WILHELMUS

 

    


| 31-07-2020 |

 

 

De oudst bekende tekst van het Wilhelmus uit het Geuzenliedboek 1577-1578.

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet
Den Vaderlant ghetrouwe
Blijf ick tot inden doot:
Een Prince van Oraengien
Ben ick vry onuerveert
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert.

In Godes vrees te leuen
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreuen
Om Lant om Luyd ghebracht.
Maer God sal my regeren
Als een goet Instrument
Dat ick sal wederkeeren
In mynen Regiment.

Lijdt v mijn Ondersaten
Die oprecht zijn van aert,
Gad sal v niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begeert te leuen
Bidt Godt nacht ende dach
Dat hy my cracht wilt gheuen
Dat ick v helpen mach.

Lijf end’ goet al te samen
Heb ick v niet verschoont,
Mijn Broeders hooch van Namen
Hebbent v oockvertoont:
Graef Adolf is ghebleuen
In Vrieslant inden Slach,
Sijn siel int eewich Leuen
Verwacht den Jongsten dach.

Edel end’ Hoochgeboren
Van Keyserlicken Stam:
Een Vorst des Rijcx vercoren
Als een vroom Christen Man,
Voor Godes Woort ghepresen
Heb ick vry onuersaecht
Als een Helt sonder vreesen
Mijn Edel Bloet ghewaecht.

Mijn Schilt ende Betrouwen
Sijt ghy, O God mijn Heer,
Op v so wil ick bouwen
Verlaet my nemmermeer:
Dat ick doch vroom mach blijuen
V dienaer taller stont,
Die Tyranny verdrijuen ,
Die my mijn hert doorwont.

Van al die my beswaren
End’ mijn veruolgers zijn,
Mijn God wilt doch bewaren
Den trouwen Dienaer dijn:
Dat sy my niet verraschen
In haren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Als Dauid moeste vluchten
Voor Saul den Tyran:
So heb ick moeten suchten
Met menich Edelman:
Maer God heeft hem verheuen,
Verlost wt alder noot,
Een Coninckrije gegeuen
In Israel seer groot.

Nae tsuer sal ick ontfangen
Van God mijn Heer dat soet,
Daer na so doet verlangen
Mijn Vorstelick ghemoet:
Dat is dat ick mach steruen
Met eere in dat Velt,
Een eewich Rijck verweruen
Als een ghetrouwer Helt.

Niet doet my meer erbarmen
In mynen wederspoet
Dan datmen siet verarmen
Des Conincx Landen goet,
Dat v de Spaengiaerts crencken
Edel Nederlant soet,
Als ick daer aen ghedencke
Mijn Edel hert dat bloet.

Als een Prins opgheseten
Met myner Heyres cracht,
Van den Tyran vermeten
Heb ick den Slach verwacht,
Die by Maestricht begrauen
Bevreesde mijn ghewelt,
Mijn Ruyters sachmen drauen
Seer moedich door dat Velt.

So het den wille des Heeren
Op die tijt had gheweest,
Had ick wel willen keeren
Van v dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hierbouen
Die alle dinck regeert,
Diemen altijt moet louen
En heeftet niet begheert.

Seer christelick was ghedreuen
Mijn Princelick ghemoet,
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mynes herten gront,
Dat hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen bekant.

Orlof mijn arme Schapen
Die zijt in grooten noot,
V Herder sal niet slapen
Al zijt ghy nu verstroyt:
Tot God wilt v begheuen,
Sijn heylsaem Woort neemt aen,
Als vrome Christen leuen,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Voor God wil ick belijden
End syner grooter macht,
Dat ick tot geenen tijden
Den Coninc heb veracht:
Dan dat ick God den Heere
Der hoochster Maiesteyt,
Heb moeten obedieren
Inder gherechticheyt.

 


    

APOCALYPS

 

    


| 31-07-2020 |

 

We leven in roerige tijden met vele plagen. Aan de nachtelijke hemel een komeet. Neowise komt langs, in vroeger eeuwen geduid als een boodschapper van het kwaad. Een wereld wijde pandemie overheerst de dagelijkse media, in vroeger tijden geduid als een uiting van de toorn van God. Droogte teistert de landen. Het klimaat veranderd. Uitingen van onrust grijpen om zich heen door sommigen geduid als komende revolutie. In vele ‘sociale’ media verschijnen afbeeldingen van ‘duivelse’ (wereld) leiders. Wereldmachten lijken elkaar naar het leven te staan. De honger in de wereld neemt toe en de economie is wereld wijd in een neergang terechtgekomen, die zijn gelijke in de geschiedenis niet kent.

