GEMIST

 

    


| 17-12-2021 |

 

 

Ook als je 73 bent en bijna je hele leven je hebt verdiept in filosofie, economie, mathematica, bestuurskunde en de politieke geschiedenis kom je soms iets of iemand tegen waarvan je denkt. Heb ik dit gemist of onderschat? Ja het voormalige lid van de Convention Nationale en Académie de Science Marie Jean Antoine Nicolas de Caritat, markies de Condorcet heb ik grotendeels gemist of niet die aandacht gegeven die hij verdiende! Weer een leermoment opgedaan bij lezing van het boek “Troost” van Michael Ignatieff.

De France revolutie heb ik zeker bestudeerd. Revoluties zijn een intrigerend fenomeen. Een plotselinge verandering in de staatkundige of maatschappelijk toestand in een land is iets wat een politiekdier als ik fascineert. Waarom, waarom op dat moment, wat zijn de kenmerken en de tekenen des tijds die een aankondiging zouden kunnen zijn?

In mijn denken waren Jean-Jacques Rousseau geschriften zoals het Maatschappelijk Verdrag van enorme van invloed op de Franse Revolutie en op de totstandkoming van de Verklaring van de rechten van de mens en de burger uit 1789. Ik heb de werken en het denken van Rousseau dan ook uitgebreid bestudeerd en het denken en doen van Condorcet onderschat. Dat ga ik in dit artikel rechtzetten.

Toen Robespierre en zijn Comité in enkele dagen tijd 30 gematigde leden van de Nationale Conventie op de Place de la Révolution en kopje kleiner maakte werd Condorcet bij een schuiladres afgeleverd. De uitbaatster van het onderduikadres schreef 30 jaar later als motivatie van haar handelen; “Robespierre en zijn Comité konden hem buiten de wet plaatsen, maar niemand kon hem uitbannen uit de mensheid.”

In tijden van vervolging en polarisatie zouden meer mensen zo moeten denken over degenen die maatschappelijk uitgesloten of uitgesloten worden.

Zoals zoveel filosofen uit zijn tijd wilde Condorcet de uitzonderlijke groei belichten van wetenschap, techniek en kennis en daarmee het uitbannen van tirannie en bijgeloof. Hij was een kind van de ‘verlichting’.  Edmund Burke beschouwde Condorcet in zijn “Reflections on the Revolution in France” tot behorend tot een kaste van beoefenaren van sofisterij die tradities overboord gooiden en aanhangers waren van een nieuw geloof in rationele politiek. Burke vond zoiets als ‘rationele politiek’ en extremisme dodelijke verwanten van elkaar. Het idee dat om vooruitgang te boeken de wetgever meedogenloos korte metten moest maken met alle ‘fouten’ uit het verleden had het bloedvergieten mogelijk gemaakt.

We leven nu ook in een tijd waarin geëist en grotendeels afgedwongen wordt dat er gebroken wordt met het verleden. De verkettering van onze koloniale geschiedenis, ons slavernij verleden, onze zwarte Piet traditie, zijn voorbeelden waarbij afstand nemen en excuses geëist worden van de ‘witte mannen’. Zij en hun voorouders worden aan de schandpaal genageld zonder ook maar de gedachte opkomt aan de omstandigheden en het denken in de tijd waarin het gebeurde. Er is alleen maar ‘fout’! Ik ziet de radicalisering ook in dit tijdsgewricht. Met kreten als ‘vrijheid’ en ‘rechtvaardigheid’ belagen de nieuwe eisers ‘daders’ van de tirannie soms ook op een wijze dat deze ‘onderduiken’. Hun adressen, telefoonnummers worden geheim. En in de huizen des volks wordt soms zelfs gerept over toekomstige tribunalen en galgen. Wat zou ik graag willen dat mensen met zoveel vuil in de mond veroordeeld worden tot het lezen van Burke zijn “Reflections on the Revolution in France” en daarna overhoord zouden woorden in plaats tot het schrappen van hun tweets!

Tegen het eind van zijn leven vluchtte Condorcet, “zo snel als zijn pen hem wilde dragen, uit het heden weg, de toekomst in.” Het schreef, op zijn schuiladres met een enorme gedrevenheid vooral op zoek naar absolutie! Met een enorme gedreven zelfverzekerdheid. “We zullen aantonen”. “We zullen laten zien”. “Bewezen zal worden”. Tal van retorische beloften! In de laatste winter van zijn leven droomde hij “over een tijd waarin wetenschap, industrie en de politieke economie iedereen overvloed zou brengen. De mensheid, verlicht door kennis, ging, in zijn dromen, een leven tegemoet van vrijheid en vrede. Zijn geschriften/gedachten geschreven op zijn onderduikadres bracht hij, voor zijn vlucht in veiligheid. Als “Esquisse d’un tableau historique des progrès de l’esprit humain” werden deze door zijn weduwe in 1795 postuum uitgegeven.

Condorcet werd op zijn vlucht gegrepen en stierf dezelfde nacht in gevangenschap, vermoedelijk door een beroerte, teweeggebracht door ontbering, uitputting en stress.

“Troost” zette mij op het spoor van een groot denker. Die net als zovelen ten prooi viel aan haat en polarisatie en zijn eigen drang tot de onsterfelijkheid die vele denkers, schrijvers, visionairs of politici zo ambiëren en soms barmhartig door de geschiedenis wordt gegeven.    

Ook mijn stukje heeft als nevendoel Jean Antoine Nicolas de Caritat, markies de Condorcet zijn gerechtvaardigde plek in mijn geschiedenis te geven. Ik had hem in de afgelopen 73 jaar over het hoofd gezien. Ik had hem gemist!

 

 

Louis van der Kallen.



Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.