SITE VERNIEUWING

 

   


| mededeling | 29-12-2019 |

Met terugwerkende kracht zal het archief ook in deze nieuwe lay-out aangepast worden. Aangezien het een aantalartikelen zijn zal dit enkele weken duren.

Ook de overige sites van Louis van der Kallen gaan de aankomende tijd in de stijgers. Over het algemeen kunt u ze blijven gebruiken tijdens de aanpassingen. Af en toe kan de site een minuut onbereikbaar zijn, als alles goed gaat.


   

OPEN BRIEF

 

    


Bergen op Zoom, 8 januari 2020

 

Aan de Deltacommissaris

 

OPEN BRIEF

 

Geachte Deltacommissaris, beste Peter,

We kennen elkaar al enige tijd. Je weet dat ik al vele jaren in het openbaarbestuur actief ben en een ruime ervaring heb in de wereld van de waterschappen in grote delen van ons mooie landje. Gekscherend zeg ik wel eens dat ik in het water bijna net zoveel bestuursjaren heb als mijn leeftijd. Opgedaan bij 9 waterschappen van Domburg tot Winterswijk dus over de volle breedte van het land en soms bij meerdere tegelijkertijd. Ik maak mij zorgen en daarom neem ik de vrijheid je te schrijven.

Mijn eerste zorgpunt is het volstrekt ongefundeerde tromgeroffel op het innovatieve karakter van de Nederlandse watersector. In mijn beleving is er al enkele tientallen jaren nauwelijks sprake van echte innovaties in deze door mij zo gekoesterde sector. Nu wordt iedere ‘vernieuwing’ gepresenteerd als een innovatie. Voor mij, een persoon die zijn hele werkzame leven heeft gewerkt in research en development (R&D) is dat een gotspe. In de sectoren waarin ik in de R&D gewerkt heb (landbouw en chemische industrie) was een innovatie een vernieuwing die een echte ‘game changer’ was.
Het bedrijf waar ik van 1970 tot mijn pensionering in R&D werkte, hanteerde een aantal kwalificaties voor ontwikkelingen in R&D

  1. Kleine aanpassingen van product of proces (doorlooptijd circa 4 weken).

  2. Nieuw product of grote aanpassingen van een bestaand product of proces binnen bestaande eigen technologie (doorlooptijd circa 12 weken).

  3. Introductie van een (nieuwe) technologie vanuit een andere bedrijfstak in eigen producten of processen (doorlooptijd circa 16 weken).

  4. Introductie zelf ontwikkelde nieuwe technologie binnen een bestaand product of proces (doorlooptijd circa 24 weken).

  5. Nieuw product of proces met een zelf ontwikkelde nieuwe technologie (doorlooptijd circa 36 weken).

  6. Nieuw product of proces op basis van een zelf ontwikkelde nieuwe technologie die vanwege het wezenlijk vernieuwende karakter gepatenteerd kon worden (doorlooptijd 1 tot 3 jaar).

  7. Innovaties die niet alleen patenteerbaar zouden zijn maar een echte game changer zouden zijn voor de sector en daar buiten (doorlooptijd 3 tot 5 jaar).

Zelf heb ik in de categorieën 1 tot 5 vele tientallen ontwikkelingen van idee tot toepassingen kunnen (mede)brengen. Eénmaal in categorie 6. Ook het patent dat op mijn naam als uitvinder staat zou ik nooit een innovatie noemen. Ik vind het dan ook een gotspe iedere tot minuscule verandering van werkwijze een innovatie te noemen. In een voor mij normale wereld is het logisch dat iedere medewerker van een waterschap of RWS zich iedere dag afvraagt: hoe kan ik mijn werk beter doen. Dat moet er met regelmaat toe leiden dat werkzaamheden kleine wijzigingen ondergaan. Wij mensen zijn immers denkende wezens die dagelijks leren van de eigen ervaringen en als ze houden van het vak ook van anderen. Wij leren van elkaar. Zijn dat innovaties? Buitengewoon zelden. Een paar keer bezocht ik de uitreiking van de waterinnovatieprijzen. Ik schreef daar dan over:

https://www.onswater.com/2015/12/over-water-20/

https://www.onswater.com/2017/12/over-water-120/

Peter, lees die verslagen eens. Vrijwel alle prijswinners betraden reeds eeuwen platgetreden paden het waren in het beste geval aardige vernieuwingen van mensen die nadachten hoe dingen beter konden. Dit soort verbeteringen innovaties noemen is jezelf en de sector in slaap wiegen. Verbeteringen van deze aard en omvang zijn geen innovaties, ze zijn blijken dat mensen gewoon hun verstand gebruiken om hun werk goed te doen! Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal.

Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief.

Het lijkt framing. Wat ik erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat er buiten reeds lang begane paden getreden moet worden om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht.

De doelresearch, die ik incidenteel wel waarneem bij waterschappen, bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken, vanuit andere sectoren, ze brachten ook efficiëntie verbeteringen, maar werden geen innovaties genoemd.

Bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risicoaversie aanwezig is. De ‘politiek’ zou eens lastige vragen kunnen stellen!

Keer op keer zie ik op bijeenkomsten zoals een Deltacongres het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Sinds de massa van de ingenieurs bij RWS het veld hebben geruimd en hun posities veelal zijn overgenomen door managers is ook daar de vernieuwende kracht geminimaliseerd. Waar zijn de ‘grote’ projecten waarvan we leren?

Mijn bezoek aan de Aquatech Amsterdam 2019 was voor mij aanleiding op 5 november 2019 de volgende tweet te plaatsen; Vandaag de Aquatech Amsterdam 2019. Mochten wij ooit gedacht hebben dat wij Nederlanders leidend waren op het gebied van waterbehandeling. Bezoek de Aquatech en weet beter. Het zijn de chinezen! Zowel qua aantal en kwaliteit van de exposanten als in het aantal bezoekers.”

Op waterveiligheid zijn wij misschien nog leidend maar ik ben bang dat het meer de framing en promotie is van ons imago dan dat we werkelijk leidend zijn. Als DB lid/portefeuillehouder heb ik veel internationale groepen rond mogen leiden in de Overdiepse polder. Mijn conclusie was dat op veel plekken in de wereld mensen rond lopen en projecten in uitvoering zijn waar kennis inhaalslagen gemaakt worden. Nederland, hou op met je zelf in slaapwiegen door te denken dat we innovatief zijn.

Deltacommissaris, u kan een rol spelen om meer realisme over onze werkelijke ‘innovatieve’ kracht te ontwikkelen. Pak die rol!

Mijn tweede zorgpunt is de kwaliteit/instelling van de algemene besturen van de waterschappen. Sinds de invoering van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezingen in 2008 is er veel veranderd.

Ik ben vast, met mijn 71 jaar, een ‘oude’ man, een babyboomer die de OK Boomer kwalificatie waardig is. Verzuurd, afgeschreven en ter dage zat, die met nostalgie terugdenkt aan de goede oude tijd toen alles beter was. Toch neemt deze oude man de vrijheid van zijn hart geen moordkuil te maken.

Vanaf het begin van de jaren negentig draai ik mee in waterschapsbesturen en heb ze zien veranderen van ‘Boerenrepublieken’ tot de huidige professionele, door managers gerunde organisaties. Als niet boer en als stadsjongen was ik heel lang een buitenbeentje. Begin jaren negentig werd ik lid van het AB van het voormalige waterschap Zoomvliet. Ik was de enige niet van boerenafkomst. Toen ik eind jaren negentig lid werd van het Algemeen Bestuur (AB) van het voormalige Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, namens de categorie “bedrijfsgebouwd” waren er van de 40 AB leden maar een paar met een niet boerenachtergrond. Toentertijd waren ook de dijkgraven vrijwel zonder uitzondering van boerenafkomst. Wat mij toen opviel en wat ik koesterde was de enorme betrokkenheid van de AB leden bij het waterschapsbestuur. Vrijwel ieder AB-lid droeg gebiedskennis bij en verdiepte zich ook in de technische achtergrond van de te behandelende voorstellen. Ook de komst/toename van de groep ‘burgers’ in de categorieën ingezetenen en gebouwd versterkte die betrokkenheid en belangstelling voor de techniek van het waterbeheer. Het bij de verkiezingen gehanteerde personenstelsel trok binnen die ‘burger’ categorieën vooral techneuten aan en mensen met belangstelling voor natuur en milieu. Was je afgestudeerd aan Wageningen (WUR) of de TU Delft of had je een technische universitaire opleiding dan werd je in de categorieën ingezetenen of gebouwd altijd gekozen. Had je een technische HBO opleiding genoten dan was de kans op verkiezing meer dan 80 %. Alfa’s hadden het nakijken!

Met de invoering van het lijstenstelsel in 2008 is dat rap veranderd. De discussies in de AB’s zijn verpolitiekt en gaan zelden nog over de inhoud maar overwegend over geld. Want de taal van het ‘geld’ is een taal die politici, de alfa’s van deze wereld, nog wel snappen. Discussies in AB’s zouden immers alleen op hoofdlijnen gevoerd moeten worden. Want ook de alfa’s, de managers, hebben de DB’s en de dijkgraafposities veelal ingenomen. The last of the mohicans zijn de geborgde zetels, waar de bèta’s nog wel sterk vertegenwoordigd zijn, en ook aan die poten wordt gezaagd. Vanuit de politiek klinken keer op keer de kreten om aan die ‘ondemocratische’ weeffout een einde te maken. Politici. Partij tijgers weten het immers beter. Buiten de ideologische partijen zoals Waternatuurlijk en de Partij van de Dieren en een paar regionale waterpartijen zoals in mijn eigen waterschap West-Brabant Waterbreed http://www.west-brabantwaterbreed.nl/ en Ons Water https://www.onswater.com/ die één fractie vormen zijn er nauwelijks partijen die de inhoud voorop stellen. Inhoudelijke kennis wordt door de meeste AB leden niet meer nodig geacht. Het besturen op hoofdlijnen is immers het adagium. Dat adagium blijkt in de praktijk zich veelal te beperken tot discussies over geld.

In een thema AB werd in mijn eigen waterschap eind vorig jaar de stelling geponeerd:

“een AB lid hoeft niet alle technische kennis te hebben om tot goede besluitvorming te komen”. Ik was de enige die de stelling onderschreef. Ook nadat de stelling, in de discussie, enigszins werd afgezwakt (“alle” eruit) bleef ik eenzaam aan mijn kant van het met de voeten stemmen. Het ging immers om de hoofdlijnen. Ik zie het ook op veel bijeenkomsten (mede)georganiseerd door de STOWA, bestuurders zijn er zelden. En ik wordt als bestuurder door de wel aanwezige ambtenaren (die mij niet kennen) wat meewarig beschouwd.

Het wordt steeds raarder om naar symposia over bijvoorbeeld (biologische) zuiveringstechnieken te gaan. Of bij te houden wat de onderzoeksinstituten in Duitsland of Zwitserland op het gebied van waterbehandeling doen. Waar bemoeit die bestuurder zich mee?

Ik maak mij zorgen over deze twee trends/ontwikkelingen in ‘waterland’. Beste Peter, je kan natuurlijk denken Louis kan niet met zijn tijd mee. Of Louis is de weg kwijt. Dat is vast ook zo. Wat goed is c.q. goed was wil ik behouden/herstellen. Ik sta open voor vernieuwingen die ook echt verbeteringen zijn. Maar als we onze watergemeenschap in slaap wiegen met ons ‘geweldig’ voelen, ontnemen we ons een deel van de toekomst. Ik zie dat AB’s steeds minder de inspiratiebron zijn voor veranderingen en steeds minder een echt klankbord zijn voor onze ambtenaren. Het meedenken is aan het verdwijnen en als de geborgde zetels worden geschrapt is het einde van de waterschappen, als zelfstandige door burgers bestuurde organisaties, nabij. Voor de uitvoering zijn bestuurders immers niet nodig en de democratisch gekozen Provinciale Staten kunnen de dan op hoofdlijnen aangestuurde waterschappen er dan wel bij doen.

Voor mijn gevoel maken we vandaag de dag de ‘nadagen’ van het Romeinse Rijk mee. Onze inwoners zijn geen burgers meer maar consumenten en onze ‘bestuurders’ lijken zich tot ontwikkelen tot decadente zelfgenoegzame zelfbevredigers.

Geachte Deltacommissaris, beste Peter, ik hoop dat je nadenkt over mijn zorgen en kijkt wat je kan/wil doen om ze te verminderen. Ik hoop tevens dat 2020 voor jou als mens en als beambte succesvol mag zijn.

 

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.


    

TERREUR

 

| 24-12-2019 | 18:50 uur |


 

|  VERVUIL NOG WAT MEER JOH!  |

 

Het komt er weer aan de avond en nacht vol terreur. Wanneer wij Nederlanders voor circa 70 miljoen euro een enorme geluidsoverlast gaan veroorzaken. Wanneer we de eerste hulpen weer ‘prachtige’ werk bezorgen aan het verzorgen van brandwonden, oogschades en verminkte handen. Wanneer wij huisdieren de kelderkasten injagen waar zij angstig het einde der tijden afwachten. Wanneer wij voor miljoenen euro’s met dat ‘mooie’ vuurwerk schades aanrichten aan bushokjes, riolen, vuilcontainers enz. Wanneer wij ‘ons’ milieu belasten met vele tonnen fijnstof en zware metalen zoals barium, antimoon, strontium, en koper en als we veel illegaal vuurwerk afsteken vanwege de ‘prachtige’ kleuren besproeien we onze eigen woonomgeving met cadmium en perchloraat. Gevolg de eerste uren na middernacht is de concentratie fijnstof het veertigvoudige van normaal en bezorgen we longpatiënten een ‘hartverwarmende’ benauwde periode. Het neerdalende koper verpest de waterkwaliteit van het oppervlaktewater voor maanden.
Wat bedrijven niet mogen of een vergunning voor nodig hebben mogen gewone burgers op oudejaarsavond en nieuwjaarsnacht volkomen legaal wel, zoals:

  • ernstige geluidsoverlast veroorzaken,
  • gehoorschade toebrengen,
    (voor de afstekers) gehoorschade oplopen,
  • huisdieren traumatiseren,
  • mensen als ondergetekende letterlijk een benauwde avond en nacht bezorgen,
  • mensen door het aanhoudende lawaai aanzienlijke stress bezorgen, terwijl zij als hartpatiënt dat juist zouden moeten vermijden,
  • mensen door het binnengedrongen fijnstof extra huishoudelijk werk bezorgen, terwijl ze dat qua gezondheid al slecht aan kunnen,
  • chemische mist veroorzaken,
  • fijnstof veroorzaken en verspreiden, waardoor op 1 januari grote delen van het land lijden onder door fijnstof veroorzaakte smog,
  • de bodem en het water verontreinigen met chemische schadelijke stoffen,
  • zure regen veroorzakende stoffen in de atmosfeer brengen,
  • via de gescheiden rioolafvoer chemicaliën in het oppervlaktewater brengen.

In de nieuwjaarsnacht van 2008 werd ik zelf getroffen door een dergelijke terreur. Zie op de foto hoe mijn straat er de volgende dag uitzag. Ik schreef er toen over.

Daarna diende ik een verzoek in om mijn straat tot vuurwerkvrijezone aan te wijzen.

Helaas tevergeefs.

Nu lijken er andere tijden aangebroken. Steeds vaker klinken er geluiden dat het tijd wordt van een verbod op consumenten vuurwerk of tot het aanwijzen van vuurwerkzones of te komen tot een georganiseerde vuurwerkshow.
Wilt u een vuurwerkvrijezone? Dien dan bij het college van B&W daartoe een verzoek in waarbij u in de meeste gemeenten een verwijzing kan doen naar de gemeentelijke APV. In Bergen op Zoom (mijn eigenwoongemeente) is dat artikel 2:73 lid 1 “Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door of namens het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.”
Voor een veiliger en schonere leefomgeving is het een poging waard!

 

Louis van der Kallen

 

 


‘RUIMTE IN REGELS’, BOOS MAKEND

 

| 04-11-2019 | 09:50 uur |


 

|  DÉDAIN EN MINACHTING  |

 

Het ministerie van BZK wil de behoefte aan ondersteuning en toerusting bij uitvoering van de Gemeentewet/Provinciewet beter in kaart brengen, daartoe worden in het land bijeenkomsten georganiseerd. Voor griffiers, gemeentesecretarissen, managers en bestuursadviseurs vier in de plaatsen Arnhem, Assen, ’s-‘s-Hertogenbosch en Utrecht. Voor de ruim negenduizend Raads- en staten leden gezamenlijk slechts één!

“Het versterken van de lokale democratie is een speerpunt voor het ministerie van BZK” zo is te lezen in een artikel in Binnenlands Bestuur. Als ik naar de feiten kijkt dan is het aantal Raads- en staten leden in Nederland snel een veelvoud van het aantal griffiers, gemeentesecretarissen, managers en bestuursadviseurs. Is er voor hen slechts één gelegenheid van drie uurtjes om hun inbreng te leveren. Ga ik er als raadslid heen? Natuurlijk niet. Ik wil als raadslid graag serieus genomen worden en een echte inbreng kunnen leveren mede door in debat te gaan met collega raadsleden. Dat kan niet in een massale bijeenkomst.

Het is goed dat het ministerie de ‘ruimte in regels’ in kaart wil brengen. Maar begin dan maar eens de ruimte te creëren voor een echte inbreng van Raads- en Statenleden. Eén bijeenkomst in Utrecht te beginnen om 18.00 uur (heen reis in spitsuur) is daarvoor gotspe en getuigend van minachting voor Raads- en Statenleden. Ik voel mij niet serieus genomen. Terwijl ik denk dat juist beleidsmakers als Raads- en Statenleden kunnen weten wat zij als beperkingen ervaren in de huidige Gemeentewet en Provinciewet.
Meepraten willen raadsleden en Statenleden wel. Maar voor 8619 raadsleden en 570 Statenleden één bijeenkomst van 3 uur, is niet meepraten. Dat is minachting van wat die ruim negenduizend mannen en vrouwen eventueel te zeggen hebben!

Louis van der Kallen

 

 


BOMEN EN ELEKTROMAGNETISCHE STRALING

 

| 30-08-2019 | 08:15 uur |


 

| BOMEN ONTMOETEN ELKAAR NIET, MENSEN WEL… |

 

In 2011 organiseerde Bomencentrum Nederland twee symposia met het thema: “Het effect van elektromagnetische straling op bomen”. Toonaangevende nationale en internationale sprekers gaven presentaties over hun ervaringen met en onderzoeken naar de effecten van elektromagnetische velden en luchtverontreiniging op bomen. Zij onderbouwden hun onderzoeken op een wetenschappelijk wijze.

Eén van hen was Dr. André A.M. van Lammeren. Hij was de afgelopen jaren direct betrokken bij de onderzoeken naar onbekende boomaantastingen. Dit deed hij in opdracht van de Gemeente Alphen aan den Rijn. Hij lichtte de uitkomsten van onderzoeken door Wageningen University toe. Het onderzoek richtte zich uiteindelijk op: bastknobbels, baststrepen, bastscheuren, verkleuringen en het effect van epifyten zoals schimmels en korstmossen.

Niek van ’t Wout, van de gemeente Alphen aan den Rijn, vertelde dat 70 procent van de bomen in zijn gemeente waren aangetast door één of meer van de door hem aan straling gerelateerde boomaantastingen. Hiertoe behoorde: Bastlijnen, bastkhobbels, bladdegeneratie, bastscheuren, bastnecrose en verstoorde bladval. Als mogelijke oorzaak werd, aan de hand van plattegronden met boom en zendmast locaties, elektromagnetische straling aangewezen.

Een andere bijdrage was van Dr. Ing. Dipl. Phys. Volker Schorpp. Hij presenteerde een rijk met foto’s gedocumenteerde studie. Deze leverde sterke aanwijzingen voor een causaal verband tussen schade aan bomen en blootstelling aan chronische hoogfrequente straling.

De Britse onderzoeker BSc PhD Andrew Goldsworthy houdt zich al meer dan 30 jaar bezig met de biologische effecten van elektromagnetische velden. De gepensioneerde lector heeft bestudeerd hoe levende organismen elektrische stromen opwekken en dit proces gebruiken bij hun groei en metabolisme. Straling in de juiste (zwakke) stroomsterkte veroorzaakt schade. Dit gebeurd doordat calcium uit celmembranen verdwijnt. Als gevolg vind er een snelle initiële groei plaats waarna de groei vertraagd en uiteindelijk ontstaat er schade in de bastknobbels, die via diktegroei groter worden, aldus Goldsworthy.

Van de het eerste symposium in 2011 is een film impressie gemaakt. Dit filmpje is onder deze tekst toegevoegd.

Ik heb de Dikke Boom eens goed bekeken. Ondanks dat hij nog niet zolang geleden is ontdaan van dode taken. Nu zijn er één of meerdere takken bij zijn die lijken afgestorven en geheel ontdaan zijn van hun barst en bruin verkleurd. Mijn wens is om een boomchirurg te laten ingrijpen en een autopsie te laten doen van de betrokken dode delen. Diverse mensen hebben mij er op gewezen dat de kroon van onze Dikke jaar na jaar minder blad bevat. Ik zou dat graag met foto’s onderbouwd zien. Daarom ben ik de afgelopen week op zoek gegaan naar zomerfoto’s van de Dikke Boom op het Gouvernemenstplein en van zijn zuster op de Parade. Waarvan, bij voorkeur, de datum van nemen bekent is. Wilt u mij en onze Dikke Boom helpen? Stuur dan de foto’s naar [email protected]

Wij allen houden van onze Dikke Boom. Wordt daarom fan van onze Dikke Boom en vind zijn facebookpagina leuk. Ruim 900 Bergenaren zijn u voor gegaan. 

 

Louis van der Kallen

 

 


DE MODERNE WERELD

 

| 08-09-2019 | 08:15 uur |


 

| MAAKT HET ONS GELUKKIGER? |

 

 

Als je 71 bent en je kijk terug in de tijd dan ervaar je grote verschillen in hoe mensen met elkaar omgaan tussen nu en vroeger. Voor mijn gevoel is er onvoorstelbaar veel veranderd in de laatste pakweg zestig jaar. Praten en het schrijven van brieven waren zestig jaar geleden dé communicatie middelen tussen personen. Zestig jaar geleden werd langzaam maar zeker de telefoon en de televisie gemeengoed. Het ‘kastje’ veroverde in een razend tempo onze vrije tijd en snoepte al één op één veel ‘praattijd’ tussen huisgenoten af. Het feit dat in de zelfde periode de telefoon gemeengoed werd compenseerde het verlies aan ‘praattijd’ tussen huisgenoten een beetje want er kwam wat ‘praattijd’ met familie en vrienden op afstand voor terug.

Vanaf de jaren negentig is er enorm veel ‘praattijd’ verloren gegaan. De computer deed zijn intrede, als een nieuw aantrekkelijk ‘kastje’ alleen dit was een privé kastje. Het mobieltje en de smartphone kwamen met tal van schrijfmogelijkheden. Praten werd grotendeels overbodig. Iedereen kreeg de mogelijkheid om zijn of haar vrijheid van meningsuiting tot op het bot uit te oefenen.

Hebben al de veranderingen ons bevrijd en ons de verandering en geluk gebracht waarnaar we verlangden? Ik denk het niet. De vermindering in ‘praattijd’ heeft in mijn waarneming ook veel leegte, eenzaamheid, doelloosheid en tal van vormen van narcistisch gedrag op geleverd. Gecombineerd met het propageren en wettelijk vorm geven van steeds verder doorgevoerde individualisering en digitalisering van contacten, waarbij de overheid vaak leidend was. Nu is de ‘moderne’ wereld, in mijn beleving, een weinig warme of misschien zelfs een asociale samenleving. Het ik en het nu lijken bepalend te zijn. We zijn terecht gekomen in een wereld die steeds minder een samenleving is en steeds meer een instabiel geheel lijkt. Een geheel van vaak wispelturige coalities die snel weer uit elkaar kunnen vallen. Binden lijkt steeds moeilijker te worden. De ‘sociale media’ blijken verre van sociaal. Het is idealiseren of kleineren zo lijk het adagium.

Materialisme is in de afgelopen zestig jaar de norm geworden net als steeds meer uren werken voor al dat ‘moois’. 10 tot 15 % van de werkenden ervaart overspanningsklachten. Zondagse bezoekjes aan (groot)ouders werden telefoontjes en whatsappjes. Zijn wij en onze (groot)ouders hier gelukkiger van geworden. Geven we daarmee onze kinderen het goede voorbeeld en hoe gaan ze straks met ons om? Zal het familiekerstdiner al deze veranderingen overleven of gaan we dat met thuisbezorgd ook digitaliseren en voor het beeldscherm verorberen?

Welke welvaart heeft de moderne techniek ons gebracht? Welzijn in mijn ogen niet of nauwelijks. Verbondenheid? Ik denk het niet. Ik voel verbondenheid als ik met iemand in alle rust op mijn achterplaatsje een gesprek heb over de zaken die ons verbinden. Dankbaarheid? Voor wat? Vertrouwen in mensen waarmee de verbinding is verengd tot het zien aan de kerstdis. Praten, elkaar zien, elkaar de hand schudden of omarmen, is in mijn ogen contact maken en verbinden en vertrouwen opbouwen en onderhouden.
Ik heb in mijn leven heel wat overheidsgebouwen betreden. Gemeentehuizen, provinciehuizen, waterschapkantoren alle waren in de jaren tachtig/negentig vrij toegankelijk. Nu zijn zij verdwenen achter muren van glas, poortjes, bewakers en vooral pasjes! Angst en controledwang beheersen de overheden. Vroeger kon je de behandelend (belasting)ambtenaar gewoon bellen. Ambtenaren zijn verdwenen achter callcenters en computerprogramma’s.

De honger naar ‘groei’ en steeds meer en luxer verteerd ons. Ons vooruitgangsideaal is verengt tot economische groeicijfers. Een nachtmerrie scenario! Het wordt tijd dat we wakker worden. Het wordt tijd voor een meer Ludditische kijk op onze wereld en leven. Onthaasten mag. Waarbij er tijd ontstaat om weer echt te praten met onze naasten en onze medebewoners van deze wereld. Onthaasten om weer echte welvaart te ervaren en weer een sociaal wezen te worden.

Louis van der Kallen

 

 


DE BELASTINGEN EN KLAAS VAAK

 

| 05-08-2019 | 16:15 uur |


 

| DE ‘HEILIGE’ BEDRIJVEN |

 

 

KLAAS VAAKDe afgelopen jaren heb ik met regelmaat geschreven over de overheid en, in relatie daarmee, over belastingen. Er was een tijd dat het betalen van belasting werd gezien als een uiting van burgerschap. De burger betaalde aan de overheid en de burger kreeg er overheidsdiensten zoals veiligheid, WW, AOW, onderwijs, infrastructuur, rechtspraak enz. voor terug. Je maakte deel uit van een samenleving en je droeg naar draagkracht bij aan de instandhouding van die samenleving middels belastingbetaling. De structuur van de samenleving werd ook ondersteund door de lokale elite. De leiders van grotere familiebedrijven die in de lokale politiek en in de kerkgemeenschappen de leiding namen. De globalisering en de opschaling naar steeds grotere multinationals heeft de top van die bedrijven vervreemd van het lokale. Ze zijn het nemen van de verantwoordelijkheid van en voor de ‘eigen’ samenleving ontstegen.

De grotere bedrijven zijn losgezongen van de landen van oorsprong. Zo lieten De Panama Papers zien (in 2015) dat veel bedrijven en particulieren belasting ontwijking tot een ‘kunst’ hebben verheven. In een artikel over vertrouwen schreef ik in 2016: “Er is veel verrot in de wereld. Wat moreel verantwoord is, lijkt niet de norm. De norm lijkt: wat niet bij wet verboden is, mag en is dus moreel verantwoord. Sterker nog, het wordt professioneel gevonden als banken, accountants, verzekeringsmaatschappijen, bedrijven etc. er aan meewerken om de winst te maximaliseren. Belasting betalen lijkt voor ‘de dommen’. Alleen zij die niet kunnen vluchten betalen de hoofdprijs. Voor mij is helder dat belasting betalen hoort op de plek waar je woont en/of werkt. Kortom waar je van de geneugten (gezondheidszorg, infrastructuur, vrijheid, veiligheid, enz. ) geniet die de overheid je levert. Zelfs een raadsheer, die deel uitmaakte van de belastingkamer van de Hoge Raad, wist via Panama zijn vermogen buiten de ogen van de belastingdienst te houden. Nu een deel van de wereldboekhouding van belastingontwijkers openbaar is geworden, blijkt hoe verrot het systeem is dat zelfs in een eerbiedwaardig instituut als de Hoge Raad, dat boven iedere twijfel verheven dient te zijn, rotte appels kunnen zitten.”

Bekijken we de ontwikkeling van de belastingtarieven dan valt op dat deze voor bedrijven (winstbelasting/ vennootschapsbelasting) sinds 1940 gedaald is van 30% naar 19% en 25% nu, terwijl deze regering voornemens is deze verder te verlagen naar 15% en 20,5%. Ter vergelijking: in België is op dit moment de hoogste schijf 34,5%. De dividendbelasting was in 2006 nog 25 %, nu 15% en het voorstel was deze maar helemaal af te schaffen. Ook wordt steeds duidelijker dat met name multinationals meesters zijn geworden in het vermijden van belastingen. In Frankrijk en in Nederland is er de afgelopen jaren een forse vermindering geweest van de fiscale solidariteit. De tarieven van de grootverdieners daalden en die van de kleinverdieners niet. In 1970 was het hoogste tarief voor de inkomstenbelasting in Nederland 72%. Nu is dat 51,75% en deze regering is voornemens dat verder te verlagen naar 49,5%. Die daling is al fors.

Een groot deel van de zogenaamde belastingverlagingen van de Rijksoverheid zijn slechts verschuivingen. De inkomstenbelastingtarieven zijn deels gedaald maar die belastingen zijn voor een groot deel op een andere wijze, en vaak door anderen dan overheden, van de burger geïnd. Zo gingen de winkeliers door de BTW verhogingen steeds meer geld van ons burgers ophalen voor de overheid. De Shell’s en de Total’s van deze wereld sluisden ook steeds meer accijnzen door naar de rijksoverheid. Zo ook de Essent’s en de Eneco’s van deze wereld die steeds meer energiebelasting van ons zijn gaan innen voor de geldhonger van de rijksoverheid. Zo lijkt het alsof de belastingdienst steeds aardiger voor ons werd, terwijl alleen de route waarlangs geïnd werd slechts wijzigde.
Zo is het ook met een aantal privatiseringen/liberaliseringen gegaan. Neem het oude ziekenfonds. Ooit werd de premie naar draagkracht geheven door de belastingdienst. Alleen de rijken waren particulier verzekerd. Nu doen de particuliere fondsen dat en worden de bestuurders rijkelijk betaald. Daalden de gemiddelde premies zoals beloofd door de politici in Den Haag? Natuurlijk niet. De voorzieningen daalden wel en de premies stegen stevig.

