BOENDALE OVER SCHEPENEN/WETHOUDERS

 

    


| 27-02-2020 |

 

 

Wederom en les van Boendale over een wijs stadsbestuur.

Jans Teesteye (tussen 1330 en 1340), is een dialoog tussen een Wouter die de vragen stelt en vermoedelijk Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen, die wijze antwoorden geeft.

“Wouter, iedere goede schepen moet

deze drie punten in zich hebben:

wijsheid, rechtvaardigheid

en ook voldoende rijpheid.

Want jeugd en wijsheid gaan

maar zelden samen.

Ook hebzuchtige mannen moet men niet

tot schepen benoemen, wat er ook gebeurt.

Want hebzucht heeft door schandelijke praktijken

de rechtvaardigheid vaak geweld aangedaan.

Ter kwader ure is de man geboren die

tot schepen wordt benoemd zonder

dat hij dat ambt waardig is,

let op mijn woorden.

Ik zie in de steden twee dingen gebeuren

die mij in het bijzonder onaangenaam zijn.

Allereerst bevalt het me slecht dat,

wanneer een arme burger een klacht indient,

die in het stadsbestuur geen vriendjes heeft,

hij geen bijstand krijgt

en hem ook geen recht gedaan wordt zoals

menig rijk man dat gedaan wordt.

Het tweede punt is dat de heren

die de stad leiden en besturen,

iets in hun eigen zak steken van datgene

dat eigendom is van de stad.

Want dag en nacht moet men

alles wat de stad oplevert aan baten,

hetzij geld of onderpand, veilig stellen

in zekere handen, of het nu om kleine

of grote bedragen gaat.

En wanneer de stad er dan behoefte aan heeft,

kan men dit gemeenschappelijk

bezit aanspreken, op een verstandige

en eerlijke manier, en geen cent

verloren laten gaan.

Want ook al is een man tot

schepen of raadslid benoemd, dan is

het geld van de stad nog niet van hem,

nog niet voor een cent!

Het behoort hem net zo min toe als

de meest geringe ingezetene van de stad.

Want of het nou gaat om veel of weinig, het is

allemaal gemeenschappelijk bezit van de stad:

niemand heeft er [persoonlijk] recht op,

jong noch oud, en heer noch knecht.”

 

Louis van der Kallen.

 


HOE MEN EEN STAD MOET BESTUREN

 

    


| 26-02-2020 |

 

 

Bijna 700 jaar oude goede raad aan de Bergse gemeentebestuurders van nu!

In Der leken spieghel, leerdicht van den jare 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen, staat een korte tekst met aanwijzingen hoe een stad te besturen. Het betreft de vroegste vindplaats van deze tekst, die een veel wijdere verbreiding heeft gekregen en die onder andere nog steeds te lezen staat op de balken in een van de zalen van het Brusselse stadhuis.

Zij die een stad willen besturen,

moeten deze punten in praktijk brengen.

Eensgezind en trouw zijn;

het algemeen belang in het oog houden;

hun vrijheid niet laten schenden;

vaak spreken over gemeenschappelijk belang;

de stad toevertrouwen aan wijze mannen;

het gemeenschapsgeld zorgvuldig bewaken

en zo aanwenden dat het optimaal baat;

de omwonenden te vriend houden;

gelijke behandeling huldigen

voor zowel armen als rijken;

de hand houden aan de stedelijke verordeningen;

kwaadwillenden buitensluiten;

trouw zijn aan de landsheer.

Zo luidt de leer van oude wijzen;

en waar één van deze punten ontbreekt,

daar verkeert de stad in gevaar.

 

Louis van der Kallen.


EEN VISIE VAN EEN BURGER

 

    


| 25-02-2020 |

 

 

De stad is gebaat bij een duidelijke visie t.a.v. de invulling van ons winkelcentrum.

Het eerste wat nodig is overleg.

Overleg vanuit een visie op samenwerking. Samenwerking tussen de eigenaren van de winkelpanden en de ondernemers met een bemiddelende rol van het stadsbestuur.

De overlegvisie is: Komen tot een gezamenlijk beleid, waarbij het belang van alle partijen voor de LANGERE TERMIJN in ogenschouw wordt gehouden.

