EENZAAM 2

 

    


| 26-10-2020 |

 

In een eerder opiniestuk schreef ik over de inspiratie die het boek  “De eenzame eeuw” van Noreena Hertz mij gaf. De subtitel van het boek is: “Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt”.

Ook mijn wereld is steeds verder ‘ontrafeld’. Steeds meer sociale verbanden zijn de afgelopen decennia ontrafeld, van elkaar losgeraakt.

In mijn jeugd had vermoedelijk niemand in mijn straat een bankrekening. De huisbaas, de man van de begrafenispolis, de melkboer, de schillenboer, de ijscoman (de zomer) en vele anderen gingen langs de deuren. De salarissen – toen nog gewoon weekloon geheten –  werden nog in pergamijn zakjes in baar geld op vrijdag of zaterdagmiddag door de werkgever uitbetaald. Vrijwel niemand had een telefoon. Als de huisarts gebeld moest worden, betaalde je een duppie aan de trotse eigenaar. Waar je in zijn of haar gang belde. In de straat of de buurt kende men elkaar en als iemand overleden was, kleurde de straat wit. Iedereen hing witte lakens voor de ramen. Thuiszorg als organisatie bestond nog niet. ‘Thuiszorg’, dat deden de buren. Als mijn moeder voor de zoveelste keer opgenomen werd in het Delta Ziekenhuis of in het Zuiderziekenhuis zorgde de buurvrouw voor mij. Mijn natje en droogje werden verzorgd inclusief het op tijd naar bed sturen. Tante Truus die geen tante was maar een buurvrouw vond dat vanzelfsprekend. De buurmannen namen dat jochie wiens vader zo vroeg was overleden mee naar de ‘voetbal’ of de Kuip waar toen nog een sintelbaan in lag voor de speedway. Er waren in bijna iedere straat buurtwinkeltjes, vaak was dat een kruidenier die ook waterstoker was. Op maandagmorgen nog voor de schoolgang haalden de jongens daar de emmers warm water voor moeders was.

De sociale verbanden waren sterk. Terugdenkend aan de ‘goede oude tijd’ denk ik dat het woord eenzaam nog moest worden uitgevonden. De girodienst was vermoedelijk één van de eerste stappen naar de sluipende vereenzaming. De  werkgevers namen het initiatief. Al snel kwam de huisbaas en de premieophalers niet meer langs de deur. En ook de gang naar de spaarbank met het spaarboekje of met de metalen spaarpot waarvan het sleuteltje beheerd werd door de meneer achter de balie van de spaarbank kwam teneinde. Toen kwam de supermarkt. Simon de Wit, de Gruyter, de Vivo en de Végé  en vele anderen begonnen de kleine buurtkruideniers, de groenteboeren, de melkboeren, de slagers en de tabakshandelaren op te ruimen. Waarna zij zelf in ijltempo opgegeten werden de AH’s en recenter door de Jumbo’s van deze wereld. Het aantal sociale contacten nam af. Het ‘kastje’ kwam in ieder huis. Vertier kwam daarmee steeds meer van de straat naar binnen. Ook de vakbonden veranderden van karakter. De bonden fuseerden en de plaatselijke kantoortjes/vakbondswinkeltjes en de lokale partijkantoortjes verdwenen.

Werden we bewust stapje voor stapje, sluipenderwijs geïsoleerd? Vervreemd van onze sociale basis! Was er van den beginnen een neoliberale agenda van vervreemding en individualisering om een einde te maken aan het eendracht maakt macht-principe van de vakbeweging en het socialisme?

In volgende opiniestukken zal ik de ontrafeling verder duiden en aangeven hoe we stappen kunnen zetten naar herstel van het menselijke contact dat wij mensen zo nodig hebben. Soms met nieuwe bindingsvormen zoals de gele hesjes en de witte marsen.   

 

Louis van der Kallen.


    

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.