TOT LERINGHE EN ERGERNISSE

 

    


| 13-10-2021 |

 

De afgelopen jaren heb op tal van plaatsen het gebruik van moties zien veranderen. Steeds vaker stonden in moties besluiten, terwijl dat een verkeerd gebruik is van een motie. Een motie is geen raadsbesluit en ook geen besluit van de Raad. Het dictum behoort een verzoek aan het college of een meningsuiting van de raad te zijn. Langzaam leek ik te verkeren op een eiland, mijn eigen eiland. Dat leidde dit jaar tot een stevig verschil van mening met de griffier die, op basis van een advies van een juridisch adviesbureau, van mening was dat middels een motie een verordening ingetrokken kon worden. Mijn verzet leidde er wel toe dat er in de gemeenteraad van 10 juni een initiatiefvoorstel werd behandeld in plaats van een motie. De griffie bleef echter op het standpunt staan dat ook een motie rechtmatig was. Mijn ‘ergernisse’ was echter zo groot dat ik het zomerreces gebruikte om mijn zienswijze voor te leggen aan de minister van Binnenlandse zaken. Het antwoord van de minister was helder. EFFE LEZEN DUS!! Eigenwijze Lowieke hand gewoon gelijk. Eens te meer blijkt dat dik betaalde juridisch adviesbureaus, in dit geval door een nieuwsbrief waarop menige griffie een abonnement heeft, gemeenten, griffies en gemeenteraden op het verkeerde been kunnen zetten. Soms heeft een oude politieke rot als ik, op basis van ervaring en zijn gehechtheid aan tradities en gebruiken, de juiste inzichten. Ik laat mij ook niet makkelijk van de wijs brengen en ga de discussie dan ook niet uit de weg.

Ik hoop dat, tot leringhe, meerdere gemeenteraden deze inzichten weer serieus gaan nemen. Hier ligt een taak van de griffies en van de burgermeesters om de dwalende raden weer op het rechte pad te brengen.

 

Louis van der Kallen.


    

HET VOORZORGPRINCIPE

 

    


| 20-09-2021 |

 

De afgelopen jaren probeer ik rond elektromagnetische straling (EMS) het voorzorgprincipe via artikelen, brieven en presentaties onder de aandacht te brengen van bedrijven, overheden, burgers en bestuurders omdat het belangrijk is dat de samenleving zoveel mogelijk kan genieten van de voordelen zonder een enorme prijs te betalen voor de mogelijke nadelen. Ik schreef recent nog het artikel “ PARADIJS BLIJKT HEL” over de vele voorbeelden waar in het verleden de ‘paradijselijke’ voordelen veranderden in een ‘hel’ toen de nadelen zich in de volle omvang in de loop der tijd manifesteerden. Ik sta in dat streven naar de toepassing van het voorzorgprincipe niet alleen. Samen met politici uit andere gemeenten en deskundigen probeer ik daaraan in het Platform Gemeenten Draadloze Connectiviteit vorm en inhoud te geven.

Recent schreef ik in dat kader een brief aan het college van B&W waarin ik namens de BSD-fractie aangaf met gebruik van de gemeentelijke bevoegdheden – die weliswaar rond EMS en 5G beperkt zijn – het voorzorgprincipe gemeentelijk toegepast zou kunnen worden. In de genoemde brief stelde ik namens de fractie de vraag: wat zou de gemeente wel kunnen doen om de risico’s voor haar burgers, haar werknemers en de flora en fauna te beperken? Ik gaf een zevental suggesties te weten:

  • Een nulmeting van EMS in de openbare ruimte(n).

  • Het planologisch instellen van een “witte zone” voorzien voor mensen die EMS gevoelig/elektrohypersensitief zijn (geworden).

  • EMS als afwegingskader meenemen bij aanbestedingen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld bij het vervangen/aanschaffen van lantaarnpalen en camera’s.

  • EMS meenemen in het overleg met partners zoals schoolbesturen en Stadlander.

  • De gevolgen van EMS meenemen bij het heroverwegen van het WMO-protocol. (Bijvoorbeeld voor het kunnen helpen van stralingsgevoeligen bij de kosten van afschermingsmaterialen voor in huis)

  • De mogelijke gevolgen van EMS betrekken bij eventuele aanvragen van Wifi of 5G zenders in de openbare ruimte (denk b.v. aan bushokjes).

  • Het terugdringen, c.q. weghalen van Wifi in kantoren van gemeentelijke gebouwen/instellingen.

Recent mocht de BSD-fractie van het college een deels bevredigende reactie ontvangen. Daar zijn we blij mee. Enkele citaten uit het antwoord van B&W:

  • “Uit voorzorg wordt wel nader overwogen elektromagnetische straling in het afwegingskader mee te nemen bij aanbestedingen in de openbare ruimte of gemeentelijke gebouwen.” Het is een mooie stap vooruit als in het kader van het voorzorgprincipe getracht wordt EMS in de openbare ruimte en in gemeentelijke gebouwen te beperken en dit in het afwegingskader bij aanbestedingen wordt meegenomen!

  • “Ook zal wethouder Jacobs het onderwerp meenemen in het overleg met de schoolbesturen. De scholen in Nederland beslissen immers zelf of zij computers aan de draad’ willen of niet.” Het verheugt de BSD-fractie dat het college voornemens is de mogelijke nadelige effecten van EMS met schoolbesturen te gaan bespreken.

  • “Als een inwoner (fysieke of psychische) belemmeringen ervaart op het gebied van maatschappelijke participatie en/of zelfredzaamheid (ongeacht of daar een erkende medische aandoening aan ten grondslag ligt), kan een aanvraag worden ingediend. Gekeken wordt dan door de WMO-adviseur of de belemmeringen geobjectiveerd kunnen worden (eventueel met behulp van onafhankelijk medisch advies). Indien er inderdaad geobjectiveerde belemmeringen worden ondervonden kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt. Ook in het geval van elektromagnetische stralingsgevoeligheid.” Met dit onderdeel van het gemeentelijke antwoord is de BSD-fractie meer dan verguld. Hopende dat de hier uitgesproken/opgeschreven intentie geen vergulde placebo is maar een goed voornemen dat inhoud kan krijgen bij een eventuele aanvraag. Feitelijk is het een erkenning dat elektromagnetische stralingsgevoeligheid een wezenlijk probleem kan zijn dat mensen in hoge mate kan beperken in hun maatschappelijke participatie en/of zelfredzaamheid!

