AESOPOS FABELS: DE EZEL IN DE LEEUWENHUID

 

    


| 17-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De ezel in de leeuwenhuid

Er was eens een ezel die een leeuwenhuid vond in het bos. Hij trok de huid aan en maakte daarmee alle dieren aan het schrikken. Daarna ging hij naar een mensendorp en ook daar vluchtten de mensen weg. Later echter kwam er een groep zwaar gewapende mannen tevoorschijn om hem te vangen. De ezel dacht dat ze wel zouden vluchten als hij brulde en dat probeerde hij. Maar in plaats van te brullen, begon hij te balken. De mensen hadden toen door dat hij een ezel was in een leeuwenhuid en joegen hem weg.

Moraal

Dames en heren politici, maak jezelf niet belachelijk door je anders voor te doen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen zoals (zwarte) Piet, Sinterklaas en de Kerstman die mogen wel (denkbeeldige) cadeautjes uit de zak van anderen rondstrooien.

 

Louis van der Kallen.

 



AESOPOS FABELS: DE KREKEL EN DE MIEREN

 

    


| 14-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De krekel en de mieren

Het was winter en een hongerige krekel vroeg de mieren – die bezig waren hun nat geworden graanvoorraad te drogen – om iets te eten. De mieren vroegen op hun beurt waarom hij in de zomer geen voedselvoorraad had aangelegd zodat hij ’s winters geen honger hoefde te lijden. De krekel antwoordde dat al zijn tijd opging aan het zingen. De mieren lachten en zeiden: ‘heb je ’s zomers gezongen? Dan zul je ’s winters dansen!’

Moraal

Het jaar kent seizoenen. De economie ook. Goede en slechtere tijden. Veel politici zijn als de krekel in deze fabel en ze zijn gewend het hoogste lied te zingen. Ze zouden moeten leren dat als er goede tijden zijn, zuinigheid en spaarzaamheid de boventoon moeten voeren zodat ze een appeltje voor de dorst hebben als de slechte tijden aanbreken. Dan is het tijd om de magen van de burgers te vullen door te hulp te schieten waar het nodig is.

 

Louis van der Kallen.

 


DE RAAF EN DE VOS

 

    


| 13-03-2021 |

 

De raaf en de vos is een Jean de La Fontaine fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Meester raaf zat in een eikenboom.

Hij klemde in zijn bek een heerlijk brokje kaas uit Gouda.

Meester vos, gelokt door deze droom

Van geur, keek op en sprak: “Doctor honoris causa,

U met uw wijs en alziend oog

En met uw glanzend zwarte toog,

Als ook uw stemorgaan zo mooi is als uw veren

dan moet toch ieder dier u als een feniks eren!”

Meester raaf, ontroerd door zoveel eer,

Wipte van tak tot tak en boog zich wat naar voren,

Keek toen trots over zijn snavel neer

Op meester vos en om zijn stem te laten horen

Gaapte hij met zijn bek héél wijd.

Maar ja, de kaas was hij toen kwijt.

Hij hapte er nog naar, keek treurig naar beneden.

De vos pakte zijn prooi en fleemde toen tevreden

Moraal

“Denk eraan, mijn waarde heer,

Elke vleier schenkt zijn eer

Aan door ’t lot verwende vrinden

Die zichzelf belangrijk vinden.

Deze wijze les, helaas,

Kost u wel dit brokje kaas!”

Beschaamd verborg de raaf zich in de eikentakken

En kraste toen wat laat: “Mij zul je niet meer pakken!”

En de kiezer? Valt de kiezer weer voor de politieke vleierij? Of kijkt hij eerst naar wat voor vlees er in de kuip zit. Harrebomée zou zeggen: “Zij vlechten vijgebladeren.”

 

Louis van der Kallen.


