VRIJHEID VAN MENINGSUITING

 

    


| 13-06-2021 |

 

De vrijheid van meningsuiting is vandaag de dag een veel besproken thema wat mijns inziens een toenemend aantal excessen kent. Het lijkt in de ogen van velen een onbeperkt recht te zijn geworden. Dat is het niet en zo is het in onze rechtsgeschiedenis ook nooit geweest.

Toen het recht in de Grondwet (Staatsregeling van 1798) werd geformuleerd, kende het meteen al een aantal beperkingen. In een diverse samenleving met vele (religieuze) minderheden en grote politieke en maatschappelijke tegenstellingen waren de beperkingen dan ook een gebod om de maatschappelijke vrede in stand te houden c.q. te realiseren. Er werden grenzen gesteld maar toch was de Grondwet uit 1798 een fundamentele verandering waarmee rechten van de soeverein (het staatshoofd en staatsmacht) waren verlegd naar het individu, en deze lagen voortaan vast in de wet.

Het politieke tijdschrift de Burger Politieke Blixem schreef over de implicaties van de verandering en de beperkingen van het recht in haar eerste nummer op 15 april 1800 een uitgebreide verhandeling. Lees de tekst op onderstaande foto’s eens en besef dat er in dezen geen absoluut recht kan zijn in een wereld en samenleving, zo complex als de onze.

 

Louis van der Kallen.


DE WOLF EN ZIJN SCHADUW

 

    


| 07-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De wolf en zijn schaduw

Op een avond kwam een wolf terug naar zijn hol. Hij had een uitstekend humeur en een flinke honger. Terwijl hij rondliep, wierp de ondergaande zon zijn schaduw ver over de grond, zodat de wolf wel honderd keer groter leek dan hij in werkelijkheid was. Trots riep hij uit: “Nee maar! Kijk eens hoe groot ik ben! Nu hoef ik niet meer weg te lopen voor de leeuw, want ik ben de grootste. Ik zal hem eens laten zien wie de echte koning van de dieren is, hij of ik”. Maar toen viel er over wolf en zijn schaduw een nog veel grotere schaduw. Het volgende ogenblik sprong de leeuw op de rug van de wolf en at hem op.

Moraal

Zorg dat je door je fantasieën de realiteit niet vergeet. De dromen en fantasieën van gemeentebestuurders reiken soms tot de hemel. Maar tussen droom en daad staat de gemeenteraad. Of dromen de collegepartijen samen met hun wethouders?

 

Louis van der Kallen.



EÉÉÉÉN

 

    


| 11-06-2021 |

 

Het komt er weer aan het moment dat we ons één volk voelen, althans zo lijkt het straks weer even. Oranje boven! Ze voetballen. Even maakt het niet uit welke kleur of tweede nationaliteit ze hebben. Als ze in oranje voetballen zijn ze van ons. Het soms tot op het bot verdeelde land is dan één!

Soms hoor ik dan een echo uit een ver verleden. Een verleden waar patriotten, unitariërs, orangisten, federalisten elkaar het kot uitvochten. Er kwam een nieuwe (tweede) Nationale Vergadering die begin 1798 in recordtijd een, in mijn ogen, radicaal unitaristische constitutie opstelden. De Bataafse Republiek werd geboren. Met als gevolg de instelling van acht agentschappen een soort van ministeries. Waaronder dat van Nationale Opvoeding. De verbeelding kwam aan de macht.

Nu zit ik niet te wachten op nationalistische retoriek of op een republiek maar op éénheid wel. Dit agentschap probeerde het maatschappelijke en culturele leven weer nieuw leven in te blazen. Ook daar is nu mijns inziens behoefte aan. Adriaan van Dis wees er afgelopen zondag in Buitenhof op: waar zijn de politici die een gedicht vertolken in hun betoog of een politieke partij die een gedicht op neemt in haar programma? De BSD (mijn lokale politieke partij) doet dat al jaren, een deel van een gedicht van Henriëtte Roland-Holst. Mijn persoonlijke inspiratiebron:

“Morgen wordt heden geschreven;

Gij levenden bouwt wordend leven.

Gij werkt voor der komenden lot.”

Dat agentschap werd geleid door Theodorus van Kooten (17 februari 1798 – 1 mei 1799) en door Johannes van der Palm (1 mei 1799 – 8 december 1801); beiden waren dichters en moderaten. De moderaten stonden tussen de federalen en unitariërs in en waren als zodanig de bemiddelaars de bruggenbouwers in de hectische revolutionaire tijd.

