VNG PRAATJES

 


 

VNG PRAATJES

 

Het is weer zover. Na de gemeenteraads-verkiezingen doet de VNG, bij monde van haar voorzitter,  net als vier jaar geleden, of zij er ook is voor raadsleden en lokale partijen. “Ik heb de lokale partijen hard nodig” is de kreet. Zogenaamd wordt een oproep gedaan aan raadsleden zich kandidaat te stellen voor de commissies van de VNG. Lariekoek! De praktijk is dat de VNG een club is voor burgermeesters en wethouders, met voor de sier een enkel raadslid en met onwaarschijnlijk weinigen afkomstig van lokale partijen. De invulling gebeurt vooral met carrière beluste politici van landelijke partijen die zo een kans krijgen hun netwerk uit te breiden.

Op deskundigen uit lokale partijen zit men echt niet te wachten. Als politicus/raadslid van een lokale partij met kennis en ervaring heb je zeer weinig kans. Ik heb dat mogen ervaren toen ik vier jaar geleden solliciteerde naar een plekje in de commissie water van de VNG.

Ik had in 2014 al veel ervaring en kennis opgedaan ten aanzien van het waterbeleid en de uitvoering daarvan. 12 jaar als statenlid en beleidsbepaler middels provinciale waterhuishoudingplannen. Vele tientallen jaren als Algemeen Bestuurslid van een negental verschillende waterschappen en vijf jaar als dagelijks bestuurder van een waterschap. Toen het wettelijk nog mocht, soms wel van vijf algemene besturen tegelijk over de volle breedte van ons land. Letterlijk van Domburg tot Winterswijk, mocht ik mede vorm geven aan de uitvoering van het waterbeleid van Europa, het Rijk en Provincies. Meer dan 28 jaar had ik toen mee gepraat over het waterbeleid en beheer in de  gemeente Bergen op Zoom en bij meer dan 20 gemeenten, verdeeld over vijf provincies had ik als onderzoeker/lid van rekenkamercommissies het waterbeleid van die gemeenten onderzocht op doelmatigheid en efficiëntie. In dit werk zou ook mijn beroepsmatige achtergrond en opleiding als technisch fysicus nuttig kunnen zijn. Ik dacht dus wel op basis van ervaring en kennis in aanmerking te kunnen komen voor een plekje in de commissie water van de VNG. Niet dus. Reden? Niet deskundig genoeg.

Mijn advies als raadslid van een lokale partij niet solliciteren! Verloren moeite. De VNG is een club van en voor carrière beluste politici van landelijke partijen. Ondanks alle mooie VNG praatjes, die na iedere vier jaar worden herhaald.

Louis van der Kallen

 


 

 

GENEN SELECTIE

 


 

GENEN SELECTIE

 

Deze maand werd ik getroffen door het bericht dat het populierenklonenbos Populetum Horsterwold  in ere wordt hersteld. Begin jaren ’80 van de vorige eeuw is in het Horsterwold nabij Zeewolde door het toenmalige rijksinstituut De Dorschkamp, samen met de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, een Populetum aangeplant. Het doel van het onderzoek was erop gericht om de beste populierenklonen voor de pas drooggelegde IJsselmeerpolders te zoeken: bomen die in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk hout opbrachten en zo snel mogelijk een volwassen bos opleverden. In 2017 zijn de laatste restanten van dit oude Populetum opgeruimd. Nu gaat Staatsbosbeheer samen met Wageningen Environmental Research (WER) een nieuw Populetum aanleggen.

Populierenklonen, geselecteerd uit het veredelingsprogramma van WER en de populierenrassen Koster en Robusta worden geplant in het Populetum. Het gaat onder andere om Canadese populieren en om kruisingen tussen de Amerikaanse populier en de Europese zwarte populier. Staatsbosbeheer richt dit vernieuwde Populetum in om ook voor de toekomst, in het kader van genenbewaring, de beste klonen veilig te stellen. Een prachtig initiatief dat bij mij wel de vraag opriep: waarom alleen voor populieren een dergelijk veredelings- en genenprogramma?

In januari zijn er in Nederland door 2 stevige stormen veel bomen om gewaaid. Met veel schade als gevolg. In ons land staan langs de wegen en in de bebouwde kom veel potentieel gevaarlijke bomen die onze aandacht verdienen. Hierbij moet betrokken worden de verandering die het klimaat in hoog tempo doormaakt. Het aantal en de kracht van stormen, volgens klimaatprognoses, zal toenemen. Nu waren het twee winterstormen, die, ondanks dat de bomen bladerloos waren, enorm veel schade veroorzaakten en bomen velden. Dit soort stormen in de zomer kunnen helemaal desastreus zijn. Lokale buien, zoals in 2016 in Limburg en Oost-Brabant, zullen vaker voor gaan komen.  Ook wervelwinden zullen in Nederland steeds vaker voor gaan komen. Dit alles vereist een andere aanpak en een ander bomenbeheer. Hierdoor zullen bepaalde boomsoorten, die meer risico lopen op stormschaden, in de toekomst niet meer aangeplant worden of een ander beheer vergen waarbij bijvoorbeeld door kandelaberen de boom minder kwetsbaar wordt voor stormschaden. Of er komt een initiatief tot een veredelings- en genenprogramma gericht op het ontwikkelen van meer storm-  en eventueel ziektebestendigheid.

Stormen en ziekten zijn een natuurlijk proces. Die uiteindelijk, mede door genetische selectie, tot een gezonder/stormbestendiger bomenbestand leiden. Helder is dat in een bebouwde omgeving en langs wegen we de gevaren, die deze natuurlijke selectie veroorzaakt, niet kunnen accepteren. Die genenselectie, het kweken van meer ziekte- en stormbestendige boomrassen, zal dus elders moeten gebeuren. Bijvoorbeeld door een, door belanghebbenden, nieuw op te richten veredelingsinstituut.

