ZEUS EN DE MENSEN

 

    


| 21-08-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Zeus en de mensen

Toen Zeus de mensen had geschapen, beval hij Hermes er verstand in te gieten. Hermes mat gelijke hoeveelheden af en gaf ieder zijn deel. Zo gebeurde het dat kleine mensen, door hun portie helemaal gevuld, verstandig zijn geworden, maar dat zij, die lang van stuk zijn, minder verstand hebben dan de anderen, omdat het vocht niet in het hele lichaam is doorgedrongen en zelfs niet de knieën heeft bereikt.

Moraal

Als kleintje vind ik dit een prachtige fabel. Maar hij doet sommige ‘groten’ te kort. De echte les is: onderschat de kleintjes, de nederige of de armen niet. In de kleinste potjes zit de beste zalf.

Deze zijn uit Harrebomée: “De wijsheid schuilt dikwijls onder een versleten kleed,” en “De nederigheid is zulk een schat, Dat niemand zijne waarde schat.”

 

Louis van der Kallen.



DE OUDE VROUW EN DE DOKTER

 

    


| 20-08-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De oude vrouw en de dokter

Een oude vrouw leed aan een oogziekte. Zij liet een dokter komen en regelde met hem de betaling. Iedere keer als hij haar bezocht en zij haar ogen dichthield, omdat hij er een zalfje op had gesmeerd, haalde hij één van haar meubels weg. Toen de vrouw eindelijk was genezen, was al haar huisraad verdwenen. De arts eiste de afgesproken vergoeding op, maar zij weigerde te betalen. Daarom sleepte hij haar voor het gerecht. Zij erkende dat ze een bepaald bedrag met hem was overeengekomen, maar op de voorwaarde dat hij haar gezichtsvermogen zou genezen. “Door zijn kuur”, vervolgde zij, “ben ik slechter af dan ervoor. Want destijds kon ik al mijn meubels zien staan, en nu zie ik niets meer.”

Moraal

Veel misdaden worden bedreven door lieden die niet doorhebben dat hun hebzucht hen verraadt. Het rare is dat dit niet geldt voor misdaden bedreven door politici. Kiezers hebben het niet door omdat ze keer op keer verleid worden door de ‘fantastische’ PR van de politici. Sommige zitten jaren in een kabinet, vertellen dat ze anders zijn dan het ‘zooitje’ wat er zit een maken dikke winst (5 zetels) en kunnen een vreugdedansje maken op tafel. Willen dan weer samenwerken met de ‘oude’ machthebbers (het zooitje) inclusief zij zelf en geven dan de schuld, de Zwarte Piet, (voor al wat fout ging) aan die ‘gelovigen’ die klaarblijkelijk met hun 5 zetels (toen en nu) de schuld zijn van alles wat de laatste 20 jaar fout is gegaan. Een de kiezers? Wassen hun handen in onschuld.   

 

Louis van der Kallen.



DE VOS EN DE LEEUW DIE BANG VOOR EEN MUIS WAREN

 

    


| 17-08-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de leeuw die bang voor een muis waren

Een muis trippelde rond op het lichaam van een slapende leeuw. Wakker geworden draaide de leeuw zich naar alle kanten om, in de hoop zijn belager te vinden. Een vos die hem zo bezig zag, verweet hem dat hij zich als leeuw zo druk maakte om een muis. Het antwoord luidde: “Ik ben niet bang voor een muis, maar ik ben verbaasd dat iemand de moed heeft om op het lijf van een slapende leeuw rond te lopen.”

Moraal

Ook kleine zaken kunnen belangrijk zijn. Of om met Harrebomée te spreken: “Al is uw vijand maar een mier, nog acht hem als een gruwzaam dier,” of “Eene mug steekt wel eene leeuw in ’t oog.”

Brutalen hebben de halve wereld! Zo is het soms ook in de politiek. Vele partijen van nu zijn klein, soms met een enkele zetel begonnen. En sommige zijn groot begonnen, Bijvoorbeeld het CDA en beginnen nu richting het niveau van een politieke splinter af te zakken. Bij de oprichting in 1980 nog circa 162.000 leden, nu nog circa 38.000. Eens 54 leden in de Tweede Kamer nog 15 en in de laatste peilingen slechts 6. Eens een leeuw nu een piepend muisje. Zo kan de BSD of Ons Water een muis zijn of worden die leeuwen een nachtmerrie bezorgt.

 

Louis van der Kallen.



