VERDRAAGZAAMHEID

 


 

VERDRAAGZAAMHEID

 

Pieter Jelles Troelstra

Ik verbaas mij al een aantal jaren over de toenemende onverdraagzaamheid in de samenleving, tussen religies, de politiek en in maatschappelijke debatten over tal van onderwerpen. Zowel nationaal als internationaal. De nationale Zwarte Piet discussie is daar een ultiem voorbeeld van.  De tegenstanders en welk debat dan ook worden haast per definitie verketterd. De ‘sociale media’ zijn daarbij verre van sociaal. Het wordt tijd voor een ode aan de verdraagzaamheid. Hoewel niet in dichtvorm hebben sommigen in roerige tijden daartoe een poging gedaan.

Het meest vermaard in deze is Edward Morgan Forster die in 1941 voor de BBC beschouwingen hield over de democratie “Two cheers for democracy”. Hij verdient in dit stukje twee citaten: “verdraagzaamheid is een zeer saaie deugd, maar wel de meest onmisbare, dus de meest wezenlijke waarvan de democratie afhangt” en “verdraagzaamheid is een heel vervelende eigenschap, maar zonder die eigenschap overleven we niet”. Beide uit 1941 op het hoogtepunt van the Battle of Britain.

Van eigen bodem wil ik een betoog aanhalen van Pieter Jelles Troelstra in de kamerdebatten van september 1916 over de invoering van het algemeen kiesrecht. Zijn devies was: de vooruitstrevende en de conservatieven hebben elkaar nodig in het belang van een evenwichtige maatschappelijke vooruitgang. Zonder het woord verdraagzaamheid uit te spreken verwoordde Troelstra de betekenis ervan, wat mij betreft, perfect in dat debat. De tekst heb ik uit TROELSTRA, P. J.. GEDENKSCHRIFTEN:

“Als men vecht voor het tot stand komen van een hervorming, is men geneigd in hen, die zich daartegen uit conservatisme verzetten, slechts vijanden en dwarsdrijvers te zien. Zo eenvoudig echter is de zaak niet. De vooruitstrevende en de behoudende elementen in de maatschappij, de voorstanders van het nieuwe en die van het oude, staan zeker in de bedoeling tegenover elkaar en het ligt dus voor de hand, dat zij elkaar met de uiterste inspanning bestrijden, maar zij vormen toch een geheel van krachten voor de maatschappelijke ontwikkeling, waarbij de ene kracht even noodzakelijk is als de andere. Van algemeen historisch standpunt bezien heeft ook de tegenstand zijn belang voor het door ons nagestreefde doel en vindt daarin zijn rechtvaardiging. Die tegenstand dwingt ons, ons rekenschap te geven van onze ideeën van de plichten, die op ons rusten bij het bekleden van functies, zowel in het politiek als in het economisch leven en van de bekwaamheden, die vereist worden om die plichten te vervullen.”

Woorden van meer dan honderd jaar geleden. Toch zou het goed zijn als de echo blijft galmen, zodat zij ook de oren bereiken van hen die nu in kijven, in ruzie zoeken, in verwijten en in te grote woorden het hoogste goed zien, met als verdediging de ‘vrijheid van meningsuiting’. Terwijl de samenleving en de realisering van hun doelstellingen meer gebaat zouden zijn met respect en verdraagzaamheid.

Bovenstaande is, net als mijn stukjes “beeldenstorm” (augustus 2017) en “morele-chantage” (december 2017), een uiting van mijn frustratie over de lopende discussies die ons als mensen eerder van elkaar afdrijven dan naar elkaar toe. Waar zijn de Edward Morgan Forster’s van deze tijd? We hebben hen zo hard nodig!

 


 

 

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten