DOMESTICATIE

 

    


| 14-09-2020 |

 

Ik krijg steeds meer het idee dat wij mensen steeds meer de huisdieren worden van een beperkte ‘elitaire’ groep en dat dit gebeurt via een proces van domesticatie. Als je onze huisdieren vergelijkt met hun ‘wilde’ varianten dan zien we dat het bindweefsel verslapt is en de tonus van de dwarsgestreepte spieren is verlaagd en de neiging tot vetafzetting is verhoogd bij de gedomesticeerde huisdieren en naar mijn waarneming ook bij steeds meer mensen. Tevens zie ik dat de technische ontwikkelingen in de tegenwoordige wereld op weg zijn culturele verschillen te nivelleren. Steeds vaker zie ik dat overal met dezelfde technieken dezelfde producten worden gemaakt. We worden gedomesticeerd met technieken en kastjes, websites en spelletjes waaraan we verslaafd raken en waarmee we tot slaaf worden gemaakt. De ‘mens’ als gedomesticeerd huisdier die luistert naar de ‘baas’.

Of is dat mijn Ludditische geest die in opstand komt en die schreeuwt om de heroprichting van de Hollandse Democratische Luddieten.

 

 

 

Louis van der Kallen.


    

SAMEN VOOR ONS EIGEN

 

    


| 09-09-2020 |

 

Samenwerken in de politiek is moeilijk maar in de Bergse situatie absoluut noodzakelijk. Niet alle politieke partijen zijn er toe in staat. Bij echt samenwerken is een aantal kwaliteiten belangrijk die helaas bij slechts weinig politici herkenbaar zijn. Jammer genoeg maakt de wereld het hen ook niet gemakkelijk om eerlijk te zijn. In de politiek, zo is de ervaringswereld van de politici, loont liegen, loont beloven, loont korte termijnbeleid, loont het schenden van afspraken, loont doen of je neus bloedt, loont een slecht geheugen en loont het in een kwaad daglicht stellen van anderen.

De politiek is duaal geworden. Dat is zelfs officieel bijna twintig jaar geleden in wet en regelgeving vastgelegd. Zelfs in de laatste bolwerken van monistisch beleid, de waterschappen heeft de politiek, de partijpolitiek, haar intrede gedaan en is dualisme in opmars. In het artikel “WAAROM GAAT HET FOUT? ALFA’S!!!!!” heb ik beschreven hoe de ‘alfa’s’ het politieke domein veroverd hebben. En daarmee de dominantie van het woord hebben veroverd over de feiten. Campagne voeren, stemmen veroveren: de taal van de oorlog is de taal van de politieke partijen geworden. Net als in een echte oorlog is de waarheid het kind van de rekening.

Ze werkt het ook in de Bergse politiek. Wat er is gebeurd, is niet meer relevant, dat is voorbij. Of toch niet? Als je als partij een grote rol heb gespeeld bij de ontstane problematiek, negeer je dat. Nu is immers alles anders. De wethouder van de eigen partij, onder wiens verantwoordelijkheid bijvoorbeeld het plan de Bergse Haven is gemaakt (verlies pakweg 100 miljoen) is allang weg. De wethouder van de eigen partij die acht van de laatste tien jaar wethouder van financiën is geweest, is al twee jaar met pensioen. Dus allang vergeten. Zij zijn wel degelijk verantwoordelijk voor de ontstane problemen! Nu kijken we vooruit. Die partij is nu – voor mij – de reïncarnatie van de oudst bekende politicus die iedere paastijd weer voorbij komt: Pontius Pilatus. Wij wassen onze handen in onschuld is het liberale motto geworden. Wij nemen nu verantwoordelijkheid. We sluiten een focusakkoord. We benoemen wethouders van buiten. Zij dragen straks de verantwoordelijkheid voor alle nare zaken. Het gaat uiteindelijk om de ‘vox populi’ (de stem van het volk). Wij doen wat ‘loont’. Dat samenwerking noodzakelijk is, belijden wij, liberalen, met het woord. Voor de ware narcist – en wie is dat in de tijd van Instagram, LinkedIn en facebook niet? – is zijn interpretatie van ‘afspraken’ de waarheid. Hoezo ‘voorlopig niet politiseren’ of samenwerken met alle (tien) partijen. Doen we toch! Of toch niet? O, dat zegt ons campagneteam dat bepaalt zelfstandig wat het doet.

