DEMOCRATIE, LOON NAAR WERKEN?


| 24-03-2021 |

 

Ons land heet een democratie te zijn. Een democratie als formeel reger ingssysteem. Het heet dan dat de kiezer altijd gelijk heeft. De kiezer krijgt wat hij wil maar voor een observant is het steeds moeilijker te begrijpen wat de kiezer wil. Wil de kiezer wel iets?

Met enige verbijstering kijk ik naar de uitslag van de landelijke verkiezingen. Ik zou het willen begrijpen. Maar als bèta haak ik af. De logica waaraan ik als semi-autist zo hecht, is in mijn ogen niet te vinden. De winnaars zijn – voor zover zij tot de coalitie behoren of behoorden – op zijn minst medeschuldig aan het grootste schandaal van de naoorlogse parlementaire geschiedenis, de toeslagenaffaire! De enige verliezende coalitiepartij bevatte één van de twee keihard werkende parlementariërs die met tegenwerking van de minister-president ( de Rutte doctrine ) het schandaal in de volle omvang aan het licht brachten en verloor fors. Net als de andere partij wiens parlementslid eendrachtig met een lid van een regeringspartij de omvang van het schandaal boven water bracht. Loon naar werken? Nee dus. De oeroude Feijenoordkreet geen woorden maar daden is qua politiek in de kelders van het museum terecht gekomen. De lijsttrekker die vier jaar uitblonk in afwezigheid in de 2e Kamer verviervoudigde zijn aanhang. Begrijp u het? Ik niet meer. Geen loon naar werken en woorden blijken effectiever dan daden. Ook profijtelijk is het gebrek aan daden. Luiheid loont! Liegen loont! Het parlement systematisch informatie onthouden loont. Je werk uitzonderlijk goed doen wordt niet beloond. Woorden (vooral sorry zeggen), glimlachen, tafeldansen of een boek schrijven in plaats van je parlementaire werk goed doen is klaarblijkelijk het ‘leiderschap’ waarnaar de kiezer hunkert.

Klaarblijkelijk zoekt de kiezer tijdens verkiezingen inspirerende sprekers, de praatgrage juristen en luidruchtige politici die stilte zien als een krenking en werken overbodig achten. Als ze eenmaal gekozen zijn, zitten hun slippendragers – die in de slipstream van de ‘leiders’ gekozen zijn – te kakelen in hun mooie praat-parlement en bezien met enige laatdunkendheid de paar werkers. Die met hun harde arbeid misschien het praatprogramma Buitenhof halen maar niet de dank van de kiezers. Die arme sloebers hebben niet begrepen wat de kiezer wil.

Vroeger dacht ik dat de politiek om verbeeldingskracht draaide. Om visie. Om de kwestie: hoe de maatschappij en het leven van mensen te verbeteren? Ik dacht dat luisteren naar de burger en het vertalen van zijn wensen de bepalende krachten waren. Ik zag het duidelijk verkeerd. Verkiezingen gaan om overtuigingskracht, hoe leugenachtig of polariserend het verhaal ook.

Ik snap de spelregels van het ‘spel’. Mijn vraag aan mij zelf is: wil, ik als kiezer hier nog aan meedoen?

Ook lokaal in Bergen op Zoom val ik van de ene verbazing in de andere. De bedrijveninvesteringszone (BI-zone) Centrum zou een toonbeeld van democratie kunnen zijn. Bij de totstandkoming van een voorganger speelde ook al de discussie: is er wel een meerderheid van de betrokken ondernemers voor? De zogenoemde draagvlakmeting! Toen dat dreigde te mislukken werd het aantal straten die onder de BI-zone zouden vallen beperkt. En ontstond er plotseling voldoende draagvlak onder de ondernemers in de straten die er uiteindelijk onder vielen. De tegenstemmers (zoals die in de Lievevrouwenstraat) werden gewoon buiten het gebied geplaatst. Nu men meer geld nodig heeft, wordt gewoon – zonder voorgaand overleg – het gebied uitgebreid. Lijkt me allemaal niet erg democratisch! Gevolg: onenigheid en een grote kans dat er onvoldoende draagvlak bij de draagvlakmeting in het tweede kwartaal zal blijken te zijn. Nu wordt het lijmen en plakken. Vanuit een democratisch oogpunt bekeken moet de gemeenteraad zich er niet mee bemoeien. Het hoort een zaak te zijn voor en door ondernemers. Waarbij de rol van de gemeenteraad zich zou moeten beperken tot het op verzoek van een representatieve ondernemersvertegenwoordiging vaststellen van een verordening om de omslag te innen. Het is niet aan raadsleden om zich te inhoudelijk te bemoeien met de totstandkoming of wijziging van de BI-zone Centrum.

