KOOP LOKAAL/EEN KRABBEN EURO?

 

    


| 22-07-2021 |

 

Soms krijg je als raadslid iets toegestuurd waarbij je jezelf de vraag stelt: “kan of moet ik hier iets mee?” Zo kreeg ik op zaterdag 17 juli 2021 in de brievenbus het boekje “De Koop Lokaal Booster”, uitgegeven door Social Trade Organisation (STRO). Het boek vertelt onder andere hoe het stimuleren van ‘lokaal kopen’ in Preston (een twee keer zo groot stadje als Bergen op Zoom, gelegen in Lancashire – Engeland – nabij Liverpool) door de gemeente werd opgepakt. Preston was in financieel, economische en sociaal opzicht in verval geraakt. De kredietcrises in 2008 gaf nog een extra zetje in de verkeerde richting.

Preston concludeerde: “How we spend money can make a difference” en ontwikkelde, en ging aan de slag met het “The Preston Model”. Hij was geïnspireerd door het initiatief van de The Evergreen Cooperatives of Cleveland waarbij een aantal grotere inkopers in de stad ervoor kozen om hun aankopen vooral lokaal te kopen. De gemeente Preston besloot een soort soortgelijk initiatief in de eigen gemeente te starten, dit op initiatief van een raadslid dat contact had opgenomen met Center for Local Economic Strategies (CLES). CLES is een denktank met de nodige ervaring op het gebied van samenwerken tussen en met lokale overheden met als doel gezamenlijk de lokale economie te stimuleren.

CLES ontwikkelde het Preston Model, dat in vijf à zes jaar tijd een aanmerkelijke verschuiving teweeg bracht naar meer lokaal inkopen door de gemeente Preston, door Lancashire County en door lokale organisaties en ondernemers.

Het is een voorbeeld dat navolging verdient door gemeenten en regio’s in ons land. Ik geef de collega- raadsleden mee: klik eens op de linken en bestudeer het voorbeeld dat gemeente Preston ons geeft.

Denk nu niet meteen: dat mag hier niet of Europese regelgeving staat dat in de weg. De Europese Richtlijn 2014/23/EU biedt een aantal mogelijkheden om op basis van sociale, innovatiegerelateerde of milieu-criteria gemotiveerd van aanbestedingsregels af te wijken. Lees bijvoorbeeld artikel 41 lid 1 en 2 van de Richtlijn eens.

Na de verkiezingen in maart 2022 gaan we weer aan de slag om in de gemeenten nieuwe college- en raadsprogramma’s op te stellen en daarmee hebben we de kans nieuwe initiatieven te ontplooien om onze lokale economie als een feniks te laten herrijzen na de duikvlucht tijdens de pandemie. Het Preston Model is mijns inziens de moeite van bestuderen waard. Misschien zijn we toe aan een (digitale) Krabben Euro!

 

Louis van der Kallen.


DE VOS ZONDER STAART

 

    


| 18-07-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos zonder staart

Een vos liep eens in een val. Na een lange en pijnlijke strijd kon hij zich losrukken maar moest daarbij zijn mooie pluimstaart achterlaten. Gedurende lange tijd bleef hij uit de buurt van andere vossen, want hij wist heel goed dat ze hem zouden uitlachen en grapjes over hem zouden maken. Maar hij vond het moeilijk om zo helemaal alleen te leven en bedacht een plan dat hem misschien uit de nood kon helpen. Hij riep een vergadering van alle vossen bijeen, zeggende dat hij iets heel belangrijks wilde vertellen aan zijn soortgenoten. Toen ze allemaal samen waren, stond de vos zonder staart recht en hield een lange toespraak over vossen die door hun staart in hun ongeluk waren gelopen. De ene was doodgebeten door honden toen hij met zijn staart kwam vast te zitten in een haag. Een andere had niet vlug genoeg kunnen weglopen omdat zijn staart teveel woog. Ook was het algemeen geweten dat de jagers vossen achterna zaten omwille van hun staart, die ze dan afsneden en bij zich droegen als jachttrofeeën. “En aldus”, besloot de vos zonder staart zijn toespraak “is het bewezen dat het voor vossen beter is wanneer ze geen staart hebben. Ik raad jullie dus aan om je staart af te snijden.” Toen zijn toespraak teneinde was stond een oude vos recht en zei glimlachend:” “Meester vos, wanneer u zo vriendelijk wilt zijn om u even om te draaien zullen wij u antwoorden.” De arme vos zonder staart draaide zich om en daarop ontstond er zulk een gejoel, gejouw en hoongelach dat hij inzag hoe nutteloos het was om andere vossen te overtuigen dat ze beter afstand deden van hun staart.