Mijns inziens betekent dat de eigenaren bereid moeten zijn hun huurtarieven te matigen om ondernemers de kans te geven met optimale zuurstof hun idealen te verwezenlijken m.a.w. een gezond ondernemersklimaat.

Ten tweede moeten ondernemers bereid zijn naar elkaars drijfveren te luisteren en elkaar op te zoeken ter versterking van elkaars belangen met andere woorden gezonde concurrentie.

Ten derde moeten onze manager – wethouders bereid zijn te luisteren naar wat de bezieling is van onze ondernemers en met hun hart een visie te ontwikkelen, waarbij het streven naar een breed draagvlak het doel mag zijn.

Nu concreet: Let wel op de langere termijn! Uiteindelijke is dat een duurzame en blijvende impuls voor de economie.

  • De stad is gebaat met inkrimping van het winkelcentrum.

  • Ontwikkelen van thema straten:

    • een kunstzinnige straat met ateliers, lijstenmakers, theaterkleding, muziekinstrumentenwinkel, noem verder maar op.

    • Een snuffelstraat : met allerlei snuffelwinkeltjes. ( zijn niet per sé online afhankelijke winkels).

    • Een straat met kleine horeca: van koffietent, ijssalon, bruin café met lichte menukaart. Enz.

    • Een straat met modezaken. ( geen landelijke ketens).

    • Straat met winkelbedrijven van landelijke ketens. Divers met dus ook opticiens en telefoonzaken.

  • Aanvullen met hoogwaardige, sfeervolle woningbouw.

  • De aantrekkingskracht van de themastraten koppelen aan de historie, cultuur en diversiteit van de natuur die onze stad en omgeving te bieden heeft. Dat kan aan de toerist en omgeving van de stad kenbaar gemaakt worden. De stad kan hierdoor iedere toerist meerdere dagen aan zich binden goed voor hotelwezen, campings en horeca.

  • Dit promoten met de rijkdom van de Brabantse Wal. Devies: SAMEN met onze buurgemeenten.

Voetnoot: Als je Deventer bezoekt, kan je enorm genieten van het aantal bijzondere snuffelwinkels en kom je na enkele uren daaruit, krijg je in de hoofdstraat een klap in het gezicht door de landelijke, fantasieloze ketens. Bovendien het toerisme met de grijze haren groeit nog steeds en die vinden hier de tijd voor. De jongere generatie gaat leren van deze Coronatijd en de kans is groot dat ze deze aantrekkelijke rust ook gaan ontdekken.

 

Henk Witjes.

 

 


AESOPOS FABELS: DRIE OSSEN EN EEN LEEUW

 

    


| 25-02-2020 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Drie ossen en een leeuw.

In een veld liepen drie ossen te grazen. Een leeuw hield ze in de gaten en had al verschillende keren geprobeerd om ze aan te vallen. Maar de ossen bleven samen en hielpen elkaar om hem weg te jagen. De leeuw had weinig hoop dat hij er een zou kunnen opeten, want hij kon niet op tegen de scherpe horens en de hoeven van drie ossen. Maar hij had honger en bleef dus in hun buurt rondhangen, wachtend op een mirakel. Op een dag hadden de ossen ruzie, en toen de leeuw langskwam zag hij dat ze ver uit elkaar stonden, in de verschillende hoeken van het veld. Hij viel de eerste os aan en velde hem neer vooraleer de andere ossen hem konden helpen. Daarna viel hij de tweede aan en beet hem in zijn nek. Tenslotte besprong hij de derde os die bevend en alleen op zijn dood stond te wachten.

Moraal

Eendracht maakt macht. Dat geldt ook voor werknemers die verenigd in een vakbond voor hun rechten opkomen bij hun werkgever. Dat kan ook gelden voor kiezers die beseffen dat hun stem samen met die van anderen een factor kan zijn bij wat er in dit land na de verkiezingen in maart gaat gebeuren.

 

Louis van der Kallen.

 


LIEGEN OF DROMEN?

 

    


| 24-02-2021 |

 

Ik constateer al jaren dat aperte onwaarheden en – het wekken van – volstrekt onhaalbare verwachtingen in verkiezingsprogramma’s en verkiezingsleuzen steeds vaker deel uit maken van de manier waarmee politici de kiezers benaderen. Liegen lijkt steeds vaker een volkomen geaccepteerd gedrag te zijn van politici. Het lijkt er langzaam in geslopen te zijn. Het Trumpisme lijkt gemeengoed.

