WE ZIJN HET ZAT

 


 

WE ZIJN HET ZAT

 

Strobridge & Co. Lith, published in the U.S. before 1923 and public domain in the U.S.

De afgelopen maanden staan de media vol met discussies over onze ‘witte’ cultuur, onze geschiedenis, onze zeehelden, onze straatnamen, ons slavernij verleden, onze (koloniale) oorlogsbuit, onze zwarte Piet en zelfs over onze pepernoten. Ze lijken wel gek geworden. Er is niks mis met het beschermen van de culturele identiteit van minderheden. Maar de identiteit en geschiedenis van de ‘witte’ Nederlander wegzetten als racistisch, koloniaal of nationalistisch is te absurd voor woorden.

Ik heb mij altijd een wereldburger gevoeld, maar wel met gevoel voor mijn cultuur, taal en geschiedenis en die van mijn voorouders. Met de ogen van nu zie ik welke fouten er in het verleden gemaakt zijn. Maar ik veroordeel ze niet, want de tijden van Piet Hein, Jan Pieterszoon Coen, Jan van Riebeeck, Paul Kruger en vele andere roemruchte volksgenoten waren geheel anders dan nu. Geïnspireerd door religies, die op zijn minst zo onverdraagzaam waren als sommige islamstromingen nu, hebben zij daden verricht die nu volstrekt ondenkbaar en onacceptabel zouden zijn, maar in hun tijd als ‘heldendaden’ werden gezien. Nederlanders van toen waren in hun tijd niet beter of slechter dan de volkshelden van andere, wel of niet gekleurde volkeren.

Ben ik benepen of nationalistisch of zelfs racistisch als ik vast wil houden aan de cultuur van mijn vader of moeder of de stad waar ik ben geboren en opgegroeid? Ik schaam mij niet als men kan horen dat ik in Rotterdam ben geboren. Ik schaam mij niet dat ik de verengelsing van mijn taal, het Nederlands, verafschuw. Ik schaam mij niet dat ik producten, waarvoor onnodig met Engelse woorden reclame wordt gemaakt, probeer te vermijden. Ik wil niet langs de maatlat van de globalisering worden gelegd. Laat staan dat ik langs de Amerikaanse maatlat van zwarte Piet als ‘blackface’ (een stijlfiguur uit het Amerikaanse vaudevilletheater van de 19e en de vroege 20e eeuw, waarbij een blanke zich zwart schminkte om zwarten te vernederen en belachelijk te maken), gelegd wil worden. Zwarte Piet is geen vorm van blackfacing in de Amerikaanse traditie die nu in Amerika veroordeeld wordt. Zwarte Piet is geen symbool van racisme! Zwarte Piet bekijken vanuit, een mede  door de sociale media veroorzaakt, Anglo-Amerikaans oogpunt is niet alleen een ontkenning van mijn cultuur en geschiedenis, het is een vorm van Amerikaanse cultuurdominantie die ik niet wens te accepteren. De aanval op Zwarte Piet is naar mijn gevoel een onbeschaamd cultureel imperialisme van de Anglo-Amerikaanse culturele opvattingen en schaamte voor hun eigen verleden. Ik wens mijn eigen cultuur te behouden en verwacht van anderen, die hier wonen, dat ze dit accepteren. Net zozeer dat ik accepteer dat de religie, cultuur en geschiedenis van nieuwe landgenoten anders is dan de mijne. Als we willen dat de multiculturele samenleving leefbaar blijft of weer wordt, is het geboden elkaar en elkaars cultuur en geschiedenis te accepteren, waarbij de wet en regelgeving van dit kleine volle landje de basis is waaraan iedereen zich heeft te houden. Hierbij zijn Nederlands en Fries de taal uitgangspunten. Als je een andere taal wilt spreken of lezen zijn daar de media en territoriale eenheden waar die taal standaard geschreven, gesproken en beschermd wordt. Nederland en daarin Friesland zijn die territoriale eenheden waar het Nederlands en het Fries recht hebben op bescherming. Er is geen andere plek op deze aarde waarop wij onze taal en cultuur kunnen behouden. Gun ons die bescherming van onze taal en cultuur.

