WAARHEEN GAAN WIJ? (DE TUSSEN-FORMATIE/ TUSSEN-FORMATEUR)

 

    


| 04-02-2020 |

| QUO VADIS? |

Op 30 januari vergaderde de gemeenteraad over het instellen van een werkgroep voor de selectie van een adviseur ten behoeve van advisering en begeleiding van de raad in de governancestructuur. De gemeenteraad zou hulp nodig hebben, zo vonden de collegepartijen. De raadsleden zouden bij het de Schelp-dossier zijn “te kort geschoten” (Akkaya fractievoorzitter GBWP) en “beperkte kennis” hebben (Hopmans VVD). Zittend op de publieke tribune kreeg ik bijna de indruk dat niet de zittenblijvers in het college tekort geschoten waren maar de gemeenteraad.

Nu is er niks mis mee dat de gemeenteraad in de spiegel kijkt. Wat mij echter gelijk bevreemde aan het debat was de aanwezigheid van de wethouders. Die zitten niet in de gemeenteraad. Die gaan niet over hoe de gemeenteraad haar kennis vergaart. In ons zogenaamde duale stelsel hebben ze bij zo’n discussie niets te zoeken. Toch zaten ze er. Recht voor de raadsleden. Waar voor? Ik denk ter controle en sturing? Zodat de raadsleden van de coalitiepartijen zich bij deze discussie wel aan de afspraken zouden houden die hen in het zadel en het pluche moeten houden.

Als we de woordvoerder van de VVD zouden geloven verzaken degenen die niet mee zouden doen aan dit ‘prachtige’ initiatief hun plicht. Die plichtverzakers hielen vast aan “heilige huisjes en tradities, en namen geen verantwoordelijkheid”. Ze “blijven zich verschuilen”. Ze zouden niet “mee willen in het nieuwe verhaal”.

In dat laatste heeft Hopmans gelijk. De gemeenteraad is keer op keer in meerderheid meegegaan in een nieuw verhaal. Maar meneer Hopmans, een deel van de gemeenteraad kiest niet meer voor ‘story telling’. Zij willen helderheid. En dat graag op basis van de betekenis van de woorden: verbindend en eerlijk. De woorden die zo vaak vermeld staan in het coalitieakkoord. De coalitie verwijt raadsleden zoals ik, polariserend te handelen. Je creëert zelf een oppositie door mensen te dwingen voor een motie van wantrouwen of afkeuring te stemmen. Als wethouders zelf niet weggaan na evident gefaald te hebben en verwijzen naar hun ambtenaren die hen ‘niet de juiste informatie geleverd’ zouden hebben. Als ze zelf geen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen collectieve beslissingen dan dwing je rechtschapen raadsleden tot oppositioneel handelen. Natuurlijk polariseren zij dan. Niet het college draagt klaarblijkelijk schuld maar de raadsminderheid die wil dat ze opstappen en die vermaledijde ambtenaren dragen de schuld door niet of slechte informatie geven.

Een oproep tot samenwerken, werkt dan niet meer. Luisteren naar de geluiden uit de niet-coalitiepartijen is klaarblijkelijk te moeilijk. Nadat de begroting met alleen de stemmen van de coalitiepartijen was goedgekeurd hadden de coalitiepartijen zich af kunnen vragen wat is er aan de hand? Waarom zien zij niet dat het college het heilige evangelie verteld? Wat kunnen we doen om ze tegemoet te komen? Wat kunnen we beter of anders doen? Wat kunnen wij, heel misschien, leren van de andere partijen in de raad? Niets van dat al. Waarom zouden de coalitiepartijen ook? Ze denken, wij hebben een meerderheid. Wij hebben de macht.

En nu vragen ze om mee te doen aan de sublieme afleidingsmanoeuvre. Aan de verschuiving van de schuldvraag. Ik vraag mij af wie hier de onnozelaars zijn? Ultiem is het verzoek mee te gaan doen aan de geheime/besloten achterkamertjes discussies over de bezuinigingen in de vorm van een takendiscussie. Ik doen niet mee. Ik heb al eerder gevraagd, waarom besloten? Ja de sfeer in een discussie in openbaarheid is anders. En zou ook zeker ‘polariserend’ kunnen zijn. Waarom? Omdat de schuldvraag in Bergen op Zoom altijd ontdoken wordt. Omdat onder het motto we moeten verder, we kijken naar de toekomst, de ‘daders’ blijven zitten en pas vertrekken als ze overgaan naar een mooi ambt elders. Ze worden dan door hun opvolgers, uit eigen kring, bedankt en met een mooie penning (het ereburgerschap) uitgeleide gedaan. En de burgers die stemmen ook gewoon weer op de daders (VVD en GBWP) want dat zijn de helden die keer op keer toch maar mooi weer de verantwoordelijkheid nemen en wel bouwen aan de toekomst van Bergen op Zoom. Met bijvoorbeeld een NIEUW FACILITAIR BEDRIJF. Dat de gebouwen gaat verhuren. Van verhuur van materialen tegen schappelijke prijzen is straks geen sprake meer. De markt vindt vast een oplossing is het VVD moto. Samen met de clubs “voordelen realiseren en tot kostenbesparing komen”. Geloven ze het echt allemaal zelf? Ik schreef eerder dat niets in mijn politieke wereld niet meer het zelfde is. Dat is nog steeds zo.

Ik praat niet meer één op één met wethouders. Niet op de stadskantoor en niet per telefoon. Zogenoemde studiebijeenkomsten over bijvoorbeeld integriteit woon ik niet meer bij. Besloten vergaderingen, daar pas ik ook voor. Initiatieven genomen door collegepartijen negeer ik. Ik bespreek ze wél als ze hebben geleid tot een raadsvoorstel. Ook zogenoemde opiniërende memo’s laat ik aan mij voorbij gaan. De praktijk daarvan is dat je niet alleen deelgenoot wordt gemaakt van het stukje wat ze je wel willen laten weten maar ook medeplichtig aan wat ze niet gedeeld of overgenomen hebben. Ik wordt geheel tegen mijn wens een voorstander van het dualisme. Monist af, want samenwerken in Bergen op Zoom werkt niet.

Waarom dit allemaal? Voor samenwerken is één ding belangrijk. VERTROUWEN!!!! Dat is er niet meer. Niet in de wethouders en niet meer in grote delen van de coalitiepartijen. De manier waarop met de waarheid, collegialiteit (de afwezigheid daarvan) en het gebrek aan verantwoordingnemen wordt omgegaan heeft het reeds vergaande afgekalfde vertrouwen weggevaagd.

Wat er de afgelopen 20 jaar bijvoorbeeld met en in de Schelp is gebeurd is verbijsterend en toont aan dat pappen en nathouden en alleen praten over geld Bergen op Zoom steeds verder de vernieling in werkt. Het kan en moet anders!

 

L.H. van der Kallen.


    

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.