DE LEEUW EN ZIJN RAADSLEDEN

 

    


| 03-08-2021 |

 

 

De leeuw en zijn raadsleden is een fabel uit Zambia in de traditie van Aesopus, een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Lang geleden leefde er een leeuw die drie raadsleden had: een wolf, een jakhals en een raaf. Koning leeuw regeerde en jaagde, zijn raadsleden adviseerden hem en aten alles wat de leeuw hen gaf. Allemaal waren ze tevreden.

Op een dag kwam een kameel aan in het koninkrijk. Koning leeuw had nog nooit zo’n dier gezien en was nogal nieuwsgierig. “Wie ben je en wat zoek je hier vreemdeling?”, vroeg de leeuw. “Ik ben een kameel en ik zoek bescherming”, was het antwoord. De leeuw vond hem wel aardig en zei: “Blijf bij ons als een gast. Je zal hier veilig zijn.” De kameel aanvaardde de uitnodiging met plezier en bleef van toen af aan bij de leeuw. Hij was er zeer tevreden. Hij had weiden om te grazen, water om te drinken en bescherming van de sterke koning.

Maar op een dag werd de leeuw verslagen door een olifant. Gewond lag hij op de grond, hij kon zich niet meer bewegen en dus ook niet meer jagen. De raadsleden die van de leeuw afhankelijk waren voor hun voedsel, kregen honger. “Wat zullen we doen?” vroegen ze elkaar. “We zullen nooit zelf kunnen jagen”, gaapte de luie wolf. “Laten we de kameel opeten”, stelde de jakhals voor. “De koning zal dat nooit goedvinden”, zei de wolf, “de kameel was zijn gast.” – “Laat mij hem ompraten”, zei de raaf en vloog naar de koning. “Oh, machtige heerser”, sprak hij, “we zijn bezorgd om u. U eet en drinkt niets en we zijn bang dat u zo zal sterven van zwakheid”. – “Je hebt gelijk,” antwoordde de leeuw”, maar wat kan ik doen als ik zelf niet kan jagen?” – “Waarom zou je moeten jagen als een goed maal vlakbij is?”, kraaide de raaf. “Jij denkt zeker aan mijn vriend de kameel, verrader”, sprak de leeuw boos. “Wil je dat ik mijn erewoord breek?” – “U zult het niet hoeven te breken, u zult zien dat de kameel zelf zal komen om zijn eigen vlees te geven. Dan bent u vrij om hem op te eten”, antwoordde de kraai. “Nou, goed dan,” murmelde de leeuw.

De raaf vloog weg naar zijn vrienden de raadsleden en smeedde een complot. Hij vertelde hen wat ze moesten zeggen en hoe ze het moesten zeggen. Toen vroegen ze de kameel om met hen mee te gaan op bezoek bij de koning. Toen ze bij de koning waren aangekomen, nam de raaf als eerste het woord. “Oh, allermachtigste koning”, vleide hij, “Ik zie dat u zal sterven van zwakheid als u niets eet. Maar wij, uw dienaars, geven onze levens voor u. Eet mij en wordt weer sterk”. Nog voor de raaf uitgesproken was, riep de jakhals: “Nee, machtige koning, de raaf heeft maar weinig vlees onder zijn veren en het zal u niet smaken, neem mijn vlees”. Nog voor de jakhals was uitgesproken huilde de wolf: “Nee, waardevolste koning, de jakhals is niet schoon, zijn vlees zal u schaden, eet mij toch” .Maar toen begonnen de raaf en de jakhals door elkaar te schreeuwen. “Nee, nee, neem het wolvenvlees ook niet, het zal u geen goed doen”. De kameel had staan luisteren en dacht: “Dit is mijn kans om de koning mijn dankbaarheid te tonen, maar hij zal het nooit goed vinden”. Zodoende sprak de kameel tegen de koning: “Oh, heerser, als u geen wolvenvlees, ravenvlees of jakhalsvlees kunt eten, neem dan mijn vlees”.

Toen spraken de wolf, de raaf en de jakhals als één stem: “Ja koning, neem hem als maaltijd,” en ze sprongen allemaal op de kameel en verscheurden hem.