Ik hoop dat andere gemeenten hier een voorbeeld aan gaan nemen. Natuurlijk vind ik het jammer dat een aantal suggesties (nog) niet zijn overgenomen. Maar het college van Bergen op Zoom heeft nu wel aantal stappen gezet. Met belangstelling zal ik als raadslid volgen hoe die goede voornemens om het voorzorgprincipe inzake EMS in de praktijk vormgegeven gaan worden.

 

Louis van der Kallen.


GEBRUIK VAN STAATSRECHTELIJKE MIDDELEN IN HET OPENBAAR BESTUUR

 

    


| 24-08-2020 |

 

Excellentie,

Ondergetekende: L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat 4 vraagt uw aandacht voor het volgende.

Ik heb de samenleving in tal van functies en ambten mogen dienen. Als zodanig heb ik twaalf jaar ervaring als statenlid, 35 jaar ervaring als gemeenteraadslid en ruim 50 bestuursjaren in het algemeen en dagelijks bestuur bij een tiental waterschappen; bij meer dan twintig gemeenten het ik als lid of voorzitter in rekenkamers en rekenkamercommissies mogen functioneren. Als zodanig heb ik dus enige ervaring in de toepassing van staats- en bestuursrecht.

In de loop der jaren heb ik de veranderingen moeten ervaren in de stijl en cultuur van het openbaar bestuur en het functioneren van het politiek-bestuurlijke systeem, waaronder de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur en de invoering van het lijstenstelsel alsmede de sluipende dualisering van het waterschapsbestuur. Of het één een gevolg is van het ander weet ik niet maar tegelijkertijd met al deze veranderingen is er sprake van een alsmaar voortgaande verruwing van de omgangsvormen in dat openbaar bestuur.

Ik ben een man op leeftijd en misschien niet meer passend in dit bestuurlijke tijdsgewricht. Maar ik voel het als mijn plicht om mij tot uwe Excellentie te richten, daar het tot de taak van uw Ministerie behoort toezicht te houden op het functioneren van het openbaar bestuur.

Steeds vaker constateer ik een gebruik van staatsrechtelijke middelen in het openbaar bestuur waarbij ik ernstige twijfels heb of het gebruik passend en wettelijk is, en of de helderheid, transparantie en inzicht in de taakverdeling tussen bijvoorbeeld gemeenteraad en college van B&W gediend is met een dergelijk gebruik.

Als voorbeeld een casus waarin ik mij in wat beoogd werd volledig kon vinden maar allerminst in de in eerste instantie gevolgde procedure.

  • Op 25 maart 2021 werd door de gemeenteraad van Bergen op Zoom de wijziging van de verordening bedrijveninvesteringszone C RVB21-0007 vastgesteld (zie bijlage A).

  • Op 2 juni werd er in de Commissie Ruimte, Duurzaamheid en Economie van de gemeente Bergen op Zoom een motie vreemd aan de orde van de dag besproken inhoudende een herziening van het raadsbesluit Bizone. Mede geagendeerd was een juridische toets (voor beide zie bijlagen  [ B ] en [ C ] ).

Nu ben ik bestuurlijk gevormd in een traditie dat een motie geen besluit bevat maar een dictum wat behelst een verzoek aan B&W of een uitspraak van de Raad. In dier voege heeft een motie dan ook geen direct rechtsgevolg en is het aan het college of dagelijks bestuur of een motie wordt uitgevoerd of een verder gevolg krijgt. Ik zie echter steeds vaker en op tal van plaatsen moties voorbijkomen met besluiten hetgeen ik met regelmaat een aantasting vind van de kwaliteit van de besluitvorming en van de besluiten als zodanig. Bij een besluit dient afgewogen te worden; klopt het juridisch en is het de bevoegdheid van de Raad? Alsmede: wat is de status van een motie ingeval het inhoudelijk voor vernietiging door de Kroon in aanmerking zou kunnen komen? Mij is geen enkel geval bekend van een motie die voor vernietiging is voorgedragen noch anderszins door de Kroon is vernietigd. Van formele raadsvoorstellen die tot besluiten hebben geleid wel!

Een motie gebruiken om een verordening in te trekken is voor mijn een gotspe. Het kan in mijn beleving niet zo zijn dat met een motie die bij wijze van spreken staande de vergadering kan worden ingediend een verordening die alle procedures, zowel ambtelijk als bestuurlijk van advies en goedkeuring heeft doorlopen ingetrokken kan worden door een motie waarvoor dat allemaal niet geldt.

Uiteindelijk hebben de indieners van de motie op mijn aandringen de motie omgevormd tot een initiatiefvoorstel “herziening besluitvorming Verordening bedrijveninvesteringszone Centrum Bergen op Zoom” (zie bijlage D). Door is de Raad aangenomen op 10 juni 2021.

Ondergetekende heeft over het gevolgde proces een emailwisseling gehad (bijlagen E 1-5) waaruit bleek dat de griffie op basis van een “derden advies” (zie bijlage F) nog steeds van mening is dat een verordening of raadsbesluit middels een motie kan worden ingetrokken of worden aangepast. Voor ondergetekende is dit de totale verwording van bestuurlijke processen en een sluipende aantasting c.q. degeneratie van het politiek-bestuurlijke systeem.

Ondergetekende heeft zeker niet de wijsheid in pacht maar wil graag duidelijkheid van wat juist is en wat zijn of waren de bedoelingen van de wetgever?

Graag uw reactie op het onderhavige als hoeder van de kwaliteit en wettigheid van de besluitvorming binnen het gedecentraliseerde bestuur. Ik hoop, mede omdat steeds meer burgermeesters en dijkgraven (de lokale vertegenwoordigers en toezichthouders van de Kroon) worden benoemd zonder relevante ervaring in het openbaar bestuur en daarmee soms aantreden zonder enige ervaring of bewustzijn van tradities en gebruiken in het openbaar bestuur, u mijn in plichtsbesef tot uwe Excellentie gericht schrijven serieus zal nemen zodat het helder wordt wat kan en mag c.q. wat wenselijk is en zodat de door mij waargenomen verwoording van ons dierbaar openbaar bestuur tot staan wordt gebracht.

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom,

lid van het algemeen bestuur van Waterschap Brabantse Delta,

cc commissie binnenlandse zaken.


    

LIEGEN OF DROMEN?