Ondergetekende heeft een tweede partij gevoegd in mijn rijtje van niet mee samen te werken. Ik hecht als geboren Feijenoorder wel aan daden, de geschiedenis en aan feiten. Als je als partij iets belooft (samen en depolitiseren) en de koppen op het pamflet laten het tegendeel zien zijn, dan zijn dat de feiten. Feiten in een lange reeks. Terwijl het belang van ons Bergen schreeuwt om ‘samen’ is het kiezen voor het eigen partijbelang een ontkenning van de echte op te pakken verantwoordelijkheid.

In het belang van Bergen is meer monisme en minder duaal geboden. Maar als er op ondergetekende – of anderen – geschoten wordt, zoek ik dekking. Ondergetekende is geen masochist en ik werk dan op die manier ook niet meer samen. Of ik terug ga schieten? Weet ik nog niet. Ik ben een soort van Calimero (zwart in een gele familie), de ‘ruziezoekers’ zijn groot en ik ben klein. Als een grote de verantwoordelijkheid wel zegt te nemen maar in werkelijkheid gewoon duaal blijft opereren en blijft handelen naar wat loont en het partijbelang voorop stelt, praat ik ‘achter de deuren’ niet meer mee. Waarom? Omdat het zinloos is met het summum van liberaal eigenbelang te praten over het algemeen belang. We kruisen de degens wel waar het hoort: in de arena van de raad. In Harrebomée is te vinden: “De raad vergadert te laat, Als men ten strijde gaat.” Het wordt tijd dat de raad vergadert voor dat pamfletten de trommels, trompetten en bazuinen nog luider laten klinken!

 

 

Louis van der Kallen.


    

KOOP LOKALE WAAR, DAN HELPEN WIJ ELKAAR!

 

    


| 30-08-2020 |

 

Op 10 juni 2020 schreef ik een artikel met de kop: “ STEUN ZE! (HELP ELKAAR, KOOP LOKALE WAAR)”. Ik heb daar veel reacties op gekregen. Voor mij de reden om op 19 juli te starten met dagelijks op facebook en Instagram aandacht te geven aan steeds twee andere ondernemers uit onze binnenstad. Met de stelling en de vraag: Wíj steunen Bergse ondernemers. U toch ook? Willen wij een enigszins gezonde stedelijke en regionale economie houden dan zullen wij met zijn allen aandacht moeten houden en geven aan de lokale ondernemers. Iedere euro lokaal besteed helpt een beetje om uw buurvrouw, of buurmeisje of buurjongen aan het baantje te helpen wat hen kan helpen de eindjes aan elkaar te knopen.

Maar er is meer dan de binnenstad en ook meer dan de ondernemers in het bebouwde gebied. In, op en rond de Brabantse Wal zijn veel tuin-, land- en veeteeltbedrijven actief die prachtige streekproducten produceren. Deze bedrijven verdienen een bezoek. Bekijk als startpunt eens de pagina van de VVV Brabantse Wal die daar aandacht aanbesteedt. Er is op die website ook een pagina met goede ideeën voor een (aankoop)bezoek. Voor de meer culinair aangelegde streekgenoten zijn er de ‘Dutch cuisineroutes’ waaronder ook bedrijven vallen in onze regio die op een bijzondere manier onze streekproducten voorbereiden om ook uw gehemelte te strelen onder het moto “ZILT, ZOET, ZALIG WEST-BRABANT”. Dan is er ook het “uitstreekend” initiatief. Een initiatief dat prachtige ‘uitstekende’ foodboxen (uit de streek) samenstelt en echt unieke lokale/regionale producten onder uw aandacht brengt. Voor uw gemak is er ook een maaltijdboxservice Bergen op Zoom die ook producten biedt uit onze regio.

Maar er zijn ook veel initiatieven van individuele boeren. Het barst van de agrariërs en tuinders die hun eigen producten – vaak seizoengebonden – aanbieden. Zo ééntje is de Aspergeboerderij Ooms aan de Kruisweg in Lepelstraat. Daar kunt u ook terecht voor uw aardappelen, uien of eieren en tal van andere boerderijproducten. Bij Ooms in Lepelstraat is dat ook zo. Zij verkopen in de boerderijwinkel producten van het eigen land en van dat van de collega’s. Fiets, rij of loop er eens langs en/of bezoek hun website om te zien wat voor lekkers uit de Brabantse grond daar te koop is. Verser en regionaler kan het niet.
Koop lokale waar, zo helpen wij elkaar!