Democratie is moeilijk. En soms voor een bestuur van een ondernemersvereniging een teleurstellend proces waar werken niet altijd loont. Luisteren naar wat de burgers of de ondernemers willen, is het moeilijkste wat er is. Want dan moet er over het eigen ego en de eigen ‘alwetendheid’ heen gestapt worden. Het bijltje erbij neer gooien is dan de verleidelijkste en vermoedelijk makkelijkste weg.

 

Louis van der Kallen.

(c) Sebastiaan ter Burg


MACHTSGREEP IN EEN WATERSCHAP


| 17-03-2021 |

 

Normaliter is een waterschap een oase van rust waar hard gewerkt wordt aan lange termijn zaken als waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit, ook wel de kerntaken van het waterschap genoemd. Tot 2008 werden de besturen gekozen op basis van persoonlijke kwaliteiten via een personenstelsel. Er waren geen politieke partijen! Natuurlijk vond politiek Den Haag dat maar niks. Er werd een lijstenstelsel (met partijen) ingevoerd en het bestuur begon politieker te worden. (Oud-) raads- en statenleden begonnen door te dringen in het meer technisch georiënteerde waterschapsbestuur. De alfa’s verdrongen de bèta’s. Waterschappen waren gericht op de kerntaken. En slechts op het algemeen belang voor zover het de kerntaken betrof.

Met de intrede van de politici begon ook het duwen en trekken over de vervulling van de posities in de dagelijkse besturen. De veelal boerendijkgraven werden al rap vervangen door ‘ervaren’ politici c.q. personen die hun sporen in de politiek c.q. de politieke partijen ‘verdiend’ hadden.

Het gevolg was: ze kwamen binnen met hun eigen – deels – politieke agenda; zij wisten wat de maatschappij nodig had. En dat was in hun ogen vaak meer dan de kerntaken van het waterschap. Het waterschap moest midden in de maatschappij staan. Websites werden publieksvriendelijk gemaakt. Afdelingen communicatie verdubbelden of soms wel vervijfvoudigden van omvang. De media moesten binnengehaald worden want de bestuursleden moesten als politici immers de pers halen! Dat vergde in hun ogen meer dan die saaie kerntaken. De ‘oude’ garde van veelal bèta’s, die ging voor uitgangspunten als “zuinig, kwalitatief goed en de lange termijn” moest goedschiks of kwaadschiks wijken. De meesten lieten zich makkelijk afserveren. De alfa’s waren verbaal immers superieur en mediagenieker.

Soms echter zijn er in die oude garde een paar die niet stilletjes langs de zij- of achterdeur meewerkend het podium verlaten. Zij ‘snappen’ het niet. Dan is er de moderne praktijk. Je huurt een organisatieadviseur met een politieke sitekick in om de goegemeente te vertellen dat de bestuurlijke verhoudingen verrot zijn. Je laat eerst een deel van het bestuur (wat je vermoedelijk opnieuw wilt benoemen hun portefeuille ter beschikking stellen (wegens onwerkbare verhoudingen) en dan maak je het leven van de last of the Mohicans zuur zodat ook zij “per direct” opstappen.

Voor de waterschapwereld is dit soort politiek haantjesgedrag volstrekt nieuw en ongehoord. Dan kan de enige niet-gekozene doen wat hij wil en met behulp van zijn politieke vrienden op zoek gaan naar mensen die wel passen in de nieuwe politieke realiteit van het waterschap. Dus gaan staan midden in het maatschappelijk veld dat veel verder reikt dan de voor veel (oude) waterschapbestuurders heilige kerntaken van het waterschap. De kerntaken die ten grondslag liggen aan de oudste bestuursvorm van ons land, de waterschappen.