PARADIJS BLIJKT HEL

 

    


| 12-08-2021 |

 

In een technologisch snel veranderende samenleving blijkt met regelmaat wat een ‘paradijs’ leek een hel te zijn of een hoge (maatschappelijke) prijs te hebben. Als technicus met een chemisch-medische laboratoriumachtergrond en de nodige research- en developmentervaring op landbouwkundig en chemisch-fysisch gebied verbaas ik mij er al vele jaren over dat de mensen, de samenleving en de overheden keer op keer dezelfde fouten maken. De paradijselijke voordelen zijn vaak zo verleidelijk dat men de nadelen vaak niet wil zien terwijl ze soms overduidelijk waren voor hen die willen kijken.

Een bekend voorbeeld zijn de Chloorfluorkoolstofverbindingen (chloorfluorkoolwaterstoffen of cfk’s), in de jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkeld door Thomas Midgley en gebruikt als koelmiddel en als drijfgas voor spuitbussen. Hoewel er binnen 30 jaar serieuze vraagtekens werden gezet bij de uitstoot en de gevolgen daarvan (de aantasting van de ozonlaag) werd de maximaal toegestane uitstoot van cfk’s pas geregeld in het Montreal Protocol uit 1987/89 met als eindstreven een absoluut verbod. De prijs was een enorme mondiale toename van het aantal huidkankergevallen! Het paradijs was dat er in ieder huishouden een koelkast en vriezer kwamen. Maar in die mooie deur naar het paradijs zat een kattenluikje waardoor huidkanker naar binnen kwam en voor velen bleek de toekomst een hel.

Een ander voorbeeld is asbest. Een fantastisch, brandwerend isolatiemiddel dat ook wapeningsmiddel was in tal van toepassingen. Al in het begin van de twintigste waren er de eerste waarschuwingen uit medische kringen. De doctoren constateerden bij veel patiënten een relatie tussen hun ziekten (asbestose, asbestpleuritis, fibrose, longkanker, mesothelioom – zowel aan longvlies, buikvlies als hartzakje -, pleuraverdikking) en hun werkzaamheden in de industrie en bouw waarbij asbest als oorzaak werd vermoed. In Groot-Brittannië werd asbestose in 1931 erkend als beroepsziekte. Ook in Nederland waarschuwde de arbeidsinspectie in de jaren 30 al voor de gezondheidsgevaren van asbest. In 1969 was er het onderzoek van bedrijfsarts J. Stumphius naar het gebruik van asbest als isolatiemateriaal bij scheepswerf De Schelde. Pas in 1993 werd het gebruik in de bouw verboden voor bedrijven en in 1998 het gebruik door particulieren. De sanering van het gebruikte asbest is nog steeds aan de gang. De prijs aan kankergevallen werd uiteindelijk te hoog gevonden. Het paradijs bevatte de prachtige mogelijkheden van asbest in de industrie en de bouw. Maar in die mooie deur naar het paradijs zat een kattenluikje waardoor tal van ziekten de samenleving binnenkwamen en voor velen een jarenlang verblijf in een medische hel bleek.

Een ander voorbeeld is Dichloordifenyltrichloorethaan of DDT, voor het eerst in 1874 door de Duitse chemicus Othmar Zeidler gemaakt. De werkzaamheid als insecticide werd in 1939 ontdekt door de Zwitser Paul Hermann Müller, die in dienst was bij J.R. Geigy AG (een voorloper van Novartis dat nu vooral geneesmiddelen produceert). DDT werkte geweldig tegen plaaginsecten als luizen, bedwantsen, vlooien, muggen en vele andere insecten, waardoor zeer gevaarlijke ziekten als vlektyfus en malaria effectief bestreden konden worden. Müller werd voor zijn werk in 1948 beloond met de Nobelprijs. Het boek Silent Spring (Dode lente) van de Amerikaanse biologe Rachel Carson liet in 1962 zien hoe schadelijk DDT is voor het de mens en het milieu. Het gebruik van DDT is tegenwoordig verboden in de westerse wereld. Aan de goede werking van DDT zat een hoge prijs. DDT accumuleert in de voedselketen: predatoren verzamelen de DDT in het lichaamsvet van hun prooidieren, en bij meertrapspredatie kan de DDT uiteindelijk aan de top van de voedselketen (ijsberen, roofvogels, mensen) tot schadelijke concentraties accumuleren tot in de moedermelk toe. Het nauwelijks afbreekbare gif hoopte zich niet alleen op in de bodem en in rivierslib, maar ook in dierlijk vetweefsel, dat van de mens incluis. Zonder grondig onderzoek naar de gevaren hadden de producenten van DDT iedereen meegesleept in een kruistocht voor een steriele, insectenvrije wereld, waarbij enorme aantallen mensen aan dit gif waren blootgesteld. Het publiek was onwetend gehouden, het boek Silent Spring van Carson maakte een einde aan de paradijselijke droom van een insecten en ziektevrije wereld. Het paradijs werd een hel. Ook deze deur naar het paradijs bleek een kattenluikje te bevatten naar een doos van Pandora vol met hellebeesten.

Een voorbeeld in wording is glyfosaat (Roundup). Een product dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw door Monsanto op de markt wordt gebracht. Nu in het bezit van Bayer, een bedrijf gespecialiseerd in onder andere gewasbeschermingsproducten. Reeds jaren woedt de discussie of glyfosaat wel of niet carcinogeen is. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) beoordeelt glyfosaat als voor mensen waarschijnlijk carcinogeen. Volgens het Amerikaanse Environmental Protection Agency en Europees Chemicaliënagentschap (ECHA) is glyfosaat niet carcinogeen. In januari 2015 concludeerde het Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) na een review van de beschikbare gegevens dat glyfosaat bij laboratoriumdieren geen carcinogene of mutagene kenmerken toont. In maart 2015 categoriseerde het IARC glyfosaat als ‘waarschijnlijk carcinogeen voor mensen’. Volgens het BfR was die beslissing gebaseerd op slechts een aantal studies en wordt het niet bevestigd door het vaak geciteerde cohortonderzoek “Agricultural Health Study” Vanaf 2019 verschijnen er berichten in de media dat in de VS al tienduizenden rechtszaken tegen Monsanto zijn aangespannen door mensen die zeggen dat zij kanker hebben gekregen door het gebruik van het middel Roundup (glyfosaat), waarbij al tientallen miljoenen aan schadevergoeding door de rechtbanken zijn toegewezen. In de NRC van 7 augustus 2021 was te lezen dat Bayer 3,5 miljard euro reserveerde voor de “mogelijke kosten van de rechtszaken rond de onkruidverdelger Roundup, die wellicht kankerverwekkend is”. Ook hier is de kans groot dat wat het paradijs leek voor de boer en de producent wel eens een doos van Pandora zou kunnen zijn voor de boer met restanten van een mogelijk kankerverwekkende stof in zijn producten en grond, en voor de producent die overweldigd wordt door de schadeclaims van kankerpatiënten. Met mijn chemisch-fysische achtergrond kijkend naar de chemische structuur van glyfosaat denk ik: van het begin af aan had men kunnen weten dat dit product op zijn minst verdacht carcinogeen zou zijn. Bij het chemische bedrijf waar ik een groot deel van mijn leven in werkte, keken wij steeds eerst naar de chemische structuur van een mogelijk nieuwe grondstof voordat we deze gingen gebruiken. Wat zijn de mogelijke risico’s? Bij het werken met die stoffen, bij het gebruik in het productieproces en bij de eindproducten waar een dergelijk stof in gebruikt was. Risico’s voor de eigen R&D medewerkers, maar ook voor de eindgebruikers accepteerden wij niet. Mijn werkgever wilde dat de medewerkers het voorzorgprincipe hanteerden. Dus liever niet gebruiken of alle denkbare voorzorgmaatregelen nemen.

In alle geschetste voorbeelden was het steeds zo dat degenen die aan de producten verdienden dezelfde waren die de voordelen benadrukten en de nadelen of risico’s bagatelliseerden. Totdat de feiten hen achterhaalden! De schade aan mens, maatschappij en het milieu was dan al gigantisch. Winstbejag en de verlokkingen van het paradijs (de ongekende nieuwe mogelijkheden) hadden de gebruikers/consumenten verlokt het kattenluikje naar de hel door te gaan en de doos van Pandora te openen.

Roken is één van de ‘eeuwigdurende’ heen en weer slaande deuren naar het ‘paradijs’ van de nicotineverslaafden met als tijdelijke ‘paradijsbewoners’ de verslaafden, die de rookwarenfabrikanten veel geld laten verdienen aan hun verslaving met het Rijk als inner van de tabaksaccijnzen die daardoor de motivatie mist om echt in te grijpen. Die tijdelijke bewoners ontdekken soms de deur naar de hel wanneer ze kennis maken met de hellehond die kleincellige longkanker heet. Ik verloor in enkele maanden mijn echtgenote aan die hellehond. Als samenleving laten we dit al tientallen jaren gebeuren. Terwijl we beter weten!

Ik zie een ander geschapen ‘paradijs’ met een deur met een kattenluikje naar een doos van Pandora. De verleidingen zijn groot om niet te zeggen groots. Wifi en alles wat Wifi mogelijk maakt! De verbinding met de wereld, naar amusement, naar een verslaafd makend apparaatje in de hand. Elektromagnetische straling vult onze omgeving door allerlei ‘prachtige’ toepassingen die ons afhankelijk maken en straks niet meer weg te denken zijn. Ik schreef er eerder over.