 

Louis van der Kallen.


    

DE ÉÉN ZIJN DOOD

 

    


| 25-08-2020 |

 

Als iemand overlijdt, is dat een verlies voor zijn omgeving en een verlies aan alles wat in zijn of haar brein is opgeslagen. Maar het betekent ook vaak dat zijn nalatenschap anderen inspireert. Soms is het omdat in een in memoriam zijn of haar werk weer wordt belicht en soms is het omdat de feitelijke, materiële nalatenschap een ‘nieuw leven’ krijgt. Zo hebben vanuit de nalatenschap van de oud-archivaris van Bergen op Zoom Willem van Ham mij een aantal documenten en boeken bereikt die mij aanzetten tot nader onderzoek en beschouwingen naar de waterschapgeschiedenis van onze West-Brabantse regio.
In de stukken die ik uit de nalatenschap ‘Van Ham’ heb mogen ontvangen zaten twee A’4-tjes, vermoedelijk in de jaren vijftig zestig van de vorige eeuw met de typemachine aan beide zijden beschreven en aangevuld met de vulpen. De A’4-tjes bevatten gegevens omtrent de ontwikkeling van de tarieven van meer dan 150 regionale waterschappen over de periode 1914- 1955.
 
Bij de ruim 150 waterschappen op de “Van Ham A’4-tjes” zaten veel namen die ik niet direct kon thuisbrengen. De tarieven verschilden enorm. In 1955 kwam je tarieven tegen van 54 cent per hectare (Brabantse Biesbosch) tot 65 gulden per hectare (Hogerwaard, op de grens van Noord-Brabant en Zeeland). Ook binnen gemeenten konden de tarieven per hectare enorm verschillen. Als voorbeeld de gemeente Bergen op Zoom. Voor waterschap De Zoom 66 cent, voor waterschap De Augusta 12,88 gulden en voor waterschap De Gertruidapolder 50 gulden per hectare.
 
Niet altijd is nu goed te duiden wat dit soort verschillen veroorzaakte. In 1955 waren de meeste waterschappen echte polders. Het grootste deel van de hoge zandgronden waren nog niet gebracht onder waterschapbeheer.
 
Wat ook verbaasde, is het verloop van de tarieven tussen 1914 en 1955. We komen stijgingen tegen van circa 2200 procent (van 0,12 naar 2,63 gulden per hectare) bij het waterschap de Bovenmark. Maar ook een prijsdalingen zoals van bijvoorbeeld 10 % bij het waterschap Vliert en Ertveld (van 22,53 naar 20,45 gulden per hectare). In 40 jaar een daling van het tarief.
 
Wat nieuwsgierig maakt, is hoe bij fusies de prijsverschillen werden verwerkt. Wat ik graag zou weten, is hoe dat bijvoorbeeld is gegaan bij de vorming van het waterschap de Agger in 1988 waar 13 waterschappen werden samengevoegd tot één nieuw De Agger. De tarieven verschilden in 1955 nog enorm van 0,66 (de Zoom) en 1,00 gulden ( Noordkil van Ossendrecht) als twee laagste tot de 11 andere waterschappen die tarieven hadden tussen de 12,88 (de Augusta) tot 45,25 gulden per hectare (De Zuidpolder onder Ossendrecht). Natuurlijk waren de tarieven in 1988 tijdens de fusie vast anders dan in 1955. Maar de verschillen zullen in 1988 nog steeds groot geweest zijn.
 
Als raadslid maak ik met regelmaat discussies mee over de verschillende tarieven bij verschillende gemeenten. Zeker als bijvoorbeeld weer een vergelijkend onderzoek de media heeft gehaald. Dan wordt over een verschil van 20 % al politiek kabaal gemaakt. In de wereld van de waterschappen is sinds de jaren vijftig het aantal waterschappen door fusies verminderd van circa 2500 (1950) naar 21 nu. Daarbij halveerden soms de tarieven van samengevoegde waterschappen. De desbetreffende boeren en burgers waren blij, maar tegelijkertijd verveelvoudigden voor anderen bij die fusie de tarieven.
 
Ik denk dat toen het waterschap de Zoom en het waterschap de Noordkil opgingen in De Agger in 1988, de boeren en grondeigenaren in het waterschap de Zoom misschien wel tien keer meer gingen betalen terwijl die van Waterschap de Zuidpolder hun tarieven zagen halveren. Destijds zagen we geen tractors oprukken naar de gemeentehuizen of het provinciehuis.
 