AESOPOS FABELS: DE DIEREN EN DE PEST

 

    


| 12-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De dieren en de pest

Lang geleden woedde er een ernstige ziekte onder de dieren. Vele van hen stierven en zij die in leven bleven waren zo ziek dat ze zelfs niets meer om eten en drinken gaven en zich lusteloos voortsleepten. Meester vos had geen zin meer in een vet kippetje en mijnheer wolf draaide zich walgend om wanneer hij een zacht lammetje tegenkwam. Tenslotte besloot de leeuw om de zaak met alle dieren te bespreken. Toen ze allemaal aanwezig waren stond hij recht en zei: “Beste vrienden, ik geloof dat de goden deze ziekte op ons hebben afgestuurd om ons te straffen voor onze zonden. Daarom moet de meest schuldige van ons gedood worden en dienen als offer voor de goden. Misschien krijgen we dan vergiffenis en zal de ziekte verdwijnen. Ik zal eerst mijn eigen zonden opbiechten. Ik beken dat ik zeer gulzig ben geweest en veel schapen heb opgegeten. Ze hadden mij geen kwaad gedaan. Ik heb geiten en stieren en herten opgepeuzeld. Om de waarheid te zeggen, ik heb zelfs af en toe een schaapherder opgegeten. Indien ik de meest schuldige ben, dan ben ik klaar om geofferd te worden. Maar ik denk dat het beter is wanneer ieder van ons eerst zijn zonden opbiecht zoals ik gedaan heb. Daarna kunnen we beslissen wie de grootste schuld draagt.” De vos antwoordde: “majesteit, u bent te goed. Kan het een misdaad zijn om schapen op te eten, zulke stomme dieren? Nee, nee, majesteit. U hebt hen grote eer bewezen door hen op te eten. En wat de schaapherders betreft, we weten allemaal dat ze behoren tot een zwak ras dat denkt dat het onze meester is.” Alle dieren klapten in hun poten en zeiden dat de vos gelijk had. Daarna kwamen de tijger, de beer, de wolf en alle wilde dieren de meest verschrikkelijke dingen opbiechten, maar allemaal werden ze onschuldig verklaard en men deed zelfs alsof ze zeer deugdzaam en onschuldig waren. Nu was het de beurt aan de ezel om zijn zonden op te biechten. “Ik herinner mij” zei hij met veel schuldgevoel, “dat ik op een dag voorbij een veld kwam dat eigendom was van een paar priesters. Het gras zag er zo mals en smakelijk uit en ik had zulk een honger dat ik mezelf niet kon tegenhouden om er wat van te eten. Ik had er geen recht op, dat geef ik toe…” Hij werd onderbroken door een groot tumult onder de dieren. Hier was de misdadiger die al dat ongeluk over hen had gebracht! Wat een verschrikkelijke misdaad was het om gras te eten dat van iemand anders was! Het was erg genoeg om er gelijk wie voor op te hangen, en zeker een ezel. Onmiddellijk sprongen ze op de ezel, de wolf als eerste, en al gauw hadden ze hem dood gebeten, waardoor hij ter plekke geofferd werd aan de goden, zonder dat er een altaar aan te pas kwam.

Moraal

Het zijn de zwakken die boeten voor de misdaden van de machtigen. Harrebomée biedt een veelheid aanspreekwoorden die ieder zijn eigen moraal kennen; “ ’t Fluweelen kleed, Kent straf noch leed” (de machtigen ontlopen hun gerechtvaardige staf), “De (geestelijke) heeren loopen doorgaans vrij, of hoogstens in den drop, als het op anderen slagen regent”, “De missslagen der geneesheeren worden met aarde, de gebreken der rijken worden met geld bedekt” (geld wast veel zonden weg) en “Kwade menschen hebben nu eere en pracht; Goede menschen worden als ezels veracht.”

Wie draagt schuld voor alle ziekten en plagen die het volk treffen? Vast niet degenen die ons jaren lang geleid hebben. Zij wassen hun handen, zoals Pontius Pilatus in onschuld. Zij dragen geen schuld aan de gevolgen van hun besluiten! Uiteindelijk dragen de zieken en zwakken zelf schuld voor hun lot. Ze hebben immers die leiders zelf gekozen! Of toch niet? Maak u op 17 maart weer dezelfde fout?