 

    


| 24-02-2021 |

 

Ik constateer al jaren dat aperte onwaarheden en – het wekken van – volstrekt onhaalbare verwachtingen in verkiezingsprogramma’s en verkiezingsleuzen steeds vaker deel uit maken van de manier waarmee politici de kiezers benaderen. Liegen lijkt steeds vaker een volkomen geaccepteerd gedrag te zijn van politici. Het lijkt er langzaam in geslopen te zijn. Het Trumpisme lijkt gemeengoed.

Voor mij is het helder dat de komst van kies/stemwijzers de laatste tien tot vijftien jaar daarin een belangrijke rol heeft gespeeld en nog speelt. In 2014 was ik als lijstrekker van Ons Water betrokken bij de opstelling van een kieskompas voor de waterschapsverkiezing door een ‘onafhankelijke organisatie’ die zichzelf een wetenschappelijk imago toedichtte met als directeur politicoloog André Krouwel, die als universitair hoofddocent is verbonden aan de afdeling politicologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Drie maanden voor de verkiezingen hadden we op het kantoor van het Waterschap Brabantse Delta een stellingenconferentie om stellingen te bespreken die door de deelnemende partijen bij het ‘kieskompas’ waren ingebracht ter bespreking. Velen werden door André Krouwel snel en vaardig af geserveerd. “Te vaag”, “te moeilijke taal”, “te genuanceerd”, enzovoorts. Stellingen die een onjuiste voorstelling van zaken gaven, werden echter wel goedgekeurd, zelfs als ze in strijd met de wet waren. Ook stellingen, zoals bijvoorbeeld: “boeren moeten verplicht worden mee te werken aan waterveiligheid”, die al lang wet zijn en derhalve gewoon al jaren als uitgevoerd beleid worden geaccepteerd. Tegenstrijdigheden in het “goedkeurgedrag” van partijen, zoals kiezen voor belastingverlaging en tegelijkertijd het uitvoeren van allerlei voor de kiezer ‘leuke’ dingen (alsof ze geen geld kosten) waren geen aanleiding dat te benoemen. Nee, partijen mogen gewoon bij hun invulling van hun positie ten aanzien van een stelling dit soort tegenstrijdigheden aan hun laars lappen.

Waar ik mij toen het meest aan ergerde, was dat partijen stellingen in mochten brengen die volstrekt in strijd waren met de taken en bevoegdheden van het waterschap. Toen ik dat ter discussie bracht was het ‘wetenschappelijke’ antwoord van de politicoloog Krouwel dat “partijen en politici mogen dromen”. Is dat wat de kiezer mag verwachten?

Dromen over een betere wereld, waarin alles gratis is, kan in de kroeg maar niet als er een waterschap, gemeente, provincie of land bestuurd moet worden. De indruk wekken dat het waterschap over bepaalde zaken gaat terwijl dat niet zo is, is in mijn ogen simpelweg kiezersbedrog! Als je werkelijk de kiezer wilt helpen zijn keus te maken, zoals bij een kieskompas of stemwijzer wordt beweerd , dan is dat naar mijn visie niet het geval met stellingen die grotendeels een onware of weinig realistische voorstelling van zaken geven. Een stemwijzer of kieskompas lokt door het geven van een onjuiste voorstelling van zaken manipulatie door partijen uit. Om in het gevlei van de kiezer te komen, kunnen partijen bij het invullen van hun antwoorden straffeloos liegen of tegenstrijdige uitspraken doen, en dat onder het voorwendsel van een toeziend ‘onafhankelijk wetenschappelijk’ oog.

Als partij moet je wel meewerken aan het kieskompas. Anders kom je niet onder de aandacht van de zoekende kiezer. Maar of de kiezer zich geholpen kan voelen met een kieskompas of stemwijzer is voor mij niet echt een vraag meer. Hij of zij wordt grotendeels misleid met stellingen die niet reëel hoeven te zijn. Er mag immers gedroomd worden! Een kieskompas of stemwijzer behoren geen ‘dromen’ te bevatten maar haalbare en realiseerbare beleidsopties. Je kan in het echte leven ook geen ‘droomkeuzes’ maken. Als “dromen mag” wordt gepropageerd door ‘onafhankelijke politicologen’ als André Krouwel is er voor politici, die deelnemen aan een stellingenconferentie voor een kieskompas of voor hun partij die bij de stellingen hun positie weergeven, geen enkele rem meer om niet te dromen en hun dromen worden dan al snel hun waarheid, ook al weten wij allemaal, diep in ons hart, dat de meeste dromen gewoon bedrog zijn. In het geval van een door een politicus dromend ingevuld kieskompas: kiezersbedrog. Maar sommige politici zullen daar anders overdenken. Hun opvattingen zijn immers een droom over het voor hen ideale Nederland en dromen mag van de politicoloog!

Een kieskompas of stemwijzer is geen echt hulpmiddel voor de kiezer; het is een middel ter manipulatie van de keuze van de kiezer, een middel dat liegen beloont en de waarheid afstraft. Eerlijkheid loont dan niet. Gevolg een parlement, gemeenteraad, staten of algemeen bestuur van een waterschap vol met politici die mooi kunnen dromen.

 

Louis van der Kallen.

 


    

BRIEF AAN DE TWEEDE KAMERFRACTIES INZAKE DE POSTTARIEVEN

 

    


| 26-12-2020 |

 

Geachte fracties van de Tweede Kamer,

 

Post.nl is feitelijk een monopolist. Dat vergt dat een overheid toezicht houdt op de tarieven en (mede)bepaald wat redelijk is voor burgers en bedrijven en bedrijfseconomisch haalbaar c.q. noodzakelijk is voor adequate dienstverlening nu en op termijn.

De afgelopen jaren zijn de posttarieven systematisch ruim boven de inflatie verhoogd. Dit vermoedelijk mede door de terugloop van de volumes poststukken. Als burger heb ik daar begrip voor.

Reeds vele jaren (zolang ik mijn als 72 jarige kan herinneren) was het maximum formaat voor brieven 380 x 265x 32 mm. Per 1 januari wordt, om voor mij onverklaarbare redenen 324 x 229 x 32 mm. En is het formaat van 380 x 265x 32 mm alleen nog maar toegestaan als brievenbuspakket met veel hogere kosten. Dat heeft voor mij als burger maar ook voor bedrijven enorme gevolgen. Plotseling is een groot deel van de enveloppen niet meer of beperkt bruikbaar. Of verzending wordt gelijk veel duurder.