Moraal

Velen proberen de burger/kiezer met ‘schone’ woorden te verleiden tot opoffering of tot daden waar men later spijt van krijgt. Ook Harrebomée kent in dit kader enkele wijsheden.

“Bij tijds een zaak voorzien, Is ’t werk van wijze liên” en “In tijds voorzien, Baat alle liên” (Als je op tijd door hebt hoe de vork in de steel zit trap je er niet in).

“Schoone woorden zonder meenen, Die verraders u verleenen” (Vleiers hebben vaak alleen hun eigen belang voor ogen).

“Wat is ten hove ’t grootste kwaad? De pluimstrijkende vos met zijnen raad” (Vertrouw de vleiers niet, zij zijn vaak het grootste kwaad).

 

Louis van der Kallen.



DE WOLF VAN KWADE FAAM

 

    


| 28-07-2021 |

 

“De Wolf van kwade faam” is het slotgedicht van de fabel “Hof van justitie der dieren” geschreven door Émile de La Bédollière. Het is een fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De Wolf van kwade faam

Hoort, Gans en Vlaamse Gaai, Eend, Hen en Ekster, Hoort! Hoort, Zwart’ en Bonte Kraai, Er is een Ooi vermoord, Een gruweldaad, begaan Door ’n Wolf van kwade faam.

Hij zag haar op de hei, Hoe maakt u het, Mevrouw? Met holle stem hij zei. De Ooi te goeder trouw Zei: Goed, en gij, Meneer? Daarop stak hij haar neer!

Denkt niet dat hij ontkwam, Al riep hij ook: Ik ben Onschuldig als een Lam – Niemand geloofde hem. Nu zit hij in het cachot En wacht op het schavot.

Moraal

O Dieren die Het pad der misdaad kiest, Weet wel wat gij verliest!

Welk pad wij als partners, burgers of bestuurders kiezen is vaak bepalend welk lot of oordeel ons ten deel valt. Dus bezint eer gij begint, is voor menigeen een aanbevelingswaardig levensmotto.

 

Louis van der Kallen.



DE VOS EN DE AAP

 

    


| 25-07-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de aap

Een vos en een aap waren samen op reis. Ze kregen woorden over de vraag wie van hogere komaf was? Beiden hadden een stapel argumenten. Toen ze een begraafplaats passeerden, bleef de aap staan kijken en begon te zuchten. “Wat is er?” vroeg de vos. De aap wees naar de graven en zei: “waarom zou ik niet huilen nu ik de grafstenen zie van de vrijgelatenen en slaven die mijn voorouders hebben bezeten?” “Ja, ja lieg maar raak,” zei de vos, “niemand van hen zal opstaan om je tegen te spreken.”

Moraal

Zonder de mogelijkheid tot tegenspraak is liegen en pochen makkelijk. Daarom staan verkiezingsprogramma vaak vol met mooie beloften en standpunten. Wie spreekt ze tegen en om met Harrebomée te spreken: “Die zijn woord niet houdt, heeft goed beloven.” Noch makkelijker wordt het als de mooie beloften of standpunten anoniem de wereld in zijn geslingerd.

 

Louis van der Kallen.



DE VOS ZONDER STAART

 

    


