DE WEG GEVONDEN?

 

    


| 10-04-2021 |

 

We hebben het interpellatiedebat over het dossier “Bestemming Rijkscompensatiemiddelen Cultuur Corona” gehad. Een motie van wantrouwen heeft het niet gehaald. Het ‘zakencollege’ hield het vertrouwen van 17 van de 33 raadsleden. Na (rijp)beraad kwam het college, bij monde van de heer Jacobs met de uitspraak dat het college met de fracties van GBWP, VVD, CDA en D66 terug naar de tekentafel wil om “met grote spoed” met hen in gesprek te gaan.

Met die uitspraak is het ‘zakencollege’ door zichzelf omgevormd tot een gewoon politiek college gebaseerd op de helft van de raad plus een half zijnde zeventien zetels bestaande uit die partijen die klaarblijkelijk wel vertrouwen hebben in het restant van het college.

De heer Jacobs verweet delen van de raad polariserende en escalerende uitspraken. Zo kan je ook kijken naar kritiek op je disfunctioneren. Feitelijk is dit gedrag van de heer Jacobs het uitsluiten van de andere partijen met name de acht van de twaalf fracties die hun wantrouwen uitspraken naar de leden van het college.

Vind ik de uitsluiting begrijpelijk? Ja vanuit het gezichtspunt van de heer Jacobs en zijn partners in crime wel . Ik ben er zelfs wel blij mee! Ik heb niets meer met de resterende leden van het college. Ik vertrouw ze niet meer. Ze zijn immers in mijn ogen onbetrouwbaar gebleken en moreel van een ander niveau dan waarmee ik zou willen samenwerken.

GBWP, VVD, CDA en D66 bleven het college trouw vanwege, naar hun zeggen, het belang van de bestuurbaarheid van de gemeente. Dat belang is ook groot, maar moeten we dan de kwaliteit, integriteit en moraliteit van het openbaar bestuur steeds opofferen? Ik ben klaar met ze.

Met één van de leden was ik eind september 2020 al klaar toen bleek dat een aan haar gerichte vertrouwelijke mail eerder door haar medewerkers was gelezen dan door haar zelf. Ze koos ervoor om mijn suggesties in die mail niet te volgen; ze hechtte “aan de afspraken die we daarover óók in het college gemaakt hebben (transparantie, werken op basis van vertrouwen, zorgvuldige communicatie, we verrassen elkaar niet, etc.)”. Het zijn nu net die binnen het college gemaakte afspraken waaraan het college zich naar de gemeenteraad, de burgers en de culturele instellingen zich totaal niet heeft gehouden. Maar ja, die groepen maken ook geen deel uit van het illustere gezelschap van collegeleden.

Als bestuurders zich niet houden aan de door hen gemaakte afspraken, dan zijn ze gewoon ONBETROUWBAAR. En met onbetrouwbare lieden, ook als ze de titel wethouder dragen, wil ik geen zaken meer doen. De BSD voelt zich dan ook niet bezwaard door de uitsluiting door dit college.

Ik wens dit politieke college een fijne samenwerking toe met de zeer betrouwbare GBWP, VVD, CDA en D66 raadsleden. Laat ze hun weg maar vinden!!! Voor mij is de collegekamer leeg.

 

Louis van der Kallen.

 

 


Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Eén reactie

  1. Juist gesproken. Beter leeg dan onbetrouwbaar. En niet integer. Een schande voor de stad zowel de burgemeester als de wethouders alsmede de politieke partijen die hen blijven steunen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.