Op zevenentwintigjarige leeftijd gaf de Neurenbergse goudsmidszoon Albrecht Dürer zijn ‘Grote Boek’ gewijd aan de “Apocalypse” uit. Het maakte hem wereld beroemd. 14 houtsneden van ongekende klasse.
Zelf ben ik onder de indruk van een aantal van die houtsneden zoals die waarbij de engel Michaël samen met drie andere engelen de draken uit de hemelen verdrijft. Ik heb ook nog wel een hedendaags klusje voor die vier. Ik wil ze de weg naar het Witte Huis of het Palácio do Planalto wel wijzen. Zelf heb ik het meest met de zesde houtsnede in het boek waar ‘de rampen los breken’. Met een Arend die krijsend de wereld met een “wee, wee, wee” lijkt te waarschuwen. Met zeven engelen, die op bazuinen blazen, die de wereld alarmeren. Waar schepen vergaan en een vuurspugende berg die de wereld in vuur en vlam zet en de ster ‘Absinth’ die met alsem de waterbronnen vergiftigd.

Als bestuurder ben ik al vele jaren betrokken bij het waterbeheer. Mij spreekt de symboliek van dit alles mij aan. De wateren van deze wereld worden sluipende wijze vergiftigd en verzuurd met gifstoffen, met plastic, met hormonen, met koolzuurgas, met radioactieve stoffen enzovoort. Terwijl water een levensvoorwaarde is. Voorwaar een wee, wee, wee waard.

 

Louis van der Kallen.


    

PLUNDERING VAN EEN DORP

 

    


| 28-07-2020 |

 

Schuldig of onschuldig, maar wie is dan wel de dader?

Het jaar 1589 was een dramatisch jaar voor het dorp Wommelgem in de provincie Antwerpen. Hollandse troepen (volgens vele bronnen) staken er verschillende windmolens in brand. Alle huizen van het dorpscentrum gingen in vlammen op en een brouwerij werd geplunderd. Bij de gewelddadigheden die met deze plundering gepaard gingen, verloren 33 inwoners het leven waaronder vier schepenen.

Van de plunderingen van Wommelgem maakte Sebastiaan Vrancx (1573-1647) een schilderij dat in Museum Kunstpalast in Düsseldorf te zien is. Tot zover de door mij achterhaalde feiten.

Wat treft mijn verbazing dat een afbeelding van het schilderij gebruikt is voor de omslag van het boek “staatsvormend geweld” uit 2007. Op die omslag is te lezen: “Plundering van Wommelgem in 1589 door het garnizoen van Bergen op Zoom”. Wat is het bewijs voor deze beschuldiging? In 1588 werd Bergen op Zoom nog belegerd door Parma met zijn leger van circa 36000 troepen. Wat zou het Bergse garnizoen in 1589 bij Wommelgem te zoeken hebben gehad? Kwamen ze misschien uit een ander ‘Berghe’?

Mijn vraag is:  wie o wie is de zondaar die onze voorvaderen of onze edele gasten uit de republiek belastert, zonder deugdelijk bewijs? Iets voor een zomeravond om uit te zoeken. Wie o wie of welk een snoodaard heeft de naam van onze stad bezoedeld? Of wie o wie kent de echte daders?

Plunderingen Wommelgem

 

Louis van der Kallen.


    

AANDACHT GEVRAAGD

 

    


| 27-07-2020 |

 

De gemeenteraad van Bergen op Zoom staat de komende jaren voor de opdracht stevig te gaan bezuinigen. Die besluiten moeten in het stadhuis aan de Grote Markt genomen gaan worden.

De voorgevel van ons mooie stadhuis bevat een aantal symbolen, die de aandacht vragen van al diegenen die het stadhuis betreden. Zo zien wij het stadswapen (waar doen wij het voor) en het wapen van het hertogdom Brabant (wie controleert ons). Maar ook twee beelden van vrouwen te weten: Vrouwe Prudentia (verstandigheid, levenswijsheid, zedelijkheid en voorzichtigheid) en Vrouwe Justitia (Rechtvaardigheid).