Het bestuursakkoord kan de prullenbak in. Het akkoord bevatte wel vooral de kerntaken als programmaonderdelen op basis waarvan de verkiezingen zijn gehouden. Het moet anders, zo schijnt de benoemde dijkgraaf te denken. Weg met de focus op kerntaken. Er moet meer aandacht komen voor duurzame relaties (denk aan de politieke vriendjes op posten als gedeputeerden van de provincie, en de wethouders van de gemeenten) en het waterschap moet meer ‘haar’ maatschappelijke rol op gaan pakken. Kortom met waterschapgeld het werk gaan doen wat behoort bij de provincies en gemeenten.

Mijn persoonlijke analyse bij wat er op 15 maart 2021 is gebeurd bij waterschap Hollandse Delta is dat een door de Kroon benoemde Dijkgraaf gekozen bestuurders beentje heeft gelicht en lak heeft aan een op basis van een verkiezingsuitslag gesloten bestuursakkoord. Hij kan niet samenwerken met de vijf andere dagelijkse bestuurders. Dat ligt vast niet aan hem ( de heer Jan Bonjer) die nog geen jaar dijkgraaf is en waar het AD bij zijn benoeming de volgende kop aan wijdde: “De opmerkelijke carrièreswitch van Jan Bonjer: natuurman in het boerenbolwerk”.

Bonje met Jan Bonjer: het was te verwachten. Een benoemde met een eigen agenda. Raar! Om te komen tot een agenda van een overheid als een waterschap kennen we verkiezingen. Ik wens mijn collega waterschappers in de Hollandse Delta veel wijsheid toe.

 

Louis van der Kallen.



AESOPOS FABELS: DE EZEL IN DE LEEUWENHUID

 

    


| 17-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De ezel in de leeuwenhuid

Er was eens een ezel die een leeuwenhuid vond in het bos. Hij trok de huid aan en maakte daarmee alle dieren aan het schrikken. Daarna ging hij naar een mensendorp en ook daar vluchtten de mensen weg. Later echter kwam er een groep zwaar gewapende mannen tevoorschijn om hem te vangen. De ezel dacht dat ze wel zouden vluchten als hij brulde en dat probeerde hij. Maar in plaats van te brullen, begon hij te balken. De mensen hadden toen door dat hij een ezel was in een leeuwenhuid en joegen hem weg.

Moraal

Dames en heren politici, maak jezelf niet belachelijk door je anders voor te doen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen zoals (zwarte) Piet, Sinterklaas en de Kerstman die mogen wel (denkbeeldige) cadeautjes uit de zak van anderen rondstrooien.

 

Louis van der Kallen.

 



AESOPOS FABELS: DE KREKEL EN DE MIEREN

 

    


| 14-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De krekel en de mieren

Het was winter en een hongerige krekel vroeg de mieren – die bezig waren hun nat geworden graanvoorraad te drogen – om iets te eten. De mieren vroegen op hun beurt waarom hij in de zomer geen voedselvoorraad had aangelegd zodat hij ’s winters geen honger hoefde te lijden. De krekel antwoordde dat al zijn tijd opging aan het zingen. De mieren lachten en zeiden: ‘heb je ’s zomers gezongen? Dan zul je ’s winters dansen!’

Moraal

Het jaar kent seizoenen. De economie ook. Goede en slechtere tijden. Veel politici zijn als de krekel in deze fabel en ze zijn gewend het hoogste lied te zingen. Ze zouden moeten leren dat als er goede tijden zijn, zuinigheid en spaarzaamheid de boventoon moeten voeren zodat ze een appeltje voor de dorst hebben als de slechte tijden aanbreken. Dan is het tijd om de magen van de burgers te vullen door te hulp te schieten waar het nodig is.

 

Louis van der Kallen.

 


DE RAAF EN DE VOS

 

    


| 13-03-2021 |

 

De raaf en de vos is een Jean de La Fontaine fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Meester raaf zat in een eikenboom.

