RISICO? RESERVEREN!

 

    


| 02-12-2020 |

 

Risico? Reserveren!

Deze week begint er een tweede grote klimaatrechtzaak in Nederland, en wel die van Milieudefensie tegen Shell over de bijdrage van onze oliereus aan de CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde. Bij de onderbouwing van deze zaak grijpt Milieudefensie terug op een tot 2017 geheim Shell-rapport uit 1988. In 1988 kwamen Shell-wetenschappers in het geheime rapport “The Greenhouse Effect” tot de conclusie ‘dat de klimaatverandering veroorzaakt door het toenemende CO2 gehalte in de atmosfeer ingrijpende sociale, economische en politieke gevolgen zal hebben’. Ze wisten het en deden niets!

Shell en haar collega-oliebedrijven wisten wat ze deden maar de economie, de samenleving verlang(d)en naar de producten, dus werden ze gemaakt, werd er geld verdiend en zweeg men. De overheden incasseerden de belastingen en de aandeelhouders het dividend.

Maar zondaars komen er steeds vaker – op termijn – niet meer mee weg.

Wat koppen de kranten koppen?

  • “Miljoenenboete voor Monsanto”, “Bedrijf wist al jaren van mogelijk gevaar Roundup (glyfosaat)”;

  • “Een Canadese rechtbank heeft drie tabaksproducenten veroordeeld tot een schadevergoeding van 15,5 miljard Canadese dollar (2015)”;

  • “De tabaksindustrie wist de schade te beperken. In 1998 sloot ze een akkoord met 46 staten. De tabaksbedrijven betalen 206 miljard dollar, de staten laten hun schadeclaims vallen.”

Door het DDT schandaal – dat naar buiten kwam met het boek Silent Spring (Dode lente) van de Amerikaanse biologe Rachel Carson in 1962 waardoor duidelijk werd hoe schadelijk DDT is voor het milieu – veranderde wet en regelgeving. Overheden gingen ten aanzien van (nieuwe) chemicaliën het voorzorgprincipe hanteren bij toelating en verwerking in producten. Wat leren we hiervan?

Banken worden geacht als ze kredietrisico’s lopen daarvoor gelden te reserveren. Ook overheden zoals gemeenten en provincies zijn via het Besluit begroting en verantwoording (BBV) verplicht de risico’s die ze lopen te inventariseren en maatregelen te nemen ter beperking; ook moet er een financiële dekking zijn voorzien.

Artikel 9 lid 2 b BBV “weerstandsvermogen en risicobeheersing” en Artikel 11 lid 1 b BBV geven het volgende aan: “Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.”

Het wordt tijd dat niet alleen banken maar ook andere bedrijven wettelijk verplicht worden te reserveren voor de afhandeling van schadeclaims; de risico’s moeten net als bij gemeenten worden geïnventariseerd en in de jaarverslagen in beeld worden gebracht.

Als raadslid vraag ik mij dan altijd af waarom moet een gemeente dat wel en de rijksoverheid niet? De rijksoverheid haalt miljarden binnen aan belasting op schadelijke producten, zoals tabak en brandstoffen en met de veiling van 5G-frequenties.

Constaterende dat de overheid ten aanzien van elektromagnetische straling (EMS) – mijn inziens – dezelfde fouten maakt als met DDT (omwille van de economie, de markt, het geld) door in potentie voor de gezondheid en het milieu schadelijke ontwikkelingen toe te staan, komt het mij voor dat daarbij een reservering past om eventuele getroffenen – als de schadelijke gevolgen zich onmiskenbaar aandienen – te compenseren. En derhalve moeten ook de bedrijven die geld verdienen aan de in potentie schadelijke EMS worden verplicht te reserveren voor mogelijke schadeclaims. Dat reserveren zou als voorwaarde in de frequentieveilingen opgenomen dienen te worden.

Louis van der Kallen.


BRIEF AAN MINISTER OF SLECHT FUNCTIONERENDE DEMOCRATIE

 

    


| 27-11-2020 |

 

Excellentie,

Al vele jaren ga ik mee in het openbaar bestuur. Vanaf het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw ben ik politiek actief. Ik heb bij tal overheden vele jaren bestuurlijke functies vervuld: 34 jaar raadslid, twaalf jaar statenlid, bijna 50 “bestuursjaren” bij tien verschillende waterschappen over de volle breedte van het land (van Domburg tot Winterswijk, zeg ik weleens). Verder ben ik bij meer dan twintig gemeenten actief geweest in rekenkamercommissies en rekenkamers. Ik hecht zeer aan mijn rechten als volksvertegenwoordiger, aan het goed functioneren van de democratie en aan de rol van de gekozene daarin.

Die rechten zijn in het afgelopen jaar 2020 buitengewoon uitgehold door de manier waarop de overheden menen om te moeten gaan met de uitdagingen die de pandemie ons geeft bij de invulling van haar bestuurlijke taken. Ik ben de afgelopen drie weken twee keer feitelijk buitengesloten (vermoedelijk door falende techniek) bij een vergadering van de fractievoorzitters. Vele malen heb ik delen van een (besloten) vergadering gemist door ‘technische problemen’. Eerder heb ik daar op mijn website over geschreven. https://www.louisvanderkallen.nl/2020/11/12/een-jaloerse-luddiet/

Ik zie velen van mij oudere collega’s worstelen met de ‘techniek’ en de daaraan verbonden procedures. Maar wat nog erger is: de democratie wordt uitgehold, een echt debat en daarmee een goede uitwisseling van argumenten wordt ernstig bemoeilijkt en is grotendeels onmogelijk. Dit tast de kwaliteit aan van het openbaar bestuur en daarmee van de ervaren legitimiteit daarvan. Er ontstaat een verschil in de feitelijke deelname aan het debat en het bestuur. Ook burgers worden ernstig belemmerd in hun participatie aan de menings- en oordeelsvorming door het openbaar bestuur.

Het is, mijn inziens verbijsterend dat overheden ieder voor zich een weg zoeken in de technische ‘mogelijkheden’. In mijn functioneren in dat openbaar bestuur en als volksvertegenwoordiger kom ik minimaal vier systemen geregeld tegen. Als (halve) digibeet vraag ik mij vaak af: kan het niet simpeler? Waarom vergader ik bij mijn gemeente de ene keer via Zoom, dan via Teams en dan via Pexip? Een enkele keer kom ik bestuurlijk ook GoToMeeting tegen. Bij webinars gericht op overheidsdeelname zie ik weer andere systemen.