Vrouwe Prudentia bekijkt zichzelve in de spiegel. Zij wijst op het weloverwogen beleid dat het stadsbestuur heeft te betrachten. Voorzichtigheid is geboden want iedere beslissing kan grote gevolgen hebben voor wat de Bergenaren lief is. Mij komt het voor dat de balans in de rechter hand van Vrouwe Justitia de stadsbestuurders er op wijst dat het gaat om een goede balans te vinden tussen de belangen van de gemeente en die van onze burgers, en tussen het nu en de toekomst. Het zwaard in de linkerhand van Vrouwe Justitia laat de stadsbestuurders weten dat uiteindelijk de Bergse burgers op 16 maart 2022 het zwaard zullen gaan hanteren als zij hun stem uitbrengen.

   
Louis van der Kallen.


    

DE CORONAWET

 

    


| 21-07-2020 |

 

Ik ben een oude man die hecht aan tradities die wezenlijk zijn voor wie wij Nederlanders zijn. Nederland is vanaf zijn ontstaan een baken in de wereld geweest voor vrijheid en democratie. Het ‘Plakkaat van Verlatinge’ dat op 26 juli 1581 door de Staten-Generaal is bekrachtigd, heeft als bron gediend bij de totstandkoming van vele democratische constituties en onafhankelijkheidsverklaringen. Belangrijke elementen in de Amerikaanse Declaration of Independance (1776) en de Franse Déclaration des Droits de l’homme et de Citoyen (1789) zijn direct herleidbaar tot het ‘Plakkaat van Verlatinge’.

Voor mij is de kern van het ‘Plakkaat van Verlatinge’ de zin waarin, vrij vertaald, gesteld wordt dat de macht van de staat (toen een vorst) gericht is op het welzijn van zijn onderdanen zonder deze onderdanen tot zijn volgzame slaaf te maken.

Voor de liefhebber de originele tekst uit het ‘Plakkaat van Verlatinge’: “een Prince vanden Lande van God gestelt is hooft ouer zijne ondersaten, om de selue te bewaren ende beschermen van alle onghelijck, ouerlast ende ghewelt, gelijck een herder tot bewaernisse ende bescherminghe van zijne schapen: Ende dat d’ondersaten niet en zijn van God geschapen tot behoef vanden Prince, om hem in als wat hij beveelt, weder het godelyck oft ongodelyck, recht oft onrecht is, onderdanich te wesen, ende als slauen te dienen.” Of in hedendaags Nederlands: ‘een vorst is aangesteld tot hoofd van zijn onderdanen om hen onder zijn hoede te nemen en te beschermen, zoals een herder zijn schapen beschermt, en de onderdanen zijn niet geschapen ten behoeve van de vorst om hem in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en als slaaf te dienen.’

Het voorstel voor de nieuwe coronawet is wat mij betreft een buitengewoon en controversieel wetsontwerp waarvan de Raad van State in een ongebruikelijk harde reactie zegt nog altijd niet tevreden te zijn. De minister van volksgezondheid blijft in deze wet bevoegd om in bijzondere gevallen het stelsel van noodverordeningen in werking te stellen. Volgens de Raad van State is dat na invoering van de wet ‘niet meer nodig en wenselijk’.

De Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans spreekt van ‘decretenbestuur’. Deze regering maakt zichzelf met deze wet tot een absoluut vorst die met deze coronawet per decreet kan gaan besturen. Voor mij is dit in strijd met de basis van de Nederlandse wettelijke tradities geformuleerd in ‘Plakkaat van Verlatinge’. Het volk is ‘vry onverveert’ en gewend ‘die tyranny [te] verdrijven’ die het tracht te overheersen.

De coronawet past, naar mijn inzicht niet in de Nederlandse tradities van vrijheid in gebondenheid. Noch in die van een overheid die de vrijheden van haar volk respecteert. Decreten die vrijheden beperken zijn on-Nederlands!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-de-coronawet/

 

Louis van der Kallen.