Wat voorbeelden:

  • Een brief van 50 gram (in een enveloppe van 380 x 265 mm) die voorheen 1,92 euro kosten gaat in 2021 4,50 euro kosten. Een verhoging van 134 %.

  • Een brief van 100 gram (in een enveloppe van 380 x 265 mm) die voorheen 2,88 euro kosten gaat in 2021 4,50 euro kosten. Een verhoging van 56 %.

  • Een brief van 350 gram (in een enveloppe van 380 x 265 mm) die voorheen 3,84 euro kosten gaat in 2021 4,50 euro kosten. Een verhoging van 17 %.

Maar wat erger is; het nu vereiste maximale formaat (324 x 229 mm) is nog niet of nauwelijks in stevig karton op de markt te verkrijgen. Waarmee het veilig versturen van kwalitatief drukwerk moeilijker en duurder wordt.

Dit soort veranderingen zijn voor gebruikers onnavolgbaar! Het formaat brievenbussen is niet veranderd! De gevolgen voor bijvoorbeeld verkopers van grafisch werk of boeken zijn fors.

Deze handelswijze van Post.nl is dat van een monopolist die stiekem de prijzen exorbitant verhoogd door een ‘systeem’ wijziging. Het is net een verkoper van kruidenierswaren die de prijs ongewijzigd laat maar de verpakking en inhoud van het product verkleind. En dat met uw toestemming!?  Graag uw welwillende aandacht.

Met de meeste hoogachting,

 

Louis van der Kallen.

 


    

RISICO? RESERVEREN!

 

    


| 02-12-2020 |

 

Risico? Reserveren!

Deze week begint er een tweede grote klimaatrechtzaak in Nederland, en wel die van Milieudefensie tegen Shell over de bijdrage van onze oliereus aan de CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde. Bij de onderbouwing van deze zaak grijpt Milieudefensie terug op een tot 2017 geheim Shell-rapport uit 1988. In 1988 kwamen Shell-wetenschappers in het geheime rapport “The Greenhouse Effect” tot de conclusie ‘dat de klimaatverandering veroorzaakt door het toenemende CO2 gehalte in de atmosfeer ingrijpende sociale, economische en politieke gevolgen zal hebben’. Ze wisten het en deden niets!

Shell en haar collega-oliebedrijven wisten wat ze deden maar de economie, de samenleving verlang(d)en naar de producten, dus werden ze gemaakt, werd er geld verdiend en zweeg men. De overheden incasseerden de belastingen en de aandeelhouders het dividend.

Maar zondaars komen er steeds vaker – op termijn – niet meer mee weg.

Wat koppen de kranten koppen?

  • “Miljoenenboete voor Monsanto”, “Bedrijf wist al jaren van mogelijk gevaar Roundup (glyfosaat)”;

  • “Een Canadese rechtbank heeft drie tabaksproducenten veroordeeld tot een schadevergoeding van 15,5 miljard Canadese dollar (2015)”;

  • “De tabaksindustrie wist de schade te beperken. In 1998 sloot ze een akkoord met 46 staten. De tabaksbedrijven betalen 206 miljard dollar, de staten laten hun schadeclaims vallen.”

Door het DDT schandaal – dat naar buiten kwam met het boek Silent Spring (Dode lente) van de Amerikaanse biologe Rachel Carson in 1962 waardoor duidelijk werd hoe schadelijk DDT is voor het milieu – veranderde wet en regelgeving. Overheden gingen ten aanzien van (nieuwe) chemicaliën het voorzorgprincipe hanteren bij toelating en verwerking in producten. Wat leren we hiervan?

Banken worden geacht als ze kredietrisico’s lopen daarvoor gelden te reserveren. Ook overheden zoals gemeenten en provincies zijn via het Besluit begroting en verantwoording (BBV) verplicht de risico’s die ze lopen te inventariseren en maatregelen te nemen ter beperking; ook moet er een financiële dekking zijn voorzien.

Artikel 9 lid 2 b BBV “weerstandsvermogen en risicobeheersing” en Artikel 11 lid 1 b BBV geven het volgende aan: “Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.”

Het wordt tijd dat niet alleen banken maar ook andere bedrijven wettelijk verplicht worden te reserveren voor de afhandeling van schadeclaims; de risico’s moeten net als bij gemeenten worden geïnventariseerd en in de jaarverslagen in beeld worden gebracht.

Als raadslid vraag ik mij dan altijd af waarom moet een gemeente dat wel en de rijksoverheid niet? De rijksoverheid haalt miljarden binnen aan belasting op schadelijke producten, zoals tabak en brandstoffen en met de veiling van 5G-frequenties.

Constaterende dat de overheid ten aanzien van elektromagnetische straling (EMS) – mijn inziens – dezelfde fouten maakt als met DDT (omwille van de economie, de markt, het geld) door in potentie voor de gezondheid en het milieu schadelijke ontwikkelingen toe te staan, komt het mij voor dat daarbij een reservering past om eventuele getroffenen – als de schadelijke gevolgen zich onmiskenbaar aandienen – te compenseren. En derhalve moeten ook de bedrijven die geld verdienen aan de in potentie schadelijke EMS worden verplicht te reserveren voor mogelijke schadeclaims. Dat reserveren zou als voorwaarde in de frequentieveilingen opgenomen dienen te worden.

Louis van der Kallen.


BRIEF AAN MINISTER OF SLECHT FUNCTIONERENDE DEMOCRATIE

 

    


| 27-11-2020 |

 

Excellentie,

Al vele jaren ga ik mee in het openbaar bestuur. Vanaf het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw ben ik politiek actief. Ik heb bij tal overheden vele jaren bestuurlijke functies vervuld: 34 jaar raadslid, twaalf jaar statenlid, bijna 50 “bestuursjaren” bij tien verschillende waterschappen over de volle breedte van het land (van Domburg tot Winterswijk, zeg ik weleens). Verder ben ik bij meer dan twintig gemeenten actief geweest in rekenkamercommissies en rekenkamers. Ik hecht zeer aan mijn rechten als volksvertegenwoordiger, aan het goed functioneren van de democratie en aan de rol van de gekozene daarin.