Ook nu leven we in een tijd dat het culturele na de droogteperiode van de pandemie nieuw leven in geblazen moet worden.

Ook nu leven we in een tijd dat er behoefte is aan echte moderaten die tussen de keffende partijen staan en bemiddelen om tot een meer nationale eenwording te komen.

Ook nu leven we in een tijd dat er behoefte is aan de inspirerende gedachten van dichters die onze taal doen leven en in de samenleving nieuwe ideeën en gedachten laten opbloeien.

Laten we proberen de gevoelens van éénheid die voetballend Oranje ons geven vast te houden en uit te bouwen. Wat mij betreft mogen we dat een nationale opvoeding noemen.

 

Louis van der Kallen.


DE UIL EN DE KREKEL

 

    


| 10-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De uil en de krekel

De uil slaapt altijd overdag. Na zonsondergang, wanneer het rozige licht verdwijnt in de donkere lucht en de schaduwen traag over het bos vallen, komt hij uit zijn holle boom, nog slaperig en knipperend met zijn ogen. Daarna laat hij zijn vreemd “hoe-hoe-hoeoe-oe-oe” geluid weerklinken in het bos en begint hij te jagen op kevers en torren en kikkers en muizen, op alle dingen die hij graag eet. In het bos zat een oude uil die zich erg humeurig gedroeg en niet gauw tevreden was, zeker indien hij overdag in zijn slaap gestoord werd. Op een warme namiddag in de zomer sliep hij in een oude eik. Een krekel kwam voorbij en maakte het geluid dat krekels altijd maken, vrolijk, rasperig en nogal luid. De oude uil stak zijn hoofd naar buiten en zei: “Ga weg van hier, mijnheer. Heeft u geen manieren? U zou tenminste wat respect kunnen hebben voor mijn leeftijd, en me rustig laten slapen!” Maar de krekel antwoordde brutaal dat hij net zoveel recht had op een plaatsje onder de zon als de uil recht had op een plaatsje in zijn oude eik. En daarna werd zijn liedje nog luider en raspte het nog harder. De wijze oude uil wist dat het weinig zou uithalen wanneer hij ruzie zou maken met de krekel. Maar hij was vast van plan om hem te straffen voor zijn brutaal gedrag. Het was alleen jammer dat de krekel niet dicht genoeg bij hem zat. De uil verstopte dus zijn boosheid en begon heel vriendelijk tegen de krekel te spreken: “Wel mijnheer, ik ben nu toch al wakker en kan dus beter maar luisteren naar uw mooie liedje. Maar ik denk net aan iets. Ik heb hier in mijn boom een zeer lekkere wijn staan. En u weet dat elke zanger beter zingt wanneer hij eerst een beetje wijn heeft gedronken. Komt u maar naar hier, dan kunt u samen met mij proeven van die heerlijke drank. En daarna zult u mooier kunnen zingen dan ooit tevoren.” De onnozele krekel was erg blij met deze vleiende woorden. Hij sprong naar het hol van de uil en keek uit naar de wijn, maar zodra hij dicht genoeg was deed de uil “hap” en at de krekel op.

Moraal

Vleierij is geen bewondering. Laat vleierij je waakzaamheid niet verslappen. Politici zijn net als de uil vaak vleiers en belovers. Kiezers, burgers laat u niet beetnemen: probeer het waarheidsgehalte van hun woorden goed in te schatten. Veel is niet wat het lijkt. Dat geldt zeker ook voor de woorden van politici, commerciële gladjakkers, oplichters, en ander gespuis. Geloof niet alles wat u lees en ziet.

 

Louis van der Kallen.



DE LEEUW EN DE RAT

 

    


| 09-06-2021 |

 

 

De leeuw en de rat is een Jean de La Fontaine fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De leeuw en de rat

Wil wien gij kunt een dienst bewijzen,

Daar toch uw mindere u zeer noodig wezen kan!

‘k Weet daar een tweetal faablen van:

Zoo zeker is de leer, die ik u aan wil prijzen.

Een rat, die uit zijn gaatjen sloop,

Viel in de klauw eens leeuws. De sukkel had geen hoop.