In april 2020 stond er een artikel in Science met de conclusie dat uit een meta-analyse uit 166 studies blijkt dat sinds 1990 de insectenaantallen op land met 24 % zijn afgenomen.

Het Australische “Mount Nardi bio-diversiteits-onderzoek” (.PDF) beschrijft over een periode van vijftien jaar de verwoestende impact van de komst van 3G- en 4G-zendmasten in een ongerept natuurgebied in het regenwoud van Oost-Australië.

Dichter bij huis bleek uit een onderzoek (2017) van het Duitse biodiversiteitsinstituut iDiv dat bij een studie rond Krefeld in minder dan dertig jaar de biomassa van vliegende insecten met 75 % was afgenomen. Volgens de vlinderstichting is het aantal dagvlinders sinds 1990 gehalveerd en het aantal nachtvlinders is in twintig jaar met meer dan 50 % afgenomen.

In de eind 2020 verschenen zesde Voortgangsrapportage Natuur is te vinden dat “sinds 1990 de karakteristieke fauna in het stedelijk gebied, de broedvogels en dagvlinders, met 50 % is afgenomen”.

In 2019 is een rapport uitgekomen van het International Union for Conservation (.PDF) of Nature and Natural Resources (IUCN), waarin gesteld wordt dat van de onderzochte 454 boomsoorten op Europese bodem er 42 procent met uitsterven worden bedreigd en van de 258 endemische soorten 58 % met uitsterven worden bedreigd. Willen we niet weten wat de oorzaak is en sluiten we onze ogen en oren?

Ik heb een technisch-fysische achtergrond. Ik hecht daardoor aan harde metingen. Die zijn te vinden in de rapportage van het onderzoek “the effect on tree of pulsed digitally modulated high frequency electromagnetic fields produced by em transmitters”. Hierin worden de bio-potentiaal metingen aan boomcellen in een kooi van Faraday beschreven, waarbij tot op de minuut nauwkeurig was vast te stellen wanneer een Wifi router werd aan- of uitgezet. Er was een zichtbaar effect op de waarde en aard van het te meten bio-potentiaal.

Voor mij is het helder. Als een (boom)cel op een dergelijke wijze reageert op Wifi (elektro- magnetische straling) is alle voorzichtigheid geboden en zou het voorzorgprincipe in acht genomen moeten worden.

Zijn 5G en haar voorlopers met haar bombardement van Elektromagnetische straling onschuldig en een zorgeloze weg naar het paradijs of zal de prijs hoog blijken te zijn? Het wordt tijd voor bezinning. In mei 2015 deden meer dan 200 wetenschappers die betrokken zijn bij onderzoek naar de biologische en gezondheidseffecten van elektromagnetische velden een appèl gericht aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, waarin werd opgeroepen tot het opstellen van meer beschermende WHO-richtlijnen voor elektromagnetische stralingsbronnen en werd aangedrongen op het stimuleren van voorzorgsmaatregelen tegen blootstelling aan elektromagnetische velden en het informeren van het publiek over gezondheidseffecten. Zoals een verhoogd risico op kanker, genetische schade, alsmede structurele en functionele veranderingen op het voortplantingssysteem. In het beroep stelden zij, dat talrijke wetenschappelijke studies aantonen, dat elektromagnetische velden ook onder de nu geldende normen invloed hebben op levende organismen.

Sluiten we de deur naar de hel en de hellehonden die zich daar bevinden en proberen we die doos van Pandora dicht te houden? In een land als Frankrijk hanteert de overheid zoveel mogelijk het voorzorgprincipe. Zo is Wifi en de mobiletelefoon op scholen verboden. Computers aan de draad is daar de norm. Wel zoveel mogelijk de paradijselijke geneugten en de hellehonden zoveel mogelijk aan de ketting! Lijkt mij geen slechte benadering!

 

Louis van der Kallen.

 

 


DE VOS EN DE DRUIVEN

 

    


| 10-08-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de druiven

Een hongerige vos zag eens druiventrossen aan een wijnstok hangen en wilde ze pakken. Hij kon er niet bij zodat hij maar afdroop en tegen zichzelf zei: “Ze zijn vast niet rijp.”

Moraal

Soms is wat je wilt onbereikbaar. Dan zijn het – als geruststelling voor jezelf – vast de omstandigheden, nooit je eigen beperkingen. Dan zijn de druiven zuur! Zo is het soms ook met kandidaten die bij een verkiezing niet gekozen werden. Dan zijn er vele Calimero’s: “Zij zijn groot en ik is klein, en da’s niet eerlijk, o nee”. Het Calimerocomplex is onder politici wijd verspreid.              Het machtsdenken ook. Recent Jo Ritzen (PvdA) in de NRC op zaterdag 7 augustus 2021: “Ik pleit voor een burgerinitiatief dat een kiesdrempel afdwingt, waardoor heel kleine partijen niet meer in de Kamer kunnen komen”.

 

Louis van der Kallen.



DE LEEUW EN ZIJN RAADSLEDEN

 

    


| 03-08-2021 |

 

 

De leeuw en zijn raadsleden is een fabel uit Zambia in de traditie van Aesopus, een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Lang geleden leefde er een leeuw die drie raadsleden had: een wolf, een jakhals en een raaf. Koning leeuw regeerde en jaagde, zijn raadsleden adviseerden hem en aten alles wat de leeuw hen gaf. Allemaal waren ze tevreden.

Op een dag kwam een kameel aan in het koninkrijk. Koning leeuw had nog nooit zo’n dier gezien en was nogal nieuwsgierig. “Wie ben je en wat zoek je hier vreemdeling?”, vroeg de leeuw. “Ik ben een kameel en ik zoek bescherming”, was het antwoord. De leeuw vond hem wel aardig en zei: “Blijf bij ons als een gast. Je zal hier veilig zijn.” De kameel aanvaardde de uitnodiging met plezier en bleef van toen af aan bij de leeuw. Hij was er zeer tevreden. Hij had weiden om te grazen, water om te drinken en bescherming van de sterke koning.

Maar op een dag werd de leeuw verslagen door een olifant. Gewond lag hij op de grond, hij kon zich niet meer bewegen en dus ook niet meer jagen. De raadsleden die van de leeuw afhankelijk waren voor hun voedsel, kregen honger. “Wat zullen we doen?” vroegen ze elkaar. “We zullen nooit zelf kunnen jagen”, gaapte de luie wolf. “Laten we de kameel opeten”, stelde de jakhals voor. “De koning zal dat nooit goedvinden”, zei de wolf, “de kameel was zijn gast.” – “Laat mij hem ompraten”, zei de raaf en vloog naar de koning. “Oh, machtige heerser”, sprak hij, “we zijn bezorgd om u. U eet en drinkt niets en we zijn bang dat u zo zal sterven van zwakheid”. – “Je hebt gelijk,” antwoordde de leeuw”, maar wat kan ik doen als ik zelf niet kan jagen?” – “Waarom zou je moeten jagen als een goed maal vlakbij is?”, kraaide de raaf. “Jij denkt zeker aan mijn vriend de kameel, verrader”, sprak de leeuw boos. “Wil je dat ik mijn erewoord breek?” – “U zult het niet hoeven te breken, u zult zien dat de kameel zelf zal komen om zijn eigen vlees te geven. Dan bent u vrij om hem op te eten”, antwoordde de kraai. “Nou, goed dan,” murmelde de leeuw.

De raaf vloog weg naar zijn vrienden de raadsleden en smeedde een complot. Hij vertelde hen wat ze moesten zeggen en hoe ze het moesten zeggen. Toen vroegen ze de kameel om met hen mee te gaan op bezoek bij de koning. Toen ze bij de koning waren aangekomen, nam de raaf als eerste het woord. “Oh, allermachtigste koning”, vleide hij, “Ik zie dat u zal sterven van zwakheid als u niets eet. Maar wij, uw dienaars, geven onze levens voor u. Eet mij en wordt weer sterk”. Nog voor de raaf uitgesproken was, riep de jakhals: “Nee, machtige koning, de raaf heeft maar weinig vlees onder zijn veren en het zal u niet smaken, neem mijn vlees”. Nog voor de jakhals was uitgesproken huilde de wolf: “Nee, waardevolste koning, de jakhals is niet schoon, zijn vlees zal u schaden, eet mij toch” .Maar toen begonnen de raaf en de jakhals door elkaar te schreeuwen. “Nee, nee, neem het wolvenvlees ook niet, het zal u geen goed doen”. De kameel had staan luisteren en dacht: “Dit is mijn kans om de koning mijn dankbaarheid te tonen, maar hij zal het nooit goed vinden”. Zodoende sprak de kameel tegen de koning: “Oh, heerser, als u geen wolvenvlees, ravenvlees of jakhalsvlees kunt eten, neem dan mijn vlees”.

Toen spraken de wolf, de raaf en de jakhals als één stem: “Ja koning, neem hem als maaltijd,” en ze sprongen allemaal op de kameel en verscheurden hem.