Ik ben benieuwd hoe de burgers en bedrijven van Steenbergen en Woensdrecht zullen reageren als er een gemeentelijke herindeling komt waarbij bijvoorbeeld de gemeenten Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht samengevoegd worden en zij de aanslagbiljetten zien van de nieuwe Brabantse Wal-gemeente. Van die van Bergen weet ik het wel. Die trekken dan een fleske open. Boeren en grondeigenaren zijn vermoedelijk anders dan burgers! Of zou het komen dat in 1988 de waterschappen nog boerenrepublieken waren en het bestuur hooguit een enkele politicus zoals ik bevatte? Of waren de boeren van toen solidair met elkaar en zouden burgers daar nog iets van kunnen leren?
 
Interesse in de stamboom (meer dan 230 rechtsvoorgangers) van het waterschap Brabantse Delta er uit zie. Kijk dan eens op: Stamboom
Probeer eens de in dit stuk genoemde waterschappen te lokaliseren. Bij drie gaat dat niet lukken want die liggen buiten het werkgebied van de Brabantse Delta.

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-de-een-zijn-dood/

 

Louis van der Kallen.


    

DE TOEKOMST VAN ONS ZOETWATER

 

    


| 15-08-2020 |

 

De afgelopen 18 jaar heb ik veel geschreven over de (voorgenomen) verzilting van het Volkerak/Zoommeer. Voor de liefhebber kijk het dossier maar eens door (www.onswater.com). Wat politici zeker eens zouden moeten lezen, is mijn afscheidsrede in de Staten van Brabant over dit onderwerp d.d. 23 juni 2003 over de toen geagendeerde Integrale Visie Deltawateren. Veel van wat ik toen zei, is reeds uitgekomen. De toenemende droogteperiodes, de zoetwatertekorten, de toenemende verzilting, het lijkt allemaal nieuw maar is het niet. Het is voorspeld en het zal verder toenemen. Het is tijd voor een gedegen heroverweging van het totale waterbeleid in onze delta.
 
Zoete Zeeuwse meren vormden de gouden belofte van de Deltawerken voor de zoetwatervoorziening van Zeeland en West-Brabant. De plannen werden aangepast toen werd besloten de stormvloedkering in de Oosterschelde aan te leggen. Door de slechte waterkwaliteit van de Rijn werd de verzoeting van het Grevelingenmeer uitgesteld en uiteindelijk afgeblazen. Zo werden de Zeeuwse wateren – die altijd de doorvoer van zoet rivierwater kenden – zouter dan ooit.
 
De Grevelingen kan nog altijd verzoet worden. Door de voortschrijdende verzilting en de steeds drogere zomers wordt de beschikbaarheid van zoet water in Zeeland als maar kleiner. Het kan anders! Het Grevelingenmeer is in te richten als zoetwaterbuffer. Nu is het de tijd voor een heroverweging van de totale herinrichting van de Delta.
 
Een andere inrichting van het gebied, te beginnen met herstel van de afvoer van rivierwater door Volkerak/Zoommeer/Grevelingensysteem, kan de kwaliteitsproblemen (blauwalgen, zuurstofloosheid in de diepere delen) grotendeels oplossen. De verbinding maken door de Grevelingendam is in strijd met de Natura 2000-status van het Grevelingenmeer. Gezien de zeer slechte kwaliteit van het Grevelingenmeer is deze Natura 2000-status feitelijk zonder betekenis. Het Grevelingenmeer is geen natuur van een ‘buitengewoon Europees belang’. De aan de status verbonden instandhoudingsdoelen zijn volstrekt onhaalbaar! Tijd dus voor een aanpassing.
 
Dus terug naar natuurlijke processen en naar maatregelen voor klimaatbestendigheid en naar het benutten van kansen om te komen tot zoet/zoutovergangen en een meer estuariën milieu.
 
De geleidelijke verzoeting van het Grevelingenmeer is van groot belang in de strijd tegen de verzilting waarbij het meer zich kan ontwikkelen naar het oorspronkelijke doel van de Deltawerken: een zoet milieu. De landbouw op Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee kan daarvan profijt hebben. Nu de voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer op een route ligt naar afstel wordt het tijd verzoeting van het Grevelingenmeer te overwegen. Zeker nu er ook steeds meer geluiden komen om ook de toekomst van de Oosterschelde te gaan bekijken in het licht van de mogelijke gevolgen van de zeespiegelstijging en de daardoor noodzakelijke aanpassing van de stormvloedkering. Misschien wordt dat tussen nu en 50 tot 75 jaar wel een vaste dam.
 