Het gebeurt met regelmaat dat systemen niet optimaal werken en een raadslid of burgerlid even wegvalt en opnieuw moet inloggen. De voorzitter is dan bijna altijd in staat de vergadering zo te leiden dat het raadslid toch nog zijn of haar ‘woordje’ kan doen. Maar het ‘gemiste’ deel van het ‘debat’ is niet meer goed te maken. Hooguit later te beluisteren.

De twee keren dat ik feitelijk geheel ben buitengesloten zijn voor mijn gevoel een schending van mijn door de kiezer en de wet gegeven bevoegdheden en mandaat. Ik ben dan immers feitelijk belemmerd in mijn rechten en plichten als raadslid en fractievoorzitter. Ook al is dat niet opzettelijk, feitelijk is er dan sprake van belemmering (kneveling) van een raadslid.

De gemeente Bergen op Zoom nadert c.q. zweeft boven de financiële afgrond. De gemeenteraad en het college van B&W proberen te komen tot maatregelen om het tij te keren.

Op donderdagavond was er een beeldvormende bijeenkomst waarin burgers en organisaties hun gedachten konden uiten over de enorme bezuinigingsplannen. Zo’n bijeenkomst behoort feitelijk en qua verordening openbaar te zijn. De techniek liet ons in de steek.

Het is uw taak toe te zien op het functioneren van de democratie, ook in tijden van een voortdurende pandemie, en vooral in tijden dat het functioneren van onderdelen van die democratie zoals nu bij de gemeente Bergen op Zoom buitengewoon belangrijk is.

Dit reikt verder dan vergaderingen van de gemeenteraad. Ook de contacten van het politieke en ambtelijke systeem met de burgerij lijden enorm onder de huidige wijze van functioneren. Feitelijk functioneert het niet of nauwelijks. Nu de pandemie een chronisch karakter heeft, verwacht ik van een hogere overheid een ingrijpen dat leidt tot een herstel van de kwaliteit van het democratisch gehalte van het openbaar bestuur. In mijn beleving is het de taak van uw ministerie en van u als minister dat het democratisch functioneren van organen als gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen is geborgd.

Een stemming verliezen is democratie, maar buitengesloten worden door een computersysteem is de ‘dictatuur’ van een machine. En als recht geaarde Luddiet kan ik dat nooit accepteren.

Het huidige (digitale) functioneren van gemeenteraden doet – mijn inziens – geen recht aan de wettelijk regelgeving omtrent het functioneren van het openbaar bestuur. Het verlangt uw ingrijpen. Help de gemeenten en waterschappen dit snel en goed te regelen want het werkt niet en vervreemt de burger verder van haar of zijn overheid. Wees een hoeder van ons hoogste goed, de democratie.

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom

cc Fracties Tweede Kamer

Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president


    

RICKY DINKELBERG – DE KEET

 

    


| 26-07-2020 |

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft: Artikel 36 vragen over de Keet (kenmerk LVDK 20040)

 

Geacht College,

 

Gisteren, zaterdag 25 juli 2020, was in BNdeStem de kop te lezen “Ricky Dinkelberg stopt met de Keet”. Een kop waarvan ik jaren dacht dat ik die nooit zou lezen. Ik verwachtte veel eerder een kop: ’Ricky Dinkelberg kreeg de versierselen behorende bij koninklijke onderscheiding opgespeld door burgervader Petter’. Of ‘Ricky Dinkelberg ontving de erepenning van de gemeente Bergen op Zoom’. Waarom waren die koppen mijn verwachting? Omdat Ricky zo’n krantenkop verdient voor een jarenlang menslievend hulpbetoon aan tal van buurtgenoten. Wat ik las in het BN bericht was niet de Ricky die ik al jaren ken. Ik ken Ricky al vele jaren en afgelopen vrijdagochtend had ik haar gesproken. Binnen 24 uur kreeg ik namelijk van vijf verschillende mensen een bericht dat het niet goed ging met Ricky, voor mij alle reden om even aan te lopen. De Keet was haar levenswerk! Niet het gebouwtje maar wat daar en op het speelterrein gebeurde. Het was haar vervulling van haar vaders leven en werken. Iets doen voor de ‘ander’ en de samenleving. Een ontmoetingsplek waar voor iedereen plaats zou zijn. Samenwerken was in haar ziel gebrand. En samenwerken met vrijwilligers deed ze. Kinderen een veilige speelomgeving bieden. Haar buurt netjes houden. Culturen met elkaar laten praten en werken. Bemiddelen. Mensen (nieuwkomers/vluchtelingen) wegwijs maken in de voor hen vreemde Nederlandse cultuur, uitleggen hoe het in Nederland werkt. Dolende zielen een troostend woord bieden en een arm om uit te huilen. Geestelijke bijstand op ‘Ricky’s’ manier. De menselijke manier. Zij nam menig professionele zorginstelling het werk uit handen en gaf op haar manier de samenleving en de leefbaarheid in een complexe volkswijk vorm. Een volksvrouw met een hart van goud.

Wat is er gebeurd om haar over de kling te jagen? Het gevoel niet de medewerking te krijgen die nodig was. Langzaam de geldelijke erfenis van haar vader zien opraken en tal van instanties ervaren als horende doof. Bureaucratische werkwijzen en procedures die feitelijk blijken blokkades op te werpen op momenten dat het niet kan. Bij de één gaat het om mensen bij de ander lijkt het te gaan om regeltjes. Diep in het hart heeft ieder mens, dus ook een ‘wondervrouw’ als Ricky, behoefte aan waardering, erkenning en vertrouwen.

Het gaat niet alleen om het gebrek aan medewerking en vertrouwen door representanten van een volkshuisvester als Stadlander maar ook om de rol van een gemeente die onrust zaait. Voor Ricky en haar vrijwilligers is een gemeente die begint over een benodigde vergunning over iets wat al jaren functioneert iets beangstigend. Ervaren tegenwerking zuigt ook een wondervrouw als Ricky leeg. Haar laatste woorden in het artikel waren: “Ik ben er helemaal klaar mee”.

Dat is niet de Ricky die ik ken. Het geeft wel aan hoe moe ze is van de ervaren tegenwerking.
Nu is het wat mij betreft aan de gemeente Bergen op Zoom en aan Stadlander om niet te wachten en het bij ‘een deur open te zetten’ te laten.