Recent leeft de discussie over roofkunst/oorlogsbuit weer op. Nu is oorlogsbuit niet iets exclusiefs voor de koloniale oorlogen. Piet Hein haalde voor de Republiek der verenigde Nederlanden de zilvervloot binnen. Tal van schatten/kunstwerken werden ook bij Europese oorlogen geroofd en sieren nadien de paleizen van vorsten en de adellijke veldheren die als overwinnaars geëerd werden. Ook in de bodem van de Scandinavische landen worden met regelmaat Vikingschatten gevonden, die geroofd zijn uit de rest van Europa. Moeten ook die terug? Het is een moeilijke discussie. Waar zijn de objecten het meest op hun plaats? Ze maken deel uit van meerdere geschiedenissen. Van de verliezers en de overwinnaars. Wie is nu de ‘rechtmatige’ eigenaar en wie is de morele eigenaar? Waar is een object, dat ook deel uitmaakt van  de universele geschiedenis van de mensheid, het meest op zijn plaats? Als het architectonische elementen zijn, is het antwoord, voor mij, simpel. In het oorspronkelijke bouwwerk waar het uit gesloopt is. Maar als het om kunst gaat is het veel minder helder, zeker als de verblijfs/eigendomsgeschiedenis van het object niet gereconstrueerd kan worden. Ook de vraag of het object op enig moment is aangekocht, verkregen als gift of geroofd is kan relevant zijn.

En nu de pepernotendiscussie te gek voor woorden. Die pepernoten en die gebruikte kruiden maken deel uit van mijn geschiedenis en cultuur! Blijf er vanaf.

Voor mij is helder dat de aard en toon van het debat vaak het karakter heeft van een opeenstapeling van verwijten, waarbij de ‘witte’ geschiedenis, literatuur, politie of maatschappelijke inbreng ‘zwart’ wordt gemaakt en neer komt op morele chantage. Jammer, want dan gaan de hakken van velen in het zand. Mensen worden de discussies en aantijgingen van schuld en de eis van boete zat. Femke Halsema zei het eens in Buitenhof heel treffend: “Je geschiedenis tors je als natie”. Ik krijg het gevoel dat velen dit torsen zat worden en dat de actie bij Dokkum vorig jaar hier het gevolg van is. De ‘racismebestrijders’ zijn, naar mijn gevoel, hard op weg racisme op te wekken door de steeds oplevende schuldvraag. Terwijl de tegenbeweging de morele chantage en zwartmakerij simpelweg zat is.  

Het startpunt moet het stoppen zijn van de Zwarte Pieten discussie. Ik constateer, in mijn omgeving, dat met deze discussie een kantelpunt is bereikt in onze samenleving. Het is een ‘no passarán’ (zij komen er niet door, de strijdkreet in de Spaanse Burgeroorlog). Zo is de beleving van vele kaaskoppen. Ik zie in mijn omgeving de ‘witte’ Nederlanders en mij zelf in die discussie veranderen. De grens van acceptatie en aantasting is voor velen bereikt. Blijf er vanaf en laat de ‘witte’ Nederlanders hun eigen cultuur houden en beleven. Net zo goed als de nieuwe landgenoten hun eigen cultuur moeten kunnen blijven beleven.

Louis van der Kallen

 


 

 

HET RIJKS(MUSEUM)

 


 

HET RIJKS(MUSEUM)

 

Recent ben ik met onder andere mijn zoon naar het Rijksmuseum geweest. Onderstaand mijn en zijn ervaringen. Ieder liepen we vanaf het Centraal Station een andere route. Ik rechtstreeks en hij via de Nederlandsche Bank. Amsterdam is druk en voor een ‘boertje van buiten’ chaotisch. De toeristische bordjes zijn niet altijd logisch. Bij de start al geen aanwijzingen naar het Rijksmuseum, na een poosje wel “Museumplein”, maar even verder ook weer niet. Dan de ingang vinden van het Rijksmuseum. Je verwacht iets groots. Dat is het niet. Onder een doorgang wel een draaideur met een bordje uitgang/exit maar bij de draaideur, die toegang gaf tot een centrale hal, niet een bordje toegang. Voor mij niet z’n probleem. Voor mijn zoon die later kwam en autistisch is wel. Paniek en frustratie. Hij kon de ingang niet vinden. Normaal gesproken was ik hem tegemoet gelopen. Maar ik had een ander probleem. Ik had al ontdekt dat er een tassenverbod was. Dus onze tassen zouden in een kluisje moeten. Die waren te vinden achter de aanwijzing “locker”. Er waren er volstrekt onvoldoende (260) voor de drukte op een gewone doordeweekse woensdag. Na circa 20 minuten kwam er ééntje vrij waarvan ik het sleuteltje kon bemachtigen. Maar toen kwam het volgende probleem je had een munt van 50 cent nodig om hem op slot te doen. Dus ik was veroordeeld tot wachten tot dat hij zelf de toegang en mij had gevonden. Raar, zo’n groot museum, het topmuseum van Nederland en dan zo weinig kluisjes. Later bleek dat je de tassen ook bij de bewaakte garderobe kwijt kunt. Maar dat vertrouwt toch niet iedereen. Later bleek ook dat het ‘geen tassenbeleid’ niet echt consequent werd toegepast. Mijn zoon mocht zijn cameratas niet meenemen. Maar in het museum zagen wij veel dames met tassen lopen die soms wel 2 maal zo groot waren als de cameratas van mijn zoon. Voor een autist is zo iets onbegrijpelijk. Regels zijn regels. Die gelden voor iedereen is in het denken van een autist als mijn zoon de standaard.