In het licht van de waterveiligheid, riviernoodberging, waterkwaliteit, verzilting en de zoetwatervoorziening is het nu de tijd om met andere ogen naar onze delta te gaan kijken.

https://kijkopbergenopzoom.nlhttps://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-nadenken-over-onze-zoetwatertoekomst//opinie-terug-naar-de-middeleeuwen/

 

Louis van der Kallen.


    

TERUG NAAR DE MIDDELEEUWEN

 

    


| 07-08-2020 |

 

In de middeleeuwen werden onze straten door veel mensen gebruikt als beerputten. Afval, pispot inhouden wel of niet gevuld met vaste bestanddelen werden op straat gedumpt. Nu lijkt het vaak niet anders. Veel klachten die mij als raadslid bereiken gaan over zwerfafval, hondenuitwerpselen en slecht (groen) onderhoud/onkruid.

In het boekje “Bestuur en Rechtspraak” in 1976 uitgegeven door de gemeente Bergen op Zoom geschreven door onze oud-gemeentearchivaris Willem van Ham is te vinden dat in 1314 eenieder verplicht werd de straat voor zijn huis schoon te houden. Gezien de huidige bezuinigingen en het verpauperende staatbeeld lijkt het mij geen slecht idee dat opnieuw in te voeren waarbij buren verplicht worden het over te nemen als mensen wegens lichamelijke beperkingen in gebreke blijven. Of moet het per straat, via een aan te wijzen straatmeester, geregeld worden (de Chinese methode). Afval en onkruiden en straatmest waren toen de punten van zorg. Straatmest ophalen werd in 1479 geregeld. Hoewel straatmest nu overwegend door honden wordt gedeponeerd blijkt de daardoor veroorzaakte ergernis nog steeds een reden om gemeenteraadsleden er voor te benaderen.

Wat omstreeks die tijd ook door de lokale overheid geregeld werd was de gegarandeerde aanwezigheid van een ‘medische’ voorziening. Ook daar begint er pijn te ontstaan. De afgelopen vier jaren ben ik, als raadslid, door 11 burgers benaderd die geen huisarts konden vinden die hen in zijn of haar praktijk wilde inschrijven. In de middeleeuwen nam de gemeente Bergen op Zoom een eigen medicus in dienst. “Hij had de verplichting om ieder zonder uitstel te helpen.” Niks geen wachtlijst dus! Om de functie, het ambt, aantrekkelijk te maken kreeg hij “een tabbaardlaken van dezelfde kwaliteit als de heren magistraat”. De taak van deze geleerde heer was uitsluitend de diagnose.

Het vuile medische werk werd gedaan door chirurgijns of heelmeesters (barbiers en/of caféhouders). Ook de versterking van geneesmiddelen was gereglementeerd via het gilde van de ‘Meerse’ de kleinhandelaars waarin de kruideniers voor de middelen zorgden.

Ook konden gemeenten vanwege allerlei ziekten lokale beperkingen opleggen en afdwingen. “De registers wemelden van de bepalingen om ziekten te voorkomen of de verspreiding daarvan te beperken.” Zo kon er ook een pestmeester of een speciale vroedvrouw voor besmette vrouwen benoemd worden.

Qua straatbeeld beginnen we langzaam de middeleeuwen te benaderen. Als het over de noodzaak gaat regels te stellen en te handhaven ook. Nu nog de bevoegdheden terug en het geld (of de rechten om gepaste belastingen te heffen) om zaken medisch eigentijds maar procedureel zoals in de middeleeuwen te regelen. Waar is de ‘heer van Berge’ om de passende bevoegdheden bij de ‘landheer’ te regelen?

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-terug-naar-de-middeleeuwen/

 

Louis van der Kallen.