In mijn eigen omgeving, de Rijtuigweg in Bergen op Zoom, zijn door de 2 stormen nog al wat kastanjebomen omgegaan, waarna de gemeente besloot in de nog aanwezige 120 jaar oude kastanjes fors te gaan kappen. Ik schreef er eerder over. Daar kijk ik nu met een andere blik naar. De bomen die er nu nog fier staan, zijn mogelijk van een bijzondere genetische kwaliteit. Ze hebben de ziekte aanvallen, zoals de kastanjeziekte, overleefd en blijken breder en dieper te wortelen dan hun soortgenoten die in de afgelopen 120 jaar dezelfde stormen en ziekteplagen niet overleefd hebben. Wat mij betreft zijn de genen van die kastanjes een mooie startpopulatie voor een veredelingsprogramma.

Wat zou het mooi zijn als de gemeenten in Nederland (bijvoorbeeld via de VNG), samen met de provincies (IPO) als belanghebbenden bij op termijn minder schaden door omgewaaide bomen, samen met instanties als Staatsbosbeheer en de Universiteit Wageningen de oprichting van een dergelijk bomenveredelingsinstituut op zouden pakken.

 


 

 

LIEGEN

 


 

LIEGEN

 

In december 2014 schreef ik over liegende en dromende politici. In november 2016 schreef ik onomwonden over politici die liegen. En recent was dat liegen voor mij ondermijning van de democratie geworden. Na “Je mag niet liegen, dat is een zonde. Maar ik vond het in deze kwestie geen doodzonde” van Rutte, is het mij echt helder. Wie nu verkiezingsprogramma’s van de VVD nog gelooft, mankeert iets aan zijn ‘bovenkamer’. De democratie wordt ondermijnd en niet alleen door criminelen die veroordeeld worden, maar door het morele verval van de politiek met onze VVD minister-president voor op.

Louis van der Kallen

 


 

 

ONDERMIJNING VAN DE DEMOCRATIE

 


 

ONDERMIJNING VAN DE DEMOCRATIE

 

In december 2014 in de aanloop naar de waterschapsverkiezingen schreef ik over politici die steeds meer ‘liegen’. Soms in de vorm van aperte onwaarheden en vaker door het wekken van volstrekt onhaalbare verwachtingen in verkiezingsprogramma’s en verkiezingsleuzen. Het is de gewoonte geworden van politici op deze manier de kiezers te benaderen. Liegen lijkt steeds vaker een volkomen geaccepteerd gedrag te zijn van politici. Ik vroeg mij toen af hoe dat kwam. In mijn herinnering lijkt het de laatste 10/20 jaar er langzaam ingeslopen te zijn, met als hoogtepunt de VVD verkiezingsbelofte bij alle verkiezingen van de laatste jaren van belastingverlagingen. Nu is mij duidelijk hoe dat komt! 

Toen werd er voor de waterschapsverkiezingen een kieskompas gemaakt door een ‘onafhankelijke organisatie’ die zichzelf een wetenschappelijk imago aangemeten had met als directeur politicoloog André Krouwel, als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling politicologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 2014 werd op het kantoor van het waterschap Brabantse Delta een stellingenconferentie gehouden om stellingen te bespreken die door de deelnemende partijen bij het ‘kieskompas’ waren ingebracht. Velen werden door André Krouwel snel en vaardig afgeserveerd. “Te vaag”, “te moeilijke taal”, “te genuanceerd”, enzovoort. Stellingen die een onjuiste voorstelling van zaken waren werden echter wel goedgekeurd, zelfs als ze in strijd met de wet waren. Ook stellingen, zoals bijvoorbeeld: “boeren moeten verplicht worden mee te werken aan waterveiligheid”, die al lang wet zijn en gewoon al jaren als uitgevoerd beleid worden geaccepteerd. Tegenstrijdigheden in het goedkeurgedrag van partijen, zoals gaan voor belastingverlaging en tegelijkertijd gaan voor allerlei voor de kiezer ‘leuke’ dingen (alsof ze geen geld kosten) waren geen aanleiding dat te benoemen. Nee, partijen mogen gewoon bij hun invulling van hun positie ten aanzien van een stelling dit soort tegenstrijdigheden aan hun laars lappen. Waar ik mij toen het meest aan ergerde was dat partijen stellingen in mochten brengen die volstrekt in strijd waren met de taken en bevoegdheden van het waterschap. Toen ik dat ter discussie bracht was het ‘wetenschappelijke’ antwoord van de politicoloog Krouwel “dat partijen en politici mogen dromen”.

Ik zie nu precies het zelfde gebeuren!

Als voorbeeld de stellingen kieswijzer van dagblad BNdeStem voor Bergen op Zoom:

  • Bergen op Zoom moet van de Auvergnepolder een industrieterrein maken
  • De gemeente moet ervoor zorgen dat de Kaai weer een haven wordt
  • Alle fietspaden in de gemeente Bergen op Zoom moeten verlichting krijgen die aan gaat zodra fietsers hier langs fietsen
  • Langs de A4 tussen Bergen op Zoom en Steenbergen moet een parkeerterrein komen voor vrachtwagenchauffeurs met eet- en toiletvoorzieningen
  • De gemeente moet voor een centraal punt in de wijk zorgen waar bewoners hun restafval kunnen inleveren
  • De gemeente moet ervoor zorgen dat mensen met recht op een uitkering het onkruid in de gemeente weghalen
  • De gemeente moet mountainbikers weghouden uit de bossen van Bergen op Zoom
  • Het water in de Binnenschelde moet worden vervangen door zout water
  • In de binnenstad van Bergen op Zoom moeten gratis openbare toiletten komen.
  • Het verbouwen van huizen of schuren voor familie of vrienden die extra hulp nodig hebben, moet altijd mogen
  • De gemeente moet het Suikerinstituut aan de Van Konijnenburgweg verbouwen tot veilige plek voor jongeren
  • Iedere wijk moet een eigen winkel krijgen die verse producten verkoopt.
  • Bergen op Zoom moet per wijk drie wijkagenten krijgen
  • Er moeten meer parkeerplaatsen komen in en om het centrum van Bergen op Zoom
  • De gemeente moet de boetes verhogen voor het storten van afval en drugs in Bergen op Zoom
  • Er moet dagelijks worden gecontroleerd op de snelheid van voertuigen in het centrum van Bergen op Zoom
  • De gemeente moet de Scheldeflat verbouwen tot woningen voor jongeren
  • De gemeente moet strijden voor de sluiting van de kerncentrale in Doel
  • De gemeente moet het betaald parkeren in het centrum van Bergen op Zoom afschaffen
  • De gemeente moet het voormalige V&D-pand ombouwen tot een winkel van Action

Op geen enkele wijze wordt bij deze stellingen betrokken dat deze geld, soms veel geld kosten en dat alleen daarom die mooie wensen voor een armlastige gemeente als Bergen op Zoom onhaalbaar zijn. Ook is er voor een enkele een wetswijziging nodig om deze stelling effectief en blijvend tot uitvoer te kunnen brengen. Bij andere gaat de gemeente er simpel weg niet over of is het onderhavige object geen gemeentelijk eigendom. Hier wordt wederom wat af gedroomd! Gelukkig zijn er ook die wel vallen onder de gemeentelijke bevoegdheden. 

Ik erken dat wetten veranderbaar zijn. Maar ze zijn dat niet door een waterschap of gemeente. Lagere overheden zoals een gemeente moeten binnen de gegeven wettelijke kaders functioneren. Dromen over een betere wereld, waarin alles gratis is, kan in de kroeg maar niet als er een gemeente, waterschap, provincie of land bestuurd moet worden. De indruk wekken dat de gemeente over bepaalde zaken gaat, terwijl dat niet zo is, is in mijn ogen simpelweg kiezersbedrog! Als je werkelijk de kiezer wilt helpen zijn keus te maken, zoals bij het kieskompas of kies- of stemwijzer wordt beweerd, dan is dat in mijn visie niet het geval met stellingen die grotendeels een onware of weinig realistische voorstelling van zaken geven. Een dergelijke kieswijzer lokt, door het geven van een onjuiste voorstelling van zaken, manipulatie door partijen uit. Om in het gevlei van de kiezer te komen kunnen partijen bij het invullen van hun antwoorden straffeloos liegen of tegenstrijdige uitspraken doen en dat onder het voorwendsel van een toeziend ‘onafhankelijk wetenschappelijk’ oog.

Deze week was er de stellingenbijeenkomst van de gemeente Bergen op Zoom, ten behoeve van de “Kieshulp Mijn Stem”, geleid door Paul Guldemond (D66 raadslid in Amsterdam). Hij was zich in tegenstelling tot André Krouwel wel bewust van het belang dat stellingen zouden moeten gaan over zaken waar de gemeenteraad op zijn minst enige invloed op uit zou kunnen oefenen. Waaraan stellingen in de visie van Paul Guldemond zouden moeten voldoen? Zij bevatten “geen mitsen, maren of nuances”, “dwingen tot één keuze”, hebben maximaal 8 woorden en vatten de “complexe werkelijkheid samen”. Simplificeren is dan de opdracht! Dat zou de kiezer, volgen Paul Guldemond, het meest helpen.

Het voorgaande lijkt de ideale wereld! De (gematigde) politieke werkelijkheid behoort in mijn beleving anders te zijn. In een coalitieland als het onze behoren politieke stellingnames te barsten van de mitsen, maren en nuances. Want na de verkiezingen wacht het proces van coalitievorming. Het positie kiezen bij ongenuanceerde stellingen, zonder mitsen en maren, heeft er mijn inziens toe geleid dat politieke partijen en politici zich steeds extremer en confronterender naar elkaar en burgers zijn gaan opstellen. We zijn van een redelijk verdraagzaam land verworden tot een land dat barst van de tegenstellingen. Ik denk dat het simplificeren en het bewust oproepen van tegenstellingen bij het formuleren van stellingen in kieswijzers in hoge mate heeft bijgedragen aan het opwerpen van grenzen en tegenstellingen tussen partijen en politici. Eerst de tegenstellingen opblazen en deze daarna haarscherp in beeld brengen is niet behulpzaam bij het formeren van coalities en voor de kiezer nauwelijks begrijpelijk. Dat is voor mij het ondermijnen van het politiek systeem waar dit kleine landje mee is opgebouwd. Verdraagzaamheid en consensus waren de uitgangspunten in de politiek, in de vakbeweging en samenleving. Die verdraagzaamheid en het streven naar consensus is, naar mijn gevoel, verloren gegaan door zonder enige terughoudendheid het beroepen op het eigen gelijk. Geholpen door tal van soorten kieswijzers en stemhulpen.      

Als gevolg van de stemwijzer/kieskompas-ontwikkelingen zijn veel verkiezingsprogramma’s opsommingen geworden van deelbelangen en harde stellingen en zelfs uitsluitingen. Politieke partijen dienen, in de visie van de BSD, geen doorgeefluik te zijn van deelbelangen, want dan raken de niet-georganiseerde/algemene belangen uit het oog en betalen die uiteindelijk het gelag. Daarom is het BSD programma geen opsomming van specifieke te realiseren doelen of objecten, maar algemene uitgangspunten.

