WAAROM GAAT HET FOUT? ALFA’S!!!!!

 

    


| 08-02-2020 |

| STRESS IT UP |

Op het politieke schouwtotaal gaat het op bijna ieder schaalniveau (wereld, Europa, Nederland, provincies, waterschappen en gemeenten), in mijn ogen, fout. De politiek lijkt in een proces te zitten waarin polarisatie en confrontatie steeds meer de maat der dingen wordt. Het lijkt een mondiaal proces. Nu is mijn kennis van de (wereld)politiek beperkt. Maar de dagelijkse informatiestroom waarvan ik via CNN, de BBC en Al Jazeera kennis neem geven een beeld van polarisatie, confrontatie en escalerende discussies, het lijkt wel of de narcisten de politiek hebben over genomen. Zelf denk ik dat er een verband is met de opkomst van de ‘sociale media’. Facebook, Twitter, Instagram, YouTube en LinkedIn hebben de wereld veroverd en lijken ons allemaal narcisten te maken. De jacht naar de likes heeft de politiek overgenomen!

Nu doe ik zelf als politicus ook een duit in het zakje. Op facebook ben ik best ingenomen met mijn circa 5000 ‘vrienden’. En het feit dat van de Bergse Partijen qua likes de BSD de grootste is vind ik prachtig. Op LinkedIn behoor ik met circa 14.700 connecties zelfs tot de ‘grote’ jongens. Mijn Instagram pagina (500 volgers) is ronduit saai te noemen, de selfies ontbreken. De foto’s geven een beeld van werkbezoeken en symposia. Alleen de poezen in huis komen een enkele keer langs. Mijn Twitterpagina met pakweg 70 connecties is geen hoogvlieger. Een tweet vind ik veelal een te beperkt middel om enigszins genuanceerd over te komen. Toch ben ook ik blij met iedere like. Maakt mij dat ook narcistisch? Misschien wel een beetje.

Ik zie ik in het haantjesgedrag van veel politici wel een trend. De schuchtere zijn de afgelopen 20 jaar verdwenen. Net als de inhoudelijke onderbouwde betogen. De oneliner is de norm. Daar haal je de media mee. Want ook op de radio of de televisie en in de kranten is het nieuws een staccato van kreten geworden. Politiek in de vorm van tweets, het handelsmerk van Trump, is de norm geworden. Met het grotendeels verdwijnen van de inhoud in de debatten lijkt het alleen nog maar over geld te gaan. De dossiervreters zijn grotendeels uit beeld geraakt nadat ze eerst door de media en hun eigen fracties zijn gemarginaliseerd. Wat blijkt? De bèta’s zijn verdreven door de alfa’s, die in de politiek altijd al dominant waren, zij hebben de bèta’s er stap voor stap uitgewerkt.

Is dat erg? Ik denk het wel. Alfa’s debatteren in een hoger emotieniveau dan bèta’s. Alfa’s twijfelen zelden over hun standpunten. Terwijl bèta’s eerder twijfelen aan hun onderbouwing hebben alfa’s daar geen last van, ze onderbouwen hun standpunten zelden. Ze hebben er geen behoefte aan. Ze denken ‘ik heb gelijk’. Hoe meer gegevens, hoe meer een ander heeft om op te ‘schieten’. Alfa’s zijn in hun studie er van doordrongen dat alles veranderbaar is. Wetten kan je wijzigen. In sociale studies veranderen de trends met grote regelmaat. Bestuurskundige visies zijn tijd en plaatsgebonden. Economische inzichten veranderen ieder decennium. Hoe anders is dat bij de bèta’s! De bèta’s kennen zelfs axioma’s die zij voetstoots aanvaarden. De bèta’s weten ongeacht hun studie dat de energie-, mechanica-, zwaartekracht-, of natuurkundewetten onveranderlijk zijn. Die we hooguit in de loop der tijd beter begrijpen. Dat maakt hun inbreng en stijl in de politiek wezenlijk anders.

Er is heel vaak discussie of in de politiek de vrouwen of de minderheden wel evenredig vertegenwoordigd zijn. Maar niemand lijkt zich druk te maken over het verdwijnen van de bèta’s uit de vertegenwoordigende organen. Ondanks dat er aantoonbaar een correlatie is tussen hun verdwijnen uit de politieke organen en de aard en toon van het gevoerde debat of hoe toekomstgericht de uitkomsten zijn van een debat van bijna louter alfa’s.

Eerder schreef ik o.a. over dit onderwerp een brief aan de Deltacommissaris. Met als voorbeeld de veranderingen in de waterschapsbesturen sinds de invoering van het lijstenstelsel in 2008. De discussies in de Algemene Besturen (AB’s) zijn verpolitiekt en gaan zelden nog over de inhoud maar overwegend over geld. Want de taal van het ‘geld’ is een taal die politici, de alfa’s van deze wereld, nog wel snappen. Discussies in AB’s zouden immers, in de alfa ogen, alleen op hoofdlijnen gevoerd moeten worden. Want ook de alfa’s, de managers, hebben de Dagelijks Besturen en de dijkgraafposities veelal ingenomen. The last of the mohicans zijn de geborgde zetels, waar de bèta’s nog wel sterk vertegenwoordigd zijn, en ook aan die poten wordt gezaagd. Vanuit de politiek klinken keer op keer de kreten om aan die ‘ondemocratische’ weeffout een einde te maken. Politici zijn nu veelal alfa’s. Partijtijgers weten het immers beter. Buiten de ideologische partijen zoals Waternatuurlijk en de Partij van de Dieren en een paar regionale waterpartijen zoals in mijn eigen waterschap West-Brabant Waterbreed en Ons Water, die één fractie vormen, zijn er nauwelijks partijen die de inhoud voorop stellen. Inhoudelijke kennis wordt door de meeste AB leden niet meer nodig geacht. Het besturen op hoofdlijnen is immers het adagium. Dat adagium blijkt in de praktijk zich veelal te beperken tot discussies over geld.

De politieke wereld is nu van de alfa’s hun ‘leugens’ zijn volgens de bestuurskundigen van nu (ook alfa’s) slechts dromen en politici mogen dromen. Ik schreef er in 2014 het artikel ‘LIEGENDE’ DROMENDE POLITICI over.

Een voorbeeld van hoe de overdaad aan alfa’s de boel verkloten is de Programmatische Aanpak Stiksof, de PAS. Je heb een probleem. Europa maant je daar iets aan te doen. Je maakt een ‘plan’ (2015). Op papier probleem opgelost. Iedereen blij. Je voert alleen de leuke dingen van het ‘plan’ uit. De vergunningverlening. De minder leuke dingen zoals de natuurmaatregelen doe je niet of nauwelijks. Die kosten immers geld en dat vinden VVD-bestuurders maar niks. De natuur, dat zijn die linkse zeikers. In 2016 blijkt al; dit ga niet werken. Het loopt uiteindelijk in 2019 spaak. Je geeft iedereen de schuld behalve jezelf en wast je handen in onschuld. Meer weten, lees eens wat ik er eerder over schreef en bekijk in het artikel ook eens de linken.