Maar aller dieren Vorst, geneigd eens blijk te geven

Van ’t geen hij waarlijk was, schonk d’armen drommel ’t leven.

Een weldaad vindt haar loon. Wat leeuw die ooit een rat,

Zoo denkt men licht van nooden had?

En toch, te midden van zijn koninklijke gangen

Vond onverwachts de leeuw zich in een net gevangen.

En of hij woelde en of hij dreet,

Het web des jagers hield hem beet.

Maar meester rat snelde aan, doorknabbelde de mazen:

En gaf den leeuw zijn vrijheid weer!

Moraal

Geduld en Tijd vermogen méér

Dan woeste Kracht en grimmig razen!

 

Louis van der Kallen.



IS DE HOLLANDSE DELTA HET VOORLAND?

 

    


| 09-06-2021 |

 

Wat eens een trots waterschap was, is bestuurlijk beland in chaos. Ik schreef er eerder over onder de titel “machtsgreep in een waterschap” . Het waterschap Hollandse Delta is een tot op het bot verdeeld waterschap dat bestuurlijk op drift is geraakt. Al meteen na de eerste verkiezingen volgens het lijstenstelsel in 2008 is de bodem gelegd voor het conflict dat nu maar niet tot bedaren is te brengen. De grote winnaar van die verkiezingen werd buitengesloten van deelname in het college van heemraden. De veruit grootste partij werd bewust, en herhaald uitgesloten. Pas in 2019 na tien jaar uitsluiting werd er een college gevormd mede met twee leden van de fractie van de Waterschapspartij Hollandse Delta. Tot de komst van de nieuwe dijkgraaf in mei vorig jaar leek het college van Heemraden goed te werken. Zijn voorganger had samen met de heemraden gewerkt aan een inhaalslag om achterstanden in onderhoud en investeringen in te gaan lopen.

Die achterstanden waren niet uniek voor het waterschap Hollandse Delta. De waterschappen kregen er de afgelopen twintig jaar steeds meer taken bij en de bestaande taken en normen werden steeds verder verzwaard. Aan de dijken en de waterkwaliteit werden in hoog tempo steeds zwaardere eisen gesteld. In mijn eigen waterschap Brabantse Delta is het dan ook al meer dan tien jaar gebruikelijk dat de tarieven jaarlijks met de inflatie PLUS 2,5 % stijgen. Dat is onvermijdelijk als aan de eisen die het Rijk (sterkere dijken), de provincie (meer natuur) en Europa (kaderrichtlijnwater KRW) stellen wil voldoen.

Het gevolg van de invoering van het lijstenstelsel is de politisering. De komst van politici die veelal ervaring hadden opgedaan in gemeenteraden en provinciale staten. Afgezien van het feit dat dit duale organen zijn, kennen die bestuurslagen een geheel andere financiering. Het grootste deel van het gemeentelijke en provinciale geld komt van het Rijk via het gemeente- of provinciefonds. Waterschappen betalen hun taken vrijwel volledig uit de eigen belastingen.

Politici die eerder in een gemeenteraad of de Staten hebben gezeten, zijn het doen van beloftes gewend. Het geld kwam toch vooral van elders. Waterschapbestuurders van voor 2008 weten dat alles wat ze beloven ook echt uit de zak van hun kiezers moet komen. Dus ze beloven niet zo veel en richten zich op de echte kerntaken van het waterschap. Die kerntaken zitten ook verweven in de systematiek van de waterschapheffingen (belastingen). Voor al de mooie neventaken waarover de ex- gemeentelijke en ex-provinciale bestuurders zo mooi kunnen spreken, is formeel in de heffingen geen plek. Dus is er geen geld voor!

Dat verschil in besef van wat kan en wat past, leidt in steeds meer waterschappen tot bestuurlijk botsingen tussen de oude traditionele waterschapbestuurders en de nieuwlichters in de politieke partijen. Zeker nu de dijkgraven van de ‘oude’ stempel vrijwel allemaal verdwenen zijn. De nieuwelingen komen soms zelfs binnen met een eigen programma (lage tarieven) of doelstellingen. Die in de hoofden van politici afkomstig uit de partijen wel passend zijn maar bij de oudjes die denken in belang – betaling – zeggenschap en technologisch zijn gedreven de wanhoop doet groeien. Twee werelden die elkaar vaak niet begrijpen. De nieuwe politici vinden dat er geld moet zijn voor de ‘nieuwe’ taakopvattingen. De oudjes die zeggen: de manier, de wijze van financiering van de waterschapstaken voorziet hier niet in. En de tarieven extra verhogen (buiten de al jaren geldende inflatie plus 2,5 procent en soms meer) is niet vol te houden voor degenen die van het water moeten leven zoals boeren en bedrijven.

