AMBTENARENSTATUS?

 

    


| 04-10-2022 |

 

Excellentie,

 

Ondergetekende: L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat 4 vraagt uw aandacht voor het volgende.

Ik heb de samenleving in tal van functies en ambten mogen dienen. Als zodanig heb ik twaalf jaar ervaring als statenlid, 36 jaar ervaring als gemeenteraadslid en ruim 50 bestuursjaren in het algemeen en dagelijks bestuur bij een tiental waterschappen; bij meer dan twintig gemeenten heb ik als lid of voorzitter in rekenkamers en rekenkamercommissies mogen functioneren. Als zodanig heb ik dus enige ervaring in de toepassing van staats- en bestuursrecht.

In de loop der jaren heb ik de veranderingen moeten ervaren in de stijl en cultuur van het openbaar bestuur en het functioneren van het politiek-bestuurlijke systeem, waaronder de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur. Ik meen in dit kader u deelgenoot te moeten maken van mijn gevoelens en ervaringen omtrent het aanspreken van mij inzake mijn wijze van handelen ten opzichte van de griffier c.q. griffie medewerkers.

In Nederland is het alle vele decennia een goed gebruik ambtenaren niet persoonlijk in het openbaar aan te spreken op hun handelen. Kritiek op, of vragen omtrent ambtelijk handelen dient zich te richten op hun politiek/bestuurlijke ‘baas’. De minister, de staatsecretaris, de gedeputeerde, de wethouder of het lid van het dagelijks bestuur van het waterschap onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken ambtenaar zijn of haar werk doet, is dan degene tot wie een volksvertegenwoordiger zich richt.

Sinds de dualisering van het gemeentebestuur is er echter een groep medewerkers bij gekomen die arbeidsrechtelijk wel een ambtenarenstatus heeft maar niet valt onder een politieke ‘baas’, de griffier en de griffiemedewerkers! De meeste gemeenten kennen wel een    werkgeverscommissie van raadsleden om de functie van ‘werkgever’ (juridisch werkgeverskader) van de griffie te vervullen maar die werkgeverscommissie is niet de ‘baas’ over de griffie in het kader van ‘leidinggevende’ maar regelt, mijns inziens, slechts de arbeidsrelatie. En is als zodanig niet aanspreekbaar als het gaat om het feitelijk functioneren van de griffier of de griffiemedewerkers. Er is geen gezagsverhouding!

Ik ben een kritisch raadslid, ook als het gaat over het functioneren van ambtenaren en de griffie. Als het gaat over het handelen van ‘gewone’ ambtenaren of de ambtelijke organisatie stel ik mijn vragen/opmerkingen aan de politiek/bestuurlijke verantwoordelijke. Bij de griffie is die er niet. Wat is dan mijn handelingsperspectief? 

In het kader van deze brief is het mogelijk relevant dat ik eerder een discussie had met de griffie over het juridisch/bestuurlijk karakter van een motie. Waarover ik uwe Excellentie deelgenoot heb gemaakt.  https://www.louisvanderkallen.nl/2021/08/24/gebruik-van-staatsrechtelijke-middelen-in-het-openbaar-bestuur/ . Dank voor de reactie daarop, uw kenmerk 2021-0000482349.

De afgelopen maanden ben ik over twee uitingen van mij waarin de griffier/griffie ter sprake kwam aangesproken door collega’s.

De eerste keer was naar aanleiding van een publicatie of facebook/de BSD-website met de titel “Valse start” Waarin ik verwees naar uitspraken van de burgermeester en de griffier.

 https://www.bsdboz.nl/2022/08/27/valse-start/

De tweede keer was tijdens en naar aanleiding van de raadsvergadering d.d. 23 juni j.l. bij agendapunt 6b, te beluisteren via https://bergenopzoom.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/a91f3591-78a9-48de-a946-5d49bd519577 vanaf minuut 34 waarbij mijn gehekelde bijdrage(n) vanaf minuut 52 te beluisteren is. Daarin stelde ondergetekende dat de informatievoorziening van de raad een taak is van de griffie. De discussie spitste wat mij betreft zich toe op de taakverdeling tussen raad en college op basis van de Wet dualisering gemeentebestuur die in 2002 in werking is getreden. Naar aanleiding van deze discussie c.q. mijn bedrage daarin is er een brief verstuurd aan de raadsleden met als onderwerp “veilige werkomgeving voor medewerkers”. Zie bijlage.

Hoe gek kan het worden als het simpelweg duiden van een taak van de griffie wordt opgevat als een aanval op c.q. aantasting van de veilige werkomgeving van de griffie?

Bescherming/vrijwaring kritiek op ambtenaren die zichzelf niet kunnen verdedigen omdat dit een taak is voor degenen onder wiens leiding zij hun werk doen is ook voor mij vanzelfsprekend en een groot goed. Want zij handelen in opdracht van hun politieke bestuurders.

De griffies handelen niet in opdracht van hun leidinggevende maar binnen een bij wet gegeven taakveld! Zij zijn geen inhoudelijke verantwoording verschuldigd aan een te duiden persoon. Ook hun functiekwalificatie houdt rekening met hun hoge mate van zelfstandigheid. Als de twee gegeven voorbeelden al aanleiding geven tot beschermingsdrang bij mijn geachte collega’s en de burgermeester wat zegt dat dan over de beleving van de rol van de griffie?

Wat is dan mijn rol als volksvertegenwoordiger? Mag ik in het openbaar niet verwijzen naar de taken van de griffie (ondersteuner van de raad als het gaat om de informatievoorziening) of naar een uitspraak van de griffier als mijn bron van informatie?

In duale verhoudingen is de griffie de primaire ondersteuner van de raad, niet de wethouder noch zijn of haar ambtenaren.

Waar is het besef dat de griffier en de griffieambtenaren arbeidsrechtelijk wel een ambtenarenstatus hebben maar een onafhankelijke rol hebben los van het ambtenarenkorps van een gemeente of provincie. Zij vallen niet onder de ambtelijke leiding van de gemeente of provincie waar binnen zij functioneren. Zij staan los van bijvoorbeeld de gemeentesecretaris/directeur.  

Als de griffie, in de interpretatie van mijn geachte collega’s, niet ter verantwoording mag worden geroepen wie is dan wel aanspreekbaar als het over het functioneren van de griffie gaat.

In de voorbeelden heb ik, in mijn beleving geen kritiek geuit op de griffie. Ik duid de taak van de griffie en ik verwijs naar de griffier als informatiebron.

Ik voel mij valselijk beschuldigd van aanvallen op de griffie c.q. de griffier. Heb ik hier de lange tenen of de anderen? Dat is een vraag die ik mij zelf stel. De vraag aan uwe Excellentie is: Wie is aanspreekbaar op hun functioneren of de taakuitoefening van de griffie c.q. griffier?

Ondergetekende constateert een lacune. Ik kan niet vinden wat de positie is van de griffies van gemeenten en de provincies als het gaat om de verantwoording naar het (openbare) politiek/bestuurlijke domein c.q. naar het publiek met wiens geld de griffies worden bekostigd. Graag uw reactie en mogelijk een duiding hoe de door mij geconstateerde lacune (in de praktijk) opgevuld kan worden.

Hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen

lid van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom.


    

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.