Voor mij is het helder dat de komst van kies/stemwijzers de laatste tien tot vijftien jaar daarin een belangrijke rol heeft gespeeld en nog speelt. In 2014 was ik als lijstrekker van Ons Water betrokken bij de opstelling van een kieskompas voor de waterschapsverkiezing door een ‘onafhankelijke organisatie’ die zichzelf een wetenschappelijk imago toedichtte met als directeur politicoloog André Krouwel, die als universitair hoofddocent is verbonden aan de afdeling politicologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Drie maanden voor de verkiezingen hadden we op het kantoor van het Waterschap Brabantse Delta een stellingenconferentie om stellingen te bespreken die door de deelnemende partijen bij het ‘kieskompas’ waren ingebracht ter bespreking. Velen werden door André Krouwel snel en vaardig af geserveerd. “Te vaag”, “te moeilijke taal”, “te genuanceerd”, enzovoorts. Stellingen die een onjuiste voorstelling van zaken gaven, werden echter wel goedgekeurd, zelfs als ze in strijd met de wet waren. Ook stellingen, zoals bijvoorbeeld: “boeren moeten verplicht worden mee te werken aan waterveiligheid”, die al lang wet zijn en derhalve gewoon al jaren als uitgevoerd beleid worden geaccepteerd. Tegenstrijdigheden in het “goedkeurgedrag” van partijen, zoals kiezen voor belastingverlaging en tegelijkertijd het uitvoeren van allerlei voor de kiezer ‘leuke’ dingen (alsof ze geen geld kosten) waren geen aanleiding dat te benoemen. Nee, partijen mogen gewoon bij hun invulling van hun positie ten aanzien van een stelling dit soort tegenstrijdigheden aan hun laars lappen.

Waar ik mij toen het meest aan ergerde, was dat partijen stellingen in mochten brengen die volstrekt in strijd waren met de taken en bevoegdheden van het waterschap. Toen ik dat ter discussie bracht was het ‘wetenschappelijke’ antwoord van de politicoloog Krouwel dat “partijen en politici mogen dromen”. Is dat wat de kiezer mag verwachten?

Dromen over een betere wereld, waarin alles gratis is, kan in de kroeg maar niet als er een waterschap, gemeente, provincie of land bestuurd moet worden. De indruk wekken dat het waterschap over bepaalde zaken gaat terwijl dat niet zo is, is in mijn ogen simpelweg kiezersbedrog! Als je werkelijk de kiezer wilt helpen zijn keus te maken, zoals bij een kieskompas of stemwijzer wordt beweerd , dan is dat naar mijn visie niet het geval met stellingen die grotendeels een onware of weinig realistische voorstelling van zaken geven. Een stemwijzer of kieskompas lokt door het geven van een onjuiste voorstelling van zaken manipulatie door partijen uit. Om in het gevlei van de kiezer te komen, kunnen partijen bij het invullen van hun antwoorden straffeloos liegen of tegenstrijdige uitspraken doen, en dat onder het voorwendsel van een toeziend ‘onafhankelijk wetenschappelijk’ oog.

Als partij moet je wel meewerken aan het kieskompas. Anders kom je niet onder de aandacht van de zoekende kiezer. Maar of de kiezer zich geholpen kan voelen met een kieskompas of stemwijzer is voor mij niet echt een vraag meer. Hij of zij wordt grotendeels misleid met stellingen die niet reëel hoeven te zijn. Er mag immers gedroomd worden! Een kieskompas of stemwijzer behoren geen ‘dromen’ te bevatten maar haalbare en realiseerbare beleidsopties. Je kan in het echte leven ook geen ‘droomkeuzes’ maken. Als “dromen mag” wordt gepropageerd door ‘onafhankelijke politicologen’ als André Krouwel is er voor politici, die deelnemen aan een stellingenconferentie voor een kieskompas of voor hun partij die bij de stellingen hun positie weergeven, geen enkele rem meer om niet te dromen en hun dromen worden dan al snel hun waarheid, ook al weten wij allemaal, diep in ons hart, dat de meeste dromen gewoon bedrog zijn. In het geval van een door een politicus dromend ingevuld kieskompas: kiezersbedrog. Maar sommige politici zullen daar anders overdenken. Hun opvattingen zijn immers een droom over het voor hen ideale Nederland en dromen mag van de politicoloog!