    

LEVE HET GEBREK AAN KENNIS

 

    


| 14-07-2020 |

 

Er komt een wijziging van de kieswet aan. “De kiezer bepaalt straks de ranglijst. Kandidaten van politieke partijen met een eigen specialisme of achterban krijgen meer kans om gekozen te worden. Door een wijziging van het kiesstelsel vervalt de voorkeursdrempel bij alle verkiezingen, met uitzondering van die voor de Eerste Kamer. De wetswijziging moet de kloof tussen kiezer en gekozene dichten.” Aldus de Volkskrant van 1 juli 2020.

Soms vraag ik mij af waarom het lijkt of ik leef in een totaal andere wereld dan de andere mensen die actief zijn in de politiek bestuurlijke wereld. Hoe kan iemand (een minister) met droge ogen beweren dat kandidaten met een “eigen specialisme” meer kans krijgen om gekozen te worden? Het tegendeel is waar. Als gevolg van de verlaging van de voorkeursdrempel in 1998 van 50 % naar 25 % heb ik veel van de specialisten uit de gemeenteraden zien verdwijnen. Met een specialisme als ‘financiën’ haal je geen stemmen. Met een specialisme ‘ruimtelijke ordening’ (RO) ook niet. Dat zijn geen specialismen die de kiezer aanspreken. Mensen met dat soort ‘specialismen’ zijn gemiddeld niet de meest toegankelijke figuren. Het zijn boekenwurmen of dossiervreters. Met vaak ook nog min of meer autistische trekjes. Wilden partijen dat soort specialismen in huis halen dan werden ze normaliter hoog op de lijst gezet zodat ze op de slippen van de lijsttrekker in de raad konden komen. Na 1998 verdwenen ze en mochten hooguit als ongekozen burgerleden terugkeren. Meestal afgeschept met een schamele vergoeding. Kortom de alfa’s de toffe jongens en meisjes die populair zijn door een enkele actie of hip waren op de carnavalsvereniging, voetbal-, hockey-, tennisclub, kerk of moskee werden gekozen. Met meestal niet meer dan wat basiskennis en geen idee van financiën of ruimtelijke ordening. Het gevolg was dat de gemeenteraden steeds minder kennis hebben van zaken die voor het gemeentelijk bestuur belangrijk zijn. Ik schreef eerder het artikel “WAAROM GAAT HET FOUT? ALFA’S!!!!!”.

Bergen op Zoom heeft zo’n raad. Vol met jongens en meisjes die met voorkeurstemmen gekozen zijn. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezing haalde één partij negen zetels, waarvan slechts één lid niet met voorkeurstemmen werd gekozen. Gevolg een fractie van negen zonder een financiële of een ruimtelijke ordening-specialist en zelfs niemand die het sociaal domein beheerst. Gevolg: puinhoop. Genoeg ego’s maar nauwelijks relevante kennis van voor een gemeente cruciale zaken in de veruit grootste fractie!

Dat was vroeger anders: de grotere partijen stelden bewust een lijst zodanig op dat zoveel mogelijk specialismen in een fractie vertegenwoordigd waren. Na 1998 bleken de voorkeursstemmen steeds meer doorslaggevend. Nu wil men de drempel geheel laten verdwijnen. Dit zal betekenen dat de laatste kennisdragers, zeker die met autistische trekjes zullen verdwijnen. Zij, de dossiervreters, zijn immers niet de stemmentrekkers. Ben ik nu de enige die dit ziet? Of wil de landsregering juist af van de mensen die dossiers nog wel kunnen doorgronden en hen met ‘lastige’ vragen proberen te controleren?

Kennisdragers in de controlerende organen zoals de gemeenteraad, provinciale staten of de Tweede Kamer zijn te lastig. “Weg ermee schijnt” het adagium te zijn. En wat is mooier om die zuivering te framen met de kreet “het verlaagt de kloof tussen kiezer en gekozene”? Wie kan daar nou tegen zijn?

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-leve-het-gebrek-aan-kennis/

 

Louis van der Kallen.