 

Louis van der Kallen.


DE OREN VAN DE HAAS

 

    


| 06-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De oren van de haas

Op een dag was een leeuw een geit aan het opeten maar hij verwondde zich erg aan haar horens. Hij was verschrikkelijk boos dat een dier, dat hij had uitgekozen om op te eten, zo brutaal kon zijn en zulke gevaarlijke dingen kon dragen als de horens waaraan hij zich gekwetst had. Hij beval dus dat alle dieren die horens droegen zijn gebied binnen de vierentwintig uur moesten verlaten. Dit bevel veroorzaakte paniek onder de dieren. De ongelukkigen die horens hadden, begonnen hun bezittingen in te pakken en trokken weg. Zelfs de haas – die zoals gekend is geen horens heeft en dus niets te vrezen had – kreeg een rusteloze nacht waarin hij nachtmerries had over de verschrikkelijke leeuw. En toen hij ‘s-morgens uit zijn hol kwam en in de zonneschijn liep, zag hij de schaduw van zijn lange, puntige oren en werd hij heel erg bang. “Vaarwel, buurman krekel”, riep hij, “ik vertrek ook. Want de leeuw zal zeker beweren dat mijn oren horens zijn en zal naar mij niet willen luisteren.”

Moraal

Geef je vijanden niet de minste aanleiding om je aan te vallen. Overheden, bestuurders of gezagdragers zijn niet altijd redelijk, logisch en duidelijk. Zie hoe om is gegaan met de toewijzing en beoordeling van de aanvragen van toeslagen. Sommige ‘angsthazen’ volgen dan deze Harrebomée wijsheid: “Het is geen wijsheid, tegen de heeren te schrijven, Die u uit uw land en goed kunnen verdrijven.”

 

Louis van der Kallen.


AESOPOS FABELS: DE AAP EN DE KROKODIL

 

    


| 05-03-2021 |

 

De aap en de krokodil is een boeddhistisch sprookje/fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De aap en de krokodil

Heel lang geleden werd de Bodhisattva wedergeboren op een plek in de Himalaya als het jong van een aap. Hij werd zo sterk als een olifant, met een flink karakter, groot van lijf en leden en knap om te zien. Hij richtte zich een bestaan in op een plek in het bos, in een bocht van de Ganges. In dezelfde tijd huisde er in de Ganges een krokodil. En het geschiedde dat het wijfje van de krokodil, toen zij het lijf van de Bodhisattva zag, een ziekelijk verlangen ging koesteren naar diens hartenvlees. Daarom zei ze tegen de krokodil: “Mijn heer en meester, ik wens het hartenvlees van die koning der apen te eten.” “Liefje, wij huizen in het water, deze aap op het vasteland. Hoe zullen we hem te pakken krijgen?” “Pak hem hoe dan ook. Als ik zijn hart niet krijg, zal ik sterven.” “Vooruit dan maar, wees niet bang, ik weet wel een list, ik zal je zijn hartenvlees als maaltijd brengen.” Zo stelde hij het krokodillenwijfje gerust.

Op het uur waarop de Bodhisattva het water van de Ganges dronk en vervolgens op de oever bleef zitten, zocht de krokodil hem op en sprak hem aldus aan: “Koning der apen, waarom wandel je gewoontegetrouw op deze plek, waar je zure vruchten eet? Aan de overzijde van de Ganges is er geen einde aan de zoete vruchten van manga- en broodbomen. Waarom ga je daar niet heen en grijp je de kans niet aan om velerlei vruchten te eten?” “Krokodillenkoning, de Ganges is diep en breed. Hoe wil je dan dat ik daar kom?” “Als je hier komt, zal ik je op m’n rug laten klimmen en je erheen brengen.” De Bodhisattva geloofde de krokodil en stemde erin toe. “Komaan dan,” zei de krokodil. “Klim op mijn rug.” En zo gebeurde.

