DE STAD EN HAAR INKOMEN 2

 

    


| 21-06-2021 |

 

Ik schreef eerder een artikel over dit onderwerp gebaseerd op het proefschrift van Willem Moll met de titel: “De rechten van den Heer van Bergen op Zoom tot 1567 (1915). Hierin staan mogelijke leerpunten voor de toekomst van Bergen op Zoom. Mede door de inhoud van dit proefschrift en door de financiële ontwikkelingen in de gemeente Bergen op Zoom is het mogelijk dienstig de geschiedenis van onze belastingen/inkomsten eens te bestuderen. Want ook huidige debatten bevatten soms elementen die een reflectie/reactie dienstig kunnen maken. Voor mij is de geschiedenis een rijke informatiebron.

Tot 1798 was Bergen op Zoom qua inkomen ‘eigen baas’; ze regelde die zelf door heffingen op wat er in de stad gebeurde en inde die bij haar burgers, passanten en neringvoerders.

Dat alles veranderde met de Staatsregeling voor het Bataafse Volk 1798, waarvan de grondslagen al in het voorontwerp in 1796 waren vastgelegd. Die regeling maakte een einde aan de financiële regelingen/belastingen en heffingen van voor die tijd. Een ook aan de ‘privileges’ van een stad als Bergen op Zoom in een Generaliteitgebied als Staats-Brabant.

Er veranderde door de Staatsregeling op het gebied van belastingen veel. Artikel CCX was het startpunt: “Het Uitvoerend Bewind levert, binnen één Jaar na de eerste Zitting van het Vertegenwoordigend Lichaam, aan Hetzelve een nieuw stelsel van algemeene belastingen, zoo ter goedmaakinge der Staatsbehoeften, als in ’t bijzonder tot het betaalen der jaarlijksche interessen en aflossingen voor de geheele Republiek.” Een voornemen dat nader werd uitgewerkt in een aantal uitgangspunten. Voor sommige van die uitgangspunten zou ik zo tekenen! Ik kijk bijvoorbeeld met enige afgunst naar artikel CCX lid d: “Er kan geenerlei belasting gelegd worden op levensmiddelen van de eerste noodzakelijkheid.” Nu kijkend naar de BTW op levensmiddelen en de BTW en Rijks- alsmede provinciale heffingen op de waternota, wil ik op dit soort punten wel een overgang naar de principes van de Staatsregeling uit 1798. Ook artikel CCX lid f: “Er zal, over de geheele Republiek, worden ingevoerd eene algemeene en billijk geregelde belasting van het Collateraal op de Saldo’s der Boedels, als mede op het Nationaal Klein Zegel.” Een vorm van ‘OZB’ (inclusief roerende boedels) geheven over het hele land , waarbij dan gelijk het “billijk” opvalt. Een woord dat vermoedelijk een hoog populistisch ‘politiek’ gehalte heeft en toen vermoedelijk ook had. Ook in die tijd werd de publieke opinie al bespeeld met ‘mooie’ woorden. Dit artikel was voor ‘Holland’ belangrijk want in de oude verdeling van de kosten van de Generaliteit (het landsbestuur) betaalde Het gewest Holland 58 % van de kosten en de andere 6 gewesten totaal maar 42 % (zie de foto van een spotprent uit de Lantaarn (1792) van Pieter van Woensel over de onevenredige machtsverhoudingen tussen de zeven gewesten ten tijde van de Republiek).

Maar de Staatsregeling bevatte meer ‘moois’. Wat te denken van de indeling van het land in acht departementen. Bergen op Zoom viel in het “Agtste Departement: van de Schelde en Maas” met Middelburg als hoofdstad. Wat deed Bergen op Zoom? Het nieuwe revolutionaire stadsbestuur was tegen en protesteerde met passie. Het tekende protest aan. De Bergenaren wilden niet met de Zeeuwen in één departementaal bestuur vanwege het “grote cultuurverschil.” De werkelijkheid was dat zij – nu eindelijk in 1795 ook Rooms-Katholieken weer voor het eerst na de totstandkoming van de Republiek der zeven provinciën weer toegelaten werden tot bestuurlijke functies – toch niet in een door protestanten overheerst departementaal bestuur wilden. Na honderden jaren hadden ze eindelijk in Bergen op Zoom de macht overgenomen en was hun Bergen weer een door katholieken bestuurde stad. Het protestante juk was afgeworpen. Ze bleven liever bij het ‘vertrouwde’ Staats- Brabant dat nu toch ook door katholieken bestuur zou gaan worden. Ze wilden horen bij een overwegend katholiek departement. Ze wisten dat ze het niet moesten gooien op het godsdienstige verschil, dus was de motivatie ‘het culturele verschil’. Mij zou het wel gepast hebben (maar ja ik ben dan ook van een katholieke vader en een protestante moeder).

In een eerder artikel “een visie op Bergen op Zoom” heb ik al eens als oplossing voor de financiën van Bergen op Zoom de optie gemeentelijke herindeling geponeerd; van Bergen op Zoom als centrumstad (Bergen op Zoom, Woensdrecht, Steenbergen, Tholen en Reimerswaal) en overgang naar de provincie Zeeland. Voor Den Bosch (de provincie) hangen wij, om het op zijn Oost-Brabants te zeggen, al vele jaren aan de achterste mem. Een bijna Bataafse oplossing denk ik nu.

 

Louis van der Kallen.



Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.