Ook in gemeenten zoals mijn woongemeente Bergen op Zoom zijn na de dualisering in 2002 de bèta’s grotendeels verdwenen. Ik ben zelf een van de laatste der Mohikanen en ook zij stierven uit. Soms voel ik mij een roepende in de woestijn. Terwijl feiten voor een bèta het karakter hebben van een axioma zijn ze voor een toenemend aantal alfa’s “ook maar een mening”. In de jaren negentig had iedere fractie van drie of meer leden wel een financieel deskundige, nu zijn ze op één hand te telen en dan mag die hand nog een paar vingers missen. Het gemeentelijk financieel systeem. Het kapitaalstelsel is voor raadsleden haast niet te begrijpen. Hoe leg ik een nieuw raadslid uit dat de fouten uit de jaren negentig (geld besparen door geen gebruik te maken van subsidies en later de werken voor de volledige kosten moeten realiseren) tot gevolg heeft dat, nu 25 jaar later, de gemeentelijke tarieven voor de riolen in Bergen op Zoom tot de hoogste behoren van West-Brabant. Het kapitaalstelsel is ook de ‘kat op het spek binden’. Je realiseert nu rotondes, heringerichte straten en pleinen, enzovoort en je knipt de lintjes door en gaat op de foto en de zeven colleges na jou betalen de rekening. Het is dan wel heel aantrekkelijk om in het jaar voor de verkiezingen voor Sinterklaas te spelen als pas in de tientallen jaren daarna de rekening (lening aflossen en rentebetalingen en onderhoud) moet worden betaald. Zeker in een tijd dat je met een negatieve rente leningen af mag sluiten is de verleiding voor de ras-alfa’s wel heel groot. Wie dan leeft die dan zorgt en ‘in de toekomst zullen innovaties de oplossing brengen’ maken het leven van de zorgeloze alfa’s wel erg plezierig. En de bèta’s? Die zijn dan allang uit het wespennest wat zij ervoeren gestapt. En de burgers? Die geloven die vrolijke onbezorgde alfa’s liever dan die sombere bèta’s. Ach deze ‘feiten’ zijn ook maar een mening!

 

L.H. van der Kallen.


    

IS HET DE RATRACE OF WAT ANDERS?

 

    


| 08-02-2020 |

| STRESS IT UP |

Volgens de CBS cijfers gaf in 2017 16 procent van de Nederlandse werknemers aan burn-outklachten te hebben. In 2014 was dat 14 procent , in 2010 13 procent en in 2007 nog 11 procent. Is het toeval dat die stijgende lijn gelijkloopt met de introductie van de IPhone die in 2007 werd geïntroduceerd. Snel gevolgd door tal van toepassingen waar bij werknemers het gevoel hebben of soms de plicht ervaren deze altijd en overal bij te houden zoals het checken van je email of een whatsappgroep van collega’s. Uit TNO onderzoek blijkt dat in 2017 ruim 45 procent van de werknemers een gebrek aan autonomie ervaren. Dat is een stijging van bijna 7 procent ten opzichte van 2007. Wordt de burn-out een beroepsziekte, verbonden aan de smartphone? Zo ja? Wat is de oorzaak. Is het de ratrace waarin werknemers stap voor stap zijn meegegaan? Of spelen ook andere factoren een rol?

Ik schreef eerder het artikel “de moderne wereld”. Mijn slotadvies in dat artikel was: “Onthaasten om weer echte welvaart te ervaren en weer een sociaal wezen te worden”. In het artikel “straling en 5G” liet ik de optelsom zien van wat de mensheid, sinds de introductie van de draadloze telegrafie (patent 1896 van Marconi), aan straling in de atmosfeer genereert. Als onderzoeker heb ik mijn hele werkzame leven gezocht naar verbanden (correlaties) tussen metingen/fenomenen/feiten. Er lijkt een verband te zijn tussen de introductie/gebruik van de smartphone een burn-outklachten. Is de oorzaak louter een sociale, of is de toegenomen elektromagnetische straling (EM Straling) rond het hoofd, van een smartphone gebruiker, ook een factor?

In mei 2015 deden meer dan 200 wetenschappers, die betrokken zijn bij onderzoek naar de biologische en gezondheidseffecten van elektromagnetische velden, een appél gericht aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Hierin werd opgeroepen tot het opstellen van meer beschermende WHO-richtlijnen voor elektromagnetische stralingsbronnen, en werd aangedrongen op het stimuleren van voorzorgsmaatregelen tegen blootstelling aan elektromagnetische velden en het informeren van het publiek over gezondheidseffecten.

Als burger van een land met enige graad van beschaving verwacht ik van de rijksoverheid bescherming tegen ontwikkelingen die mijn gezondheid kunnen schaden. Bij de toepassing van nieuwe technieken zoals 5G verwacht ik de toepassing van het voorzorgprincipe. De alsmaar toenemende EM straling in de atmosfeer roept veel, deels medische, vragen op. Ook over de gevolgen op de natuur wordt steeds meer duidelijk. Zelf heb ik de Partij voor de Bomen opgericht om daar meer aandacht voor te krijgen. Het komt mij dan ook vreemd over, dat als er zoveel vraagtekens zijn bij de gevolgen van 5G en EM straling de rijksoverheid besluit de 5G-frequenties te veilen met een vergunningsduur van TWINTIG jaar! Als 5G schadelijk voor de gezondheid blijkt te zijn zitten we er 20 jaar aan vast of moet het Rijk vermoedelijk miljarden aan ‘schadeloosstellingen’ betalen aan de telecom giganten. Waar is het voorzorgprincipe gebleven? Het lijkt verkocht te zijn voor korte termijn winsten!

 

L.H. van der Kallen.


    

WAARHEEN GAAN WIJ? (DE TUSSEN-FORMATIE/ TUSSEN-FORMATEUR)

 

    


| 04-02-2020 |

| QUO VADIS? |

Op 30 januari vergaderde de gemeenteraad over het instellen van een werkgroep voor de selectie van een adviseur ten behoeve van advisering en begeleiding van de raad in de governancestructuur. De gemeenteraad zou hulp nodig hebben, zo vonden de collegepartijen. De raadsleden zouden bij het de Schelp-dossier zijn “te kort geschoten” (Akkaya fractievoorzitter GBWP) en “beperkte kennis” hebben (Hopmans VVD). Zittend op de publieke tribune kreeg ik bijna de indruk dat niet de zittenblijvers in het college tekort geschoten waren maar de gemeenteraad.

Nu is er niks mis mee dat de gemeenteraad in de spiegel kijkt. Wat mij echter gelijk bevreemde aan het debat was de aanwezigheid van de wethouders. Die zitten niet in de gemeenteraad. Die gaan niet over hoe de gemeenteraad haar kennis vergaart. In ons zogenaamde duale stelsel hebben ze bij zo’n discussie niets te zoeken. Toch zaten ze er. Recht voor de raadsleden. Waar voor? Ik denk ter controle en sturing? Zodat de raadsleden van de coalitiepartijen zich bij deze discussie wel aan de afspraken zouden houden die hen in het zadel en het pluche moeten houden.

Als we de woordvoerder van de VVD zouden geloven verzaken degenen die niet mee zouden doen aan dit ‘prachtige’ initiatief hun plicht. Die plichtverzakers hielen vast aan “heilige huisjes en tradities, en namen geen verantwoordelijkheid”. Ze “blijven zich verschuilen”. Ze zouden niet “mee willen in het nieuwe verhaal”.

In dat laatste heeft Hopmans gelijk. De gemeenteraad is keer op keer in meerderheid meegegaan in een nieuw verhaal. Maar meneer Hopmans, een deel van de gemeenteraad kiest niet meer voor ‘story telling’. Zij willen helderheid. En dat graag op basis van de betekenis van de woorden: verbindend en eerlijk. De woorden die zo vaak vermeld staan in het coalitieakkoord. De coalitie verwijt raadsleden zoals ik, polariserend te handelen. Je creëert zelf een oppositie door mensen te dwingen voor een motie van wantrouwen of afkeuring te stemmen. Als wethouders zelf niet weggaan na evident gefaald te hebben en verwijzen naar hun ambtenaren die hen ‘niet de juiste informatie geleverd’ zouden hebben. Als ze zelf geen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen collectieve beslissingen dan dwing je rechtschapen raadsleden tot oppositioneel handelen. Natuurlijk polariseren zij dan. Niet het college draagt klaarblijkelijk schuld maar de raadsminderheid die wil dat ze opstappen en die vermaledijde ambtenaren dragen de schuld door niet of slechte informatie geven.