    

GENERALITEITSLAND

 

    


| 03-08-2020 |

 

Veel van wat vandaag de dag gebeurt, kent vaak oude parallellen. Mijn analyse over de plannen met bijvoorbeeld het Volkerak-Zoommeer van de regering is dat Den Haag wel zijn oren laat hangen naar de Zeeuwse belangen maar dat de West-Brabantse belangen onderbelicht blijven omdat West-Brabant lang een Generaliteitsland was dat toen bestuurd werd vanuit Den Haag door de Generale Staten van de Zeven Provinciën. En nu gebeurt dit vaak door bestuurders afkomstig uit het dominante westen van ons land of door eigen bestuurders die de gedweeheid van hun voorgeslacht nog niet hebben afgeworpen. E. Härtel omschreef het in “Bergen op Zoom, proeve van een sociaalgeografische stadsanalyse” als volgt: “Het resultaat van de vorming van grotere politieke eenheden en het optreden van de scheuring in de Nederlanden was er mede oorzaak van, dat Bergen op Zoom aan de periferie van het vrije noordelijke deel kwam te liggen en dat Bergen op Zoom als vestingstad belangrijk werd. Bovendien was Bergen op Zoom en haar omgeving een deel geworden van het Generaliteitsland, het door de Republiek geëxploiteerde gebied, dat van veel rechten verstoken was en zware lasten moest dragen.”

Het gegeven Generaliteitsland te zijn speelde keer op keer op bij conflicten over rechten. Als voorbeeld de eeuwen durende discussies over de visrechten tussen Thoolse en Bergse vissers in het gebied van het verdronken land van Reymerswael. Een deel van de vissers die de overstromingen op Reymerswael overleefde, had zich in Tholen gevestigd en een ander deel in Bergen op Zoom. Wie had de visrechten geërfd Bergen op Zoom of Tholen was de vraag? Tholen beschikte als stemhebbende in de Staten van Zeeland, één der belangrijkste en rijkste gewesten in de Republiek, uiteindelijk over meer macht dan een stad in het Generaliteitsland. “Het resultaat was, dat Zeeland Bergen op Zoom, “van veele visserijen” beroofde, zoals het in 1778 heette“, aldus E. Härtel.

Met de val van Antwerpen in 1585 kam er een einde aan de Brabantse inspraak in het landsbestuur. Er werden ondanks herhaalde verzoeken geen Brabantse vertegenwoordigers meer toegelaten tot de Staten-Generaal. We werden formeel bezet gebied. Bezet door het militair gezag van de stadhouder en de Raad van State. Dat Breda zich bij de Unie van Utrecht had aangesloten en Bergen op Zoom keer op keer voor de zeven provinciën de Spaanse Furie doorstond, was voor de Republiek relevant genoeg. Staats Brabant mocht zich zelf niet regeren en werd vanuit Den Haag geregeerd. Meer dan 200 jaar bezetting. Recht op compensatie? Pas in 1796 mochten Brabanders weer aansluiten met een eigen vertegenwoordiging in de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. De Fransen die ons in 1747 nog met de grond gelijk maakten, werden feitelijk in 1796 de bevrijders van Noord-Brabant.

Hoewel Noord-Brabant zich sinds ruim twee eeuwen formeel zelf mag besturen, heb ik vaak het gevoel dat onze belangen nog steeds ondergeschikt zijn aan die van de Randstad en soms ook aan die van Zeeland. Zeeland dreigt weer het beste weg te komen met een Rijksbesluit over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Zij krijgen met de verzilting vooral de baten, zoals de uitbreiding van de schelpdierteelt en de toeristisch uitbreidingen in de vorm van jachthavens. West-Brabant betaalt als het doorgaat de hoofdprijs: dit gebied verdwijnt achter de sluizen, verliest veel zoetwaterinlaten, gaat verzilten en dient het water te bergen om de Randstad droog te houden. Voor mijn gevoel denken ze in Zeeland en de Randstad dat West-Brabant er alleen is om doorheen te rijden. De geest van de oude Staten Generaal, die ons als Generaliteitsland bestuurde, waart nog steeds rond in de bestuurskamers van Den Haag.