Moraal

Luister niet naar de raad van mensen die u naar beneden willen trekken tot hun niveau. Wiens brood men eet , diens woord men spreekt. Dat geldt soms ook voor de ambtelijke adviezen aan een gemeenteraad. Tot slot er ééntje van Harrebomée: “Eigenbaat, Jongen raad, Heimelijke haat, Doen ter wereld de meeste schaad.”

 

Louis van der Kallen.



DE VOS EN DE EGEL

 

    


| 16-07-2021 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de egel

Een vos zwom een rivier over, maar de rivier was zo breed dat hij veel moeite moest doen om de andere kant te bereiken. Helemaal uitgeput door zijn gevecht met de stromingen in de rivier legde hij zich neer op de oever. Al gauw kwam er een zwerm bloedzuigende vliegen op hem zitten. Maar hij bleef stil liggen, nog steeds te zwak om van hen weg te lopen. Een egel kwam voorbij en zei vriendelijk: “Laat mij die vliegen wegjagen.” “Nee, nee!” riep de vos uit, “stoor ze niet! Ze hebben zich volgezogen met mijn bloed. Indien je ze wegjaagt, komt er een andere zwerm van hongerige vliegen en die zullen het laatste beetje bloed dat ik nu nog heb ook wegzuigen.”

Moraal

Door een klein ongemak te verdragen kan men soms een groter ongeluk vermijden. Zo kijk ik ook naar vaccinaties. Velen hebben we in onze jeugd gekregen en die dienden allemaal om groter ‘ongemak’ te voorkomen. Mijn vroegste herinnering is de angst in de ogen van mijn moeder als ik, als vijfjarige, weer dreigde te stikken in een kinkhoestaanval. Wat een geluk dat de kinderen en moeders van nu dat bespaart blijven. En dat omdat er een vaccinatie voor bestaat!

 

Louis van der Kallen.



KONING LEEUW EN SLIM HET KONIJN

 

    


| 14-07-2021 |

 

“Koning Leeuw en Slim het konijn” is een Afrikaanse fabel in de traditie van Aesopus, een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Koning Leeuw en Slim het konijn

Diep in de binnenlanden van het Afrikaanse land Ghana leeft de koning der dieren: koning Leeuw. De koning heeft al veel kleine dieren opgegeten. Op een dag hoort mevrouw Haas met haar lange oren koning Leeuw tegen zijn vrouw zeggen dat hij van plan is Slim het konijn op te eten, een goede vriendin van mevrouw Haas en een meesteres in het oplossen van problemen en raadsels. Nadat Slim het konijn dit vernomen had, bood zij tot ieders verrassing het volgende aan: “Ik ga naar koning Leeuw en biedt mijzelf aan.”

Zij ontmoet koning Leeuw en zegt dat ze zich niet zal verzetten als hij haar wil opeten, maar stelt voor dat hij beter drie weken kan wachten. Zij kan dan intussen wat dikker worden. “Ik ben nu een en al bot. Ik denk niet dat je me nu echt lekker vindt.” Koning Leeuw accepteert de aanbieding. Maar na drie weken is Slim het konijn nog niets aangekomen. Toch gaat zij naar de koning toe en zegt: “Er is nog een leeuw in het bos, groter dan u en hij eet alle kleine dieren op.”

Koning Leeuw is woedend en vraagt haar onmiddellijk hem naar die leeuw te brengen. Slim het konijn begeleidt hem naar een meer en wijst naar het water. “Daar is-ie,” zegt ze. Ja, daar is zijn rivaal en Koning Leeuw springt in het water om te vechten. Zodra hij zich realiseert dat Slim het konijn hem misleid heeft, probeert hij uit het water te klimmen. Te laat. Katten kunnen niet goed zwemmen en Koning Leeuw verdrinkt. Slim het konijn, mevrouw Haas en al de andere kleine dieren uit het woud vieren een groot feest.