Ricky en haar vrijwilligers hebben de afgelopen jaren prachtig werk geleverd en de gemeente en de samenleving veel geld bespaard en alles gedaan om een wijk gastvrij en leefbaarder te maken. Wethouders, bestuurders van Stadlander ga eens kijken bij de Keet en het speelterrein. Het ziet er uit om door een ringetje te halen. Dat komt door de vrijwilligers. Dat is onbetaalbaar. Feitelijk gaat het om jaarlijks een beperkte som geld die nodig is (drie à vierduizend euro). Het bespaart veel en veel meer. Maar wat nog belangrijker is: het zijn mensen die mensen helpen zonder alle (dure) bureaucratie van de zogenoemde professionals.

  • Wat gaat uw college doen om ‘De Keet’ en alles waar die naam voor staat te reactiveren?

Zorg dat de wondervrouw Ricky zich kan herpakken, want in mijn beleving is de Ricky die ik ken niet klaar met De Keet of haar buurkinderen en haar buurtgenoten die hulp nodig hebben maar met de gemeentelijke ambtenarij/bestuurders en die van Stadlander. Leden van beide organisaties dienen – wat mij betreft – over hun schaduw heen te stappen. Geloof mij dat is goed voor de gemeente, goed voor Stadlander als volkshuisvester en voor de samenleving.

 

 

Met vriendelijke groet,

 

Louis van der Kallen.


    

DISPENSATIE VERZOEK

 

    


| 14-02-2020 |

 

Aan Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden

p/a Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Postbus 20011

2500 EA Den Haag

Ondergetekende:
 
L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat nr. 4 
verzoekt dispensatie van het bepaalde in artikel 31 lid 2 in de Waterschapswet.

De gemeente Bergen op Zoom waarin ik sinds 1986 mag functioneren als raadslid bevind zich in bestuurlijk en financiële woelige wateren. Recent is een informateur aangewezen met als oogmerk te onderzoeken hoe te komen tot een bestuurlijk breder samengesteld college van B&W om de grote problemen en uitdagingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet op te pakken. In dat kader wordt mij steeds vaker de vraag gesteld een wethouderschap te overwegen. De Gemeentewet artikel 36b is daarvoor geen belemmering. Anders is het, door mijn lidmaatschap van het Algemeen Bestuur (AB) van het waterschap Brabantse Delta met de, Waterschapswet artikel 31 lid 2. Een lid van het AB mag volgens artikel 31 lid 2 van de Waterschapswet niet tevens wethouder zijn.

Ik ben 71 en ambieer, bij verstand, geen wethouderschap en zeker geen voltijds wethouderschap. Het klimmen der jaren en mijn private omstandigheden alsmede mijn aard vergen realiteitszin. Ik verlang van mijzelf volledige inzet voor de taken waarvoor ik gesteld zou kunnen worden, dan is een deeltijd wethouderschap van 50 a 60 % voor mij fysiek en mentaal het hoogst haalbare. Mocht een wethouderschap in het belang van mijn geliefde Bergen op Zoom noodzakelijk zijn voor het in beeld krijgen van een bestuurlijke samenstelling die de uitdagingen waarvoor Bergen op Zoom staat, met enig succes kan op pakken, dan voel ik mij genoodzaakt een wethouderschap, in een uiterst geval, te overwegen. Ik zou een eventueel wethouderschap dan graag combineren met het bestuurlijk werk voor het waterschap Brabantse Delta wat ik nu doe.

Uit mijn bijgevoegd CV blijkt mijn decennia lange betrokkenheid bij het bestuur van waterschappen. In negen verschillende waterschappen in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland ben ik bestuurlijk actief geweest. Ik combineer daar tot op de dag van vandaag mijn vele jaren bestuurlijke ervaringen op gemeentelijk, provinciaal en waterschapniveau met mijn inhoudelijke kennis van waterproblemen en ervaringen in het bedrijfsleven om waterbeheer mede vorm te geven. Ik zou het node missen, maar ik denk oprecht dat voortzetting van mijn bedrage ook in het waterschapsbestuur van de Brabantse Delta van nut kan zijn bij de opgaven waarvoor dit waterschap gesteld staat. Voor informatie verwijs ik graag naar de huidige en voormalige dijkgraven van dit waterschap.

Voor informatie over de bestuurlijke situatie in Bergen op Zoom verwijs ik naar de burgemeester van mijn gemeente.

Nu om dispensatie vragen lijkt, tot op zekere hoogte, voor de muziek uitlopen. Een besluit waarbij ik mijn AB positie moet opgeven is voor mij een groot dilemma. Doet ik recht aan de Bergse kiezer en het gemeentelijk belang of doe ik recht aan de waterschapkiezer die mij een fors mandaat heeft gegeven? Ik wil graag beide door de kiezer gegeven mandaten rechtdoen.
Waarbij ik durf te erkennen: dat ik een waterschapper in hart en nieren ben. Het waterschapwerk zit in mijn botten. Kijk eens op de website www.onswater.com of kijk eens op www.louisvanderkallen.nl om te weten wie ik ben en kom tot een oordeel of een eventuele dispensatie hier op zijn plek zou zijn. Waarbij het van belang is te weten dat bij een eventuele wethouderportefeuille zoals financiën de kans op belangenverstrengeling nihil is te achten.
Ik zou graag weten of dispensatie in dit bijzondere geval tot de mogelijkheden behoor.

 
Met de meeste hoogachting,
Uw dw. dienaar,

  
L.H. van der Kallen
Raadslid Gemeente Bergen op Zoom
Lid AB Waterschap Brabantse Delta


    

OPEN BRIEF

 

    


Bergen op Zoom, 8 januari 2020

 

Aan de Deltacommissaris

 

OPEN BRIEF

 

Geachte Deltacommissaris, beste Peter,

We kennen elkaar al enige tijd. Je weet dat ik al vele jaren in het openbaarbestuur actief ben en een ruime ervaring heb in de wereld van de waterschappen in grote delen van ons mooie landje. Gekscherend zeg ik wel eens dat ik in het water bijna net zoveel bestuursjaren heb als mijn leeftijd. Opgedaan bij 9 waterschappen van Domburg tot Winterswijk dus over de volle breedte van het land en soms bij meerdere tegelijkertijd. Ik maak mij zorgen en daarom neem ik de vrijheid je te schrijven.