Sinds de ideologische veren nu zo’n 25 jaar geleden door de politiek zijn afgeschut, is de politiek verworden tot een managementstructuur gedreven door geld. Weg zijn zowel de idealen als de maatschappijvisies gericht op een betere toekomst. Geen wonder dat de kiezer zich keer op keer laat verleiden tot een keuze voor de meest biedende of zich richt tot de volksmenners en de mooipraters.

Ik wijs de dames en heren politici, die denken dat het ‘moderne’ politieke bedrijf wel vaart bij het verrijken van hun sponsoren en ‘het volk’ er is om uit te knijpen, nog eens op mijn artikel met de kop: “Tijden van oproer”. Het wordt tijd dat de zandstrooiers in Den Haag hun Klaas Vaak gedrag aanpassen en weer ideologische veren aantrekken. Het mogen Ludditische veren zijn.

Tot slot, ter overweging, een stukje tekst van Bas Jacobs uit een zaterdag editie van De NRC uit april 2015, die mij uit het hart gegrepen is: “Alleen een liberale renaissance kan het kapitalisme redden van de kapitalisten. Die renaissance zal alleen niet komen van mensen die zichzelf nu ‘liberaal’ noemen. Zij zijn verworden tot mercantilisten die eerlijke concurrentie en vrijhandel om zeep helpen. Ze stichten belastingparadijzen en steunen dictators. Zij zijn de buikspreekpoppen van een financiële sector die winsten privatiseert en verliezen socialiseert. Ze incasseren grootschalige staatssubsidies op hun vermogensopbouw via pensioenen en huizen. … alleen het kapitalisme biedt mensen hoop op een vrij leven en voorspoed. Onder één voorwaarde: iedereen zal moeten delen in de vruchten van economische vooruitgang. Maar door het uitvretersgedrag van een groep financieel-economische oligarchen erodeert langzaam het politiek draagvlak onder ons kapitalistische bestel.” Iets om over na te denken! Anders wacht uiteindelijk niets anders dan het oproer. Het sprookje van Klaas Vaak verliest echt een keer zijn kracht!

 

Louis van der Kallen

 

 


5G EN STRALING

 


| jaar 2 | nr. 005 | 30-07-2019 |

 

| STRALING |

(geluid aanzetten in video).

Kijkt u naar een filmpje met Ankie Withagen en Louis van der Kallen. De vraagtekens rondom het nieuwe supersnelle 5G internet (of things) netwerk.

 

 


 

 

STRALING EN 5G

 

| 29-07-2019 | 15:00 uur |


 

| DE OPTELSOM |

 