Een kieskompas of stemwijzer is geen echt hulpmiddel voor de kiezer; het is een middel ter manipulatie van de keuze van de kiezer, een middel dat liegen beloont en de waarheid afstraft. Eerlijkheid loont dan niet. Gevolg een parlement, gemeenteraad, staten of algemeen bestuur van een waterschap vol met politici die mooi kunnen dromen.

 

Louis van der Kallen.

 


    

AESOPOS FABELS: ZEUS EN HET VAT VOL ZEGENINGEN

 

    


| 23-02-2020 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Zeus en het vat vol zegeningen

Zeus had alle zegeningen in een vat gestopt en dat aan een mens toevertrouwd. Deze wilde, nieuwsgierig als hij was, wel eens weten wat erin dat vat zat en hij deed het deksel open. Direct stegen alle zegeningen op naar de goden. Voor de mensen bleef de hoop achter die hun de ontsnapte zegeningen in het vooruitzicht stelt.

Moraal

In slechte tijden is de hoop al wat ons moed geeft. Hoop doet leven. Wat wijsheden van Harrebomée: “Hoop en troost zijn twee zaken, Die droeve harten blijde maken,” en “Die alleen op hoop leeft, sterft van de honger,” en “Het anker onzer hoop is in geene vasten grond gehecht.” Ik leef liever op vaste grond en ga liever uit van de feiten en leg mijn lot en toekomst liever in handen van degenen die ik op basis van ervaringen en hun wijsheid vertrouw.

Wat betekend het voorgaande voor uw keuze straks met het rode potlood?

 

Louis van der Kallen.


AESOPOS FABELS: DE BOOSAARDIGE HOND

 

    


| 21-02-2020 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De boosaardige hond

Er was eens een hond die zo’n slecht karakter had en zo boosaardig was dat zijn meester hem vast moest maken aan een zwaar, houten blok zodat hij geen kwaad kon doen aan buren en voorbijgangers. Maar de hond scheen erg trots te zijn op zijn houten blok en trok dit met zoveel lawaai achter zich aan alsof hij wilde dat iedereen bang van hem zou zijn. Maar niemand was onder de indruk van zijn stoere gedoe. Een andere hond kwam voorbij en zei: “Je zou beter wat stiller zijn en niet zo te koop lopen met je houten blok. Wil je nu echt dat iedereen ziet wat voor een schandelijke en boosaardige hond je bent?”

Moraal

Berucht zijn is niet hetzelfde als beroemd zijn. Veel geraas en weinig garen op de klos. Veel in het nieuws zijn betekent niet dat er grootse daden zijn verricht. Zo is het ook met veel politici en bestuurders die we dagelijks kunnen aanschouwen in de media.

 

Louis van der Kallen.

 


AESOPOS FABELS: DE VOS EN DE KRAANVOGEL

 

    


| 19-02-2020 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De vos en de kraanvogel

Op een dag nodigde de vos de kraanvogel uit voor een maaltijd en zette hij haar een platte schotel met een dikke brij voor. De vogel kon er niet van smullen en werd zelfs uitgelachen omdat haar spitse snavel het glibberige goedje niet kon vasthouden. De kraanvogel nam revanche en vroeg de vos op het eten. Dat had ze in een fles met een lange, smalle hals gedaan. Zelf kon ze er met gemak haar snavel in steken en ervan genieten, maar dat lukte de vos niet en die kreeg zijn verdiende loon.

Moraal

Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dat geldt zeker ook voor een wethouder, bestuurder of raadslid die met lichtzinnige/ondoordachte voorstellen komt. Of om met Harrebomée te spreken: “Die in het vuur blaast, dien vliegen de vonken in de oogen,” of “Die van was is, moet bij het vuur niet komen,” en “Die voor de geheele wereld spreekt of schrijft, blijft niet zonder opspraak.”

 

Louis van der Kallen.