De uitkomst van door kiezers ingevulde stemwijzer of kieskompas is feitelijk niet meer dan een rekenkundige optelsom van vooral korte termijn deelbelangen. Een optelsom, waarbij op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de financiële of wettelijke realiseerbaarheid of met de bevoegdheden van het bestuur dat gekozen moet worden. Wat geheel ontbreekt is de (ideologische) basis van de partijen die als uitkomst van de invuloefening komen boven drijven.

Als partij moet je wel meewerken aan het kieskompas. Anders kom je niet onder de aandacht van de zoekende kiezer. Maar of de kiezer zich werkelijk geholpen kan voelen met een kieswijzer is voor mij niet echt een vraag meer. Hij of zij wordt grotendeels misleid met stellingen die niet reëel hoeven te zijn. Er mag immers gedroomd en gelogen worden! Wat mij betreft horen de stellingen in een kieswijzer voor de gemeenteraadsverkiezingen enkel en alleen te gaan over zaken waar een gemeente over gaat. En geen ‘dromen’ te bevatten maar haalbare en realiseerbare beleidsopties. Je kan in het echte leven ook geen ‘droomkeuzes’ maken. Als “dromen mag” wordt gepropageerd door ‘onafhankelijke politicologen’ als André Krouwel, is er voor politici, die deelnemen aan een stellingenconferentie voor een kieskompas of stemwijzer voor hun partij die bij de stellingen hun positie weergeven op een kieskompas, geen enkele rem meer om niet te dromen en hun dromen worden dan al snel hun waarheid, ook al weten zij allemaal, diep in hun hart, dat de meeste dromen gewoon bedrog zijn. In het geval van een door een politicus dromend ingevuld kieskompas of stemwijzer: kiezersbedrog! De binding van (ideologische) partijen met de kiezer wordt op deze wijze volledig ondermijnd. De kiezer hoeft niet meer de politiek te volgen om tot een keuze te komen. De kiezer is gaan geloven dat het beantwoorden van een aantal stellingen hem tot een verantwoorde keuze kan brengen. Waarom zou hij nog jaar in jaar uit de (lokale) politiek volgen?   

De politiek en de democratie wordt door de ontwikkeling van kieskompassen of stemwijzers tot in het diepst van haar wezen ondermijnd. Media, zoals van de Persgroep en politicologen als André Krouwel, werken hier van harte aan mee en blijken niet aanspreekbaar. De colofons van de media bevatten van (hoofd)redacteuren vaak geen contactgegevens en in het enkele geval dat dit wel het geval was, bijvoorbeeld van de hoofdredactrice van BNdeStem, krijg je als schrijver van een mail over dit onderwerp geen enkele reactie. De media blijken doof voor de gevolgen van hun handelen. Een ‘kieswijzer’ is veel geraadpleegde bladvulling en een trekker voor hun websites en ook dat levert advertentiegeld op. Dat maakt duidelijk wie er wijzer van wordt! Niet de kiezer. Wel de ondermijnende media en de liegende/ondermijnende politici.   

Louis van der Kallen
raadslid/fractievoorzitter BSD Bergen op Zoom

 


 

 

VERDRAAGZAAMHEID

 


 

VERDRAAGZAAMHEID

 

Pieter Jelles Troelstra

Ik verbaas mij al een aantal jaren over de toenemende onverdraagzaamheid in de samenleving, tussen religies, de politiek en in maatschappelijke debatten over tal van onderwerpen. Zowel nationaal als internationaal. De nationale Zwarte Piet discussie is daar een ultiem voorbeeld van.  De tegenstanders en welk debat dan ook worden haast per definitie verketterd. De ‘sociale media’ zijn daarbij verre van sociaal. Het wordt tijd voor een ode aan de verdraagzaamheid. Hoewel niet in dichtvorm hebben sommigen in roerige tijden daartoe een poging gedaan.

Het meest vermaard in deze is Edward Morgan Forster die in 1941 voor de BBC beschouwingen hield over de democratie “Two cheers for democracy”. Hij verdient in dit stukje twee citaten: “verdraagzaamheid is een zeer saaie deugd, maar wel de meest onmisbare, dus de meest wezenlijke waarvan de democratie afhangt” en “verdraagzaamheid is een heel vervelende eigenschap, maar zonder die eigenschap overleven we niet”. Beide uit 1941 op het hoogtepunt van the Battle of Britain.

Van eigen bodem wil ik een betoog aanhalen van Pieter Jelles Troelstra in de kamerdebatten van september 1916 over de invoering van het algemeen kiesrecht. Zijn devies was: de vooruitstrevende en de conservatieven hebben elkaar nodig in het belang van een evenwichtige maatschappelijke vooruitgang. Zonder het woord verdraagzaamheid uit te spreken verwoordde Troelstra de betekenis ervan, wat mij betreft, perfect in dat debat. De tekst heb ik uit TROELSTRA, P. J.. GEDENKSCHRIFTEN:

“Als men vecht voor het tot stand komen van een hervorming, is men geneigd in hen, die zich daartegen uit conservatisme verzetten, slechts vijanden en dwarsdrijvers te zien. Zo eenvoudig echter is de zaak niet. De vooruitstrevende en de behoudende elementen in de maatschappij, de voorstanders van het nieuwe en die van het oude, staan zeker in de bedoeling tegenover elkaar en het ligt dus voor de hand, dat zij elkaar met de uiterste inspanning bestrijden, maar zij vormen toch een geheel van krachten voor de maatschappelijke ontwikkeling, waarbij de ene kracht even noodzakelijk is als de andere. Van algemeen historisch standpunt bezien heeft ook de tegenstand zijn belang voor het door ons nagestreefde doel en vindt daarin zijn rechtvaardiging. Die tegenstand dwingt ons, ons rekenschap te geven van onze ideeën van de plichten, die op ons rusten bij het bekleden van functies, zowel in het politiek als in het economisch leven en van de bekwaamheden, die vereist worden om die plichten te vervullen.”