Hij klemde in zijn bek een heerlijk brokje kaas uit Gouda.

Meester vos, gelokt door deze droom

Van geur, keek op en sprak: “Doctor honoris causa,

U met uw wijs en alziend oog

En met uw glanzend zwarte toog,

Als ook uw stemorgaan zo mooi is als uw veren

dan moet toch ieder dier u als een feniks eren!”

Meester raaf, ontroerd door zoveel eer,

Wipte van tak tot tak en boog zich wat naar voren,

Keek toen trots over zijn snavel neer

Op meester vos en om zijn stem te laten horen

Gaapte hij met zijn bek héél wijd.

Maar ja, de kaas was hij toen kwijt.

Hij hapte er nog naar, keek treurig naar beneden.

De vos pakte zijn prooi en fleemde toen tevreden

Moraal

“Denk eraan, mijn waarde heer,

Elke vleier schenkt zijn eer

Aan door ’t lot verwende vrinden

Die zichzelf belangrijk vinden.

Deze wijze les, helaas,

Kost u wel dit brokje kaas!”

Beschaamd verborg de raaf zich in de eikentakken

En kraste toen wat laat: “Mij zul je niet meer pakken!”

En de kiezer? Valt de kiezer weer voor de politieke vleierij? Of kijkt hij eerst naar wat voor vlees er in de kuip zit. Harrebomée zou zeggen: “Zij vlechten vijgebladeren.”

 

Louis van der Kallen.


AESOPOS FABELS: DE DIEREN EN DE PEST

 

    


| 12-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De dieren en de pest

Lang geleden woedde er een ernstige ziekte onder de dieren. Vele van hen stierven en zij die in leven bleven waren zo ziek dat ze zelfs niets meer om eten en drinken gaven en zich lusteloos voortsleepten. Meester vos had geen zin meer in een vet kippetje en mijnheer wolf draaide zich walgend om wanneer hij een zacht lammetje tegenkwam. Tenslotte besloot de leeuw om de zaak met alle dieren te bespreken. Toen ze allemaal aanwezig waren stond hij recht en zei: “Beste vrienden, ik geloof dat de goden deze ziekte op ons hebben afgestuurd om ons te straffen voor onze zonden. Daarom moet de meest schuldige van ons gedood worden en dienen als offer voor de goden. Misschien krijgen we dan vergiffenis en zal de ziekte verdwijnen. Ik zal eerst mijn eigen zonden opbiechten. Ik beken dat ik zeer gulzig ben geweest en veel schapen heb opgegeten. Ze hadden mij geen kwaad gedaan. Ik heb geiten en stieren en herten opgepeuzeld. Om de waarheid te zeggen, ik heb zelfs af en toe een schaapherder opgegeten. Indien ik de meest schuldige ben, dan ben ik klaar om geofferd te worden. Maar ik denk dat het beter is wanneer ieder van ons eerst zijn zonden opbiecht zoals ik gedaan heb. Daarna kunnen we beslissen wie de grootste schuld draagt.” De vos antwoordde: “majesteit, u bent te goed. Kan het een misdaad zijn om schapen op te eten, zulke stomme dieren? Nee, nee, majesteit. U hebt hen grote eer bewezen door hen op te eten. En wat de schaapherders betreft, we weten allemaal dat ze behoren tot een zwak ras dat denkt dat het onze meester is.” Alle dieren klapten in hun poten en zeiden dat de vos gelijk had. Daarna kwamen de tijger, de beer, de wolf en alle wilde dieren de meest verschrikkelijke dingen opbiechten, maar allemaal werden ze onschuldig verklaard en men deed zelfs alsof ze zeer deugdzaam en onschuldig waren. Nu was het de beurt aan de ezel om zijn zonden op te biechten. “Ik herinner mij” zei hij met veel schuldgevoel, “dat ik op een dag voorbij een veld kwam dat eigendom was van een paar priesters. Het gras zag er zo mals en smakelijk uit en ik had zulk een honger dat ik mezelf niet kon tegenhouden om er wat van te eten. Ik had er geen recht op, dat geef ik toe…” Hij werd onderbroken door een groot tumult onder de dieren. Hier was de misdadiger die al dat ongeluk over hen had gebracht! Wat een verschrikkelijke misdaad was het om gras te eten dat van iemand anders was! Het was erg genoeg om er gelijk wie voor op te hangen, en zeker een ezel. Onmiddellijk sprongen ze op de ezel, de wolf als eerste, en al gauw hadden ze hem dood gebeten, waardoor hij ter plekke geofferd werd aan de goden, zonder dat er een altaar aan te pas kwam.

