AMBTENARENSTATUS?

 

    


| 04-10-2022 |

 

Excellentie,

 

Ondergetekende: L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat 4 vraagt uw aandacht voor het volgende.

Ik heb de samenleving in tal van functies en ambten mogen dienen. Als zodanig heb ik twaalf jaar ervaring als statenlid, 36 jaar ervaring als gemeenteraadslid en ruim 50 bestuursjaren in het algemeen en dagelijks bestuur bij een tiental waterschappen; bij meer dan twintig gemeenten heb ik als lid of voorzitter in rekenkamers en rekenkamercommissies mogen functioneren. Als zodanig heb ik dus enige ervaring in de toepassing van staats- en bestuursrecht.

In de loop der jaren heb ik de veranderingen moeten ervaren in de stijl en cultuur van het openbaar bestuur en het functioneren van het politiek-bestuurlijke systeem, waaronder de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur. Ik meen in dit kader u deelgenoot te moeten maken van mijn gevoelens en ervaringen omtrent het aanspreken van mij inzake mijn wijze van handelen ten opzichte van de griffier c.q. griffie medewerkers.

In Nederland is het alle vele decennia een goed gebruik ambtenaren niet persoonlijk in het openbaar aan te spreken op hun handelen. Kritiek op, of vragen omtrent ambtelijk handelen dient zich te richten op hun politiek/bestuurlijke ‘baas’. De minister, de staatsecretaris, de gedeputeerde, de wethouder of het lid van het dagelijks bestuur van het waterschap onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken ambtenaar zijn of haar werk doet, is dan degene tot wie een volksvertegenwoordiger zich richt.

Sinds de dualisering van het gemeentebestuur is er echter een groep medewerkers bij gekomen die arbeidsrechtelijk wel een ambtenarenstatus heeft maar niet valt onder een politieke ‘baas’, de griffier en de griffiemedewerkers! De meeste gemeenten kennen wel een    werkgeverscommissie van raadsleden om de functie van ‘werkgever’ (juridisch werkgeverskader) van de griffie te vervullen maar die werkgeverscommissie is niet de ‘baas’ over de griffie in het kader van ‘leidinggevende’ maar regelt, mijns inziens, slechts de arbeidsrelatie. En is als zodanig niet aanspreekbaar als het gaat om het feitelijk functioneren van de griffier of de griffiemedewerkers. Er is geen gezagsverhouding!

Ik ben een kritisch raadslid, ook als het gaat over het functioneren van ambtenaren en de griffie. Als het gaat over het handelen van ‘gewone’ ambtenaren of de ambtelijke organisatie stel ik mijn vragen/opmerkingen aan de politiek/bestuurlijke verantwoordelijke. Bij de griffie is die er niet. Wat is dan mijn handelingsperspectief? 

In het kader van deze brief is het mogelijk relevant dat ik eerder een discussie had met de griffie over het juridisch/bestuurlijk karakter van een motie. Waarover ik uwe Excellentie deelgenoot heb gemaakt.  https://www.louisvanderkallen.nl/2021/08/24/gebruik-van-staatsrechtelijke-middelen-in-het-openbaar-bestuur/ . Dank voor de reactie daarop, uw kenmerk 2021-0000482349.

De afgelopen maanden ben ik over twee uitingen van mij waarin de griffier/griffie ter sprake kwam aangesproken door collega’s.

De eerste keer was naar aanleiding van een publicatie of facebook/de BSD-website met de titel “Valse start” Waarin ik verwees naar uitspraken van de burgermeester en de griffier.

 https://www.bsdboz.nl/2022/08/27/valse-start/

De tweede keer was tijdens en naar aanleiding van de raadsvergadering d.d. 23 juni j.l. bij agendapunt 6b, te beluisteren via https://bergenopzoom.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/a91f3591-78a9-48de-a946-5d49bd519577 vanaf minuut 34 waarbij mijn gehekelde bijdrage(n) vanaf minuut 52 te beluisteren is. Daarin stelde ondergetekende dat de informatievoorziening van de raad een taak is van de griffie. De discussie spitste wat mij betreft zich toe op de taakverdeling tussen raad en college op basis van de Wet dualisering gemeentebestuur die in 2002 in werking is getreden. Naar aanleiding van deze discussie c.q. mijn bedrage daarin is er een brief verstuurd aan de raadsleden met als onderwerp “veilige werkomgeving voor medewerkers”. Zie bijlage.

Hoe gek kan het worden als het simpelweg duiden van een taak van de griffie wordt opgevat als een aanval op c.q. aantasting van de veilige werkomgeving van de griffie?

Bescherming/vrijwaring kritiek op ambtenaren die zichzelf niet kunnen verdedigen omdat dit een taak is voor degenen onder wiens leiding zij hun werk doen is ook voor mij vanzelfsprekend en een groot goed. Want zij handelen in opdracht van hun politieke bestuurders.

De griffies handelen niet in opdracht van hun leidinggevende maar binnen een bij wet gegeven taakveld! Zij zijn geen inhoudelijke verantwoording verschuldigd aan een te duiden persoon. Ook hun functiekwalificatie houdt rekening met hun hoge mate van zelfstandigheid. Als de twee gegeven voorbeelden al aanleiding geven tot beschermingsdrang bij mijn geachte collega’s en de burgermeester wat zegt dat dan over de beleving van de rol van de griffie?

Wat is dan mijn rol als volksvertegenwoordiger? Mag ik in het openbaar niet verwijzen naar de taken van de griffie (ondersteuner van de raad als het gaat om de informatievoorziening) of naar een uitspraak van de griffier als mijn bron van informatie?

In duale verhoudingen is de griffie de primaire ondersteuner van de raad, niet de wethouder noch zijn of haar ambtenaren.

Waar is het besef dat de griffier en de griffieambtenaren arbeidsrechtelijk wel een ambtenarenstatus hebben maar een onafhankelijke rol hebben los van het ambtenarenkorps van een gemeente of provincie. Zij vallen niet onder de ambtelijke leiding van de gemeente of provincie waar binnen zij functioneren. Zij staan los van bijvoorbeeld de gemeentesecretaris/directeur.  

Als de griffie, in de interpretatie van mijn geachte collega’s, niet ter verantwoording mag worden geroepen wie is dan wel aanspreekbaar als het over het functioneren van de griffie gaat.

In de voorbeelden heb ik, in mijn beleving geen kritiek geuit op de griffie. Ik duid de taak van de griffie en ik verwijs naar de griffier als informatiebron.

Ik voel mij valselijk beschuldigd van aanvallen op de griffie c.q. de griffier. Heb ik hier de lange tenen of de anderen? Dat is een vraag die ik mij zelf stel. De vraag aan uwe Excellentie is: Wie is aanspreekbaar op hun functioneren of de taakuitoefening van de griffie c.q. griffier?

Ondergetekende constateert een lacune. Ik kan niet vinden wat de positie is van de griffies van gemeenten en de provincies als het gaat om de verantwoording naar het (openbare) politiek/bestuurlijke domein c.q. naar het publiek met wiens geld de griffies worden bekostigd. Graag uw reactie en mogelijk een duiding hoe de door mij geconstateerde lacune (in de praktijk) opgevuld kan worden.

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom.


    

DE GOEDE OUDE TIJD

 

    


| 27-07-2022 |

 

Er was een tijd, langgeleden dat de rijken nog naar ‘vermogen en inkomen’ belastingen betaalden. De VVD gaat zelfs nu nog voor verlaging van de toptarieven. Terwijl die met 49,5 % al histories laag zijn. Terwijl er tal van noden de samenleving teisteren. Hoe was dat in het verleden?

In 1951 betaalden de grote inkomens ruim boven de 60 of 70 %. Als je toen 135.000 gulden verdiende en je was ongehuwd betaalde je dat jaar 96.140 gulden. (71,2 %). Als je gehuwd was 85.382 gulden (63,2 %). Als je meer dan 135.000 gulden per jaar verdiende betaalde je over dat meer als gehuwde 75 % en als ongehuwde 77,5 %. Er was wel een systeem van kinderaftrek.

Het wordt tijd, wat de belasting bijdrage van de rijken en grootverdieners betreft, we stap voor stap terugkeren naar ‘die goede oude tijd’ waar de rijken hun verantwoordelijkheid namen, zodat er ruimte ontstaat om de problemen van nu echt aan te pakken.

 

Louis van der Kallen.



RECHTSTAAT NIET MEER HEILIG

 

    


| 07-06-2022 |

 

Ik werd de afgelopen maand getroffen door een aantal krantenkoppen; “Rechtsstaat niet heilig bij aanzienlijk deel bevolking”, “Rutte verwijdert sms’jes “ en “Ministers weigeren sms-verkeer met Rutte prijs te geven vanwege ‘eenheid kabinetsbeleid’”.

Ruim een derde van de bevolking vindt dat het kabinet veel daadkrachtiger moet optreden om ingewikkelde vraagstukken aan te pakken. Oók als daarvoor wetten moeten worden genegeerd. 37 procent vindt dat ‘regeringen moeten doen wat de meeste Nederlanders willen, ook al zijn er wetten die dat niet toestaan’. Van de Nederlanders die een strenger asielbeleid willen, is dat zelfs 60 procent. Tegelijkertijd vinden vrijwel alle kiezers dat onze huidige democratische rechtsstaat heel belangrijk is. Dit blijkt uit de monitor Democratisch Bewustzijn in Nederland van de Anne Frank Stichting en het Verwey-Jonker Instituut. Ons democratisch bestel rot onder onze kont vandaan.

Voor mij is één van de veroorzakers van deze ‘rot’ onze minister-president! Hij oordeelde dat hij eigenhandig mocht beslissen wat hij wel of niet aan sms’jes relevant vond om te bewaren. In zijn regeerperiode hebben diverse bewindspersonen het veld moeten ruimen omdat ze informatie achterhielden!

In 2005 verscheen onder verantwoordelijkheid van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed het rapport “een dementerende overheid”. Die overheidsinstelling maakte zich zorgen over het gebrek aan “duurzame digitale toegankelijkheid van overheidsinformatie”. En constateerde in haar jaarverslag 2021 dat zestien jaar na het verschijnen van dat rapport het nog steeds ‘onduidelijk is welke (digitale) informatie bewaard moet worden en welke vernietigd mag worden’.

De archiefwet (1995) lijkt ruimte te bieden tot de interpretatie van Rutte. Terwijl de Raad van State in 2019 bepaalde dat sms- en app-verkeer van bestuurders principieel openbaar is! In ons rechtssysteem horen burgers en bestuurders in mijn visie uiteindelijk de uitspraken van de Raad van State serieus te nemen.

Wetgeving kan gezien de traagheid van de rechtsvorming onmogelijk de veranderingen in de informatiesamenleving bijhouden en loopt per definitie achter. Waarbij beseft moet worden dat het door de politiek geschetste ideaalbeeld van een open en transparante overheid door de enorme toename van digitale data vermoedelijk onhaalbaar is. Zeker als de politiek middels een premier met een vaardige delete knopvinger en volgzame ministers (vanwege de eenheid kabinetsbeleid), vermoedelijk om politieke redenen weigert te doen wat de Raad van State juridisch juist acht.

Zelf ben ik twee keer tot ‘bestuurder’ gekozen. Beide keren heeft er niemand mij uitgelegd dat als ik een sms’je of app ontving ik die zou moeten bewaren. Niet dat het veel had uitgemaakt want ik was in die tijd niet zo handig met mijn mobiel. Maar ik denk dat ook de nieuwe wethouders die de afgelopen weken zijn aangetreden niet massaal zijn geïnstrueerd over welke eisen de Archiefwet en de uitspraken van de Raad van State betekenen over hoe om te gaan met hun sms’jes of appjes.

Al de mooie uitspraken van de politiek over openheid zijn zonder het goede voorbeeld van henzelf onbetekenend, een pose! Openheid zonder geheugen, zonder archief is pure fictie die de politiek en de rechtstaat ondergraaft. En de minsteriele daders komen er mee weg. Of komt er veel werk voor Vrouwe Justitia?

 

Louis van der Kallen.



DUURZAAMHEID

 

    


| 20-05-2022 |

 

Lokaal Brabant gaat voor duurzaamheid. Maar duurzaamheid kent vele vormen. Als je als provincie, gemeente of waterschap werkelijk ‘duurzaam’ wilt gaan werken, moet je bij alles wat je doet of wilt gaan doen denken: hoe kan dit duurzamer? Welk probleem je ook wilt aanpakken, je moet dan kijken naar hoe je met materialen ‘dichter bij huis’ je doelstellingen kan verwezenlijken.

Je kan als overheid denken “dat zoeken de regelgevers in Den Haag en Brussel maar uit”. Je kan echter ook denken “wat kunnen wij zelf eraan doen?”. Amsterdam doet een proef waarbij de gemeente begint met het planten van een speciale kamperfoelie die de luchtkwaliteit langs de A10 bij de Zuidas kan verbeteren. De plant is extra harig en is speciaal voor het zuiveren van fijnstof gekweekt. Het gaat om een project dat een onderzoeksbudget heeft gekregen van het nieuwe Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Studies.

De Provincie Noord-Brabant is in september 2021 gestart met een pilot ‘vergroenen’ van geluidsschermen. Onze provincie wil testen of het planten van een speciale kamperfoeliesoort tegen geluidsschermen bijdraagt aan een afname van fijnstof langs de weg. Twee voorbeelden van de aanpak van fijnstof en van duurzaamheid in de zin van het beperken van geluidhinder en van duurzaam in de zin van gezondheid.

Lokaal Brabant steun deze aanpak van duurzaamheid want ook uit oogpunt van biodiversiteit, klimaatadaptatie en goed waterbeheer is met vergroening van geluidschermen milieuwinst te halen. Maar als men in onze provincie met vergroening van betonnen geluidschermen aan de slag gaat, zou Lokaal Brabant ook graag zien dat men met het beton zelf aan de slag gaat en niet wacht tot dat anderen dit doen.

Er komt steeds meer belangstelling voor nuttige en esthetische toepassingen van groen op harde verticale oppervlakken zoals beton. Beton is een hard, steen- of rotsachtig materiaal. Daarom zou je in eerste instantie denken dat het net zo makkelijk begroeid raakt met mossen, korstmossen, algen of schimmels als een stuk rots in de natuur. Beton chemische eigenschappen die het niet zo geschikt maken voor begroeiing. Beton is door de productiewijze vaak alkalisch (hogere pH-waarde). Een zo hoge pH-waarde is in het algemeen minder geschikt voor begroeiing. Maar door verschillende omstandigheden kan de pH-waarde aan de buitenkant van het beton dalen, waardoor mossen, algen en korstmossen zich toch kunnen vestigen. Onder sommige omstandigheden tast begroeiing van beton het materiaal aan. Waarom en onder welke omstandigheden beton begroeid raakt, is niet altijd duidelijk. Onderzoek is nuttig om te beoordelen in welke mate begroeiing zorgt voor schade, of dat spontane begroeiing het gevolg is van eerdere schade. Begroeiing hoeft niet altijd nadelig te zijn. Er zijn ook veel positieve argumenten te bedenken voor begroeiing op beton. Kleurige korstmossen kunnen een gebouw of constructie verfraaien. Volgens sommige onderzoeken kunnen algen en korstmossen de oppervlaktelaag van beton verdichten en daarmee de levensduur verlengen. Begroeiing kan goed zijn voor het plaatselijke ecosysteem door het vasthouden van regenwater en het afvangen van fijnstof en stikstofoxiden. Voor de vaak afzichtelijke geluidschermen langs onze snelwegen lijkt vergroening met begroeiing een ecologische stap in de goede richting. Een voorbeeld van een gebouw waar begroeiing een onderdeel is van het ontwerp, is het gemeentehuis van Reykjavik. Daarnaast zijn onderzoekers van de Polytechnische Universiteit van Catalonië in Barcelona bezig met de ontwikkeling van ‘biologisch beton’ met een speciale buitenlaag die water vasthoudt voor begroeiing, gescheiden door een waterdichte laag van het binnenste constructiebeton. Lokaal Brabant pleit voor dit soort proeven ook in onze provincie. Of te bekijken wat we kunnen leren van wat er elders gebeurd.

Veel bomen, heesters, mossen en vetplanten hebben de eigenschap dat ze fijnstof uit de lucht vangen en vasthouden. Het fijnstof spoelt daarna bij een regenbui van de planten af en komt zo op de grond terecht. In de bodem wordt het fijnstof dan door micro-organismen afgebroken. Duurzaam is hier: op een andere manier meer integraal naar zaken kijken. Laat ook de afdelingen openbare ruimten/groenvoorzieningen/wegbeheer meedenken in oplossingen voor duurzaamheidsproblemen.

 

Louis van der Kallen.



ANDERE BESTUURSCULTUUR

 

    


| 11-05-2022 |

 

Ik draai al vele jaren mee in bestuurlijk Nederland. Ik heb ervaring in het provinciebestuur (1991/2003), in gemeenteland, (Bergen op Zoom 1986-heden), in rekenkamercommissies bij meer dan 20 gemeenten (2005-2020) en in 9 waterschappen (1993-heden). Ik heb gewerkt in monistische besturen en in duale besturen. Ik denk dus enige kennis te hebben van wat er in bestuursculturenland te koop is.

In Bergen op Zoom roept men van alles vóór de verkiezingen en daarna verandert er niets!

Ook nu was de stemming we gaan het anders doen. Samen! Echt? Maar niet heus.

De college-onderhandelingen werden coalitieonderhandelingen. Een bestuursakkoord is vrijwel klaar. Op 16 mei zal het klaar zijn en mag de goegemeente er kennis van nemen en op 18 mei mag de rest van de raad er hun plasje over doen. GroenLinks, PvdA, D66, CDA/V-BOZ en de VVD inclusief hun kloon, Lokaal Realisme, hebben na rijp beraad een bestuursakkoord. Mooi zeg ik dan. Na weken overleg over formuleringen, punten en komma’s, mag de rest (voor de vorm) er nog iets over roepen. Ik bedank voor de eer. Als je werkelijk een andere bestuurscultuur had gewild, hadden de onderhandelaars meer gebruik kunnen maken van de kennis van anderen en kunnen streven naar een raadsakkoord in plaats van een bestuursakkoord. Als je het niet nodeloos ingewikkeld wilt maken, want praten met in feite 7 partijen is al ingewikkeld genoeg, had je kunnen proberen gebruik te maken van specifieke kennis, die er is, bij de niet beoogde coalitiepartners. Niets van dat al! Mij hebben ze niet gebeld. Hoewel dat, bijvoorbeeld over water, iets had kunnen betekenen. Nee achteraf, wanneer de pap gestort is, mogen de anderen hun zegje doen. Wat mij betreft DOEI!

Het, “Daarna krijgt iedere fractie de gelegenheid om opmerkingen te plaatsen, suggesties te doen en vragen te stellen aan de fractievoorzitters van de formerende partijen”  is te laat en te zielloos. De formerende partijen hebben gekozen voor een duale aanpak. Dat is sinds 2003 ook de regelgeving, toen bij wet geregeld.