Woorden van meer dan honderd jaar geleden. Toch zou het goed zijn als de echo blijft galmen, zodat zij ook de oren bereiken van hen die nu in kijven, in ruzie zoeken, in verwijten en in te grote woorden het hoogste goed zien, met als verdediging de ‘vrijheid van meningsuiting’. Terwijl de samenleving en de realisering van hun doelstellingen meer gebaat zouden zijn met respect en verdraagzaamheid.

Bovenstaande is, net als mijn stukjes “beeldenstorm” (augustus 2017) en “morele-chantage” (december 2017), een uiting van mijn frustratie over de lopende discussies die ons als mensen eerder van elkaar afdrijven dan naar elkaar toe. Waar zijn de Edward Morgan Forster’s van deze tijd? We hebben hen zo hard nodig!

 


 

 

VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN

 


 

VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN

 

Vorige week schreef ik onder andere over het gemanipuleerde onderzoek van wat eens het als onafhankelijk aangemerkte Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) was. Recent bracht het SCP het rapport de sociale staat van Nederland 2017 uit.

De inhoud van dat rapport verraste mij en vele anderen. Nederland lijkt, als je het rapport mag geloven, op een aards paradijs. Zou de werkelijkheid echt zoveel mooier zijn dan het publiek dit ervaart? Na de gemanipuleerde onderzoeken van het WODC, ben ik niet zo snel geneigd dit zomaar te geloven. Ik lees niet alleen onderzoeken, ik praat ook met mensen en kijk om mij heen. En ik constateer dat in ieder geval mijn omgeving zich grotendeels niet in het aardse paradijs waant. Werkonzekerheid, inkomensdaling, onveiligheidsgevoelens. Als ik het SCP rapport mag geloven zijn dat allemaal zaken die leiden onder een ‘ onzuivere perceptie’. Of te wel we zien het verkeerd. We zijn te somber van al die ‘opgeblazen’ berichten in de media. Ik was niet de enige die dacht ligt het aan mij? Ben ik een somber mens geworden? Jeroen Boelhouwer, een SCP auteur zei tegen het FD “sommige van onze conclusies klinken misschien contra-intuïtief. Maar dat komt ook door een luidruchtige minderheid die heel dominant is geworden in het publieke debat en op sociale media.” Dit maakt mij achterdochtig! Zeker toen ik in de Volkrant van 16 december een artikel las over de SCP-directeur Kim Putters, “Elite heeft de morele plicht om te leiden”. Voor mij een ideaalbeeld waarvan ik in de praktijk weinig terug zie. Maar misschien ziet die zogenoemde elite, die in Den Haag de scepter zwaait, die morele plicht zo niet.

“Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurlijke elite ervoor te zorgen dat het onbehagen en de onzekerheid in de maatschappij niet chronisch worden”, aldus de SCP-directeur. Hoe, is dan mijn vraag. Door te liegen in rapporten? Zo zijn de afgelopen jaren de werkloosheidscijfers opgeleukt door de definitie te veranderen. Als ik om mij heen kijk zie ik tot op heden niet de zonnigheid voor de gewone man of vrouw. Wat ik wel zie is de verontwaardiging over de cadeautjes voor het bedrijfsleven. De afschaffing van de dividendbelasting, 1,4 miljard euro per jaar! En de voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting. Nog eens miljarden. Vooral om de grote bedrijven te paaien. Unilever wrijft er zijn kont aan af. Ze verkopen de margarinetak aan een Amerikaanse durfinvesteerder, die nu niet bepaald bekend staat om zijn arbeidsvriendelijke houding. Het wordt tijd dat we niet alleen ophouden met Becel, Bleu Band, Bona, Brio, Croma en Zeeuws Meisje te kopen, maar alle Unilever producten in de ban doen. Te beginnen met de meest profijtelijk verzorgingsproducten zoals Axe, Dove, Rexona en Badedas, in de hoop dat ze gaan luisteren.

Wat waren de jaren zestig en zeventig toch mooi. Boycot acties waren toen heel gewoon. Met de Outspan bloedsinaasappels boycot. Met de kreet “pers geen Zuid-Afrikaan uit” leverden we toen, symbolisch of niet, toch maar mooi een bijdrage aan de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika.

Helaas is niemand onder de indruk als ik niet meer bij Shell tank of geen Unilever producten meer koop. Wat mij betreft laten we de jaren zestig en zeventig herleven en starten we vandaag de boycot van bedrijven als Unilever, waar winst belangrijker is dan goed maatschappelijk gedrag.     

 


 

 

MORELE CHANTAGE

MORELE CHANTAGE

De afgelopen maanden staan de media vol met discussies over onze geschiedenis, zeehelden, straatnamen, slavernij verleden, (koloniale) oorlogsbuit. Onlangs weer een discussie in Buitenhof over dit onderwerp. Als het aan velen ligt, wordt de geschiedenis verloochend. Terwijl de geschiedenis bedoeld is om zo feitelijk mogelijk te zijn. Want dan kunnen we er van leren. Een ‘beeldenstorm’ en het veranderen van namen van musea, pleinen en straten is een heilloze weg. Ja de Nederlanders voerden oorlogen, en ja de ‘helden’ van toen waren geen lievertjes, wiens daden niet opgeblazen hoeven te worden maar, wat mij betreft, vooral gezien moeten worden in de context van toen. De wereld van toen was op zijn minst zo gewelddadig als de wereld van nu. Er waren nog geen universele mensenrechten geformuleerd. De conventie van Geneve moest nog opgesteld worden. De VN lag nog in de schoot van de toekomst verborgen. Ik voel er niets voor om alle namen van straten, gebouwen en pleinen te reduceren tot zo iets neutraals als postcodes.