Die rechten zijn in het afgelopen jaar 2020 buitengewoon uitgehold door de manier waarop de overheden menen om te moeten gaan met de uitdagingen die de pandemie ons geeft bij de invulling van haar bestuurlijke taken. Ik ben de afgelopen drie weken twee keer feitelijk buitengesloten (vermoedelijk door falende techniek) bij een vergadering van de fractievoorzitters. Vele malen heb ik delen van een (besloten) vergadering gemist door ‘technische problemen’. Eerder heb ik daar op mijn website over geschreven. https://www.louisvanderkallen.nl/2020/11/12/een-jaloerse-luddiet/

Ik zie velen van mij oudere collega’s worstelen met de ‘techniek’ en de daaraan verbonden procedures. Maar wat nog erger is: de democratie wordt uitgehold, een echt debat en daarmee een goede uitwisseling van argumenten wordt ernstig bemoeilijkt en is grotendeels onmogelijk. Dit tast de kwaliteit aan van het openbaar bestuur en daarmee van de ervaren legitimiteit daarvan. Er ontstaat een verschil in de feitelijke deelname aan het debat en het bestuur. Ook burgers worden ernstig belemmerd in hun participatie aan de menings- en oordeelsvorming door het openbaar bestuur.

Het is, mijn inziens verbijsterend dat overheden ieder voor zich een weg zoeken in de technische ‘mogelijkheden’. In mijn functioneren in dat openbaar bestuur en als volksvertegenwoordiger kom ik minimaal vier systemen geregeld tegen. Als (halve) digibeet vraag ik mij vaak af: kan het niet simpeler? Waarom vergader ik bij mijn gemeente de ene keer via Zoom, dan via Teams en dan via Pexip? Een enkele keer kom ik bestuurlijk ook GoToMeeting tegen. Bij webinars gericht op overheidsdeelname zie ik weer andere systemen.

Het gebeurt met regelmaat dat systemen niet optimaal werken en een raadslid of burgerlid even wegvalt en opnieuw moet inloggen. De voorzitter is dan bijna altijd in staat de vergadering zo te leiden dat het raadslid toch nog zijn of haar ‘woordje’ kan doen. Maar het ‘gemiste’ deel van het ‘debat’ is niet meer goed te maken. Hooguit later te beluisteren.

De twee keren dat ik feitelijk geheel ben buitengesloten zijn voor mijn gevoel een schending van mijn door de kiezer en de wet gegeven bevoegdheden en mandaat. Ik ben dan immers feitelijk belemmerd in mijn rechten en plichten als raadslid en fractievoorzitter. Ook al is dat niet opzettelijk, feitelijk is er dan sprake van belemmering (kneveling) van een raadslid.

De gemeente Bergen op Zoom nadert c.q. zweeft boven de financiële afgrond. De gemeenteraad en het college van B&W proberen te komen tot maatregelen om het tij te keren.

Op donderdagavond was er een beeldvormende bijeenkomst waarin burgers en organisaties hun gedachten konden uiten over de enorme bezuinigingsplannen. Zo’n bijeenkomst behoort feitelijk en qua verordening openbaar te zijn. De techniek liet ons in de steek.

Het is uw taak toe te zien op het functioneren van de democratie, ook in tijden van een voortdurende pandemie, en vooral in tijden dat het functioneren van onderdelen van die democratie zoals nu bij de gemeente Bergen op Zoom buitengewoon belangrijk is.

Dit reikt verder dan vergaderingen van de gemeenteraad. Ook de contacten van het politieke en ambtelijke systeem met de burgerij lijden enorm onder de huidige wijze van functioneren. Feitelijk functioneert het niet of nauwelijks. Nu de pandemie een chronisch karakter heeft, verwacht ik van een hogere overheid een ingrijpen dat leidt tot een herstel van de kwaliteit van het democratisch gehalte van het openbaar bestuur. In mijn beleving is het de taak van uw ministerie en van u als minister dat het democratisch functioneren van organen als gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen is geborgd.

Een stemming verliezen is democratie, maar buitengesloten worden door een computersysteem is de ‘dictatuur’ van een machine. En als recht geaarde Luddiet kan ik dat nooit accepteren.

Het huidige (digitale) functioneren van gemeenteraden doet – mijn inziens – geen recht aan de wettelijk regelgeving omtrent het functioneren van het openbaar bestuur. Het verlangt uw ingrijpen. Help de gemeenten en waterschappen dit snel en goed te regelen want het werkt niet en vervreemt de burger verder van haar of zijn overheid. Wees een hoeder van ons hoogste goed, de democratie.

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom

cc Fracties Tweede Kamer

Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president


    

RICKY DINKELBERG – DE KEET

 

    


| 26-07-2020 |

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft: Artikel 36 vragen over de Keet (kenmerk LVDK 20040)

 

Geacht College,

 

Gisteren, zaterdag 25 juli 2020, was in BNdeStem de kop te lezen “Ricky Dinkelberg stopt met de Keet”. Een kop waarvan ik jaren dacht dat ik die nooit zou lezen. Ik verwachtte veel eerder een kop: ’Ricky Dinkelberg kreeg de versierselen behorende bij koninklijke onderscheiding opgespeld door burgervader Petter’. Of ‘Ricky Dinkelberg ontving de erepenning van de gemeente Bergen op Zoom’. Waarom waren die koppen mijn verwachting? Omdat Ricky zo’n krantenkop verdient voor een jarenlang menslievend hulpbetoon aan tal van buurtgenoten. Wat ik las in het BN bericht was niet de Ricky die ik al jaren ken. Ik ken Ricky al vele jaren en afgelopen vrijdagochtend had ik haar gesproken. Binnen 24 uur kreeg ik namelijk van vijf verschillende mensen een bericht dat het niet goed ging met Ricky, voor mij alle reden om even aan te lopen. De Keet was haar levenswerk! Niet het gebouwtje maar wat daar en op het speelterrein gebeurde. Het was haar vervulling van haar vaders leven en werken. Iets doen voor de ‘ander’ en de samenleving. Een ontmoetingsplek waar voor iedereen plaats zou zijn. Samenwerken was in haar ziel gebrand. En samenwerken met vrijwilligers deed ze. Kinderen een veilige speelomgeving bieden. Haar buurt netjes houden. Culturen met elkaar laten praten en werken. Bemiddelen. Mensen (nieuwkomers/vluchtelingen) wegwijs maken in de voor hen vreemde Nederlandse cultuur, uitleggen hoe het in Nederland werkt. Dolende zielen een troostend woord bieden en een arm om uit te huilen. Geestelijke bijstand op ‘Ricky’s’ manier. De menselijke manier. Zij nam menig professionele zorginstelling het werk uit handen en gaf op haar manier de samenleving en de leefbaarheid in een complexe volkswijk vorm. Een volksvrouw met een hart van goud.