Voor mij helpt een ‘heidag’ hier niet meer. Verloren tijd en moeite. Wat mij dan opvalt in de aankondiging van de ‘heidag’ voor de raad zijn mooie omfloerste zinnen zoals, “Waar in de verkiezingsperiode de aandacht vooral gericht was op profilering, betekent de start van de bestuursperiode ook een omschakeling naar een andere balans”. In andere woorden: bij de verkiezingen roepen we die dingen die de stemmen binnenhalen. Daarna gaan we weer over tot ons gewone gedrag. Oftewel; de daden zijn anders dan de woorden! Als geboren Feyenoorder hecht ik aan de daden en niet aan de vaak loze woorden.

Ik ben een monist in hart en nieren, een samen-werker op inhoud en geen dualist. Maar Louis is na deze verkiezingen mentaal om. Samenwerken op basis van de inhoud is in Bergen op Zoom niet mogelijk gebleken, want er is geen inhoud meer. Het gaat alleen over geld en ambten voor politici. Het focusakkoord ging helaas alleen over geld en niet over de inhoud: ‘het HOE’. Aan ‘het HOE’ wilden de focusakkoord-partners zich niet binden. Dat lieten ze over aan een stel ‘professionals’. Die uiteindelijk precies deden wat hun opdracht was; inhoudsloos/zielloos bezuinigen!

Het gevolg is, dat het verloop onder onze ambtenaren gigantisch werd. Bij een gemeente werken waar ‘niets’ kan, waar het ambtenarenkorps als een citroen werd uitgeperst (gemiddeld meer dan één functieschaal minder dan elders) is niet aangenaam. Zij die bleven, konden niet weg of bonden hun ware liefde voor de stad en haar gemeenschap nog even vast aan hun geliefde plek. Maar als je arbeidsvreugde wordt ontnomen door oplopende werkstress wegens gebrek aan collega’s, en de nieuwelingen die wel komen hun arbeidsplek meer zien als een verlenging van hun stageperiode (tegen een betere vergoeding dan als stagiair) dan is van werkgever wisselen in een overspannen arbeidsmarkt wel heel aantrekkelijk. De enkeling de binnenkwam was zo weer weg.

Mijn angst is, dat nu de uitstroom op gang gaat komen van hen die wel makkelijk weg kunnen (in gemeenteland zoeken veel gemeenten naar gekwalificeerd, gepokt, en gemazeld personeel), maar bleven uit liefde voor hun werk en stad, nu alsnog aan de kuierlatten trekken. Waarom? De VVD-kloon (Lokaal Realisme) die van ambtenaren kraken hun handelsmerk heeft gemaakt! Je zal zo’n ‘baas’ maar krijgen. Nu ook de andere beoogde coalitiepartijen daarmee samen gaan werken blijken ze uit hetzelfde hout gesneden!

In mijn voorspelling 6 ben ik uitgebreid ingegaan op geloofwaardigheid. Deze Feyenoorder (geen woorden maar daden) concludeert op basis van de daden, dat de woorden ‘samenwerken’ en ‘andere bestuurscultuur’ leeg zijn. Ongeloofwaardig! De verkiezingsuitslag was voor mij reden om in rouw te gaan. Rouw omdat de gemeente, de stad, de gemeenschap waar van ik deel uit maak en waarvan ik hou, stervende is of in coma is geraakt. Verkiezingswinst werd gemaakt door de ambtenarenkrakers door de weggummers van cultuur, de egaliseerders.

Ik twijfel er niet aan dat alle, straks voor te stellen, wethouders enthousiast zijn en aan de slag willen om een positieve rol te vervullen bij het tot stand brengen van een beter en mooier Bergen op Zoom. Maar ik voorzie een afglijden. Want om werkelijk dat betere en mooier Bergen op Zoom tot stand te brengen, heb je een ambtenarenkorps nodig dat met ziel en zaligheid daarvoor gaat. De afgelopen jaren zijn veel van die ambtenaren weggejaagd en het feit dat nu een anti-ambtenaren VVD-kloon met goedkeurring van de andere coalitiepartijen deel gaat uitmaken van het nieuwe college zal de uitstroom versnellen.

Bergen op Zoom heeft een droevig werkgeversimago. In het forum in Halsteren verwees ik er al naar. Als droevig recent voorbeeld is het vertrek van een veel belovende jonge ambtenares op erfgoed. Ze vertrok bij de stad die zijn erfgoed zegt te koesteren! We trekken geen blijvers aan. Maar wel mensen die ervaring op komen doen in de ‘leeuwenkuil’ en daarna met die ervaring naar een beter betalende gemeente gaan en waar het werk leuker kan zijn, omdat hun goede ideeën, ook als ze geld kosten, tot uitvoer kunnen komen. Gemeenten waar het nog om de inhoud gaat en niet alleen over geld.

Bij de recente presentatie/ introductie van de ambtelijke top waren de meesten net in dienst. Heel weinig vertrouwde gezichten, veel ingehuurden, stuk voor stuk professionals die een job kwamen doen. Soms om de zoveelste reorganisatie vorm te geven.

