om in bijzondere gevallen het stelsel van noodverordeningen in werking te stellen. Volgens de Raad van State is dat na invoering van de wet ‘niet meer nodig en wenselijk’.

De Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans spreekt van ‘decretenbestuur’. Deze regering maakt zichzelf met deze wet tot een absoluut vorst die met deze coronawet per decreet kan gaan besturen. Voor mij is dit in strijd met de basis van de Nederlandse wettelijke tradities geformuleerd in ‘Plakkaat van Verlatinge’. Het volk is ‘vry onverveert’ en gewend ‘die tyranny [te] verdrijven’ die het tracht te overheersen.

De coronawet past, naar mijn inzicht niet in de Nederlandse tradities van vrijheid in gebondenheid. Noch in die van een overheid die de vrijheden van haar volk respecteert. Decreten die vrijheden beperken zijn on-Nederlands!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-de-coronawet/

 

Louis van der Kallen.


    

LEVE HET GEBREK AAN KENNIS

 

    


| 14-07-2020 |

 

Er komt een wijziging van de kieswet aan. “De kiezer bepaalt straks de ranglijst. Kandidaten van politieke partijen met een eigen specialisme of achterban krijgen meer kans om gekozen te worden. Door een wijziging van het kiesstelsel vervalt de voorkeursdrempel bij alle verkiezingen, met uitzondering van die voor de Eerste Kamer. De wetswijziging moet de kloof tussen kiezer en gekozene dichten.” Aldus de Volkskrant van 1 juli 2020.

Soms vraag ik mij af waarom het lijkt of ik leef in een totaal andere wereld dan de andere mensen die actief zijn in de politiek bestuurlijke wereld. Hoe kan iemand (een minister) met droge ogen beweren dat kandidaten met een “eigen specialisme” meer kans krijgen om gekozen te worden? Het tegendeel is waar. Als gevolg van de verlaging van de voorkeursdrempel in 1998 van 50 % naar 25 % heb ik veel van de specialisten uit de gemeenteraden zien verdwijnen. Met een specialisme als ‘financiën’ haal je geen stemmen. Met een specialisme ‘ruimtelijke ordening’ (RO) ook niet. Dat zijn geen specialismen die de kiezer aanspreken. Mensen met dat soort ‘specialismen’ zijn gemiddeld niet de meest toegankelijke figuren. Het zijn boekenwurmen of dossiervreters. Met vaak ook nog min of meer autistische trekjes. Wilden partijen dat soort specialismen in huis halen dan werden ze normaliter hoog op de lijst gezet zodat ze op de slippen van de lijsttrekker in de raad konden komen. Na 1998 verdwenen ze en mochten hooguit als ongekozen burgerleden terugkeren. Meestal afgeschept met een schamele vergoeding. Kortom de alfa’s de toffe jongens en meisjes die populair zijn door een enkele actie of hip waren op de carnavalsvereniging, voetbal-, hockey-, tennisclub, kerk of moskee werden gekozen. Met meestal niet meer dan wat basiskennis en geen idee van financiën of ruimtelijke ordening. Het gevolg was dat de gemeenteraden steeds minder kennis hebben van zaken die voor het gemeentelijk bestuur belangrijk zijn. Ik schreef eerder het artikel “WAAROM GAAT HET FOUT? ALFA’S!!!!!”.

Bergen op Zoom heeft zo’n raad. Vol met jongens en meisjes die met voorkeurstemmen gekozen zijn. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezing haalde één partij negen zetels, waarvan slechts één lid niet met voorkeurstemmen werd gekozen. Gevolg een fractie van negen zonder een financiële of een ruimtelijke ordening-specialist en zelfs niemand die het sociaal domein beheerst. Gevolg: puinhoop. Genoeg ego’s maar nauwelijks relevante kennis van voor een gemeente cruciale zaken in de veruit grootste fractie!

Dat was vroeger anders: de grotere partijen stelden bewust een lijst zodanig op dat zoveel mogelijk specialismen in een fractie vertegenwoordigd waren. Na 1998 bleken de voorkeursstemmen steeds meer doorslaggevend. Nu wil men de drempel geheel laten verdwijnen. Dit zal betekenen dat de laatste kennisdragers, zeker die met autistische trekjes zullen verdwijnen. Zij, de dossiervreters, zijn immers niet de stemmentrekkers. Ben ik nu de enige die dit ziet? Of wil de landsregering juist af van de mensen die dossiers nog wel kunnen doorgronden en hen met ‘lastige’ vragen proberen te controleren?

Kennisdragers in de controlerende organen zoals de gemeenteraad, provinciale staten of de Tweede Kamer zijn te lastig. “Weg ermee schijnt” het adagium te zijn. En wat is mooier om die zuivering te framen met de kreet “het verlaagt de kloof tussen kiezer en gekozene”? Wie kan daar nou tegen zijn?

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-leve-het-gebrek-aan-kennis/

 

Louis van der Kallen.


    

MOEILIJK, MOEILIJK

 

    


| 04-07-2020 |

 

Het ‘probleem’ van ons mooie Berge is het jarenlange falen van het openbaar bestuur. Een falen dat uiteindelijk is ingebouwd in de keuzes die kiezers maken en hebben gemaakt. Hoe je het ook wendt of keert: de ‘kiezer’ was en is de baas. Zijn of haar stem hebben Bergen op Zoom mede gebracht waar het nu staat.

We hebben een hopeloos versplinterde raad en een raad met weinig kwaliteit. De raad kent veel alfa’s en leden met narcistische trekjes. Wordt dit artikel er een van zelfbevuiling? Als het nodig is wel.