Moraal

Wie niet groot en sterk is moet slim zijn. Soms helpt het om bij een probleem zelf het initiatief te nemen en gebruik te maken van de mankementen van het ego van anderen. De hulp van een echte vriend kan dan ook uitkomst bieden of behulpzaam zijn. In de Nederlands politiek zijn coalities om iets te bereiken bijna altijd nodig. Koester dus je vrienden/bondgenoten.

 

Louis van der Kallen.



DE KIKKER DIE EVEN GROOT ALS EEN OS WILDE ZIJN

 

    


| 13-07-2021 |

 

De kikker die even groot als een os wilde zijn is een Jean de La Fontaine fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De kikker die even groot als een os wilde zijn

Een os stond in de wei te dromen bij een beek

En zag hoe daar vlakbij een kikker hem bekeek.

Hij was zichtbaar jaloers, niet groter dan een ei,

Maar kwaakte kwaad:

“Kijk, kijk! ‘k Word net zo groot als jij!”

De os sloeg met zijn staart en stond zich te verbazen.

De kikker rekte zich, begon zich op te blazen.

Hij blies en blies, hield zich even in

En vroeg: “Is dit geen goed begin?

Ben ik op weinig tijd niet reuze aangekomen?”

De os zei: “Boe!” En bleef maar voor zich uit staan dromen.

De kikker wond zich op, begon met nieuwe moed

Hij voelde alles spannen. “Is het nu nog niet goed?”

“Boe!” deed de os bedroefd. “Het lijkt er echt niet op.

Niet groter dan een pad, maar met een dikke kop!”

Nu werd de kikker woest, hij duwde, blies en balde

Zijn spieren plots zo hard dat hij aan flarden knalde

Moraal

De wereld barst van waan en nijd

Om wie de snelste auto rijdt

Het grootste huis. De verste reis.

Ach, is dat allemaal wel wijs?

 

Louis van der Kallen.



EEN BRANDBRIEF

 

    


| 12-07-2021 |

 

Wethouder Lok heeft namens de Regio West-Brabant (RWB) een brandbrief over de voorgenomen maatregelen ten aanzien van de Haringvlietbrug aan minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) gestuurd met de boodschap: “De bereikbaarheid van West-Brabant verslechtert aanzienlijk en de economische schade zal enorm zijn”, zo was vorige week te lezen in BNDeStem. Op het eerste gezicht denk je als raadslid: goed dat de gezamenlijke gemeenten in West- Brabant actie ondernemen. Op maandag 12 juli 2021 werd op de voorpagina van het regionale katern in een artikel naar de voorgenomen samenwerking tussen Roosendaal en Bergen op Zoom verwezen met die gezamenlijke actie als een goed voorbeeld.

Bij teveel mooie woorden en borstklopperij word ik altijd argwanend. Want lieden die gewoon hun werk doen, zeker politici en bestuurders hebben tegenwoordig vaak de neiging om zich zelf heel goed te vinden terwijl ze zelden in werkelijkheid echt goed zijn. Ik ben een geboren Feyenoorder. Dus een man van ‘geen woorden maar daden’.

Wat is dan wel goed, zou men zich af kunnen vragen. Formeel gaat de regio niet over de Rijksinfrastructuur. In het Overzicht 2021 Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport” (MIRT) zegt de minister: “Onze infrastructuur is van wereldklasse”. De vraag is of dat ook zo is en wat zijn de criteria voor de kwalificatie wereldklasse? Is de Haringvlietbrug bijvoorbeeld van wereldklasse?