Bergen op Zoom is een in coma geraakte schone slaapster. Met zo dadelijk een college dat als enige continuïteit kent een burgemeester, wiens gezondheid te wensen overlaat. De schone slaapster gaat met een college met deze (partij)samenstelling de volgende fase in van de palliatieve sedatie.

Gelukkig kan een gemeente niet overlijden. Ik blijf in rouw. Als politieke splinter is mijn daadkracht beperkt. Ik ben al jaren de politieke linksbuiten op de bank. Die denkt, trouwblijvend aan zijn geweten, aan de zijlijn het allemaal te weten. Wat mij betreft is het nu wachten op een regeringscommissaris. Zodat het vertrouwen en het werkgeversimago hersteld kan worden.

 

Louis van der Kallen.



RECORDS?

 

    


| 30-04-2022 |

 

Ik word met regelmaat aangesproken op het feit dat ik al heel lang in de gemeenteraad zit. Is dat een record is soms de vraag. 36 jaar is lang maar zeker geen record. Of 36 jaar factievoorzitter een record is weet ik niet. In de sport zie je soms combinatieklassementen.

Ik sluit niet uit dat ik op gemeentelijk niveau wel het record heb van het aantal gemeenten waar ik in gemeentelijke rekenkamers/rekenkamercommissies heb gezeten. 22 gemeenten!

In de moderne tijd kan het ook een record zijn dat ik in 8 waterschappen bestuurlijke functies heb bekleed.

Ik weet heel zeker dat 12 jaar statenlidmaatschap zeker geen record is.

Lang een bestuurlijke functie bekleden lijkt iets van deze tijd omdat mensen gemiddeld ouder worden dan vroeger. Toch ken ik een aantal langzitters uit vervlogen tijden waarbij ik een snotneus ben die net komt kijken. Natuurlijk kan het komen omdat ze de woonden en werkten op gezonde grond: De Emiliapolder nabij mooie stad Geertruidenberg.

Enkelen opmerkelijk feiten van deze polder:

  • Twee dijkgraven, beklede die ambten erg lang. Gerard Pijll (56 jaar, 1686-1742) en Herman Adolph Slooterdijck (51 jaar, 1742-1793)
  • Een secretaris van dit waterschap vervulde dat ambt voor maar liefs 66 jaar. Wouter Francken 1668-1734.
  • Van 1742 tot 1782, dus 40 jaar, was Johan van Doorn de Penningmeester van deze de Emiliapolder.
  • Van 1865 tot 1912, dus 47 jaren, was Nicolaas J. Meijers in die polder de secretaris/penningmeester.

Deze cijfers komen uit het archief van het waterschap de Emiliapolder verzameld en bewerkt door Willem A. van Ham.

Met mijn 36 jaar fractievoorzitter/raadslid ben ik nog maar een beginner. Dus mij past enige bescheidenheid.      

 

Louis van der Kallen.



DE EED 2

 

    


| 28-04-2022 |

 

Naar aanleiding van de ‘heibel’ over de eedaflegging in Bergen op Zoom schreef ik een artikeltje over de doelstelling van de eed en op wat voor de eedaflegger het meest heilig is.

Ik heb in mijn leven heel wat keren de eed afgelegd bij de aanvaarding van menig ambt. Ik denk, mijn CV bekijkende, misschien wel meer dan 40 keer. Terugkijkend concludeer ik dat het veelal routineus gebeurde. De eerste keer is het spannend en ook de keer bij de rechtbank (ambtenaar van de burgerlijke stand (trouwambtenaar) was het spannend. Daarna was het iets dat erbij hoorde. Zo begon een nieuwe periode als raadslid, statenlid of waterschapbestuurder en soms als lid van een gemeentelijke rekenkamer of rekenkamercommissie.

De eed en de eedaflegging is sinds 1798 opgenomen in de Grondwet en was vanaf het begin gericht op de uitvoerders van de besluiten van de Kroon. Trouw aan de Kroon en de wetten des lands. Eerst gericht op de Agenten (Ministers) van de Kroon. Vanaf dat moment begon de opname van de eed in tal van wetten en reglementen. Steeds meer ambtsdragers en ambtenaren kregen, met het aanvaarden van hun functie, met de eedaflegging te maken. Bij de start was de doelstelling vooral het borgen van trouw aan de Kroon. Nu is de achterliggende hoofdgedachte dat de eedaflegger hiermee uitspreekt zich bewust te zijn van zijn of haar bijzondere positie in de samenleving. Hoewel de oorspronkelijke motieven ‘trouw te zijn aan de Kroon’ nog steeds een belangrijk element is waar bij de ‘Kroon’ (het hogere gezag) is omgevormd tot getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten des lands.

De eed, bij de aanvaarding van het raadslidmaatschap, is wettelijk verwoord in artikel 14 van de Gemeentewet. De eerste twee elementen:

  • “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.”

  • “Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.”