Moraal

Velen proberen de burger/kiezer met ‘schone’ woorden te verleiden tot opoffering of tot daden waar men later spijt van krijgt. Ook Harrebomée kent in dit kader enkele wijsheden.

“Bij tijds een zaak voorzien, Is ’t werk van wijze liên” en “In tijds voorzien, Baat alle liên” (Als je op tijd door hebt hoe de vork in de steel zit trap je er niet in).

“Schoone woorden zonder meenen, Die verraders u verleenen” (Vleiers hebben vaak alleen hun eigen belang voor ogen).

“Wat is ten hove ’t grootste kwaad? De pluimstrijkende vos met zijnen raad” (Vertrouw de vleiers niet, zij zijn vaak het grootste kwaad).

 

Louis van der Kallen.



WAS WIJLEN WIM KAN EEN ZIENER?

 

    


| 30-07-2021 |

 

Of wijlen Wim Kan een ziener was, is voor mij geen vraag meer maar een zekerheid. Voor hem was het vast ook de zekerheid waarop zijn gevleugelde uitspraak “waar gaan we in het nieuwe jaar naar toe” gebaseerd was. Wim Kan is voor mij de twintigste-eeuwse Nostradamus. Wat mij betreft mag de paus de procedure starten voor een heiligverklaring.

De lezer zal zich afvragen: welk ‘licht’ heeft Lowieke nu weer gezien? Ik heb niet het ‘licht’ gezien maar wel het afgelopen half jaar een ervaring opgedaan die mij het besef heeft bijgebracht dat de wereld verandert op een manier die mij verbijstert. En Wim Kan had die wereld in zijn oude oudejaarsconference 1976 luid, duidelijk en muzikaal voorspeld.

Hij verwoordde het eind 1976 in zijn liedje “Meester, Meestertje.”

Meester, meestertje wat heb je toch gedaan. Waarom ben jij na Aap Noot Mies nog verder doorgegaan. Je had toen moeten stoppen. In plaats ons vol te proppen. Met allerhande dingen. Waarmee we niks beginnen. De droom van alle ouders is een intellectueel. Maar veertigduizend psychologen is misschien wat veel.

Meester, meestertje wat heb je ons verteld. Van heel geleerde mannen als Van Oldenbarnevelt. Na jarenlang studeren. En moeizaam promoveren. Zijn er voor ons geen banen. Geleerde veteranen. Die zitten eenzaam thuis alleen, dat hoeft toch geen betoog. Voor stratemaker deugt in ’t algemeen geen psycholoog.

Meester, meestertje wat deed je ons toch aan. We zijn toen van ellende maar naar Afrika gegaan. We brachten ze beschaving bij. In al die zwarte landen. Nou zijn ze net zo knap als wij. Gewapend tot hun tanden. Je hoeft ze niks meer te vertellen, niemand krijgt een baan. Amin neemt al sinds jaar en dag geen spiegeltjes meer aan.

Meester, meestertje wat hebben we gezien. Waar bleven al die jongens en die meisjes met een tien. Ze werden doctorandus. Na al die jaren leren. Maar als bij jou je kraantje lekt. Wie komt dan repareren? De psycholoog, de socioloog zit achter z’n bureau. En de allerlaatste loodgieter staat bij Madame Tussaud

Wat is mijn het ‘licht brengende’ ervaring? Ik ben geboren met ‘twee linkerhanden’. Mijn eerste werkgever had al snel door dat Lowieke niet zo geschikt was voor zwaar fysiek werk. Toen ik tijdens mijn eerste bietencampagne bij het proefbedrijf van de zaadkwekerij waar ik werkte (net als al het andere personeel, inclusief de directie) werd ingeschakeld om bij circa 0 graden Celsius bieten schoon te schrobben voor onderzoek werd ik al na twee uur door de directeur naar huis gestuurd. Dat tere stadsjochie zou acht uur niet redden. Het werk op het laboratorium was en bleef mijn domein. Ik werd als enige van de circa 60 medewerkers vrijgesteld, terwijl de mannen met ‘Ir.’ voor hun naam wel stonden te bikkelen. Ik wou wel maar ik kon niet. Sinds die tijd weet ik wat ik wel en niet kan. Dus huur ik voor het echte werk vakmensen in. En tot nu toe was dat geen probleem.