Mijn eerste zorgpunt is het volstrekt ongefundeerde tromgeroffel op het innovatieve karakter van de Nederlandse watersector. In mijn beleving is er al enkele tientallen jaren nauwelijks sprake van echte innovaties in deze door mij zo gekoesterde sector. Nu wordt iedere ‘vernieuwing’ gepresenteerd als een innovatie. Voor mij, een persoon die zijn hele werkzame leven heeft gewerkt in research en development (R&D) is dat een gotspe. In de sectoren waarin ik in de R&D gewerkt heb (landbouw en chemische industrie) was een innovatie een vernieuwing die een echte ‘game changer’ was.
Het bedrijf waar ik van 1970 tot mijn pensionering in R&D werkte, hanteerde een aantal kwalificaties voor ontwikkelingen in R&D

  1. Kleine aanpassingen van product of proces (doorlooptijd circa 4 weken).

  2. Nieuw product of grote aanpassingen van een bestaand product of proces binnen bestaande eigen technologie (doorlooptijd circa 12 weken).

  3. Introductie van een (nieuwe) technologie vanuit een andere bedrijfstak in eigen producten of processen (doorlooptijd circa 16 weken).

  4. Introductie zelf ontwikkelde nieuwe technologie binnen een bestaand product of proces (doorlooptijd circa 24 weken).

  5. Nieuw product of proces met een zelf ontwikkelde nieuwe technologie (doorlooptijd circa 36 weken).

  6. Nieuw product of proces op basis van een zelf ontwikkelde nieuwe technologie die vanwege het wezenlijk vernieuwende karakter gepatenteerd kon worden (doorlooptijd 1 tot 3 jaar).

  7. Innovaties die niet alleen patenteerbaar zouden zijn maar een echte game changer zouden zijn voor de sector en daar buiten (doorlooptijd 3 tot 5 jaar).

Zelf heb ik in de categorieën 1 tot 5 vele tientallen ontwikkelingen van idee tot toepassingen kunnen (mede)brengen. Eénmaal in categorie 6. Ook het patent dat op mijn naam als uitvinder staat zou ik nooit een innovatie noemen. Ik vind het dan ook een gotspe iedere tot minuscule verandering van werkwijze een innovatie te noemen. In een voor mij normale wereld is het logisch dat iedere medewerker van een waterschap of RWS zich iedere dag afvraagt: hoe kan ik mijn werk beter doen. Dat moet er met regelmaat toe leiden dat werkzaamheden kleine wijzigingen ondergaan. Wij mensen zijn immers denkende wezens die dagelijks leren van de eigen ervaringen en als ze houden van het vak ook van anderen. Wij leren van elkaar. Zijn dat innovaties? Buitengewoon zelden. Een paar keer bezocht ik de uitreiking van de waterinnovatieprijzen. Ik schreef daar dan over:

https://www.onswater.com/2015/12/over-water-20/

https://www.onswater.com/2017/12/over-water-120/

Peter, lees die verslagen eens. Vrijwel alle prijswinners betraden reeds eeuwen platgetreden paden het waren in het beste geval aardige vernieuwingen van mensen die nadachten hoe dingen beter konden. Dit soort verbeteringen innovaties noemen is jezelf en de sector in slaap wiegen. Verbeteringen van deze aard en omvang zijn geen innovaties, ze zijn blijken dat mensen gewoon hun verstand gebruiken om hun werk goed te doen! Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal.

Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief.

Het lijkt framing. Wat ik erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat er buiten reeds lang begane paden getreden moet worden om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht.

De doelresearch, die ik incidenteel wel waarneem bij waterschappen, bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken, vanuit andere sectoren, ze brachten ook efficiëntie verbeteringen, maar werden geen innovaties genoemd.

Bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risicoaversie aanwezig is. De ‘politiek’ zou eens lastige vragen kunnen stellen!

Keer op keer zie ik op bijeenkomsten zoals een Deltacongres het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Sinds de massa van de ingenieurs bij RWS het veld hebben geruimd en hun posities veelal zijn overgenomen door managers is ook daar de vernieuwende kracht geminimaliseerd. Waar zijn de ‘grote’ projecten waarvan we leren?

Mijn bezoek aan de Aquatech Amsterdam 2019 was voor mij aanleiding op 5 november 2019 de volgende tweet te plaatsen; Vandaag de Aquatech Amsterdam 2019. Mochten wij ooit gedacht hebben dat wij Nederlanders leidend waren op het gebied van waterbehandeling. Bezoek de Aquatech en weet beter. Het zijn de chinezen! Zowel qua aantal en kwaliteit van de exposanten als in het aantal bezoekers.”

Op waterveiligheid zijn wij misschien nog leidend maar ik ben bang dat het meer de framing en promotie is van ons imago dan dat we werkelijk leidend zijn. Als DB lid/portefeuillehouder heb ik veel internationale groepen rond mogen leiden in de Overdiepse polder. Mijn conclusie was dat op veel plekken in de wereld mensen rond lopen en projecten in uitvoering zijn waar kennis inhaalslagen gemaakt worden. Nederland, hou op met je zelf in slaapwiegen door te denken dat we innovatief zijn.

Deltacommissaris, u kan een rol spelen om meer realisme over onze werkelijke ‘innovatieve’ kracht te ontwikkelen. Pak die rol!

Mijn tweede zorgpunt is de kwaliteit/instelling van de algemene besturen van de waterschappen. Sinds de invoering van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezingen in 2008 is er veel veranderd.

Ik ben vast, met mijn 71 jaar, een ‘oude’ man, een babyboomer die de OK Boomer kwalificatie waardig is. Verzuurd, afgeschreven en ter dage zat, die met nostalgie terugdenkt aan de goede oude tijd toen alles beter was. Toch neemt deze oude man de vrijheid van zijn hart geen moordkuil te maken.

Vanaf het begin van de jaren negentig draai ik mee in waterschapsbesturen en heb ze zien veranderen van ‘Boerenrepublieken’ tot de huidige professionele, door managers gerunde organisaties. Als niet boer en als stadsjongen was ik heel lang een buitenbeentje. Begin jaren negentig werd ik lid van het AB van het voormalige waterschap Zoomvliet. Ik was de enige niet van boerenafkomst. Toen ik eind jaren negentig lid werd van het Algemeen Bestuur (AB) van het voormalige Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, namens de categorie “bedrijfsgebouwd” waren er van de 40 AB leden maar een paar met een niet boerenachtergrond. Toentertijd waren ook de dijkgraven vrijwel zonder uitzondering van boerenafkomst. Wat mij toen opviel en wat ik koesterde was de enorme betrokkenheid van de AB leden bij het waterschapsbestuur. Vrijwel ieder AB-lid droeg gebiedskennis bij en verdiepte zich ook in de technische achtergrond van de te behandelende voorstellen. Ook de komst/toename van de groep ‘burgers’ in de categorieën ingezetenen en gebouwd versterkte die betrokkenheid en belangstelling voor de techniek van het waterbeheer. Het bij de verkiezingen gehanteerde personenstelsel trok binnen die ‘burger’ categorieën vooral techneuten aan en mensen met belangstelling voor natuur en milieu. Was je afgestudeerd aan Wageningen (WUR) of de TU Delft of had je een technische universitaire opleiding dan werd je in de categorieën ingezetenen of gebouwd altijd gekozen. Had je een technische HBO opleiding genoten dan was de kans op verkiezing meer dan 80 %. Alfa’s hadden het nakijken!