Mensen als Witte de With, de Ruyter, Tromp en Piet Hein blijven voor mij zeehelden die streden in opdracht van de machthebbers van toen. Eerder schreef ik al “Beeldenstorm”. Die storm is nog niet gaan liggen. Steeds komen er in de discussies nieuwe ‘elementen’ bij. Recent de discussie over roofkunst/oorlogsbuit. Nu is oorlogsbuit niet iets exclusiefs voor de koloniale oorlogen. Piet Hein haalde voor de Republiek der verenigde Nederlanden de zilvervloot binnen. Tal van schatten/kunstwerken werden ook bij Europese oorlogen geroofd en sieren nadien de paleizen van vorsten en de adellijke veldheren die als overwinnaars geëerd werden. Ook in de bodem van de Scandinavische landen worden met regelmaat Vikingschatten gevonden, die geroofd zijn uit de rest van Europa. Moeten ook die terug? Het is een moeilijke discussie. Waar zijn de objecten het meest op hun plaats? Ze maken deel uit van meerdere geschiedenissen. Van de verliezers en de overwinnaars. Wie is nu de ‘rechtmatige’ eigenaar en wie is de morele eigenaar? Waar is een object, dat ook deel uitmaakt van  de universele geschiedenis van de mensheid, het meest op zijn plaats? Als het architectonische elementen zijn, is het antwoord, voor mij, simpel. In het oorspronkelijke bouwwerk waar vanuit het gesloopt is. Maar als het om kunst gaat is het veel minder helder, zeker als de verblijfs/eigendomsgeschiedenis van het object niet gereconstrueerd kan worden. Ook de vraag of het object op enig moment is aangekocht, verkregen als gift of geroofd is kan relevant zijn. Voor mij is helder dat de aard en toon van het debat vaak het karakter heeft van een opeenstapeling van verwijten, waarbij de ‘witte’ geschiedenis, literatuur, politie of maatschappelijke inbreng ‘zwart’ wordt gemaakt en neer komt op morele chantage. Jammer, want dan gaan de hakken van velen in het zand. Mensen worden de discussies en aantijgingen van schuld en de eis van boete zat. Femke Halsema zei het gisteren in Buitenhof heel treffend: “Je geschiedenis tors je als natie”. Ik krijg het gevoel dat velen dit torsen zat worden en dat de actie bij Dokkum hier het gevolg van is. De ‘racismebestrijders’ zijn, naar mijn gevoel, hard op weg racisme te op te wekken door de steeds oplevende schuldvraag. Terwijl de tegenbeweging de morele chantage en zwartmakerij simpelweg zat is.    

AANPAK VERSLAVINGEN

 


 

AANPAK VERSLAVINGEN

 

Soms word ik gegrepen door ervaringen en door wat ik lees. Op 1 juli stond er een artikel in de Volkskrant. Een artikel met de kop: “De IJslandse jeugd is van de drank af”. Uit het artikel blijk dat de IJslandse jeugd niet alleen de drank liet staan, maar ook de wiet en sigaretten. De overheid had ze met tal van acties aan het sporten gekregen. De cijfers waren verbluffend. Waar in 1998 bijna de helft van de 15/16 jarigen in IJsland wel eens dronken was geweest, bleek dat in nog maar 5 %. Het cannabisgebruik daalde van 17 % naar 7 % en het percentage jongeren dat dagelijks rookte van 23 naar 3 %. In het uitgebreide artikel viel mij één uitspraak op: “Vroeger was je een uitzondering als je op je veertiende niet dronk. Het mooie is: nu ben je een uitzondering als je dat wel doet.”

Ik ga al jaren met mijn zoon op vakantie naar de noordelijke eilanden in de Atlantische Oceaan en het verbaasde mij met regelmaat over hoe op de eilanden omgegaan wordt met de jeugd, de saamhorigheid op die eilanden en de activiteiten gericht op de jeugd. Reeds in mijn reisverslag over een vakantie op IJsland (2007) schreef ik over een waarneming: “Wat ook opvalt is het grote aantal jongeren dat bezig is in het plaatsje aan de openbare ruimte en in het haringmuseum. Het blijkt in deze regio gewoon te zijn voor scholieren, die drie maanden zomervakantie hebben, dat ze tegen betaling vakantiewerk kunnen doen voor de gemeente. Misschien een ideetje voor onze gemeente.” Nadien constateerde ik soortgelijke zaken op mijn vakanties op de Faroer eilanden, de Shetlands of de Orkney’s. Wat mij ook keer of keer opviel waren de vaak zeer goede en uitgebreide sportfaciliteiten voor soms heel weinig mensen.

Zo schreef ik in 2013 in het reisverslag over een bezoek aan Whalsay (Shetlands): “Wat opvalt is het hoge niveau van de voorzieningen. Bij het schooltje lag een multifunctioneel sportveldje wat op deze zaterdag, terwijl de school dicht is, vrij toegankelijk was. Wat voor ons echter onvoorstelbaar was is de omvang van de sportvoorzieningen. Een groot leisurecentrum, zwembad, en voetbalterrein gecombineerd met speelvoorzieningen voor de kleinsten. Voor ongeveer 1000 inwoners in onze ogen wel heel veel voorzieningen van hoge kwaliteit.”