Dan het Rijksmuseum. Een prachtig gebouw met een haast nog mooiere collectie die fraai was uitgestald. Toch een teleurstelling voor mijn zoon. Mijn zoon, vele jaren werkzaam als assistent archeoloog en na een fors aantal medische problemen nu parttime collectiebeheer medewerker bij een lokaal museum, had een heel andere verwachting bij het top museum van Nederland. Zijn hoofdconclusie: als het Rijksmuseum getoetst zou worden op het keurmerk “geregistreerd museum” zou het dat keurmerk niet behoren te krijgen. Voor hem was het onbegrijpelijk dat slechts bij een beperkt aantal objecten een omschrijving was te vinden. Soms was er een scherm in de buurt voor aanvullende informatie. Maar dat was keer op keer een diepe teleurstelling. Eén voorbeeld uit velen. Gezien zijn achtergrond en ervaringen in en rond de aardewerkstad Bergen op Zoom heeft hij veel kennis van aardewerk. De tentoongestelde objecten bevatte veel prachtig aardewerk. Op het scherm kon je de tentoongestelde stukken aantikken en dan verscheen er meer informatie. Maar die bleek buitengewoon beperkt. “schenkkan, stoneware, ca 1620”. Geen type aanduiding, geen herkomst aanduiding (geen land of plaats), geen duiding over de afwerking met soort glazuur, geen beschrijving van de decoratie. Van veel stukken kon mijn zoon dit zo wel (grotendeels) invullen. Het is duidelijk het Rijksmuseum is er, als het om de bezoekers gaat, niet meer voor een informatiezoeker. Het is gericht op een groot publiek dat zich kan vergapen aan topstukken. Dat publiek komt voor de pracht en praal en niet voor meer kennis of de uitdaging zich verder te verdiepen in herkomst en achtergrond.

Mijn zoon en ik zijn geen deskundigen wat betreft het museumbeleid. Ik heb vermoedelijk de volstrekt achterhaalde opvatting dat musea er ook zijn voor educatie, voor het wekken van interesse voor het tentoongestelde, voor kennisverrijking. In die zin was het voor mijn zoon een diepe teleurstelling en verwarrend. Hoe kan een instelling als het Rijksmuseum zich zo weinig aantrekken van de taak tot informatieverschaffing. De objectbeschrijvingen zijn, in zijn en mijn ogen, een aanfluiting. Wie handhaaft de standaard dat de collectie, vergaart op kosten van de belastingbetaler, ter plaatse toegankelijk moet zijn. Digitale ontsluiting biedt zoveel mogelijkheden. Juist ter plekke wordt door prachtige stukken de interesse en de behoefte tot meer informatie gewekt en dan volgt de deceptie omdat de verwachting totaal niet wordt ingevuld “schenkkan, stoneware”.  Het kan zoveel beter. Ter plekke uitte mijn zoon menigmaal zijn frustratie. Het diepst bij de vele prachtige majolica schalen. Waarom niet éénmaal de achterkant laten zien. Die kunnen zo mooi, informatief en bijzonder zijn! Was zijn verzuchting. Het hele bezoek was voor mijn zoon een diepe teleurstelling.

Mijn conclusie: musea als het Rijksmuseum zijn toeristische trekkers geworden. Ze hebben geen oog meer voor het andere type bezoeker die komt om te leren, voor kennis en verdieping. Ze zijn een uithangbord geworden om uit te stralen hoe geweldig Nederland en haar geschiedenis en cultuur is.
Ik vraag mij in ernst af wat dat betekent voor de toewijding van conservators en andere betrokkenen als de kwaliteit van hun werk wordt gemeten in bezoekersaantallen en niet meer in de kwaliteit van de kennis die ze verspreiden?      