    

NORMEN

 

    


| 20-07-2020 |

 

Op school leerde ik dat onze democratie gebaseerd was op de oude, Griekse stadstaten. Plato’s denken was daarin een belangrijke basis. Als ik onze ‘moderne’ democratie beoordeel, kom ik tot een andere conclusie. De oude Grieken dachten namelijk heel anders over de voorwaarden voor een optimale regimevorm dan wij “modernen”. Voor hen waren de procedures die het functioneren van een regime regelden ondergeschikt aan twee andere zaken. Het besef van de waarde van moraliteit en de balans tussen volk en regerende klasse.

De kern van het klassieke moreel besef werd gevormd door een gehechtheid aan bepaalde kwaliteiten of deugden waarin men het zogenoemde moreel kapitaal van de eigen gemeenschap bevestigd zag. De klassieke kerndeugden waren moed, gematigdheid, rechtvaardigheid en praktische redelijkheid. Naar Plato’s ideeën dienden volk én bestuurders voldoende moreel kapitaal te bezitten. Als dat ontbrak, was verval van het regime onvermijdelijk.

Een democratie zonder morele ankers zou verworden tot een ochlocratie (de heerschappij van de onderbuik). Die laatste regimevorm zou uiteindelijk leiden tot de opkomst van de demagoog, de leider van de meute, wiens gehele programma bestond uit het naar de mond praten van het volk. Een populist in optimaforma. De huidige politici zien zichzelf graag als de democratische erfopvolgers van de oude Grieken. Ik vraag mij steeds meer af of de politici ooit iets van Plato hebben gelezen. Voor de oude Grieken waren morele onkreukbaarheid en rechtvaardigheid de vereisten bij de keuze voor wie de ‘staat’ zou dienen te besturen. Nu lijkt dat veranderd in: de wil tot scoren bij ‘het volk’. Wat ik zie, is een steeds verdergaande normvervaging en veronachtzaming van de publieke moraal. Ik verzucht wel vaker: waar is het moreel leiderschap? Ik schreef hier eerder over.

   
Louis van der Kallen.


    

ZOMERGESCHRIJF

 

    


| 18-07-2020 |

 

De afgelopen maanden is er in Bergen op Zoom een situatie ontstaan die in de 17de eeuw ertoe zouden hebben geleid dat velen het liedje van Sint Jutmis zouden aanheffen. En velen zouden in het installeren van het nieuwe college de hand van Sint Reijnuit zien. Dit nieuwe college zou naar verwachting de kalisbende, het gilde der goddelozen, berooiden, de schobberdebonkers en dromers wel even tot de orde roepen en de halve gemeente en het gehele ambtelijk apparaat tot de orde der baarvoeters laten toetreden. Bankeroetiers, dwazen, armen, vagebonden, schamelen, onmachtigen en berooiden vullen straks de straten van de eens dromenrijke stad die de hemelse plaag van zuinigheid zich dankbaar laat welgevallen.

Of is het heel misschien een mythe of een boze/mooie droom waaruit wij straks ontwaken? En blijken de nieuwe bezemhanteerders net als Sint Jutmis en Sint Reijnuit droombeelden en ook onmachtigen.

Ik moest dit even kwijt. Nu we mogelijk de Vastenavond tot Sint Juttemis gaan missen is enig kolderiek zomergeschrijf toegestaan. Morgen is deze zonnesteek wel weer over.

   
Louis van der Kallen.


    

EXCUSES

 

    


| 16-07-2020 |

 

Verre nabestaanden van mensen die geleden hebben onder de slavernij verlangen van de Nederlandse staat excuses. Ik vermoed dat dit verlangen mede is ingegeven door het religieuze idee van erfschuld/erfzonde (de zondige natuur van de mens die we van Adam geërfd zouden hebben). De toestand van strafwaardigheid, waarin de mens zich reeds krachtens de erfzonde – dus nog afgezien van zijne persoonlijke zondige daden – tegenover God bevindt.

Bij excuses/spijt betuigingen aan de nabestaanden van slavernijslachtoffers voor het slavernijverleden van de Nederlanders van vorige eeuwen, zeg je in feite dat met de kennis en de moraal van nu de Nederlanders van toen geen slaven zouden mogen hebben vervoerd, verhandeld of geëxploiteerd. Ik heb hier niets mee! Niet dat ik de slavernij goed wil praten. Ik heb geen enkele sympathie voor systemen als apartheid of slavernij. Zij zijn een miskenning van de menswaardigheid van ieder mens, welke godsdienst hij ook belijdt, of van welke oorsprong ook.