Een oproep tot samenwerken, werkt dan niet meer. Luisteren naar de geluiden uit de niet-coalitiepartijen is klaarblijkelijk te moeilijk. Nadat de begroting met alleen de stemmen van de coalitiepartijen was goedgekeurd hadden de coalitiepartijen zich af kunnen vragen wat is er aan de hand? Waarom zien zij niet dat het college het heilige evangelie verteld? Wat kunnen we doen om ze tegemoet te komen? Wat kunnen we beter of anders doen? Wat kunnen wij, heel misschien, leren van de andere partijen in de raad? Niets van dat al. Waarom zouden de coalitiepartijen ook? Ze denken, wij hebben een meerderheid. Wij hebben de macht.

En nu vragen ze om mee te doen aan de sublieme afleidingsmanoeuvre. Aan de verschuiving van de schuldvraag. Ik vraag mij af wie hier de onnozelaars zijn? Ultiem is het verzoek mee te gaan doen aan de geheime/besloten achterkamertjes discussies over de bezuinigingen in de vorm van een takendiscussie. Ik doen niet mee. Ik heb al eerder gevraagd, waarom besloten? Ja de sfeer in een discussie in openbaarheid is anders. En zou ook zeker ‘polariserend’ kunnen zijn. Waarom? Omdat de schuldvraag in Bergen op Zoom altijd ontdoken wordt. Omdat onder het motto we moeten verder, we kijken naar de toekomst, de ‘daders’ blijven zitten en pas vertrekken als ze overgaan naar een mooi ambt elders. Ze worden dan door hun opvolgers, uit eigen kring, bedankt en met een mooie penning (het ereburgerschap) uitgeleide gedaan. En de burgers die stemmen ook gewoon weer op de daders (VVD en GBWP) want dat zijn de helden die keer op keer toch maar mooi weer de verantwoordelijkheid nemen en wel bouwen aan de toekomst van Bergen op Zoom. Met bijvoorbeeld een NIEUW FACILITAIR BEDRIJF. Dat de gebouwen gaat verhuren. Van verhuur van materialen tegen schappelijke prijzen is straks geen sprake meer. De markt vindt vast een oplossing is het VVD moto. Samen met de clubs “voordelen realiseren en tot kostenbesparing komen”. Geloven ze het echt allemaal zelf? Ik schreef eerder dat niets in mijn politieke wereld niet meer het zelfde is. Dat is nog steeds zo.

Ik praat niet meer één op één met wethouders. Niet op de stadskantoor en niet per telefoon. Zogenoemde studiebijeenkomsten over bijvoorbeeld integriteit woon ik niet meer bij. Besloten vergaderingen, daar pas ik ook voor. Initiatieven genomen door collegepartijen negeer ik. Ik bespreek ze wél als ze hebben geleid tot een raadsvoorstel. Ook zogenoemde opiniërende memo’s laat ik aan mij voorbij gaan. De praktijk daarvan is dat je niet alleen deelgenoot wordt gemaakt van het stukje wat ze je wel willen laten weten maar ook medeplichtig aan wat ze niet gedeeld of overgenomen hebben. Ik wordt geheel tegen mijn wens een voorstander van het dualisme. Monist af, want samenwerken in Bergen op Zoom werkt niet.

Waarom dit allemaal? Voor samenwerken is één ding belangrijk. VERTROUWEN!!!! Dat is er niet meer. Niet in de wethouders en niet meer in grote delen van de coalitiepartijen. De manier waarop met de waarheid, collegialiteit (de afwezigheid daarvan) en het gebrek aan verantwoordingnemen wordt omgegaan heeft het reeds vergaande afgekalfde vertrouwen weggevaagd.

Wat er de afgelopen 20 jaar bijvoorbeeld met en in de Schelp is gebeurd is verbijsterend en toont aan dat pappen en nathouden en alleen praten over geld Bergen op Zoom steeds verder de vernieling in werkt. Het kan en moet anders!

 

L.H. van der Kallen.


    

HET COLLEGE VAN NARCISTEN VAN BERGEN OP ZOOM

 

    


| 28-01-2020 |

| BRUG IN PUIN |

“Brug naar de toekomst, verbindend, eerlijk, vooruitstrevend” is te lezen op het voorblad van het Coalitieakkoord 2018 – 2022 van Bergen op Zoom. Vanaf de raadsvergadering van 23 januari j.l. ervaar ik die tekst geheel anders. “Vandaar dat we kiezen voor eerlijk. We willen een voorbeeld zijn voor onze inwoners, organisaties en bedrijven. We zijn een betrouwbare partner voor collega-gemeenten en andere overheden. We besturen op een open, rechtvaardige en integere manier. Inwoners, organisaties en bedrijven kunnen op ons vertrouwen en rekenen.” Eerlijk is in het citaat nog dik gedrukt ook! Het debat op 23 januari was geen voorbeeld van eerlijk! “Integer”. Ik heb daar een geheel andere voorstelling van. Ze vertrouwen en op ze rekenen? Niet meer! Dit college noch haar rechtsvoorganger zijn betrouwbaar gebleken en is helaas ook nu zeker niet te vertrouwen. Als het raadsdebat van 23 januari het voorbeeld is van hoe dit college omgaat met de politiek, met haar eigen leden en de burgers dan leven ze in hun eigen wereld. De wereld van de plucheplakkers met veel narcistische zelfoverschattende tendensen. “Betrouwbare partner”? Voor mij niet meer.

De afgelopen dagen is mij met regelmaat gevraagd waarom ik zo boos ben. Zelf denk ik dat ‘boos’ niet het goede woord is. Ik ben tot op het bot teleurgesteld in de moraliteit van dit college en een groot deel van mijn collega-raadsleden. In vijf weken tijd zijn er twee momenten geweest dat ik de tijd waarin ik leef niet meer begrijp of de handelswijze van bestuurders en delen van de gemeentelijke organisatie onbegrijpelijk vind. De eerste keer was op 20 december bij/na de BAR (de Bergse Ambtenaren Revue). Voor de BAR worden de raadsleden al vele jaren uitgenodigd. Het was altijd leuk en verbindend. De BAR beschouwde ik als een combinatie van de boerenmaaltijd (mijn Vastenavend-hoogtepunt) en een surprisebijeenkomst in het kader van Sinterklaas. Dat zijn momenten dat de leidinggevenden (topambtenaren, wethouders, raadsleden) op een min of meer ‘beschaafde’ manier gehekeld kunnen worden door de burgerij (de boerenploeg) of door hun ambtenaren. Als gehekelde onderga je zoiets in stilte en straal je acceptatie uit van al die ‘stille’ met humor overgoten maar toch duidelijke wenken. De BAR had in mijn ogen tot doel te laten zien dat we ééééén ambtelijk apparaat en bestuur zijn. Met een hekelende grap en een toost luiden we het oude jaar uit en het nieuwe jaar met de goede voornemens tot samenwerken in.

De aflopen jaren heb ik de BAR zien verruwen. De ‘humor’ werd steeds platter en de laatste BAR was in mijn ogen zelfs ronduit banaal. Of dat iets zegt over het ambtelijk apparaat of de bestuurders? Wat mij nog aan de oude BAR herinnerde waren de grappen over Bergen op Zoom en Roosendaal. Wat mij ronduit stoorde was dat tot twee keer toe een wethouder, naar wiens mannelijk lid op het toneel een paar keer verwezen was, interactie had met de mensen op het toneel. Dat ééééén worden gaat dan wel erg ver. Een punt van verbijstering lag voor mij bij een ‘grap’ over portefeuillehouderoverleggen, waarin voor het eerst informatie tot mij kwam waarover ik als politicus het gevoel kreeg ‘hier moet ik iets mee’. Op zo’n moment verlaat het oude BAR-gevoel mij volledig. Ik geniet niet meer en maak geen deel meer uit van het wij-gevoel. Toen besloot ik dat dit mijn laatste BAR zou zijn. Ik paste niet meer in de banaliteit die de BAR nu uitstraalde noch in de tijdgeest of de sfeer die de BAR opriep; het werd mij te bar.