Moraal

Het zijn de zwakken die boeten voor de misdaden van de machtigen. Harrebomée biedt een veelheid aanspreekwoorden die ieder zijn eigen moraal kennen; “ ’t Fluweelen kleed, Kent straf noch leed” (de machtigen ontlopen hun gerechtvaardige staf), “De (geestelijke) heeren loopen doorgaans vrij, of hoogstens in den drop, als het op anderen slagen regent”, “De missslagen der geneesheeren worden met aarde, de gebreken der rijken worden met geld bedekt” (geld wast veel zonden weg) en “Kwade menschen hebben nu eere en pracht; Goede menschen worden als ezels veracht.”

Wie draagt schuld voor alle ziekten en plagen die het volk treffen? Vast niet degenen die ons jaren lang geleid hebben. Zij wassen hun handen, zoals Pontius Pilatus in onschuld. Zij dragen geen schuld aan de gevolgen van hun besluiten! Uiteindelijk dragen de zieken en zwakken zelf schuld voor hun lot. Ze hebben immers die leiders zelf gekozen! Of toch niet? Maak u op 17 maart weer dezelfde fout?

 

Louis van der Kallen.


VROUWENDAG

 

    


| 08-03  |

 

In de Nederlandse Krijgsgeschiedenis zijn er niet zoveel vrouwen die een ‘aanzienlijke’ rol hebben gespeeld. Op een enkele uitzondering na. Voor mij de meeste herkenbare als de vrouwen in de rol van het ‘sterke geslacht’ was de overwinning van de Goereesche burgeressen in 1490 op de Hoeksebelagers.

“Jonker Frans trok tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten op met zijner Hoeksche strijdgenooten naar de stad Goeree. Toen deze stad door hem werd aangevallen, was de stad van krijgsvolk ontbloot, en waren de meeste burgers op de haringvangst. Nu streden de vrouwen, en noodzaakten jonker Frans, na zeven uren stormens, met een aanmerkelijk verlies van manschappen af te trekken, terwijl slechts ééne dezer man-(vrouw) hafte strijderessen gesneuveld was.” Aldus Harrebomée spreekwoordenboek der Nederlandse taal uit 1861

Neem dit sterke geslacht serieus is mijn boodschap.

 

Louis van der Kallen.

 


POLITIEK OP NIVEAU

 

    


| 11-03-2021 |

 

Op landelijke niveau ( Tweede Kamer ) is het een hobby partijen in te delen op een soort van links-rechtsschaal met de bijbehorende kleurschakeringen. Op dat niveau spelen ook relatief veel onderwerpen die op basis van de politieke ideologieën ( sociaal, liberaal, christelijk, conservatief, progressief ) enigszins zijn in te delen. Het makkelijkst is dat op onderwerpen zoals economisch beleid, inkomensbeleid, sociale zekerheid en het belastingbeleid. Hoe worden de lasten eerlijk verdeeld? Het landelijk niveau is ook vaak het startpunt bij een registratie van een politieke partij bij de Kiesraad.