De door het Rijk gebruikte symbolen van de staatsmacht bevestigen nog steeds de achterstelling van de (voormalige) Generaliteitslanden. Toen de Nederlanden in opstand kwamen tegen de Spaanse Kroon had de leeuw in het Rijkszegel zeventien gebundelde pijlen in de rechter voorklauw als symbolen voor de zeventien Verenigde Nederlanden. Het bij Koninklijk Besluit van 23 april 1980 hernieuwde Rijkswapen wordt in Artikel 1 als volgt omschreven:
“Het wapen, dat door het Koninkrijk der Nederlanden, zowel als door Ons en Onze opvolgers, Koningen der Nederlanden, zal worden gevoerd, is: in azuur, bezaaid met blokjes van goud, een leeuw van goud, gekroond met een kroon van drie bladeren en twee parelpunten van hetzelfde, getongd en genageld van keel, in de rechter voorklauw opgeheven houdende in schuinlinkse stand een zwaard van zilver met gevest van goud en in de linker- een bundel van zeven pijlen van zilver met punten van goud, de pijlen tezamen gebonden met een lint mede van goud.

Het is helder buiten de zeven “provinciën” van de Republiek is de rest in het Koninkrijk nog steeds van ondergeschikt belang! De ‘macht’ dat zijn de zeven!

https://kijkopbergenopzoom.nl/opinie-generaliteitsland/

 

Louis van der Kallen.


    

WILHELMUS

 

    


| 31-07-2020 |

 

 

De oudst bekende tekst van het Wilhelmus uit het Geuzenliedboek 1577-1578.

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet
Den Vaderlant ghetrouwe
Blijf ick tot inden doot:
Een Prince van Oraengien
Ben ick vry onuerveert
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert.

In Godes vrees te leuen
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreuen
Om Lant om Luyd ghebracht.
Maer God sal my regeren
Als een goet Instrument
Dat ick sal wederkeeren
In mynen Regiment.

Lijdt v mijn Ondersaten
Die oprecht zijn van aert,
Gad sal v niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begeert te leuen
Bidt Godt nacht ende dach
Dat hy my cracht wilt gheuen
Dat ick v helpen mach.

Lijf end’ goet al te samen
Heb ick v niet verschoont,
Mijn Broeders hooch van Namen
Hebbent v oockvertoont:
Graef Adolf is ghebleuen
In Vrieslant inden Slach,
Sijn siel int eewich Leuen
Verwacht den Jongsten dach.

Edel end’ Hoochgeboren
Van Keyserlicken Stam:
Een Vorst des Rijcx vercoren
Als een vroom Christen Man,
Voor Godes Woort ghepresen
Heb ick vry onuersaecht
Als een Helt sonder vreesen
Mijn Edel Bloet ghewaecht.

Mijn Schilt ende Betrouwen
Sijt ghy, O God mijn Heer,
Op v so wil ick bouwen
Verlaet my nemmermeer:
Dat ick doch vroom mach blijuen
V dienaer taller stont,
Die Tyranny verdrijuen ,
Die my mijn hert doorwont.

Van al die my beswaren
End’ mijn veruolgers zijn,
Mijn God wilt doch bewaren
Den trouwen Dienaer dijn:
Dat sy my niet verraschen
In haren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Als Dauid moeste vluchten
Voor Saul den Tyran:
So heb ick moeten suchten
Met menich Edelman:
Maer God heeft hem verheuen,
Verlost wt alder noot,
Een Coninckrije gegeuen
In Israel seer groot.

Nae tsuer sal ick ontfangen
Van God mijn Heer dat soet,
Daer na so doet verlangen
Mijn Vorstelick ghemoet:
Dat is dat ick mach steruen
Met eere in dat Velt,
Een eewich Rijck verweruen
Als een ghetrouwer Helt.

Niet doet my meer erbarmen
In mynen wederspoet
Dan datmen siet verarmen
Des Conincx Landen goet,
Dat v de Spaengiaerts crencken
Edel Nederlant soet,
Als ick daer aen ghedencke
Mijn Edel hert dat bloet.

Als een Prins opgheseten
Met myner Heyres cracht,
Van den Tyran vermeten
Heb ick den Slach verwacht,
Die by Maestricht begrauen
Bevreesde mijn ghewelt,
Mijn Ruyters sachmen drauen
Seer moedich door dat Velt.

So het den wille des Heeren
Op die tijt had gheweest,
Had ick wel willen keeren
Van v dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hierbouen
Die alle dinck regeert,
Diemen altijt moet louen
En heeftet niet begheert.

Seer christelick was ghedreuen
Mijn Princelick ghemoet,
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mynes herten gront,
Dat hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen bekant.