Er was rond de organisatie van de BAR nog een ergernis die vermoedelijk volstrekt onbedoeld of onnadenkend tot stand kwam. De polsbandjes! In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 van Bergen op Zoom is te lezen: “We kiezen in Bergen op Zoom voor Mens, Milieu en Maatschappij”. Dat is een goed uitgangspunt. Daar past een bewust omgaan met kleur bij. Het klinkt misschien raar of vergezocht maar kleur, bijvoorbeeld van plastic, verf of papier is meer milieubelastend dan bijvoorbeeld wit. Als je kleuren gebruikt moet dat dus, in mijn denken, functioneel zijn. Een polsbandje, formeel als toegangscontrole, kan dus gewoon wit zijn. Als een kleur wordt gebruikt dient dat, in een milieubewuste of op duurzaamheid gerichte organisatie, dus een functie te hebben, bijvoorbeeld in een grap. Als kleurkundige, met als specialisaties kleurenfysica, kleurenfysiologie en kleurenpsychologie, ben ik vast iets kleurbewuster dan de gemiddelde Nederlander. Als vakbondsman ben ik misschien ook bewuster van de gevoeligheden van onderscheid in rangen en standen en als oud-judoka ben ik misschien bewuster van hoe kleuren een indicatie zijn van iemands kwaliteiten. Als raadslid had ik een geel bandje toegezonden gekregen. Na twee wethouders met een gouden bandje gezien te hebben, had ik het direct na het optreden gezien en ging ik zonder napraten gelijk op huis aan.

Het voorgaande laat zien dat ik dingen anders beleef dan anderen. Wat ik banaal of onnodig kwetsend vind, was vast niet de ervaring van de meerderheid van de nog wel aanwezige ambtenaren of politici. Om over de beleving van kleur maar niet te praten.

Het debat op 23 januari en de uitkomst van dat debat brengen mij tot de conclusie dat er veel mis is in de bestuurscultuur van de gemeente Bergen op Zoom en met de interactie tussen bestuurders en ambtenaren. Vermoedelijk is het zwembad de Schelp jarenlang onveilig geweest voor werkenden en bezoekers. De afvinkcultuur, ‘het is goedgekeurd’ of ‘heeft een keurmerk ‘Schoon en Veilig’’, is een schaamlap. Het wijzen naar ambtenaren begint onder politici gemeengoed te worden. Daarmee duikt men weg voor de eigen verantwoordelijkheid en de soms jarenlange desinteresse! Uit de verslagen bleek zonneklaar dat bij de Schelp jarenlang alleen de financiële resultaten aandacht kregen.

De vraag is nu hoe is het zover gekomen? Met het vertrek van Pieter Zevenbergen en het aantreden van wethouders met een ‘zakelijke’ insteek zonder enige ervaring met het openbaarbestuur of overheidsorganisaties maar vaak wel behept met een grote waffel en een ‘alles moet kunnen’ mentaliteit is er een handelswijze ingeslopen waarbij assertieve ambtenaren de benen namen. Wethouders zijn in de regel amateurs in hun portefeuille en meestentijds alfa’s ook die met een bèta portefeuille. En in het ambtelijk apparaat zijn de managers aan de macht gekomen. Die combinatie zou wel eens de hoofdoorzaak kunnen zijn van de ellende. Veel ambtenaren zijn vertrokken zelfs naar de buur, Roosendaal. Vaak zwijgzaam soms met het ‘off the record’ gebruik van het woord angstcultuur.

Veel stemmen kunnen halen is iets anders dan geschikt zijn voor het wethouderschap. Deskundig zijn is geen garantie dat je als ambtenaar boven komt drijven. Volgzaamheid, ook bij onmogelijke opdrachten, is naar mijn beleving de afgelopen jaren het promotiemiddel gebleken met als gevolg veel mislukkingen. Iets is nog niet haalbaar omdat een wethouder iets wil. Voor succes is een samenwerking nodig tussen bevlogen politici/wethouders en ambtenaren die met hun kennis wethouders overtuigen van de mogelijkheden en onmogelijkheden.

In Bergen op Zoom leeft het grootse deel van de politici in een narcistische droomwereld. Die niet beperkt wordt door inzichten of kennis. De gemeenteraad is na de dualisering naar een bedroevend kennisniveau afgezakt. Stemmen halen werd belangrijker dan goed en realistisch beleid. Maar de Bergenaar, de kiezer, is zelf medeverantwoordelijk voor de armzalige financiële en morele toestand van zijn gemeente. Hij of zij bepaalde echt zelf de samenstelling van de gekozen Raad.

Er lijkt geen bestuurlijke brug meer te zijn naar de toekomst. Of die door de terugtrekkende troepen is op geblazen of door regelrechte onkunde is in gestort zal de toekomst leren. Hij ligt in puin. Als je nu nog een bestuurlijke brug ziet, heb je heel bijzondere gaven. De kans is groot dat de restanten van die, in mijn ogen, denkbeeldige brug nog meer in het ravijn zullen storten. Ik ga er niet meer over. Ik wil wel kijken of het ooit mogelijk is of de fundamenten nog bruikbaar gemaakt kunnen worden. Maar de tuien zullen echt van nieuw en beter materiaal gemaakt moeten worden wil de nieuwe brug echt verbindend kunnen zijn.

 

L.H. van der Kallen.


    

 

HET PLUCHE, DE MACHT, HET EIGEN IMAGO, DE EIGEN CARRIÈRE EN DAN PAS: BERGEN OP ZOOM

 

    


| 25-01-2020 |

| NIETS IS MEER HET ZELFDE |

Vanaf het ‘vallen van de hamer’ aan het einde van de raadsvergadering van afgelopen donderdag is niets in mijn lokale politieke wereld meer het zelfde. In de nu bijna 34 jaar dat ik in de gemeenteraad zit heb ik mij nooit gedragen als oppositie. Ik beoordeelde ieder voorstel, van wie dan ook, op de inhoud. Ik toetste dan het voorstel met de kennis die ik had op dat moment en op mijn eigen normen en waarden. Normen en waarden die ik van huis uit meegekregen had. Ik beschouwde ieder raadslid en iedere wethouder als een persoon met het zelfde doel als ik; een beter Bergen op Zoom. Dat heeft altijd betekend dat ik bereid was met iedereen mee te denken. Dus ook met collega’s van andere partijen en ook als het ging over een onderwerp waar ik als persoon of de BSD heel anders over dacht. Dat was voor mij de kern van samenwerken. Ik maakte pas een eind aan een dergelijke samenwerking als de betrokkene moreel, voor mij, door het ijs zakte. En dan altijd slechts voor een bepaalde periode. Want mijn moeder had mij geleerd dat iedereen recht had om fouten te maken en gewaardeerd moest worden als hij of zij zijn of haar zonden had ingezien en zijn of haar leven verbeterde. Kern was de bereidheid je fouten in te zien en vooral verantwoordelijkheid te nemen. Afschuiven of het aanwijzen van een zondebok dat was iets wat onoorbaar c.q. ondenkbaar was. Zeker als daarbij sprake was van liegen. Zoals; ‘het opstappen is haar eigen keuze, zij doet dat zonder druk’. Het bagatelliseren van de eigen rol ten koste van een ander is dan een doodzonde. Bij fouten in collectief verband gemaakt, wordt er ook in collectief verband boete ondergaan of berouw getoond. Was de les van mijn moeder!