Als ik met de gemiddelde weggebruiker spreek – zeker als hij of zij veel op de weg zit of zat voordat COVID-19 toesloeg – blijkt die gemiddelde weggebruiker daar heel anders over te denken. Er hoeft maar iets te gebeuren of die infrastructuur van ‘wereldklasse’ blijkt reuze kwetsbaar. De afgelopen twintig jaar hebben ministers van Verkeer & Waterstaat gemeend de ingenieursafdelingen van Rijkswaterstaat (RWS) te verkleinen c.q. af te schaffen; “de markt kon dat beter”, was het argument. Het gevolg was dat de tegenmacht bij RWS werd ontmanteld en vervangen door ja-knikkende managers en het bezuinigen en vooruitschuiven van (noodzakelijk) onderhoud begon. De Rijksoverheid heeft jarenlang de onderhoudsplannen voor wegen, railinfrastructuur, (zee-)dijken, bruggen, vaarwegen en sluizen voor zich uitgeschoven. De tegenstribbelende ingenieurs waren vervangen en daarmee ook de waakhonden die de voorstellen voor het MIRT onderbouwden en die ook betrokken waren bij de MIT-verkenningen die uiteindelijk het MIRT opleveren. In 2002 werd de procedure om te komen tot een MIT-verkenning voor het laatst beschreven en daarin is dit citaat te lezen over de rol van het ministerie van V&W: “Als V&W initiatiefnemer is, is het vertrekpunt voor de verkenning altijd een verkeers- & vervoersprobleem en/of een knelpunt in de infrastructuur. Dit kan naast bereikbaarheid en (externe) veiligheid ook aspecten van leefbaarheid (o.m. geluid, lucht) en van natuur en landschap (o.m. inpassingsvraagstukken) vanwege verkeer en vervoer betreffen. Rijkswaterstaat vervult daarbij de rol van initiatiefnemer en de minister besluit over de eventuele intake.”

Gecombineerd met een citaat uit de MIRT 2021: “Het MIRT gaat uit van een intensieve samenwerking tussen het Rijk, decentrale overheden (provincies, gemeenten, vervoerregio’s, waterschappen), maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven”, is mijn vraag aan de heer Lok van de Regio West-Brabant: heeft de brandbrief wel de juiste inhoud en is die aan de juiste instelling of personen gericht?

Ik denk van niet. Het is van tweeën een: óf de minister heeft gefaald en dan stuur je een brief naar de Tweede Kamer als controleur op de uitoefening van de taken van de minister en haar ministerie, óf de minister heeft haar taken goed vervuld en dan is een brief volstrekt overbodig.

De minister en RWS behoren – zie voorgaand citaat – alles aspecten (zoals bereikbaarheid, (externe) veiligheid, leefbaarheid, natuur en landschap) in hun besluit mee te nemen. Als ze dat gedaan hebben, moet je als regionaal bestuurder niet zeuren maar naar oplossingen zoeken om de problemen die ontstaan zijn door de maatregelen aan te pakken. Als dat niet is gedaan, is de Tweede Kamer aan zet om de besluiten te beoordelen.

Het lijkt erop dat aan het uitgangpunt van het MIRT over een intensieve samenwerking (zie citaat) niet is voldaan. Maar de vraag is: aan wie heeft dat dan gelegen?

Een citaat uit BNDeStem: “Tot slot doet Lok namens deze regio de oproep aan Van Nieuwenhuizen om West-Brabant in de toekomst eerder bij zulke ingrijpende besluiten te betrekken. Wij werden nu volledig verrast. Dat moet voorkomen worden. Immers: dat de Haringvlietbrug in slechte staat is, is al langer bekend.” Als het al langer bekend was, waarom heeft de regio dan niet eerder contact opgenomen c.q. overleg geëist over de alsmaar toenemende risico’s voor veiligheid en bereikbaarheid?

Ja, de voorgenomen maatregelen kunnen economisch zwaar zijn voor West-Brabant en Zeeland maar men moet beseffen dat de ingebruikname van nieuwe infrastructuur altijd een plus is voor de economie op dat moment en tegelijkertijd de zekerheid in zich heeft dat bij onderhoud en grootonderhoud er een tijdelijke “teruggang” is. Die plus en die tijdelijke “teruggang” zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Natuurlijk begrijp ik dat regionale bestuurders op moeten komen voor de belangen van de regio, maar dat dient mijn inziens wel in balans te gebeuren. Ander is het de pot verwijt de ketel ook van toepassing. Onderstaand een citaat uit de brief:

Veiligheid voor alle reizigers

Uiteraard begrijpen wij als mede-wegbeheerders de noodzaak en de urgentie om de veiligheid van de Haringvlietbrug te waarborgen. Maar zoals u ook aangeeft: de Haringvlietbrug is een cruciale schakel in het verkeersnetwerk. Dagelijks maken circa 66.000 voertuigen gebruik van deze verbinding. Dit is logistiek verkeer, recreatief verkeer en forenzen van en naar Zuid-Holland, West-Brabant en Zeeland. Tevens is de brug een belangrijke schakel in het internationale verkeer en het openbaar vervoer netwerk tussen West-Brabant en Zuid-Holland, waaronder de Rotterdamse regio. Hierbij voorzien wij grote overlast door toenemende verkeersdruk op lokale routes en op de alternatieve route naar Rotterdam via A58, A17 en A16 met specifiek hierbij de grote zorgen over de toenemende congestie op de Moerdijkbrug. Ook is de Haringvlietbrug belangrijk voor de nood- en hulpdiensten in de richting van het academisch ziekenhuis Rotterdam.”

Het kopje suggereert dat wat eronder staat over de ‘veiligheid’ zou gaan. Slechts 18 van de 138 woorden onder het kopje gaan over de veiligheid, de rest over de bereikbaarheid! Ik hecht zeer aan de veiligheid. Dat doe ik als burger/gebruiker van infrastructuur en als raadslid en waterschapbestuurder. We moeten als burgers en als bestuurders begrijpen en accepteren dat onderhoud en zeker grootonderhoud nadelen heeft. Dat hoort erbij.

Ik zie steeds vaker dat burgers zulks nauwelijks accepteren en degenen die dat werk dan doen verwijten maken en soms zelfs bedreigen en hinderen bij hun werk. Laten we als bestuurders zien dat veel waarvan we genieten onderhoud behoeft en dat dit en de hinder er dan gewoon bij hoort. Een brug als de Haringvlietbrug is onderdeel van vitale infrastructuur. Tijdig onderhoud is nodig, dat vergt vooruit denken van alle betrokkenen. Ik denk dat terugkeer van de ingenieursafdelingen bij RWS kan helpen bij dit soort klussen het langetermijndenken weer gewoon te maken. Dat kan voorkomen dat ontwrichtende noodmaatregelen noodzakelijk blijken.

 

Louis van der Kallen.


GELUK

 

    


| 07-07-2021 |

 

De afgelopen weken heb ik de staatsregelingen uit de periode 1795-1810 (de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland) bestudeerd en ontdekt wat een – in mijn ogen – prachtige intenties die bevatten. Ik schreef er diverse artikelen over: “Vrijheid van meningsuiting”, “De stad en haar inkomen 2”, “Met de blik van een waterschapbestuurder gekeken naar 1795-1810” en “Leren wij?”.

Met die kennis (her)lees je soms met verbazing berichtgeving. In 2019 was er ‘groot’ nieuws: Nieuw-Zeeland ging het onder leiding van premier Jacinda Ardern anders doen. Voortaan bepaalt het welzijn van de inwoners of de regering goed bezig is en niet meer de groei van het ‘bruto nationaal inkomen (BNI)’. Het zou het eerste land ter wereld zijn dat tot dat inzicht was gekomen.

In Bhutan – dat kleine landje hoog in de Himalaya – wisten ze het al lang; het leven draait niet om geld, maar om geluk. Terwijl ze in de rest van de wereld nog steeds kijken naar het BNI om de kwaliteit van leven te meten, doen ze dat sinds 1971 in Bhutan met het ‘bruto nationaal geluk’. De vier pijlers van hun ‘bruto nationaal geluk’ zijn duurzame sociale-economische ontwikkeling, behoud van cultuur, natuur en goed bestuur van bedrijven.

In 1776 werd het nastreven van geluk opgenomen in ‘the Declaration of Independence’ (zie foto) van de Verenigde Staten: “We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.“ Dit was niet het beleid of de doelstelling van het land maar een persoonlijk recht van de inwoners van de USA.

In de Staatsregeling van de Bataafse Republiek 1801 luidde artikel 1: “Geluk van allen is de hoogste Wet.” Met de toelichting; “Het geluk van allen is de hoogste Wet: geen Lid, noch eenig deel der Maatschappij kan uitdien hoofde door eenige bijzondere wet ten nadeele der overigens bevoordeeld worden.” (zie foto)

In de Staatsregeling van de Bataafse Republiek 1805 luidde artikel 1: “Het geluk van een Volk wordt voornamelijk bevorderd door de wijsheid der Wetten, welke het zich geeft.”