Louis van der Kallen

 


 

 

DE VERDELING VAN DE ‘MEEVALLER’

 


 

DE VERDELING VAN DE ‘MEEVALLER’

 

Het grootste probleem, wat de afgelopen weken in Den Haag speelde, was een bestemming te vinden voor de ‘meevaller’ die ontstond toen de  afschaffing van de dividendbelasting niet doorging, lijkt nu opgelost. De ‘meevaller’ gaat, in de voorstellen van Rutte, alsnog naar het bedrijfsleven.
Nu is besteden in Den Haag nooit een probleem gebleken. Dat doen ze maar al te graag. Probleem was wie dat besteden zal betalen nu de bevoordeelden, de multinationals, hun voordeeltje dreigden kwijt te raken? Als je het gelobby aanzag dan moest de bestemming van de ‘meevaller’ de arme ondernemers van het (internationale) bedrijfsleven zijn. Want zij doen zulke goede dingen voor Nederland.
 
De politiek schijnt lelijk te doen tegen het grote bedrijfsleven en dat is volgens calimero Antony Burgmans, oud-bestuurder van Unilever en nu actief voor Akzo-Nobel, niet eerlijk. “Het mag wel een toontje lager”. We zouden meer met elkaar moeten praten zo sprak hij in Buitenhof. Meneer Burgmans is niet de meest verkeerde. Maar als het over het toontje gaat en de eventuele besteding van de ‘meevaller’ (dividendbelasting) denk ik er toch iets anders over. Het wordt tijd voor een trendbreuk. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw betalen bedrijven steeds minder mee aan de BV Nederland. Terwijl die BV Nederland toch ook voor hen zorgt dat de samenleving functioneert. Ook de bedrijven worden beschermd door de dijken, ook de bedrijven profiteren van goede opgeleide personeelsleden, ook de bedrijven maken gebruik van de voor veel geld aangelegde infrastructuur en van onze wetgeving. Daar betaalden ze vroeger veel meer aan mee dan tegenwoordig. Enkele voorbeelden:
– Het tarief van de winstbelasting/vennootschapsbelasting was in 1940 30%, nu zijn de tarieven 20 en 25 %, terwijl deze regering voornemens is deze verder te verlagen naar 15 en 20,5 %. Ter vergelijking: in België is op dit moment de hoogste schijf 34,5 %.
– De dividendbelasting was in 2006 nog 25 %, nu 15 % en het voorstel was deze maar helemaal af te schaffen.

Ik geef onmiddellijk toe, in vergelijking met de VS van Trump is het hier, voor de bedrijven, nog zeer beklagenswaardig. Daar is het aandeel van de vennootschapsbelasting in de totale belastingopbrengst van 6 procent in 1953 gedaald naar 1,6 % in 2017. Is dat ons voorland? Maak dan uw borst maar nat. In de VS was in 1950 het aandeel van de loonbelasting op de totale belasting circa 10 % nu circa 40 %. Terwijl het aandeel van de inkomstenbelasting (hogere inkomens) met circa 40 % ongeveer gelijk bleef. De bedrijven en de vermogens profiteerden al die jaren van belastingverlagingen.

Hoe was het bij ons? In 1970 was het hoogste tarief voor de inkomstenbelasting in Nederland 72 %, nu 51,95 % en deze regering is voornemens dat verder te verlagen naar 49,5 %. Die daling is al fors. Maar wat erger is, het denken over veel verdienen is de afgelopen jaren compleet veranderd. In december 2016 schreef ik het artikel “wat een graaiers” Toen was net verschenen de bundel ‘loonfatsoen’ van de hand van Thijs Jansen en Margo Trappenburg. Die bundel liet de ontwikkeling zien van wat fatsoenlijk verdienen werd geacht. Werd in 1975 in de interim-nota inkomensbeleid van het kabinet Den Uyl voor de rijksoverheid nog een inkomensverschil tussen hoog en laag van 1:5 redelijk geacht. Nu (2016) is het FNV standpunt dat ernaar gestreefd moet worden dat de verschillen tussen hoog en laag niet groter zijn dan 1:20. De werkelijkheid is dat ook bij de door de overheid met veel overheidsgeld overeind gehouden banken de verschillen nog veel groter kunnen zijn.