Maar toen de krokodil een eindje met hem gezwommen had, liet hij hem in het water onderduiken. De Bodhisattva riep: “M’n beste, je laat me kopje onder gaan, wat is dat nu?” De krokodil bekende: “Ik ben je niet komen halen met eerlijke bedoelingen. Mijn vrouw heeft een ziekelijk verlangen naar je hartenvlees, daarom wil ik haar je hart te eten geven.” “Vriend, het is goed dat je het mij vertelt. Want als ons hart in onze borst zat, zou het breken als we ons langs de toppen der boomtakken voort reppen.” “Waar laten jullie je hart dan?” De Bodhisattva wees hem een vijgenboom die niet te ver weg stond en beladen was met trossen rijpe vruchten. “Kijk,” zei hij, “onze harten hangen aan die vijgenboom.” “Als je mij je hart geeft, zal ik je niet doden.” “Hop dan, breng me erheen, ik zal je m’n hart geven dat aan de boom hangt.”

Aldus deed de krokodil. De Bodhisattva nam een sprong van zijn rug en zat in de vijgenboom. “M’n beste, domme krokodil,” zei hij, “je dacht dat je de harten van de apen in de boomtop zag hangen, je bent een domoor, ik heb je voor de mal gehouden. Laat er voor jou maar een ruime keuze van vruchten zijn! Je lijf is groot, maar klein is je wijsheid.” En ter toelichting zei hij de volgende verzen:

“Genoeg! Beter dan die manga’s, rode appels en broodvruchten

Aan de overzijde, is deze vijgenboom voor mij.

Groot waarlijk is je romp, niet in overeenstemming daarmee je wijsheid.

Krokodil, ik heb je beetgenomen. Zoek nu je heil maar elders.”

De krokodil, zo ongelukkig als iemand die duizend munten heeft verloren, terneergeslagen en verteerd door berouw, droop af naar de plaats waar hij woonde.

Moraal

Gedreven door begeerte laat menigeen zich in het ootje nemen. Zo ook bij verkiezingen laat menig kiezer zich leiden door de mooie praatjes van de kandidaten en partijen vaak komen ze bedrogen uit. Of toch niet? Menigeen laat zich gedreven door begeerte leiden in plaats van door zijn verstand.

 

Louis van der Kallen.



AESOPOS FABELS: HET IJDELE HERT

 

    


| 02-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Het ijdele hert

Er was eens een hert dat zichzelf in het water bekeek. Hij vond zijn gewei er prachtig uitzien, maar zijn poten vond hij niet mooi. Hij had liever wat dikkere en kortere poten gehad. Opeens kwamen er jagers aan. Het hert ging ervandoor, maar kwam uiteindelijk met zijn gewei vast te zitten in de takken van een boom. De jagers haalden hem in en doodden hem.

Moraal

Deze fabel leert dat kwaliteiten soms worden onderschat en dat die soms van grote waarde blijken en dat andere kwaliteiten worden overschat die tot onze ondergang kunnen leiden.

Kiezers waarderen met hun stem niet altijd datgene wat het verschil voor hun toekomst of die van hun gemeente zou kunnen maken. Of om met Harrebomée te spreken “Betrouw de liên, maar weet wel wiên.”

 

Louis van der Kallen.