Met de invoering van het lijstenstelsel in 2008 is dat rap veranderd. De discussies in de AB’s zijn verpolitiekt en gaan zelden nog over de inhoud maar overwegend over geld. Want de taal van het ‘geld’ is een taal die politici, de alfa’s van deze wereld, nog wel snappen. Discussies in AB’s zouden immers alleen op hoofdlijnen gevoerd moeten worden. Want ook de alfa’s, de managers, hebben de DB’s en de dijkgraafposities veelal ingenomen. The last of the mohicans zijn de geborgde zetels, waar de bèta’s nog wel sterk vertegenwoordigd zijn, en ook aan die poten wordt gezaagd. Vanuit de politiek klinken keer op keer de kreten om aan die ‘ondemocratische’ weeffout een einde te maken. Politici. Partij tijgers weten het immers beter. Buiten de ideologische partijen zoals Waternatuurlijk en de Partij van de Dieren en een paar regionale waterpartijen zoals in mijn eigen waterschap West-Brabant Waterbreed http://www.west-brabantwaterbreed.nl/ en Ons Water https://www.onswater.com/ die één fractie vormen zijn er nauwelijks partijen die de inhoud voorop stellen. Inhoudelijke kennis wordt door de meeste AB leden niet meer nodig geacht. Het besturen op hoofdlijnen is immers het adagium. Dat adagium blijkt in de praktijk zich veelal te beperken tot discussies over geld.

In een thema AB werd in mijn eigen waterschap eind vorig jaar de stelling geponeerd:

“een AB lid hoeft niet alle technische kennis te hebben om tot goede besluitvorming te komen”. Ik was de enige die de stelling onderschreef. Ook nadat de stelling, in de discussie, enigszins werd afgezwakt (“alle” eruit) bleef ik eenzaam aan mijn kant van het met de voeten stemmen. Het ging immers om de hoofdlijnen. Ik zie het ook op veel bijeenkomsten (mede)georganiseerd door de STOWA, bestuurders zijn er zelden. En ik wordt als bestuurder door de wel aanwezige ambtenaren (die mij niet kennen) wat meewarig beschouwd.

Het wordt steeds raarder om naar symposia over bijvoorbeeld (biologische) zuiveringstechnieken te gaan. Of bij te houden wat de onderzoeksinstituten in Duitsland of Zwitserland op het gebied van waterbehandeling doen. Waar bemoeit die bestuurder zich mee?

Ik maak mij zorgen over deze twee trends/ontwikkelingen in ‘waterland’. Beste Peter, je kan natuurlijk denken Louis kan niet met zijn tijd mee. Of Louis is de weg kwijt. Dat is vast ook zo. Wat goed is c.q. goed was wil ik behouden/herstellen. Ik sta open voor vernieuwingen die ook echt verbeteringen zijn. Maar als we onze watergemeenschap in slaap wiegen met ons ‘geweldig’ voelen, ontnemen we ons een deel van de toekomst. Ik zie dat AB’s steeds minder de inspiratiebron zijn voor veranderingen en steeds minder een echt klankbord zijn voor onze ambtenaren. Het meedenken is aan het verdwijnen en als de geborgde zetels worden geschrapt is het einde van de waterschappen, als zelfstandige door burgers bestuurde organisaties, nabij. Voor de uitvoering zijn bestuurders immers niet nodig en de democratisch gekozen Provinciale Staten kunnen de dan op hoofdlijnen aangestuurde waterschappen er dan wel bij doen.

Voor mijn gevoel maken we vandaag de dag de ‘nadagen’ van het Romeinse Rijk mee. Onze inwoners zijn geen burgers meer maar consumenten en onze ‘bestuurders’ lijken zich tot ontwikkelen tot decadente zelfgenoegzame zelfbevredigers.

Geachte Deltacommissaris, beste Peter, ik hoop dat je nadenkt over mijn zorgen en kijkt wat je kan/wil doen om ze te verminderen. Ik hoop tevens dat 2020 voor jou als mens en als beambte succesvol mag zijn.

 

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.


    

BESTUURLIJKE HERINRICHTING, KENMERK 0056

 


 

Bergen op Zoom, 27 september 2014

 

Aan het College van Gedeputeerde

Staten van de Provincie Noord Brabant

Postbus 90151

5200 MC ’s Hertogenbosch

Per email: [email protected]

 

Betreft:          bestuurlijke herinrichting, kenmerk LK/14066-0056

  

Geacht College,

 Met interesse heeft ondergetekende kennis genomen van de publicatie in de Brabant Nieuwsbrief met de inhoud: “Op een vernieuwende manier samenwerken aan de bestuurlijke herinrichting van en voor Brabant”. De daarin aangegeven ambitie, verwoord in “(Veer)Krachtig Bestuur: Op weg naar nieuwe samenwerking en samenhang”, onderschrijft ondergetekende van harte. Ik vind het jammer dat het verhaal voorbijgaat aan de eenvoudig op te pakken zaken die nu vaak mede bepalend zijn voor het niet optimaal functioneren van overheden in het algemeen. 

Een voorbeeld uit de eigen omgeving is de bestuurlijke verantwoordelijkheden van het natuurgebied Markiezaten/Molenplaat. Twee provincies (Noord Brabant en Zeeland), twee waterschappen (Scheldestromen en Brabantse Delta) en drie gemeenten (Tholen, Bergen op Zoom en Reimerswaal) dragen verantwoordelijkheid voor dit natuurgebied, waar niemand woont en dat als Natura 2000 gebied en als natte natuurparel veel aandacht, plannen maken en uitvoering behoeft. Het gevolg van de bestuurlijke lappendeken is dat dit gebied niet die aandacht krijgt die het verdient. Zo blijkt dat in het, op dit moment nog concept, waterbeheersplan 2015-2021 van het waterschap Brabantse Delta voor dit gebied, in deze periode, nog geen plannen worden ontwikkeld om aan de doelstellingen van een Natura 2000 gebied of natte natuurparel te gaan voldoen. In mijn beleving een gemiste kans. Die afwachtende houding komt naar mijn gevoel voort uit de bestuurlijke lappendeken, waardoor plannen maken en uitvoeren onnodig complex zijn.