| 18-07-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos zonder staart

Een vos liep eens in een val. Na een lange en pijnlijke strijd kon hij zich losrukken maar moest daarbij zijn mooie pluimstaart achterlaten. Gedurende lange tijd bleef hij uit de buurt van andere vossen, want hij wist heel goed dat ze hem zouden uitlachen en grapjes over hem zouden maken. Maar hij vond het moeilijk om zo helemaal alleen te leven en bedacht een plan dat hem misschien uit de nood kon helpen. Hij riep een vergadering van alle vossen bijeen, zeggende dat hij iets heel belangrijks wilde vertellen aan zijn soortgenoten. Toen ze allemaal samen waren, stond de vos zonder staart recht en hield een lange toespraak over vossen die door hun staart in hun ongeluk waren gelopen. De ene was doodgebeten door honden toen hij met zijn staart kwam vast te zitten in een haag. Een andere had niet vlug genoeg kunnen weglopen omdat zijn staart teveel woog. Ook was het algemeen geweten dat de jagers vossen achterna zaten omwille van hun staart, die ze dan afsneden en bij zich droegen als jachttrofeeën. “En aldus”, besloot de vos zonder staart zijn toespraak “is het bewezen dat het voor vossen beter is wanneer ze geen staart hebben. Ik raad jullie dus aan om je staart af te snijden.” Toen zijn toespraak teneinde was stond een oude vos recht en zei glimlachend:” “Meester vos, wanneer u zo vriendelijk wilt zijn om u even om te draaien zullen wij u antwoorden.” De arme vos zonder staart draaide zich om en daarop ontstond er zulk een gejoel, gejouw en hoongelach dat hij inzag hoe nutteloos het was om andere vossen te overtuigen dat ze beter afstand deden van hun staart.

Moraal

Luister niet naar de raad van mensen die u naar beneden willen trekken tot hun niveau. Wiens brood men eet , diens woord men spreekt. Dat geldt soms ook voor de ambtelijke adviezen aan een gemeenteraad. Tot slot er ééntje van Harrebomée: “Eigenbaat, Jongen raad, Heimelijke haat, Doen ter wereld de meeste schaad.”

 

Louis van der Kallen.



DE VOS EN DE EGEL

 

    


| 16-07-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de egel

Een vos zwom een rivier over, maar de rivier was zo breed dat hij veel moeite moest doen om de andere kant te bereiken. Helemaal uitgeput door zijn gevecht met de stromingen in de rivier legde hij zich neer op de oever. Al gauw kwam er een zwerm bloedzuigende vliegen op hem zitten. Maar hij bleef stil liggen, nog steeds te zwak om van hen weg te lopen. Een egel kwam voorbij en zei vriendelijk: “Laat mij die vliegen wegjagen.” “Nee, nee!” riep de vos uit, “stoor ze niet! Ze hebben zich volgezogen met mijn bloed. Indien je ze wegjaagt, komt er een andere zwerm van hongerige vliegen en die zullen het laatste beetje bloed dat ik nu nog heb ook wegzuigen.”

Moraal

Door een klein ongemak te verdragen kan men soms een groter ongeluk vermijden. Zo kijk ik ook naar vaccinaties. Velen hebben we in onze jeugd gekregen en die dienden allemaal om groter ‘ongemak’ te voorkomen. Mijn vroegste herinnering is de angst in de ogen van mijn moeder als ik, als vijfjarige, weer dreigde te stikken in een kinkhoestaanval. Wat een geluk dat de kinderen en moeders van nu dat bespaart blijven. En dat omdat er een vaccinatie voor bestaat!

 

Louis van der Kallen.



KONING LEEUW EN SLIM HET KONIJN

 

    


| 14-07-2021 |

 

“Koning Leeuw en Slim het konijn” is een Afrikaanse fabel in de traditie van Aesopus, een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Koning Leeuw en Slim het konijn

Diep in de binnenlanden van het Afrikaanse land Ghana leeft de koning der dieren: koning Leeuw. De koning heeft al veel kleine dieren opgegeten. Op een dag hoort mevrouw Haas met haar lange oren koning Leeuw tegen zijn vrouw zeggen dat hij van plan is Slim het konijn op te eten, een goede vriendin van mevrouw Haas en een meesteres in het oplossen van problemen en raadsels. Nadat Slim het konijn dit vernomen had, bood zij tot ieders verrassing het volgende aan: “Ik ga naar koning Leeuw en biedt mijzelf aan.”

Zij ontmoet koning Leeuw en zegt dat ze zich niet zal verzetten als hij haar wil opeten, maar stelt voor dat hij beter drie weken kan wachten. Zij kan dan intussen wat dikker worden. “Ik ben nu een en al bot. Ik denk niet dat je me nu echt lekker vindt.” Koning Leeuw accepteert de aanbieding. Maar na drie weken is Slim het konijn nog niets aangekomen. Toch gaat zij naar de koning toe en zegt: “Er is nog een leeuw in het bos, groter dan u en hij eet alle kleine dieren op.”