AESOPOS FABELS: MERCURIUS EN DE HOUTHAKKER

 

    


| 17-02-2020 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

Mercurius en de houthakker

Een arme houthakker was aan het werk naast een diepe poel in het bos. Het was al laat in de namiddag en hij werd moe. Zijn bijlslagen waren niet meer zo goed gericht als ze ‘s morgens waren geweest. Daardoor kwam het dat zijn bijl uit zijn handen gleed en in de poel viel. De houthakker was wanhopig. Zijn bijl was alles wat hij had om zijn brood mee te verdienen, en hij had niet genoeg geld om een nieuwe te kopen. Toen hij daar handenwringend stond te wenen verscheen de god Mercurius uit het water en vroeg wat er scheelde. De houthakker vertelde hem wat er gebeurd was en de vriendelijke Mercurius dook onmiddellijk in de poel. Toen hij terug boven kwam hield hij een prachtige gouden bijl vast en vroeg aan de Houthakker: “Is dit jouw bijl?” De eerlijke houthakker antwoordde: “Nee, dat is mijn bijl niet.” Mercurius legde de gouden bijl op de oever en dook terug in het water. Deze keer bracht hij een zilveren bijl naar boven, maar de houthakker zei dat zijn eigen bijl een gewone bijl was met een houten steel. Mercurius dook voor de derde keer in het water en toen hij terug boven kwam, had hij de verloren bijl in zijn handen. De arme houthakker was zeer blij dat hij zijn bijl terug had en kon maar niet ophouden met Mercurius te danken. Mercurius was tevreden dat de houthakker zo eerlijk was en zei: “Ik bewonder je eerlijkheid, en als beloning mag je de drie bijlen houden, de gouden, de zilveren en je eigen bijl.” De gelukkige houthakker keerde met zijn schatten terug naar huis en al gauw wist iedereen in het dorp hoe het hem was vergaan. Nu waren er in het dorp verschillende houthakkers die ook wel een gouden bijl wilden. Ze liepen de bossen in, de ene hier, de andere daar, en verstopten hun bijlen in de struiken en deden dan alsof ze die verloren waren. Ze weenden en huilden en smeekten dat Mercurius hen zou komen helpen. En Mercurius kwam bij hen, eerst bij de ene, dan bij de andere. Aan elke houthakker toonde hij een gouden bijl en allemaal zegden ze dat dit de bijl was die ze verloren hadden. Maar ze kregen hem niet. O nee! In plaats daarvan gaf Mercurius hen allemaal een flinke klap op hun hoofd en stuurde hen naar huis. En toen ze de volgende dag op zoek gingen naar hun eigen bijlen, waren die nergens meer te vinden.

Moraal

Eerlijkheid levert meer op dan bedrog. Dit zal in de wereld van de goden zeker zo zijn. In de echte wereld lijkt het soms anders. Laat bedrog, ook bij de komende verkiezingen, niet lonen!

Louis van der Kallen.

Den Haag Mercurius helm met vleugels ,God van de handel. Nederlandsche Handelsmaatschappij uit 1920-1924 op de hoek van de Kneuterdijk en Lange Vijverberg, Copyright Roel Wijnants


AESOPOS FABELS: DE WOLF EN DE OUDE VROUW

 

    


| 16-02-2020 |

 

Aesopus, vaak ook Aisopus genoemd was een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De wolf en de oude vrouw

Een wolf liep met een lege maag op zoek naar voedsel. Onderweg hoorde hij ergens een oude vrouw tegen een dreinend kind zeggen: “Als je niet meteen ophoudt met dat gejank, roep ik de wolf.” De wolf dacht dat dit gemeend was en bleef de hele tijd staan wachten. Bij het vallen van de avond hoorde hij opnieuw het oudje. Nu zei ze liefkozend tot de baby: “Als de wolf hier komt, kindje, slaan we hem dood.” Toen de wolf dat gehoord had, ging hij heen met de woorden: “In deze boerderij praten ze anders dan ze doen.”

Moraal

Het oudje had een politicus kunnen zijn. Verwachtingen wekken is geheel iets anders dan ze waar maken. Dan zijn de druiven voor de toehoorder zuur. Een Harrebomée wijsheid: “Die zijn woord niet houdt, heeft goed beloven.”

 

Louis van der Kallen.