DE WOLF VAN KWADE FAAM

 

    


| 28-07-2021 |

 

“De Wolf van kwade faam” is het slotgedicht van de fabel “Hof van justitie der dieren” geschreven door Émile de La Bédollière. Het is een fabel in de traditie van Aesopus een Griekse dichter (ca. 620-560 v.Chr.) die bekendheid verwierf door zijn fabels (verhalen) waarin dieren zich gedragen als mensen (personificatie). Het gaat daarbij vooral om de moraal van het verhaal.

De Wolf van kwade faam

Hoort, Gans en Vlaamse Gaai, Eend, Hen en Ekster, Hoort! Hoort, Zwart’ en Bonte Kraai, Er is een Ooi vermoord, Een gruweldaad, begaan Door ’n Wolf van kwade faam.

Hij zag haar op de hei, Hoe maakt u het, Mevrouw? Met holle stem hij zei. De Ooi te goeder trouw Zei: Goed, en gij, Meneer? Daarop stak hij haar neer!

Denkt niet dat hij ontkwam, Al riep hij ook: Ik ben Onschuldig als een Lam – Niemand geloofde hem. Nu zit hij in het cachot En wacht op het schavot.

Moraal

O Dieren die Het pad der misdaad kiest, Weet wel wat gij verliest!

Welk pad wij als partners, burgers of bestuurders kiezen is vaak bepalend welk lot of oordeel ons ten deel valt. Dus bezint eer gij begint, is voor menigeen een aanbevelingswaardig levensmotto.

 

Louis van der Kallen.



Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.