De inhoud van het ‘foutenrelaas’ was misselijkmakend en riep bij mij keer op keer de gedachte op; dat kan niet waar zijn! Helder is dat het renovatievoorstel is opgesteld onder verantwoordelijkheid van een andere wethouder en is goed gekeurd door het voltallige college. En dat de raad, met de gedachte dat het een renovatie was, er vanuit kon gaan dat dit voorstel er toe zou leiden dat de Schelp weer voor jaren geschikt en veilig zou zijn. Ik ging er, naar nu bleek onterecht, vanuit dat er een volledige inventarisatie was geweest van de ‘gebreken’ van het zwembad. Dat bleek tot mijn verbijstering onjuist. Het gebouw was op uiterst belangrijke onderdelen al jaren lang onveilig. Brandwerende zaken die in 2013 verbeterd hadden moeten worden waren in 2018 (moment van sluiting) nog niet uitgevoerd. Toch keurde de brandweer in 2017 alles goed. En kreeg het zwembad ( met een toen trotse directeur) het keurmerk Schoon en Veilig terwijl op dat moment de helft van de aardlekschakelaars ondeugdelijk waren en tal van brandmelders “uit geprogrammeerd c.q. losgekoppeld” bleken. Ik schreef eerder: “Deze constateringen gecombineerd met de flagrante schending van de brandwerende vereisten zou het college c.q. enkele collegeleden moeten bewegen conclusies te trekken”. Slechts één collegelid trok haar conclusies. De anderen beloofden voor de zoveelste keer beterschap. Geen solidariteit, geen collegialiteit. Wel beschuldigende vingers en wie of wat is verantwoordelijk discussies. Het pluche, de macht, het eigen imago, de eigen carrière bleek belangrijker. Gezamenlijk de portefeuilles ter beschikking stellen met de bemerking als de raad het wil tot nader order eventueel demissionair aan te blijven en dat ze bereid zouden zijn terug te keren als dat dienstbaar zou zijn in het belang van ons geliefde Bergen op Zoom, kwam niet in hen op. “het belang van Bergen op Zoom was met hun vertrek niet gediend”. Het lam werd geofferd. Eén raadslid verwees naar Pontius Pilatus die waste net als de zittenblijvers zijn handen in onschuld. Maar het is veel erger. De plucheplakkers en de collegepartijen vervulden gezamenlijk ook de rollen van Kajafas de voorzitter van de Sanhedrin (het gerechtshof) en van Herodes Antipas. Slechts één lid werd gedwongen de doornenkroon te dragen en legde de weg af naar Golgotha en werd gekruisigd. Officieel haar eigen keuze. In werkelijkheid onder druk van drie wethouders (anders trekken we de stekker eruit). Mijn walging is te groot om nog te blijven samenwerken.

Ik ben niet meer vergevingsgezind naar de ‘kajafassen’ van de gemeenteraad. Ik bepaal zelf met wie ik wil samenwerken. Dat is niet meer met mensen die door hun gedrag mijn walging oproepen. Ik zal gewoon mijn raadswerk doen. Maar tal van bijeenkomsten gericht op samenwerken zal ik niet bijwonen. Ik zal uitnodigingen tot gespreken met kajafas reïncarnaties ten stadhuize niet eens meer beantwoorden. Ik zal de ‘kajafassen’ van de raad niet meer uitnodigen om samen na te denken over onderwerpen. Bijeenkomsten voor de vorm zoals over integriteit zijn in Bergen op Zoom verloren moeite, verspilling van tijd en geld.

Ik kan de ‘tempel’ niet reinigen van de aanwezige politieke (geld)wisselaars en farizeeërs. Noch ben ik de Hercules die de stal van Augeias kan reinigen. Dat kan alleen de vox populi, de stem van het volk, maar die moeten nog 2 jaar wachten. En ook dan heb ik daar geen hoge verwachting van want die maken al dertig jaar het mogelijk dat in feite twee partijen (GBWP en de VVD) tot elkaar veroordeeld zijn. Waarbij de VVD keer op keer het schoothondje is en iets wat zou kunnen lijken op idealen, standpunten of principes inlevert of verpakt in het stemmen op een krachteloze motie van afkeuring waarvan ze weten dat die het toch niet haalt of niets veranderd. Al 20 jaar levert de VVD haar ‘verlangen’ naar de ontwikkeling van de Auvergne polder als bedrijventerrein in. Met als gevolg een oplopende werkloosheid en steeds meer bijstandsuitkeringen waarover ze dan zelf lekker kunnen klagen.

Zelf ben ik natuurlijk de ‘azijnzeiker’ die van de zijlijn alles beter weet. Maar met twee zetels in de raad en in het bezit van een werkende ruggengraat kan ik brommen maar helaas de tempel of de stal niet reinigen. Toen de BSD na twee verkiezingsoverwinningen vier zetels had, hadden de anderen ook geen zin om de BSD bij een college te betrekken. Een visie en een toekomst van op de centen letten was nog niet het gewenste programma. Maar het wordt anders. Het gemeentelijk financiële systeem staat lang potverteren toe. Maar dat is eindig. Leuke speeltjes realiseren is makkelijk op de pof. Want de kiezer die al dat leuks voorgeschoteld krijgt realiseert zich niet dat die wethouder die bijvoorbeeld de rotonde voor zijn dorp heeft ‘geregeld’ niets anders heeft gedaan dan een plan goedgekeurd, een lening heeft aangegaan, het lint heeft doorgeknipt en de felicitaties en de dankbare stemmen heeft geaccepteerd. Men realiseert zich niet dat de rekening pas de daaropvolgende 30 jaar door andere raadsleden, wethouders en burgers wordt opgebracht. Dat verspillen is eindig want die uitgestelde rekening wordt steeds hoger en hoger en moet uiteindelijk opgebracht worden door dezelfde burgers of hun nazaten die eerst zo blij waren met die wethouders die dat zware werk (plannen goedkeuren, lenen en linten doorknippen) deden. Die hard werkende wethouders en burgemeesters genieten dan al van hun ‘welverdiende’ nieuwe ambten en genieten na van hun ereburgerschap en de mooie woorden van hun afscheid. En in hun vuistje kunnen ze lachen om die onnozele zondebokken die ze iedere keer konden verleiden ook even te genieten van het prachtige, goed betaalde ambt van wethouder. Het zijn de ‘azijnzeikers’ die uit liefde voor hun gemeente blijven die straks uit moeten leggen dat het feest echt over is.

De vraag is, zal het die twee partijen weer lukken een (CDA) onnozelaar te strikken en die met onhaalbare/moeilijke dossiers te belasten. Vast! En mocht het nu niet lukken, ze hebben nog z’n onnozelaar, z’n (zwart) schaap in de pijplijn. Hij behoorde al tot de drie die dit keer de druk tot vertrek van de zondebok opvoerden. En de VVD ‘er, onze weerbare strijder, ach die konden we dit keer al de kastanjes uit het vuur laten halen als nieuwbakken woordvoerder van de Schelp, zal de gedachte van de GBWP wethouders zijn. Die weerbare strijder van de VVD die is zelfs trots en vol vertrouwen op de ‘moeilijke’ taak die hem wacht. Zijn toekomst ligt toch niet hier. De Tweede Kamer, het Europese parlement, Gedeputeerde Staten of een burgemeesterschap is zijn volgende bestemming.