Het eisen van excuses van mensen of generaties die part nog deel hebben gehad aan de wandaden is in mijn ogen betekenisloos. Ik ben niet van een vele generaties overstijgende erfzonde. Ik erken wel een zeker effect van het maken van excuses of spijt betuigen. Maar dan wel van iemand die direct of indirect betrokken was bij de begane wandaden. Een positief voorbeeld daarvan was de rede op 8 mei 1985 van de toenmalige Duitse Bondspresident Richard Karl Freiherr von Weizsäcker, de in 1920 geboren zoon van Ernst von Weizsäcker. Zijn vader was een honorair SS-generaal-majoor. Op imposante wijze betuigde hij in die rede spijt aan de slachtoffers van het Naziregime. Dat had impact en oogstte internationaal grote waardering bij de slachtoffers.

Ik erken dat de slavernij grote invloed heeft gehad op de slachtoffers. Maar is dat bijna 160 jaar na dato nog relevant? En is dat relevanter dan de gevolgen voor de slachtoffers van de kinderarbeid in Nederland waarvan de afbouw in 1874 begon met het Kinderwetje van Van Houten dat onder andere bepaalde dat kinderen beneden de tien jaar niet meer in de mijnbouw mochten werken. Of de slachtoffers van de heksen en tovenarijvervolgingen. Notabene slachtoffers, ter dood gebracht door beulen in dienst van de overheid. Zoals Marrigje Ariens (1591) of Anna Muggen (1608) of vele andere slachtoffers van gerechtelijke dwalingen of misdaden van overheden. Slavenhouders waren als zodanig geen overheidsdienaren. Excuses vragen van een regering is dan helemaal merkwaardig.

Slavenhouders waren er ook in alle (meng-)kleuren, gezien bijgaande tekening uit circa 1854 uit een boek van Wolter Robert baron van Hoëvell (kamerlid en voorstander van afschaffing van de slavernij). De gegeselde (licht gekleurde) vrouw was de slavin van een vrije zwarte vrouw in Suriname; zij krijgt de geseling, uitgevoerd door een ingehuurde (zwarte) beul van de overheid, omdat zij een relatie was aangegaan met een vrije mulat.

De Nederlandse overheid heeft nooit bij wet slavernij ingesteld (het bezit van slaven werd als een zaak van privaateigendom beschouwd) , wel afgeschaft, en dan is het raar voor je slavernijverleden excuses te moeten maken.

Hoe anders is het met het in Indië in 1830 bij wet ingevoerde, zeer winstgevende, cultuurstelsel? Dat werd in 1870 afgeschaft. Volgens velen waren de gevolgen (uitbuiting, armoede, verpaupering en hongersnood) voor burgers in veel gevallen ingrijpender dan de slavernij. Daar klinkt nooit de roep om excuses! Net zomin dat de van oorsprong Europese Nederlanders terug grijpen op het lijfeigenaarschap van de middeleeuwen. Waar de lijfeigenen ook nog eens voor en met hun ‘heer’ ten oorlog togen.

In het Nederlandse staatrecht kent het maken van excuses of het pardon vragen en de betekenis daarvan een lange geschiedenis die zelfs heden ten dage doorwerkt in de opvattingen van bestuurders en politici. Ik breng daarom in herinnering de moedige handelswijze van Maria van Utrecht tegenover prins Maurits. Maria van Utrecht was de waardige weduwe van de geëxecuteerde Johan van Oldenbarnevelt. Zij kwam pardon vragen voor “haren wel misdadigen, maar misleiden en ongelukkigen zoon Groeneveld”, toen prins Maurits de wedervraag deed, “waarom zij voor haren man geen pardon gevraagd had” gaf zij als antwoord: “Mijn man was onschuldig, maar mijn zoon is schuldig”. Het antwoord van Maria van Utrecht is nog steeds de norm onder bestuurders. Excuseren is schuld erkennen. Dat doe je niet als je geen schuld draagt. De staat draagt geen schuld aan de slavernij. Privépersonen en bedrijven uit de tijd van de slavernij wel. De staat is wel verantwoordelijk voor het verbieden van de slavernij.