Het voorgaande neem ik bij steeds meer waterschappen waar. De politisering veroorzaakt door het lijstenstelsel verwoest de bestuurlijke tradities van het waterschapbestel. Een bestel dat technologisch uitvoerend was. Voldoen aan de technische normen voor de dijken en de waterkwaliteit tegen de laagste kosten was het doel. Sinds 2008 zijn er door de politieke partijen in de waterschappen allerlei nevendoelen geformuleerd zonder dat de financiering is aangepast. Dat botst en zal blijven botsen.

Het proces bij Hollandse Delta laat zien dat politici als ware narcisten denken de waarheid in pacht te hebben. Waarom zou je als Verenigde Vergadering (VV) luisteren naar het advies van onderzoeker Hans Andersson die de conclusie trok: “Uitsluiting leidt tot verziekte bestuurscultuur”? Waarom zou je als VV luisteren naar de wijze adviezen/suggestie voor de bestuurlijke toekomst van het duo zwaargewichten Peter van der Velden & Mary Heessels. Natuurlijk niet! Een oud-burgemeester in de VV van de Hollandse Delta stelde het haarzuiver: men gaat gewoon door met het creëren van een hofhouding van een dijkgraaf met een politieke agenda. En dat terwijl een dijkgraaf niet door de burgers gekozen is en al helemaal geen eigen agenda zou moeten hebben.

Persoonlijke ambities bepalen de uitkomst niet de bestuurlijke en inhoudelijke kwaliteiten. Arm, arm, arm waterschap!” Die woorden van de oud-burgemeester, zijn mij uit het hart gegrepen.

De slotbrief d.d. 2 juni 2021 van het duo Peter van der Velden & Mary Heessels bevat tal van goede adviezen waarvan vooralsnog geen enkele wordt opgevolgd.

Wat mij in die brief trof was: “Als we terugkijken naar de behandeling van het voorstel op 31 mei, kunnen we helaas niet anders constateren dat we in onze opzet om met dit proces een begin te maken met de verbetering van de bestuurscultuur, niet zijn geslaagd”.

Na maanden van inspanning van een duo van naam, is dit een keiharde conclusie. Ik hoop dat de VV van de Hollandse Delta tot inkeer komen of dat de Commissaris der Koning of de Kroon hier ingrijpen. Want als dit niet tot een bezinning komt, zullen steeds meer waterschappen ditzelfde lot ondergaan. Laat het mooie waterschap Hollandse Delta niet het voorland zijn voor de andere waterschappen. Aan het nieuw kabinet de oproep, de fout van politisering middels de invoering van de het lijstenstelsel in 2008 ongedaan te maken en orde te brengen in de bestuurlijke chaos bij Hollandse Delta.

 

Louis van der Kallen.

 

 


DE STAD EN HAAR INKOMEN

 

    


| 07-06-2021 |

 

Ter inspiratie ben ik eens op zoek gegaan naar hoe de stad en haar ‘Heer’ in het verleden zich voorzagen van inkomen. Als startpunt heb ik het proefschrift van Willem Moll gelezen met de titel: “De rechten van den Heer van Bergen op Zoom tot 1567 (uit 1915).

De Heer van Bergen op Zoom had vele rechten die aan hem toekwamen en die hem geld, goederen en diensten opleverden. Zoals:

  • het recht van jurisdictie;

  • het tolrecht en het geleiderecht;

  • het recht van jacht en visscherij;

  • het veerrecht;

  • het aanwasrecht en waterstaat;

  • het recht om verlof tot testeeren te geven of te weigeren;

  • het molenrecht;

  • het recht van meestove;

  • het waagrecht;

  • beden;

  • accijnzen;

  • het lepelrecht of de riddertol;

  • heerendiensten;

  • het patronaatsrecht;

  • het tiendrecht;

  • cijnsen en renten;

  • lijfrenten;

  • pacht;

  • lepelrecht;

  • Joden en Lombarden.