Moest het voor de bedrijven en de grootverdieners nog beter worden? Ik denk het niet. Het Nederlandse vennootschapsbelastingtarief is met de huidige 20/25 % al laag als het vergeleken wordt met bijvoorbeeld België, onze buren, waar de tarieven liggen tussen de 25 en 34,5 %.

Wat dan te doen met de ‘meevaller’ van pakweg 2 miljard? Want het nog kan anders verdeeld worden. Het parlement komt er immers nog over te spreken.
Voordat ik daar over een suggestie doe enkele feiten:
– De pensioenen zijn gemiddeld vanaf 2005 niet meer aangepast aan de inflatie. Er is dus veel ingeleverd.
– Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is de laatste 15 jaar gedaald!
– Het besteedbare inkomen is in de ons omliggende landen, na de financiële crisis, vrij snel  hersteld. In Nederland niet.
– Wereldwijd is het arbeidsaandeel de laatste 15 jaar in het bruto binnenlands product met tussen de 5 tot 10 % gedaald. Ook in Nederland is het fors afgenomen en het lastenaandeel van de huishoudens is sterk gestegen, met name door sterk gestegen sociale premies en pensioenpremies.
– De belastingen op inkomen en arbeid brengen jaarlijks circa 160 miljard euro op. Die op winst en vermogen circa 30 miljard.
– Zelfs de Nederlandse Bank is van mening dat onze groei beperkt wordt door een achterblijvende groei van de gezinsconsumptie.
– Volgens de ranglijst van het World Economic Forum staat Nederland vierde op de ranglijst van de meest concurrerende economieën. Dus het valt wel mee met de kwaliteit van de vestigingsvoorwaarden.

Als het vrijvallende geld niet gebruikt wordt voor schuldaflossing, dan is een verlaging van de belasting op arbeid logischer. Liever nog zou ik kiezen voor een betere overheid. Sinds de jaren negentig constateer ik een verwaarlozing van de publieke zaak en een langzame normalisering van de onverzadigbare hebzucht die uiteindelijk een crisis veroorzaakte in de jacht op bonussen en hogere salarissen. Met nu kopen, kopen, als medicijn (van Rutte) in het verlangen naar meer en meer. Hebzucht als leidend en heilzaam principe!

Toen ik opgroeide zei men in mijn buurt al dat alles ‘naar de ratsmodee zou gaan’. Kapot, corrupt door de hebzucht van het kapitaal! Op 1 mei wapperden de rode vlaggen. In april 2015 citeerde ik ter overdenking uit een stuk van Bas Jacobs in de NRC “alleen een liberale renaissance kan het kapitalisme redden van de kapitalisten. Die renaissance zal alleen niet komen van mensen die zichzelf nu ‘liberaal’ noemen. Zij zijn verworden tot mercantilisten die eerlijke concurrentie en vrijhandel om zeep helpen. Ze stichten belastingparadijzen en steunen dictators. Zij zijn de buikspreekpoppen van een financiële sector die winsten privatiseert en verliezen socialiseert. Ze incasseren grootschalige staatssubsidies op hun vermogensopbouw via pensioenen en huizen. …… alleen het kapitalisme biedt mensen hoop op een vrij leven en voorspoed. Onder één voorwaarde: iedereen zal moeten delen in de vruchten van economische vooruitgang. Maar door het uitvretersgedrag van een groep financieel-economische oligarchen erodeert langzaam het politiek draagvlak onder ons kapitalistische bestel.” Ik onderschrijf die woorden van Bas Jacobs van harte. Het voorstel nu om de ‘meevaller’ volledig ten goede te laten komen aan het bedrijfsleven, de bezitters van het kapitaal, honoreert de lobby’s voor de bezitters en uitvreters.

De onvrede onder de burgerij groeit, net als in het Frankrijk van voor de revolutie waar die ook groeide door spilzucht en hebzucht en het pronkgedrag van de rijken. Uiteindelijk verloor die ‘elite’ hun hoofden onder het gejoel van de paupers die ze ter verrijking van hen zelf hadden beroofd van een menswaardig bestaan. Hopelijk verliezen de helpers van de belastingontwijkers in de toekomst alleen hun ambten. Laat het bedrijfsleven een rechtvaardige bijdrage leveren aan het welzijn van de samenleving en het functioneren van een overheid! De huidige voorstellen voor besteding van de ‘meevaller’ leveren daar helaas geen bijdrage aan.  