stralingIn wat voor wereld leven wij en in wat voor wereld zouden we willen leven. En wat is de weg die naar de door ons gewenste wereld leidt? Wat verwachten wij van diegenen die ons naar die gewenste wereld zouden moeten leiden? Welke leiders staan er op en wie volgen wij? Politici zouden leiders moeten zijn. De praktijk van nu is dat politici de roeptoeters zijn geworden die de ‘wil’ van het volk zeggen te vertegenwoordigen. Wat nu als de ‘wil’ van het volk gebaseerd blijkt op leugens of op regelrechte manipulatie? Of in het geloof in een ‘heilige koe’ geld! Geldzucht is wat de machtigen der aarde lijkt te bewegen. Het geloof in de ‘noodzaak’ van groei tegen iedere prijs. De opdringerigheid van ‘vernieuwingen’ met veronachtzaming van nieuwe risico’s.
Toen ik schoolgaand was (jaren vijftig/zestig) en later middels de avondschool en schriftelijke cursussen mij opwerkte tot HTS niveau fysische techniek (jaren zestig/zeventig) leerde ik dat straling, van welke aard ook, per definitie allerlei risico’s betekende voor de gezondheid van mens en dier. Leermomenten; blijf er vandaan, bescherm je en beperk het gebruik zo veel mogelijk.
Sinds de komst van de draadloze telegrafie (patent 1896 van Marconi) is de hoeveelheid straling in de lucht enorm toegenomen. Wat begon met telegrafie is enorm gegroeid. De radio kwam met steeds meer zenders. De televisie kwam met steeds meer zenders. Het leger ging radar gebruiken. De luchtvaart en scheepvaart gingen radar gebruiken. Er kwamen steeds meer medische toepassingen. Met de afstandsbediening kwamen de bronnen van de straling ook ons huis binnen. De automatische deuren kwamen. De inbraak/bewegingsdetectie is erop gebaseerd. De microwave kwam ons huis binnen. De straalkachel kwam. De computer werd gemeengoed inclusief de draadloze communicatie tussen de elementen. Het mobieltje kwam. De smartphones en tablets kwamen. Waarmee de stralingsbronnen zelfs dicht bij onze hersenen werden gebracht. Wifi kwam onze huizen en de openbare ruimte binnen. Niet alleen de mens is gaan communiceren middels straling ook tal van apparaten. Zoals lasers, camera’s, CV’s, zonnepanelen, koelkasten, deurbellen, sluizen, stuwen, verlichtingssystemen, enz. Steeds meer frequenties zijn we gaan gebruiken en de kracht van de zenders nam toe. Wat begon met enkele kilohertz is nu tot 300 gigahertz ( 300 000 000 000 hertz). Ook naar de toepassing van tera hertz frequenties (1 000 000 000 000) wordt onderzoek gedaan.
Al die frequenties zijn nu soms tegelijkertijd in gebruik. Ook de wattages (de kracht) waarmee de staling wordt uitgezonden is enorm toegenomen. Bijna alle onderzoeken die gedaan zijn waren gericht op wat een bepaalde straling, van een enkele specifieke bron, wel of niet voor effect had op de onderzochte dieren of cellen. “GEEN CAUSAAL VERBAND” zeggen veel onderzoeken. Er zijn echter praktisch geen onderzoeken verricht naar de cumulatieve effecten (de optelsom) van al de straling. Het is vast ‘toeval’ dat sinds de hoeveelheid straling in de lucht enorm is toegenomen de biodiversiteit ook enorm is afgenomen. Dat de hoeveelheid insecten enorm is afgenomen. Dat ik zelf in mijn woonomgeving geen vleermuizen meer zie. Vaak krijgen de gebruikte middelen in de landbouw de schuld. Ik twijfel er niet aan dat ook die middelen schadelijk kunnen zijn voor veel van wat leeft. Maar terwijl het gebruik van die middelen sinds de jaren tachtig daalt en ook de hoeveelheden werkzame stoffen daalt en de werkzame stoffen die gebruikt worden steeds beter afbreekbaar zijn in de natuur is het aantal insecten harder gaan dalen. Het is vast ‘toeval’ dat er een correlatie (verband) is tussen de toename van de hoeveelheid straling in de lucht en de afname van de hoeveelheid insecten in bijvoorbeeld de periode 2000 en nu.
Het lijkt er steeds meer op dat elektromagnetische velden gemaakt door mensenhanden de balans verstoren van de natuurlijke elektromagnetische velden zoals het aardmagnetisch veld. Proeven met bijvoorbeeld bijen en vissen, lijken aan te tonen dat het verstoren van de elektromagnetische velden ernstige gevolgen kan hebben op het leven op aarde. Veel dieren gebruiken het aardmagnetisch veld voor hun oriëntatie en navigatie.
Moeten de ‘eventuele’ schadelijke effecten eerst onomstotelijk vaststaan voor dat wij beseffen dat we wel een heel gevaarlijk spel spelen met de toekomst van het leven op aarde. Hoe ziet onze voedselvoorziening eruit als de bestuivende insecten zoals de bijen verdwenen zijn? Moet het kalf echt eerst verdronken zijn voordat de put gedempt word? Onze samenleving wordt steeds meer afhankelijk van de technieken waardoor de straling veroorzaakt wordt. Willen we dat? Willen we het risico lopen dat als de techniek causaal gevaarlijk blijkt de samenleving economisch ontwricht wordt. Kijk eens wat voor gevolgen een stroring in het betalingsverkeer veroorzaakt. Waar is het voorzorgprincipe? “Bij twijfel niet inhalen” zei mijn rijinstructeur! Hoe raar is het dat ‘Europa’ de invoering van 5G ons oplegt. En zelfs met dwangsommen dreigt als we de nieuwe toepassingen middels 5G niet mogelijk maken.

Het wordt tijd voor bezinning. In mei 2015 deden meer dan 200 wetenschappers die betrokken zijn bij onderzoek naar de biologische en gezondheidseffecten van elektromagnetische velden een appél gericht aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, waarin werd opgeroepen tot het opstellen van meer beschermende WHO-richtlijnen voor elektromagnetische stralingsbronnen en werd aangedrongen op het stimuleren van voorzorgsmaatregelen tegen blootstelling aan elektromagnetische velden en het informeren van het publiek over gezondheidseffecten. Zoals een verhoogd risico op kanker, genetische schade, alsmede structurele en functionele veranderingen op het voortplantingssysteem. In het beroep stelden zij, dat talrijke wetenschappelijke studies aantonen, dat elektromagnetische velden ook onder de nu geldende normen invloed hebben op levende organismen.

Willen wij leven in een openlucht magnetron? Laten we de doos van Pandora steeds verder open gaan? Accepteren wij de mogelijke effecten op onze gezondheid, veiligheid, privacy, ethiek en een machtsmonopolie van de tech-giganten? Meer weten? Ga er eens voor zitten en bekijk eens een documentaire over dit onderwerp:

Het wordt tijd voor een meer Ludditische kijk op 5G en straling!
Het luddisme is een politieke stroming, die zich verzet tegen de invoering van allerlei nieuwe technieken, zoals 5G, zonder dat er met de maatschappelijke gevolgen van deze nieuwe technieken voldoende rekening wordt gehouden.

 

Louis van der Kallen

 

 


380Kv TENNET MET ANKIE WITHAGEN

 


| jaar 2 | nr. 004 | 13-07-2019 |

 

| NOG EVEN UW AANDACHT |

(geluid aanzetten in video).

BOMENKAP KAN NOG STEEDS!
Daarom leggen Ankie Withagen en Louis van der Kallen uit hoe de procedure loopt en wat u nog kunt doen! Roep om te beginnen uw vrienden en bekenden via sociale media op dit filmpje te bekijken.

| petitie |

| locatie |