Zijn zuiverende elementen, in simpele taal; ik heb niks verkeerds gedaan om verkozen te worden en ik zal niks verkeerds gaan doen in deze functie. Ik denk dat ieder raadslid snapt wat hij of zij zweert of verklaard en beloofd!

Bij het derde element;

  • “Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.”

Al heb ik niet het idee dat het eerste deel van de zin op het feitelijk functioneren van raadsleden ook maar enige invloed heeft. Bij het tweede deel van de zin zullen de meeste raadsleden vol goede moed en inzet zijn om hun plichten naar eer en geweten te vervullen.

De oorspronkelijke bedoeling van dit derde element van de eed is om de nieuwe raadsleden te doen beseffen dat zij uitvoerders zijn van wat er aan wetten door de Kroon en haar medewetgevers in Den Haag en elders wordt gemaakt. Ook geratificeerde verdragen hebben kracht van wet. In toenemende mate heb ik gezien, in de 36 jaar dat ik raadslid mag zijn, dat raadsleden geen boodschap meer hebben aan wet en regelgeving. Als ze het met de inhoud van een wet, regeling of de afspraken in een verdrag niet eens zijn dan is men in toenemende mate geneigd uitvoering te traineren of wegen te zoeken die te blokkeren. Of het nu de huisvesting van statushouders betreft, milieuregelingen of een bio-centrale men probeert parlementje te spelen, onder het motto: ‘wij zijn het hoogste orgaan’, niet beseffend dat het slechts van een lagere overheid, de gemeente is. Ook is er een gebrekkig besef van de betekenis van de ambtstitel wethouder.

Wij hebben, in tegenstelling tot het grootste deel van de wereld een door de Kroon benoemde burgemeester. En die is net als de Commissaris van de Koning formeel geen dienaar van de Raad maar van de Kroon, een ‘zetbaas’ van de Kroon. Waarbij de Kroon in feite de minister van binnenlandse zaken is en die zetbaas wordt geacht erop toe te zien of wij (de raad) ons wel aan de regels houden. Ook de burgemeesters in dit land hebben allang hun rol geminimaliseerd. Het voordragen voor vernietiging van raadsbesluiten door deze ‘zetbazen’ lijkt uit hun taakbeschrijving te zijn verdwenen. Met als gevolg dat de dames en heren raadsleden werkelijk zijn gaan denken dat zij het hoogste orgaan zijn en vrijwel onbeperkt hun gang kunnen gaan in het blokkeren of tegenwerken van de uitvoering van wetten en verdragen. Getrouw zijn aan heeft dan feitelijk aan betekenis verloren.

Een gemeenteraad is slechts heel beperkt beleidmaker. Bijna al onze wettelijke taken zijn uitvoerend. Het beleid dat er aan vooraf gaat wordt elders geformuleerd. In Den Haag, Brussel of in Den Bosch.

Ik wijt het afkalven van het vertrouwen in ‘de politiek’ deels aan de verwording van het politieksysteem. Zelfs als er beloofd wordt, getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten des lands, is er niemand, zelfs de ‘zetbaas’ van de Kroon niet, die hen terechtwijst. En die enkele dwaas (ik) in de raad die daar op wijst, ‘ach die stamt uit een ander tijdperk, waarom zouden we daar naar luisteren, wij zijn het hoogste orgaan!’ Dat zegt zelfs de ‘zetbaas’, de burgemeester!

De eed of de belofte is slechts een artikel in de gemeentewet. Een formaliteit, een relict uit vroeger jaren, een raar symbool. We doen het wel, want anders zijn we nog geen raadslid, schijnen de meesten te denken.

 

Louis van der Kallen.



DE EED

 

    


| 05-04-2022 |

 

Met verbijstering neem ik kennis van de stampij over de eedaflegging in Bergen op Zoom.

De bedoeling van de zuiveringseed is, in mijn beleving, een belofte op wat voor de eedaflegger het meest heilig is. In de traditionele tekst is “God” opgenomen. Die tekst is gebaseerd op de christelijke tradities in ons land. Feitelijk is ons land religieus de afgelopen 60 jaar meer divers geworden. Helder is dat in alle godsdiensten van ‘het boek’ (het oude testament) spreken en schrijven over dezelfde God. Of we die God, God noemen zoals in alle vormen van het christendom (van protestant tot katholiek of orthodox of koptisch waar God ⲡⲛⲟⲩⲧⲉ wordt genoemd) of Allah (islam) of Jahwe (Jodendom) Maakt mij niet uit. Het is één en dezelfde!

Ik heb dan ook geen enkele moeite met de handelswijze van burgemeester Petter. Integendeel! Het getuigd van een diep besef dat onze samenleving veranderd is en de essentie van de eed een ‘heilige’ belofte is zich aan het gestelde te houden en de verklaring zich daaraan te hebben gehouden. Ik ben niet voor eventuele toevoegingen zoals; ‘de almachtige’, dat kan een onderscheid scheppen die niet gewenst is.

