OP NAAR DE ‘ROARING TWENTIES’

 

    


| 26-12-2012 |

 

 

In het boek Troost van Michael Ignatieff wordt ingegaan op Max Webers benadering van ‘de roeping’ als element van “Die Protestantische Ethik” en op Max Webers ontwikkeling in het denken over de ontwikkeling van de moderne wetenschap en wat dat betekende voor het denken van de moderne mens (anno circa 1919). Zo memoreerde hij in een lezing voor studenten dat hij het inmiddels eens was met Tolstoj dat ‘leven en dood voor een beschaafd mens al hun betekenis hebben verloren’. De moderne mens in onverzadigbaar. “Die laten zich een rad voor ogen draaien door de fabel van de vooruitgang en geloven daardoor dat het leven eindeloos kon worden verbeterd. In die zin hadden moderne mannen en vrouwen nooit ‘genoeg van het leven’”. Er was wel vooruitgang in kennis maar die had niet het vermogen te troosten. Maar dat was geen reden tot wanhoop: ze moesten in nederigheid hun wetenschappelijk werk doen en aanvaarden dat het geen blijvend nut had.

Met dit soort lezingen trok Weber volle zalen. Weber zwelgde in zijn sombere profetische uitspraken. Na de Duitse nederlaag in 1918 was Duitsland in chaos en wanhoop. Hij pleitte voor Sachligkeit (nuchter realisme en bescheidenheid).  Na de dood van Rosa Luxemburg en andere spartakisten tijdens de Spartacusopstand (januari 1919) was Weber van mening dat op allerlei fronten de op overtuigingen gebaseerde ethiek volledig was losgeslagen en verworden tot een zelfbegoocheling zonder oog voor de gevolgen of het verlies aan morele waarden. Er was naar zijn mening geen ethiek meer te vinden in de samenleving die uitging van verantwoordelijkheidsbesef of nuchtere gematigdheid of het vermogen de wereld te zien als die werkelijk was. 

In de donkere tijden van vlak na de Duitse nederlaag in 1918 sprak Weber zijn toehoorders moed in. Door te herhalen dat ook hij zijn ‘roeping’ had gevonden. Met een zekere opgetogenheid, gebaseerd op het idee van vooruitgang, wees hij hen er dan op dat: “Het mogelijke zou nooit zijn bereikt als niet mensen keer op keer hadden geprobeerd het onmogelijke te bereiken.”  Weber kwam tot het besef dat “elk mens het leven alleen aankan door zelf zijn doel in dat leven en ook [door] hoop te scheppen.” Dwing jezelf dus net als Weber je de vraag te stellen wat is mijn ‘roeping’ en hoe ben ik daartoe gekomen?

Webers bijna obsessieve belangstelling voor politiek kwam deels voort uit het feit dat hij zelf heel goed begreep welke verlokkingen daarbij speelden. Hang naar macht, ijdelheid, demagogie en zelfbegoocheling. Hij vond ook dat hij verantwoordelijkheid moest nemen om in die duistere tijden de jeugd te inspireren niet te vluchten in haat of te schuilen in illusies.

Ik zie nu ook duistere tijden. Ik zie dat velen zich laten verleiden tot demagogie om de macht te verkrijgen waarbij velen wel vluchten in haat en illusies. De korte termijn van het verkiezingsresultaat is belangrijker dan de langere termijneffecten op het geheel van de samenleving. Wat is dan de ‘roeping’ en het effect op het lot van gewone mensen. Bij steeds meer ‘politici’ zie ik een zelfbegoocheling van bijna olympische omvang. Ze zijn als goden op de Olympus en zijn vaak de echte meesters van de demagogie. Soms leidend tot een ‘massapsychose’ vaak gebaseerd op misinformatie. Hopelijk komen er na donkere tijden, net als die van na de eerste wereldoorlog, er weer ‘roaring twenties’ met vernieuwing en het vrolijke, genietende leven!     

 

 

Louis van der Kallen.



Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.