Louis van der Kallen

 


 

 

DE ANNEVILLE EIK

 


 

DE ANNEVILLE EIK

 

In december 2016 schreef ik over de over monumentale zomereik in de middenberm van de A58 bij Ulvenhout die volgens Rijkswaterstaat omgehakt zou moeten worden vanwege de toekomstige verbreding van de snelweg. Volgens Rijkswaterstaat is de oude eik boven en onder de grond onderzocht op conditie, stabiliteit en breukgevoeligheid. Uit dat onderzoek bleek dat de eik het uitgraven en verplaatsen niet zou overleven. Ik ben van mening dat onze ‘Anneville’ moet blijven!
Nu wordt er actie gevoerd om de “troeteleik”, onze ‘Anneville’  te verkiezen tot boom van het jaar.

Bent u voor behoud van deze pracht eik. Stem dan op onze ‘Anneville’ “De Troeteleik” tot boom van het jaar. Ga dan naar https://www.deboomvanhetjaar.nl/stem-op-uw-boom-new

Louis van der Kallen

 


 

 

VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN

 


 

VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN

 

De afgelopen weken is er veel te doen over de miljoenen boete van de ING en het aanblijven van de  ING ‘baas’ Hamers. Wat mij trof in een NRC artikel met de titel “Wanneer moet de baas weg” was een citaat van een commissaris van de ING: “een plotseling vertrek van de hoogste baas stort een bedrijf een beetje in crisis. Een opvolger inwerken duurt maanden.” “Een beetje in crisis”! Ik denk dat die commissaris hiermee de essentie mist. De banken zijn in crisis en die blijft met dit soort boetes voor wangedrag zonder verder gevolgen. Een permanente vertrouwenscrisis!

Voor mij en ik denk voor veel anderen, is het ‘wantrouwen’ naar de banken niet zozeer gebaseerd op hun vermeende slechte financiële soliditeit, maar meer op de moraliteit van het leiderschap bij dit soort instellingen. Mooie verhalen over een bankierseed daar kopen de slachtoffers van woekerpolissen of de slachtoffers van rentederivaten niets voor. Ook de mensen die slachtoffer zijn van overkreditering en met restschulden zitten, kijken naar de daden van de banken. De afwikkeling van de woekerpolissen, rentederivaatcontracten en de restschulden laat zien dat de daden van de banken nog steeds gericht zijn op geld verdienen ten koste van het publiek en niet op het dienen van het publiek. Een vos verlies wel zijn haren, maar niet zijn streken, blijkt telkens weer. Terwijl de banken bijna gratis geld krijgen van de ECB betalen de mensen voor hun hypotheken en leningen, vergeleken met elders in Europa, nog steeds de hoofdprijs. De zogenaamde rentemarge van de banken is in ons land alleen maar gegroeid. De oorzaak is helder: de rotte appels zijn niet uit de mand gehaald, de morele roestplekken op het bankiersblazoen zijn overgeschilderd met de goedkoopste verf die bij de bouwmarkten te vinden was. Wat werkelijk moest gebeuren was het verwijderen van de rotte appels en deze voor het gerecht brengen. Waar zijn de veroordelingen van de libor affaire? Op ééntje na, die vlak voor zijn pensioen ontslag nam, is de rest gewoon bij de daders in dienst gebleven. Afkomstig uit de verfwereld weet ik, dat als je werkelijk iets aan de roest wilt doen, je het tot op het blanke staal moet afschuren. Dan goed in de menie zetten en dan een top verfsysteem aanbrengen. Dat is niet gebeurd. Er is alleen gecamoufleerd. En het camoufleren gaat verder.