Op het provinciale niveau zijn de hoofdkenmerken al een stuk minder herkenbaar. In mijn twaalfjarige ervaring (1991-2003) in de Staten van Noord-Brabant heb ik maar één keer een discussie meegemaakt waar de ideologie een rol van belang speelde. De denominatie van een onderwijsinstelling die bepaalde opleidingen kreeg toegewezen. Daarom zie je ook sinds de jaren negentig provinciale partijen ontstaan zonder kleur, en binnen de betrokken partijen een brede spreiding van politieke kleuren. Zelf zat ik voor de Brabantse Onafhankelijke Partijen (BOF) in de Staten. De BOF was een verzameling van plaatselijke politieke partijen die schakeringen kende van links tot rechts. Lokaal Brabant is daar de opvolger van. Ik stond bij die club in 2019 op de lijst. Een dergelijke partij dient maar één belang en dat is in dit geval het ‘Brabantse’. Bij landelijke partijen in de provincie of in de gemeenten zie je toch vaak de landelijke partijafdruk verschijnen. Bijvoorbeeld bij het ‘vraagstuk’: met wie wordt er lokaal of provinciaal samengewerkt? Bij Lokaal Brabant speelt dat niet en kan het zonder dat die club vragen krijgt van landelijke partijbonzen over provinciaal samenwerken met bijvoorbeeld Forum voor Democratie..

Gemeentelijk zijn de ideologieën van politieke partijen minder relevant dan landelijk maar ze spelen meer dan bij de provincie incidenteel wel een rol. Mijn eigen partij in Bergen op Zoom, de Bergse Sociaal Democraten (BSD), is daar een voorbeeld van met een politiek kleur en maatschappijvisie.

De waterschappen kenden tot 2008 een personenstelsel. Dat was logisch want wat de taken van een waterschap zijn volstrekt politiek kleurloos. Je kent geen christelijke dijken. Geen liberale rioolwaterreiniging of sociaaldemocratisch waterbeheer. De politisering van de waterschappen in 2008 door de invoering van een lijstenstelsel is dan ook pure flauwekul en een bestuurlijke verarming gebleken. Een Haags spelletje om partijleden aan een functie te helpen. Veel bestuurders die gekozen waren op basis van hun persoonlijke kennis en interesse voor waterzaken zijn dan ook verdwenen. Zelf probeer ik met de waterpartij Ons Water – in één fractie samenwerkend met de andere regionale waterpartij West-Brabant Waterbreed – een inhoudelijke bijdrage te leveren aan een goed en efficiënt waterschapsbestuur. In onze fractie van zeven leden zitten mensen van het totale politieke spectrum die niet gekozen of geselecteerd zijn op politieke ideologie maar op hun kwaliteiten en ervaringen met water.

Als linkse jongen kan ik goed op inhoud met links en rechts samenwerken. Ik steun dan ook op inhoud: provinciaal de samenwerking tussen Lokaal Brabant en o.a. FvD, In het waterschap werk ik in de fractie en daarbuiten met alle politieke kleuren graag samen. De inhoud van het bestuurlijke werk is daar net als water kleurloos! Lokaal kent mijn “club” de BSD mensen die landelijk kiezen voor de SP, PvdA, VVD, CDA of FvD en vast ook andere partijen. Het gaat lokaal om de inhoud, zelden om de politieke kleur. Het mooie is dat zulks heel goed kan. Zeker als je mensen niet onderwerpt aan zoiets frustrerends als een partijdiscipline. Moge er politiek duizend bloemen bloeien!

 

Louis van der Kallen.


ZULLEN WE HET OOIT LEREN?

 

    


| 10-03-2021 |

 

Ik word steeds somberder over de toekomst van de mensheid en over het leervermogen van de mens als lerend wezen. Ik volg al vele jaren het wereldnieuws in het algemeen en wat er gebeurt in de USA in het bijzonder.

De gelopen maand schreef ik “America is Back” over de ‘staat’ van Amerika en onze positie daarbij, en “Mijn wereld is veranderd” over het instorten van democratisch gehalte van de Amerikaanse politiek. De lezer zou kunnen denken dat ik van menig ben dat uit Amerika, de goede oude vertrouwde USA niets dan slechts komt. Dat is natuurlijk niet zo. Maar het goede is wel vaak al van lang geleden. Ik ben nog steeds dankbaar voor het Amerikaanse offer voor onze bevrijding van de nazidictatuur en de goede hulp bij de herbouw van ons verwoeste land na 40-45, het Marshallplan!

Ook goede gedachten komen vaak in een vroeg stadium uit de USA. Mijn somberheid komt voort uit het feit dat ze van die gedachten zelf niets, maar dan ook helemaal niets blijken te leren.