Circa 30 jaar geleden kochten Ank en ik het huis waar ik woon. Bij dat huis hoorde een appartementje van ruim zestig vierkante meter in het centrum. Dat appartementje is al die jaren verhuurd geweest. De laatste huurder is in maart van dit jaar vertrokken. Nu is het zaak het appartementje weer aan de eisen van nu aan te passen. Dat vergt enig werk. Met name het badkamertje moet worden aangepast. Wat sloopwerk, de vloer egaliseren, wat werk aan de CV, het elektra, wat metselwerk, wat loodgieterswerk en het geheel BETEGELEN! De aannemer waarin ik vertrouwen heb, wil het graag doen. MAAR: het probleem is het tegelwerk. Goede tegelzetters zijn zeldzaam en komen om in het werk. Ook oriëntatie elders leverde hetzelfde resultaat. Wachten! Terwijl de nieuwe huurster staat te trappelen. Haar spulletjes staan er grotendeels al. Bewoning is helaas nog niet aan de orde. Zelfs het aanbod de tegelzetter een dubbel uurloon te betalen heeft tot op heden niet het gewenste resultaat gehad. Ik wil alles officieel en via mijn aannemer zodat ik op het resultaat kan vertrouwen. Het moet goed en veilig. Voor een halve autist als ik is dit al een hele opgave!

Vakmensen zoals schilders, tegelzetters en slagers worden zeldzaam. Er is een overaanbod aan gestudeerde zielen. Maar om met Wim Kan te spreken: “Maar als bij jou je kraantje lekt. Wie komt dan repareren?” Mijn huurster een starter wil de huurprijs van 450 euro per maand graag betalen. Zelfstandig wonen in het centrum is haar wens.

Een deel van de woningnood is door overheidsbeleid en door de keuzes van de jongeren en hun ouders veroorzaakt. Wim Kan, de ziener, voorzag het al in 1976. Je zal maar met veel inzet en veel studieschuld gestudeerd hebben en geen baan kunnen vinden en geen betaalbaar huis kunnen kopen of huren. Mijn moeder zaliger zou 60 jaar geleden gezegd hebben: “had je maar een vak geleerd moeten hebben”. Het wordt tijd dat de echte vakken, waarbij de handen worden gebruikt, de waardering en het respect krijgen dat zij verdienen. Maatschappelijk zijn vakken als in de bouw zoals de door mij gezochte tegelzetter belangrijk want zonder hen geen fatsoenlijke badkamer en geen verhuur en geen woning voor een woningzoekende starter!

 

Louis van der Kallen.


DE WOLF VAN KWADE FAAM

 

    


| 28-07-2021 |

 

“De Wolf van kwade faam” is het slotgedicht van de fabel “Hof van justitie der dieren” geschreven door Émile de La Bédollière. Het is een fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De Wolf van kwade faam

Hoort, Gans en Vlaamse Gaai, Eend, Hen en Ekster, Hoort! Hoort, Zwart’ en Bonte Kraai, Er is een Ooi vermoord, Een gruweldaad, begaan Door ’n Wolf van kwade faam.

Hij zag haar op de hei, Hoe maakt u het, Mevrouw? Met holle stem hij zei. De Ooi te goeder trouw Zei: Goed, en gij, Meneer? Daarop stak hij haar neer!

Denkt niet dat hij ontkwam, Al riep hij ook: Ik ben Onschuldig als een Lam – Niemand geloofde hem. Nu zit hij in het cachot En wacht op het schavot.

Moraal

O Dieren die Het pad der misdaad kiest, Weet wel wat gij verliest!

Welk pad wij als partners, burgers of bestuurders kiezen is vaak bepalend welk lot of oordeel ons ten deel valt. Dus bezint eer gij begint, is voor menigeen een aanbevelingswaardig levensmotto.

 

Louis van der Kallen.



GEDOGEN

 

    


| 25-07-2021 |

 

Regels, “we doen er niets mee”, lijkt het motto van de (lokale) politiek en overheid. Neem eens de moeite de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (.pdf) van Bergen op Zoom door te nemen. Wat zou de gemeente vaak een actie kunnen ondernemen tegen drugs, afval, overlast, bedelarij, hondenuitwerpselen, geluidshinder, hinderen van verlichting en parkeerexcessen, Illegale huisvesting (verhuur) van internationale werknemers (arbeidsmigranten) enzovoort!

De APV biedt tal van mogelijkheden datgene aan te pakken wat u hindert. En wat doet de overheid in heel veel gevallen: niets. Als je al een reactie krijgt op een klacht is het antwoord vaak “ geen prioriteit!” Soms gaat het zelfs zover dat in een stuk aan de gemeenteraad geschreven wordt: “tot 2023 wordt het gedoogd”. Laatst nog in een debat over de huisvesting van internationale werknemers. Huisjesmelkers houden vrij spel om over de rug van hun huurders en omwonenden hun zakken te vullen. Het gedogen, het niet optreden tegen overtredingen is dan officieel BELEID!