En de raad, het Sanhedrin van Bergen, die laten we een (leer)motie opstellen en dan slikken ze het

‘we zullen hier van leren’ zelfs zonder kokhalzen. Zeker nadat we hebben verzucht hoe “lastig” die raad het ons had gemaakt, hebben ze erbarmen met ons.

En Bergen op Zoom, dat pareltje aan de Schelde, is onderhand de met schulden beladen paria. In de opschalingstendens tot veel grotere gemeenten wordt dit een bruid die niemand wil. Maar ach geen nood. De VVD heeft het antwoord al klaar. Het ligt niet aan ons het ligt aan die vermaledijde ambtenaren.

Voor mij is het helder; na afgelopen donderdag is niets meer het zelfde. De narcisten zullen desnoods door deze autist bestreden moeten worden. Promoveer ik mij daarmee tot Don Quichotte? Vast. Laat de ezel met een gezel op een ezel maar vast ten strijde trekken. Ik vermoed zo maar dat hij daar dan beter van gaat slapen.

 

L.H. van der Kallen.


    

 

SITE VERNIEUWING

 

   


| mededeling | 29-12-2019 |

Met terugwerkende kracht zal het archief ook in deze nieuwe lay-out aangepast worden. Aangezien het een aantalartikelen zijn zal dit enkele weken duren.

Ook de overige sites van Louis van der Kallen gaan de aankomende tijd in de stijgers. Over het algemeen kunt u ze blijven gebruiken tijdens de aanpassingen. Af en toe kan de site een minuut onbereikbaar zijn, als alles goed gaat.


   

OPEN BRIEF

 

    


Bergen op Zoom, 8 januari 2020

 

Aan de Deltacommissaris

 

OPEN BRIEF

 

Geachte Deltacommissaris, beste Peter,

We kennen elkaar al enige tijd. Je weet dat ik al vele jaren in het openbaarbestuur actief ben en een ruime ervaring heb in de wereld van de waterschappen in grote delen van ons mooie landje. Gekscherend zeg ik wel eens dat ik in het water bijna net zoveel bestuursjaren heb als mijn leeftijd. Opgedaan bij 9 waterschappen van Domburg tot Winterswijk dus over de volle breedte van het land en soms bij meerdere tegelijkertijd. Ik maak mij zorgen en daarom neem ik de vrijheid je te schrijven.

Mijn eerste zorgpunt is het volstrekt ongefundeerde tromgeroffel op het innovatieve karakter van de Nederlandse watersector. In mijn beleving is er al enkele tientallen jaren nauwelijks sprake van echte innovaties in deze door mij zo gekoesterde sector. Nu wordt iedere ‘vernieuwing’ gepresenteerd als een innovatie. Voor mij, een persoon die zijn hele werkzame leven heeft gewerkt in research en development (R&D) is dat een gotspe. In de sectoren waarin ik in de R&D gewerkt heb (landbouw en chemische industrie) was een innovatie een vernieuwing die een echte ‘game changer’ was.
Het bedrijf waar ik van 1970 tot mijn pensionering in R&D werkte, hanteerde een aantal kwalificaties voor ontwikkelingen in R&D

  1. Kleine aanpassingen van product of proces (doorlooptijd circa 4 weken).

  2. Nieuw product of grote aanpassingen van een bestaand product of proces binnen bestaande eigen technologie (doorlooptijd circa 12 weken).

  3. Introductie van een (nieuwe) technologie vanuit een andere bedrijfstak in eigen producten of processen (doorlooptijd circa 16 weken).

  4. Introductie zelf ontwikkelde nieuwe technologie binnen een bestaand product of proces (doorlooptijd circa 24 weken).

  5. Nieuw product of proces met een zelf ontwikkelde nieuwe technologie (doorlooptijd circa 36 weken).

  6. Nieuw product of proces op basis van een zelf ontwikkelde nieuwe technologie die vanwege het wezenlijk vernieuwende karakter gepatenteerd kon worden (doorlooptijd 1 tot 3 jaar).

  7. Innovaties die niet alleen patenteerbaar zouden zijn maar een echte game changer zouden zijn voor de sector en daar buiten (doorlooptijd 3 tot 5 jaar).

Zelf heb ik in de categorieën 1 tot 5 vele tientallen ontwikkelingen van idee tot toepassingen kunnen (mede)brengen. Eénmaal in categorie 6. Ook het patent dat op mijn naam als uitvinder staat zou ik nooit een innovatie noemen. Ik vind het dan ook een gotspe iedere tot minuscule verandering van werkwijze een innovatie te noemen. In een voor mij normale wereld is het logisch dat iedere medewerker van een waterschap of RWS zich iedere dag afvraagt: hoe kan ik mijn werk beter doen. Dat moet er met regelmaat toe leiden dat werkzaamheden kleine wijzigingen ondergaan. Wij mensen zijn immers denkende wezens die dagelijks leren van de eigen ervaringen en als ze houden van het vak ook van anderen. Wij leren van elkaar. Zijn dat innovaties? Buitengewoon zelden. Een paar keer bezocht ik de uitreiking van de waterinnovatieprijzen. Ik schreef daar dan over:

https://www.onswater.com/2015/12/over-water-20/

https://www.onswater.com/2017/12/over-water-120/

Peter, lees die verslagen eens. Vrijwel alle prijswinners betraden reeds eeuwen platgetreden paden het waren in het beste geval aardige vernieuwingen van mensen die nadachten hoe dingen beter konden. Dit soort verbeteringen innovaties noemen is jezelf en de sector in slaap wiegen. Verbeteringen van deze aard en omvang zijn geen innovaties, ze zijn blijken dat mensen gewoon hun verstand gebruiken om hun werk goed te doen! Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal.

Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief.

Het lijkt framing. Wat ik erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat er buiten reeds lang begane paden getreden moet worden om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht.

De doelresearch, die ik incidenteel wel waarneem bij waterschappen, bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken, vanuit andere sectoren, ze brachten ook efficiëntie verbeteringen, maar werden geen innovaties genoemd.

Bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risicoaversie aanwezig is. De ‘politiek’ zou eens lastige vragen kunnen stellen!

Keer op keer zie ik op bijeenkomsten zoals een Deltacongres het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Sinds de massa van de ingenieurs bij RWS het veld hebben geruimd en hun posities veelal zijn overgenomen door managers is ook daar de vernieuwende kracht geminimaliseerd. Waar zijn de ‘grote’ projecten waarvan we leren?

Mijn bezoek aan de Aquatech Amsterdam 2019 was voor mij aanleiding op 5 november 2019 de volgende tweet te plaatsen; Vandaag de Aquatech Amsterdam 2019. Mochten wij ooit gedacht hebben dat wij Nederlanders leidend waren op het gebied van waterbehandeling. Bezoek de Aquatech en weet beter. Het zijn de chinezen! Zowel qua aantal en kwaliteit van de exposanten als in het aantal bezoekers.”

Op waterveiligheid zijn wij misschien nog leidend maar ik ben bang dat het meer de framing en promotie is van ons imago dan dat we werkelijk leidend zijn. Als DB lid/portefeuillehouder heb ik veel internationale groepen rond mogen leiden in de Overdiepse polder. Mijn conclusie was dat op veel plekken in de wereld mensen rond lopen en projecten in uitvoering zijn waar kennis inhaalslagen gemaakt worden. Nederland, hou op met je zelf in slaapwiegen door te denken dat we innovatief zijn.

Deltacommissaris, u kan een rol spelen om meer realisme over onze werkelijke ‘innovatieve’ kracht te ontwikkelen. Pak die rol!

Mijn tweede zorgpunt is de kwaliteit/instelling van de algemene besturen van de waterschappen. Sinds de invoering van het lijstenstelsel bij de waterschapsverkiezingen in 2008 is er veel veranderd.

