DE PRIJS VAN HET NEOLIBERALISME

 

    


| 07-01-2022 |

 

 

Ik zit bijna 36 jaar in de gemeenteraad van Bergen op Zoom en ben al dit tijd ook de politiek leider geweest van de BSD. Als je zolang in de raad zit valt op hoe groot de veranderingen zijn. Toen ik in 1986 in de raad kwam waren er 2 grote partijen. De PvdA (9 zetels) en het CDA (8 zetels). Ik werd door velen beschouwd als de 10e PvdA zetel. Binnen 2 jaar kwam men erachter dat het toch iets anders was. Ik maakte het alle wethouders moeilijk en zeker de PvdA wethouder met het milieu in zijn portefeuille.

De raad van toen telde 29 leden waarvan een enkeling vrouw was en niemand met een achtergrond als ‘nieuwe’ Nederlander. Ik was al een buitenbeentje. Geen geboren Bergenaar en dan op titel van een lokale partij! Ik werd al gecorrigeerd door de burgemeester als ik bijvoorbeeld een woord als ‘kulargument’ gebruikte. Pieter Zevenbergen tolereerde een dergelijk taalgebruik niet. Dat soort woorden werden geschrapt uit de notulen! Nu worden veel schofferende woorden op het ‘hoogste niveau’ gebezigd alsof de straat zich de politieke zetels heeft toegeëigend.  

Het lijkt wel of tal van morele tradities overboord zijn gegooid of in de goot zijn terecht gekomen. Het rare is het opleidingsniveau van de politici is verhoogd en het beschavingsniveau lijkt recht evenredig gedaald.   

Is het toeval dat het door mij waargenomen verval gelijk op is gegaan met de omarming van het neoliberale gedachtengoed door een steeds groter wordend deel van de kiezers. Zelfredzaamheid en marktwerking waren de ‘toverwoorden’. De ‘staat’ moest worden uitgebannen en het bedrijfsleven kreeg alle ruimte. Ook de sociale woningbouw werd geprivatiseerd. Nu blijkt dat de woningmarkt niet werkt. Nu wonen voor grote groepen onbetaalbaar en onbereikbaar is geworden wordt er weer gekeken naar de overheid. EXTRA GELD!

De geprivatiseerde zorg toont dezelfde manco’s. Ziekenhuizen kunnen failliet gaan en de zorgverzekeringen maken qua zorg de dienst uit. Mijn waarneming als politicus en ook als toezichthouder bij een kleine zorginstelling is dat de bureaucratisering in de zorg onvoorstelbare vormen heeft aangenomen. Maar ook dat iedere veerkracht om financiële redenen uit de (zorg)systemen is gehaald. Bij de pandemie die ons trof bleek dat de simpelste hulpmiddelen ontbraken en werden zelfs louche figuren ingeschakeld om basale hulpmiddelen aan te schaffen. De ‘markt’ bleek een verrijkingsmachine!

Nu beroept het in het neoliberalisme opgevoede volk zich nu op tal van vrijheden. Zelfontplooiing is het parool. Terwijl tal van maatregelen simpelweg noodzakelijk zijn om de gevolgen van de pandemie op de gezondheidzorg enigszins in de hand te houden. De met neoliberale argumenten uitgeklede zorg kraakt en piept en is feitelijk tot op het bot uitgewoond. En de burger die eist zijn vrijheid op. Inschikken, incasseren, afwachten, gehoorzamen is verleerd. Ook de trouwe aanhangers van het neoliberale gedachtengoed, de ondernemers leren hun handen op te houden. En dat bij een overheid die ieder vertrouwen heeft verspeeld door bijvoorbeeld de toeslagenaffaire. Electoraal effect? De twee neoliberale partijen zijn de grootsten en blijven, ondanks tientallen jaren falend beleid, regeringsdeelnemers. Ze mogen gewoon doorgaan.

Normaal spreek ik mij niet uit over de landelijke politiek. Want als raadslid ga ik er niet over. Maar als raadslid heb ik steeds meer last gekregen van de landelijke puinhoopmakers. Nieuwe ministers, ze gaan gewoon door, alleen met meer geld alsof dat de oplossing is om de vertrouwenscrisis te doorbreken. Het geld gaat weer verdeeld en besteed worden met dezelfde systemen/principes: kostenreductie, controle, outputmanagement, concurrentie, markering en vooral protocollen. Geen flexibiliteit en ambtelijke vrijheid voor maatwerk.

Zeker op de ‘hogere’ niveaus lijkt de politiek een carrièrekeuze. Passie lijkt er alleen nog tot uiting te komen in grof taalgebruik. Passie voor ideeën of het vak zie ik slechts bij enkele ideologische stuiptrekkingen en bij een enkele ‘verdwaalde’ echte volksvertegenwoordiger. En met het verdwijnen van het vliesje van beschaving in de raadzalen en in het parlement klopt de straat, het gepeupel, op de deur en eist zijn door het neoliberalisme beloofde ‘vrijheid’ op. Het wordt tijd dat de staat de burger weer leert samen te leven. Bij een pandemie zal dat betekenen: meer gehoorzamen, afwachten, incasseren en inschikken. Want alleen samen kunnen we de wereld die veranderd is weer op een beter pad brengen. Zullen we maar eens starten met de geprivatiseerde woningmarkt qua sociale woningbouw te nationaliseren en eindelijk weer echt sociaal maken. Want om met Jan Schaefer te spreken “In gelul kan je niet wonen”. Het wordt tijd dat naast de neoliberale vrijheid ook gelijkheid en broederschap aandacht gaan krijgen. Anders wachten er steeds meer revoluties, oproer, demonstraties en rellen.

 

 

Louis van der Kallen.



Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.