Sommige van die rechten werden veelal tegen een jaarlijkse pacht aan de stad overgedaan, soms ook om de acute financiële nood van de stad te ledigen.

Zo ook in 1531 toen de stad – volgens het proefschrift – “ter tijd in benarde financiëele omstandigheden verkeerde. Het stadsbestuur besluit nu aan den Heer te verzoeken, om het lepelrecht “tegen redelijken prijs voor eenige jaren aan de stad te willen verpachten, om de stadsfinanciën weer in een wat beteren toestand te brengen” (een citaat uit een verslag uit 1531). Het lepelrecht is het recht om een lepel graan te heffen per graanmaat (eenheid). Daar stonden dan wel de kosten van de aanschaf van “corenmaten” en het “ijcken” daarvan tegenover. Alsmede de aanschaf van lepels en van de “reparatiën” daarvan.

Wat mij opviel was het Jodenrecht: een heffing (die nu ondenkbaar is) op de activiteiten en het verblijf van de Lombarden (veelal Joden). In dat tijdvak volgens het proefschrift “een gesmaad en verdreven menschensoort”. Het “Jodenrecht van de Lombaerden” bracht heel wat op. Van 1384 – 1396 jaarlijks 100 ryale, van 1424 – 1450 jaarlijks 200 realen en van 1543 – 1563 jaarlijks 200 Rijnsche guldens. Het was een soort tax ruling op de multinationale ondernemingen van die tijd. De Heren van Bergen op Zoom waren hun tijd ver vooruit. De multinationals van nu lijken aan de belastingen vaak te ontsnappen.

De Inkomsten van de lokale Heer en het stadsbestuur waren toen zeer divers en vertaald naar nu ingewikkeld en kostbaar om te innen. Toch kijk ik met enige jaloezie naar de gehanteerde tax ruling op de Lombarden uit die tijd. Wat zou een heffing op Facebook mooi zijn met als maatstaf het aantal pagina’s verbonden aan inwoners der gemeente.

 

Louis van der Kallen.

 


DE KRABBEN DIE EEN KONING ZOCHTEN

 

    


| 07-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De krabben die een koning zochten

De krabben waren het beu om zichzelf te regeren. Ze hadden zoveel vrijheid dat ze verwend geraakten. Ze deden niets anders dan in het water en op het wad zitten. Ze verveelden zich en wensten dat ze een koning hadden die hun kon vermaken met zijn pracht en praal en die hun kon laten voelen dat hij de baas was. En dus vertelden ze aan een voorbijkomende eend dat ze een koning zochten. Naast de krabbenkreek stond een oude boom. Op een dag brak er een dikke tak af en die viel op de oever van de kreek. De krabben verborgen zich. Ze dachten dat de tak een grote reus was die hun koning wou worden. Maar al gauw ontdekten ze hoe tam en vreedzaam koning Tak was. De jonge “krabbekes” gleden van zijn bast in het water. De oudere krabben gebruikten hem als een plaats om samen te komen, en luid te klagen dat hun koning toch geen echte koning was. Ondertussen had de eend aan de andere dieren, waaronder een walrus, verteld dat de krabben een koning zochten. Zodra hij dat hoorde, zwom walrus naar het wad en zei dat hij hun koning zou zijn. De krabben waren blij maar merkten al vlug dat koning Walrus een heel andere koning was dan hun tamme koning Tak. Koning Walrus bleek een krabbenliefhebber en at ze als ontbijt, lunch en avondmaaltijd en als tussendoortje tot zijn buik vol zat. De krabben zagen al gauw hun domheid in. Ze smeekten hun wrede koning om weg te gaan. Maar koning Walrus zei: “Wat is me dat nu! Zijn jullie niet tevreden? Jullie hebben gekregen waar je om gevraagd had. Indien het jullie niet bevalt is het alleen maar jullie eigen schuld.”

Moraal

De krabben maakten een verkeerde keuze. Daar zit je dan jaren meer opgescheept. Hoeveel mensen zijn in maart verleid tot een keuze waarvan ze nu spijt hebben? Ze dachten te stemmen op een integere leider, hij bleek een notoire leugenaar. Ze dachten te stemmen op iemand die stond voor een nieuwe transparantere cultuur of werkwijze, ze bleek deel uit te maken van de oude cultuur. Hoe vaak laat u, geachte kiezer u nog misleiden?