Ik ben vast, met mijn 71 jaar, een ‘oude’ man, een babyboomer die de OK Boomer kwalificatie waardig is. Verzuurd, afgeschreven en ter dage zat, die met nostalgie terugdenkt aan de goede oude tijd toen alles beter was. Toch neemt deze oude man de vrijheid van zijn hart geen moordkuil te maken.

Vanaf het begin van de jaren negentig draai ik mee in waterschapsbesturen en heb ze zien veranderen van ‘Boerenrepublieken’ tot de huidige professionele, door managers gerunde organisaties. Als niet boer en als stadsjongen was ik heel lang een buitenbeentje. Begin jaren negentig werd ik lid van het AB van het voormalige waterschap Zoomvliet. Ik was de enige niet van boerenafkomst. Toen ik eind jaren negentig lid werd van het Algemeen Bestuur (AB) van het voormalige Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, namens de categorie “bedrijfsgebouwd” waren er van de 40 AB leden maar een paar met een niet boerenachtergrond. Toentertijd waren ook de dijkgraven vrijwel zonder uitzondering van boerenafkomst. Wat mij toen opviel en wat ik koesterde was de enorme betrokkenheid van de AB leden bij het waterschapsbestuur. Vrijwel ieder AB-lid droeg gebiedskennis bij en verdiepte zich ook in de technische achtergrond van de te behandelende voorstellen. Ook de komst/toename van de groep ‘burgers’ in de categorieën ingezetenen en gebouwd versterkte die betrokkenheid en belangstelling voor de techniek van het waterbeheer. Het bij de verkiezingen gehanteerde personenstelsel trok binnen die ‘burger’ categorieën vooral techneuten aan en mensen met belangstelling voor natuur en milieu. Was je afgestudeerd aan Wageningen (WUR) of de TU Delft of had je een technische universitaire opleiding dan werd je in de categorieën ingezetenen of gebouwd altijd gekozen. Had je een technische HBO opleiding genoten dan was de kans op verkiezing meer dan 80 %. Alfa’s hadden het nakijken!

Met de invoering van het lijstenstelsel in 2008 is dat rap veranderd. De discussies in de AB’s zijn verpolitiekt en gaan zelden nog over de inhoud maar overwegend over geld. Want de taal van het ‘geld’ is een taal die politici, de alfa’s van deze wereld, nog wel snappen. Discussies in AB’s zouden immers alleen op hoofdlijnen gevoerd moeten worden. Want ook de alfa’s, de managers, hebben de DB’s en de dijkgraafposities veelal ingenomen. The last of the mohicans zijn de geborgde zetels, waar de bèta’s nog wel sterk vertegenwoordigd zijn, en ook aan die poten wordt gezaagd. Vanuit de politiek klinken keer op keer de kreten om aan die ‘ondemocratische’ weeffout een einde te maken. Politici. Partij tijgers weten het immers beter. Buiten de ideologische partijen zoals Waternatuurlijk en de Partij van de Dieren en een paar regionale waterpartijen zoals in mijn eigen waterschap West-Brabant Waterbreed http://www.west-brabantwaterbreed.nl/ en Ons Water https://www.onswater.com/ die één fractie vormen zijn er nauwelijks partijen die de inhoud voorop stellen. Inhoudelijke kennis wordt door de meeste AB leden niet meer nodig geacht. Het besturen op hoofdlijnen is immers het adagium. Dat adagium blijkt in de praktijk zich veelal te beperken tot discussies over geld.

In een thema AB werd in mijn eigen waterschap eind vorig jaar de stelling geponeerd:

“een AB lid hoeft niet alle technische kennis te hebben om tot goede besluitvorming te komen”. Ik was de enige die de stelling onderschreef. Ook nadat de stelling, in de discussie, enigszins werd afgezwakt (“alle” eruit) bleef ik eenzaam aan mijn kant van het met de voeten stemmen. Het ging immers om de hoofdlijnen. Ik zie het ook op veel bijeenkomsten (mede)georganiseerd door de STOWA, bestuurders zijn er zelden. En ik wordt als bestuurder door de wel aanwezige ambtenaren (die mij niet kennen) wat meewarig beschouwd.

Het wordt steeds raarder om naar symposia over bijvoorbeeld (biologische) zuiveringstechnieken te gaan. Of bij te houden wat de onderzoeksinstituten in Duitsland of Zwitserland op het gebied van waterbehandeling doen. Waar bemoeit die bestuurder zich mee?

Ik maak mij zorgen over deze twee trends/ontwikkelingen in ‘waterland’. Beste Peter, je kan natuurlijk denken Louis kan niet met zijn tijd mee. Of Louis is de weg kwijt. Dat is vast ook zo. Wat goed is c.q. goed was wil ik behouden/herstellen. Ik sta open voor vernieuwingen die ook echt verbeteringen zijn. Maar als we onze watergemeenschap in slaap wiegen met ons ‘geweldig’ voelen, ontnemen we ons een deel van de toekomst. Ik zie dat AB’s steeds minder de inspiratiebron zijn voor veranderingen en steeds minder een echt klankbord zijn voor onze ambtenaren. Het meedenken is aan het verdwijnen en als de geborgde zetels worden geschrapt is het einde van de waterschappen, als zelfstandige door burgers bestuurde organisaties, nabij. Voor de uitvoering zijn bestuurders immers niet nodig en de democratisch gekozen Provinciale Staten kunnen de dan op hoofdlijnen aangestuurde waterschappen er dan wel bij doen.

Voor mijn gevoel maken we vandaag de dag de ‘nadagen’ van het Romeinse Rijk mee. Onze inwoners zijn geen burgers meer maar consumenten en onze ‘bestuurders’ lijken zich tot ontwikkelen tot decadente zelfgenoegzame zelfbevredigers.

Geachte Deltacommissaris, beste Peter, ik hoop dat je nadenkt over mijn zorgen en kijkt wat je kan/wil doen om ze te verminderen. Ik hoop tevens dat 2020 voor jou als mens en als beambte succesvol mag zijn.

 

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.


    

TERREUR

 

| 24-12-2019 | 18:50 uur |


 

|  VERVUIL NOG WAT MEER JOH!  |

 

Het komt er weer aan de avond en nacht vol terreur. Wanneer wij Nederlanders voor circa 70 miljoen euro een enorme geluidsoverlast gaan veroorzaken. Wanneer we de eerste hulpen weer ‘prachtige’ werk bezorgen aan het verzorgen van brandwonden, oogschades en verminkte handen. Wanneer wij huisdieren de kelderkasten injagen waar zij angstig het einde der tijden afwachten. Wanneer wij voor miljoenen euro’s met dat ‘mooie’ vuurwerk schades aanrichten aan bushokjes, riolen, vuilcontainers enz. Wanneer wij ‘ons’ milieu belasten met vele tonnen fijnstof en zware metalen zoals barium, antimoon, strontium, en koper en als we veel illegaal vuurwerk afsteken vanwege de ‘prachtige’ kleuren besproeien we onze eigen woonomgeving met cadmium en perchloraat. Gevolg de eerste uren na middernacht is de concentratie fijnstof het veertigvoudige van normaal en bezorgen we longpatiënten een ‘hartverwarmende’ benauwde periode. Het neerdalende koper verpest de waterkwaliteit van het oppervlaktewater voor maanden.
Wat bedrijven niet mogen of een vergunning voor nodig hebben mogen gewone burgers op oudejaarsavond en nieuwjaarsnacht volkomen legaal wel, zoals:

  • ernstige geluidsoverlast veroorzaken,
  • gehoorschade toebrengen,
    (voor de afstekers) gehoorschade oplopen,
  • huisdieren traumatiseren,
  • mensen als ondergetekende letterlijk een benauwde avond en nacht bezorgen,
  • mensen door het aanhoudende lawaai aanzienlijke stress bezorgen, terwijl zij als hartpatiënt dat juist zouden moeten vermijden,
  • mensen door het binnengedrongen fijnstof extra huishoudelijk werk bezorgen, terwijl ze dat qua gezondheid al slecht aan kunnen,
  • chemische mist veroorzaken,
  • fijnstof veroorzaken en verspreiden, waardoor op 1 januari grote delen van het land lijden onder door fijnstof veroorzaakte smog,
  • de bodem en het water verontreinigen met chemische schadelijke stoffen,
  • zure regen veroorzakende stoffen in de atmosfeer brengen,
  • via de gescheiden rioolafvoer chemicaliën in het oppervlaktewater brengen.

