PRATEN MET DEN HAAG

 

    


| 13-09-2021 |

 

Naar aanleiding van mijn stukje “Een Zoetermeer aan de Melanen?” ben ik langs diverse kanten aangesproken op het belang van toegang tot de ‘Haagse kanalen’ om zaken te regelen met de landsregering en de mogelijke toegang tot extra financiële middelen. Natuurlijk onderschrijf ik het belang van praten met Den Haag. Maar dan wel op het goede moment en met de juiste agenda.

Ik draai al een “stiefkwartierke” mee in de politieke kermis van Bergen op Zoom en de ‘roemruchte’ Haagse contacten waar soms naar verwezen wordt. November 1987 was de laatste keer dat die contacten succesvol waren. Drs. Pieter Zevenbergen – de toenmalige burgermeester – was de laatste Bergse bestuurder wiens statuur in die Haagse kringen nog enige indruk maakte. En we hadden zelf ook onze verantwoordelijkheid genomen. Door in 1984 de prijzen van industriegrond marktconform te maken en een verlies van 32 miljoen gulden (in 1986 38 miljoen met rentelasten) te nemen. En in 1987 met de verkoop van 90 hectaren aan GEP, tegen gereduceerde prijs, een lodenlast van 5,7 miljoen aan rente en aflossong te beëindigen. Het Rijk was door onze burgervader ervan overtuigd dat een forse rijksbijdrage op die verliezen nodig was om Bergen op Zoom er weer bovenop te helpen. In één klap was de schuldpositie van Bergen op Zoom weer gezond.

Ook nu dragen we een loden schuldenlast, al jaren ondraagbaar voor de gemeente Bergen op Zoom. Wat zou nu in mijn ogen de agenda moeten zijn? Eerst zelf erkennen dat de we zelf niet meer in staat zijn ons financieel te redden. En dat Bergen op Zoom het verdient met o.a. financiële hulp weer op de been te worden geholpen. En dan naar Den Haag met de vraag “wat heb u te bieden als we artikel 12 aanvragen en wat moeten we zelf doen?” En verder: “wat zijn de voorwaarden/condities voor die hulp?”

De BSD-fractie is niet tegen stedelijk ontwikkeling maar dit is iets anders dan de “verstedelijking” zoals het Rijk dat de afgelopen decennia in de randstad heeft ingevuld. Bewust of onbewust zien ze Brabant (op de regio Eindhoven na) als Generaliteitsland of wingewest van de Randstad. We tellen niet mee. Ze denken in Den Haag keer op keer ons hun wil op te kunnen leggen. De BSD voelt niets voor de kruimels van de Randstad-tafel.

Neem nu de recente discussie over de “groene industriepolitiek”. Links en rechts reageren in de applausstand. Nu wordt het plan ontwikkeld om met vijf grote industrieclusters (Rotterdam, IJmuiden, Zeeland, Delftzijl e.o en Limburg maatwerkafspraken te maken over verduurzamen en CO2- reductie. Waar is de combinatie Moerdijk/BoZ?

Bergen op Zoom wordt in Den Haag niet serieus genomen. Alleen al op de Theodorushaven met bedrijven als: SABIC Innovative Plastics, Cargill, Allnex, Lamb Weston Meijer, en Waco Beton is een cluster te vinden dat in combinatie met de op Moerdijk gevestigde industrie zou moeten passen in deze plannen. Maar we zijn slechts de boertjes van buiten. Die hooguit met de pet in de hand in Den Haag ook een keer langs mogen komen. Dromers, die keer op keer geloven dat anderen onze unieke ligging en situatie wel zullen erkennen. Waar is ons bestuurlijk zelfbewustzijn?

Bergen op Zoom zijn kracht en zijn zwakte is het feit van onze blauw-groene mal. Onze natuurgebieden nat en droog zijn onze kwaliteit. Het achteloos zonder politieke discussie accepteren van de door het Rijk gewenste verstedelijking is het diepe misschien onbewuste gevoel van de pauper te zijn die om een aalmoes vraagt. Mijn BSD hand is geen open hand die vraagt om een aalmoes, mijn hand is een vuist waarin zich veilig de kwaliteiten van onze stad en ommeland bevinden. Wij kunnen en willen onderhandelen maar met een andere basisagenda dan het komen tot een verstedelijkingsakkoord met het Rijk.

 

Louis van der Kallen.


Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Eén reactie

  1. Beste Louis, als decentrale overheid moet je niet alleen praten met Den Haag maar investeren in relaties met o.a. ministeries, Kamerleden maar ook in bedrijven en niet in de laatste plaats haar burgers. In de laatste jaren (toen nog onder burgemeester Polman) heb ik als adviseur Public Affairs vanuit het Sociaal Domein en Veiligheid hieraan mogen bijgedragen en met succes (zie het binnenhalen van o.a. de meldkamer) en extra middelen sociaal domein. Een mooi voorbeeld van het investeren in belangrijke contacten is Eindhoven. Omdat de burgemeester een hele goede relatie had met de directeur van Philips had Philips bij hun vertrek uit Eindhoven de Campus geschonken. Iets wat Eindhoven veel heeft gebracht. Dat is de kracht van het beleidsinstrument “Public Affairs”. Met vriendelijke groet, James Habibuw.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.