Wat te denken van het volgende citaat uit dat artikel over de ‘baas’? “Bovendien is Hamers de aangewezen man om de problemen op te lossen, vinden ze bij ING. Hij werkt al 27 jaar bij de bank, kent het bedrijf door en door en heeft een reputatie opgebouwd als leider die van ING een innovatief techbedrijf heeft gemaakt.”  “Kent het bedrijf door en door”.  Hij moest dus weten wat er gebeurde! In mijn beleving is de witwasboete een boete voor heling. Als je bewust de controle systemen beperkt om geld te besparen, voor meer winst, is dat in mijn ogen opzetheling. Toen ik nog een winkeltje had in postzegels en munten moest ik een tagrijnregister (een soort van opkoopboekhouding) bijhouden van mijn aankopen van particulieren en werd ik geacht een verdachte aankoop te melden. De notitie in het tagrijnregister bevatte het aankoop bedrag, naam verkoper en het nummer van het legitimatiebewijs van de verkoper, en kwam de politie (als ze wat kwijt waren) bij mij zo nu en dan kijken of ik het had gekocht. En als ik wat gekocht zou hebben wat gestolen was, voor een in hun ogen te lage prijs, kon ik opgepakt worden voor heling. Voor de zekerheid belde ik soms, bij argwaan, met de politie met de vraag, zijn jullie dit of dat kwijt. In dat soort gevallen vroeg ik de verkoper later terug te komen (want ik had niet genoeg geld in huis was dan mijn smoes). Eén keer leidde dat tot een arrestatie van een verkoper, toen hij, na de met de politie afgesproken verkoop, mijn zaak verliet. Dat is een burgerschap dat je mag verwachten van een goed bedrijf dat zijn maatschappelijke plichten wilt vervullen. Toen was het een met de hand bijgehouden tagrijnregister. Nu zijn het algoritmen die de alarmbel moeten laten afgaan. Als je daar ziende blind voor wilt zijn, door te bezuinigen op je controlesystemen, pleegt zo’n bedrijf in mijn ogen opzetheling. Daar hoort voor mij in een rechtstaat vervolging en ontslag bij. Zeker van iemand die geacht wordt “het bedrijf door en door” te kennen en miljoenen verdient en een bonus krijgt omdat de winsten stijgen.      

Het wordt tijd dat er echt een grote schoonmaak wordt gehouden onder het vullis van de grootverdieners, de graaiers! Maar voor mij nog belangrijker is dat burgers een alternatief voor de banken wordt geboden. De banken hebben voor het geldverkeer een monopolie. Ik wil terug naar een girodienst van de overheid, zoals de nu geprivatiseerde post- en girodienst van de oude vertrouwde Rijkspostspaarbank, zodat ik zeker weet dat ik dan niet bijdraag aan de grootverdienende roofridders van het roofwezen wat banken, in mijn ogen, tegenwoordig zijn en zoals ik nu, en met mij vele burgers, het management van de banken zie. Veel mensen willen af van de commerciële banken die feitelijk in hun ogen immoreel opereren en alles doen voor de winst van enkelen. Dus regering en politieke partijen: maak dat mogelijk en laat een eenvoudige dienst, zoals vroeger de post/cheque en girodienst, in staatseigendom herleven. Eventueel als onderdeel van de Nederlandsche Bank.

Er sluipt veel wantrouwen in de mensen en daarmee in wat eens een samenleving werd genoemd. Iedereen zal moeten kunnen delen in de vruchten van economische vooruitgang. Maar door het uitvretersgedrag van een groep financieel-economische oligarchen erodeert langzaam het politiek draagvlak onder ons kapitalistische bestel. Iets om over na te denken.

Louis van der Kallen

 


 

 

AFSCHEID NEMEN

 


 

AFSCHEID NEMEN

 

Ik ben zeventig en heb een leven achter de rug van veel contacten en veel leren. Je leert van mensen. Als politicus/bestuurder heb ik in tal van bestuursorganen mogen dienen. Bij enkele tientallen gemeenten in rekenkamercommissies, in de staten van Noord-Brabant, in een tiental waterschapsbesturen, in de Kamer van Koophandel van West-Brabant, in de gemeenteraad van Bergen op Zoom en in tal van afgeleide commissies van die organen. Al die functies hebben mij in contact gebracht met veel inspirerende mensen. Ik ben deels gevormd door die contacten.
Onder die contacten waren mensen die ik beschouw als inspiratie bron, als leermeester en als anker.

Als je ouder wordt, neem je steeds meer van die mensen afscheid. Zo ook de afgelopen week. Op 27 augustus overleed op achtenzeventig jarige leeftijd Marten Bierman, een stedenbouwkundige wiens publicaties over stedenbouw in relatie met de ontwikkeling van de bevolking mij bijbracht dat de groei van steden samenhangt met onder andere  zaken als leeftijdsopbouw van de bevolking, vergrijzing en koopkrachtverdeling. Marten heb ik ervaren als een denker en een natuur- en watermens, die zich inzette voor onder andere de IJsselmeervereniging, waarvan hij erelid was. Hij was ook een periode senator namens de OSF. Zijn in memoriam is te vinden op de OSF website.  