Wat is er gebeurd om haar over de kling te jagen? Het gevoel niet de medewerking te krijgen die nodig was. Langzaam de geldelijke erfenis van haar vader zien opraken en tal van instanties ervaren als horende doof. Bureaucratische werkwijzen en procedures die feitelijk blijken blokkades op te werpen op momenten dat het niet kan. Bij de één gaat het om mensen bij de ander lijkt het te gaan om regeltjes. Diep in het hart heeft ieder mens, dus ook een ‘wondervrouw’ als Ricky, behoefte aan waardering, erkenning en vertrouwen.

Het gaat niet alleen om het gebrek aan medewerking en vertrouwen door representanten van een volkshuisvester als Stadlander maar ook om de rol van een gemeente die onrust zaait. Voor Ricky en haar vrijwilligers is een gemeente die begint over een benodigde vergunning over iets wat al jaren functioneert iets beangstigend. Ervaren tegenwerking zuigt ook een wondervrouw als Ricky leeg. Haar laatste woorden in het artikel waren: “Ik ben er helemaal klaar mee”.

Dat is niet de Ricky die ik ken. Het geeft wel aan hoe moe ze is van de ervaren tegenwerking.
Nu is het wat mij betreft aan de gemeente Bergen op Zoom en aan Stadlander om niet te wachten en het bij ‘een deur open te zetten’ te laten.

Ricky en haar vrijwilligers hebben de afgelopen jaren prachtig werk geleverd en de gemeente en de samenleving veel geld bespaard en alles gedaan om een wijk gastvrij en leefbaarder te maken. Wethouders, bestuurders van Stadlander ga eens kijken bij de Keet en het speelterrein. Het ziet er uit om door een ringetje te halen. Dat komt door de vrijwilligers. Dat is onbetaalbaar. Feitelijk gaat het om jaarlijks een beperkte som geld die nodig is (drie à vierduizend euro). Het bespaart veel en veel meer. Maar wat nog belangrijker is: het zijn mensen die mensen helpen zonder alle (dure) bureaucratie van de zogenoemde professionals.

  • Wat gaat uw college doen om ‘De Keet’ en alles waar die naam voor staat te reactiveren?

Zorg dat de wondervrouw Ricky zich kan herpakken, want in mijn beleving is de Ricky die ik ken niet klaar met De Keet of haar buurkinderen en haar buurtgenoten die hulp nodig hebben maar met de gemeentelijke ambtenarij/bestuurders en die van Stadlander. Leden van beide organisaties dienen – wat mij betreft – over hun schaduw heen te stappen. Geloof mij dat is goed voor de gemeente, goed voor Stadlander als volkshuisvester en voor de samenleving.

 

 

Met vriendelijke groet,

 

Louis van der Kallen.


    

DISPENSATIE VERZOEK

 

    


| 14-02-2020 |

 

Aan Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden

p/a Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Postbus 20011

2500 EA Den Haag

Ondergetekende:
 
L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat nr. 4 
verzoekt dispensatie van het bepaalde in artikel 31 lid 2 in de Waterschapswet.

De gemeente Bergen op Zoom waarin ik sinds 1986 mag functioneren als raadslid bevind zich in bestuurlijk en financiële woelige wateren. Recent is een informateur aangewezen met als oogmerk te onderzoeken hoe te komen tot een bestuurlijk breder samengesteld college van B&W om de grote problemen en uitdagingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet op te pakken. In dat kader wordt mij steeds vaker de vraag gesteld een wethouderschap te overwegen. De Gemeentewet artikel 36b is daarvoor geen belemmering. Anders is het, door mijn lidmaatschap van het Algemeen Bestuur (AB) van het waterschap Brabantse Delta met de, Waterschapswet artikel 31 lid 2. Een lid van het AB mag volgens artikel 31 lid 2 van de Waterschapswet niet tevens wethouder zijn.

Ik ben 71 en ambieer, bij verstand, geen wethouderschap en zeker geen voltijds wethouderschap. Het klimmen der jaren en mijn private omstandigheden alsmede mijn aard vergen realiteitszin. Ik verlang van mijzelf volledige inzet voor de taken waarvoor ik gesteld zou kunnen worden, dan is een deeltijd wethouderschap van 50 a 60 % voor mij fysiek en mentaal het hoogst haalbare. Mocht een wethouderschap in het belang van mijn geliefde Bergen op Zoom noodzakelijk zijn voor het in beeld krijgen van een bestuurlijke samenstelling die de uitdagingen waarvoor Bergen op Zoom staat, met enig succes kan op pakken, dan voel ik mij genoodzaakt een wethouderschap, in een uiterst geval, te overwegen. Ik zou een eventueel wethouderschap dan graag combineren met het bestuurlijk werk voor het waterschap Brabantse Delta wat ik nu doe.

Uit mijn bijgevoegd CV blijkt mijn decennia lange betrokkenheid bij het bestuur van waterschappen. In negen verschillende waterschappen in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland ben ik bestuurlijk actief geweest. Ik combineer daar tot op de dag van vandaag mijn vele jaren bestuurlijke ervaringen op gemeentelijk, provinciaal en waterschapniveau met mijn inhoudelijke kennis van waterproblemen en ervaringen in het bedrijfsleven om waterbeheer mede vorm te geven. Ik zou het node missen, maar ik denk oprecht dat voortzetting van mijn bedrage ook in het waterschapsbestuur van de Brabantse Delta van nut kan zijn bij de opgaven waarvoor dit waterschap gesteld staat. Voor informatie verwijs ik graag naar de huidige en voormalige dijkgraven van dit waterschap.

Voor informatie over de bestuurlijke situatie in Bergen op Zoom verwijs ik naar de burgemeester van mijn gemeente.

Nu om dispensatie vragen lijkt, tot op zekere hoogte, voor de muziek uitlopen. Een besluit waarbij ik mijn AB positie moet opgeven is voor mij een groot dilemma. Doet ik recht aan de Bergse kiezer en het gemeentelijk belang of doe ik recht aan de waterschapkiezer die mij een fors mandaat heeft gegeven? Ik wil graag beide door de kiezer gegeven mandaten rechtdoen.
Waarbij ik durf te erkennen: dat ik een waterschapper in hart en nieren ben. Het waterschapwerk zit in mijn botten. Kijk eens op de website www.onswater.com of kijk eens op www.louisvanderkallen.nl om te weten wie ik ben en kom tot een oordeel of een eventuele dispensatie hier op zijn plek zou zijn. Waarbij het van belang is te weten dat bij een eventuele wethouderportefeuille zoals financiën de kans op belangenverstrengeling nihil is te achten.
Ik zou graag weten of dispensatie in dit bijzondere geval tot de mogelijkheden behoor.