In eerdere discussies bijvoorbeeld over het ambtsgebed zoals dat vroeger in de raad werd uitgesproken heb ik steeds gesteld dat ik voorstander was van behoud van het gebed. Niet omdat ik daar zelf kracht en inspiratie in vond, maar zolang er ook maar één lid van de raad er kracht en inspiratie in vond, het van respect getuigde die minuut eraan te besteden.

Ik ben dan ook van mening dat de eed afgelegd kan worden zoals die in Bergen op Zoom is afgelegd. Volstrekt passend in de doelstellingen van de wetgever en het meest krachtig en bindend voor de eedaflegger.

 

Louis van der Kallen.



VOORSPELLING 4

 

    


| 16-04-2022 |

 

De verkiezingen zijn nu zo’n beetje een maand geleden. Terugkijkend is het altijd verbazend hoe politici en de media de uitslagen uitleggen en vertalen naar hun handelen. De ‘grote’ winnaar volgens iedereen is in Bergen op Zoom Lokaal Realisme. Ze begonnen met 3 zetels en kwamen met 3 zetels uit de strijd. WINNAAR! Zo voelen zij zich en ook de media bliezen dat ook hoog van de toren. De BSD ging 0,6 % vooruit, kwamen 70 stemmen tekort voor een derde zetel, hielden de 2 zetels. VERLIEZER! Althans zo voelt het. Maar voor de BSD maakt de uitslag niet uit. Ook toen we 2 keer achter elkaar verdubbelden was er geen rol weggelegd bij de collegeonderhandelingen voor de BSD.

Afgelopen week is men begonnen met het inhoud geven aan de adviezen van de informateurs. De kleintjes zijn bij elkaar geweest om te kijken of ze tot allianties kunnen komen. Ik kreeg niet de indruk, dat het ondanks de bemiddelende inzet van de informateurs, echt succesvol zal zijn. Alleen de BSD zal de samenwerking met de SP die er al was verder voortzetten en verder inhoud proberen te geven. Beide clubs willen dat ook.

GBWP praat met iedereen om het ‘oud zeer’ weg te poetsen. En wat mij betreft is de wil er, over en weer, ook. Ook het zeer van de VVD-scheiding, met als gevolg de geboorte van de VVD kloon Lokaal Realisme, zal best lukken. Het pluche lokt immers.

We hebben ondertussen ook wat vergaderingen gehad. Die geven voor hen die het willen zien een mogelijk voorproefje van wat komen gaat. Zeker voor hen die door de bijdragen en reacties van anderen daarover willen heen kijken. Hans Peter Verroen van het CDA sorteerde goed voor bij de behandeling van de “Verordening voorzingen maatschappelijke ondersteuning” (WMO). ‘Er is nog veel te doen om tot een echte omgekeerde verordening te komen’. De huidige portefeuillehouder wees die opdracht toe aan haar opvolger. Hans Peter leek klaar te staan om de klus op te pakken! Past ook bij de nieuwe positie van het CDA. Met slechts 2 zetels krijg je de moeilijkste en lastigste klusjes waar vermoedelijk in bezuinigingstijd, D66, VVD en de VVD kloon verder gaan met bezuinigen op het Sociaal Domein. Maar als wethouder in spé blijf je uitstralen het een geweldige klus te vinden.

Dan de bijdrage van GBWP in dat debat. Een debat met alleen voorstanders! Hoewel Betsy de Kock de woordvoerder was hoorde ik toch het nadrukkelijke geluid van Arjan van der Weegen. Kritisch over de kosten en bekostiging van de WMO en een voorsorteren op ‘noodzakelijke’ beleidsveranderingen (hoor/lees bezuinigen). GBWP gaat ervan uit dat er samen met D66, VVD en hun kloon er ook een meerderheid is die met wat kleintjes tot een alternatief kan komen voor als Hans Peter samen met een eventuele GrL/PvdA wethouder te voortvarend aan de slag zou gaan met de ‘omgekeerde’ WMO-verordening. Het GBWP-devies lijkt: voorbereiden op de oppositierol maar ook goed laten zien dat je in de coulissen klaar staat om het alternatief te vormen.

 

Louis van der Kallen.



VOORSPELLING 1

 

    


| 25-03-2022 |

 

Ik ben van plan iedere vrijdag een voorspelling te doen wat de uitkomst van de collegevorming zal zijn. Nu (25 maart) is, mijn vast premature, verwachting: 2 wethouders van GBWP (6 zetels), 2 wethouders van de VVD (5 zetels), 2 wethouders van Lokaal Realisme die binnen kort ‘versterkt’ is met de 2 Lijst Linssen verlaters (dus dan ook bestaat uit 5 zetels bestaat) en 1 wethouder van D66 huize. 7 wethouders, 6 formatieplaatsen. Kunnen de veroorzakers van de financiële puinhoop zelf “orde op zaken stellen”!!!!! Volgende week een volgende aflevering in de voorspellingsreeks!

 

Louis van der Kallen.