Saai, somber zijn niet verleidelijk. Mooie wensen en dromen wel. Bezint eer gij begint. Denk goed na vooraleer je iets verandert of de praatjesmakers volgt.

 

Louis van der Kallen.



DE BOER EN DE OOIEVAAR

 

    


| 06-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De boer en de ooievaar

Er was eens een brave ooievaar die niet erg slim was en in iedereen vertrouwen had. Op een dag kwam hij een groep reigers tegen. De reigers vertelden hem dat ze een veld hadden gevonden waarop een boer pas gezaaid had. Ze nodigden de ooievaar uit om samen met hen naar dat veld te vliegen. Maar de boer had over zijn veld netten gespannen, en zowel de reigers als de ooievaar raakten erin verstrikt. De ooievaar vroeg aan de boer om hem terug vrij te laten: “Laat me alstublieft gaan,” smeekte hij, “ik ben geen reiger maar een ooievaar. En u weet hoe eerlijk wij zijn en hoe goed ons karakter is. Ik wist niet dat de reigers uw zaadjes wilden stelen.” De boer antwoordde: “Het kan wel zijn dat je een brave en goede vogel bent, maar ik heb je betrapt, samen met de stelende reigers, en je zult dezelfde straf krijgen als zij.”

Moraal

Je wordt beoordeeld op het gezelschap waarin je verkeert of verkeerde. Politieke opvolgers hebben te vaak de neiging om de kwade delen van de erfenis van hun voorgangers niet te aanvaarden. “Nu is immers alles anders, dat was toen, dat was hij, nu kijken we naar de toekomst!” Maar dames en heren politici: je vaart onder een vaandel, een vlag, een logo, een naam en daarmee met het imago van uw voorgangers. Of om met Harreboméé te spreken: “Als gij bij blaarkoe aan den paal gebonden staat, moet gij in haare lof of blaam deelen” en “Daar men meêscheep is, moet men meê varen” en “Die zijne handen in stront steekt, moet ze er vuil weêr uithalen.” Soms is dat de stront van uw (rechts)voorganger.

Zo kijk ik nu anders naar lokale VVD’ers. Ze koesteren zich electoraal een ontmaskerde notoire leugenaar. Dat heeft voor mij een prijs. Waar je mee omgaat word je door besmet. Ik zal met hen niet meer samenwerken. Want met een partij en haar leden die het vertrouwen in de politiek ondermijnd wil ik niet samenwerken. En het handhaven van een notoire liegende minister-president valt daar onder.

 

Louis van der Kallen.



DE AREND EN DE KRAAI

 

    


| 04-06-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De arend en de kraai

Een grote arend vloog door de lucht. In een wei zag hij een lammetje staan. Hij dook neer en greep het lam vast met zijn klauwen. Met zijn sterke vleugels vloog hij ermee omhoog naar zijn nest in de bergen. Een kraai zag dit gebeuren en kreeg het dwaze idee dat hij groot en sterk genoeg was om te doen wat de arend had gedaan. Hij deed zijn best om er ook sterk uit te zien en stortte zich met veel gefladder van zijn vleugels op de rug van een groot schaap. Maar toen hij terug omhoog wou vliegen, voelde hij dat dit niet ging, want zijn kleine poten zaten verstrikt in de wol van het schaap. De kraai was zo klein dat het schaap niet eens merkte dat er een vogel op zijn rug zat. De schaapherder zag de fladderende kraai en raadde onmiddellijk wat er gebeurd was. Hij liep naar de kraai en knipte een paar veren weg uit zijn vleugels. Diezelfde avond gaf hij de kraai aan zijn kinderen. “Wat een grappige vogel” zeiden ze lachend, “hoe heet hij, vader?” “Wel kinderen, dit is een kraai. Maar indien je aan hem zou vragen, hoe hij heet, dan zal hij zeggen dat hij een arend is.”

Moraal

IJdelheid, domme overmoed en zelfoverschatting gaan vaak samen. Zo is het met velen ook in de hedendaagse politiek en het openbaarbestuur. Maar ook in de commerciële wereld kom je ze tegen de mensen die met een grote mond en zelfoverschatting carrière maken tot dat ze zich zelve tegen komen. Dan blijkt voor de buitenwereld hun overmoed. Zij zelf geven dan meestal anderen de schuld van hun val van de ‘Olympus’.

 

Louis van der Kallen.