In het reisverslag over een reis naar de Faroer eilanden dit jaar is te lezen dat mij een aantal dingen opviel. Bijvoorbeeld dat scholen, hoe klein ook, beschikken over sportfaciliteiten zoals een voetbal of handbalkooi, vaak gecombineerd met basketbal. Ook hoe gemeenschapszin bevorderd wordt of in stand gehouden . Zo woonden wij een roeiwedstrijd bij met Faeröereese roeiboten. Toen we aankwamen waren er al tientallen aanwezig. Uiteindelijk telden we er omstreeks veertig in 6, 8 en 10 persoonsuitvoering. Veel boten kenden zowel een mannen- als een vrouwenteam. Alleen de sekse van de stuurman of vrouw is onbepaald.  Buiten de wind, en zo nu en dan een buitje, was de sfeer fantastisch. Veel dorpen of eilanden kennen hun eigen team. Nog meer dan met voetbal is dit de manier om de competitie met de andere dorpen aan te gaan. Mij verbaasde het in wat voor sfeer dat gebeurde. Gemoedelijk en tegelijkertijd competitie gericht. De boten werden gekoesterd en met liefde omringd. Een enkele keer zag ik dat het voorste uiteinde van de boeg voor de tewaterlating werd omarmd en soms gekust. Toen de wedstrijd, wegens te harde wind, werd afgeblazen viel mij op dat dit gebeurde zonder wanklank of protesten. De boten werden aan de kant gehaald en uit het water en gingen weer op de trailers. De gemeenschapszin wordt bevorderd door de roeiwedstrijden en de liefde voor het gemeenschappelijke onderhoud van de gekoesterde boten.

Dit soort bijeenkomsten getuigen in mijn ogen van een gemeenschapszin waar ik jaloers op ben. Toen we op een avond thuis kwamen was er een punt van verwondering. Op ‘ons’ strandje bevonden zich een zestal tienermeisjes die wat (warms) dronken en op een vuurtje marshmallows roosterden. Wat later deden ze een spelletje met houten plankjes. Ik zie het bij ons in Bergen op Zoom niet zo snel gebeuren dat op een totaal verlaten strandje zes meisjes uren lang in het half duister al keuvelend en in alle rust met eenvoudige houten plankjes een spelletje doen. Een samenleving als op de Faeröer lijkt soms zo simpel, maar ik ben er jaloers op. Zij hebben nog iets wat wij zijn kwijtgeraakt. Je hebt geen luxe of mobieltjes nodig om als mannen/jongens onder elkaar te zingen over het (harde) leven (een andere waarneming) of als meiden/ vriendinnen onder elkaar op een strandje in de buurt de avond door te brengen.

Het Volkskrant artikel laat zien dat die aanpak in IJsland en op de andere eilanden werkt en door mijn waarnemingen worden bevestigd. In de IJslandse opzet blijkt de aanpak van 13/16 jarigen met veel sport belangrijk, waarbij ook de ouders betrokken worden. Meer tijd besteden aan je kinderen en weten waar ze zijn en wat ze doen. Ik besef dat de schaal van IJsland (circa 300.000 inwoners) een andere is dan Nederland. Toch kunnen de IJslandse lessen waardevol zijn. Ook onze jeugd verdient de beste start naar volwassenheid die we hen kunnen geven.  

 

 


 

 

BEELDENSTORM

 


 

BEELDENSTORM

 

Het lijkt wel de zestiende eeuw. Toen moesten heiligenbeelden, bibliotheken, muurschilderingen en schilderijen en tal van andere voorwerpen die (de verkeerde) religieuze betekenis hadden of werden toegedicht het ontgelden. Hele bibliotheken met een rijke cultuur en wetenschappelijke inhoud gingen in vlammen op of werden in de rivieren gegooid. Gevolg: opstanden, oorlogen en diepe haat en wantrouwen naar elkaars (geloof)gemeenschappen.

Zo vormde de beeldenstorm van 1566 in de Lage Landen (wat nu Nederland en België is) de aanzet tot de tachtigjarige oorlog. In Oost-Europa zijn tal van beelden van communistische ‘helden’ verwijderd en omgesmolten, omdat zij tot schurken zijn geworden. In de USA dreigt het zelfde en vindt verwijdering van beelden al een aantal jaren plaats. Ik ben tegen het verbranden of vernietigen van kunst of andere elementen, die een beeld geven van de geschiedenis. De vernietiging van archeologische restanten in het Midden-Oosten door oorlogsgeweld en religieuze onverdraagzaamheid is een verlies voor de gehele mensheid. Waar is de wijsheid gebleven van leiders als Nelson Mandela, ontvanger van de Nobelprijs voor de vrede in 1993 en de Sacharovprijs 1988, de prijs die staat voor de bescherming van de rechten en fundamentele vrijheden van de mens, met name van de vrijheid van meningsuiting? Geen zinnig mens zal van Nelson Mandela ooit denken dat hij een aanhanger van blank superioriteitsgevoel zou zijn geweest. Toch was hij fel gekant tegen het neerhalen van omstreden monumenten, zoals het beeld van Hendrik Frensch Verwoerd, die beschouwd wordt als de belangrijkste vormgever van het apartheidssysteem in Zuid-Afrika. Zijn motivatie was dat het neerhalen van de omstreden monumenten slechts de wraakzucht zou aanmoedigen.