Noch in Bhutan noch in Nieuw-Zeeland kwam men als eerste tot de conclusie dat het gelukkig maken van hun bevolking het ultieme doel behoorde te zijn van een regering. Nederland in de Bataafse periode kwam rond 1800 ook tot die conclusie. Jammer alleen dat de regeringen die daarna kwamen daar geen boodschap meer aan hadden. De woorden “welke het zich geeft” resoneren na in mijn hoofd. Ieder volk met echte democratische verkiezingen krijgt immers de regering die zij middels haar stem mogelijk heeft gemaakt. Tijd voor een meer Bataafse keuze zou ik zeggen!

 

Louis van der Kallen.


LEREN WIJ?

 

    


| 05-07-2021 |

 

Er woedt nu een strijd in de sociale media over de voor- en vooral de nadelen van een vaccinatie tegen COVID-19. Dat lijkt iets nieuws maar de strijd tegen “De vreselijkste aller harpijen” – zoals Willibrord Rutten de strijd tegen de pokken in zijn demografische studie (1997) noemde – riep circa 200 jaar geleden dezelfde polemieken op. De ziekte pokken teisterde de lage-landen; de epidemie veroorzaakte vele verminkten en soms duizenden doden. De tegenstanders van de aanpak – veelal orthodoxe calvinisten en ultramontaanse katholieken – vonden dat ziekten de “Geesel Gods” (de goddelijke voorzienigheid) waren waaraan men zich diende te onderwerpen. Dat werd van de kansel verkondigd maar ook door vaardige pamflettisten in den lande verspreid.

In China was al rond het jaar 1000 ontdekt dat een ernstig ziekteverloop van de pokken voorkomen kon worden als iemand expres met pokken werd besmet. Dat kon door een kleine dosis ‘pokkenmateriaal’ (stof van ingedroogde korsten of puistenvocht) via de neus of een klein sneetje te injecteren. Dat heette variolatie. De methode reisde via de Zijderoute naar het Ottomaanse Rijk, en vandaar naar Engeland. In 1748 werd het voor het eerst in Nederland toegepast. In Engeland ontwikkelde Edward Jenner een werkend vaccin tegen pokken.

Doordat er in Nederland voor het eerst een centrale overheid was (de Bataafse Republiek) die zich actief bemoeide met de volksgezondheid (voorheen besloten de lokale overheden over gezondheidsmaatregelen) en doordat die overheid er veel baat bij had de pokken te overwinnen, werd Nederland het eerste land waar vaccinatie voor het eerst op grote schaal werd toegepast. Het Bataafse bestuur omarmde de vaccinatie samen met de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Bijvoorbeeld in Alkmaar konden armen vanaf 1801 gratis gevaccineerd worden. In 1804 werd het ‘Genees- en heelkundig genootschap ter bevordering van de gezondheid’ opgericht, dat zich toelegde op de “bevordering der zoo heilzame koepokinenting”. In 1808 was er sprake van een grote pokkenepidemie. In dat jaar werd onder koning Lodewijk Napoleon (de Bataafse Republiek was opgeheven) de eerste grote, landelijke vaccinatiecampagne gestart. De koning vaardigde het bevel uit dat alle Nederlandse schoolkinderen moesten worden ingeënt tegen pokken (zie foto).

In 1823 voert de Nederlandse overheid een vaccinatiebewijs in. Zonder het zogenoemde ‘pokkenbriefje’ werden kinderen niet toegelaten op scholen (zie foto). Tegen die indirecte vaccinatiedwang was veel verzet.

Pokken of COVID-19: de woordenstrijd om vaccinatie lijkt hetzelfde. Met pamfletten of via internet, er lijkt niets veranderd. We lijken niets te leren. Gods gesel of de verdachtmaking met complotten: ik hoop dat de volksgezondheid het wint.

 

Louis van der Kallen.