Koning Leeuw is woedend en vraagt haar onmiddellijk hem naar die leeuw te brengen. Slim het konijn begeleidt hem naar een meer en wijst naar het water. “Daar is-ie,” zegt ze. Ja, daar is zijn rivaal en Koning Leeuw springt in het water om te vechten. Zodra hij zich realiseert dat Slim het konijn hem misleid heeft, probeert hij uit het water te klimmen. Te laat. Katten kunnen niet goed zwemmen en Koning Leeuw verdrinkt. Slim het konijn, mevrouw Haas en al de andere kleine dieren uit het woud vieren een groot feest.

Moraal

Wie niet groot en sterk is moet slim zijn. Soms helpt het om bij een probleem zelf het initiatief te nemen en gebruik te maken van de mankementen van het ego van anderen. De hulp van een echte vriend kan dan ook uitkomst bieden of behulpzaam zijn. In de Nederlands politiek zijn coalities om iets te bereiken bijna altijd nodig. Koester dus je vrienden/bondgenoten.

 

Louis van der Kallen.



DE KIKKER DIE EVEN GROOT ALS EEN OS WILDE ZIJN

 

    


| 13-07-2021 |

 

De kikker die even groot als een os wilde zijn is een Jean de La Fontaine fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De kikker die even groot als een os wilde zijn

Een os stond in de wei te dromen bij een beek

En zag hoe daar vlakbij een kikker hem bekeek.

Hij was zichtbaar jaloers, niet groter dan een ei,

Maar kwaakte kwaad:

“Kijk, kijk! ‘k Word net zo groot als jij!”

De os sloeg met zijn staart en stond zich te verbazen.

De kikker rekte zich, begon zich op te blazen.

Hij blies en blies, hield zich even in

En vroeg: “Is dit geen goed begin?

Ben ik op weinig tijd niet reuze aangekomen?”

De os zei: “Boe!” En bleef maar voor zich uit staan dromen.

De kikker wond zich op, begon met nieuwe moed

Hij voelde alles spannen. “Is het nu nog niet goed?”

“Boe!” deed de os bedroefd. “Het lijkt er echt niet op.

Niet groter dan een pad, maar met een dikke kop!”

Nu werd de kikker woest, hij duwde, blies en balde

Zijn spieren plots zo hard dat hij aan flarden knalde

Moraal

De wereld barst van waan en nijd

Om wie de snelste auto rijdt

Het grootste huis. De verste reis.

Ach, is dat allemaal wel wijs?

 

Louis van der Kallen.



HET EVERZWIJN EN DE VOS

 

    


| 15-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Een everzwijn was zijn slagtanden aan het scherpen tegen een boomstam. Een vos kwam voorbij, en omdat hij graag spotte met zijn buren bleef hij staan. Hij deed alsof hij bang was voor een verborgen vijand en maakte daar een hele show van. Maar het everzwijn ging rustig door met zijn werk. Tenslotte vroeg de vos met een grijnslach op zijn gezicht: “Waarom doe je dat? Er dreigt hier toch nergens gevaar?” Het everzwijn antwoordde: “Dat is waar, maar wanneer het gevaar komt heb ik geen tijd om mijn tanden te slijpen. Indien ze dan niet scherp zijn is het voor mij te laat en verlies ik het gevecht.”

Moraal

Voorbereid zijn op oorlog is de beste garantie voor vrede. Harrebomée heeft in deze ook een paar wijsheden in de aanbieding. Sommigen vergen wel enig nadenken: “Bij tijds een zaak voorzien, Is ’t werk van wijze liên” en “Men moet zich krommen, Wil men door de wereld kommen” en “Zijt gij wijs of zijt gij zot, Heb geene koffer zonder slot.” Conclusie, wees voorbereid!

Zo zou het ook moeten zijn bij het besturen van een land, gemeente of waterschap. Bereidt u voor op wat mogelijk komen gaat, op het hoogwater van de toekomst en op de klimaatopgave die het veranderende klimaat van ons eist.