Op 30 augustus overleed op achtentachtig jarige leeftijd Jack Bakker. Jack heb ik pas echt leren kennen in mijn periode als lid van de Staten van Noord-Brabant (1991-2003). Jack maakte deel uit van de CDA fractie. Maar door zijn verbondenheid met het water, hij was directeur geweest van het voormalig Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, was hij voor mij een deskundige leermeester.
Jack was voor mij een herkenbaar ankerpunt. Op tal van bijeenkomsten van de provincie of water gerelateerd kwam ik Jack tegen. Ondanks onze totaal verschillende achtergrond had ik veel gemeen met Jack. Liefde voor: water, Feyenoord, oorlogsgeschiedenis, de Biesbosch, het rivierenlandschap. Ook Jack was een natuur- en watermens. Op zijn uitvaartdienst in de Heilige Maria Geboortekerk te Dussen trof ik oud-collega’s uit de Staten aan en van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch.

Marten en Jack bedankt dat jullie er waren en jullie kennis met mij deelden.

Louis van der Kallen

 


 

 

INVOERHEFFINGEN

 


 

INVOERHEFFINGEN

 

In de media lijkt het iedere dag te gaan over heffingen op de invoer. Trump is er mee begonnen, zo lijkt het, en China, Canada en de EU reageren. Het lijkt wel oorlog. Zo noemen ze het ook, een handelsoorlog. Maar heffingen zijn er altijd geweest en echt niet alleen om de eigen fabrikanten te beschermen. Als gewoon burger kocht een bekende recent een Bergse beloningspenning en bracht deze waar die penning hoort: THUIS in Bergen op Zoom. Dat thuisbrengen had wel een prijs. Invoerrechten 86,68 euro plus 17,50 euro afhandelingskosten. Na eeuwen is de penning weer waar hij hoort. Maar buiten de aankoopsom wenste de staat toch ook ruim 104 euro en dat was echt niet om de eigen markt te beschermen. Dit product was lang geleden op Nederlandse bodem en door gewone Nederlanders gemaakt en op één of andere manier in Brooklyn NY in de USA van Trump terecht gekomen. De penning is gelukkig bevrijd en teruggebracht naar Trumpvrij gebied.      

Louis van der Kallen

 


 

 

DE MENS ACHTER DE POLITICUS LOUIS VAN DER KALLEN

 


| jaar 1 | nr. 002 | 16-07-2018 |

 

Joop van der Laan, tekstschrijver en journalist, gaat in een interview op zoek naar de mens achter de politicus Louis van der Kallen

 

 


 

 

DEZE MAROKKANEN VERDIENEN ONS RESPECT

 


 

DEZE MAROKKANEN VERDIENEN ONS RESPECT

 

Kameraadschap voor vrijheid en in voetbal heeft niets te maken met religies

 


 

 

MISLEIDING

 


 

MISLEIDING

 

De afgelopen weken is er veel te doen over de algoritmes die facebook hanteert om te bepalen wat wij, de 2,2 miljard gebruikers van facebook, aan berichten en advertenties te zien krijgen. Het Cambridge Analytica-schandaal rond de verkiezingen in de USA heeft de tongen, de pennen en de columnschrijvers werk en inspiratie bezorgd. Voor mij is het helder dat misleiding reeds gewoonte is geworden in ons politiek systeem. Ik schreef daar in december 2014 voor het eerst over met de kop: ‘liegende’ dromende politici”. In april 2016 schreef ik over dromende politici en in november 2016 over politici die liegen. Politici mogen natuurlijk dromen. Dat doen velen in hun partijprogramma’s dan ook massaal. Er wordt dan formeel niet gelogen, maar het is voor mij wel misleiding van de kiezer als er van alles wordt beloofd wat volstrekt onhaalbaar is.        

In de NRC van 28 april stond een interview met Tim O’Reilly. Eén citaat sprak mij aan: “al decennia draait de reclamewereld om manipulatie, zelfs ons politieke systeem. Misleiding en fraude zijn ingebakken in onze samenleving.” Zijn stelling: “Onze hele economie draait om het verkeerde algoritme”, aandeelhouderswaarde vergroten! Facebook ziet hij als een platform voor grootschalige manipulatie en polarisering. 

Nu is het tijd dat dit soort platforms gedwongen worden inzage te geven in de door hen gebruikte algoritmes en algoritmes gaan hanteren die, zoals O’Reilly formuleerde: “menselijke zwaktes proberen te verkleinen in plaats van ze te versterken”.

Louis van der Kallen