Laat ik de raad eens schetsen. De grootste fractie was direct na de verkiezingen op één persoon na volledig met voorkeursstemmen gekozen. En bevatte twee generalisten (de fractievoorzitter en de politiek leider die snel wethouder werd) en verder niemand die zichtbaar uitblonk in een specialisme.

De tweede partij in grootte is één van de twee partijen die een gewogen samenstelling had. Van generalisten en specialisten. Zij kregen van mij qua kwaliteit een echte voldoende. Maar al snel veranderde de partij van karakter toen de enige echte liberaal in de hoek werd gezet. En de partij veranderde in een conservatieve club die nu met het focusakkoord een puur conservatieve koers kan gaan varen van een kleine op privatisering gerichte overheid. De echte liberaal behoort nu tot de vijf kleine fracties (waaronder ook mijn BSD) die feitelijk slechts dienen als omlijsting. Getalsmatig volstrekt onbetekenend en inhoudelijk niet op alle fronten van betekenis.

De op twee na grootste partij komt door het gedrag van haar partijleider niet meer uit de marges van de Bergse politiek. Daar kan en wil vermoedelijk niemand meer mee samenwerken omdat afspraken lijken te gelden tot de deur van de kamer waar ze zijn gemaakt. Het politieke spel van de partijleider bevindt zich grotendeels ondergronds, daar waar het ruikt.
Twee eens bestuurlijke partijen zijn tot schimmen geworden van wat ze eens waren. Vast nog vol goede bedoelingen maar de een is in de leerfase en de ander is inhoudelijk een vervagende schim uit een eens bestuurlijk luisterrijk en geestelijk rijk verleden.

Een zogenaamd links liberale partij spreekt een taal die alleen mensen van een hoog ‘intellectueel’ niveau kunnen volgen.
En dan is er nog één club met een hoog, niet altijd realistisch, ideologisch karakter die probeert de oude idealen hoog te houden.

Elf van de voornoemde clubjes hebben geprobeerd iets constructiefs tot stand te brengen met het ‘heilige’ ideaal Berge van de financiële afgrond te redden. Tien hebben zich met een handtekening daaraan verbonden. Mijn BSD heeft niet getekend omdat naar ons gevoelen een wezenlijk onderdeel, namelijk het ‘HOE’ ontbrak. De twaalfde partij met de partijleider met de grootste mond heeft zich op Mount Olympus teruggetrokken. Om vanaf de zijlijn te kunnen roepen naar de elf, die het HOE vorm wensten te gaan geven, en kont te doen van zijn ‘goddelijke wijsheden’.

Wat het samenwerken ook bemoeilijkt, is een reeds jaren durende moeizame relatie tussen de twee grootste partijen die al meer dan twintig jaar tot elkaar veroordeeld zijn.

Onderdeel van het focusakkoord waarvoor de tien tekenden was dat twee ‘wijze’ mannen het college, de raad en het ambtelijk apparaat zouden gaan begeleiden naar een betere, meer monistische, samenwerking. Tot twee partijen alsnog op hun schreden terugkeerden.

In de mail van D66 en de PvdA waarin zij afstand nemen van de inzet van één der wijze oliemannetjes is te lezen: “Tot slot nog dit: wij hanteren nu in Bergen op Zoom een consensusmodel, het behoort tot de aard van een consensusmodel dat deelnemende partijen zich de oprechte kritiek van twee van hen gelegen laten liggen. Een consensusmodel mag geen meerderheidslogica volgen.” Hoe waar deze opmerking van de twee ook is, het omgekeerde geldt ook. Een consensusmodel mag geen minderheidslogica worden. Ook de houding van de andere acht of negen is oprecht en zij hebben ook het beste voor met Berge.

De vraag is: waar zit mogelijk de pijn van D66 en de PvdA? En is die pijn wijder verspreid? Wat ik uit de achterban van beide partijen hoor zijn twee zaken.

Er is een diep wantrouwen tegen de vertegenwoordiger(s) van GBWP. Dat wantrouwen is gebaseerd op een totaal onbegrip over de keuze van de GBWP bij het stemmen voor de twee blijvende wethouders. Negen stemmen op de ‘groot smoel’ van de raad! Wat was daar de GBWP motivatie? De tweede reden is gelegen in het feit dat leden van D66 en de PvdA veel vragen kregen van landelijke partijgenoten. Zij zijn opgevoed in het duale stelsel, en zien dat er in Bergen op Zoom door het focusakkoord en de insteek van het college – in het licht van de uitzonderlijke situatie – monistisch samengewerkt gaat worden. Die samenwerking toetsen aan duale integriteitsnormen en waarden leidt tot onbegrip bij de landelijke collega’s van D66 en PvdA raadsleden.

Uitleggen dat de bijzondere situatie in Bergen op Zoom vraagt om een meer monistische aanpak is dan moeilijk. Zeker als jij je zelf graag carrière wil zien maken in de landelijke partijrangen.

Dat monistisch willen gaan opereren in een verder duaal ingerichte overheid waar bevoegdheden in het licht van het duale stelsel zijn toebedeeld is moeilijk. Ook de burgemeester en de wethouders moeten hun wettelijke bevoegdheden op een andere manier gaan gebruiken en ook ambtenaren moeten zich weer openstellen voor ‘bemoeizuchtige’ raadsleden en oliemannetjes. Kortom wat je de laatste achttien jaar heb afgeleerd moeten zij zich weer eigen gaan maken. Moeilijk, moeilijk!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-moeilijk-moeilijk/

 

Louis van der Kallen.