Mijn verzoek: kom tot zodanige afspraken inzake de bestuurlijke indeling van dit gebied waardoor dit gebied onder één provincie, één waterschap en één gemeente komt te vallen. Een natuurlijke grens zou de Markiezaatskade kunnen zijn. 

Uw handelen afwachtend, 

hoogachtend, 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad Bergen op Zoom, BSD-fractie

lid Algemeen Bestuur Waterschap Brabantse Delta, fractie Ons Water/Waterbreed

 


 

LEDEN TWEEDE KAMER INZ. HYPOTHEEKSCHULDEN PROBLEMATIEK – D0042

 


 

Bergen op Zoom, 24 april 2013

 

Geachte Tweede Kamer fractie,

Ik heb een suggestie over hoe de hypotheekschuldenproblematiek te verlichten, de kredietrisico’s van hypotheekverstrekkers te verminderen, de belastinginkomsten te verhogen, het besteedbaar inkomen van een deel van de bevolking te verhogen, de woningmobiliteit/doorstroming te verhogen en daarmee indirect de woningbouw te bevorderen en de economie te stimuleren. Kan dat met één maatregel? Ja dat kan!

Als de belastingvrije gift van ouders en grootouders wordt verhoogd tot bijvoorbeeld maximaal € 200.000, onder de voorwaarde dat de gift in hetzelfde kalenderjaar volledig gebruikt moet worden voor de aflossing van de hypotheekschuld, dan heeft deze maatregel een positieve bijdrage aan de oplossing van bovengenoemde problemen.

– De belastinginkomsten stijgen direct omdat de aftrekbare rentebetalingen dalen. Dit gaat deels ten koste van de vermogensheffing van de ouders/grootouders en beperkt in de toekomst de erfbelasting iets. Dit laatste meer theoretisch omdat de heffingsvrijstellingen groot zijn.
– Het besteedbaar inkomen van de ontvangers stijgt, omdat er minder rente betaald hoeft te worden.
– De woningmobiliteit/doorstroming kan toenemen omdat de ontvanger minder snel ‘onderwater met zijn hypotheek komt te staan’ of het ‘onderwater staan’ door de aflossing wordt opgeheven.
– Door het toenemen van de woningmobiliteit/doorstroming kunnen de woningverkopen stijgen en kan daarmee de woningbouw gestimuleerd worden.
– Door de effecten op het besteedbaar inkomen en de indirecte stimulering van de woningbouw wordt de economie gestimuleerd.

Wat is nu mooier dan deze voor de staat geld opbrengende maatregel met tal van positieve effecten?

De maatregel zou nog meer effect krijgen als de aflossingsbeperkingen, vaak mag slechts 10 of 20 % van het hypotheekbedrag extra worden afgelost, worden opgeheven of als de voorgestelde maatregel ook zou gelden voor giften van anderen dan ouders en grootouders.

Met vr.gr.
Louis van der Kallen

 


 

 

BANK NEDERLANDSE GEMEENTEN INZ. KREDIETVERLENING OVERHEDEN – D041

 


 

Bergen op Zoom, 27 april 2010

Bank Nederlandse Gemeenten
T.a.v afdeling kredietbewaking
Postbus 30305
25001 GH Den Haag

 

Geachte heer/mevrouw,

Als gemeenteraadslid van de gemeente Bergen op Zoom wil ik met u, als één van de grotere financiële instellingen gericht op de overheid, mijn zorgen delen inzake de kredietwaardigheid van mijn gemeente. Overkreditering is niet alleen een probleem bij burgers en bedrijven, maar ook bij overheidsinstanties als gemeenten die de afgelopen jaren te ver zijn doorgeschoten in hun ambities en daardoor in het aangaan van financiële risico’s en verplichtingen. Reeds een tiental jaren heb ik bij de behandelingen van begrotingen en rekeningen gewezen op de beperkte reserves ten opzichte van de onderhavige risico’s.

De gemeente Bergen op Zoom kent een fors aantal grondexploitaties waaronder een tweetal
(Bergse Haven en de Markiezaten) zeer omvangrijke en risicovolle, in aanmerking nemende de grootte van Bergen op Zoom. Als raadslid heb ik ten aanzien van deze, in mijn ogen toen reeds zeer risicovolle exploitaties, de raad en het college gewezen op de risico’s en tegen deze exploitaties gestemd.

Bergen op Zoom heeft het geluk dat er ook nog enkele exploitaties lopen met goede tot zeer goede resultaten. Sommige met zelfs negatieve boekwaarden. Door winstnemingen op deze exploitaties worden feitelijk de verliezen op andere exploitaties tijdelijk gecompenseerd. De verliezen op de Bergse Haven zitten tot op heden niet in de geaggregeerde resultaten van het gemeentelijk grondbedrijf omdat deze in een andere onderneming met private partijen was ondergebracht. De voorziene verliezen in die exploitatie werden in mei 2009 al geschat op circa 45 miljoen euro. De betrokken onderneming wordt/is ontbonden. Mijn inschatting van de contracten is dat de verliezen vooral ten laste van de gemeente Bergen op Zoom zullen komen omdat de door de gemeente gekochte gronden niet meer geleverd kunnen/zullen worden aan de gezamenlijke onderneming.

Uit mijn nadere studie blijkt dat de wel beschikbare exploitatieopzetten van de gemeente Bergen op Zoom (formeel geactualiseerd) nog steeds uitgaan van bouwcijfers uit de tijd dat de exploitatieopzetten werden gemaakt. Afhankelijk van de kennis van toen 350 tot 450 woningen per jaar. De realiteit van nu is een andere (2009 – 170 woningen gerealiseerd). Dit leidt tot situaties die ronduit misleidend zijn. Als voorbeeld een zeer omvangrijke exploitatie waarvan de boekwaarde X bedraagt en de looptijd nog 8 jaar. De opbrengst van de verkoop in die exploitatie in 2009 was 1/30 X. Feitelijk minder dan de rentekosten van de boekwaarde.
De verantwoordelijke wethouder heeft in de media aangegeven dat het aantal in 2009 gerealiseerde woningen vermoedelijk maatgevend zal zijn voor de nabije toekomst.