 
Met de meeste hoogachting,
Uw dw. dienaar,

  
L.H. van der Kallen
Raadslid Gemeente Bergen op Zoom
Lid AB Waterschap Brabantse Delta


    

OPEN BRIEF

 

    


Bergen op Zoom, 8 januari 2020

 

Aan de Deltacommissaris

 

OPEN BRIEF

 

Geachte Deltacommissaris, beste Peter,

We kennen elkaar al enige tijd. Je weet dat ik al vele jaren in het openbaarbestuur actief ben en een ruime ervaring heb in de wereld van de waterschappen in grote delen van ons mooie landje. Gekscherend zeg ik wel eens dat ik in het water bijna net zoveel bestuursjaren heb als mijn leeftijd. Opgedaan bij 9 waterschappen van Domburg tot Winterswijk dus over de volle breedte van het land en soms bij meerdere tegelijkertijd. Ik maak mij zorgen en daarom neem ik de vrijheid je te schrijven.

Mijn eerste zorgpunt is het volstrekt ongefundeerde tromgeroffel op het innovatieve karakter van de Nederlandse watersector. In mijn beleving is er al enkele tientallen jaren nauwelijks sprake van echte innovaties in deze door mij zo gekoesterde sector. Nu wordt iedere ‘vernieuwing’ gepresenteerd als een innovatie. Voor mij, een persoon die zijn hele werkzame leven heeft gewerkt in research en development (R&D) is dat een gotspe. In de sectoren waarin ik in de R&D gewerkt heb (landbouw en chemische industrie) was een innovatie een vernieuwing die een echte ‘game changer’ was.
Het bedrijf waar ik van 1970 tot mijn pensionering in R&D werkte, hanteerde een aantal kwalificaties voor ontwikkelingen in R&D

  1. Kleine aanpassingen van product of proces (doorlooptijd circa 4 weken).

  2. Nieuw product of grote aanpassingen van een bestaand product of proces binnen bestaande eigen technologie (doorlooptijd circa 12 weken).

  3. Introductie van een (nieuwe) technologie vanuit een andere bedrijfstak in eigen producten of processen (doorlooptijd circa 16 weken).

  4. Introductie zelf ontwikkelde nieuwe technologie binnen een bestaand product of proces (doorlooptijd circa 24 weken).

  5. Nieuw product of proces met een zelf ontwikkelde nieuwe technologie (doorlooptijd circa 36 weken).

  6. Nieuw product of proces op basis van een zelf ontwikkelde nieuwe technologie die vanwege het wezenlijk vernieuwende karakter gepatenteerd kon worden (doorlooptijd 1 tot 3 jaar).

  7. Innovaties die niet alleen patenteerbaar zouden zijn maar een echte game changer zouden zijn voor de sector en daar buiten (doorlooptijd 3 tot 5 jaar).

Zelf heb ik in de categorieën 1 tot 5 vele tientallen ontwikkelingen van idee tot toepassingen kunnen (mede)brengen. Eénmaal in categorie 6. Ook het patent dat op mijn naam als uitvinder staat zou ik nooit een innovatie noemen. Ik vind het dan ook een gotspe iedere tot minuscule verandering van werkwijze een innovatie te noemen. In een voor mij normale wereld is het logisch dat iedere medewerker van een waterschap of RWS zich iedere dag afvraagt: hoe kan ik mijn werk beter doen. Dat moet er met regelmaat toe leiden dat werkzaamheden kleine wijzigingen ondergaan. Wij mensen zijn immers denkende wezens die dagelijks leren van de eigen ervaringen en als ze houden van het vak ook van anderen. Wij leren van elkaar. Zijn dat innovaties? Buitengewoon zelden. Een paar keer bezocht ik de uitreiking van de waterinnovatieprijzen. Ik schreef daar dan over:

https://www.onswater.com/2015/12/over-water-20/

https://www.onswater.com/2017/12/over-water-120/

Peter, lees die verslagen eens. Vrijwel alle prijswinners betraden reeds eeuwen platgetreden paden het waren in het beste geval aardige vernieuwingen van mensen die nadachten hoe dingen beter konden. Dit soort verbeteringen innovaties noemen is jezelf en de sector in slaap wiegen. Verbeteringen van deze aard en omvang zijn geen innovaties, ze zijn blijken dat mensen gewoon hun verstand gebruiken om hun werk goed te doen! Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal.

Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief.

Het lijkt framing. Wat ik erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat er buiten reeds lang begane paden getreden moet worden om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht.

De doelresearch, die ik incidenteel wel waarneem bij waterschappen, bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken, vanuit andere sectoren, ze brachten ook efficiëntie verbeteringen, maar werden geen innovaties genoemd.

Bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risicoaversie aanwezig is. De ‘politiek’ zou eens lastige vragen kunnen stellen!

Keer op keer zie ik op bijeenkomsten zoals een Deltacongres het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Sinds de massa van de ingenieurs bij RWS het veld hebben geruimd en hun posities veelal zijn overgenomen door managers is ook daar de vernieuwende kracht geminimaliseerd. Waar zijn de ‘grote’ projecten waarvan we leren?

Mijn bezoek aan de Aquatech Amsterdam 2019 was voor mij aanleiding op 5 november 2019 de volgende tweet te plaatsen; Vandaag de Aquatech Amsterdam 2019. Mochten wij ooit gedacht hebben dat wij Nederlanders leidend waren op het gebied van waterbehandeling. Bezoek de Aquatech en weet beter. Het zijn de chinezen! Zowel qua aantal en kwaliteit van de exposanten als in het aantal bezoekers.”

Op waterveiligheid zijn wij misschien nog leidend maar ik ben bang dat het meer de framing en promotie is van ons imago dan dat we werkelijk leidend zijn. Als DB lid/portefeuillehouder heb ik veel internationale groepen rond mogen leiden in de Overdiepse polder. Mijn conclusie was dat op veel plekken in de wereld mensen rond lopen en projecten in uitvoering zijn waar kennis inhaalslagen gemaakt worden. Nederland, hou op met je zelf in slaapwiegen door te denken dat we innovatief zijn.