Dan zijn er ook nog partijen die willen bezuinigen door naar hun zeggen “alleen de wettelijke taken uit te voeren”. Het summum van kretologie. Heel veel van wat een gemeente doet, zijn geen wettelijke taken. Waar staat in de wet dat een gemeente de openbare ruimte moet onderhouden en tot welk kwaliteitsniveau, waar staat dat de gemeente een schouwburg of theater moet openhouden of moet subsidiëren? Of een zwembad moet exploiteren of subsidiëren? Of sportterreinen moet beheren? Het zou wat worden als die partijen hun kretologie echt zouden uitvoeren.

Het rare is: er zijn ook wettelijke taken die Bergen op Zoom weigert uit te voeren of alleen op papier of symbolisch uitvoert. Op zich is de APV een soort van voorbeeld. Maar soms gaat het nog veel verder. De gemeente Bergen op Zoom wil zich graag voor laten staan haar erfgoed te koesteren. In één van mijn brieven over de bezuinigingen verwees ik er naar.

Sinds 2015 heeft Nederland een Erfgoedwet. Artikel 3.16. van de Erfgoedwet gaat over gemeentelijk erfgoed. Lid 3 van de Erfgoedwet luidt “Het college van burgemeester en wethouders houdt een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed bij.” Er is een Erfgoedverordening Bergen op Zoom in april 2017 vastgesteld. Bergen op Zoom heeft dus wel een Erfgoedverordening maar heeft de eerste vier leden van artikel 3 van die Erfgoedverordening slapend verklaard en weigert dat karakter van de eerste vier leden van de Erfgoedverordening april 2017 op te heffen (zie het antwoord op mijn brief).

Ons erfgoed is in gevaar! Ik verwijs hierbij naar een brief van de STICHTING IN DEN SCHERMINCKEL waarin ook zij het college en de raad wijzen op de “wel erg summiere taakopvatting voor een stad als Bergen op Zoom” als het over ons erfgoed gaat. In de brief van In den Scherminckel over de toekomstvisie komt de volgende passage voor: “Anderzijds is het onderstreepte gedeelte in strijd met de Erfgoedwet, in ieder geval voor wat betreft archeologie. Archeologische vondsten zijn in Bergen op Zoom sinds 2001 gemeentelijk bezit. Zo is destijds bepaald in de Monumentenwet en dat is overgenomen in de huidige Erfgoedwet. De gemeente heeft de zorgplicht (depot-bewaarfunctie) en archeologische vondsten zijn onvervreemdbaar. Dat kan nooit een private aangelegenheid zijn/worden. En “erfgoed” strekt zich ook uit over museaal bezit.”

Ik onderschrijf hier ieder woord van. Een gemeente met een geschiedenis als Bergen op Zoom kan haar geschiedenis en het materiële erfgoed daarvan overboord gooien. Het is niet alleen moreel verwerpelijk maar ook in strijd met wet en regelgeving. Maar gemeentebestuurders – ook al dragen zij de ambtelijke titel wethouder – zijn klaarblijkelijk niet gehouden aan de wet. Gedogen is een werkwoord waarin zij zich meer herkennen dan in handhaven en beschermen. Ik vraag mij soms af: of die ‘wethouders’ en raadsleden wel eens gekeken hebben naar het beeld van Vrouwe Justitia op de voorgevel van het stadhuis en of ze snappen waar het zwaard in haar rechter hand (voor de kijkers links) voor dient.

 

Louis van der Kallen.

 


DE VOS EN DE AAP

 

    


| 25-07-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de aap

Een vos en een aap waren samen op reis. Ze kregen woorden over de vraag wie van hogere komaf was? Beiden hadden een stapel argumenten. Toen ze een begraafplaats passeerden, bleef de aap staan kijken en begon te zuchten. “Wat is er?” vroeg de vos. De aap wees naar de graven en zei: “waarom zou ik niet huilen nu ik de grafstenen zie van de vrijgelatenen en slaven die mijn voorouders hebben bezeten?” “Ja, ja lieg maar raak,” zei de vos, “niemand van hen zal opstaan om je tegen te spreken.”

Moraal

Zonder de mogelijkheid tot tegenspraak is liegen en pochen makkelijk. Daarom staan verkiezingsprogramma vaak vol met mooie beloften en standpunten. Wie spreekt ze tegen en om met Harrebomée te spreken: “Die zijn woord niet houdt, heeft goed beloven.” Noch makkelijker wordt het als de mooie beloften of standpunten anoniem de wereld in zijn geslingerd.

 

Louis van der Kallen.