Orlof mijn arme Schapen
Die zijt in grooten noot,
V Herder sal niet slapen
Al zijt ghy nu verstroyt:
Tot God wilt v begheuen,
Sijn heylsaem Woort neemt aen,
Als vrome Christen leuen,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Voor God wil ick belijden
End syner grooter macht,
Dat ick tot geenen tijden
Den Coninc heb veracht:
Dan dat ick God den Heere
Der hoochster Maiesteyt,
Heb moeten obedieren
Inder gherechticheyt.

 


    

APOCALYPS

 

    


| 31-07-2020 |

 

We leven in roerige tijden met vele plagen. Aan de nachtelijke hemel een komeet. Neowise komt langs, in vroeger eeuwen geduid als een boodschapper van het kwaad. Een wereld wijde pandemie overheerst de dagelijkse media, in vroeger tijden geduid als een uiting van de toorn van God. Droogte teistert de landen. Het klimaat veranderd. Uitingen van onrust grijpen om zich heen door sommigen geduid als komende revolutie. In vele ‘sociale’ media verschijnen afbeeldingen van ‘duivelse’ (wereld) leiders. Wereldmachten lijken elkaar naar het leven te staan. De honger in de wereld neemt toe en de economie is wereld wijd in een neergang terechtgekomen, die zijn gelijke in de geschiedenis niet kent.

Op zevenentwintigjarige leeftijd gaf de Neurenbergse goudsmidszoon Albrecht Dürer zijn ‘Grote Boek’ gewijd aan de “Apocalypse” uit. Het maakte hem wereld beroemd. 14 houtsneden van ongekende klasse.
Zelf ben ik onder de indruk van een aantal van die houtsneden zoals die waarbij de engel Michaël samen met drie andere engelen de draken uit de hemelen verdrijft. Ik heb ook nog wel een hedendaags klusje voor die vier. Ik wil ze de weg naar het Witte Huis of het Palácio do Planalto wel wijzen. Zelf heb ik het meest met de zesde houtsnede in het boek waar ‘de rampen los breken’. Met een Arend die krijsend de wereld met een “wee, wee, wee” lijkt te waarschuwen. Met zeven engelen, die op bazuinen blazen, die de wereld alarmeren. Waar schepen vergaan en een vuurspugende berg die de wereld in vuur en vlam zet en de ster ‘Absinth’ die met alsem de waterbronnen vergiftigd.

Als bestuurder ben ik al vele jaren betrokken bij het waterbeheer. Mij spreekt de symboliek van dit alles mij aan. De wateren van deze wereld worden sluipende wijze vergiftigd en verzuurd met gifstoffen, met plastic, met hormonen, met koolzuurgas, met radioactieve stoffen enzovoort. Terwijl water een levensvoorwaarde is. Voorwaar een wee, wee, wee waard.

 

Louis van der Kallen.


    

PLUNDERING VAN EEN DORP

 

    


| 28-07-2020 |

 

Schuldig of onschuldig, maar wie is dan wel de dader?

Het jaar 1589 was een dramatisch jaar voor het dorp Wommelgem in de provincie Antwerpen. Hollandse troepen (volgens vele bronnen) staken er verschillende windmolens in brand. Alle huizen van het dorpscentrum gingen in vlammen op en een brouwerij werd geplunderd. Bij de gewelddadigheden die met deze plundering gepaard gingen, verloren 33 inwoners het leven waaronder vier schepenen.

Van de plunderingen van Wommelgem maakte Sebastiaan Vrancx (1573-1647) een schilderij dat in Museum Kunstpalast in Düsseldorf te zien is. Tot zover de door mij achterhaalde feiten.

Wat treft mijn verbazing dat een afbeelding van het schilderij gebruikt is voor de omslag van het boek “staatsvormend geweld” uit 2007. Op die omslag is te lezen: “Plundering van Wommelgem in 1589 door het garnizoen van Bergen op Zoom”. Wat is het bewijs voor deze beschuldiging? In 1588 werd Bergen op Zoom nog belegerd door Parma met zijn leger van circa 36000 troepen. Wat zou het Bergse garnizoen in 1589 bij Wommelgem te zoeken hebben gehad? Kwamen ze misschien uit een ander ‘Berghe’?

Mijn vraag is:  wie o wie is de zondaar die onze voorvaderen of onze edele gasten uit de republiek belastert, zonder deugdelijk bewijs? Iets voor een zomeravond om uit te zoeken. Wie o wie of welk een snoodaard heeft de naam van onze stad bezoedeld? Of wie o wie kent de echte daders?

Plunderingen Wommelgem

 

Louis van der Kallen.