AESOPOS FABELS: HET DEEL VAN DE LEEUW

 

    


| 01-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Het deel van de leeuw

Een lange tijd kwamen de leeuw, de vos, de jakhals en de wolf overeen om samen te jagen en alles te delen wat ze konden bemachtigen. Op een dag kon de wolf een hert vangen en riep onmiddellijk zijn kameraden samen om de buit te delen. Zonder dat iemand hem dat gevraagd had, nam de leeuw de leiding en begon hij de buit te verdelen. Hij deed of hij heel eerlijk was en telde met hoeveel ze waren. “Eén,” zei hij, tellend op zijn poten, “dat ben ikzelf, de leeuw. Twee, dat is de wolf, drie dat is de jakhals en vier is de vos.” Daarna verdeelde hij het hert zorgvuldig in vier gelijke stukken. “Ik ben koning leeuw” zei hij, nadat hij klaar was, “dus krijg ik natuurlijk het eerste deel. Het volgende deel is ook voor mij omdat ik de sterkste ben; en het derde deel komt mij ook toe omdat ik de moedigste ben.” Hij keek zeer woest naar de anderen en gromde: “Indien iemand van jullie het overblijvende deel wil nemen, dan moet hij het nu maar zeggen.”

Moraal

Macht bepaalt wat ‘rechtvaardig’ is. In deze fabel zou men ook de machiavellistische les kunnen zien; relatief krachteloze dieren dachten dat ze van een machtige onderhandelingspartner een evenredig deel zouden krijgen. De positie van de leeuw kent een parallel tussen de overheden.

Ook voor een gemeente (groot of klein) geldt: ken je rol en je positie. Soms moet je de grotere of sterkere iets gunnen om je eigen bescheiden deel binnen te kunnen halen. Dat geldt ook als je maar een klein partijtje bent! De wereld en de samenleving zijn zelden eerlijk of rechtvaardig.

 

Louis van der Kallen.

 


AESOPOS FABELS: DRIE OSSEN EN EEN LEEUW

 

    


| 25-02-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Drie ossen en een leeuw.

In een veld liepen drie ossen te grazen. Een leeuw hield ze in de gaten en had al verschillende keren geprobeerd om ze aan te vallen. Maar de ossen bleven samen en hielpen elkaar om hem weg te jagen. De leeuw had weinig hoop dat hij er een zou kunnen opeten, want hij kon niet op tegen de scherpe horens en de hoeven van drie ossen. Maar hij had honger en bleef dus in hun buurt rondhangen, wachtend op een mirakel. Op een dag hadden de ossen ruzie, en toen de leeuw langskwam zag hij dat ze ver uit elkaar stonden, in de verschillende hoeken van het veld. Hij viel de eerste os aan en velde hem neer vooraleer de andere ossen hem konden helpen. Daarna viel hij de tweede aan en beet hem in zijn nek. Tenslotte besprong hij de derde os die bevend en alleen op zijn dood stond te wachten.

Moraal

Eendracht maakt macht. Dat geldt ook voor werknemers die verenigd in een vakbond voor hun rechten opkomen bij hun werkgever. Dat kan ook gelden voor kiezers die beseffen dat hun stem samen met die van anderen een factor kan zijn bij wat er in dit land na de verkiezingen in maart gaat gebeuren.

 

Louis van der Kallen.

 


AESOPOS FABELS: ZEUS EN HET VAT VOL ZEGENINGEN

 

    


| 23-02-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Zeus en het vat vol zegeningen

Zeus had alle zegeningen in een vat gestopt en dat aan een mens toevertrouwd. Deze wilde, nieuwsgierig als hij was, wel eens weten wat erin dat vat zat en hij deed het deksel open. Direct stegen alle zegeningen op naar de goden. Voor de mensen bleef de hoop achter die hun de ontsnapte zegeningen in het vooruitzicht stelt.

Moraal

In slechte tijden is de hoop al wat ons moed geeft. Hoop doet leven. Wat wijsheden van Harrebomée: “Hoop en troost zijn twee zaken, Die droeve harten blijde maken,” en “Die alleen op hoop leeft, sterft van de honger,” en “Het anker onzer hoop is in geene vasten grond gehecht.” Ik leef liever op vaste grond en ga liever uit van de feiten en leg mijn lot en toekomst liever in handen van degenen die ik op basis van ervaringen en hun wijsheid vertrouw.

Wat betekend het voorgaande voor uw keuze straks met het rode potlood?

 

Louis van der Kallen.