Hierbij gaat de wethouder er tevens vanuit dat Bergen op Zoom tot 2025 een groeigemeente blijft, terwijl de Atlas voor Gemeenten 2010 aangeeft dat Bergen op Zoom tot de top 3 (onder de 50 grootste gemeenten) behoort die risico lopen op krimp. Het onderzoek waaraan gerefereerd werd gaat uit van een krimp voor Bergen op Zoom tussen 2010 en 2020 van 1,1 %. Bergen op Zoom kent een plancapaciteit van circa 7000 woningen, een absurd hoog niveau voor de voorzienbare woningbouw met alle risico’s van dien.

Mijn verzoek en aanbeveling aan uw bank is: onderzoek, alvorens tot verdere kredietverlening aan Bergen op Zoom over te gaan, nadrukkelijk de kredietwaardigheid van Bergen op Zoom. Hierbij verdienen met name de exploitaties Bergse Haven en de Markiezaten uw aandacht omdat in deze exploitaties risico’s zitten die de draagkracht van Bergen op Zoom en haar bevolking ver te boven gaan.

Vertrouwende op uw verantwoordelijkheid

Hoogachtend

L.H. van der Kallen
gemeenteraadslid namens de BSD-fractie

 


 

 

NWB BANK INZ. KREDIETVERLENING OVERHEDEN – D040

 


 

Bergen op Zoom, 27 april 2010

 

NWB Bank
T.a.v afdeling kredietbewaking
Postbus 580
2501 CN Den Haag

 

Geachte heer/mevrouw,

Als gemeenteraadslid van de gemeente Bergen op Zoom wil ik met u, als één van de grotere financiële instellingen gericht op de overheid, mijn zorgen delen inzake de kredietwaardigheid van mijn gemeente. Overkreditering is niet alleen een probleem bij burgers en bedrijven, maar ook bij overheidsinstanties als gemeenten die de afgelopen jaren te ver zijn doorgeschoten in hun ambities en daardoor in het aangaan van financiële risico’s en verplichtingen. Reeds een tiental jaren heb ik bij de behandelingen van begrotingen en rekeningen gewezen op de beperkte reserves ten opzichte van de onderhavige risico’s.

De gemeente Bergen op Zoom kent een fors aantal grondexploitaties waaronder een tweetal
(Bergse Haven en de Markiezaten) zeer omvangrijke en risicovolle, in aanmerking nemende de grootte van Bergen op Zoom. Als raadslid heb ik ten aanzien van deze, in mijn ogen toen reeds zeer risicovolle exploitaties, de raad en het college gewezen op de risico’s en tegen deze exploitaties gestemd.

Bergen op Zoom heeft het geluk dat er ook nog enkele exploitaties lopen met goede tot zeer goede resultaten. Sommige met zelfs negatieve boekwaarden. Door winstnemingen op deze exploitaties worden feitelijk de verliezen op andere exploitaties tijdelijk gecompenseerd. De verliezen op de Bergse Haven zitten tot op heden niet in de geaggregeerde resultaten van het gemeentelijk grondbedrijf omdat deze in een andere onderneming met private partijen was ondergebracht. De voorziene verliezen in die exploitatie werden in mei 2009 al geschat op circa 45 miljoen euro. De betrokken onderneming wordt/is ontbonden. Mijn inschatting van de contracten is dat de verliezen vooral ten laste van de gemeente Bergen op Zoom zullen komen omdat de door de gemeente gekochte gronden niet meer geleverd kunnen/zullen worden aan de gezamenlijke onderneming.

Uit mijn nadere studie blijkt dat de wel beschikbare exploitatieopzetten van de gemeente Bergen op Zoom (formeel geactualiseerd) nog steeds uitgaan van bouwcijfers uit de tijd dat de exploitatieopzetten werden gemaakt. Afhankelijk van de kennis van toen 350 tot 450 woningen per jaar. De realiteit van nu is een andere (2009 – 170 woningen gerealiseerd). Dit leidt tot situaties die ronduit misleidend zijn. Als voorbeeld een zeer omvangrijke exploitatie waarvan de boekwaarde X bedraagt en de looptijd nog 8 jaar. De opbrengst van de verkoop in die exploitatie in 2009 was 1/30 X. Feitelijk minder dan de rentekosten van de boekwaarde.
De verantwoordelijke wethouder heeft in de media aangegeven dat het aantal in 2009 gerealiseerde woningen vermoedelijk maatgevend zal zijn voor de nabije toekomst.
Hierbij gaat de wethouder er tevens vanuit dat Bergen op Zoom tot 2025 een groeigemeente blijft, terwijl de Atlas voor Gemeenten 2010 aangeeft dat Bergen op Zoom tot de top 3 (onder de 50 grootste gemeenten) behoort die risico lopen op krimp. Het onderzoek waaraan gerefereerd werd gaat uit van een krimp voor Bergen op Zoom tussen 2010 en 2020 van 1,1 %. Bergen op Zoom kent een plancapaciteit van circa 7000 woningen, een absurd hoog niveau voor de voorzienbare woningbouw met alle risico’s van dien.

Mijn verzoek en aanbeveling aan uw bank is: onderzoek, alvorens tot verdere kredietverlening aan Bergen op Zoom over te gaan, nadrukkelijk de kredietwaardigheid van Bergen op Zoom. Hierbij verdienen met name de exploitaties Bergse Haven en de Markiezaten uw aandacht omdat in deze exploitaties risico’s zitten die de draagkracht van Bergen op Zoom en haar bevolking ver te boven gaan.

Vertrouwende op uw verantwoordelijkheid

Hoogachtend

L.H. van der Kallen
gemeenteraadslid namens de BSD-fractie

 


 

 

MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN INZ. NIEUWE GEMEENTEWET – D039

 


 

Bergen op Zoom, 26 oktober 2009
 

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Postbus 20011

2500 EA Den Haag

 

Excellentie, 

Ondergetekende is sinds 1986 gemeenteraadslid in de gemeente Bergen op Zoom. Ik heb altijd mijn controlerende rol serieus genomen en had in dat kader grote verwachtingen van de nieuwe gemeentewet (NGW). Ik tracht het duale karakter van de NGW optimaal in te vullen. Sedert mei 2005 vul ik het volksvertegenwoordiger zijn in door zomer en winter, verkiezingen of niet, met mijn praatpaal minimaal 3 á 4 maal per week een uur of meer in het centrum van Bergen op Zoom te staan om het publiek te woord te staan. Hun klachten of hun suggesties, hun gemopper of hun verzoeken tot informatie te vertalen in mijn politiek handelen. Ik ben benoemd in vele rekenkamers/rekenkamercommissies bij op dit moment 18 gemeenten. Lokaal ben ik altijd gericht geweest op controle van mijn gemeentebestuur en op de uitvoering van het beleid. Een belangrijk oogmerk van de NGW was de positie van de gemeenteraad te versterken. Naar mijn bescheiden mening is dat slechts beperkt gelukt. De praktijk is dat die bedoelde versterking nauwelijks zoden aan de dijk zet. Een voorbeeld uit de praktijk wil ik onder uw aandacht brengen in de hoop en het vertrouwen dat dit bij de evaluatie van de NGW tot verbetering kan leiden. 