Deltacommissaris, u kan een rol spelen om meer realisme over onze werkelijke ‘innovatieve’ kracht te ontwikkelen. Pak die rol!

Mijn tweede zorgpunt is de kwaliteit/instelling van de algemene besturen van de waterschappen. Sinds de invoering van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezingen in 2008 is er veel veranderd.

Ik ben vast, met mijn 71 jaar, een ‘oude’ man, een babyboomer die de OK Boomer kwalificatie waardig is. Verzuurd, afgeschreven en ter dage zat, die met nostalgie terugdenkt aan de goede oude tijd toen alles beter was. Toch neemt deze oude man de vrijheid van zijn hart geen moordkuil te maken.

Vanaf het begin van de jaren negentig draai ik mee in waterschapsbesturen en heb ze zien veranderen van ‘Boerenrepublieken’ tot de huidige professionele, door managers gerunde organisaties. Als niet boer en als stadsjongen was ik heel lang een buitenbeentje. Begin jaren negentig werd ik lid van het AB van het voormalige waterschap Zoomvliet. Ik was de enige niet van boerenafkomst. Toen ik eind jaren negentig lid werd van het Algemeen Bestuur (AB) van het voormalige Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, namens de categorie “bedrijfsgebouwd” waren er van de 40 AB leden maar een paar met een niet boerenachtergrond. Toentertijd waren ook de dijkgraven vrijwel zonder uitzondering van boerenafkomst. Wat mij toen opviel en wat ik koesterde was de enorme betrokkenheid van de AB leden bij het waterschapsbestuur. Vrijwel ieder AB-lid droeg gebiedskennis bij en verdiepte zich ook in de technische achtergrond van de te behandelende voorstellen. Ook de komst/toename van de groep ‘burgers’ in de categorieën ingezetenen en gebouwd versterkte die betrokkenheid en belangstelling voor de techniek van het waterbeheer. Het bij de verkiezingen gehanteerde personenstelsel trok binnen die ‘burger’ categorieën vooral techneuten aan en mensen met belangstelling voor natuur en milieu. Was je afgestudeerd aan Wageningen (WUR) of de TU Delft of had je een technische universitaire opleiding dan werd je in de categorieën ingezetenen of gebouwd altijd gekozen. Had je een technische HBO opleiding genoten dan was de kans op verkiezing meer dan 80 %. Alfa’s hadden het nakijken!

Met de invoering van het lijstenstelsel in 2008 is dat rap veranderd. De discussies in de AB’s zijn verpolitiekt en gaan zelden nog over de inhoud maar overwegend over geld. Want de taal van het ‘geld’ is een taal die politici, de alfa’s van deze wereld, nog wel snappen. Discussies in AB’s zouden immers alleen op hoofdlijnen gevoerd moeten worden. Want ook de alfa’s, de managers, hebben de DB’s en de dijkgraafposities veelal ingenomen. The last of the mohicans zijn de geborgde zetels, waar de bèta’s nog wel sterk vertegenwoordigd zijn, en ook aan die poten wordt gezaagd. Vanuit de politiek klinken keer op keer de kreten om aan die ‘ondemocratische’ weeffout een einde te maken. Politici. Partij tijgers weten het immers beter. Buiten de ideologische partijen zoals Waternatuurlijk en de Partij van de Dieren en een paar regionale waterpartijen zoals in mijn eigen waterschap West-Brabant Waterbreed http://www.west-brabantwaterbreed.nl/ en Ons Water https://www.onswater.com/ die één fractie vormen zijn er nauwelijks partijen die de inhoud voorop stellen. Inhoudelijke kennis wordt door de meeste AB leden niet meer nodig geacht. Het besturen op hoofdlijnen is immers het adagium. Dat adagium blijkt in de praktijk zich veelal te beperken tot discussies over geld.

In een thema AB werd in mijn eigen waterschap eind vorig jaar de stelling geponeerd:

“een AB lid hoeft niet alle technische kennis te hebben om tot goede besluitvorming te komen”. Ik was de enige die de stelling onderschreef. Ook nadat de stelling, in de discussie, enigszins werd afgezwakt (“alle” eruit) bleef ik eenzaam aan mijn kant van het met de voeten stemmen. Het ging immers om de hoofdlijnen. Ik zie het ook op veel bijeenkomsten (mede)georganiseerd door de STOWA, bestuurders zijn er zelden. En ik wordt als bestuurder door de wel aanwezige ambtenaren (die mij niet kennen) wat meewarig beschouwd.

Het wordt steeds raarder om naar symposia over bijvoorbeeld (biologische) zuiveringstechnieken te gaan. Of bij te houden wat de onderzoeksinstituten in Duitsland of Zwitserland op het gebied van waterbehandeling doen. Waar bemoeit die bestuurder zich mee?

Ik maak mij zorgen over deze twee trends/ontwikkelingen in ‘waterland’. Beste Peter, je kan natuurlijk denken Louis kan niet met zijn tijd mee. Of Louis is de weg kwijt. Dat is vast ook zo. Wat goed is c.q. goed was wil ik behouden/herstellen. Ik sta open voor vernieuwingen die ook echt verbeteringen zijn. Maar als we onze watergemeenschap in slaap wiegen met ons ‘geweldig’ voelen, ontnemen we ons een deel van de toekomst. Ik zie dat AB’s steeds minder de inspiratiebron zijn voor veranderingen en steeds minder een echt klankbord zijn voor onze ambtenaren. Het meedenken is aan het verdwijnen en als de geborgde zetels worden geschrapt is het einde van de waterschappen, als zelfstandige door burgers bestuurde organisaties, nabij. Voor de uitvoering zijn bestuurders immers niet nodig en de democratisch gekozen Provinciale Staten kunnen de dan op hoofdlijnen aangestuurde waterschappen er dan wel bij doen.

Voor mijn gevoel maken we vandaag de dag de ‘nadagen’ van het Romeinse Rijk mee. Onze inwoners zijn geen burgers meer maar consumenten en onze ‘bestuurders’ lijken zich tot ontwikkelen tot decadente zelfgenoegzame zelfbevredigers.

Geachte Deltacommissaris, beste Peter, ik hoop dat je nadenkt over mijn zorgen en kijkt wat je kan/wil doen om ze te verminderen. Ik hoop tevens dat 2020 voor jou als mens en als beambte succesvol mag zijn.

 

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.