In de nieuwjaarsnacht van 2008 werd ik zelf getroffen door een dergelijke terreur. Zie op de foto hoe mijn straat er de volgende dag uitzag. Ik schreef er toen over.

Daarna diende ik een verzoek in om mijn straat tot vuurwerkvrijezone aan te wijzen.

Helaas tevergeefs.

Nu lijken er andere tijden aangebroken. Steeds vaker klinken er geluiden dat het tijd wordt van een verbod op consumenten vuurwerk of tot het aanwijzen van vuurwerkzones of te komen tot een georganiseerde vuurwerkshow.
Wilt u een vuurwerkvrijezone? Dien dan bij het college van B&W daartoe een verzoek in waarbij u in de meeste gemeenten een verwijzing kan doen naar de gemeentelijke APV. In Bergen op Zoom (mijn eigenwoongemeente) is dat artikel 2:73 lid 1 “Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door of namens het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.”
Voor een veiliger en schonere leefomgeving is het een poging waard!

 

Louis van der Kallen

 

 


‘RUIMTE IN REGELS’, BOOS MAKEND

 

| 04-11-2019 | 09:50 uur |


 

|  DÉDAIN EN MINACHTING  |

 

Het ministerie van BZK wil de behoefte aan ondersteuning en toerusting bij uitvoering van de Gemeentewet/Provinciewet beter in kaart brengen, daartoe worden in het land bijeenkomsten georganiseerd. Voor griffiers, gemeentesecretarissen, managers en bestuursadviseurs vier in de plaatsen Arnhem, Assen, ’s-‘s-Hertogenbosch en Utrecht. Voor de ruim negenduizend Raads- en staten leden gezamenlijk slechts één!

“Het versterken van de lokale democratie is een speerpunt voor het ministerie van BZK” zo is te lezen in een artikel in Binnenlands Bestuur. Als ik naar de feiten kijkt dan is het aantal Raads- en staten leden in Nederland snel een veelvoud van het aantal griffiers, gemeentesecretarissen, managers en bestuursadviseurs. Is er voor hen slechts één gelegenheid van drie uurtjes om hun inbreng te leveren. Ga ik er als raadslid heen? Natuurlijk niet. Ik wil als raadslid graag serieus genomen worden en een echte inbreng kunnen leveren mede door in debat te gaan met collega raadsleden. Dat kan niet in een massale bijeenkomst.

Het is goed dat het ministerie de ‘ruimte in regels’ in kaart wil brengen. Maar begin dan maar eens de ruimte te creëren voor een echte inbreng van Raads- en Statenleden. Eén bijeenkomst in Utrecht te beginnen om 18.00 uur (heen reis in spitsuur) is daarvoor gotspe en getuigend van minachting voor Raads- en Statenleden. Ik voel mij niet serieus genomen. Terwijl ik denk dat juist beleidsmakers als Raads- en Statenleden kunnen weten wat zij als beperkingen ervaren in de huidige Gemeentewet en Provinciewet.
Meepraten willen raadsleden en Statenleden wel. Maar voor 8619 raadsleden en 570 Statenleden één bijeenkomst van 3 uur, is niet meepraten. Dat is minachting van wat die ruim negenduizend mannen en vrouwen eventueel te zeggen hebben!

Louis van der Kallen

 

 


BOMEN EN ELEKTROMAGNETISCHE STRALING

 

| 30-08-2019 | 08:15 uur |


 

| BOMEN ONTMOETEN ELKAAR NIET, MENSEN WEL… |

 

In 2011 organiseerde Bomencentrum Nederland twee symposia met het thema: “Het effect van elektromagnetische straling op bomen”. Toonaangevende nationale en internationale sprekers gaven presentaties over hun ervaringen met en onderzoeken naar de effecten van elektromagnetische velden en luchtverontreiniging op bomen. Zij onderbouwden hun onderzoeken op een wetenschappelijk wijze.

Eén van hen was Dr. André A.M. van Lammeren. Hij was de afgelopen jaren direct betrokken bij de onderzoeken naar onbekende boomaantastingen. Dit deed hij in opdracht van de Gemeente Alphen aan den Rijn. Hij lichtte de uitkomsten van onderzoeken door Wageningen University toe. Het onderzoek richtte zich uiteindelijk op: bastknobbels, baststrepen, bastscheuren, verkleuringen en het effect van epifyten zoals schimmels en korstmossen.

Niek van ’t Wout, van de gemeente Alphen aan den Rijn, vertelde dat 70 procent van de bomen in zijn gemeente waren aangetast door één of meer van de door hem aan straling gerelateerde boomaantastingen. Hiertoe behoorde: Bastlijnen, bastkhobbels, bladdegeneratie, bastscheuren, bastnecrose en verstoorde bladval. Als mogelijke oorzaak werd, aan de hand van plattegronden met boom en zendmast locaties, elektromagnetische straling aangewezen.

Een andere bijdrage was van Dr. Ing. Dipl. Phys. Volker Schorpp. Hij presenteerde een rijk met foto’s gedocumenteerde studie. Deze leverde sterke aanwijzingen voor een causaal verband tussen schade aan bomen en blootstelling aan chronische hoogfrequente straling.

De Britse onderzoeker BSc PhD Andrew Goldsworthy houdt zich al meer dan 30 jaar bezig met de biologische effecten van elektromagnetische velden. De gepensioneerde lector heeft bestudeerd hoe levende organismen elektrische stromen opwekken en dit proces gebruiken bij hun groei en metabolisme. Straling in de juiste (zwakke) stroomsterkte veroorzaakt schade. Dit gebeurd doordat calcium uit celmembranen verdwijnt. Als gevolg vind er een snelle initiële groei plaats waarna de groei vertraagd en uiteindelijk ontstaat er schade in de bastknobbels, die via diktegroei groter worden, aldus Goldsworthy.

Van de het eerste symposium in 2011 is een film impressie gemaakt. Dit filmpje is onder deze tekst toegevoegd.

Ik heb de Dikke Boom eens goed bekeken. Ondanks dat hij nog niet zolang geleden is ontdaan van dode taken. Nu zijn er één of meerdere takken bij zijn die lijken afgestorven en geheel ontdaan zijn van hun barst en bruin verkleurd. Mijn wens is om een boomchirurg te laten ingrijpen en een autopsie te laten doen van de betrokken dode delen. Diverse mensen hebben mij er op gewezen dat de kroon van onze Dikke jaar na jaar minder blad bevat. Ik zou dat graag met foto’s onderbouwd zien. Daarom ben ik de afgelopen week op zoek gegaan naar zomerfoto’s van de Dikke Boom op het Gouvernemenstplein en van zijn zuster op de Parade. Waarvan, bij voorkeur, de datum van nemen bekent is. Wilt u mij en onze Dikke Boom helpen? Stuur dan de foto’s naar [email protected]

Wij allen houden van onze Dikke Boom. Wordt daarom fan van onze Dikke Boom en vind zijn facebookpagina leuk. Ruim 900 Bergenaren zijn u voor gegaan. 

 

Louis van der Kallen