Naar aanleiding van de financiële crisis van 1837 schreef de New York Herald op 3 mei 1837: ‘De huidige misère die ons land treft, is het gevolg van teveel bankieren, te veel handelen, te veel uitgeven, te veel leven, te veel haast, te veel sturen, te veel willen, te veel bedriegen, te veel lenen, te veel eten, te veel drinken, te veel bidden, te veel zondigen, te veel denken , te veel spelen, te veel veronachtzamen, te veel wagen, te veel rondlummelen en te veel doen in ieder opzicht en op alle mogelijke manieren.’

Dat was niet de enige ‘waarschuwing’ over economisch wangedrag. Abraham Lincoln schreef in een brief d.d. 21 november 1864 aan kolonel William F. Elkins: ‘Ik zie in de nabije toekomst een crisis naderen die mij van mijn stuk brengt en me laat sidderen voor de veiligheid van mijn land… ondernemingen zijn op de troon gezet en er zal een tijdperk volgen van corruptie op hoge posities en de geldmacht van het land zal haar rijk proberen te bestendigen door voordelen van het volk te beïnvloeden totdat alle rijkdom in handen is van enkelen en de republiek is vernietigd’.

De woorden van Lincoln galmen nu 150 jaar later door mijn hoofd. Het zakenblad Forbes liet in een recente publicatie zien dat tussen 1982 en 2020 het aantal miljardairs in de USA vrijwel is vervijftienvoudigd. De rijken werden rijker door vooral bedrijfspolitiek en overheidsbeleid. Lincoln was en veel opzichten een wijs man.

In Nederland is het niet veel anders. In september 2020 schreef ik het artikel “Wie zijn er beter van geworden?”, waarin ik liet zien hoe de belastingen voor bedrijven en de rijken de afgelopen jaren zijn verlaagd en het alsmaar herhaalde verkiezingssprookje van de vooruitgang en de moderne tijd verloren zijn gegaan in armoede en afhankelijkheid.

President Teddy Roosevelt (1901-1909) sprak al van “puissant rijke boosdoeners”. Ik zeg het hem na en constateer dat er bitter weinig tot niets is veranderd. Leren is moeilijk. Burgers/kiezers trappen er keer op keer in en stemmen de handlangers van het grote bedrijfsleven die zich bitter weinig gelegen laten liggen aan de noden van het volk en de schrijnende ongelijkheid.

 

Louis van der Kallen.


DE OREN VAN DE HAAS

 

    


| 06-03-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De oren van de haas

Op een dag was een leeuw een geit aan het opeten maar hij verwondde zich erg aan haar horens. Hij was verschrikkelijk boos dat een dier, dat hij had uitgekozen om op te eten, zo brutaal kon zijn en zulke gevaarlijke dingen kon dragen als de horens waaraan hij zich gekwetst had. Hij beval dus dat alle dieren die horens droegen zijn gebied binnen de vierentwintig uur moesten verlaten. Dit bevel veroorzaakte paniek onder de dieren. De ongelukkigen die horens hadden, begonnen hun bezittingen in te pakken en trokken weg. Zelfs de haas – die zoals gekend is geen horens heeft en dus niets te vrezen had – kreeg een rusteloze nacht waarin hij nachtmerries had over de verschrikkelijke leeuw. En toen hij ‘s-morgens uit zijn hol kwam en in de zonneschijn liep, zag hij de schaduw van zijn lange, puntige oren en werd hij heel erg bang. “Vaarwel, buurman krekel”, riep hij, “ik vertrek ook. Want de leeuw zal zeker beweren dat mijn oren horens zijn en zal naar mij niet willen luisteren.”

Moraal

Geef je vijanden niet de minste aanleiding om je aan te vallen. Overheden, bestuurders of gezagdragers zijn niet altijd redelijk, logisch en duidelijk. Zie hoe om is gegaan met de toewijzing en beoordeling van de aanvragen van toeslagen. Sommige ‘angsthazen’ volgen dan deze Harrebomée wijsheid: “Het is geen wijsheid, tegen de heeren te schrijven, Die u uit uw land en goed kunnen verdrijven.”

 

Louis van der Kallen.