Begin van de zomer werd de gemeenteraad van Bergen op Zoom geconfronteerd met ernstige tegenvallers in de grondexploitatie van het plan Bergse Haven. Een actualisatie van de exploitatieopzet wees uit dat bij een uitvoering van het oorspronkelijke plan het verlies wel eens uit zou kunnen komen op meer dan 50 miljoen euro. Voor de gemeente Bergen op Zoom een financiële ramp van ongekende omvang. Voor mij niet geheel nieuw omdat ik als enige in de gemeenteraad bij de start van dit plan tegen had gestemd met als argument dat: ‘de planopzet niet deugde en zou kunnen leiden tot ernstige verliezen c.q. een financiële ramp’.

Vanaf het moment van presentatie van de nieuwe exploitatieopzet pleitte ik voor een gedegen onderzoek middels een raadsenquête. Uiteindelijk leidde de besluitvorming in de gemeenteraad tot een onderzoeksopdracht aan de ‘Rekenkamer van West-Brabant’ (feitelijk is dit een rekenkamerfunctie) met als oogmerk later te komen tot een raadsenquête. Ik besloot zelf om als voorloper op de raadsenquête te starten met een eigen onderzoek. In dat kader heb ik in ruim honderd uur deels op het stadskantoor vele meters dossiers doorgenomen. Dit leidde onder andere tot bijgaande vragen (bijlage 1) aan het college van B&W ex. artikel 39 van het reglement van orde van de gemeenteraad van Bergen op Zoom met een begeleidende brief (bijlage 2). Het moment van het stellen van deze vragen kwam voort uit het besef dat het ‘rekenkameronderzoek’ ernstige vertraging opliep en dat deze vertraging mijn inziens verwijtbaar was aan de onderzoekers die om hun moverende redenen niet die vasthoudendheid aan de dag legden die ondergetekende wezenlijk c.q. noodzakelijk vond. Kortom ik rook een wellicht opzettelijke vertragingsactie. 

Het stellen van mijn vragen leidde er toe dat de ‘rekenkamer’ de onderzoeksopdracht terug gaf (bijlage 3) hetgeen bij mijn geachte collega’s tot de actie leidde de ‘rekenkamer’ te verzoeken het onderzoek alsnog af te maken (bijlage 4) en tot een aanvullende brief van ondergetekende aan het college van B&W (bijlage 5).  

Vervolgens berrichtte de ‘rekenkamer’ de raad onder welke voorwaarden zij het onderzoek weer ter hand zou willen nemen (bijlage 6). Een voor ondergetekende verbijsterende voorwaarde van de ‘rekenkamer’ is: “de door burgemeester en wethouders te verstrekken inhoudelijke reactie op de door raadslid van der Kallen gestelde vragen eerst en uitsluitend ter beschikking worden gesteld voor het rekenkameronderzoek.” Hier verlangde een derde dat de vragen gesteld door een raadslid “eerst en uitsluitend” aan hen beantwoord worden! Hiermede wordt feitelijk gevraagd de vragen van een raadslid te beantwoorden maar hem, de gemeenteraad en het publiek geen kennis te laten nemen van die antwoorden anders dan eventueel via de rapportage van de ‘rekenkamer’. Ik heb de raad van mijn gedachten en gevoelens ten aanzien van deze voorwaarde van de ‘rekenkamer’ per brief geïnformeerd (bijlage 7). De commissie Burger en Bestuur van de gemeenteraad van Bergen op Zoom ging op 15 oktober akkoord met de door de ‘rekenkamer’ gestelde voorwaarden, zij het dat de antwoorden van burgemeester en wethouders op de door mij gestelde vragen na aanbieding van het eventuele ‘rekenkamerrapport’ wel ter beschikking komen van de raad (bijlage 8). Tot zover de praktijk van een controle case van een raadslid. 

De NGW schiet tekort om een raadslid effectief inhoud te kunnen laten geven aan zijn controlerende taak. Artikel 155 lid 1 geeft een raadslid slechts het recht om vragen te stellen. Uitspraken van de rechtbank in Arnhem in hoger beroep, bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stellen feitelijk dat een geschil over de toepassing van de informatieverplichting op politiek niveau dienen te worden uitgevochten. Met andere woorden de gemeenteraad en of een commissie van de gemeenteraad mag bepalen dat vragen van een raadslid niet beantwoord worden of later beantwoord worden dan het reglement van orde voorschrijft. In het Bergen op Zoomse voorbeeld wordt zelfs op aangeven van een zichzelf rekenkamer noemende rekenkamerfunctie besloten dat niet het raadslid, de gemeenteraad en het publiek de antwoorden ter beschikking krijgen, maar eerst als zij gegeven zijn aan een derde, in casu de ‘rekenkamer’.  Zij moeten maar minimaal drie maanden wachten op de antwoorden. 

Wat stelt het wettelijk recht van vragenstellen voor als een college waaraan de vragen zijn gericht, gesteund door een raadsmeerderheid, de vragen niet behoeft te beantwoorden? Wat is de positie van een vragenstellend raadslid als de antwoorden niet voor hem en wel voor een derde beschikbaar komen? Feitelijk kan een raadslid, die zijn controlerende taak naar eer en geweten conform de wensen van de wetgever probeert in te vullen, beperkt/belemmerd en zelfs geknecht worden door een raadsmeerderheid. Mijn conclusie: artikel 155 lid 1 is een farce! 

Mijn verzoek: vul de NGW aan met een informatieplicht van het college van B&W. 

Mijn tweede verzoek: bekijk eens of een handelswijze zoals het Bergen op Zoomse voorbeeld onmogelijk gemaakt kan worden of veroordeel deze. 

Mijn derde verzoek: besluit, eventueel middels een AMvB dat een rekenkamerfunctie zich geen rekenkamer mag noemen, noch als zodanig mag worden aangeduid.

Voor het publiek is het gebruik van de aanduiding rekenkamer voor een rekenkamerfunctie verwarend en ondermijnt een onjuiste benaming het eventuele gezag van een voor het gemeentebestuur belangrijk controlerend orgaan. 

Hoogachtend, 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom 

cc Fracties Tweede Kamer