Ik heb geen enkele sympathie voor systemen als apartheid of slavernij. Zij zijn een miskenning van de menswaardigheid van ieder mens, welke godsdienst hij ook beleid, of van welke oorsprong ook. Toch ben ik tegen vernietiging van monumenten die een onderdeel vormen van de geschiedenis van de menselijke samenleving. Mensen als generaal Robert Edward Lee of veldmaarschalk Erwin Rommel dienden als soldaat de verkeerde regiems. Maar maken als militaire leiders onderdeel uit van de geschiedenis. Ook Nederland kent tal van beelden en afbeeldingen van ‘helden’, die als ze nu zouden leven als schender van mensenrechten voor het Internationaal Strafhof te Den Haag gebracht zouden kunnen worden, zoals Jan Pieterszoon Coen of  Luitenant-Generaal van Heutsz, die bekritiseerd werd vanwege de wijze waarop hij als bevelhebber de Atjeh-opstand neersloeg. Het monument met zijn buste, in Amsterdam werd in 1967 en 1984 met explosieven vernield, waarna het in 2004 omgedoopt werd in “Monument Indië-Nederland 1596-1949” en alle verwijzingen naar Van Heutsz werden verwijderd.

Ook mijn eigen gemeente Bergen op Zoom kende eens (1988) een discussietje over een kunstwerk (in het Anton van Duijnkerkenpark) met de naam Pagode, waaraan Boeddhisten aanstoot zouden kunnen nemen omdat de zeven vlakken, waaraan het kunstwerk refereerde, niet horizontaal waren maar als schuin aflopende bogen waren gerealiseerd. Toen werd gepleit voor een andere naam. De pragmatische oplossing die in de loop der tijd (wel of niet bewust) is gevonden? Alle naambordjes bij de kunstwerken in het park zijn verdwenen. Nederland kent tal van straten, pleinen en lanen vernoemd naar ‘helden’ uit het verleden. Ook op postzegels werden vaak personen geëerd, waar we nu terughoudender mee om zouden gaan.

Laten we de wijsheid van Nelson Mandela delen en afblijven van elkaars geschiedenis, monumenten en cultuur. Lange tenen discussies leveren immers, mijn inziens, niet veel goeds. We beginnen bij de beelden waarom nu ‘gestreden’ wordt, we laten ze staan. We laten de straatnamen onveranderd en ook de van Riebeeck zegels mogen gerust de albums van de filatelisten blijven sieren. We kunnen wel van de geschiedenis en die beelden en objecten leren. Door bijvoorbeeld in de buurt van deze beelden aanvullende informatie te verstrekken.

In een multiculturele wereld is voor echt samenleven acceptatie nodig van de geschiedenis en wat deze in de vorm van religies, boeken, beelden en andere voorwerpen heeft voortgebracht. Alleen dan zullen we er van leren en niet dezelfde fouten maken die zoveel ellende over de wereld en mensheid hebben gebracht.

 


 

 

DUITSLAND ONS VOORLAND?

 


 

DUITSLAND ONS VOORLAND?

 

 

De TV zender ZDF publiceerde recent opvallende resultaten van een onderzoek naar de grootste angsten van Duitsers. De top vijf waren: klimaatverandering, een nieuwe oorlog, terroristische aanslagen, criminaliteit en als vijfde ouderenarmoede. Inwoners van het rijkste land van Europa, met al jaren begrotingsoverschotten en een gigantisch overschot op de betalingsbalans, zijn bang voor ouderenarmoede!! In twee Volkskrant artikelen met de koppen als: “Armoede onder ouderen doet Duitsland beven” en “Manfred graait met flesjes zijn pensioen bij elkaar” wordt een beeld geschetst van een verpauperende/vergrijzende bevolking. Een land zonder een AOW voorziening en waar veel mensen een pensioentje hebben beneden de 500 euro, wat dan met wat regelingen kan worden aangevuld. In 2016 leefden dubbel zoveel Duitse gepensioneerden onder de armoedegrens (958 euro) dan in 2003. Ook het aantal werkende armen is sinds 2004 verdubbeld. 16 % van Duitslands gepensioneerden leeft op of onder de armoedegrens en de verwachting is dat dit in 2018 20 % zal zijn. Een schande voor een ‘rijk’ land als Duitsland met een snelgroeiende kloof tussen arm en rijk. Algemeen wordt de schuld gelegd bij de ‘arbeidshervormingen’ die doorgevoerd werden onder de verantwoordelijkheid van de ‘socialistiche’ SPD bondskanselier Gerhard Schröder. Het verbijsterd mij dat Diederik Samsom recent in de NRC in een dubbel interview, ‘het zomeravondgesprek’ met Sheila Sitalsing, dit soort ‘hervormingen’, doorgevoerd door het kabinet Rutte II, nog steeds verdedigd. Duitsland flexibiliseerde in hoog tempo, net als Nederland, en creëerde daarmee tal van laagbetaalde mini baantjes. Met als uitkomst veel ouderen armoede en werkende armen.

Ouderenarmoede is nu één van de top vijf angsten van de doorsnee Duitser. Eén ouderen-‘baan’ is in Duitsland populair geworden: inzamelaar van statiegeldflesjes (Pfandsammler). Het Volkskrantverhaal van ene Manfred, die met flesjes zijn pensioentje aanvult, is verbijsterend en een schande voor Europa’s rijkste samenleving!

Hoe verworden is de PvdA dat hun oud partijleider nog steeds vindt dat de PvdA een beter verkiezingsresultaat had kunnen behalen als ze het beleid van Rutte II maar beter verdedigd hadden. Wie gaat dit keren? Nu bouwen veel flex-werkers en ZZP’ers in ons land ook niet of nauwelijks pensioen op. Ze zijn voorbestemd voor de armoede bij pensionering of tot eeuwig werkende oudere. Wat gaat u de komende jaren stemmen? Wilt u leven als arme of in een samenleving waarin de kloof tussen arm en rijk groeit? Waar werken je niet meer kan verheffen omdat de vaste CAO baan alsmaar verder weg blijkt te zijn en huren onbetaalbaar zijn geworden? Dat kan en moet veranderen. Anders gaat Nederland steeds meer op dat Duitsland lijken van Manfred, de statiegeldflesjes verzamelaar.