DE STAD EN HAAR INKOMEN

 

    


| 07-06-2021 |

 

Ter inspiratie ben ik eens op zoek gegaan naar hoe de stad en haar ‘Heer’ in het verleden zich voorzagen van inkomen. Als startpunt heb ik het proefschrift van Willem Moll gelezen met de titel: “De rechten van den Heer van Bergen op Zoom tot 1567 (uit 1915).

De Heer van Bergen op Zoom had vele rechten die aan hem toekwamen en die hem geld, goederen en diensten opleverden. Zoals:

  • het recht van jurisdictie;

  • het tolrecht en het geleiderecht;

  • het recht van jacht en visscherij;

  • het veerrecht;

  • het aanwasrecht en waterstaat;

  • het recht om verlof tot testeeren te geven of te weigeren;

  • het molenrecht;

  • het recht van meestove;

  • het waagrecht;

  • beden;

  • accijnzen;

  • het lepelrecht of de riddertol;

  • heerendiensten;

  • het patronaatsrecht;

  • het tiendrecht;

  • cijnsen en renten;

  • lijfrenten;

  • pacht;

  • lepelrecht;

  • Joden en Lombarden.

Sommige van die rechten werden veelal tegen een jaarlijkse pacht aan de stad overgedaan, soms ook om de acute financiële nood van de stad te ledigen.

Zo ook in 1531 toen de stad – volgens het proefschrift – “ter tijd in benarde financiëele omstandigheden verkeerde. Het stadsbestuur besluit nu aan den Heer te verzoeken, om het lepelrecht “tegen redelijken prijs voor eenige jaren aan de stad te willen verpachten, om de stadsfinanciën weer in een wat beteren toestand te brengen” (een citaat uit een verslag uit 1531). Het lepelrecht is het recht om een lepel graan te heffen per graanmaat (eenheid). Daar stonden dan wel de kosten van de aanschaf van “corenmaten” en het “ijcken” daarvan tegenover. Alsmede de aanschaf van lepels en van de “reparatiën” daarvan.

Wat mij opviel was het Jodenrecht: een heffing (die nu ondenkbaar is) op de activiteiten en het verblijf van de Lombarden (veelal Joden). In dat tijdvak volgens het proefschrift “een gesmaad en verdreven menschensoort”. Het “Jodenrecht van de Lombaerden” bracht heel wat op. Van 1384 – 1396 jaarlijks 100 ryale, van 1424 – 1450 jaarlijks 200 realen en van 1543 – 1563 jaarlijks 200 Rijnsche guldens. Het was een soort tax ruling op de multinationale ondernemingen van die tijd. De Heren van Bergen op Zoom waren hun tijd ver vooruit. De multinationals van nu lijken aan de belastingen vaak te ontsnappen.

De Inkomsten van de lokale Heer en het stadsbestuur waren toen zeer divers en vertaald naar nu ingewikkeld en kostbaar om te innen. Toch kijk ik met enige jaloezie naar de gehanteerde tax ruling op de Lombarden uit die tijd. Wat zou een heffing op Facebook mooi zijn met als maatstaf het aantal pagina’s verbonden aan inwoners der gemeente.

 

Louis van der Kallen.

 


Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.