BURGER/POORTER

 

    


| 04-07-2021 |

 

In de “Staatsregeling voor het Bataafsche Volk 1798” werden in de eerste twee hoofdstukken (“Algemeene beginselen en Burgerlijke en staatkundige grondregels”) voor het eerst – in dit kleine landje – de rechten en plichten van de burgers wettelijk vastgelegd. Wat mij dan opvalt, is de wederkerigheid! Rechten maar ook plichten!

Die wederkerigheid zie je ook terug in de manier waarop in de eeuwen daarvoor de omgang werd geregeld tussen de heer van het gebied en zijn burgers/‘poorters’, en tussen de stad en haar ‘poorters’. Er waren vele gradaties van de poorters die een lager of hoger aanzien genoten, afhankelijk van hun afkomst, opleiding, inkomsten, vakmanschap enz. De verschillen tussen poorters konden van plaats tot plaats verschillen. Toch komen enkele gradaties van poorterschap geregeld voor zoals: de poorter (binnen de muren wonend met o.a. recht op lidmaatschap van een gilde), buitenpoorters (wonend buiten de poorten, maar met soortgelijke rechten), en de grootburger (met veelal bijzondere extra rechten bijvoorbeeld op het gebruik van de stedelijke eigendommen).

De staatsregeling uit 1798 was deels gebaseerd op de oude burger/poorter- tradities maar dan geformaliseerd in landelijke regelgeving. De wederkerigheid weergegeven in rechten maar ook de plichten waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kon als burger/vreemdeling/migrant het poorterschap tegen betaling verwerven. Veelal was daar een eed aan verbonden die de aanvaarding bevatte van de plichten aan de stad of de heer van het gebied. Een mooi voorbeeld van die ‘aanvaarding’ vind ik de Amsterdamse Poorter Eed (zie en lees de tekst op de afbeelding eens) die schoenmaker Joseph Tonck, afkomstig uit de plaats Dursten in Duitsland in 1796 aflegde.

Die eed – gemoderniseerd naar de huidige taal – mag wat mij betreft zo ingevoerd worden!

 

Louis van der Kallen.



RATTEN

 

    


| 02-07-2021 |

 

Vorige week was er een kop in BNDeStem: “Ratten teisteren Kalsdonk”. In die Roosendaalse wijk hebben ratten de openbare ruimte deels overgenomen.

Eind 2019 werd de noodklok over komende rattenplagen al geluid door het Kennis en Adviescentrum Dierplagen (KAD). Het KAD verwacht na 2023 een ware plaag wanneer particulieren rodenticiden (gif) niet meer mogen kopen en andere alternatieven zoals alfachloralose minder effectief zijn. Het alternatief, het inhuren van professionele plaagbestrijders is niet voor iedereen financieel haalbaar. Ook was de verwachting in 2019 dat de muizen en rattenplagen steeds verder zouden toenemen. Gemeenten investeren steeds minder in het onderhoud van de buitenruimte en in de bestrijding van zwerfaval. Zwerfafval bevat vaak etensresten. En ratten eten vrijwel alles. Daarom vind je overal waar eten te vinden is bruine en zwarte ratten. En met de reproductiesnelheid en het aanpassingsgedrag van ratten kunnen hun populaties snel toenemen.

Ratten in en rond het huis kunnen overbrengers zijn van ziekten zoals leptospirose (de ziekte van Weil) en andere infectieziekten inclusief lever- en nierproblemen. Ook heeft een onderzoek van de WHO uit 2008 aangetoond dat plaagdieren zoals ratten vaak psychische klachten veroorzaken omdat het stressniveau omhoog gaat bij het zien van ratten of het horen van het knagen. Ook kan de materiele schade – bijvoorbeeld aan kabels – veroorzaakt door knaagdieren aanzienlijk zijn.

De overlast in de Roosendaalse wijk Kalsdonk kan een voorbode zijn voor wat ook andere woonwijken te wachten staat. Gemeenten zouden bij de inrichting en het onderhoud van wijken meer met de voorkoming van plaagdierenoverlast rekening moeten houden. De preventie en bestrijding van zwerfvuil vergt meer aandacht. Ook moeten mensen ervan bewust worden gemaakt dat bijvoorbeeld het voeren van de eendjes, meeuwen en duiven een keerzijde heeft. Ratten eten vaak mee.

 

Louis van der Kallen.