 

Louis van der Kallen.



DE WOLF EN ZIJN SCHADUW

 

    


| 07-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De wolf en zijn schaduw

Op een avond kwam een wolf terug naar zijn hol. Hij had een uitstekend humeur en een flinke honger. Terwijl hij rondliep, wierp de ondergaande zon zijn schaduw ver over de grond, zodat de wolf wel honderd keer groter leek dan hij in werkelijkheid was. Trots riep hij uit: “Nee maar! Kijk eens hoe groot ik ben! Nu hoef ik niet meer weg te lopen voor de leeuw, want ik ben de grootste. Ik zal hem eens laten zien wie de echte koning van de dieren is, hij of ik”. Maar toen viel er over wolf en zijn schaduw een nog veel grotere schaduw. Het volgende ogenblik sprong de leeuw op de rug van de wolf en at hem op.

Moraal

Zorg dat je door je fantasieën de realiteit niet vergeet. De dromen en fantasieën van gemeentebestuurders reiken soms tot de hemel. Maar tussen droom en daad staat de gemeenteraad. Of dromen de collegepartijen samen met hun wethouders?

 

Louis van der Kallen.



DE UIL EN DE KREKEL

 

    


| 10-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De uil en de krekel

De uil slaapt altijd overdag. Na zonsondergang, wanneer het rozige licht verdwijnt in de donkere lucht en de schaduwen traag over het bos vallen, komt hij uit zijn holle boom, nog slaperig en knipperend met zijn ogen. Daarna laat hij zijn vreemd “hoe-hoe-hoeoe-oe-oe” geluid weerklinken in het bos en begint hij te jagen op kevers en torren en kikkers en muizen, op alle dingen die hij graag eet. In het bos zat een oude uil die zich erg humeurig gedroeg en niet gauw tevreden was, zeker indien hij overdag in zijn slaap gestoord werd. Op een warme namiddag in de zomer sliep hij in een oude eik. Een krekel kwam voorbij en maakte het geluid dat krekels altijd maken, vrolijk, rasperig en nogal luid. De oude uil stak zijn hoofd naar buiten en zei: “Ga weg van hier, mijnheer. Heeft u geen manieren? U zou tenminste wat respect kunnen hebben voor mijn leeftijd, en me rustig laten slapen!” Maar de krekel antwoordde brutaal dat hij net zoveel recht had op een plaatsje onder de zon als de uil recht had op een plaatsje in zijn oude eik. En daarna werd zijn liedje nog luider en raspte het nog harder. De wijze oude uil wist dat het weinig zou uithalen wanneer hij ruzie zou maken met de krekel. Maar hij was vast van plan om hem te straffen voor zijn brutaal gedrag. Het was alleen jammer dat de krekel niet dicht genoeg bij hem zat. De uil verstopte dus zijn boosheid en begon heel vriendelijk tegen de krekel te spreken: “Wel mijnheer, ik ben nu toch al wakker en kan dus beter maar luisteren naar uw mooie liedje. Maar ik denk net aan iets. Ik heb hier in mijn boom een zeer lekkere wijn staan. En u weet dat elke zanger beter zingt wanneer hij eerst een beetje wijn heeft gedronken. Komt u maar naar hier, dan kunt u samen met mij proeven van die heerlijke drank. En daarna zult u mooier kunnen zingen dan ooit tevoren.” De onnozele krekel was erg blij met deze vleiende woorden. Hij sprong naar het hol van de uil en keek uit naar de wijn, maar zodra hij dicht genoeg was deed de uil “hap” en at de krekel op.

Moraal

Vleierij is geen bewondering. Laat vleierij je waakzaamheid niet verslappen. Politici zijn net als de uil vaak vleiers en belovers. Kiezers, burgers laat u niet beetnemen: probeer het waarheidsgehalte van hun woorden goed in te schatten. Veel is niet wat het lijkt. Dat geldt zeker ook voor de woorden van politici, commerciële gladjakkers, oplichters, en ander gespuis. Geloof niet alles wat u lees en ziet.

 

Louis van der Kallen.