   
Louis van der Kallen.


    

WAT IS ER GEBEURD?

 

    


| 08-07-2020 |

 

Bij mijn ordevoorstel inzake het raadsvoorstel “Bijsturing exploitatietekort 2020” splitste de raad zich in landelijk (VVD, D66, CDA, GrL, PvdA en SP) en plaatselijk (GBWP, LL, BSD, Steunpunt, Punt en Samen) en dat was geen toeval. Zie je de raad als een afstempelmachine van voorstellen of zie je de raad als een volksvertegenwoordiging van de samenleving?

Bezuinigen met de botte bijl (“het geld is op” van de VVD) of met het fileermes waarbij gekeken wordt naar de maatschappelijke gevolgen en hoe de kern (wat maakt Berge, Halsteren en Lepelstraat tot wat ze zijn?) behouden blijft. De bedoeling van het focusakkoord was niet alleen bezuinigingen maar ook een andere politieke cultuur (depolitiseren). Daar was gisteren geen sprake van! Bij het eerste voorstel (de jaarrekening 2019) ging het al mis. Normaal is de jaarrekening een hamerstuk, het is immers geschiedenis. Het werd door een amendement van de VVD meteen politiek met de botte bijl! Terwijl afgesproken was de “bouwkotten” na de vakantie te bespreken, wenste de VVD nu het bestaande krediet meteen te schrappen onder het motto “het geld is op”. De manier waarop wekte irritatie op. Waarom? Omdat het opraken van het geld veroorzaakt is door dertig jaar VVD- beleid. De VVD zat onafgebroken meer dan dertig jaar in het college. Dertig jaar met vaak de verkeerde zuinigheid (zaken niet doen als er subsidies zijn en wel doen als het wettelijk verplicht is en de subsidies inmiddels afgeschaft) en het geloof in dromen en grote geldverslindende plannen (Markizaten en de Bergse Haven). Zo veel boter op het hoofd en toch zonder met de gevolgen rekening te houden met de kreet “het geld is op”, niet na willen denken over hoe het anders kan.

Ook het college had niet de politieke sensibiliteit om aan te voelen hoe je een politiek beladen voorstel grotendeels door de raad kan krijgen. Politici met maatschappelijke opvattingen en principes vinden het moeilijk om tegen hun geweten in iets te besluiten. Het is dan zaak daar rekening mee te houden. Bij partijen zonder principes of met weinig principes zoals “ het geld is op en wij willen een kleine overheid en marktwerking” is het makkelijk. Bij andere is het goed hen in staat te stellen die principes hoog te houden en toch tot besluitvorming te komen. Dat kan wel degelijk. De oplossing: wisselende meerderheden. Als voorbeeld een situatie vorige week in het waterschap (leuk omdat maar liefst vier van de Bergse fractievoorzitters ook in het waterschapsbestuur zitten). Een voorstel, over de trajecten van een dijkverbetering dreigde het niet te halen omdat op onderdelen partijen deels op principiële gronden anders dachten. De oplossing we stemmen niet over het geheel maar we maken er verschillen de voorstellen (stemrondes) van. Resultaat: alle voorgestelde trajecten haalden het met wisselende meerderheden en iedere fractie had zijn principes hoog kunnen houden.

Ons college wenste het voorstel niet op te knippen. Ze hadden “een technisch voorstel gemaakt”. Dus slikken of stikken. Daar hadden de ‘lokalen’ even geen zin in. Het is nu slikken of stikken voor het college geworden. Jammer want zo komt van de breed gewenste cultuurverandering en van depolitisering bitter weinig te recht. De raad is geen stempelmachine van collegevoorstellen. De raad wil stap voor stap door de pijnlijke bezuinigingsvoorstellen gaan. Waarbij behouden blijft wat voor onze gemeenschappen belangrijk is en ieder raadslid zich zelf, en dicht bij zijn of haar idealen, mag blijven.

Het vergt takt en respect maar vooral inlevingsvermogen. Kortom we misten het ‘oliemannetje’ dat dit bij de zogenoemde apolitieke collegeleden tussen de oren had kunnen krijgen. Maar ook dit wilde een deel van de landelijke partijen niet. Nu is het zaak de balans weer te vinden.

   
Louis van der Kallen.